CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001537] Wethoudersbrief Kasmi over Onderzoek Dagprogrammering

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 5 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: daarbij betrekken2.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur en Toerisme S. Kasmi Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl

Aan de commissie WIOSSAN

Van: Jessica van der Linden Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl Uw kenmerk: 21bb12652 Ons kenmerk: M2206-2635 - 23bo003601

Onderwerp: Onderzoek Dagprogrammering Datum: 20 maart 2023

Beste Commissieleden, In de brief aan de commissie MPOF van 8 juli 2022 (22bb004926) heb ik toegezegd u eind 2022 te informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de opbrengsten van Dagprogrammering. Dit was naar aanleiding van mijn eerdere toezegging aan de commissie MPOF van 4 november 2021 (21bb12652): Wethouder Kasmi zegt toe om de effectiviteit van de extra leertijdverlenging van 6 naar 10 uur nader te onderzoeken en daarvoor te rapporteren aan de commissie. Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de vorm van een schouw. De uitgebreide rapportage vindt u in de bijlage van deze brief. Tot slot neem ik u mee in wat ik met de uitkomsten van dit onderzoek doe. Hiermee stel ik u voor mijn toezegging (21bb12652) aan de commissie MPOF van 4 november 2021 als afgedaan te beschouwen.

1. Schouw: waarom deze vorm? Omdat alle scholen op hun eigen manier het programma van Dagprogrammering1 invullen en daarnaast nog verschillende andere interventies op school plaatsvinden die van invloed kunnen zijn op de opbrengsten van Dagprogrammering hebben we gekozen voor een opbrengstenonderzoek in de vorm van een schouw. Hierin is nadrukkelijk aandacht besteed aan de context waarbinnen Dagprogrammering wordt uitgevoerd, zoals het NPO, corona, lerarentekort, onderwijsvisie, etc. Er is gekozen voor een intensief onderzoek, waarbij op zes scholen met verschillende betrokkenen binnen de Dagprogrammering gesprekken zijn gevoerd. Om gelijke kansen te realiseren en de talenten van de kinderen beter te benutten, werken in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) scholen en vele partners sinds schooljaar 2019-2020 aan extra leertijd, de Dagprogrammering. Het gaat om 10 uur per week extra voor alle leerlingen in het primair onderwijs en 6 uur voor een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs. In deze uren bieden inmiddels 43 scholen extra activiteiten aan op het gebied van taal, rekenen, sociaal-emotioneel leren, sport en gezondheid, kunst en cultuur, wetenschap en techniek, ICT en media, natuur en milieu, burgerschap en loopbaanoriëntatie. Het gaat om 35 scholen in het primair onderwijs en 8 in het voortgezet onderwijs. 1

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2 20 maart 2023 M2206-2635

Dit schouwrapport geeft een eerste beeld van hoe het staat met de Dagprogrammering. In 2023 worden nogmaals twee schouwen uitgevoerd: één in het primair onderwijs en één in het voortgezet onderwijs. Op die manier ontstaat een nog breder beeld van de opbrengsten van Dagprogrammering.

2. Opzet van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureaus Sardes en DSP-groep. Bij de selectie van de scholen is gelet op een goede afspiegeling van de Dagprogrammeringsscholen2. Tijdens de schouw zijn aan de hand van een schouwprotocol gesprekken gevoerd met: schooldirectie, coördinator en ondersteuner Dagprogrammering, leraren, aanbieders en uitvoerders van de activiteiten, ouders en leerlingen zelf. En zijn Dagprogrammeringsactiviteiten bijgewoond en geobserveerd. Als voorbereiding op elke schouw zijn de relevante documenten samengevat.

3. Bevindingen en conclusies Uitvoering Op de zes geschouwde scholen verloopt de Dagprogrammering, soms na aanvankelijke problemen, over het algemeen goed. Uit de schouwen blijkt dat de zes scholen zich kenmerken door sterk leiderschap en een team dat goed weet wat het met de Dagprogrammering wil. Dat blijkt een belangrijke succesvoorwaarde: een sterke positionering van Dagprogrammering in de missie van de school en in de visie op onderwijs en leren. Doelen en inhoudelijke invulling programma Alle geschouwde scholen zien het belang in van en de bijdrage van Dagprogrammering aan drie hoofddoelen: 1. Vergroten van cognitieve vaardigheden. 2. Verrijking: brede ontwikkeling en andere talenten laten ontdekken. 3. Vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden/welzijn. Ze vullen Dagprogrammering allemaal op hun eigen manier en met ander aanbod in. De meeste scholen organiseren verrijkingsactiviteiten en hebben minder aanbod gericht op het vergroten van cognitieve vaardigheden. Maar dat is één deel van het verhaal. Dagprogrammering heeft namelijk een relatie met het reguliere onderwijsaanbod. Zo zijn er scholen die ervoor kiezen om bijvoorbeeld digitale vaardigheden en techniek vooral in de Dagprogrammeringsuren uit te voeren, zodat er in de reguliere onderwijstijd extra tijd is voor taal en rekenen. Resultaten Met Dagprogrammering worden resultaten op alle drie de doelen gehaald.

Met name op het verrijkingsdoel. Zo nemen leerlingen deel aan diverse activiteiten waar ze anders niet of minder makkelijk mee in aanraking zouden komen (verrijking). Ze leren hun talenten ontdekken en zien plekken waar zij anders nooit komen.

Spreiding over Zuid, meerdere schoolbesturen en verschillende typen onderwijs: basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en voortgezet onderwijs. 2

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3 20 maart 2023 M2206-2635

Daarnaast zien scholen in meer of mindere mate een verbetering op sociaal-emotioneel vlak: een afname van gedragsproblemen, minder zorgleerlingen, beter samenwerken, meer zelfreflectie en flexibel omgaan met verschillende leraren. Hieraan levert de Dagprogrammering een positieve bijdrage. Ook op het gebied van cognitieve doelen hebben de scholen de indruk dat leerlingen vooruitgaan. Maar, zo benadrukken de geschouwde scholen, dat is de opbrengst van het totale schoolbeleid, inclusief onder andere de inzet vanuit het Nationaal Programma Onderwijs en een effectievere inzet van (deels nieuwe) lesmethoden. Waarbij de Dagprogrammering een belangrijke rol speelt en als vliegwiel kan fungeren. Zo zie je bijvoorbeeld dat Dagprogrammeringsscholen door de extra uren meer ruimte hebben in hun reguliere programma of binnen de Dagprogrammering om aandacht te besteden aan basisvaardigheden. NPRZ en landelijk onderzoek Tegelijkertijd weten we uit de NPRZ-monitor3 dat: • Het aandeel ‘havo/vwo’-adviezen in Rotterdam Zuid is gestegen: in 2011/2012 was dit 39 procent en 45 procent in 2020/2021. In 2019/2020 was er vanwege de coronapandemie een terugval van dit percentage: 39 procent van de leerlingen kreeg een ‘havo/vwo’- advies. • De afstroom in het derde leerjaar van het vo ten opzichte van het advies van de basisschool nam sinds 2014/2015 steeds af.

Dit was in 2018/2019 vergelijkbaar met het gemiddelde in de vier grote steden. De twee jaar daarna is de afstroom in Rotterdam Zuid weer iets groter dan in de vier grote steden. Het aandeel kinderen van Rotterdam Zuid dat in het derde leerjaar een hogere positie heeft dan het advies in groep 8, is in 2020/2021 wat groter dan gemiddeld in de vier grote steden. • Het aandeel mbo-studenten uit Rotterdam Zuid dat een opleiding op niveau 4 volgt, wordt elk jaar groter. Nu volgt de bijna helft van de mbo’ers een niveau 4 opleiding. In Rotterdam Zuid stijgt het aandeel van de mbo-studenten dat een studie volgt in de zorgsector. Eén op de zes mbo’ers volgt nu een opleiding in de zorgsector, dat is hoger dan het gemiddeld in de vier grote steden. Ook leren we uit landelijk onderzoek dat verlengde onderwijstijd4 en het bieden van ontwikkelmogelijkheden5 zinvol kan zijn voor kinderen met onderwijsachterstanden of van ouders met een lagere sociaaleconomische status om daarmee hun kansen te vergroten. Daaruit kunnen we voorzichtig afleiden dat de inzet binnen NPRZ en de Dagprogrammering zinvol is, maar ook een kwestie van een lange adem. Niet alle positieve trends zetten zich in een rechte lijn voort. Daarnaast weten we dat de kwaliteit van het programma en de mensen die het uitvoeren essentieel zijn om resultaten te bereiken.

Die staan onder druk door onder andere corona en het lerarentekort. Daarom blijf ik de komende jaren investeren in het verbeteren van de kwaliteit van de Dagprogrammering en in de aanpak van het personeelstekort in het onderwijs.

Risbo/Obi (2022). Basismonitor Onderwijs Nationaal Programma Rotterdam Zuid 2021. Bron: https://www.nprz.nl/over-nprz/onze-documenten/onderwijsmonitor 4 Zie https://www.onderwijskennis.nl/artikelen/onderwijskansen-en-leertijdverlenging 5 Zie https://www.seo.nl/publicaties/gevolgen-van-kansenongelijkheid-in-nederland/ 3

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4 20 maart 2023 M2206-2635

Succesfactoren De belangrijkste succesfactoren van de Dagprogrammering zijn: 1. Dagprogrammering als onderdeel van een bredere, gezamenlijke visie. Zonder uitzondering benadrukken de geschouwde scholen dat het belangrijk is om de Dagprogrammering te zien als integraal onderdeel van een groter geheel. Het moet volgens hen echt passen binnen een bredere schoolvisie – het kan daarin als vliegwiel dienen – en niet als een op zichzelf staand aanbod worden benaderd. 2. Gemotiveerde leerkrachten, docenten en aanbieders. Het succes van elke Dagprogrammering hangt in sterke mate af van degene die de activiteiten aanbiedt. Ook van leerkrachten en docenten vraagt Dagprogrammering om extra inzet en een specifieke attitude. Veel leerkrachten en docenten geven aan dat werken op een school met Dagprogrammering echt een keuze is. Vooral het enthousiasme en de gedrevenheid bij de diverse betrokkenen valt op. Wat hen kenmerkt is dat ze echt een verschil willen maken voor leerlingen en bereid zijn daar drie stappen harder voor te lopen. 3. Dagprogrammering zoveel mogelijk als vast onderdeel in het schoolrooster. De geschouwde scholen benadrukken dat het belangrijke inhoudelijke en praktische voordelen biedt om de basis zoveel mogelijk in het ‘reguliere’ schoolrooster in te bouwen, zoals: • Gegarandeerd 100 procent bereik: alle leerlingen profiteren ervan.

• Meer mogelijkheid om de Dagprogrammeringsonderdelen te verbinden met het schoolcurriculum. • Welkome afwisseling gedurende de dag én het voorkomt dat leerlingen te moe zijn en niet meer open staan voor het leren van nieuwe dingen. • Aanbieders hoeven niet voor één naschools uurtje naar school, maar kunnen hun activiteiten aaneengesloten aanbieden aan meerdere groepen na elkaar. 4. Een goede mix van activiteiten. Maatwerk is geboden: wat werkt en aanspreekt op de ene school kan op de andere school minder positief uitpakken. Wat opvalt is dat betrokkenen en met name ouders over de meerwaarde van een aantal verrijkingsactiviteiten soms kritisch zijn, maar eigenlijk altijd positief zijn over alle activiteiten gericht op het leren. Dat wil overigens niet zonder meer zeggen dat ouders niets zien in een verplichte uitbreiding van de uren. 5. Organisatie en opzet • Een strakke organisatie, coördinatie en communicatie, zodat iedereen weet wat, waar, wanneer, met wie en waarom. Dit vraagt onder meer om een vast aanspreekpunt bij zowel de school als de aanbieders, die onderling regelmatig afstemmen. • Vaste gezichten voor de groep voor rust, veiligheid en vertrouwen bij leerlingen. • Activiteiten bij voorkeur in kleine groepjes, voor kwaliteit en verdieping. • Verrijkingsactiviteiten in een échte setting om leerlingen echt te raken en inspireren.

• Duidelijke leerlijnen hanteren bij praktijkvakken (koken, muziek, techniek enz.). • Niet te veel wisselingen gedurende de dag en voldoende afwisseling in type activiteiten.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5 20 maart 2023 M2206-2635

Knelpunten en verbeteringen De belangrijkste knelpunten die naar voren komen uit de schouw zijn: 1. Afstemming tussen aanbieders en groepsleerkrachten/docenten Expliciete en structurele methodische of thematische afstemming tussen aanbieders en groepsleerkrachten/docenten kan beter. 2. Extra uren zijn voor sommigen te intensief. Een deel van de naschoolse activiteiten, voor zover die niet als reguliere schooltijd worden ervaren door ouders en leerlingen, kent een beperkt bereik. Tijdens schooltijd staan leerlingen meer open staan voor het leren van nieuwe dingen. Aan het eind van de middag, zijn vooral jonge kinderen, maar ook leerlingen in het voortgezet onderwijs soms moe. De meeste uren Dagprogrammering zijn echter onderdeel van de reguliere schooltijd. In het voortgezet onderwijs zien betrokkenen de deelname teruglopen in de hogere klassen, omdat zij bijvoorbeeld bijbaantjes hebben of verantwoordelijkheden, zoals een broertje of zusje uit school halen. 3. Communicatie met en betrokkenheid van ouders kan beter. Een deel van de ouders geeft aan graag meer en beter geïnformeerd en meer betrokken te willen worden. 4. Knellende kaders en de kwetsbaarheid van tijdelijke projectfinanciering. Voor de geschouwde scholen is de subsidie voor Dagprogrammering niet toereikend om al hun ambities waar te maken.

Ze maken zich zorgen over de continuïteit van hun invulling van Dagprogrammering. Daarnaast benoemen meerdere geschouwde scholen dat de kaders van Dagprogrammering soms knellen. Verschillende geschouwde scholen geven aan dat zij met meer vrijheid en vertrouwen in het besteden van de budgetten nog meer waarde kunnen creëren. Wat nodig is en wat werkt verschilt van school tot school. Om die knelpunten aan te pakken zien de geschouwde scholen de volgende verbeterpunten: • Versterken van de kwaliteit van de (vak)leerkrachten. • Werken vanuit een duidelijke visie. • Verkennen van mogelijkheden tot meer flexibiliteit binnen de kaders van de Dagprogrammering. • Een hogere uurprijs.

4. Vervolg Op basis van de uitkomsten van deze eerste schouw ben ik voornemens het volgende te doen: Vervolgschouwen Zoals gezegd geeft dit eerste schouwrapport een voorlopig beeld van hoe het staat met de Dagprogrammering. Op basis hiervan kunnen we nog geen algemene conclusies trekken over de hele Dagprogrammering. In 2023 worden daarom nogmaals twee schouwen uitgevoerd: een in het primair onderwijs en een in het voortgezet onderwijs. Op die manier ontstaat een nog breder beeld van de opbrengsten van Dagprogrammering. Naar verwachting kunnen we hiermee zeker nog 10 po-scholen en 6 vo-scholen schouwen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6 20 maart 2023 M2206-2635

Daarnaast wil ik in deze schouwen meer tijd en aandacht besteden aan de documentverzameling en -analyse waardoor meer inzicht ontstaat in de opbrengsten van Dagprogrammering. In het derde kwartaal van 2023 informeer ik u over de stand van zaken van deze schouwen. Verkennen van mogelijkheden tot meer flexibiliteit Er bestaan veel verschillende beelden over wat wordt verstaan onder de behoefte aan extra flexibiliteit binnen de kaders van Dagprogrammering. Maar ook over welke vormen van flexibiliteit gewenst zijn en wat bijdraagt aan de drie hoofddoelen van Dagprogrammering. Daarom wordt tot de zomer van 2023 een brede gespreksronde georganiseerd met betrokken scholen, schoolbesturen, NPRZ, gemeente en een onderzoeker met als doel: • In kaart brengen welke vormen van flexibiliteit binnen de kaders van Dagprogrammering gewenst zijn, hoe dit bijdraagt aan de doelstellingen van Dagprogrammering en wat de voor- en nadelen daarvan zijn. • Een weloverwogen afweging maken of meer ruimte voor flexibiliteit binnen de kaders van Dagprogrammering mogelijk is. En zo ja, welke vormen van flexibiliteit en onder welke voorwaarden. Versterken van de kwaliteit van de (vak)leerkrachten Daarnaast wordt in samenwerking met scholen en aanbieders hard gewerkt aan een scholingstraject voor vakleerkrachten binnen de Dagprogrammering.

Dit traject bestaat uit drie onderdelen waarmee we de kwaliteit van de vakleerkrachten en de inhoudelijke samenwerking tussen vakleerkrachten en scholen willen verbeteren. Dit alles met als hoofddoel om de kwaliteit van de Dagprogrammering verder te verbeteren en daarmee de opbrengsten te vergroten bij de leerlingen op Zuid. Dit scholingstraject wordt geëvalueerd om te kijken of het heeft geleid tot een verbetering in de pedagogische en didactische kennis en vaardigheden van vakleerkrachten. Een hogere uurprijs Tot slot wordt de uurprijs per leerling verhoogd van 3,73 naar 5 euro. Hiermee bieden we scholen meer ruimte om een kwalitatief goed programma neer te zetten en goede vakleerkrachten te behouden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7 20 maart 2023 M2206-2635

Hierdoor ontstaat meer ruimte om bijvoorbeeld relatief duurdere activiteiten in te zetten op het gebied van taal en rekenen zoals de inzet van tutoren, maar ook voor bijvoorbeeld activiteiten rondom wetenschap en techniek en digitale vaardigheden. Met vriendelijke groet,

S. Kasmi Wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=006917be-8eb8-4122-9086-3430d4b53c68