CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001540] Bijlage behorende bij 23bb001537 over Rapportage van 6 schouwen Dagprogrammering Rotterdam in 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 5 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: daarbij betrekken22.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

Sardes &DSP-groep, 2023

dat ze graag wel inspraak zouden hebben in het programma. Leerlingen moeten soms namelijk verplicht activiteiten doen die zij eigenlijk niet leuk vinden en zouden graag zelf willen kiezen. Ouders geven aan meer informatie te willen hebben en beter betrokken te willen zijn bij de Dagprogrammering. De informatiebijeenkomsten over de Dagprogrammering, door een aantal scholen georganiseerd, worden echter maar slecht bezocht. Ouders zijn over het algemeen tevreden of zelfs enthousiast over de extra activiteiten die voor hun kinderen worden georganiseerd op school. Onder Dagprogrammering verstaan veel ouders met name de ‘buitenschoolse’ activiteiten. Niet elke ouder heeft goed zicht op wat er tijdens school al aan extra lessen gegeven wordt onder de noemer van Dagprogrammering. Wel zijn ze het over het algemeen wel eens met de keuzes die de school daarin maakt. Het is van belang in overweging te nemen dat de ouders die tijdens de schouwen aan het woord zijn gekomen, over het algemeen bovengemiddeld betrokken zijn (bijvoorbeeld als lid van de oudercommissie of de MR). In het VO kiezen de leerlingen zelf of ze deelnemen aan het niet verplichte deel van de Dagprogrammeringsactiviteiten. Omdat de scholen graag zien dat zoveel mogelijk leerlingen aan de activiteiten deelnemen, proberen ze met de activiteiten aan te sluiten bij de interesses van de leerlingen.

‘Keuze zorgt voor commitment, verplichten zorgt voor demotivatie’, geeft een van de scholen aan. De andere vo-school zet de mentor in bij het motiveren van leerlingen: ’Als een leerling niet aanwezig is bij een gekozen activiteit of de verplichte extra activiteiten, dan gaat er een seintje naar de mentor. De mentor vraagt vervolgens aan de leerling waar hij/zij was en stimuleert om de volgende keer wel te gaan’. Leerlingen mogen zelf ideeën inbrengen voor de activiteiten. Op één van de vo-scholen gaven ze aan ook te willen chillen – daar is op andere plekken in de wijk en ook thuis weinig ruimte voor. De school organiseert nu op vrijdagmiddag een huiskamer met PlayStation en Pathé Thuis. De geschouwde vo-scholen zoeken nog wel naar goede manieren om leerlingen te motiveren mee te doen. Bij de ene activiteit lukt dat beter dan bij de andere.

3.2.1 Werving en selectie De werving en selectie van leerlingen voor een eventueel keuzedeel van de Dagprogrammering verschilt per geschouwde basisschool. Sommige scholen hebben alle activiteiten van de Dagprogrammering verplicht gemaakt voor iedereen waardoor er geen werving en selectie nodig is. Eén po-school geeft de leerlingen de mogelijkheid om voorkeursactiviteiten op te geven, en probeert daarmee rekening te houden in de roostering van de activiteiten. Een andere school biedt vrijwillige activiteiten aan, waar leerlingen zich voor kunnen inschrijven. Op de geschouwde vo-scholen is een deel van de activiteiten vrijwillig: leerlingen schrijven zich voor de activiteit in als zij mee willen doen. Er wordt geprobeerd om een derde van de leerlingen deel te laten nemen. Hiervoor zetten de geschouwde VO-scholen wervingstechnieken in zoals: - Coördinatoren Dagprogrammering in alle klassen langs laten gaan voor promotie van de activiteiten; - Mentoren en mentoruren gebruiken voor de promotie van de activiteiten; - Bij huisbezoeken praten over de extra curriculaire activiteiten; - Een startbijeenkomst organiseren; - Een overzicht van het aanbod in de schoolapp plaatsen. Het behalen van de deelname van een derde van de leerlingen blijkt ondanks het gebruik van de wervingstechnieken nog lastig.

Om de deelname verder te vergroten, heeft een van de VOscholen besloten om een deel van de vrijwillige naschoolse activiteiten te laten plaatsvinden Schouwen Dagprogrammering 2022

23

Sardes &DSP-groep, 2023

tijdens de verplichte lestijd. Leerlingen die goede cijfers halen, mogen er nu voor kiezen om naar een vrijwillige naschoolse activiteit te gaan en het verplichte uur over te slaan. Leerlingen met minder goede cijfers zullen het gemiste uur op een ander moment alsnog moeten inhalen. Leerlingen en ouders Leerlingen vinden het over het algemeen fijn als zij zelf mogen kiezen waar ze aan mee willen doen. De VO-leerlingen vinden het bovendien prettig dat deelname niet verplicht is, omdat sommige van hen al andere activiteiten zoals sport of werk na school hebben. Op drie van de geschouwde po-scholen geven ouders aan dat ze meer keuzevrijheid en inspraak in het Dagprogrammeringsaanbod zouden waarderen.

3.3 Inhoudelijke invulling Invulling Dagprogrammeringsactiviteiten De geschouwde scholen zijn zich ervan bewust dat de meeste van hun leerlingen in hun vrije tijd minder ontwikkelingsaanbod krijgen dan kinderen uit anderen wijken en zetten de Dagprogrammering in om dit verschil te compenseren. Zo krijgen leerlingen binnen de Dagprogrammering sportieve en culturele vakken aangeboden, maar ook techniek, ICT en wereldoriëntatie. Een aantal geschouwde scholen organiseert bovendien excursies buiten de school, om de belevingswereld van de leerlingen te vergroten. Wat dat betreft past de invulling van de geschouwde scholen bij het oorspronkelijke doel van de Dagprogrammering. Naast het verrijken van de wereld van leerlingen met het Dagprogrammeringsaanbod streven vrijwel alle geschouwde scholen er ook naar om met de Dagprogrammering de basisvaardigheden van leerlingen te versterken. Dit doen zij in de vorm van extra reken- en taalaanbod, huiswerkbegeleiding en tutoring. Een aantal geschouwde scholen laat zien dat wanneer het lukt om de Dagprogrammering goed te integreren in het reguliere aanbod van de school, het ook beter lukt om de Dagprogrammeringsactiviteiten hier inhoudelijk goed op af te stemmen. Zo worden op een van de geschouwde po-scholen vakleerkrachten ingezet bij de taallessen, zodat ze daar later tijdens de Dagprogrammeringsuren huiswerkbegeleiding bij kunnen geven.

Kwaliteit Dagprogrammering aanbieders Bij het kiezen van externe aanbieders laten de Dagprogrammeringsscholen zich vooral leiden door eerdere ervaringen met organisaties en vooral door de vaardigheden van de daadwerkelijk uitvoerende professionals. De ervaring van de geschouwde scholen is dat het opbouwen van een goede relatie met een externe aanbieder veel tijd en energie kost. Verschillende scholen hebben ook slechte ervaringen gehad met externe aanbieders. Positiever zijn de geschouwde scholen over de organisaties die hun eigen personeel scholen in het werken met de doelgroep. De geschouwde scholen vinden het vooral belangrijk dat de uitvoerende professionals sterke pedagogisch-didactische vaardigheden hebben, goede vakkennis en affiniteit met de doelgroep. Als de pedagogisch-didactische vaardigheden ontbreken, dan levert dat de groepsleerkracht meer werk op, doordat zij het pedagogische klimaat in de klas moet herstellen. Om ervoor te zorgen dat de methodes van de externe vakdocenten aansluiten bij de visie en werkwijze van de school, nodigen een aantal van de geschouwde scholen hun vakdocenten uit voor hun interne scholingsdagen. Het lukt de scholen echter niet altijd om alle externe professionals op hun school hieraan mee te laten doen, omdat het hen hiervoor ontbreekt aan budget en organisatie.

Schouwen Dagprogrammering 2022

24

Sardes &DSP-groep, 2023

Externe professionals en vakdocenten worden soms ook geschoold door de externe organisaties zelf. Bij veel professionals zit de inhoudelijke kennis wel goed, maar kunnen vooral de pedagogisch-didactische vaardigheden worden verbeterd. Verschillende aanbieders zijn zich hier van bewust. Daarom zijn zij ook actief bezig met scholing van hun mensen. Een van de externe aanbieders van Dagprogrammeringsactiviteiten op een school zegt bijvoorbeeld: ‘Wij trainen en coachen de mensen die op de scholen komen, we hebben bijvoorbeeld een buddy-programma voor startende mensen’. Een andere organisatie gaf aan te werken met een bepaald trainingsmodel en strikte eisen te hanteren voor hun trainers en lessen: ‘Onze trainers moeten licenties hebben om een diploma te mogen behouden, dus trainers worden regelmatig bijgeschoold’, en weer een andere aanbieder gaf aan samen te werken met de Pabo om hun vakdocenten te scholen op pedagogisch didactisch gebied. Overigens hebben net als de scholen zelf ook de aanbieders van activiteiten te maken met veel personele wisselingen en een tekort aan goede vakdocenten.

Schouwen Dagprogrammering 2022

25

Sardes &DSP-groep, 2023

4.

Resultaten Wat levert Dagprogrammering op? Die vraag, die in dit hoofdstuk centraal staat, moet vooral worden bezien in het licht van de doelen die met Dagprogrammering worden beoogd. In hoofdstuk 3 kwamen drie samenhangende hoofddoelen naar voren: Verrijking, verbeteren leervaardigheden en bevorderen van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Aan elk daarvan wijden we hieronder een paragraaf. Daarnaast staan we stil bij andere, bijkomende resultaten. Bij alle resultaten zoals die in dit hoofdstuk op een rij worden gezet, zijn twee kanttekeningen op zijn plaats. Allereerst gaat het grotendeels om zachte resultaten. Er liggen geen smartgeformuleerde doelen aan ten grondslag, het ontbreekt aan specifieke prestatie-indicatoren en in aansluiting daarop worden resultaten niet systematisch bijgehouden of gemonitord. In plaats daarvan zijn de resultaten hoofdzakelijk gebaseerd op indrukken en ervaringen van de verschillende betrokkenen. Belangrijker nog is de constatering dat Dagprogrammering plaatsvindt in een dynamische schoolcontext, waarin allerlei factoren, methoden, interventies en programma’s op elkaar inwerken. Dat betekent dat de bijdrage van al die losse elementen niet te isoleren valt. Met andere woorden: of het door Dagprogrammering komt dat schoolresultaten verbeteren en of leerlingen zich op andere vlakken ontwikkelen of verbreden, valt niet met zekerheid te zeggen.

We moeten daarvoor afgaan op de beredeneerde ervaring en indruk van betrokkenen. Daartoe is hun steeds de vraag gesteld wat er, volgens hen, zonder Dagprogrammering niet of minder goed zou gaan op school en voor de leerlingen.

4.1

Verrijking en talentontwikkeling – verbreden van de blik op de wereld “Je ziet letterlijk hun ogen openen als ze de wijk uitgaan.” Leerlingen in Rotterdam Zuid kennis laten maken met activiteiten en werelden die zij niet kennen en/of van huis uit niet zo snel meekrijgen; hun wereld letterlijk en figuurlijk groter maken. Zonder uitzondering onderschrijven de geschouwde scholen, ouders en leerlingen dat Dagprogrammering bijdraagt aan dit doel. Dat wil overigens niet zeggen dat ze ook altijd het belang van dit doel onderschrijven. Daarover zijn de meningen verdeeld onder met name ouders. Een deel van de ouders geeft aan het tweede doel van Dagprogrammering, verbeteren van schoolresultaten, belangrijker te vinden. Verder zien we grote verschillen in de manier waarop scholen het verrijkingsprogramma invullen. In alle gevallen zorgt het voor een bredere blik en ervaring, maar de richting van die blik en ervaring is onvergelijkbaar en in dat opzicht zijn de resultaten op leerlingenniveau dus ook heel verschillend. Waar op de ene school de nadruk ligt op het kennismaken met nieuwe activiteiten en het ontdekken van talenten (bijv. kook- en technieklessen, kickboksen) binnen de schoolmuren, daar trekt de andere school vooral de wijk uit om leerlingen plekken te laten zien waar zij anders nooit komen (bijv. de Erasmusbrug over, een fabriek bezoeken enz.).

Niet altijd hoeven leerlingen overigens de school uit om nieuwe werelden te ontdekken; zo wordt bij kooklessen bijvoorbeeld nadrukkelijk aandacht besteed aan verschillende internationale keukens en aan het gebruik van seizoensgroenten. Schouwen Dagprogrammering 2022

26

Sardes &DSP-groep, 2023

Wat kinderen en jongeren door middel van Dagprogrammering leren en ontdekken is dus erg verschillend, maar hun enthousiasme (ook een resultaat!) over de verrijkingsactiviteiten is over het algemeen groot: “Ik kan hier dingen doen die ik thuis niet kan doen” “Normaal heb ik nooit iets te vertellen als ik uit school kom, maar op donderdag heb ik koken. Dan vertel ik thuis aan één stuk door.” Leerlingbereik Alle activiteiten die tijdens schooltijd (verplicht) plaatsvinden hebben een 100 procent bereik van leerlingen. Anders ligt het voor de facultatieve naschoolse activiteiten. Een verschil tussen Dagprogrammering in primair en voortgezet onderwijs is de verplichting van de activiteiten. In het primair onderwijs horen de activiteiten voor alle leerlingen verplicht te zijn. Voor het voortgezet onderwijs geldt deze verplichting niet. Daar geldt een streven om een derde van de leerlingen te bereiken met de activiteiten, maar in praktijk is het leerlingbereik bij facultatieve naschoolse activiteiten naar schatting van de scholen 15 tot 20 procent. Ook voor scholen in het primair onderwijs is het in praktijk vaak niet goed haalbaar om alle leerlingen mee te laten doen met de extra uren na de door ouders en leerlingen als regulier ervaren schooltijd.

Op een van de geschouwde scholen worden leerlingen soms vrijgesteld van naschoolse Dagprogrammeringsuren als zij aantoonbaar andere verplichtingen na schooltijd hebben.11

4.2

Verbeteren van leervaardigheden en -prestaties “De studieklas heeft gezorgd voor betere cijfers en veel zelfvertrouwen bij mijn kind. Het één versterkt het ander.” “De oudste is erg vooruitgegaan door de extra aandacht in de klas met de dubbele dosis.” In het kader van Dagprogrammering zetten de scholen verschillende middelen in, specifiek bedoeld om de schoolprestaties van leerlingen te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan Rekenfaculteit, naschoolse studieklas, intensivering, dubbele dosis uren12 en extra taal- en rekenuren. Hoewel zoals gezegd niet valt vast te stellen wat de bijdrage hiervan is aan schoolresultaten, valt wel op dat het merendeel van de geschouwde scholen expliciet aangeeft dat er over de gehele linie aantoonbaar beter wordt gescoord op de leervakken: “We scoren voor het eerst op deze school boven het landelijke gemiddelde!” Zelf leggen deze scholen een directe link tussen de Dagprogrammeringsactiviteiten en de gesignaleerde vooruitgang in leerprestaties. Wel benoemen ze ook dat hier meer aspecten op van invloed zijn, zoals een effectievere inzet van (deels nieuwe) lesmethoden. Daarnaast geven enkele geschouwde scholen terug dat de afwisseling tussen doe- en leervakken ervoor zorgt dat leerlingen zich beter kunnen concentreren in de les en dat verrijkingsactiviteiten dus ook indirect zorgen voor vooruitgang in de leerprestaties.

Ook benoemt een van de geschouwde scholen dat de Dagprogrammering positief doorwerkt op de sfeer in de school en daarmee ook in de leerhouding van leerlingen. Een andere school merkt dat leerlingen tijdens de extra activiteiten een andere band met de docenten opbouwen en daardoor tijdens de reguliere lessen ook meer durven vragen.

11

Bron: Wier, K. van der & Korfker, B. (2022). Outputmeting Dagprogrammering, schoolperiode 30 augustus tot december 2021. Den Haag: Capae Dubbele dosis wil zeggen: naast de eigen leerkracht een paar extra handen en ogen in de klas voor extra begeleiding (intensivering) door bijvoorbeeld een onderwijsassistent of leerlingcoach. 12

Schouwen Dagprogrammering 2022

27

Sardes &DSP-groep, 2023

4.3

Bevorderen van sociaal-emotionele ontwikkeling “Dagprogrammering geeft een schwung aan de school. Het zorgt voor een hele positieve sfeer, die doorwerkt in de hele school en die je ook terugziet bij leerlingen. Zij gaan met meer zin en plezier naar school.” De geschouwde scholen ervaren allemaal dat Dagprogrammering bijdraagt aan de sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen. Maar op de vraag waar het dan specifiek om gaat, benoemen zij verschillende dingen. Twee scholen ervaren meer rust binnen de school, onder andere doordat de activiteiten en lessen op vaste momenten door vaste gezichten worden gegeven. Drie scholen spreken van een afname van gedragsproblemen. Op één school is het aantal ‘zorgleerlingen’ drastisch verminderd. Twee andere scholen geven aan verbetering te zien in de sociale vaardigheden, zoals samenwerken, zelfreflectie en flexibel omgaan met verschillende docenten. Verder merken verschillende geschouwde scholen en ouders een toegenomen zelfvertrouwen bij leerlingen: “binnen de Dagprogrammeringsactiviteiten is er ook aandacht voor jezelf leren uiten en voor een groep staan”. Scholen ervaren ook een toename in verantwoordelijkheidsgevoel bij kinderen. De kinderen vinden het leuk om zelf de keuze te mogen maken voor een activiteit.

Een leerling geeft aan het ook lastig te vinden; zo moest hij kiezen tussen een extra (bij)les voor rekenen of een voetbalbaltraining. Hij koos voor rekenen, waardoor hij nu weer op niveau is, maar vond het wel jammer dat hij daardoor ‘iets leuks’ moest missen. Tenslotte benadrukken vooral enkele ouders het belang van een zinvolle naschoolse tijdsbesteding: het houdt hun kinderen letterlijk en figuurlijk van de straat: “Fijn dat Dagprogrammering er is, want anders gaan ze op hun telefoon zitten of op straat hangen. Nu zijn ze lekker bezig, onder toezicht.”

4.4

Bijkomende resultaten Dagprogrammering heeft ook een aantal bijkomende resultaten c.q. bijeffecten. Op het niveau van de leerlingen wordt aangegeven dat veel activiteiten inzetten op meer en plezier beleven aan sporten en bewegen. Daarmee draagt Dagprogrammering bij aan een actieve leefstijl of wordt hiervoor in ieder geval een basis gelegd. Een school merkt op dat ze leerlingen nu ook steeds vaker uit eigen beweging meer zien spelen en sporten, zowel op als buiten de school. Op het niveau van de leraren horen we terug dat Dagprogrammering hun werk niet altijd makkelijker (het vraagt veel van hen), maar wel leuker en uitdagender maakt. Het geeft leraren de kans om, buiten het verplichte/ standaard curriculum om, aandacht te besteden aan onderwerpen en activiteiten waar zij wat mee hebben of waar hun passie ligt. Daarnaast hebben leraren het gevoel met Dagprogrammering echt een verschil te kunnen maken; van meerdere van hen horen we terug dat dat veel voldoening geeft. Twee geschouwde scholen benoemen dat het ziekteverzuim lager is dan voorheen en leggen hierbij zelf de link met Dagprogrammering; dit zorgt naar hun idee voor een grotere betrokkenheid en meer werkplezier. Een school merkt op dat de werkcultuur om ‘een stapje harder te willen lopen’, werkt als magneet op nieuwe mensen.

Het trekt goed en gemotiveerd personeel aan, maar – zo wordt ook aangegeven – het is wellicht niet voor iedereen geschikt: Schouwen Dagprogrammering 2022

28

Sardes &DSP-groep, 2023

“Voor de meeste leerkrachten betekent Dagprogrammering niet alleen een verrijking voor leerlingen, maar ook voor leraren. Aan de andere kant zijn er de afgelopen jaren ook enkele leerkrachten weggegaan, omdat ze niet mee konden of wilden in de nieuwe dynamiek.”

Schouwen Dagprogrammering 2022

29

Sardes &DSP-groep, 2023

5.

Succesfactoren en belemmerende factoren In dit hoofdstuk staan we stil bij de factoren die van invloed zijn op de resultaten van Dagprogrammering. Eerst gaan we in op bevorderende c.q. succesfactoren: aspecten die over het algemeen goed verlopen en vooral moeten worden vastgehouden. Vervolgens komen belemmerende factoren aan bod, dat wil zeggen zaken die veelal moeizaam verlopen, niet helpend zijn en waarop verbetering mogelijk of gewenst is. In zijn algemeenheid valt op dat er veel overeenstemming is tussen de zes geschouwde scholen: zowel de benoemde bevorderende als belemmerende factoren zien en horen we bij (bijna) al deze scholen terug. Alleen de mate waarin die factoren een rol spelen verschilt van school tot school. In aansluiting hierop beperken we ons hieronder grotendeels tot het overkoepelende beeld; alleen waar relevant zoomen we in op verschillen.

5.1 Succesfactoren De factoren die volgens betrokkenen op de geschouwde scholen sterk bepalend zijn voor het succes van Dagprogrammering laten zich samenvatten onder vijf hoofdpunten: 6. Dagprogrammering als onderdeel van een bredere, gezamenlijke visie 7. Gemotiveerde leerkrachten, docenten en aanbieders 8. Dagprogrammering zoveel mogelijk als vast onderdeel in het schoolrooster 9. Een goede mix van activiteiten 10. Organisatie en opzet Ad 1. Dagprogrammering als onderdeel van een bredere, gezamenlijke visie “We hebben hier ingezet op een omslag in denken, doen en uitstraling binnen de school. Dagprogrammering paste daar naadloos in, maar het vraagt wel om een planmatige aanpak. Alle betrokkenen moeten erachter staan en meedoen, anders werkt het niet.”

Zonder uitzondering benadrukken de scholen dat Dagprogrammering alleen zin heeft als je er als school echt voor kiest. Het vraagt veel tijd en energie. Als die tijd en energie er om wat voor reden dan ook niet is, kun je er beter niet aan beginnen, zo luidt het devies. De basis van je onderwijs moet op orde zijn! In aansluiting hierop blijkt het belangrijk om Dagprogrammering niet als een op zichzelf staand aanbod te benaderen, maar te zien als integraal onderdeel van een groter geheel. Het moet passen binnen een bredere schoolvisie. Daartoe zijn er in de eerste plaats een of enkele kartrekkers binnen de school nodig. Daarbij doelen we niet alleen op mensen die de Dagprogrammering binnen de school organiseren en coördineren en daar tijd voor hebben, maar ook op mensen met ideeën hoe Dagprogrammering optimaal in te zetten en in de school te integreren. Doorgaans begint dit op directieniveau. Deze kartrekkers nemen het schoolteam én samenwerkingspartners mee in de visie en maken hen hier enthousiast voor, zodat het uiteindelijk een gezamenlijk plan wordt. Dit impliceert dat de partners die uitvoering geven aan (een deel van) de Dagprogrammeringsactiviteiten, niet naast het schoolteam staan, maar er deel van uitmaken. Het zijn geen externen die af en toe in- en uitvliegen, maar vaste gezichten (dat geeft rust en Schouwen Dagprogrammering 2022

30

Sardes &DSP-groep, 2023

vertrouwen!) die binding hebben en voelen met de school en de leerlingen. Om de gezamenlijkheid te benadrukken en te versterken sluiten deze externe uitvoerders op de meeste geschouwde scholen daarom ook aan bij teamvergaderingen en dergelijke. Dat Dagprogrammering bij voorkeur onderdeel vormt van een bredere schoolvisie zien we ook terug in de wijze waarop het wordt gefinancierd. Op de meeste geschouwde scholen wil men een beter, mooier, sterker en breder aanbod bieden dan de subsidie eigenlijk toelaat. Om dat toch voor elkaar te krijgen gaat de schoolleiding vaak creatief op zoek naar andere potjes, zoals NPO en het jeugdeducatiefonds: “Het is elk jaar weer puzzelen hoe met alle verschillende middelen het aanbod kan worden gerealiseerd en onder aan de streep is gedekt.” Ad 2. Gemotiveerde leerkrachten, docenten en aanbieders “Je weet al snel of iemand het in de vingers heeft, dat kun je bijna niet leren. Dat is belangrijker dan passie voor het eigen vakgebied.”

Het succes van elke Dagprogrammeringsactiviteit staat of valt met degene die het aanbiedt, of dat nu de eigen leerkracht, een andere docent op school of een uitvoerder van een partnerorganisatie is, zo geven de geschouwde scholen aan en horen we ook terug in de reacties van leerlingen. Het moet iemand zijn met passie voor en kennis over de activiteit, maar belangrijker zijn de pedagogisch-didactische vaardigheden en de affiniteit met de doelgroep. Het gaat erom dat de man of vrouw voor de groep de juiste snaar weet te raken en zijn of haar eigen enthousiasme weet over te brengen. Dat geldt voor leraren in het algemeen, maar zeker ook voor de aanbieders van Dagprogrammeringsactiviteiten. Bij de keuze voor aanbieders en uitvoerders wordt hier door de scholen steeds scherper op gelet. En ook partnerorganisaties houden hier bij de aanname van mensen steeds meer rekening mee. Daarbij zijn er nooit garanties; pas in de praktijk, tijdens de uitvoering, wordt duidelijk of ‘de man of vrouw voor de groep’ het in de vingers heeft. Zo niet is het zaak om bij te sturen indien mogelijk of op zoek te gaan naar iemand anders. De geschouwde scholen gaan hierover dan in gesprek met de partnerorganisatie; soms ook is het reden om een andere partij te zoeken.

Sommige scholen nemen het zekere voor het onzekere en werken liever met eigen leerkrachten en docenten, waarvan bekend is dat ze de kunst verstaan om leerlingen te enthousiasmeren én iets bij te brengen. Ook van leerkrachten en docenten vraagt Dagprogrammering om extra inzet en een specifieke attitude: “Je moet flexibel zijn, bijspringen als er bij een activiteit iets aan de hand is en echt het maximale uit leerlingen willen halen. De dagen duren langer en het is best pittig, zeker met leerlingen in deze wijk, maar ik zou niet anders willen!” Veel leerkrachten en docenten geven aan dat werken op een school met Dagprogrammering echt een keuze is. Op een aantal scholen zijn er ook wel mensen weggegaan omdat ze het te zwaar vonden. Maar vooral het enthousiasme en de gedrevenheid bij de diverse betrokkenen valt op. Wat hen kenmerkt is dat ze echt een verschil willen maken voor leerlingen en bereid zijn daar drie stappen harder voor te lopen. Ad 3. Dagprogrammering zoveel mogelijk als vast onderdeel in het schoolrooster “Dagprogrammering is niet ‘leuk voor erbij’, maar verdient een volwaardige plek in het curriculum. Elke leerling moet er optimaal van profiteren.”

Schouwen Dagprogrammering 2022

31

Sardes &DSP-groep, 2023

Eerder zagen we dat Dagprogrammeringsactiviteiten deels binnen en deels na schooltijd plaatsvinden. De geschouwde scholen zien een facultatief naschools aanbod als toegevoegde waarde, maar benadrukken dat het belangrijke inhoudelijke en praktische voordelen biedt om de basis zoveel mogelijk in het ‘reguliere’ schoolrooster in te bouwen. Regulier wil in dit geval zeggen: door leerlingen en ouders ervaren schooltijd. Zo werken de meeste geschouwde scholen met een iets langere schooldag (voor wat extra DP-tijd) en een continurooster waarin zij de pauzes ook benutten voor Dagprogrammeringsactiviteiten. Grootste voordeel van het aanbieden van Dagprogrammering binnen schooltijd is een gegarandeerd 100 procent bereik: alle leerlingen profiteren er in dat geval van. Eerder in dit rapport zagen we dat de deelname aan facultatieve activiteiten na schooltijd sterk varieert en vaak beperkt is. Een van de geschouwde scholen heeft om die reden het naschools aanbod ook min of meer verplicht gemaakt: iedereen doet mee, tenzij ouders een vrijstelling aanvragen. Ander voordeel van Dagprogrammering in onderwijstijd is volgens betrokkenen dat het meer mogelijkheid biedt om de Dagprogrammeringsonderdelen te verbinden met het curriculum.

Bovendien zorgt het voor een welkome afwisseling gedurende de schooldag: “Na een paar uur taal en rekenen is het voor veel leerlingen een zegen om even meer met hun handen bezig te zijn. Daarna kunnen ze zich weer beter concentreren op leervakken, hoewel dat vaak wel even schakelen is.” Daarnaast horen we van de meeste geschouwde scholen terug dat leerlingen tijdens schooltijd meer open staan voor het leren van nieuwe dingen: “Na schooltijd, aan het eind van de middag, zijn ze moe en afgedraaid. Dan hebben ze geen zin en heeft het niet veel zin.” Praktisch voordeel van een Dagprogrammeringsaanbod tijdens schooltijd tot slot is dat de uitvoerders van partnerorganisaties niet voor één naschools uurtje naar school hoeven te komen, maar hun activiteiten aaneengesloten kunnen aanbieden aan meerdere groepen na elkaar. Ad 4. Een goede mix van activiteiten Onder de noemer Dagprogrammering worden uiteenlopende activiteiten aangeboden. Elke school stelt een aanbod samen waarvan het verwacht dat het meerwaarde heeft voor de eigen leerlingpopulatie. Maatwerk is dus geboden: wat werkt en aanspreekt op de ene school kan op de andere school minder positief uitpakken. Hoe dan ook is het altijd de kunst om te zoeken naar een goede, brede mix van aansprekende activiteiten; voor ieder wat wils.

Deels gaat het daarbij om verrijkingsactiviteiten om het blikveld van leerlingen te verbreden en andere talenten te ontdekken, deels ook om activiteiten om het leren (rekenen, taal) en leren leren (studievaardigheden e.d.) te verbeteren. Wat opvalt is dat betrokkenen en met name ouders over de meerwaarde van een aantal verrijkingsactiviteiten soms kritisch zijn, maar eigenlijk altijd hoog opgeven van alle activiteiten gericht op het leren. Zo worden zaken als studieklas en rekenfaculteit hoog gewaardeerd, en gaan er zelfs geluiden op om dit uit te breiden. Juist in focuswijken lijken ouders de meerwaarde van school en schoolsucces in hoge af te meten aan schoolprestaties; dat zien we terug in Rotterdam Zuid, maar is tevens een bevinding in onderzoeken in focuswijken elders in het land. Aan verrijkingsactiviteiten wordt over het algemeen minder waarde gehecht door ouders in focuswijken, mogelijk deels ook omdat ze er zelf niet of minder bekend mee zijn. Dat wil overigens niet zonder meer zeggen dat ze ook minder zien in verplichte extra uren; activiteiten gericht op leren kunnen immers ook tijdens de Dagprogrammeringsuren plaatsvinden, zeker als deze verweven zijn in het reguliere aanbod. Schouwen Dagprogrammering 2022

32

Sardes &DSP-groep, 2023

In aansluiting hierop zijn de ervaringen met intensivering zonder uitzondering positief. De aanwezigheid van extra handen in de klas zorgt ervoor dat de eigen leerkracht meer in zijn of haar kracht komt te staan en dat alle leerlingen per saldo net wat meer aandacht en instructie op maat krijgen, vertellen geschouwde scholen met intensivering in de onderbouw. Vanuit Dagprogrammering blijft intensivering in principe beperkt tot groep 1 en 2, maar vanuit NPOmiddelen13 intensiveren een paar scholen inmiddels ook in groep 3 tot en met 8. Dit wordt ook wel ‘dubbele dosis’ genoemd. Op één school is die ‘dubbele dosis’ ontstaan in coronatijd: omdat verrijkingsactiviteiten geen doorgang konden vinden zijn de uitvoerders hier vrijwel direct ingeschakeld voor extra handen in de klas; de subsidie Dagprogrammering bood hier destijds een coulanceregeling voor. Hoewel deze mensen niet direct geëquipeerd waren voor een ondersteuningsrol in de klas en de een deze rol beter paste dan de ander, viel op hoeveel rust er ontstond en hoe het leren en de leerprestaties erdoor verbeterden. Ad 5. Organisatie en opzet “Het is ieder jaar weer enorm puzzelen om een sluitend rooster te maken. Dat vraagt een planmatige aanpak en veel afstemming.”

Het maakt niet alleen uit welke activiteiten worden aangeboden, maar ook hoe die worden aangeboden om er een succes van te maken. Een aantal punten aangaande de organisatie en opzet zien en horen we op bijna alle geschouwde scholen terug: •

•

•

•

• •

Een strakke organisatie, coördinatie en communicatie omtrent Dagprogrammering, zodat iedereen – van docenten tot leerlingen en van ouders tot uitvoerders – weet wat, waar, wanneer, met wie en waarom. Dit vraagt onder meer om een coördinator en vast aanspreekpunt bij zowel de school als de aanbieders; zij dienen onderling regelmatig af te stemmen. Zoals eerder aangegeven: vaste gezichten voor de groep om een gevoel van rust, veiligheid en vertrouwen te creëren voor leerlingen. Bovendien bevordert dit ook de afstemming en warme overdrachtsmomenten tussen groepsleerkracht en de uitvoerders van activiteiten. Dagprogrammeringsactiviteiten bij voorkeur in kleine groepjes ten behoeve van een intensieve, kwalitatief goede kennismaking en verdieping. Wat de optimale groepsgrootte is hangt uiteraard af van het type activiteit. Zo is de ervaring dat de groep bij verdiepende leeractiviteiten (zoals rekenfaculteit en studieklas) niet groter dan maximaal 6 leerlingen moet zijn, terwijl sport- en spelactiviteiten zich vaak prima lenen voor groepen van 20 of zelfs meer. Verrijkingsactiviteiten zoveel mogelijk in een échte setting om leerlingen te raken en te inspireren.

“Voor een werkelijke kookervaring heb je een goed ingerichte keuken nodig.” En: “Over een fabriek kan iemand iets komen vertellen, maar het maakt pas echt indruk als je het van binnen ziet of zelfs even mag meewerken.” Het is belangrijk om ook voor de praktijkvakken (koken, muziek, techniek enz.) duidelijke leerlijnen te hanteren. Het gaat er immers om dat leerlingen ook hierin echt wat leren, stappen maken en hun talenten ontdekken. Niet te veel switches gedurende de dag, maar ook zorgen voor voldoende afwisseling tussen type activiteiten. De geschouwde scholen gaan hier nu verschillend mee om, deels ook

13

Formeel valt dit dus niet onder de noemer Dagprogrammering, maar voor betrokkenen is dat een kunstmatig onderscheid en vormt het allemaal onderdeel van een groter geheel en hoger doel. Dit sluit aan bij de eerdere constatering dat scholen creatief met de beschikbare middelen omgaan om al het aanbod dat zij nodig achten onder de streep gefinancierd te krijgen.

Schouwen Dagprogrammering 2022

33

Sardes &DSP-groep, 2023

•

afhankelijk van de doelgroep. Waar de één n alle verrijkingsactiviteiten in de middag bundelt om rust in het dagprogramma te creëren, wisselt de ander de verrijkingsactiviteiten juist af met de leervakken met het oog op de spanningsboog. Ook met het zelf kiezen en inschrijven voor Dagprogrammeringsactiviteiten wordt verschillend omgegaan. De ene school acht dit cruciaal voor de motivatie en het commitment, de ander deelt leerlingen zelf in om teleurstellingen vanwege te late - of overinschrijvingen te voorkomen.

5.2 Belemmerende factoren Hiervoor is aan bod gekomen welke aspecten volgens betrokkenen belangrijk zijn om van Dagprogrammering een succes te maken. Daar tegenover staan factoren die juist tegenwerken of belemmeren of gewoon moeizamer verlopen. Deze vatten we samen onder de volgende vijf punten: 5. 6. 7. 8. 9.

Afstemming tussen aanbieders en groepsleerkrachten/docenten Extensivering is voor een grote groep te intensief Communicatie met en betrokkenheid van ouders kan beter De kwetsbaarheid van tijdelijke projectfinanciering Knellende kaders

Ad 1. Meer afstemming tussen aanbieders en groepsleerkrachten/docenten “De verbinding tussen de praktijklessen en de lessen in de klas kan nog sterker. Leerkrachten zouden nog meer kunnen en willen voorbereiden en voortborduren op datgene wat in de praktijklessen aan de orde komt. Leerlingen gaan hierdoor beter het nut inzien.“

Er vindt wel afstemming plaats tussen aanbieders van activiteiten en groepsleerkrachten of docenten, maar vaak impliciet. Voorafgaand en na afloop van een ‘vakles’ is er dan bijvoorbeeld even contact of wordt kort uitgewisseld over de thema’s die aan bod komen of over het gedrag van specifieke leerlingen (waarop te letten, wat ging goed, wat verliep moeizaam?). Maar van een expliciete en structurele methodische of thematische afstemming is niet of nauwelijks sprake, terwijl dit volgens geschouwde scholen tot een nog sterker aanbod zou kunnen leiden: “Hoe mooi zou het zijn als wat in de kookles gebeurt ook bij taal, rekenen en geschiedenis terugkomt? Dan gaat het allemaal nog meer leven bij leerlingen en merken ze bijvoorbeeld dat je voor een recept ook rekenvaardigheden nodig hebt.” Dat dit niet of (te) weinig gebeurt heeft praktische en inhoudelijke redenen: doordat het om min of meer om gescheiden circuits van activiteiten gaat is het niet altijd makkelijk om de verbinding tussen de reguliere lessen en ‘vaklessen’ te vinden en ook is er geen natuurlijk en logisch afstemmingsmoment of -overleg, zoals leerkrachten en docenten dat onderling wel hebben. Dit gaat niet vanzelf, maar moet dus echt worden georganiseerd. Ad 2.

Extensivering is voor een grote groep (te) intensief “Elke vakantie denk je: lekker uitslapen… Maar nee, mijn dochter wil aan alle naschoolse – en vakantieactiviteiten meedoen, zo leuk vindt ze het!” “Mijn kind doet niet mee met de extra activiteiten, want doet al aan zwemmen en turnen. Dat hoeft toch niet via school te lopen? Hoever moet je gaan als school in het zelfredzaam maken van ouders en in het overnemen van hun taken?” Schouwen Dagprogrammering 2022

34

Sardes &DSP-groep, 2023

Bij succesfactor 3 in de vorige paragraaf kwam naar voren dat er onverkort positivisme is over Dagprogrammering binnen schooltijd, maar dat er meer verdeeldheid is over de facultatieve naschoolse/buitenschoolse activiteiten. Waar de een de focus legt op de mogelijkheden die dit biedt, zoomt de ander in op de bezwaren van extensivering, met als belangrijkste: • •

•

•

Naschools aanbod is doorgaans facultatief, met als gevolg dat vaak maar een beperkt aantal leerlingen wordt bereikt. Veel leerlingen zijn na een intensieve schooldag moe. Ze staan dan onvoldoende open om te profiteren en te leren van de aangeboden activiteiten of hebben er vaak geen zin in. “Je moet wel heel gemotiveerd zijn om na schooltijd nog mee te doen. Soms moeten ze nog een uur wachten. De meeste leerlingen hebben dat er niet voor over.” En: “Wij beginnen al om 8 uur. Dan ben ik om half vier echt te moe om nog andere dingen te doen.” In het voortgezet onderwijs zien betrokkenen de deelname teruglopen in de hogere klassen: “Ze krijgen bijbaantjes of hebben verantwoordelijkheden, zoals een broertje of zusje uit school halen. Of ze hebben training in het een of ander.” Voor bekostiging van vrijetijdsactiviteiten kunnen gezinnen die het niet zelf kunnen betalen ook terecht bij onder andere het Jeugdsport- en -Cultuurfonds. Het voordeel is dat kinderen op die manier gelijk geïntroduceerd worden in de verenigingscultuur. Hier wordt tegenin gebracht dat sport en cultuur via school voor veel van de gezinnen in de focuswijken op Zuid laagdrempeliger is en het vertrouwen geeft als het onder de vlag van school plaatsvindt.

Ad 3. Communicatie met en betrokkenheid van ouders kan beter De gesprekken met ouders maken duidelijk dat zij over het geheel genomen de waarde van Dagprogrammering breed onderschrijven, maar ook dat er op het gebied van ouderbetrokkenheid nog een slag is te maken. Mede door corona is de afstand naar ouders letterlijk en figuurlijk groter geworden. Een deel van de ouders geeft aan graag meer en beter geïnformeerd en meer betrokken te willen worden. Daarbij gaat het met name om: •

•

•

de praktische organisatie van activiteiten (“Ik wil niet pas achteraf horen dat ze met de Stint op pad zijn gegaan”, “Ik vind het niet prettig als ik niet weet waar mijn kind naartoe gaat en met wie”, “Soms komen ze wel erg laat terug”); wensen en ideeën voor de invulling van Dagprogrammering (“Waarom rekenfaculteit alleen voor groep 5 en waarom niet ook een taalfaculteit?”, “Er is te weinig aanbod voor sterke leerlingen”, “Er is meer differentiatie en maatwerk nodig; het ene kind heeft baat bij extra taal, het andere bij meer sport”); de gang van zaken in geval van overinschrijving (“Ik zit met een teleurgesteld kind thuis”, “Waarom niet gewoon vaker rouleren bij populaire activiteiten, zodat iedereen aan bod komt?”);

Op hun beurt onderkennen de geschouwde scholen het belang van ouderbetrokkenheid (“We willen ouders juist graag meenemen in onze visie”, “We moeten ouders laten zien dat we het maximale uit hun kind willen halen, maar dat het ook puzzelen is om alles georganiseerd te krijgen”), maar dat zij zoeken naar goede manieren om ouders te informeren en te betrekken. De andere kant is namelijk dat scholen ervaren dat ouders – ook of vooral in deze wijken – soms moeilijk zijn te bereiken: ouderinformatieavonden worden vaak slecht bezocht en informatiebrieven onvoldoende gelezen.

Schouwen Dagprogrammering 2022

35

Sardes &DSP-groep, 2023

Ad 4. Tijdelijke projectfinanciering en knellende kaders “3,73 euro per uur is te weinig om een goed aanbod te kunnen doen. We vullen nu deels aan vanuit NPO-middelen, maar als die straks wegvallen begint de zoektocht opnieuw.” “Ik word er soms gek van, ik kan zoveel leuke andere dingen doen van al die tijd die ik kwijt ben aan verantwoordingen”.

Zoals eerder genoemd is voor de geschouwde scholen de subsidie voor Dagprogrammering niet toereikend om al hun ambities waar te maken. Maar met de nodige creativiteit en het aanwenden van andere potjes, met name NPO-gelden, lukt het de scholen uiteindelijk wel om een programma samen te stellen waar ze achter staan. Hoe dan ook is het een flinke puzzel en kost het de scholen veel tijd om het aantal uren per leerling rond te krijgen. Het verantwoorden van Dagprogrammering ervaren de scholen als een nog grotere opgave, doordat de verschillende subsidiestromen naast elkaar worden ingezet en lesroosters en aantal deelnemers niet elke week hetzelfde zijn. Die verantwoording krijgen ze uiteindelijk wel voor elkaar, maar kost (te) veel tijd. Bovendien maken de geschouwde scholen zich zorgen over de continuïteit van hun opzet en invulling van Dagprogrammering. Als andere, vaak tijdelijke subsidiestromen wegvallen kan de uitvoering niet op dezelfde voet doorgaan. Het risico is dan dat wat afgelopen jaren zorgvuldig is opgebouwd afbrokkelt en de energie terug zal lopen. Een terugkerend geluid op de geschouwde scholen is verder dat de kaders van Dagprogrammering soms knellen. In het primair onderwijs blijkt het vooral ingewikkeld om de 10 uur extra per leerling te waarborgen.

Maar belangrijker nog is dat men de meerwaarde hiervan in twijfel trekt: “Voor de ene leerling is die 10 uur heel goed, maar voor de andere duurt daardoor de schooldag te lang en zorgt het voor overprikkeling.” De wens wordt uitgesproken voor meer flexibiliteit en maatwerk in inzet van intensivering en extensivering: “Voor gelijke kansen moet je ongelijk onderwijs bieden.” Meerdere geschouwde scholen geven het signaal af graag meer vrijheid en vertrouwen te krijgen in het besteden van de budgetten, om nog meer waarde te creëren. Wat nodig is en wat werkt verschilt van school tot school. Op basis van de ervaringen zouden zij dan net wat andere accenten willen leggen, met als meest gehoorde kernpunten: meer activiteiten onder schooltijd, minder na schooltijd, intensivering ook voor groep 3 tot en met 8.

Schouwen Dagprogrammering 2022

36

Sardes &DSP-groep, 2023

6.

Conclusies en aandachtspunten

6.1 Conclusies In dit hoofdstuk trekken we op basis van de onderzoeksvragen conclusies. Uiteraard zijn ook deze conclusies gebaseerd op de zes uitgevoerde schouwen. We weten niet in hoeverre ze algemeen geldend zijn voor alle Dagprogrammeringsscholen. 1. Hoe verloopt de uitvoering van de Dagprogrammering (het proces)? Op de zes geschouwde scholen verloopt de Dagprogrammering, soms na aanvankelijke problemen, over het algemeen goed. We zien op deze zes scholen een duidelijke visie van de schoolleiding, enthousiasme bij het team en een praktische uitvoering die meestal goed op poten staat. Er is op deze scholen dus een effectieve processtructuur. De rol van de ondersteuner Dagprogrammering verschilt van af en toe meedenken tot het aansturen van externe aanbieders en het oplossen van concrete problemen. De organisatie en uitvoering van de Dagprogrammering spelen zich met name af op en rond de school en haar directe samenwerkingspartners. Tussen hen worden rollen en taken op een effectieve manier verdeeld. Sommige geschouwde scholen vinden dat er meer verbinding zou kunnen zijn met andere initiatieven in de wijk of de stad, zoals bijvoorbeeld met Huizen van de wijk. Daarnaast kan de toeleiding naar sportclubs en cultuuractiviteiten in de wijk en de stad bijdragen aan talentontwikkeling en een doorgaande lijn.

Op die manier kan een ‘drietrapsraket’ ontstaan: eerste kennismaking onder schooltijd, verdere kennismaking in Dagprogrammering en voor kinderen en jongeren die zich verder willen verdiepen de doorleiding naar sportclubs en kunstbeoefening e.d. Onderlinge uitwisseling tussen de scholen die meedoen aan Dagprogrammering kan meerwaarde bieden door van elkaar te leren. De geschouwde scholen geven niet expliciet aan dat zij onderling uitwisselen, met uitzondering van ‘Meesterlab’. 2. Hoe verloopt de inhoudelijke invulling van de Dagprogrammering (het programma)? De zes geschouwde scholen verschillen in de inhoudelijke invulling van de Dagprogrammering. Op sommige scholen is het hele aanbod verplicht (geen keuzemogelijkheden), op andere bestaat het aanbod vooral uit keuzemogelijkheden en bij weer andere geschouwde scholen gaat het om een mix van beide. Dat heeft ook te maken met het verschil in deelnamedoelstelling in het po en het vo. Daarnaast wordt ‘intensivering’ ingezet in de groepen waarvoor dat mogelijk is in het kader van de subsidie. De extra activiteiten voor Dagprogrammering hebben met name betrekking op Kunst en Cultuur, Sport en Bewegen en sociaal-emotionele ontwikkeling. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het verrijkingsdoel prevaleert.

Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht is voor de het vergroten van cognitieve vaardigheden, maar dat gebeurt met name in het po wat minder op een directe manier met activiteiten, zoals ook uit de Outputmeting Dagprogrammering blijkt14. In het VO lijkt meer aandacht te zijn voor cognitieve doelen, o.a. door het inzetten van huiswerkbegeleiding, extra mentoruren en/of een extra les Nederlands. Ook deze grotere nadruk op de cognitieve ontwikkeling zien we terug in de Ouputmeting Dagprogrammering. De zes geschouwde scholen verschillen onderling sterk in de mate waarin activiteiten bij alle drie de doelen passen. Datzelfde geldt voor het rekening houden met wensen en behoeften van 14

Wier, K. van der & Korfker, B (2022). Outputmeting Dagprogrammering. Schoolperiode30 augustus-december 2021. Den Haag: Capae

Schouwen Dagprogrammering 2022

37

Sardes &DSP-groep, 2023

ouders en leerlingen. De wensen van ouders spelen over het algemeen geen prominente rol. De geschouwde vo-scholen houden rekening met de wensen van leerlingen, onder de geschouwde po-scholen verschilt dat sterk. 3. Welke resultaten zien we bij kinderen die deelnemen aan de Dagprogrammering op de in de aanvraag geformuleerde doelstellingen van de Dagprogrammering en de gezamenlijke hoofddoelen van de Dagprogrammering? Alle geschouwde scholen geven aan dat ze niet specifiek bijhouden wat de opbrengsten van de Dagprogrammering bij leerlingen zijn, maar dat ze overtuigd zijn van de meerwaarde ervan voor leerlingen op sociaal-emotioneel vlak, op het gebied van verrijking en soms ook op cognitief vlak. Ze vertellen daarbij dat de opbrengst van Dagprogrammering op leerlingniveau niet exclusief te ‘meten’ is, omdat ze veel meer dan dat doen op school en resultaten de opbrengst van het totale schoolbeleid zijn. Wat betreft het verrijkingsdoel kunnen we constateren dat de leerlingen zowel in het verplichte als in het vrijwillige deel mee kunnen doen aan activiteiten waar ze anders niet of minder makkelijk mee in aanraking zouden komen. Op het gebied van cognitieve doelen hebben de scholen zelf de indruk dat leerlingen vooruitgaan, wat ze bijvoorbeeld terug zien in toetsresultaten. Maar tegelijk wijzen ze erop dat de exclusieve invloed van Dagprogrammering daarop moeilijk te meten is.

Immers, het hele onderwijs is daarop van invloed. De scholen ervaren eveneens verbeteringen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, maar welke verbetering dat is, verschilt per school. Zij noemen: een afname van gedragsproblemen, minder zorgleerlingen, beter samenwerken, meer zelfreflectie en flexibel omgaan met verschillende leraren. Voor elk van de drie doelen geldt uiteraard dat de (mogelijke) resultaten samenhangen met doelbewuste inspanningen per doel en in het vo ook afhangen van het aantal leerlingen dat deelnam aan activiteiten. 4. Welke andere factoren, naast de inzet vanuit Dagprogrammering, beïnvloeden waargenomen resultaten, doelen en uitvoering van Dagprogrammering? De schoolsluitingen en –beperkingen in verband met de coronapandemie hebben een grote rol gespeeld en de resultaten beïnvloed, zowel positief als negatief. Voor een van de geschouwde scholen was het aanleiding om de aanbieders van verrijkingsactiviteiten – die door de lockdowns niet meer mogelijk waren – als extra handen in de klas in te zetten (dubbele dosis). Dat heeft zeer positief uitgepakt op de leerprestaties van veel leerlingen, geeft die school aan. Aan de andere kant horen we terug dat door de beperking van alle sociale activiteiten in coronatijd de sociaalemotionele en mentale staat van leerlingen zijn gestagneerd of achteruit gegaan.

Daarmee samenhangend hebben verschillende geschouwde scholen een deel van de NPO-middelen ingezet om Dagprogrammeringsactiviteiten te bekostigen, omdat ze niet uitkomen met het beschikbare budget voor de Dagprogrammering. Er zijn dus meer activiteiten in de Dagprogrammering uitgevoerd dan normaliter gebeurt en dat heeft positieve invloed op de waargenomen resultaten. Uit gesprekken met leerlingen en ouders blijkt dat ook in Rotterdam Zuid de verschillen tussen gezinnen groot zijn. Sommige leerlingen doen al allerlei activiteiten na schooltijd, voor hen is de Dagprogrammering soms belemmerend voor hun andere activiteiten. De ouders maken dan soms gebruik van een vrijstelling, die bedoeld is voor kinderen die aan zinvolle naschoolse activiteiten meedoen, zoals huiswerkbegeleiding of die een kunst of sport beoefenen. Voor andere leerlingen is de Dagprogrammering juist een uitkomst, omdat zij anders niet met deze activiteiten in aanraking zouden komen.

Schouwen Dagprogrammering 2022

38

Sardes &DSP-groep, 2023

5. Zijn er nog verbeteringen die de scholen zelf willen inzetten? De verbeteringen die de geschouwde scholen noemen, zijn: • meer afstemming tussen externe uitvoerders/externe vakleerkrachten en de groepsleerkrachten/docenten; • meer communicatie met en betrokkenheid van ouders; • meer mogelijkheden voor maatwerk, zowel op school- als leerlingniveau, dus ruimere kaders; • hogere projectfinanciering. 6. Zijn de randvoorwaarden daarvoor ingevuld? Het afstemmen tussen externe vakleerkrachten en groepsleerkrachten/docenten kost tijd (en dus geld). Door personeelstekorten en werkdruk is de tijd er vaak niet. Deze randvoorwaarde is dus niet ingevuld en is ook niet één-twee-drie in te vullen. Wat betreft meer communicatie met ouders: dat is een aandachtspunt dat al langere tijd speelt en door de coronamaatregelen urgenter is geworden. Ouders konden een tijd lang de school niet in, dus ouderactiviteiten hebben op een laag pitje gestaan. Nu willen scholen dat weer oppakken, maar de werkdruk en het lerarentekort zijn belemmerend. Sommige scholen willen in het Dagprogrammeringsplan expliciet communicatie met ouders opnemen. In welke mate en op welke locaties meer maatwerk en meer projectfinanciering mogelijk zijn, is aan de stuurgroep CZ. 7.

Welke extra verbeterstappen zijn gewenst? Belangrijke algemene voorwaarden voor succesvolle innovaties zijn: sterk leiderschap, een duidelijke visie en een aanpak die past bij de doelen. Daarnaast zijn de kwaliteit van de professionals, afstemming tussen groeps- en vakleerkrachten en een verbinding tussen het reguliere programma en de extra activiteiten essentieel bij interventies zoals Dagprogrammering. Tijdens de schouwen zien we op de zes scholen sterk leiderschap bij de schoolleiding. Dat blijkt uit een duidelijke visie op wat kinderen nodig hebben en het zoeken van daarbij passende activiteiten, motiveren van het team en het verbinden van vakleerkrachten en het reguliere team (zie ook paragraaf 6.1) en een team dat goed weet wat ze met de Dagprogrammering wil. Dat is een belangrijk succesvoorwaarde: een sterke positionering van Dagprogrammering in de missie van de school en in de visie op onderwijs en leren. Vanuit dergelijke leidende principes kiezen scholen op welke manier ze Dagprogrammering vorm willen geven. Daaruit kunnen dan ook verschillende keuzes per school ontstaan. Zo kiest een geschouwde VO-school ervoor om een deel van de uren verplicht voor iedereen onder schooltijd in te vullen en een deel als keuzeoptie na schooltijd aan te bieden.

Een geschouwde PO-school vindt zes uur extra onder schooltijd met een vast team en vier uur na schooltijd met wisselende vakleerkrachten het meest bij de visie van de school passen. Een andere geschouwde PO-school wil juist alleen met vaste vakleerkrachten werken die aan alle groepen lesgeven. Daarmee hangt ook samen dat de school de vakleerkrachten als een deel van het team ziet en ze uitnodigt voor teambijeenkomsten en studiedagen. Niet alles wat wenselijk is, is haalbaar. Het is al eerder voorbijgekomen: werkdruk, lerarentekorten en de gevolgen van de coronamaatregelen trekken momenteel een zware wissel op scholen. Voor sommige scholen is bovendien de huisvesting een belemmerende factor. Zij willen bijvoorbeeld dat Dagprogrammering in de school plaatsvindt in goed geoutilleerde lokalen, maar daarvoor ontbreekt ruimte en geld. De kwaliteit van vakleerkrachten is een belangrijk aandachtspunt voor veel van de geschouwde scholen, maar soms is men al blij als alle uren gevuld kunnen worden. Afstemming tussen het reguliere en het extra aanbod is eveneens een wens van veel scholen, maar niet altijd goed te realiseren. Schouwen Dagprogrammering 2022

39

Sardes &DSP-groep, 2023

8. De doelstelling is dat 33% van de leerlingen in het vo deelneemt aan het programma, komt Dagprogrammering terecht bij de leerlingen die dat het meest nodig hebben? Op dit moment wordt het percentage van 33% deelnemers niet bereikt op de geschouwde VOscholen. Naar hun eigen schatting is het leerlingbereik bij facultatieve naschoolse activiteiten 15 tot 20 procent. De VO-scholen zetten vooral in op het stimuleren van deelname, waarbij leerlingen zelf de keuze hebben in of en waar ze aan meedoen (buiten de eventuele verplichte extra uren). De scholen hebben daardoor onvoldoende zicht op of díe leerlingen meedoen die het het hardste nodig hebben. 9. De Dagprogrammering moet in het VO veel meer concurreren met andere nuttige bezigheden, zoals huiswerk, sport en baantjes. Hoe zorgen we dat de deelname vergroot wordt, zonder de andere nuttige vrijetijdsbesteding in gevaar te brengen? Veel leerlingen hebben het druk: ze gaan al naar sport of muziekles, hebben bijbaantjes, soms lange schooldagen en ze willen ook hun vrienden ontmoeten (live of online). Dat geldt echter niet voor alle leerlingen in gelijke mate: in de onderbouw zijn logischerwijs gezien hun leeftijd minder leerlingen met bijbaantjes, maar wordt er vaker na schooltijd gesport dan in de bovenbouw, niet alle leerlingen doen alle genoemde activiteiten na schooltijd en dat doen ze ook niet elke dag.

Hoe kunnen de Dagprogrammeringsactiviteiten zowel qua inhoud als timing goed aansluiten op de wensen en mogelijkheden van leerlingen? Dat is niet zo eenvoudig. De momenten waarop leerlingen met andere zaken bezig zijn, verschillen per leerling: de een sport op maandag, de ander op dinsdag en de volgende heeft een bijbaan op zaterdag. Er is dus geen ‘beste moment’ om activiteiten aan te bieden die alle leerlingen bereiken. Een school zou er dan voor kunnen kiezen om activiteiten te organiseren voor de leerlingen die juist na schooltijd weinig te doen hebben, zodat zij optimaal kunnen profiteren van het extra aanbod. Daarvoor is een inventarisatie onder leerlingen nodig, bijvoorbeeld door de mentor. Er dient dan wel voor gewaakt te worden dat het aanbod en daarmee de leerlingen geen stigma krijgen. Het rekeninghouden met de wensen van leerlingen is iets wat de leerlingen zelf ook naar voren brengen als motiverende factor om aan activiteiten mee te doen. Dat kan bijvoorbeeld door gesprekken in mentorlessen en door het uitzetten van een vragenlijst. Er kan dan ook meteen gevraagd worden naar redenen om níet mee te doen, zodat ook daar rekening mee gehouden kan worden. Een andere optie, die veel bijstand krijgt van betrokkenen in en rond de geschouwde scholen, is om de activiteiten die de school cruciaal acht voor alle leerlingen op te nemen in het reguliere lesprogramma.

Dat kan door de lestijden iets te verruimen of het aantal verplichte uren uit te breiden. 10. Voor PO en VO: er is in het VO gekozen voor uitbreiding van het aantal uren (extensivering), hoe verhoudt zich dat qua opbrengsten tot het intensiveren? In het PO kunnen scholen voor de groepen 1 en 2 kiezen voor intensivering, hoe verhoudt zich dit qua opbrengsten tot het extensiveren? Uit de schouwen blijkt dat een deel van de po-scholen liever over zou gaan tot intensivering voor de hele school of dat in elk geval graag deels zou willen doen. Het is dan van belang om voor ogen te houden dat intensiveren en het bieden van extra verrijkingsuren verschillende doelen kunnen dienen. Voor het aanbod kan intensiveren betekenen dat er meer aandacht uit zal gaan naar het versterken van cognitieve vaardigheden binnen de bestaande lesuren (meer handen in de klas, kleinere groepen, tutoring) en minder naar verrijking. Op de twee vo-scholen speelt de wens tot intensiveren niet. Schouwen Dagprogrammering 2022

40

Sardes &DSP-groep, 2023

6.2 Aandachtspunten Op basis van schouwen bij een klein deel van de Dagprogrammeringsscholen, kunnen we geen voor alle scholen geldende aanbevelingen doen. Wel zien we een aantal punten waarvan we denken dat ze belangrijk zijn om mee te nemen in de gesprekken over en plannen voor de Dagprogrammering. Deze punten bespreken we hier. Verkennen van mogelijkheden tot maatwerk In deze ronde schouwen hebben we zes scholen met Dagprogrammering bezocht, met elk een duidelijke visie op de Dagprogrammering en een duidelijk doel voor ogen wat ze er mee willen bereiken. De uitvoering gaat soms met vallen en opstaan, waarbij steeds naar nieuwe evenwichten gezocht moet worden. Valkuilen zijn er bijvoorbeeld als het gaat om de kwaliteit van het externe aanbod (sluit het wel of niet aan bij de kinderen op school en hun behoeften en bij de visie en regels op school) en de pedagogisch-didactische vaardigheden van de externe vakleerkrachten. Ook de deelname van vo-leerlingen is een factor om rekening mee te houden; zij maken soms al lange schooldagen en hebben andere activiteiten na schooltijd waardoor er lang niet altijd tijd en zin is voor extra aanbod vanuit school. En uiteraard heeft juist ook in de Dagprogrammering de coronapandemie een verstorende rol gespeeld.

De Dagprogrammeringsscholen hebben dus voortdurend te maken met veranderende omstandigheden en het zich daaraan aanpassen en hebben behoefte aan ruimte om de Dagprogrammering zo in te richten dat het past bij de situatie op de school en in de buurt. Dat knelt soms met een Dagprogrammeringskader dat bij de start weloverwogen is opgesteld, maar in principe gedurende langere tijd vast staat. Tegelijkertijd biedt een vaststaand kader ook houvast. Er is nagedacht over de kaders, je weet waar je aan toe bent en waar je in elk geval naar moet streven. Onderwijsprofessionals weten immers maar al te goed hoe frustrerend het is om met steeds veranderende regels te moeten werken. Maar omdat wat meerwaarde heeft per school én per leerling kan verschillen, is ruimte voor ongelijke aanpak bij ongelijke scholen van belang. Het is dus zoeken naar evenwicht: in hoeverre staat het Dagprogrammeringskader echt volledig vast en in hoeverre kun je daarbinnen toch zoeken naar maatwerk per school of die ruimte als school gewoon nemen? Werken vanuit visie Met de Dagprogrammering worden verschillende doelen nagestreefd. Het zet zowel in op verrijking als op verbetering van leerprestaties. Hoewel vaak benoemd wordt dat bij leerlingen die meer verrijking krijgen ook de leerresultaten verbeteren, is dat verband niet zomaar één-op-één te leggen.

Ook in de praktijk van de activiteiten zien we dat er niet altijd een logische verbinding is tussen de verrijkingsactiviteiten en de meer cognitief gerichte activiteiten. Beide doelen komen dan los van elkaar staan. In de beeldvorming maakt dat het lastig: waar is de Dagprogrammering precies voor? Veel ouders in de focuswijken op Zuid geven voorrang aan aandacht voor leerprestaties, terwijl andere ouders en ook scholen juist het belang van verrijking hier benadrukken. Het verdient aanbeveling hier aan de voorkant helder over te zijn. Goed leiderschap helpt daar, zoals bij alle processen, bij, weten we uit onderzoek. Ook in de schouwen zien we dat directeuren/managementteams met een duidelijke visie de Dagprogrammering weten in te zetten voor het bereiken van de bij die visie passende doelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=891f7bec-5bda-4e7e-aa26-a8b0743d4f6d