CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001504] Bijlage behorende bij 23bb001503 over Ontwerpbestemmingsplan Kopblok Dordtsestraatweg-Sikkelstraat

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen22.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.3

Effecten

indien beschermde soorten in het projectgebied of binnen de invloedssfeer hiervan kunnen voorkomen, wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op deze soorten. Indien er effecten op deze soorten worden verwacht, zal worden gezocht naar compenserende of mitigerende maatregelen welke genomen kunnen worden tijdens de ontwikkeling om zo te voorkomen dat de wet natuurbescherming wordt overtreden. Mochten deze maatregelen niet afdoende zijn, of praktisch niet in te passen in de plannen, zal mogelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn.

3.3.1

Effecten ontwikkelingen

De te verwachten effecten op soorten en functies zijn opgedeeld in tijdelijke en permanente effecten. Deze zijn schematisch weergegeven in tabel 2. Tijdelijke effecten

Gedurende de werkzaamheden worden mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels aangetast en kunnen individuen van vogels met jaarrond beschermde nesten worden verstoord. De geplande werkzaamheden zullen mogelijk gepaard gaan met effecten van tijdelijke invloed door geluid en trillingen. Dit verstoort mogelijk de algemene broedvogels en zoogdieren die gebruik maken van het projectgebied. Indien er gebruikt wordt gemaakt van nachtelijke verlichting kunnen passerende en foeragerende vleermuizen worden verstoord. Permanente effecten

Tijdens het amoveren van de bebouwing kunnen algemeen voorkomende zoogdieren worden gedood. Als gevolg van de geplande werkzaamheden kunnen nestlocaties en/of verblijfplaatsen van de gierzwaluw, huismus, steenmarter en gebouwbewonende vleermuizen verloren gaan en kunnen individuen worden verstoord en/of gedood.

13

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AlLalgem een@ ec 0 -l09 isch.c 0m WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 IBAN N16S RABO 0123 9211 20

Tabel 2: Mogelijke effecten op beschermde soorten Soort Z soortgroep Effect

Verbodsbepaling

Broedvogels

Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen Z beschadigen nest Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Roofvogels en uilen

Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen Z beschadigen nest Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Gierzwaluw

Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen Z beschadigen nest Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Huismus

Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen Z beschadigen nest Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Steenmarter

Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen Z beschadigen verblijfplaats Opzettelijk verstoren

Artikel 3.10 (Wnb, bijlage A) Artikel 3.10 (Wnb, bijlage A) Artikel 3.10 (Wnb, bijlage A)

Vleermuizen

Opzettelijk doden Opzettelijk verstoren Opzettelijk vernielen Z beschadigen verblijfplaats

Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 1 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 2 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 4

Algemene zoogdieren*

Opzettelijk doden Opzettelijk verstoren

Artikel 3.10 (Wnb, bijlage A) Artikel 3.10 (Wnb, bijlage A)

* = Vrijstelling, echter geldt altijd de zorgplicht (Artikel 1.11)

3.4

Aanbevelingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming

3.4.1

Aanvullende inventarisaties projectgebied

Het projectgebied herbergt mogelijk functies voor de steenmarter, beschermde vleermuizen en broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Of en waar deze zich in het projectgebied bevinden is nog onbekend. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen evenals de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van broedvogels. Het onderzoek naar vleermuizen dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, en de ruige dwergvleermuis. Het onderzoek naar jaarrond beschermde nesten dient afgestemd te zijn op de mogelijke aanwezigheid van de boomvalk, gierzwaluw, huismus en de ransuil.

3.4.2

Mitigerende maatregelen

Om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de volgende maatregelen te worden genomen. Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw aanwezig. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van nestlocaties zullen (indien nestlocaties aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden. -

Er zijn mogelijk verblijfplaatsen van de steenmarter en vleermuizen aanwezig binnen het projectgebied. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen zullen (indien verblijfplaatsen aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.

-

Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten aanwezig in bomen die zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten zullen (indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.

-

Tijdens het amoveren van de bebouwing kunnen er mogelijk individuen van de algemene zoogdieren worden gedood. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene zoogdieren te voorkomen.

14

3.4.3

Ontheffing Wet natuurbescherming

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AlLalgem een@ ec 0 -l09 isch.c 0m WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 IBAN N16S RABO 0123 9211 20

De noodzaak voor een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming kan op voorhand niet worden uitgesloten. Uit aanvullende onderzoeken zal moeten blijken of er beschermde functies of dieren in het projectgebied voorkomen en welke negatieve effecten met de werkzaamheden mogelijk gepaard gaan. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor de steenmarter, vleermuizen en broedvogels met een jaarrond beschermd nest en verstoring niet voorkomen kan worden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hier kunnen voorwaarden in de vorm van mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.

15

4

Gebiedsbescherming

Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden ligt op circa 5 kilometer van het projectgebied en betreft de Oude Maas. Op ruim 2 kilometer van het projectgebied ligt een gedeelte van het NNN. Dit betreffen polder de Esch en Brienenoord.

Krimpen aai Bolnes

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AILalgem een@ eco-logisch.com WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 1BAN N166 RABO 0123 9211 20

Slikki

Ridderkerk

, - r*!*

Rhoon

Bar end recht

.■.IL-Ľ-.i

Projectgebied NNN- gebied Natura 2000- gebied Oud* Mn

Afbeelding 8: Projectgebied ten opzichte van beschermde natuur (https://arcg.is/0eOfiO)

4.1

Effecten

Het projectgebied bevindt zich niet in de nabijheid van beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een toename in stikstofemissie tot gevolg hebben. In de Wnb (artikel 2.9a) is een partiële vrijstelling geïntroduceerd van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. Voor de realisatiefase van het amoveren en realiseren van bouwwerken is vanaf 1 juli 2021 geen vergunning benodigd. Er is geen berekening met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd. Voor de gebruiksfase kan een AERIUS-berekening uitsluitsel geven over de effecten op Natura 2000-gebieden.

16

5

Conclusies en aanbevelingen

5.1

Conclusies

De bebouwing in het projectgebied biedt potentiële nestlocaties voor de gierzwaluw en de huismus. De bebouwing biedt daarnaast mogelijk verblijfplaatsen voor de steenmarter en gebouwbewonende vleermuizen. In de bomen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen mogelijk potentieel jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. In het projectgebied kunnen mogelijk algemene broedvogels en zoogdieren voorkomen. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht voor te komen.

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AlLalgem een@ ec 0 -l09 isch.c 0m WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 IBAN N16S RABO 0123 9211 20

De werkzaamheden kunnen in potentie leiden tot aantasting en vernietiging van vaste verblijfplaatsen van de steenmarter, vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van vogels. Daarnaast kunnen individuen van vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten worden verstoord en gedood. Tevens kunnen nesten van algemene broedvogels worden aangetast en vernield en kunnen algemene broedvogels en zoogdieren worden gedood. Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Doordat er een partiële vrijstelling geldt van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector is er geen berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd. Er vinden geen kapwerkzaamheden plaats. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.

5.2

Aanbevelingen

Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de steenmarter, vleermuizen en jaarrond beschermde nesten is nodig alvorens men met de geplande werkzaamheden kan beginnen. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen zal gericht zijn op de te verwachte vleermuissoorten de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de ruige dwergvleermuis. Aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nesten zal gericht zijn op de boomvalk, gierzwaluw, huismus en de ransuil. In tabel 3 zijn de uit te voeren onderzoeken en onderzoeksperiodes weergegeven. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde soorten en verstoring niet voorkomen kan worden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Tabel 3: Te verwachten beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort Z soortgroep Aanvullend onderzoek

Onderzoeksperiode

Algemene broedvogels

Nesten, indien niet buiten het broedseizoen gewerkt wordt

Binnen de periode 1 maart t/m 15 juli

Roofvogels en uilen

Nesten en functioneel leefgebied

1 februari t/m 31 augustus

Gierzwaluw

Nesten

1 juni t/m 15 juli

Huismus

Nesten

1 april t/m 20 juni

Steenmarter

Vaste rust- en verblijfplaatsen

1 maart t/m 31 juli

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

15 mei t/m 15 juli

Vleermuizen

Massawinterverblijfplaatsen

1 augustus t/m 10 september

Vleermuizen

Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen

15 augustus t/m 1 oktober

Vleermuizen

Winterverblijfplaatsen

1 december t/m 28 februari

17

6

Literatuur

BIJ12 (2017) Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, (2011) Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn.

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AlLalgem een@ ec 0 -l09 isch.c 0m WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 IBAN N16S RABO 0123 9211 20

Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020) Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. Internet NDFF arcg.is^eOfiO www.gbif.org www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl

18

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AILalgem een@ eco-logisch.com WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 1BAN N166 RABO 0123 9211 20

Bijlage 1: Foto-impressie

İĨjĮ , ĵ ÿeMZ . ‘'(•’jor! 7

Wrtlíťíji

ffijãfìV

,s ' şfc,

ì I y/íŕī 1J iŭiíHrìl!'

—L ilHinifliiil

.

M| WW

r r'vfiSS

Mm

_____

19

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AlLalgem een@ ec 0 -l09 isch.c 0m WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 IBAN N16S RABO 0123 9211 20

Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige soorten Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in kilometerhok 93/433 Soortgroep Naam

Bescherming

Afstand

Amfibieën

bastaardkikker1

Wnb A

< 5km

Amfibieën

gewone pad1

Wnb A

< 5km

Amfibieën

kleine watersalamander1

Wnb A

< 5km

Ongewervelden

platte schijfhoren

HR IV

< 4km

Vaatplanten

blaasvaren

Wnb B

< 5km

Vaatplanten

blauw guichelheil

Wnb B

< 5km

Vaatplanten

dreps

Wnb B

< 5km

Vaatplanten

glad biggenkruid

Wnb B

< 5km

Vaatplanten

kruipend moerasscherm

HR IV & Bern I

< 5km

Vissen

grote modderkruiper

Wnb A

< 5km

Vleermuizen

gewone dwergvleermuis

HR IV

< 1 km*

Vleermuizen

gewone grootoorvleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

laatvlieger

HR IV & Bern II

< 3km*

Vleermuizen

meervleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

rosse vleermuis

HR IV & Bern II

< 4km*

Vleermuizen

ruige dwergvleermuis

HR IV & Bern II

< 1 km*

Vleermuizen

tweekleurige vleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

watervleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vogels

blauwe reiger

Cat. 5

< 3km*

Vogels

boerenzwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

boomkruiper

Cat. 5

< 5km

Vogels

boomvalk

Cat. 4

< 5km

Vogels

bosuil

Cat. 5

< 4km*

Vogels

buizerd

Cat. 4

< 5km*

Vogels

ekster

Cat. 5

< 3km*

Vogels

gierzwaluw

Cat. 2

< 1 km*

Vogels

grote bonte specht

Cat. 5

< 3km*

Vogels

huismus

Cat. 2

< 1 km*

Vogels

huiszwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

koolmees

Cat. 5

< 1 km*

Vogels

pimpelmees

Cat. 5

< 5km*

Vogels

ransuil

Cat. 4

< 4km*

Vogels

sperwer

Cat. 4

< 5km

Vogels

spreeuw

Cat. 5

< 1 km*

Vogels

torenvalk

Cat. 5

< 5km

Vogels

zwarte kraai

Cat. 5

< 3km*

Zoogdieren

bever

HR IV

< 5km

Zoogdieren

bosmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

bunzing1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

dwergmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

egel1

Wnb A

< 1 km*

Zoogdieren

gewone bosspitsmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

haas1

Wnb A

< 5km*

Zoogdieren

huisspitsmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

konijn1

Wnb A

< 4km*

Zoogdieren

ree1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

rosse woelmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

steenmarter

Wnb A

< 1 km*

20

Soortgroep

Naam

Bescherming

Afstand

Zoogdieren

veldmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

vos1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

ADRES. Waaier 72,2451 VW leimuiden T E L 0172 - 576072 E-M AILalgem een@ eco-logisch.com WEB.www.eco-logisch.com KVK 75440741 BTW NI8602.84.529.B01 1BAN N166 RABO 0123 9211 20

1

Wnb A woelrat1 op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Vrijstelling

< 5km

21

Bijlage 2

Aerius memo

Rho adviseurs voor leefruimte

STIKSTOFBEREKENING KOPBLOK DORDTSESTRAATWEG - SIKKELSTRAAT Gemeente Rotterdam 27 januari 2022

RHO ADVISEURS

RHO ADVISEURS DATUM

27 januari 2022

PROJECT PROJECTLEIDER

Kopblok Dordtsestraatweg - Sikkelstraat ir. R.A. Sips

OPDRACHTGEVER Gemeente Rotterdam PROJECTNUMMER 20211599 AUTEUR STATUS

Stephany Lie MSc Concept

1. INLEIDING Aan de Reepstraat - Dordtsestraatweg - Sikkelstraat te Rotterdam staat een kopblok met woningen. Het voornemen is om de huidige bebouwing te slopen en maximaal 9 nieuwe woningen mogelijk te maken. De beoogde herontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijk gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Biesbosch. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 18,8 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met verzuringsgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.

Benedenheul Berkenwoude

■nlanen ian den I, Beröambachi

Oudeland

Nieuwpoon

Rotterdam

Vlaardmgen

Noofdelo»

Boezems Kinderdijk

akkerland

^ Donk Donkse

Ottotand

Laagten

Pinker

Hoogvk Oud-AJ

itxoel

Maas

Wijngaarden

H endrik - ido Ambacht noord

Zuidl.

Blaaksedijk

v-Beijerland

Zwijndri Werkendam

Puttershi Mijnshe

Dordn vendeel Oudeland van Strijen

Biesbosch

Peerenboom Hollands Diep

wal uw

Dfìmm^Ŵť

Achthuizen

: .:ì ì .l :i

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS Calculator)

Met het rekenmodel Aerius (versie 2021) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij is de gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. Voor de realisatiefase geldt een vrijstelling, hier wordt nader op ingegaan in deze notitie. In deze memo wordt achter­ eenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.

3/5

2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale be­ schermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewe­ zen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoor­ deling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit juris­ prudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante ne­ gatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Wet Stikstofreductie en natuurverbetering Het doel van de wet stikstofreductie en natuurverbering is om de stikstofuitstoot te verlagen en de natuur te verbeteren. Het wetsvoorstel bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Deze vrijstelling maakt vergunning­ verlening voor de aanleg/bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw makkelijker.

Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele an­ dere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden (bijvoorbeeld verstoring). De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Deze wet is op 1 juli 2021 in werking getreden.

4/5

3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Realisatiefase Door de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 geldt er voor de realisatiefase een vrij­ stelling voor de bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie. Onder de vrijstelling valt onder andere het bouwen en slopen van een bouwwerk en de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Dit zijn ook de bronnen waar emissies te verwachten te zijn in de realisatiefase van de beoogde ontwikkeling. Omdat voor deze werkzaamheden een vrijstelling geldt, is een berekening voor de realisatiefase niet nodig. Gebruiksfase Het programma omvat realisatie van maximaal 9 woningen. De beoogde ontwikkeling heeft geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Met kencijfers van CROW publicatie 381 kan voor verschillende functies de verkeersgeneratie bepaald worden. De verkeersgeneratie is in tabel 1 weergege­ ven en is 31 mvt/etmaal. Het verkeer wikkelt af via de Dordtsestraatweg. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op de NSLmonitoringstool 2021 (www.nsl-monitoring.nl/viewer/).

Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2020 voor de Dordtsestraatweg 2.417 voor licht verkeer. Op de Dordtsestraatweg gaat het extra verkeer op in het heersende verkeers­ beeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius juli 2020, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 1,3% licht verkeer toe aan de Dordtsestraatweg Tabel 1 Verkeersgeneratie toekomstige situatie

Verkeersgeneratie

Aantal

Kencijfer CROW

mvt/etmaal weekdag

Huurhuis, vrije sector

3

5,8

17,4

6

2,2

13,2

Huurhuis etage, mid­ den/goedkoop Totaal

31 mvt/etmaal

Voor de gebruiksfase is 2022 als rekenjaar aangehouden. Dat rekenjaar genereert voor het verkeer de hoogste emissies (worstcase). Wanneer een rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken.

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Voor de realisatiefase geldt een vrijstelling vanuit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Een berekening voor deze fase is niet nodig. Deze vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase. Uit een berekening met AERIUS Calculator (2021) voor de gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de gebruiksfase is uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

5/5

Bijlage 3

Gebruiksfase stikstofberekening

Rho adviseurs voor leefruimte

Projectberekening AERIUS' CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www. aerius. nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening AERIUS' CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon

Rho adviseurs

Inrichtingslocatie - Rotterdam

Activiteit Omschrijving

Kopblok Dordtsestraatweg

Toelichting

Gebruiksfase Kopblok Dordtsestraatweg

Berekening AERIUS kenmerk

RjlxYEZ4VXYZ

Datum berekening

27 januari 2022,21:48

Rekenconfiguratie

Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar Toekomstige situatie Sikkelstraat - Beoogd 2022

Resultaten

Emissie NH3 « 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Toekomstige situatie Sikkelstraat - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha)

0,00 ha

Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

0,00 ha

Grootste toename van depositie

0,00 mol/ha/j

Grootste afname van depositie

0,00 mol/ha/j

Rj1xYEZ4VXYZ (27 januari 2022)

Emissie NOx « 0,1 ton/j Gebied

2/6

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Toekomstige situatie Sikkelstraat (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen

n

Verkeersnetwerk

Rj1xYEZ4VXYZ (27 januari 2022)

Emissie NH3

Emissie NOx

cO.lton/j

cO.lton/j

3/6

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. s ļ M :S C3Ŵ

ë

Ĵ O D .įf s

O o EL ţ/ĩ ro ĒF Ŝ

iff

ff ç O

Strevelsweg

I

Ĥ İ

ío

jr

-Ě o?

,İ Cs

\

1 Jľ O

ŵ GŗūC'

e'ļ ŕ'

s

'JP

\ 'ĥ

\9

500 m

*ŵ

................... Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn

Niet bepaald

(Ã v ^rootste afname van depositie

f

Grootste toename van depositie

^ Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

Rj1xYEZ4VXYZ (27 januari 2022)

4/6

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Toekomstige situatie Sikkelstraat" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Totaal

Rj1xYEZ4VXYZ (27 januari 2022)

Berekend (ha gekarteerd)

Hoogstetotale Mettoename Grootste depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Metafname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

5/6

Projectberekening AERIUS' CALCULATOR

Toekomstige situatie Sikkelstraat, Rekenjaar 2022 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie Database versie

2021J20220120J7ff380ble 2021JL7ff380ble

Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

Rj1xYEZ4VXYZ (27 januari 2022)

6/6

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

n

m

IL

IDDS Dordtsestraatweg 426 t/m 436 te Rotterdam Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

A1854-067PBE7rap1 27 januari 2022

Opdrachtgever

Rho Adviseurs Mevrouw A. Mes Weena 505 3013 AL Rotterdam

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer P. van den Berg (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

27 januari 2022

Mevrouw P. Mulder (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

Handtekening

\yoŭ^ m* 27 januari 2022

^íehee' BRL SIKB 2000 protocol 2001,2002

IDDS ‘s-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.nl

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl 071 - 402 8586

IDDS Ruimte à Ontwikkeling B.V. KvK:09157054 BTW: NL 815255172 B01 IBAN: NL21 RABO 0364 6212 22

u IDDS INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING.................................................................................................................................................. 4

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK............................................................................................. 6

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK..................................................................................................6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED...........................................................................................7

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING....................................................... 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST....................................................................................................9

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE................................................................................... 10

2.6

BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................11

2.7

BODEMVERONTREINIGING .........................................................................................................11

2.8

TERREINVERKENNING ................................................................................................................ 12

2.9

BEOORDELING..............................................................................................................................12

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING................................................................................ 13

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK..................................................................................................14

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE...........................................................................................................14

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK............................................................................. 16

3.4 TOETSINGSKADER............................................................................................................ 17 3.5 INTERPRETATIE ............................................................................................................................18 3.6 TOETSING HYPOTHESE..............................................................................................................19 3.7 CONCLUSIES.................................................................................................................................20 3.8 AANBEVELINGEN......................................................................................................................... 20 4.

BETROUWBAARHEID............................................................................................................................ 21

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Dordtsestraatweg 426-436, Rotterdam Kenmerk rapportage: A1854-06^BE^ap1

Pagina 2 van 21

u

IDDS BIJLAGEN 1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2 4.3

Laboratoriumonderzoek Certificaat grond Certificaat grondwater Certificaat asbest

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Dordtsestraatweg 426-436, Rotterdam Kenmerk rapportage: A1854-06^BE^ap1

Pagina 3 van 21

u

IDDS 1.

INLEIDING

In opdracht van Rho Adviseurs is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Dordtsestraatweg 426-436 te Rotterdam (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met voorgenomen sloop en nieuwbouw en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1 ;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.

De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Dordtsestraatweg 426-436, Rotterdam Kenmerk rapportage: A1854-06^BE^ap1

Pagina 4 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7f2200df-4bc5-422a-976c-66f60204df11