CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001589] Bijlage behorende bij 23bb1588 - Minima-effectrapportage gemeente Rotterdam 2023

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 29 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Armoedebestrijding7.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 Gemeente Rotterdam Corinne van Gaalen, Sanne Lamers

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 Gemeente Rotterdam

Auteurs Corinne van Gaalen, Sanne Lamers

Nibud, december 2022 In opdracht van de gemeente Rotterdam

Inhoud

1.

Inleiding ....................................................................................................... 3

2. 2.1 2.2 2.3

Belangrijkste wijzigingen voor 2023 ................................................................. 4 Beleid ........................................................................................................... 4 Prijzen .......................................................................................................... 5 Lonen ........................................................................................................... 6

3. 3.1 3.2 3.3

Resultaten .................................................................................................... 7 Bestedingsruimte na uitgaven basispakket en uitgaven sociale participatie ............................................................................ 7 Armoedeval ................................................................................................. 10 Hogere energielasten ................................................................................... 10

4.

Conclusie .................................................................................................... 11

Bijlage 1 | Begrotingen .......................................................................................... 13

1. Inleiding In mei en september van 2022 heeft het Nibud het effect van het minimabeleid op het huishoudbudget van inwoners met een laag inkomen in de gemeente Rotterdam in kaart gebracht. Ondertussen is er veel gebeurd dat de koopkracht van huishoudens beïnvloedt. Zo zijn de prijzen van energie en daarvan afgeleide producten en diensten, zoals voeding aanhoudend sterk blijven stijgen. Op Prinsjesdag is een miljardenpakket aan lastenverlichting aangekondigd voor 2023. De gemeente Rotterdam wenst gedetailleerd inzicht in de effecten van deze lastenverlichtingen om hier vroegtijdig op in te kunnen spelen. Daarom hebben we de huishoudbudgetten die we eerder dit jaar voor de gemeente Rotterdam hebben opgesteld geactualiseerd met de plannen voor volgend jaar. We hebben het volgende gedaan: De hoogte van de uitkeringen geïndexeerd naar het niveau 2023, waarbij rekening is gehouden met de extra verhoging van het minimumloon; Rekening gehouden met een lager tarief voor de inkomstenbelasting en hogere heffingskortingen; Rekening gehouden met aangepaste parameters voor de landelijke toeslagen; De uitgaven van huishoudens geïndexeerd met de verwachte prijsstijging; Rekening gehouden met de invoering van een prijsplafond voor energie; De tegemoetkomingen vanuit het minimabeleid van de gemeente Rotterdam gehandhaafd op het niveau van 2022.

Een uitgebreide beschrijving van de veranderingen voor 2023 staat in hoofdstuk 2. De veranderingen hebben we in kaart gebracht voor de situaties uit de minimaeffectrapportage van eerder dit jaar. De saldi van de huishoudbudgetten staan weergegeven in hoofdstuk 3. Er is een vergelijking gemaakt met de situatie uit de eerdere minima-effectrapportage. Omdat de plannen niet de definitieve situatie voor 2023 weergeven, is het beeld dat we schetsen met de nodige onzekerheden omgeven.

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 3

2. Belangrijkste wijzigingen voor 2023 In het vorige rapport werd gekeken naar de bestedingsruimte van verschillende huishoudtypen in het jaar 2022. Voor het jaar 2023 staan een aantal veranderingen op de planning. Hieronder wordt toegelicht welke veranderingen in beleid, prijzen en lonen in 2023 een rol zullen spelen.

2.1 Beleid Het belastingtarief in de eerste belastingschijf daalt licht en bijna alle heffingskortingen stijgen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan omhoog. Voor de hoogste inkomens en de zelfstandigen daalt het aantal aftrekposten. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023: Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen Het tarief voor de inkomstenbelasting in de eerste schijf daalt van 37,07 procent naar 36,93 procent. Huishoudens gaan dus minder belasting betalen. De algemene heffingskorting stijgt met € 182 naar € 3.070 euro. Het percentage waarmee deze wordt afgebouwd blijft nagenoeg gelijk. Vanaf een inkomen van € 22.660 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd. De maximale arbeidskorting stijgt met € 792 naar € 5.052. Ook hier blijft het percentage waarmee deze wordt afgebouwd nagenoeg gelijk. Na de grens € 41.895 wordt de arbeidskorting afgebouwd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting stijgt, met € 160 naar € 2.694. Vanaf 2023 kunnen de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer uitbetaald worden aan de minstverdienende partner als die geboren is na 1962. Bij AOW-huishoudens kan dit nog wel. De ouderenkorting voor stellen stijgt met € 109 naar € 1.835 en de alleenstaande ouderenkorting stijgt met € 29 naar € 478.

De bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) voor gepensioneerden en zelfstandigen blijft nagenoeg gelijk. Deze maatregelen zijn direct merkbaar op de loonstrook of de betaalspecificatie van de uitkering of het aanvullend pensioen. Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens en zzp’ers Het maximale tarief voor aftrekposten zoals de hypotheekrente, de ondernemersaftrek, de zorgkosten, etc., gaat omlaag naar het tarief van de eerste schijf (36,93 procent). De zelfstandigenaftrek wordt met € 1.278 verlaagd naar € 5.033. Weinig veranderingen voor woningeigenaren Het eigenwoningforfait daalt van 0,45 procent naar 0,35 procent De bijtelling bij geen of geringe eigenwoningschuld stijgt van 13,3 procent naar 16,67 procent. Deze maatregelen zijn merkbaar bij de belastingaangifte over 2023 in 2024, of via de voorlopige aanslag.

4 | Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023

De toeslagen stijgen Het kindgebonden budget voor het eerste en het tweede kind stijgt met € 36 per maand. Vanaf het derde kind gaat het omhoog met € 44 per kind per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders (de alleenstaande ouderkop) stijgt met € 47 per maand. Ook de inkomensgrens voor het kindgebonden budget gaat omhoog. De kinderbijslag gaat per kwartaal met € 21 tot € 30 omhoog afhankelijk van de leeftijd van het kind. De huurtoeslag stijgt, omdat het deel van de huur wat huishoudens zelf moeten betalen, lager wordt. Ook gaat de maximale huurgrens met € 45 omhoog naar € 808. De zorgtoeslag gaat € 40 tot € 60 per maand omhoog, afhankelijk van het inkomen. Ook voor de zorgtoeslag geldt dat de inkomensgrens omhooggaat. Hierdoor krijgen meer mensen recht op zorgtoeslag. Financieel kwetsbare huishoudens ontvangen ook in 2023 een energietoeslag. In de gemeente Rotterdam is de doelgroep en de hoogte van deze energietoeslag nog niet exact vastgesteld. In dit rapport wordt vooruitlopend hierop uitgegaan van een energietoeslag van € 1.300 aan huishoudens met een inkomen van maximaal 120 procent van de bijstandsnorm. Minimumloon en uitkeringen stijgen Het minimumloon gaat op 1 januari 2023 met 10 procent omhoog. Deze stijging komt boven op de reguliere indexatie.

De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook met 10 procent. Voor de netto bijstandsuitkering betekent dat een stijging van € 134 per maand voor gehuwden/samenwonenden en € 94 per maand voor alleenstaanden. De aanvullende pensioenen worden voor het eerst in jaren weer geïndexeerd. Overige veranderingen Vanaf het schooljaar 2023-2024 hebben studenten weer recht op een basisbeurs. Vanwege de hoge inflatie wordt het bedrag voor uitwonende studenten extra verhoogd. Zij krijgen er elke maand € 165 bij. Er komt een prijsplafond om de stijging van de energierekening te compenseren. De collectiviteitskorting voor de basiszorgverzekering (maximaal 5 procent) verdwijnt per 1 januari. Voor de aanvullende zorgverzekering blijft de collectiviteitskorting wel bestaan. Huurders met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum en een huur boven de € 550 (prijspeil 2020) krijgen per 1 juli 2023 een verlaging tot dat bedrag. Hier hebben we in deze berekeningen nog geen rekening mee gehouden.

2.2 Prijzen Het overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. In de koopkracht wordt ook rekening gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De premie voor de zorgverzekering De premie voor de basiszorgverzekering stijgt naar verwachting gemiddeld met € 11 per maand.

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 5

De overige prijzen stijgen met 5,5 procent Het CPB verwacht dat de prijzen volgend jaar met gemiddeld 2,6 procent zullen stijgen. Dit is veel lager dan de prijsstijging zoals we die dit jaar zien. Of de inflatie daadwerkelijk zo zal uitpakken is erg onzeker. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de prijzen ook volgend jaar nog sterk blijven stijgen. Naast de verwachte stijging van 2,6 procent heeft het CPB ook een scenario uitgewerkt waarbij de prijzen met gemiddeld 5,5 procent stijgen. Dat is het geval wanneer de gasprijzen aanhoudend hoog blijven. Voorzichtigheidshalve gaan we in deze berekeningen uit van het hoge scenario met een inflatie van 5,5 procent. Prijsplafond energie Inmiddels heeft het kabinet vanaf 1 januari 2023 een prijsplafond voor energie ingesteld. Voor gas wordt het maximale tarief € 1,45 per kuub tot een verbruik van 1.200 kuub. Voor elektriciteit wordt het maximale tarief verlaagd tot € 0,40 per kWh tot een verbruik van 2.900 kWh. Voor het energieverbruik boven het plafond betalen huishoudens en andere kleinverbruikers het tarief zoals opgenomen in het energiecontract. In deze berekeningen rekenen we met een gemiddeld gasverbruik van 800 m3 in een flatwoning met energielabel C (huishoudens zonder kinderen) en 1.120 m3 in een tussenwoning met energielabel C (huishoudens met kinderen).

Het stroomverbruik bedraagt: 1-persoonshuishouden: 1.800 kWh; 2-persoonshuishouden: 2.810 kWh; 3-persoonshuishouden: 3.370 kWh; 4-persoonshuishouden: 3.940 kWh. Voor het energieverbruik boven het plafond van 2.900 kWh, gaan we uit van een tarief van € 0,90 per kWh. Momenteel wordt er nog naar oplossingen gezocht voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor het prijsplafond, bijvoorbeeld huishoudens met blok/stadsverwarming.

2.3 Lonen De meeste mensen die in loondienst werken, profiteren volgend jaar waarschijnlijk van de verhoging van het cao-loon. De verwachting van het CPB is dat de lonen volgend jaar gemiddeld met 3,7 procent zullen stijgen. Net als de prijsstijgingen is dit een gemiddelde. Niet iedereen krijgt evenveel, en ook niet direct vanaf de maand januari. Er zijn ook groepen waar het cao-loon niet stijgt. Zelfstandigen moeten zelf een tarief vaststellen.

6 | Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023

3. Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek weergegeven. In de tabel kijken we achtereenvolgens naar het saldo van de inkomsten en uitgaven aan het basispakket met minimaal onvermijdbare uitgaven en naar het saldo van de inkomsten en uitgaven aan het basispakket aangevuld met uitgaven aan sociale participatie. Voor beide pakketten wordt ook het verschil tussen 2022 en de verwachtingen voor 2023 weergegeven. Een beschrijving van de uitgangspunten van de uitgavenpakketten staat in de eerdere minima-effectrapportage.

3.1

Bestedingsruimte na uitgaven basispakket en uitgaven sociale participatie

Alleenstaanden Een alleenstaande tot de AOW-leeftijd houdt elke maand ruim € 100 meer over, oplopend naar € 143. Op 110 procent is het verschil lager dan op 100 en 120 procent. Dat komt doordat er bij 110 procent geen recht meer is op kwijtschelding, waar dat dit jaar nog wel het geval is. Dit wordt weer veroorzaakt doordat de huur- en zorgtoeslag flink stijgen, waardoor de betalingscapaciteit voor de kwijtschelding toeneemt. Op 130 procent is het verschil lager dan op de andere inkomensniveaus. Dit heeft te maken met de energietoeslag. In 2022 werd de energietoeslag toegekend aan huishoudens met een inkomen tot en met 140 procent, volgend jaar is er een toeslag van naar verwachting € 1.300 voor huishoudens met een inkomen tot en met 120 procent. Bij de alleenstaanden vanaf de AOW-leeftijd zien we een stijging tussen de € 142 en € 160 per maand. Alleen op 130 procent is de stijging lager (ruim € 100), doordat er in 2023 bij dat inkomensniveau mogelijk geen recht meer is op energietoeslag. Alleenstaande ouders De grote verhoging van het kindgebonden budget en de kinderbijslag zorgt ervoor dat het saldo voor de alleenstaanden met twee jonge kinderen fors toeneemt met gemiddeld bijna € 250 per maand. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met de hogere tarieven voor kinderopvang.

Diverse kinderopvangorganisaties hebben aangekondigd dat hun tarieven volgend jaar fors stijgen. Als we rekening houden met een tariefstijging van 10 procent, dan zal de gemiddelde vooruitgang rond de € 150 per maand liggen. Voor alleenstaanden met twee oudere kinderen neemt het saldo iets minder toe dan voor alleenstaanden met twee jonge kinderen, gemiddeld € 245. De prijsstijging voor voeding komt harder aan voor huishoudens met oudere kinderen dan voor huishoudens met jongere kinderen, doordat oudere kinderen meer eten dan jongere kinderen. Paren zonder kinderen Bij de paren zonder kinderen zien we een vergelijkbaar patroon als bij de alleenstaanden zonder kinderen. De paren zonder kinderen gaan er gemiddeld ruim € 145 per maand op vooruit. Op 110 en 130 procent zijn de verschillen kleiner dan op 100 en 120 procent. Hier doen zich dezelfde verschijnselen voor als bij de alleenstaande tot de AOW-leeftijd: op 110 procent is er geen recht meer op kwijtschelding van lokale lasten en op 130 procent komt men mogelijk niet (meer) in aanmerking voor de energietoeslag.

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 7

Het oudere echtpaar gaat er iets meer op vooruit, gemiddeld € 155 per maand. Vanwege het hogere normbedrag is er in 2023 ook op 110 procent nog recht op kwijtschelding van lokale lasten. Paren met kinderen Het paar met twee jonge kinderen gaat er gemiddeld € 205 per maand op vooruit. Net als bij de alleenstaande met kinderen gaat het paar met twee oudere kinderen er minder op vooruit dan met twee jonge kinderen, gemiddeld € 195 per maand. Ook hier zien we het effect van de prijsstijging van voeding. Het paar met twee oudere kinderen kon op alle onderzochte inkomensniveaus uit de eerdere rapportage niet alle uitgaven inclusief sociale participatie betalen. Dat is volgend jaar naar verwachting wel het geval. Ook bij het paar met jonge kinderen zullen zich geen tekorten voordoen (dit jaar was dit op bijstandsniveau nog wel het geval). Zelfstandig wonende 18-jarigen De tekorten van een zelfstandig wonende 18-jarige zullen in 2023 lager zijn dan in 2022. Bij een huur van € 550 scheelt dit bijna € 50 per maand voor een jongere die bijstand of studiefinanciering ontvangt. Een 18-jarige met een fulltime baan gaat er € 130 op vooruit. Bij een lager huur, van € 400, zijn de verschillen ruim € 10 hoger. Door de stijging van minimumloon gaan werkende 18-jarigen er meer op vooruit dan 18-jarigen met een bijstandsuitkering of studiefinanciering.

De bijstandsnorm stijgt weliswaar mee met het minimumloon, maar omdat de norm voor 18- tot 21-jarigen vrij laag is, heeft dit minder effect. Ondanks het positieve verschil met 2022, krijgt een zelfstandig wonende 18-jarige ook in 2023 de begroting niet rond, of hij/zij nu bijstand ontvangt, werkt tegen het minimumjeugdloon of studiefinanciering ontvang. Met een lagere huur van € 400, waarvoor wel huurtoeslag kan worden ontvangen, kan de 18-jarige met het minimumloon net de basisuitgaven voldoen. Er is echter geen ruimte voor sociale participatie. We zien dus in deze, en voorgaande, rapportages grote tekorten bij zelfstandig wonende 18-jarigen. Een zelfstandig wonende 18-jarige die studeert, zou het tekort (deels) kunnen opvangen door naast de studie ook te werken. Verder geldt in zijn algemeenheid een onderhoudsplicht van ouders voor hun kinderen tot 21 jaar. Dit betekent dat ouders verantwoordelijk zijn voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp voor hun kinderen. Niet alle jongeren tot 21 jaar kunnen op de onderhoudsplicht van hun ouders terugvallen. Deze jongeren kunnen in de gemeente Rotterdam in aanmerking komen voor een aanvulling vanuit de bijzondere bijstand voor levensonderhoud: ‘De Aanvullende Bijstand’, ofwel ‘DAB’.

Uitgangspunt van DAB is dat de hoogte van totale inkomen van deze jongvolwassen (waaronder inbegrepen de DAB-uitkering) niet het netto minimumjeugdloon van de respectievelijke leeftijd overstijgt, en ook nooit meer mag bedragen dan de bijstandsnorm voor een 21-jarige. De hoogte van DAB bedraagt voor 18-jarigen € 578,47. Dat betekent dat zelfstandig wonende 18-jarigen, die niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht van hun ouders, nog steeds de begroting niet helemaal rond kunnen krijgen. Bij een huur van € 400 kunnen de basisuitgaven worden voldaan, maar niet de kosten voor sociale participatie. Bij een hogere huur is er ook te weinig inkomen om alle basisuitgaven te voldoen.

8 | Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023

Tabel 1: Saldo inkomsten en uitgaven 2023 – 2022

a. Alleenstaande

€ € € €

saldo na basispakket 93 137 219 263

jul-22 saldo na basispakket en participatie € -11 € 33 € 115 € 160

€ € € €

saldo na basispakket 351 372 438 474

saldo na basispakket en participatie € 251 € 272 € 335 € 370

€ € € €

saldo na basispakket 365 385 491 581

saldo na basispakket en participatie € 184 € 203 € 303 € 382

€ € € €

saldo na basispakket 238 275 413 416

saldo na basispakket en participatie € 61 € 99 € 236 € 203

€ € € €

saldo na basispakket 87 178 221 236

saldo na basispakket en participatie € -80 € 11 € 54 € 69

€ € € €

saldo na basispakket 376 381 496 537

saldo na basispakket en participatie € 212 € 217 € 329 € 370

€ € € €

saldo na basispakket 202 293 319 324

saldo na basispakket en participatie € -42 € 49 € 69 € 61

h. Paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie 100% € 301 € 47 110% € 382 € 128 120% € 482 € 229 130% € 386 € 93

€ € € €

saldo na basispakket 100 190 233 191

saldo na basispakket en participatie € -140 € -50 € -7 € -85

i. Zelfstandig wonende 18-jarige, huur 550 euro saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie Bijstand € -908 € -1.017 Minimumloon € -291 € -401 Studiefinanciering € -528 € -637

saldo na basispakket € -962 € -427 € -579

saldo na basispakket en participatie € -1.066 € -531 € -683

j. Zelfstandig wonende 18-jarige, huur 400 euro saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie Bijstand € -584 € -693 Minimumloon € 33 € -77 Studiefinanciering € -204 € -313

saldo na basispakket € -650 € -115 € -267

saldo na basispakket en participatie € -754 € -219 € -371

100% € 110% € 120% € 130% €

saldo na basispakket 227 248 368 371

jan-23 saldo na basispakket en participatie € 117 € 138 € 258 € 261

saldo na basispakket 498 532 604 580

saldo na basispakket en participatie € 392 € 426 € 494 € 471

€ € € €

verschil na basispakket 133 111 149 107

Verschil 2022 - 2023 verschil na basispakket en participatie € 128 € 106 € 143 € 102

€ € € €

verschil na basispakket 147 160 165 106

verschil na basispakket en participatie € 142 € 154 € 160 € 101

€ € € €

verschil na basispakket 260 269 282 229

verschil na basispakket en participatie € 250 € 259 € 272 € 218

€ € € €

verschil na basispakket 251 261 275 242

verschil na basispakket en participatie € 240 € 251 € 265 € 230

€ € € €

verschil na basispakket 150 128 199 146

verschil na basispakket en participatie € 141 € 119 € 190 € 137

€ € € €

verschil na basispakket 155 191 172 140

verschil na basispakket en participatie € 145 € 182 € 163 € 131

€ € € €

verschil na basispakket 210 201 258 205

verschil na basispakket en participatie € 197 € 187 € 245 € 190

€ € € €

verschil na basispakket 201 192 249 195

verschil na basispakket en participatie € 187 € 178 € 235 € 179

€ € €

verschil na basispakket 54 136 51

verschil na basispakket en participatie € 48 € 130 € 46

€ € €

verschil na basispakket 66 148 63

verschil na basispakket en participatie € 60 € 142 € 58

b. Alleenstaande oudere

100% € 110% € 120% € 130% €

c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie 100% € 625 € 433 110% € 653 € 462 120% € 773 € 575 130% € 810 € 600 d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie 100% € 488 € 301 110% € 536 € 349 120% € 688 € 501 130% € 659 € 432 e. Paar zonder kinderen

100% € 110% € 120% € 130% €

saldo na basispakket 237 306 420 382

saldo na basispakket en participatie € 61 € 130 € 244 € 206

100% € 110% € 120% € 130% €

saldo na basispakket 530 572 669 677

saldo na basispakket en participatie € 358 € 400 € 493 € 501

g. Paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) saldo na basispakket 100% € 413 110% € 494 120% € 578 130% € 529

saldo na basispakket en participatie € 154 € 236 € 313 € 252

f. Ouder paar

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 9

3.2 Armoedeval In 2023 doen zicht iets meer armoedevallen voor dan in 2022. Alleenstaande ouderen, eenoudergezinnen met oudere kinderen en paren onder de AOW-leeftijd (zowel met als zonder kinderen) hebben op 130 procent minder bestedingsruimte dan op 120 procent. Deze armoedeval wordt veroorzaakt door het wegvallen van het recht op energietoeslag bij een inkomen hoger dan 120 procent. Hierbij wordt dus ervan uitgegaan dat de groep met een inkomen hoger dan 120 procent geen recht heeft op de energietoeslag van 2023. Dit scheelt maandelijks € 108 (€ 1.300/12). In 2022 leidde dit niet bij alle genoemde huishoudtypen tot een armoedeval, omdat de energietoeslag toen werd uitgekeerd aan huishoudens met een inkomen tot en met 140 procent van de geldende bijstandsnorm.

3.3 Hogere energielasten In dit onderzoek is uitgegaan van een woning met energielabel C. Huishoudens in een woning met een ongunstiger energielabel, bijvoorbeeld F of G, kunnen met hogere energielasten te maken krijgen, wat resulteert in een lager saldo. Het prijsplafond zoals dat vanaf januari 2023 ingaat, geldt tot een verbruik van 1.200 m3 gas en 2.900 kWh stroom per jaar. Voor het energieverbruik boven het plafond betalen huishoudens het tarief zoals opgenomen in het energiecontract. Gemiddeld komt het gasverbruik van een flatwoning met label F of G niet boven het plafond uit. Voor een tussenwoning gebouwd vóór het jaar 2000 is dat wel het geval. Het gemiddelde verbruik bedraagt dan 1.329 m3 in plaats van 1.120 m3 met label C. Dat betekent € 10 hogere kosten per maand tot het plafond, namelijk (1.200 - 1.120) * 1,45/12. Daarboven hangt het af van het markttarief. Het gemiddelde tarief van diverse energiemaatschappijen ligt momenteel op € 3 voor gas. Voor het deel boven het plafond betaalt deze klant dan € 32, namelijk (1.329 – 1.200) * 3/12. Een huishouden in een tussenwoning met label F of G is dan zo’n € 42 per maand duurder uit dan in een woning met label C. De lastenverlichting in 2023 zorgt ervoor dat alle voorbeeldhuishoudens dat kunnen betalen (met uitzondering van de 18-jarige, die toch al met tekorten te maken heeft).

Knelpunten kunnen blijven bestaan voor huishoudens die een extreem hoog energieverbruik hebben. Zo berichtte het NRC begin oktober over de situatie van Hayat Afkyr1. Vanwege haar chronische ziekte verbruikt zij drie keer zoveel als een gemiddelde alleenstaande: meer dan 6.000 kWh per jaar. Zij zal er door het prijsplafond weliswaar op vooruitgaan, maar blijft alsnog flink meer betalen dan een gemiddeld persoon. In de gemeente Rotterdam kan in dit soort gevallen individuele bijzondere bijstand worden aangevraagd: mensen met een bovengemiddeld hoog energieverbruik als gevolg van een medische aandoening komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van de gemeente. De gemeente Rotterdam heeft dus ook oog voor deze doelgroep.

_______________ 1

“Chronisch zieken hebben weinig baat bij prijsplafond”, NRC, 5 oktober 2022

10 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

4. Conclusie In deze analyse hebben we gekeken naar het effect van de maatregelen uit het Belastingplan 2023 dat het kabinet met Prinsjesdag heeft bekendgemaakt. We hebben de Minima-effectrapportage die we in de tweede helft van dit jaar hebben uitgevoerd voor de gemeente Rotterdam geüpdatet. We hebben hierbij rekening gehouden met een verwachtte prijsstijging in 2023 van 5,5 procent zoals het CPB dat inschat in hun negatieve scenario. De regelingen uit het minimabeleid van de gemeente Rotterdam hebben we gelijk gehouden aan 2022. Omdat de plannen niet de definitieve situatie voor 2023 weergeven, is het beeld dat we schetsen met de nodige onzekerheden omgeven. De belangrijkste onzekerheid betreft de prijsontwikkeling. Alhoewel we met een gemiddelde prijsstijging van 5,5 procent aan de hoge kant zitten, moeten we afwachten hoe de inflatie zich uiteindelijke ontwikkelt. We zien dat de meeste huishoudens zonder kinderen met een inkomen tot 130 procent van het minimum er volgend jaar tussen de € 100 en € 200 per maand op vooruitgaan. Huishoudens met twee kinderen gaan er naar verwachting € 175 tot € 275 per maand op vooruit. De vooruitgang komt vooral door de extra verhoging van het minimumloon wat doorwerkt in de bijstandsnorm en de AOW-uitkering. Daarnaast gaan de heffingskortingen vrij fors omhoog en stijgen de toeslagen.

Hierdoor komt geen van de onderzochte situaties meer te kort en kunnen zij allemaal de minimale uitgaven betalen. Uitzondering zijn zelfstandig wonende 18-jarigen. Ook deze groep gaat erop vooruit, maar de tekorten zijn te groot om door de maatregelen volledig gecompenseerd te worden. De alleenstaande tot de AOW-leeftijd houdt op bijstandsniveau € 117 per maand over nadat alle minimale uitgaven inclusief sociale participatie zijn gedaan. Dit loopt op tot € 261 bij een inkomen van 130 procent. Voor het paar zonder kinderen tot de AOWleeftijd is dat respectievelijk € 61 en € 206. Vanaf de AOW-leeftijd blijft er veel meer over. Dat komt doordat de AOW-uitkering en de bijstandsnorm vanaf de AOW-leeftijd hoger is dan de bijstandsuitkering tot de AOWleeftijd. De alleenstaande ouder met twee kinderen heeft meer bestedingsruimte dan de alleenstaande zonder kinderen. Dat komt doordat het kindgebonden budget een hoog bedrag is dat stijgt in 2023. Het paar met twee jonge kinderen heeft net als de alleenstaande meer bestedingsruimte dan het paar zonder kinderen. Ook dit komt door de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Het paar met twee oudere minderjarige kinderen heeft weliswaar minder bestedingsruimte dan het paar met twee jonge kinderen, maar door de lastenverlichting is er volgend jaar geen tekort meer op de begroting.

Zelfstandig wonende 18-jarigen die niet op de onderhoudsplicht van hun ouders kunnen terugvallen, kunnen ook in 2023 de maandbegroting niet rond krijgen, als zij ook de kosten van sociale participatie moeten bekostigen. De tekorten zijn wel kleiner dan in 2022.

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 11

Ten slotte hebben we gekeken naar het effect van het prijsplafond op energie. Dat betekent een verbetering voor de meeste huishoudens. Huishoudens die boven het plafond uitkomen, zullen voor het meerdere het markttarief betalen. Huishoudens in een energie-onzuinige flatwoning met label F of G zullen met een gemiddeld gasverbruik niet boven het plafond uitkomen. Voor huishoudens in een wat oudere tussenwoning is dat wel het geval. Een voorbeeldberekening laat zien dat zij gemiddeld genomen € 42 per maand meer betalen dan in een woning met label C. Door de lastenverlichting in 2023 kunnen de meeste voorbeeldhuishoudens dit extra bedrag betalen. Uitzondering is de zelfstandig wonende 18-jarige, maar deze groep heeft ook zonder hogere energielasten al te maken met tekorten. Huishoudens die bijvoorbeeld door een chronische ziekte een erg hoog energieverbruik hebben, zullen ondanks de lastenverlichting en het prijsplafond de hoge marktprijzen niet zonder meer kunnen betalen. In de gemeente Rotterdam is voor dit soort huishoudens een tegemoetkoming in de vorm van bijzondere bijstand mogelijk.

Hoewel de uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat de meeste onderzochte huishoudens hun maandbegroting rond kunnen krijgen, wil dat niet zeggen dat alle huishoudens in Rotterdam gemakkelijk rond kunnen komen. In deze rapportage gaan we uit van een aantal voorwaarden aan de begrotingen: 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet geen of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld mensen met een hogere huur dan hier opgenomen, en nu ook zeker voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. Kijkend naar deze voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Daar komt bij dat een aantal regelingen, die in dit onderzoek zijn meegenomen, tijdelijk van aard zijn. Dit geldt voor het prijsplafond voor energie en voor de energietoeslag. Ook de stijging van het kindgebonden budget is niet structureel. Het vooruitzicht voor huishoudens met een laag inkomen is daarom nog met de nodige onzekerheid omgeven.

12 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

Bijlage 1 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De uitgavenposten waar lokale tegemoetkomingen tegenover staan zijn aangeduid. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 13

a. Alleenstaande 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1196 154 353 0 0 0 0 0 1703

1315 154 353 0 0 0 0 0 1822

1435 154 353 0 0 0 0 0 1942

1554 154 345 0 0 0 0 0 2053

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

647 24 •• 9 10 6 • 4 • 69 207 23 0 0 2 18 * 0 1020

647 24 •• 9 10 25 13 69 207 23 0 0 2 18 * 70 1118

647 24 •• 9 10 25 13 69 207 23 0 0 2 18 * 70 1118

647 132 9 10 25 13 69 207 23 0 0 2 18 * 70 1226

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

58 77 26 6 4 0 * 171

58 77 26 6 4 0 * 171

58 77 26 6 4 0 * 171

58 77 26 6 4 0 * 171

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1476

1574

1574

1683

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

227

248

368

371

SOCIALE PARTICIPATIE

110

110

110

110

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

117

138

258

261

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

14 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

b. Alleenstaande oudere 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1430 154 355 0 0 0 0 0 1939

1464 154 355 0 0 0 0 0 1973

1597 154 355 0 0 0 0 0 2106

1730 154 307 0 0 0 0 0 2191

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

647 38 •• 10 11 6 • 4 • 69 207 13 0 0 2 1 •• * 0 1010

647 38 •• 10 11 6 • 4 • 69 207 13 0 0 2 1 •• * 0 1010

647 38 •• 10 11 25 13 69 207 13 0 0 2 10 •• * 0 1046

647 147 10 11 25 13 69 207 13 0 0 2 10 •• * 0 1154

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

33 •• 77 26 9 4 0 * 149

33 •• 77 26 9 4 0 * 149

58 77 26 9 4 0 * 174

58 77 26 9 4 0 * 174

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

249 7 21 0 * * 5 282

249 7 21 0 * * 5 282

249 7 21 0 * * 5 282

249 7 21 0 * * 5 282

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1441

1441

1502

1611

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

498

532

604

580

SOCIALE PARTICIPATIE

106 ••

106 ••

110

110

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

392

426

494

471

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 15

c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1196 154 383 179 586 0 0 0 2498

1575 154 383 179 265 746 93 0 3396

1713 154 383 179 265 1119 107 0 3920

1845 154 383 179 265 1119 126 0 4072

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

694 58 •• 74 18 8 • 13 • 69 207 29 0 •• 12 2 25 •• * 0 1210

694 58 •• 74 18 32 22 69 207 29 0 •• 777 2 25 •• * 70 2079

694 58 •• 74 18 32 22 69 207 29 5 •• 1166 2 29 * 70 2476

694 167 74 18 32 22 69 207 29 11 1166 2 29 * 70 2591

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

107 •• 95 26 6 4 0 * 239

107 •• 95 26 6 4 0 * 239

115 95 26 6 4 0 * 247

115 95 26 6 4 0 * 247

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

350 11 52 0 * * 11 424

350 11 52 0 * * 11 424

350 11 52 0 * * 11 424

350 11 52 0 * * 11 424

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1873

2742

3148

3262

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

625

653

773

810

SOCIALE PARTICIPATIE

192 ••

192 ••

198 ••

211

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

433

462

575

600

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

16 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1196 154 383 256 648 0 0 0 2637

1668 154 383 256 327 0 0 0 2788

1820 154 383 256 327 0 0 0 2940

1971 148 377 256 324 0 0 0 3077

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

694 58 •• 74 18 8 • 13 • 79 207 29 32 •• 0 2 37 •• * 0 1252

694 58 •• 74 18 32 22 79 207 29 32 •• 0 2 37 •• * 70 1356

694 58 •• 74 18 32 22 79 207 29 32 •• 0 2 37 •• * 70 1356

694 167 74 18 32 22 79 207 29 84 •• 0 2 43 •• * 70 1522

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

120 •• 104 26 6 4 0 * 261

120 •• 104 26 6 4 0 * 261

120 •• 104 26 6 4 0 * 261

120 •• 104 26 6 4 0 * 261

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

545 11 67 0 * * 11 634

545 11 67 0 * * 11 634

545 11 67 0 * * 11 634

545 11 67 0 * * 11 634

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2148

2252

2252

2418

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

488

536

688

659

SOCIALE PARTICIPATIE

187 ••

187 ••

187 ••

226 ••

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

301

349

501

432

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 17

e. Paar zonder kinderen 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1708 263 353 0 0 0 0 0 2324

1879 263 353 0 0 0 0 0 2495

2050 239 321 0 0 0 0 0 2610

2221 200 259 0 0 0 0 0 2680

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

647 24 •• 39 14 7 • 13 • 79 415 37 0 0 8 37 * 0 1320

647 24 •• 39 14 30 22 79 415 37 0 0 8 37 * 70 1422

647 24 •• 39 14 30 22 79 415 37 0 0 8 37 * 70 1422

647 132 39 14 30 22 79 415 37 0 0 8 37 * 70 1530

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

115 91 26 11 8 0 * 251

115 91 26 11 8 0 * 251

115 91 26 11 8 0 * 251

115 91 26 11 8 0 * 251

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

454 9 45 0 * * 8 516

454 9 45 0 * * 8 516

454 9 45 0 * * 8 516

454 9 45 0 * * 8 516

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2087

2189

2189

2298

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

237

306

420

382

SOCIALE PARTICIPATIE

176

176

176

176

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

61

130

244

206

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

18 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

f. Ouder paar 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1946 263 356 0 0 0 0 0 2565

1988 263 356 0 0 0 0 0 2607

2169 244 356 0 0 0 0 0 2769

2349 217 319 0 0 0 0 0 2885

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

647 38 •• 44 16 7 • 13 • 79 415 17 0 0 8 11 •• * 0 1294

647 38 •• 44 16 7 • 13 • 79 415 17 0 0 8 11 •• * 0 1294

647 38 •• 44 16 30 22 79 415 17 0 0 8 19 •• * 0 1334

647 147 44 16 30 22 79 415 17 0 0 8 19 •• * 0 1443

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

90 •• 91 26 14 8 0 * 229

90 •• 91 26 14 8 0 * 229

115 91 26 14 8 0 * 254

115 91 26 14 8 0 * 254

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

452 9 42 0 * * 8 512

452 9 42 0 * * 8 512

452 9 42 0 * * 8 512

452 9 42 0 * * 8 512

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2035

2035

2100

2208

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

530

572

669

677

SOCIALE PARTICIPATIE

172 ••

172 ••

176

176

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

358

400

493

501

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 19

g. Paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1708 263 383 179 265 0 0 0 2798

1879 263 383 179 265 0 0 0 2969

2050 239 351 179 265 0 0 0 3084

2221 200 289 179 265 0 0 0 3154

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

694 58 •• 112 21 8 • 13 • 79 415 41 0 •• 12 8 43 •• * 0 1504

694 58 •• 112 21 18 • 22 79 415 41 0 •• 12 8 43 •• * 70 1594

694 58 •• 112 21 32 22 79 415 41 5 •• 12 8 47 * 70 1617

694 167 112 21 32 22 79 415 41 11 16 8 47 * 70 1735

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

158 •• 112 26 11 8 0 * 315

158 •• 112 26 11 8 0 * 315

166 112 26 11 8 0 * 323

166 112 26 11 8 0 * 323

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

465 13 74 0 * * 14 566

465 13 74 0 * * 14 566

465 13 74 0 * * 14 566

465 13 74 0 * * 14 566

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2385

2475

2506

2625

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

413

494

578

529

SOCIALE PARTICIPATIE

258 ••

258 ••

264 ••

277

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

154

236

313

252

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

20 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

h. Paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1708 263 383 256 327 0 0 0 2937

1879 263 383 256 327 0 0 0 3108

2050 239 351 256 327 0 0 0 3223

2221 200 289 256 327 0 0 0 3293

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

694 58 •• 112 21 8 • 13 • 89 415 41 32 •• 0 8 55 •• * 0 1547

694 58 •• 112 21 18 • 22 89 415 41 32 •• 0 8 55 •• * 70 1636

694 58 •• 112 21 32 22 89 415 41 32 •• 0 8 55 •• * 70 1650

694 167 112 21 32 22 89 415 41 84 •• 0 8 61 •• * 70 1816

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

171 •• 120 26 11 8 0 * 337

171 •• 120 26 11 8 0 * 337

171 •• 120 26 11 8 0 * 337

171 •• 120 26 11 8 0 * 337

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

636 13 89 0 * * 14 752

636 13 89 0 * * 14 752

636 13 89 0 * * 14 752

636 13 89 0 * * 14 752

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2636

2726

2740

2906

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

301

382

482

386

SOCIALE PARTICIPATIE

254 ••

254 ••

254 ••

293 ••

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

47

128

229

93

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 21

i. Zelfstandig wonende 18-jarige, huur 550 euro Bijstand

Minimumloon

Studiefinanciering

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

295 154 0 0 0 0 0 0 449

1010 154 0 0 0 0 0 0 1164

890 154 0 0 0 0 0 0 1044

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

550 24 •• 9 10 6 • 4 • 69 169 23 0 0 2 18 * 0 884

550 24 •• 9 10 25 13 69 169 23 0 0 2 18 * 70 983

550 24 •• 9 10 25 13 69 169 23 187 0 2 18 * 0 1099

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

58 77 26 6 21 0 * 188

58 77 26 6 21 0 * 188

58 77 26 6 21 0 * 188

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1357

1455

1572

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

-908

-291

-528

SOCIALE PARTICIPATIE

110

110

110

-1017

-401

-637

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

22 Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023 |

j. Zelfstandig wonende 18-jarige, huur 400 euro Bijstand

Minimumloon

Studiefinanciering

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

295 154 174 0 0 0 0 0 623

1010 154 174 0 0 0 0 0 1338

890 154 174 0 0 0 0 0 1218

VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

400 24 •• 9 10 6 • 4 • 69 169 23 0 0 2 18 * 0 734

400 24 •• 9 10 25 13 69 169 23 0 0 2 18 * 70 833

400 24 •• 9 10 25 13 69 169 23 187 0 2 18 * 0 949

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

58 77 26 6 21 0 * 188

58 77 26 6 21 0 * 188

58 77 26 6 21 0 * 188

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

250 7 22 0 * * 5 285

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1207

1305

1422

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

-584

33

-204

SOCIALE PARTICIPATIE

110

110

110

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

-693

-77

-313

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Update Minima-effectrapportage 2022: een doorkijk naar 2023| 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5d1b8f52-1e24-4853-8d3e-d84633e03204