CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001504] Bijlage behorende bij 23bb001503 over Ontwerpbestemmingsplan Kopblok Dordtsestraatweg-Sikkelstraat

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen22.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RHO ADVISEURS

Kopblok Dordtsestraatweg- Sikkelstraat

Rotterdam

bestemmingsplan

identificatie identificatiecode: NL.IMRO.0599.BP2198KopblokDordt-on01 projectnummer: 20211676 opdrachtleider: R.A. Sips

RHO ADVISEURS Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

planstatus datum: 27-01-2022 03-03-2022 19-05-2022

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging en begrenzing

9

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

9

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

11

2.3

Noodzaak voor een nieuw bestemmingsplan en verschillen in uitvoering van de huidige situatie

13

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

18

Hoofdstuk 4

Water

4.1

Beleidskader

Hoofdstuk 5

Milieu

5.1

Inleiding

27

5.2

Verkeer en parkeren

27

5.3

Wegverkeerslawaai

29

5.4

Externe veiligheid

30

5.5

Luchtkwaliteit

33

5.6

Bodem

34

5.7

Ecologie

35

5.8

Bedrijven en milieuhinder

38

5.9

Archeologie

39

5.10

Mer-beoordeling

40

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Overleg

45

7.2

Zienswijzen

46

Hoofdstuk 8

Juridische planbeschrijving

8.1

Inleiding

47

8.2

Opzet van de planregels

47

8.3

Artikelgewijze toelichting op de planregels

48

Rho adviseurs voor leefruimte

21

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Quickscan Ecologie

Bijlage 2

Aerius memo

Bijlage 3

Gebruiksfase stikstofberekening

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1

Begrippen

63

Artikel 2

Wijze van meten

66

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3

Tuin

67

Artikel 4

Verkeer- en verblijfsgebied

68

Artikel 5

Wonen

69

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

70

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

73

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

74

Artikel 9

Algemene bouwregels

75

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

76

Artikel 11

Overige regels

77

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12

Overgangsrecht

79

Artikel 13

Slotregel

80

Rho adviseurs voor leefruimte

TOELICHTING

RHO ADVISEURS

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De Landbouwbuurt ligt in Rotterdam-Zuid in het NPRZ-gebied, waar naast de aanpak van de sociale problemen ook de woningvoorraad wordt verbeterd. In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), werken Rijk, de gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid. De gemeente Rotterdam en de woningcorporaties (waaronder Havensteder) zien daarbij een opgave in de particuliere woningvoorraad van wezenlijk belang om de ambities van het programma te realiseren. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid omschrijft dat Rotterdam-Zuid weer een deel van de stad moet worden dat aantrekkelijk is voor iedereen. Een gebied dat ook gewaardeerd wordt door middenen hogere inkomens. Waar meer ruimte is voor gezinnen. Waar nieuwe en huidige bewoners, die toe zijn aan stap in hun wooncarrière, in de buurt een betere en grotere woning kunnen vinden. Waar het woonmilieu veilig en aantrekkelijk is voor opgroeiende kinderen. De oude stadswijken en ook de Landbouwbuurt staan nog het meest ver af van deze ambitie van het NPRZ. De woningvoorraad omvat bovengemiddeld veel kleine en goedkope woningen, die veelal in particuliere handen zijn. Het onderhoudsniveau van de woningen is matig, bewoners blijven vaak kort en hebben weinig binding met de buurt.

Eén van de projecten waar Havensteder en de gemeente in samenwerken, het Kopblok Dordtsestraatweg, is gelegen in de Landbouwbuurt in de wijk Vreewijk in Rotterdam waar naast de aanpak van de sociale problemen ook de woningvoorraad wordt verbeterd. Gezamenlijk met Havensteder is door de gemeente de Ontwikkelstrategie Landbouwbuurt opgesteld. Het Kopblok Dordtsestraatweg ligt aan de Reepstraat-Dordtsestraatweg- Sikkelstraat. In de Landbouwbuurt moet de kwaliteitsimpuls die er met de nieuwbouw is gekomen, worden doorgezet. Zo kan de Landbouwbuurt transformeren naar een buurt waar mensen bewust voor kiezen. Het sterke punt (ligging t.o.v. Zuidplein, Tuindorp en parken) wordt daarbij de leidraad. De sloop/nieuwbouw van de panden aan de Kopblok Dordtsestraatweg zal bijdragen aan een betere beleving en woonomgeving. Gezamenlijk met Havensteder is door de gemeente de Ontwikkelstrategie Landbouwbuurt opgesteld. De hoekpanden waren reeds in het bezit van Havensteder. Havensteder heeft in de periode van 2018 contact gelegd met de eigenaren in het plangebied en gesprekken gevoerd over aankoopmogelijkheden. Er zijn inmiddels twee panden aangekocht. Het kopblok Dordstestraatweg ligt binnen Vreewijk in de Landbouwbuurt aan de Reepstraat-Dordtsestraatweg- Sikkelstraat.

Het projectgebied betreft de percelen aan het westelijk deel van het blok; Reepstraat 26, Dordtsestraatweg 426 t/m 438 en Sikkelstraat 69 t/m 71.

Rho adviseurs voor leefruimte

8

y za ÌŪÌÎĪltUILl lUililiL ŴA^ir^Ŵīīmtĩiiiiĩ J X^\ťitni

sy L—ļ

Landbouwbuurt

Moto rstraaî ge bied

Figuur 1.1 Ligging Kopblok Rotterdam tussen Motorstraatgebied en Landbouwbuurt De afweging is gemaakt om de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Een deel van de woningen is relatief klein. Door de woningen te slopen wordt de eenzijdige woningvoorraad doorbroken en is nieuwbouw van (grotere) gezinsstadswoningen mogelijk. Deze aanpak sluit aan bij het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ), waarin is vastgelegd dat de woningvoorraad meer geschikt moet zijn voor de huisvesting van gezinnen. De herontwikkeling van het plangebied leidt er toe, dat de woningvoorraad in deze buurt gevarieerder wordt. Bewoners kunnen hierdoor een volgende stap in hun wooncarrière maken, hierdoor krijgen ook sociale stijgers kansen voor geschikte woonruimte in Rotterdam Zuid. Daarnaast liggen er kansen voor nieuwe doelgroepen van buiten de wijk en biedt nieuwbouw kansen voor meer duurzaamheid. De huidige publieksaantrekkende functies in de plint verdwijnen zodat er een rustig woon- en leefmilieu ontstaat. De voorwaarde hierbij is dat de nieuwbouw op een eigentijdse wijze recht doet aan; de vooroorlogse architectuur, de ligging aan het historische lint de Dordstestraatweg, de ligging tegenover beschermd stadsgezicht Tuindorp Vreewijk en de entree van de Landbouwbuurt.

Rho adviseurs voor leefruimte

9

1.2

Ligging en begrenzing

Het Kopblok ligt binnen Vreewijk in de Landbouwbuurt aan de Reepstraat, Dordtsestraatweg en Sikkelstraat. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied aan.

Figuur 1.2 Bestaande situatie

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie is het bestemmingsplan Vreewijk en is op 13-05-2010 onherroepelijk geworden. Op de locatie zijn de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' opgenomen, en een deel van de bebouwing heeft een aanduiding voor detailhandel of bedrijvigheid. Er mag in twee bouwlagen met een kap gebouwd worden. De beoogde ontwikkeling past hier niet in, omdat de beoogde nieuwbouw aan de voorzijde het bestemmingsvlak 'Wonen' overschrijdt. Zie verder paragraaf 2.3.

Rho adviseurs voor leefruimte

10

W.2 VřLDSTRAAT

“n—O---- TT

I I WK ļ

BESTEMMINGEN WONEN

MAATVOËR NGSAANDU D NGEN WAX AANTAL BÜLTW-AíitN

FUNCTIEAANDUIDINGF N BFDRIJF VAN CATFflOB F 1.1 AN S1

DETAILHANDEL DüEBELBēSTEMMINGēN

Figuur 1.3 Verbeelding bestemmingsplan Vreewijk Tot slot zijn de volgende parapluherzieningen van kracht: » Parapluherziening parkeernormering Rotterdam (vastgesteld 14-12-2017); » Parapluherziening biologische veiligheid (vastgesteld 14-06-2018); » Parapluherziening Evenementen (ontwerp 07-04-2021). Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de herontwikkeling van het Kopblok. Het plangebied krijgt een woonbestemming. De aanduidingen voor bedrijven en detailhandel zijn vervallen want in de nieuwe situatie komen er uitsluitend woningen.

Rho adviseurs voor leefruimte

11

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving van het plangebied

Huidige situatie

De bestaande panden van het Kopblok zijn onderdeel van de oorspronkelijke lintbebouwing van de Dordtsestraatweg en bestaan uit twee lagen met een kap. Het hoekpand aan de Sikkelstraat had een dermate slechte bouwkundige staat, dat deze reeds is gesloopt. Bij de rest van de panden binnen het plangebied veroorzaken de verschillende funderingstypen verzakkingen en scheuren. Aan deze bestaande vooroorlogse bebouwing is geen cultuurhistorische waarde toegekend op grond van de Cultuurhistorische Verkenning die voor Vreewijk is opgesteld. De afweging is daarom gemaakt om te sloop- en nieuwbouwen. De voorwaarde hierbij is dat de nieuwbouw op een eigentijdse wijze recht doet aan; de vooroorlogse architectuur, de ligging aan het historische lint de Dordstestraatweg, de ligging tegenover beschermd stadsgezicht Tuindorp Vreewijk en de entree van de Landbouwbuurt.

parcellering

hoekgebouw

hoekgebouw

diverse kapvormen

g evei beëindiging

wisselende goothoogte architectonisch verbijzondering

middendeel

wisselende plinthoogte basement wisselende entree hoogte Ie ensemble

2e ensemble

3e ensemble

Figuur 2.1 Bestaande situatie Kopblok

2.2

Toekomstige situatie

Na sloop van de bestaande woningen worden er ca. negen woningen teruggebouwd. Het huidige plan gaat uit van ca. drie ééngezinswoningen in het midden en ca. zes appartementen op de hoeken. Het gaat om vrije sector huurwoningen. De commerciële ruimtes in de plint die nu aanwezig zijn komen in de toekomstige situatie niet meer terug. De goothoogte bedraagt ca. 7,1 meter en de bouwhoogte maximaal 11 meter. De woningen worden voorzien van een achtertuin, in plaats van de diepe uitbouwen die nu aanwezig zijn op het achtererf. Zie onderstaande impressie. De stedenbouwkundige opzet en typologie (twee lagen en een kap, gesloten bouwblok) sluit aan bij de omgeving en de huidige situatie op deze locatie. Ook ontstaat er zo samenhang met het beschermd stadsgezicht aan de overzijde van de Sikkelstraat. Zie ook paragraaf 2.3.

Rho adviseurs voor leefruimte

12

W

LEGENDA PROEFVERKAVELING Bestaande verkaveling ------ Proefverkaveling Grondgebonden woningen Appartementen Achtertuinen Achterpad Bergingen Collectieve fietsenstalling (tweelaags)

Figuur 2.2 Proefverkaveling met randvoorwaarden Kopblok

Rho adviseurs voor leefruimte

13

2.3 Noodzaak voor een nieuw bestemmingsplan en verschillen in uitvoering van de huidige situatie Bestemmingsplan

In figuur 2.3 zijn de contouren van de nieuwe bebouwing (blauwe lijn) op het bestemmingsplan 'Vreewijk' geprojecteerd. Te zien is dat de toekomstige bebouwing aan de voorzijde het bestemmingsvlak 'Wonen' overschrijdt. Het gaat om een overschrijding van ongeveer 0,3 m. In dit bestemmingsplan is het bestemmingsvlak 'Wonen' afgestemd op de nieuwe situatie. Op de verbeelding is ook een gevellijn opgenomen, in de regels is bepaald dat in deze lijn gebouwd moet worden. Daarnaast is het in de toekomstige situatie niet wenselijk dat er publieksaantrekkende functies komen. De aanduidingen uit het huidige bestemmingsplan moeten daarom vervallen. Tot slot is de gewenste goothoogte van 7,1 meter niet mogelijk ter plaatse van de panden die geen aanduiding voor bedrijven of detailhandel hebben. Bij panden zonder aanduiding mag de goothoogte maximaal 7 meter bedragen. Om bovengenoemde redenen is niet mogelijk de nieuwbouw uit te voeren op basis van het huidige bestemmingsplan. Uitvoering

De toekomstige bebouwing gaat uit van 9 woningen, waarvan 3 grondgebonden. In de huidige situatie zijn er alleen gestapelde woningen aanwezig, of woningen boven een commerciële ruimte. Alle commerciële ruimtes in de plint verdwijnen, hier komen woningen. De huidige woningen hebben een oppervlakte van PM-PM m2. De nieuwe grondgebonden woningen krijgen een minimale grootte van 95 m2 gbo, de nieuwe appartementen krijgen een oppervlakte van minimaal 85 m2 gbo (de appartementen onder de kap 70 m2 gbo). Ook de kadastrale situatie wijzigt: de huidige 7 kadastrale percelen worden vervangen door 5 nieuwe kadastrale percelen. De beukmaat van het nog bestaande hoekpand wijzigt van 5,9 naar 9,6 meter en de beukmaat van de tussenwoningen wijzigt van 4,6 naar 6,1 meter. Er wordt een achtertuin gecreëerd, nu zijn deze gronden vrijwel geheel bebouwd.

/Y\\

ĺs

Figuur 2.3 Contouren nieuwe bebouwing op huidige bestemmingsplan 'Vreewijk' (De blauwe lijnen zijn de contouren van de nieuwbouw, de paarse lijnen zijn de nieuwe kadastrale grenzen en de grijze lijnen de oude kadastrale grenzen)

Rho adviseurs voor leefruimte

14

Rho adviseurs voor leefruimte

15

Hoofdstuk 3

3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, (vastgesteld 11 september 2020) loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toetsing

De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractie en schaalniveau. Ook uit het Barro volgens geen beperkingen die van invloed zijn op het plan. 3.1.2 Artikel 3.1.6 Bro: Ladder voor duurzame verstedeljking (Bro) Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of een functiewijziging vanaf 500 m2 bvo. Het geldende bestemmingplan is vertrekpunt in de boordeling of iets een stedelijke ontwikkeling is.

Rho adviseurs voor leefruimte

16

Conclusie Deze ontwikkeling betreft geen ontwikkeling waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen. Er is sprake van het bouwen van minder dan 11 woningen. Evenwel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken naar de behoefte aan nieuwe woningen in Rotterdam. Hierover het volgende. In algemene zin is er in Rotterdam grote behoefte aan nieuwe woningen. Het aantal huishoudens stijgt met ca. 27.000 in de periode tot 2035, terwijl de bouwproductie achter blijft en het aanbod in de woningvoorraad niet goed aansluit bij de behoefte. De Rotterdamse harde plancapaciteit in deze periode bedraagt ca. 11.800 nieuwe woningen. De zachte plancapaciteit is groter, maar niet concreet en met onduidelijke realisatietermijn. De Rotterdamse Woonvisie gaat uit van een toename van 31.100 zelfstandige woningen in de periode tot 2030.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor zeven vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.

Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: »

Wonen: Voorzien in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur.

»

Verstedelijking: de provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: 1. Bouw naar behoefte; 2. Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 3. Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; 4. Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; 5. Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

17

Toetsing

Deze ontwikkeling biedt ruimte aan maximaal drie grondgebonden woningen en maximaal zes appartementen. Deze ontwikkeling draagt hiermee bij aan de woningvoorraad van Rotterdam. De woningen worden mogelijk gemaakt liggen binnen bestaand stedelijk gebied en sluit hierbij aan bij de verstedelijkingsambitie van de provincie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland 2021 De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor de beoogde ontwikkeling zijn onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: » zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en » het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: » een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en » het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.

Rho adviseurs voor leefruimte

18

Toetsing

De kwaliteitskaart Zuid-Holland heeft de gebiedsidentiteit aangemerkt als 'steden en dorpen'. De ontwikkeling wijkt niet veel af van de bestaande situatie. De ontwikkeling sluit aan bij de bestaande gebiedsidentiteit en voorziet geen wijzigingen op structuurniveau. Er is hierom sprake van inpassen. Tevens is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (zie paragraaf 3.1.2) De ontwikkeling sluit aan bij de provinciale verordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen' (2021)

Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021

De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De omgevingsvisie gaat uit van 5 lange termijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: 1. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen. 2. Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. 3.

Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken. 4. Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar w grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreëerd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties. 5. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening. Conclusie Deze woningbouwontwikkeling draagt bij aan het realiseren van meer aanbod van woningen voor de stad Rotterdam. Hiermee wordt de trek naar de stad opgevangen. Deze ontwikkeling sluit hiermee aan bij de Omgevingsvisie Rotterdam 2021.

Rho adviseurs voor leefruimte

19

3.3.2

Woonvisie Rotterdam

Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad

De woonvisie is een vergezicht op Rotterdam als aantrekkelijke woonstad in 2030. De belangrijkste onderwerpen zijn groei, balans, kwaliteit - nu en in de toekomst - en de basis op orde. In 2030: » »

» »

Is er variatie in woningen. De diverse woningtypen passen bij de verscheidenheid van de bewoners en bij het karakter van de verschillende Rotterdamse wijken; Zijn de woningen van goede kwaliteit en energiezuinig. Kwaliteit betekent ook dat de woningen aansluiten bij de uiteenlopende woonwensen van Rotterdammers en dat ze flexibel aangepast kunnen worden als de woonwensen in de toekomst wijzigen; Is het aantal middeldure en dure woningen toegenomen. Rotterdammers kunnen hierdoor doorgroeien en hoeven niet langer voor een groter huis de stad uit te trekken; Is het goed wonen in de stad. Ook voor de oudere Rotterdammer of de Rotterdammer die wat minder te besteden heeft.

Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan de variatie van woningen, grondgebonden woningen en appartementen of bebo's. Deze woningen zijn van goede kwaliteit en energiezuinig. Verder biedt de ontwikkeling woningen aan in verschillende prijsklassen. De ontwikkeling sluit aan bij de woonvisie van Rotterdam.

Rho adviseurs voor leefruimte

20

Rho adviseurs voor leefruimte

21

Hoofdstuk 4

4.1

Water

Beleidskader

Inleiding 4.1.1 Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf. Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. 4.1.2 Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2016-2021) staan de doelen van het Waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater.

Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m1 2 3of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10'^ van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen: 1. 2. 3.

Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingstoename; Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief.

Rho adviseurs voor leefruimte

22

Huidige situatie Het plangebied ligt binnen Vreewijk aan de Reepstraat-Dordtsestraatweg-Sikkelstraat. Momenteel bestaat de locatie uit woningen en is volledig verhard. Bodem en grondwater

Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten zuiden van het plangebied bestaat de grond uit lichte klei met homogeen profiel en zavel met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is ten zuidwesten van het plangebied sprake van grondwater V. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 0,9 meter -NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta bevinden zich in het plangebied geen oppervlaktewaterlichamen. Ten zuiden bevindt zich een verduikerde hoofdwatergang. De beschermingszone van een hoofdwatergang betreft 3,5 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. r-1 rĵ fcrċJ*

'i—

Ploegstraat

Oe Akkers

S J

L an d b o ùwb u ti r t

v\

S' >

ďz X

V -ļ Figuur 4.1 Uitsnede Legger wateren en kunstwerken waterschap Hollandse Delta met het plangebied rood omkaderd Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

23

Veiligheid en waterkeringen

Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering.

M Miïliijxbuuft

v! s; II

Figuur 4.2 Uitsnede Beheerregister Waterveiligheid waterschap Hollandse Delta met het plangebied rood omcirkeld Afvalwaterketen en riolering

De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit maximaal 9 woningen. Bodem en grondwater

De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit

Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een watergang. Bij werkzaamheden in de beschermingszone dient een watervergunning aangevraagd te worden. De watergang heeft een beschermingszone van 3,5 meter. De afstand van de watergang tot de ontwikkeling is groter dan 10 meter. Er vinden geen werkzaamheden plaats binnen de beschermingszone. Bij een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 (in stedelijk gebied) of 1.500 m2 (in landelijk gebied) is compensatie door aanleg van waterberging nodig. Omdat het plangebied momenteel al compleet verhard is, is er geen sprake van een toename van verharding van meer dan de grens van 500 m2 waardoor compensatie niet noodzakelijk is. Watersysteemkwaliteit en ecologie

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen

De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving.

Rho adviseurs voor leefruimte

24

Afvalwaterketen en riolering

Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: » hemelwater vasthouden voor benutting, » (in-) filtratie van afstromend hemelwater, » afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, » afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht voor het plangebied. Hieruit blijkt dat er geen compensatie voor verharding nodig is, omdat er geen sprake is van een toename van verharding. Het plangebied valt niet in de beschermingszones van watergangen of waterkeringen in de buurt. Hierdoor kunnen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse uitgesloten worden. 4.1.3

Gemeentelijk beleid

Waterbeheerprogramma 2016-2021

Vanaf 2016 is er een nieuw waterbeheer programma van kracht. Het ontwerp hiervan is inmiddels beschikbaar. Het programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema's Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Waterplan2 Rotterdam

De gemeenteraad van Rotterdam heeft op 18 september 2007 het Waterplan 2 Rotterdam vastgesteld. Het Waterplan 2 is een gezamenlijk en integraal product van alle waterbeheerders in de regio. In het Waterplan 2 staat in hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente Rotterdam en de waterschappen de komende tijd willen omgaan met het water in de stad. Hierbij wordt met name gekeken naar drie cruciale ontwikkelingen: » » »

Een hogere waterstand door de stijging van de zeespiegel. In buitendijkse gebieden ontstaan risico's op overstromingen. Versterking van waterkeringen is onvermijdelijk. Wateroverlast door toenemende neerslag. Door klimaatsverandering kan er in korte tijd veel neerslag vallen. Om dat water te verwerken is opvang en berging nodig. Strengere eisen aan de kwaliteit van het water. Rotterdam wil een aantrekkelijke waterstad zijn, met schoon, helder en plantrijk water. De stad moet bovendien voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Er worden voor alle wateren in de stad kwaliteitsbeelden opgesteld volgens die eisen.

Een onderdeel van het Waterplan 2 Rotterdam is het uitvoeringsprogramma 2007-2012. Hierin staat welke projecten in de komende 5 jaar worden uitgevoerd en welke projecten worden voorbereid voor uitvoering na 2012. Het Waterplan 2 biedt tevens een perspectief voor Rotterdam als waterstad in 2030. In juni 2013 is een herijking van het waterplan vastgesteld met een uitvoeringsstrategie tot 2018.

Rho adviseurs voor leefruimte

25

Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam

Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Rotterdam 2016-2020 is een wettelijk verplicht meerjarenbeleidsplan, dat alle aspecten op het gebied van de rioleringstaak van de gemeente Rotterdam behandelt. Het plan is in overleg met de waterkwaliteitsbeheerders opgesteld. Voor de planperiode 2016-2020 heeft Rotterdam vier doelen geformuleerd: » » » »

Beschermen van de volksgezondheid door doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Voorkomen van wateroverlast door doelmatig inzamelen, transporteren en verwerken van hemelwater. Voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand door doelmatige maatregelen in openbaar gebied. Rotterdammers van dienst zijn en bewustwording tot stand brengen over hun rol in het stedelijk watersysteem door actief communiceren en de Rotterdammers en Rotterdamse bedrijven handelingsperspectieven te laten zien.

Rotterdamse Klimaatadaptatie Strategie

In 2008 heeft Rotterdam het klimaatadaptatieprogramma Rotterdam Climate Proof vastgesteld. Eén van de belangrijkste resultaten van dit programma is het opstellen van een klimaatadaptatiestrategie voor Rotterdam. Deze strategie is eind 2013 vastgesteld. De klimaatadaptatiestrategie geeft aan welke aanpak wordt gevolgd om de stad aan te passen aan de klimaatverandering. De strategie geeft aan waarom Rotterdam zich aanpast en welke stappen hiervoor gezet worden. Aanpassing aan de klimaatverandering is een zaak van lange adem die echter nu moet starten, omdat de stad voortdurend verandert en zich verder ontwikkelt. De effecten van klimaatverandering zijn de toe- en afname van waterhoeveelheden in de rivier, de verhoging van waterstanden in de zee, toe- en afname van neerslag en hogere temperaturen. Deze klimaateffecten hebben gevolgen die van betekenis zijn voor de stad, zoals: 1. Een toename van het risico op overstroming en schade als gevolg van een dijkdoorbraak; 2. extra benodigde ruimte voor dijkversterking; 3. vaker wateroverlast op straat en/of in gebouwen als gevolg van hevige neerslag; 4. versterkte inklinking van de bodem en afname van de water- en groenkwaliteit als gevolg van drogere perioden; 5. hittestress als gevolg van hogere temperaturen, met name in verharde gebieden.

De klimaatverandering biedt ook kansen, zoals: » Mogelijkheden voor nieuwe ontwerpen die de stad aantrekkelijker maken; » integratie van dijkversterking en gebiedsontwikkeling; » waterpleinen en vergroenen van de buitenruimte; » het ontwikkelen van nieuwe producten en deze vermarkten. In de strategie voor een klimaatbestendig Rotterdam wordt onderscheid gemaakt in een strategie voor de 'stad achter de dijk' en de 'stad buiten de dijk'. Het plangebied ligt achter de primaire waterkering. Hierop is de strategie voor de 'stad achter de dijk' van toepassing. Het binnendijkse deel van Rotterdam staat bloot aan de risico's van overstroming, extreme neerslaggebeurtenissen of juist een tekort aan water en langere perioden met hoge temperaturen. Conclusie De strategie ' stad achter de dijk' heeft geen consequenties voor deze ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

26

Rho adviseurs voor leefruimte

27

Hoofdstuk 5

5.1

Milieu

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

5.2

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig Parkeren). Voor het te hanteren kencijfer wordt het minimale kencijfer gehanteerd en een ligging in de schil van het centrum aangehouden, de gemeente heeft een zeer sterk stedelijk karakter op basis van de adressendichtheid. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022). Voor de te hanteren norm ligt het plangebied in zone B. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt getoetst aan de wegencategorisering en de daarin bepaalde grenswaarde voor de verkeersintensiteit per wegcategorie en expert judgement. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer

Deze ontwikkeling ligt aan de Dordtsestraatweg. De ontsluiting van het verkeer gaat ook plaatsvinden via de Dordtsestraatweg. Langzaam verkeer

In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om te ontsluiten met de fiets en te voet. Aan de voorzijde van het Kopblok ligt een breed trottoir. Ook ligt er een fietspad los van de rijbaan voor het Kopblok. Openbaar vervoer

Rondom het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om te reizen met het openbaar vervoer. Op circa 150 meter afstand ligt aan de Dordtsestraatweg de bushalte Valkeniersweg. Hier stopt bus 76 richting het Zuidplein. Het Zuidplein ligt op circa 1 km afstand van het plangebied. Naar het Zuidplein is het 5 minuten fietsen en 15 minuten lopen vanaf het plangebied. Op het Zuidplein zijn verschillende mogelijkheden van openbaar vervoer naar verschillende locaties.

Rho adviseurs voor leefruimte

28

Verkeersgeneratie en -afwikkeling Huidige situatie

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een aantal woningen. De woningen op de hoek zijn in eigendom van het bedrijven Havensteder, de andere panden zijn in particulier bezit en worden aangekocht. De meeste huizen bestaan uit een boven- en benedenwoningen. In de oude situatie waren er 15 woningen aan het Kopblok Dordtsestraatweg, Sikkelstraat en Reepstraat. Toekomstige verkeersgeneratie

In het plangebied komen maximaal 9 woningen. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van 3 grondgebonden woningen en maximaal 6 appartementen. Tabel 5.1 Toekomstige verkeersgeneratie Kopblok Dordtsestraatweg mvt/etmaal Verkeersgeneratie Aantal Kencijfer CROW weekdag Huurhuis, vrije 3 5,8 17,4 sector Huurhuis etage, 6 13,2 2,2 midden/goedkoop Totaal 31 mvt/etmaal

mvt/etmaal werkdag 19,3 14,7 34 mvt/etmaal

De verkeersgeneratie komt uit op 31 mvt/etmaal in een weekdag en 34 mvt/etmaal op een werkdag. Door het bouwen van minder woningen dan in de oude situatie neemt het aantal verkeersbewegingen af. Verkeersafwikkeling

Het verkeer kan zich ontsluiten via de Dordtsestraatweg. Aan de voorzijde van het Kopblok loopt nog een extra inrit waar 3 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Via deze inrit kan ontsloten worden naar de Dordtsestraatweg. Parkeren Parkeerbehoefte

De gemeente Rotterdam heeft de 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 vastgesteld'. De gebiedsindeling voor de parkeernormen bestaat uit één kaartbeeld met drie gebiedstypen. Het Kopblok valt binnen zone B- Stadswijken. Het uitgangspunt van de beleidsregeling is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. In de bestaande situatie wordt in de openbare ruimte geparkeerd. In de nieuwe situatie is parkeren op eigen terrein niet haalbaar, gezien de kleine ontwikkeling en in afweging met de stedenbouwkundige uitgangspunten. Daarom is het uitgangspunt voor deze ontwikkeling om de huidige parkeereis van de bestaande bouw te verrekenen met het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor de ontwikkeling door middel van salderen in openbaar gebied en voor het resterende deel parkeerplaatsen af te nemen in de parkeervoorziening van de Landbouwtoren (eigendom Havensteder). Deze parkeerplaatsen liggen op circa 200 meter vanaf het plangebied. Op 18-11-2020 betreft dit resterende deel 3 parkeerplaatsen. Dit zal bij de aanvraag omgevingsvergunning opnieuw getoetst worden in verband met verjaring van de mogelijkheid tot salderen bij leegstand. Tabel 5.2 Toekomstige autoparkeerbehoefte Kopblok Dordtsestraatweg Parkeerkencijfer Parkeerbehoefte Aantal Parkeerbehoefte normatief Gebiedstype B Woonfunctie, 85 9 9 1,0 tot 120 m2 gbo

Rho adviseurs voor leefruimte

29

Fietsparkeren

Het fietsparkeren mag individueel of collectief gerealiseerd worden op eigen terrein. In de proefverkaveling is rekening gehouden met vijf fietsen per woning in de vorm van tweelaagse collectieve fietsenbergingen. Het binnenterrein wordt gebruikt als achtertuin en hier is ook ruimte voor tweelaagse (collectieve) fietsstallingen. De entree naar het achterpad is vanaf de Reepstraat. Tabel 5.3Toekomstige fietsparkeerbehoefte Kopblok Dordtsestraatweg Parkeerbehoefte Aantal Parkeerkencijfer Parkeerbehoefte normatief Appartement, 85 6 3 18 tot 120 m2 gbo Rij- en vrijstaande 3 5 15 huizen Totaal 33 Verkeersveiligheid

De toename in de verkeersgeneratie zal niet tot knelpunten leiden in de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid van fietsers wordt gewaarborgd door aparte fietsenpaden. Conclusie De ontsluiting van het plangebied leidt niet tot knelpunten voor de veiligheid en bereikbaarheid van de planontwikkeling. De verkeersgeneratie neemt af ten opzichte van de oude situatie. Ook de verkeersveiligheid van het gebied leidt niet tot knelpunten.

5.3

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Langs alle wegen (met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven) bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones. Voor geluidgevoelige functies die binnen deze geluidzones mogelijk worden gemaakt dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van een stedelijke- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/uur-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Binnen de wettelijke geluidzone van een spoorlijn geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. Onderzoek en conclusie dBvision heeft in opdracht van de afdeling Bestemmingsplannen en Milieu van de gemeente Rotterdam akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het bestemmingplan Vreewijk (GEM103-31-123, 6 december 2021). In dit onderzoek zijn meerdere locaties onderzocht, waaronder de locatie Kopblok Dordtsestraatweg- Sikkelstraat. In het onderzoek is het plangebied aangemerkt als locatie 'C'.

Rho adviseurs voor leefruimte

30

De maximaal berekende geluidbelasting voor het plangebied is 52 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Maatregelen

In het kader van het Rotterdamse Actieplan geluid is een overweging gemaakt om geluidreducerende maatregelen te treffen: » Bronmaatregelen: Met het toepassen van stillere asfalttypes op de Dordtsestraatweg is het mogelijk een geluidreductie van 2 á 3 dB te bereiken. Dit is niet voldoende om de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te brengen. » Overdrachtmaatregelen: Via afstandsvergroting en/of afschermende maatregelen is geluidreductie mogelijk. Vanwege stedenbouwkundig oogpunt is het niet mogelijk/wenselijk om deze maatregelen te treffen. » Ontvangermaatregelen: Bij woningen met een geluidbelasting hoger dan 53 dB dient door een akoestisch gunstige indeling van woningen een goed akoestisch klimaat worden gecreëerd. Aangezien de gevels van de woningen in het plangebied geen geluidbelasting hoger dan 53 dB hebben zijn deze maatregelen niet aan de orde. Ontheffingsbeleid Rotterdam

Alle gevels van de woningen zijn geluidluw. Hiermee wordt voldaan aan het Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder van de gemeente Rotterdam. Conclusie De maximale berekende geluidbelasting voor het plangebied is 52 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Omdat bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet doeltreffend zijn dienen er hogere waarden te worden aangevraagd. Het college van Burgemeester & Wethouders verleent deze hogere waarden op basis van het gemeentelijke ontheffingenbeleid Wgh. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan worden deze hogere waarden als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd.

5.4

Externe veiligheid

Toetsingskader » Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: » bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; » vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Rho adviseurs voor leefruimte

31

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10"6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10"6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Onderzoek Óud-IJí Rísicocontour 10-6/jr Įļ risicoJnjïchting.1ū-6 Įļ tmsp.ctrj) Inrichtingen A 1 ŨŨOQ-1 2500Ũ LPG # 10000-125000 overig ļĵ Terreīngrens

2ssįr

[šīōsį

Basisnet spoor Basisnet-spoortrajsctrnet PAG Basis net-spoortraj eet zonder PAG Basisnet weg Basisneî-wegîraject zonder PAG Z Buisl ei dingen

Smitshoek

Figuur 5.1 Uitsnede risicokaart met het plangebied rood omcirkeld Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking. Ook bevindt het plangebied zich niet in het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water of door buisleidingen. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

Ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 2,5 kilometer bevindt zich de A15 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van de stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Het plangebied bevindt zich niet in de PR-contour. Tevens is er geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Omdat de beoogde ontwikkeling voor de A15 op meer dan 200 meter afstand ligt, hoeven volgens het Bevt in principe geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk. Rho adviseurs voor leefruimte

32

Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor

Ten oosten van het plangebied het spoortraject Rotterdam - Lombardijen op een afstand van circa 1,7 kilometer. Dit spoortraject heeft een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer en reikt tot het plangebied. Daarnaast bevindt zich ten zuiden van het plangebied het spoortraject Barendrecht vork Waalhaven Zuid op een afstand van circa 2,4 kilometer. Ook dit spoortraject heeft een invloedsgebied van meer dan 4 kilometer. Beide spoortrajecten hebben een plasbrandsaandachtsgebied van 30 meter. Het plangebied valt hier niet in. Ook ligt het plaatsgebonden risico niet buiten de spoorlijnen. Omdat de beoogde ontwikkeling voor de spoortrajecten op meer dan 200 meter afstand ligt, hoeven volgens het Bevt in principe geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid

Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Dordtsestraatweg. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Rotterdam. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid

In de toekomstige situatie zullen maximaal 9 woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groep wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers de kinderen en ouderen zullen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor en de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Ook het personeel dient geïnformeerd te worden over de verschillende risico's bij een incident. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media.

Rho adviseurs voor leefruimte

33

5.5

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.3 weergegeven. Tabel 5.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5)

Grenswaarde 40 pgZm3 40 pgZm3 max. 35 keer p.j. meer dan 50 pg Z m3 25 pg /m3

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm)

In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: » een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 ^ 1,2 pg/m3); » een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 9 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven.

Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Dordtsestraatweg, direct ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 23,6 pg^3 voor NO2, 17,6 pg^3 voor PM10 en 9,6 pgZm3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,2 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7f2200df-4bc5-422a-976c-66f60204df11