CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001472] Bijlage behorende bij 23bb001471 over Nationaal Programma Rotterdam Zuid

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 17 mei 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vervolg Uitvoeringsplan NPRZ 2023-202661.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

↑ Passend en kansrijk adviseren wordt het uitgangspunt.

De bestaande initiatieven op de scholen met betrekking tot het bevorderen van ouderbetrokkenheid (ouder-contactpersonen, schoolzorgteams) worden voortgezet. Daar-

naast wordt het bondgenootschap met de ouders verder versterkt met het Educatief Partnerschap. Het beschikbaar instrumentarium van het Educatief Partnerschap wordt ingezet op de scholen die het nodig hebben.

Afspraak: Voor het (verder) ontwikkelen van (onderwijs) ondersteunend gedrag van ouders richting hun kinderen, wordt het bondgenootschap tussen ouders en scholen verder ingericht en wordt komend jaar nader uitgewerkt. Hierbij maken we ook gebruik van de stedelijke acties op educatief partnerschap tussen ouders en scholen.

Aanpak personeelstekort: Beste leraren De afgelopen jaren hebben schoolbesturen, lerarenopleidingen, gemeente en het Rijk, samengewerkt aan de aanpak van het lerarentekort. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft samen met de sociale partners een akkoord afgesloten waarmee de loonkloof tussen het po en vo is gedicht en waarmee ook het onderwijspersoneel op scholen met veel kwetsbare leerlingen een arbeidsmarkttoelage krijgt boven op het salaris. Dit is een belangrijke landelijke stap. Deze toelage wordt nu nog uit de NPO-middelen betaald. Volgens OCW wordt de toelage vanaf zomer 2023 opgenomen in de cao’s. Hierover zijn afspraken gemaakt met de sociale partners.

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 41

De Rotterdamse schoolbesturen hebben samen met de gemeente een aanpak uitgewerkt die is gericht op: › het vergroten van de instroom van onderwijzend personeel en studenten; › beperken van de uitstroom van onderwijzend personeel; › het professionaliseren en binden van onderwijzend personeel aan de stad; › het beter én anders organiseren van het onderwijs. Bij dat laatste hebben scholen ander personeel, zoals vakkrachten en onderwijsondersteunend personeel ingeschakeld om leraren efficiënter in te zetten en breder te ondersteunen. Over het algemeen geldt voor het tekort: hoe hoger de complexiteit van de leerlingpopulatie, hoe hoger ook het lerarentekort. De aanpak van het lerarentekort is een gezamenlijke uitdaging voor de NPRZ-partners. Nog steeds zijn er minder leraren beschikbaar voor die gebieden waar de kinderen ze het meeste nodig hebben. De extra NPRZ-middelen van de afgelopen vier jaar zijn ingezet op de po scholen in de Children’s Zone en de scholen voor speciaal gespecialiseerd onderwijs ten behoeve van het ontzorgen van onderwijsteams en/of het binden en begeleiden van stagiairs en starters. Regionale Aanpak Toekomst Onderwijsarbeidsmarkt (RATO) Het ministerie van OCW heeft in 2022 geconstateerd dat bestaande maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de tekorten aan leraren en schoolleiders substantieel terug te dringen.

De tekorten zijn ongelijk verdeeld: niet alleen tussen verschillende regio’s binnen het land, maar ook tussen verschillende wijken binnen de grote steden. In december 2022 hebben de onderwijsministers Wiersma en Dijkgraaf aangegeven dat de aanpak van het lerarentekort tot dusver te versnipperd en vrijblijvend is. Ze hopen daar verandering in te brengen door meer samenwerking te verplichten in nog te vormen onderwijsregio’s, waarin schoolbesturen, lerarenopleidingen en de beroepsgroep samen moeten optrekken. In deze regio’s moeten bindende afspraken worden gemaakt. De onderwijsministers volgen daarmee het advies ‘Kinderen eerst’, Kwartiermakers advies personeelstekort onderwijs op dat onder leiding van ‘kwartiermaker’ Lodewijk Asscher is uitgebracht. Gezien de doorbraak van hogere salarissen in het po en de maatregelen die het Rijk op dit gebied heeft doorgevoerd, worden nu voor Zuid geen aanvullende afspraken gemaakt. We spreken wel, met Rijk, gemeente en schoolbesturen af dat zij in hun (regionale) plannen voor de aanpak van het personeelstekort zorgen voor

42

extra ambitie en middelen voor scholen op Zuid, inclusief hogere salarissen en arbeidsmarkttoelagen. Tot zomer 2024 zijn er extra middelen beschikbaar van het Rijk, schoolbesturen en gemeente voor de uitvoering van het convenant Slim organiseren. Het is van groot belang dat deze middelen vanaf zomer 2024 duurzaam beschikbaar komen voor de aanpak van het personeelstekort in Rotterdam.

Afspraak: In 2023 formuleren de NPRZ-partners gezamenlijke ambities om het personeelstekort binnen het onderwijs in NPRZ-gebied in ieder geval relatief te verminderen. Op basis van reguliere metingen van het personeelstekort en werkzame elementen bepalen we gezamenlijk wat we gaan doen. Met schoolbesturen, lerarenopleidingen, Rijk en gemeente worden afspraken gemaakt en de middelen daarvoor geborgd.

Extra capaciteit om te sturen in het primair onderwijs Onder onderwijskwaliteit verstaan we de kwaliteit van het lesgeven en het begeleiden van leerlingen. Hierop sturen is een kerntaak van de schooldirecteur. Zoals in de inleiding gemeld hebben de scholen op Zuid grotere en complexere opgaven. Het gehele schoolteam staat dus voor extra uitdagingen wat ook aandacht van de leiding vraagt. Dat is bijvoorbeeld ook te zien aan hun begroting: die is groter dan die van een gemiddelde basisschool in ons land. Extra middelen van Rijk, gemeente en schoolbesturen zijn nodig voor het versterken van de schoolleiding van het basisonderwijs. Onze scholen hebben zoveel extra taken dat één directeur niet meer voldoet. Dit kan op verschillende manieren. Daarbij gaan we uit van een versterking van 1-2 fte per basisschool voor leiding en/of ondersteuning bij bedrijfsvoering, organisatie en samenwerking met de hulpverlening. Dit om ervoor te zorgen dat sturen op de kwaliteit van het onderwijsgevende personeel weer de ruimte krijgt die het verdient. Een voorbeeld hiervan is Uncommonschools/Rotterdams Goud scholen.

Afspraak: NPRZ-partners zetten zich in om geld vrij te maken voor extra capaciteit op de po scholen.

po en vo in Rotterdam aan betrokken studentmentoren. Zij coachen en begeleiden de leerling één op één bij huiswerk, loopbaanoriëntatie, het kiezen van een vervolgstudie en het ontdekken van hun talent. De leerlingen ontwikkelen zichzelf en de studenten werken tegelijkertijd aan hun eigen professionele identiteit.

↑ Mentoren op Zuid levert al jaren een belangrijke bijdrage aan Zuid.

Interventie indicatoren: › Scholen waar extra middelen beschikbaar zijn; › Wijze waarop de middelen worden ingezet. Stabiele begrotingen Scholen in gebieden als NPRZ hebben relatief meer al dan niet tijdelijk geld en al dan niet gelabeld geld voor specifieke activiteiten. Het is ondertussen voor scholen niet meer duidelijk wat het normaalbudget is, wat minder noodzakelijke uitgaven zijn en wat eventuele bijzondere kosten vanwege specifieke situaties (gebouw, personeelsbestand etc.) zijn. We gaan daarom samen met een aantal scholen analyseren wat nodig is om als school het goede aanbod te kunnen betalen.

Afspraak: Op een aantal scholen start een pilot waar een analyse van de begroting wordt gemaakt met aanbevelingen voor een stabiele begrotingen.

Interventie indicator: › Deelnemende scholen en de resultaten. Mentoren/tutoren Een zeer gewaardeerde partner in het ondersteunen van scholen en leerlingen is de reeds langer bestaande stichting Mentoren op Zuid, begonnen in 2012 als bijdrage aan het NPRZ en onderdeel van de Hogeschool Rotterdam. Mentoren op Zuid koppelt leerlingen uit het

Naar aanleiding van de mogelijkheden die het NPO biedt, is dit aanbod uitgebreid met reken -en taal tutoren. Scholen zijn positief over de inzet van tutoren en leerlingen worden door de tutoren daadwerkelijk vooruitgeholpen met taal en rekenen. De scholen zien veel inzet en enthousiasme bij de tutoren. Leerlingen waarderen de extra lessen van tutoren: zij kwamen gemotiveerd en met zelfvertrouwen terug in de groep. Mentoren en tutoren lijken dus een belangrijke aanvulling in het onderwijscurriculum van de kinderen.

Afspraak: Mentoren op Zuid continueren we in 2023-2027.

Interventie indicatoren: › Bereikte scholen; › Aantal mentoren en mentees; › Aantal tutoren taal en bereikte leerlingen; › Aantal tutoren rekenen en bereikte leerlingen.

4.1.3.2 V  oorschoolse educatie 2- en 3-jarige doelgroep peuters Het onderdeel van de programmatische aanpak voor 0-4 jarigen die we onder de pijler School onderbrengen, is het vergroten van het bereik van de twee- en driejarige doelgroep peuters (indicatie Extra spelen en leren) in de voorschoolse educatie. In de afgelopen uitvoeringsperiode zijn we er op Zuid maar ook in heel Rotterdam niet in geslaagd om het beoogde 89% bereik van driejarige doelgroep peuters met de indicatie Extra spelen en leren te behalen (tabel 8). Dat betekent dat een belangrijk deel van de driejarige peuters met een onnodige achterstand start op de basisschool. Ook het bereik onder de tweejarige doelgroep peuters is de afgelopen jaren achtergebleven. Als partners leggen we zo vroeg mogelijk de basis voor kinderen opdat zij zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen en betere schoolprestaties in hun schoolcarrière mogelijk worden.

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 43

↓ Tabel 8: Percentage bereik van 3-jarige doelgroeppeuters , met de indicatie extra spelen en leren.

↑B  ij het programma Mentoren op Zuid worden leerlingen uit het vo en po geholpen door ervaren studentmentoren.

→ Hogeschool Rotterdam/Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) Expertisecentrum Maatschappelijke InnovatieHogeschool Rotterdam werkt samen met studenten, gemeente Rotterdam, NPRZ, onderwijsinstellingen en partners om bij te dragen aan het versterken van Zuid. Het expertisecentrum richt zich op het oplossen van complexe maatschappelijke problemen in de gebieden wonen, werken, zorg & welzijn, onderwijs en betekenisvolle economie. Om dit te bereiken, zet EMI-HR honderden HR-studenten in bij zes programma’s: Mentoren op Zuid, Studenttutoren010, Mama’s Garden, Betekenisvolle Economie, Stadsleven, Vitaal op Zuid en Daddy’s Place. Binnen elk programma werken partners en bewoners op Zuid samen met studenten, docenten en onderzoekers in Communities of Practice (CoP’s) aan oplossingen voor complexe vraagstukken. Het werkproces van EMI kenmerkt zich door interactie, verbinding, vernieuwing, al doende leren en kennisdeling. Dit leidt tot nieuwe kennis voor Zuid en duurzame vernieuwing van het onderwijs voor toekomstige professionals.

44

Voor studenten biedt dit praktijkgericht onderwijs, werkervaring en nieuwe vaardigheden. Het Mentoren op Zuid-programma is na het ontstaan van het NPRZ gelanceerd. Momenteel helpen 1.400 studenten van het Albeda, Hogeschool Rotterdam, Thomas More Hogeschool en Zadkine ruim 1.400 leerlingen van meer dan 50 basis- en middelbare scholen op Zuid. In het midden van 2022 is het Studenttutoren010programma gelanceerd in samenwerking met de gemeente Rotterdam en EMI-HR. Studenten uit het hoger onderwijs van Rotterdam fungeren als tutor en bieden twee keer per week een uur lang hulp bij taal en rekenen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Door deze intensieve begeleiding maken leerlingen grote stappen vooruit. De tutoren worden geworven, getraind en ingezet door het Mentoren op Zuid-programma. De betaling van de studenttutoren, vanuit NPO-gelden, is ondergebracht bij uitzendbureau Flexcraft tegen een maatschappelijk tarief.

1-10-2018

1-10-2019

1-10-2020

1-10-2021

Stedelijk

80%

81%

80%

79%

Charlois

76%

78%

77%

76%

Feyenoord

85%

82%

80%

80%

IJsselmonde

77%

78%

76%

73%

Met behulp van gebiedsanalyses krijgen we een beter beeld van de situatie op gebieds- en wijkniveau. In samenspraak met betrokkenen uit de afzonderlijke wijken kunnen mogelijk succesfactoren voor het bereik worden onderscheiden. En krijgen we een beter beeld van de redenen waarom ouders wel of niet gebruik willen maken van de voorschoolse educatie (ve).

Interventie indicatoren: › gemaakte en in uitvoering zijnde wijkaanpakken; › % bereik 2-jarigen met onderdeverdeling naar alle doelgroepindicatie en armoede op wijkniveau; › % bereik 3-jarigen met onderverdeling naar alle doelgroepindicatie en armoede op wijkniveau.

Het heeft de voorkeur dat alle kinderen gratis naar de kinderopvang/ve kunnen maar we gaan in ieder geval voor alle twee- en driejarige peuters in het NPRZ-gebied (Charlois, Feijenoord en IJsselmonde) die opgroeien in gezinnen in armoede (inkomen tot 130% wettelijk sociaal minimum) 16 uur voorschoolse educatie per week geheel gratis maken. Dit betekent concreet dat we de volgende groepen voor 16 uur ve in aanmerking willen laten komen: › De huidige doelgroep indicatie Gelijke kansen voor ouders die gebruik maken van schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet schuldsanering behouden de huidige 16 uur gratis opvang met ve. › Peuters met de doelgroep indicatie van het CJG in armoede krijgen ook 16 uur gratis opvang met ve (in plaats van de huidige 8 gratis uur). › Peuters zonder doelgroepindicatie van het CJG maar wel in armoede krijgen ook 16 uur gratis opvang met ve (in plaats van de 0 gratis uur nu). › Voor peuters met de doelgroepindicatie van het CJG niet in armoede verandert er niets: zij behouden recht op 16 uur ve waarvan 8 uur gratis zijn.

4.1.3.3 Dagprogrammering

Afspraak: De partners CJG, houders kinderopvang en ve, basisscholen, hulpverleners en ouders werken samen met de gemeente op basis van gebiedsanalyses op gebied/wijkniveau uit hoe het bereik van de twee en driejarigen van ve in NPRZ-gebied te vergroten. De gemeente zal hiervoor het initiatief nemen.

In schooljaar 2022-2023 bieden in totaal 43 scholen Dagprogrammering aan: alle 29 scholen in de zeven CZ-focuswijken (Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Charlois, Feijenoord, Hillesluis en Tarwewijk), zes po-scholen op Zuid buiten de CZ-focuswijken en acht vo-scholen. Ook in 2023-2026 gaan we hiermee door. Voor 2023 zijn de middelen beschikbaar gesteld om de huidige Dagprogrammering voort te zetten. In 2022 is de eerste tranche van de Schouw Dagprogrammering afgerond zodat we meer inzicht krijgen in de relatie tussen de doelen, de inzet en de opbrengsten van Dagprogrammering. Er is al veel bereikt met Dagprogrammering. Zonder uitzondering onderschrijven de geschouwde scholen, ouders en leerlingen dat de aanpak bijdraagt aan verrijking. Door leerlingen in Rotterdam-Zuid kennis te laten maken met activiteiten en werelden die zij niet kennen en/of van huis uit niet zo snel meekrijgen, wordt hun wereld groter gemaakt. Wat kinderen en jongeren leren en ontdekken is erg verschillend, maar hun enthousiasme – óók een resultaat – over de verrijkingsactiviteiten is over het algemeen groot: in alle gevallen zorgt het voor een bredere blik en ervaring. Meerdere scholen uit de schouwgroep geven aan dat er beter wordt gescoord op de leervakken en dat zij de indruk hebben dat de Dagprogrammering hierin een belangrijke rol speelt.

Wel benoemen ze ook dat hier meer aspecten en andere interventies op van invloed zijn. De geschouwde scholen ervaren ook allemaal dat

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 45

Afspraken: Dagprogrammering wordt in schooljaar 20232024 in de huidige vorm voortgezet en uitgebreid naar alle vo en po-scholen buiten de focuswijken die dat willen. We actualiseren de uitgangspunten voor Dagprogrammering voor de schooljaren 2023-2024 tot en met 2026-2027 waar nodig in reactie op de uitkomsten van de (vervolg) schouw(en) Dagprogrammering en de verkenning van de opties voor maatwerk. Voorts geldt voor de vo-scholen dat ze in vijf jaar groeien van 33% naar 50% deelname aan Dagprogrammering van de leerlingen van de huidige vo-scholen, mits eerst de 33% wordt gehaald. Het budget wordt verhoogd naar 5 euro per kind per uur (i.p.v. het huidige tarief van 3,73 euro per kind per uur) met een jaarlijkse indexering van 2%.

↑ Met verschillende lob-activiteiten worden jongeren gestimuleerd na te denken over hun talenten én toekomst.

Dagprogrammering bijdraagt aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. De partners van de pijler School streven met Dagprogrammering meerdere doelen na. Dagprogrammering heeft tot doel de onderwijsresultaten en de sociaalemotionele vaardigheden van de kinderen te verbeteren door: › Meer inzet op de cognitieve vakken; › Meer aandacht voor de fysieke en psychische ontwikkeling; en de wereld van leerlingen te vergroten door: › Hun culturele ontwikkeling te verbreden; › Belangstelling voor techniek te wekken; › Gevoel voor democratisch burgerschap te kweken; › Een oriëntatie op het beroepsleven te bieden. Voor het verbeteren van de specifieke leerprestaties in het po is het aanbieden van intensievere begeleiding bewezen effectief. Dit kan bij een aantal vormen, denk aan dubbele dosis, mentoren, tutoren.

Met elkaar verkennen we in 2023 ook de verschillende opties voor maatwerk in het po. Dit doen we door de voor- en nadelen van alle alternatieven in beeld te brengen. Aspecten die hierbij van belang zijn: › het belang van veel goede uren (leertijd) voor het kind; › het belang van het gelijke speelveld voor scholen (om te voorkomen dat ouders kiezen voor scholen met minder uren extra leertijd); › de haalbaarheid voor scholen (in verband met uitvoeringsbelasting en personeelstekort). We kijken daarin ook wat scholen nodig hebben vanuit het succesvolle opgaveteam Dagprogrammering om hen te ontzorgen. We laten jaarlijks schouwrondes uitvoeren naar de relatie tussen doelen, inzet en opbrengsten van de Dagprogrammering. We willen hier handvatten uitkrijgen die de kwaliteit van de Dagprogrammering verbeteren. En we bieden (betaalde) scholing aan vakleerkrachten om de pedagogische en didactische vaardigheden van vakleerkrachten te vergroten en dus daarmee de kwaliteit van de Dagprogrammering.

Interventie indicatoren: › Aangeboden uren per school onderscheiden in thema’s; › Deelgenomen uren door kinderen per school; › Schouwrapporten en verkenning maatwerk po; › Deelnemers scholing vakleerkrachten.

4.2 Kiezen voor Vakmanschap 4.2.1. O  ntwikkelingen Kiezen voor Vakmanschap In Rotterdam-Zuid is sprake van een mismatch tussen de opleidingskeuzes van jongeren en de vraag van de arbeidsmarkt. Zo kiezen te weinig leerlingen voor opleidingen in de techniek, de zorg en het onderwijs. Juist in deze sectoren is veel vraag naar personeel. Bovendien weten leerlingen vaak niet goed wat bij ze past en waar ze goed in zijn. Voor de kinderen en jongeren van Zuid is kansrijk opgroeien geen vanzelfsprekendheid. Zuid kampt met een hoge werkloosheid, met kinderen die opgroeien in armoede, kinderen met ouders zonder/laag formele opleiding. In deze context maken jongeren loopbaankeuzes die een realistisch arbeidsmarktperspectief missen. Het resultaat is een hardnekkige situatie waarin, hoewel het werk er is, veel van de jongeren uit Rotterdam-Zuid die jaarlijks de arbeidsmarkt betreden realistisch gezien niet kunnen concurreren met leeftijdgenoten van elders. De impact die een opleidingskeuze heeft voor een jongere onderhevig aan multi-problematiek is groter dan voor een jongere met een veilige en stabiele thuisbasis.

namelijk zichtbaar betere kansen dan een keuze voor andere mbo-opleidingen1. Dit blijkt onder andere uit het gegeven dat jongeren die een opleiding hebben gekozen met ADB-garantie gemiddeld vaker economisch zelfstandig zijn en een veel hoger salaris verdienen2. Zie ook pijler Werk hoofdstuk ADB-garanties (pagina 57). Ook onder de werkgevende partners van het NPRZ neemt de vraag naar personeel toe; en daarmee voor meer jongeren van Zuid de kans op een duurzame school- en arbeidsloopbaan. In het onderwijs en bij de politie is veel behoefte aan nieuwe aanwas uit het eigen gebied. Andere sectoren met toenemende tekorten zijn de kinderopvang en de brandweer. Uitbreiding van het loopbaan en oriëntatie programma (lob) naar hogere niveaus (havo, vwo en hoger onderwijs) in relatie tot de vraag van werkgevers is nodig. Arbeidsmarkt en opleidingskeuzes jongeren Een serieuze en boven proportionele toename is te zien in het aandeel jongeren dat kiest voor een opleiding in de zorg, haven en techniek. Desondanks is de opgave nog stevig omdat tegelijkertijd nog steeds veel jongeren voor opleidingen met minder kans op werk en relatief lagere salarissen kiezen.

Ook de komende vijf jaar blijft het nodig om te werken aan goede opleidingskeuzes onder aankomende mbo-studenten zodat ze na afronding van hun opleiding direct kunnen doorstromen naar de arbeidsmarkt of het hbo (zie figuur 2 op pagina 48).

Om de kansen op een passende baan en een duurzame arbeidscarrière te vergroten is het belangrijk leerlingen structureel te begeleiden bij het kiezen voor opleidingen in sectoren met voldoende perspectief op werk. Centraal onderdeel van Kiezen voor Vakmanschap is de beschikbaarheid van de AanDeBak-garantie (ADB-garantie). Om het voor jongeren in Rotterdam-Zuid extra aantrekkelijk te maken te kiezen voor een beroepsopleiding met grote kansen op een baan, stellen werkgevers (organisaties) elk jaar ADB-garanties beschikbaar. Zie de pijler Werk, hoofdstuk AanDeBak-garanties (pagina 56). Voor jongeren van Zuid biedt een keuze voor mboopleidingen in de sectoren zorg, haven en techniek

↑ Toename van jongeren dat kiest voor baan in de techniek, haven en zorg.

Basismonitor Onderwijs NPRZ 2015, 2016, 2017, 2019, 2020, 2021 en ((schoolloop)banen 2018) door Kenniswerkplaats Rotterdams Talent (RISBO en

1) 

gemeente Rotterdam (OBI)) 2)

46

Midterm Terugblik pijler Werk NPRZ (10 juni 2022)

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 47

46,3% 32,6%

Rotterdam Zuid

32,6%

vier grote steden

41,9%

8,1 5,5

zorg

16,6

haven, transport en logistiek

8,0

techniek

21,7

19/20

20/21

19,0

11/12

12/13

13/14

14/15

15/16

16/17

17/18

18/19

↑ Figuur 2: Het aandeel mbo-studenten met een opleiding in een kansrijke sector groeit. In 2020/2021 volgt 46,0 procent zo’n opleiding, dat is meer dan gemiddeld in de vier grote steden (41.5 procent). In elk van de drie sectoren is deelname gegroeid sinds 2011/2012. (Bron: Risbo).

Loopbaan oriëntatie en begeleiding (lob) op de scholen Alle po en vo scholen zijn met lob bezig. Er is nog wel werk te verzetten als het gaat om het uitvoeren van een uitgebreid, samenhangend en effectief lob-pakket. Zeker de activiteiten rondom profielkeuze en opleidingskeuze kunnen effectiever worden ingezet, denk aan inzet ADB-garanties of aan uitingen en activiteiten i.s.m. school en het bedrijfsleven. Nu de pandemie enigszins achter de rug lijkt, wordt het mogelijk weer een kwaliteitsstap te maken. Implementatie van de lob-activiteiten blijkt in de praktijk tijdrovend voor de scholen. Oorzaken wisselen per school. Belemmeringen zijn onvoldoende kennis van nut en noodzaak van lob voor de toekomst van leerlingen, een te beperkt beeld bij leerkrachten van banen in de zorg en vooral techniek en haven en/of gebrek aan tijd en geld om alles te organiseren. De website www.gaanvooreenbaan.nu maakt het voor scholen makkelijker en overzichtelijker om het lob-programma samen te stellen. Het projectteam Gaan voor een Baan ondersteunt de scholen met het invullen en samenstellen van het lob-programma. Landelijke ontwikkelingen De beschreven ontwikkelingen gelden niet alleen voor Rotterdam-Zuid. Ze zijn ook terug te vinden in de rest van het land.

Het kabinet heeft in oktober 2022 aangekondigd structureel €33 miljoen extra te investeren in de verbetering en versterking van lob in het mbo. Cruciale sectoren, die volgen vanuit de verduurzaming van de economie, als klimaat, techniek en zorg verdienen daarbij de eerste aandacht, volgens minister Dijkgraaf. Op 21 november 2022 is het advies ‘Kansrijk opleiden’ van de Taskforce Doelmatigheid onder voorzitterschap van Lodewijk Asscher gepresenteerd. Het advies is om de keuze voor mbo-opleidingen met arbeidsmarkttekort

48

te stimuleren. De taskforce adviseert een aanpak waarbij beroepsonderwijs en bedrijfsleven zowel landelijk, sectoraal als regionaal in gesprek gaan en afspraken maken voor kansrijk opleiden. De taskforce adviseert om prioriteit te geven aan twee vitale sectoren met een tekort aan vakkrachten, die ook in het coalitieakkoord benoemd zijn (techniek en zorg) en aan een sector waar zorg is over de toekomst van het arbeidsmarktperspectief (economischadministratief). Verder moeten scholieren betere voorlichting krijgen over arbeidsmarktkansen van verschillende mbo-opleidingen. Ook moet het gemakkelijker worden om over te stappen naar een kansrijkere opleiding. Midterm review NPRZ In de midterm (p)review NPRZ zijn de aanbevelingen gedaan om de reikwijdte van de ADB-garanties boodschap te verbreden en te zorgen dat alle partners van het NPRZ eenzelfde boodschap uitdragen. Een direct gerelateerde aanbeveling is: “Verminder het aanbod van kansarme opleidingen en vergroot de aantrekkingskracht van kansrijke”. Met name op het eerste onderdeel van deze aanbeveling is een doorbraak gewenst (zie ook het advies taskforce Doelmatigheid van Asscher). Tot slot wordt geconstateerd dat vraagstukken rondom veiligheid en ondermijning op verschillende manieren de school binnenkomen.

Tegelijkertijd hebben de verleidingen van de criminaliteit invloed op keuzes die kinderen en jongeren maken op het gebied van hun opleiding.

4.2.2 Aansprekende ambities Kiezen voor Vakmanschap Als aansprekende ambitie handhaven we de doelstelling om de uitstroom in kansrijke opleidingen in het mbo te verhogen.

↑ Aandeel mbo-studenten op Zuid van 50% naar 55% in haven-, techniek- en zorgopleidingen.

Concreet gaat het om de volgende indicatoren: ›  38% van de jongeren van Zuid heeft een mbo-diploma in de richting van techniek en haven en logistiek; › 17% in de richting van zorg. Zie voor de ambitie en doelstellingen voor het bevorderen van de instroom op de kansrijke opleidingen in de kinderopvang, het onderwijs en de politie, het hoofdstuk ADB-garanties van de pijler Werk (zie pagina 56). Om inzicht in de ontwikkelingen te krijgen gebruiken we de volgende indicatoren: ›  verdeling over de sectoren ten aanzien van de in- en uitstroom in het vmbo; › instroom in het mbo; › deelname van alle studenten in het mbo.

4.2.3 I nterventies Kiezen voor Vakmanschap Voor een duurzaam toekomstperspectief voor de jongeren in Rotterdam-Zuid gaan we door met onze aanpak gericht op de kansrijke sectoren zorg, haven, techniek, onderwijs, kinderopvang en het onderwijs (voor de pabo-opleidingen). Met het programma Tech op Zuid wordt met de landelijke subsidie Sterk Techniekonderwijs geïnvesteerd in de vmbo’s van Zuid met een techniekprofiel. Het instrumentarium om het doel te bereiken blijft de komende vijf jaar in de basis hetzelfde: een sterk en compleet lob-programma dat door alle scholen wordt uitgevoerd en de ADB-garanties die de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt bij de geselecteerde opleidingen garanderen via de NPRZ-pijler Werk. We volgen 5 interventielijnen: 1. Structureel aanbieden/organiseren van afgesproken lob-activiteiten.

2. Verbreden bereik leerlingen en ouders via andere partners dan school. 3. Onderzoek aanbod techniekonderwijs op de vmbo’s 4. Sterk Techniekonderwijs; Tech op Zuid. 5. Verhogen aandeel studenten op techniekopleidingen.

4.2.3.1 S  tructureel aanbieden/ organiseren van afgesproken lob-activiteiten De ambitie en doelstelling van het loopbaan- en oriëntatie programma Gaan voor een Baan wordt gecontinueerd: met invoering van de zogenaamde Routekaart-activiteiten geven alle scholen van Zuid een compleet lob-programma aan hun leerlingen en hun ouders. De website www.gaanvooreenbaan.nu is het vertrekpunt. Hier plannen scholen (po, vo en mbo) hun complete lob-programma met Zuid-breed ingekochte activiteiten, (regionale) activiteiten van de NPRZ-partners en/of voegen daar hun eigen activiteiten aan toe. Het gaat om activiteiten op het gebied van: › Ontdekken en ervaren; › Reflecteren en kiezen; › Training en scholing leerkrachten en docenten; › Aansluiting arbeidsmarkt; › Ouderbetrokkenheid; › Weerbaarheid. Basisscholen voldoen hiermee tevens aan de verplichting tot implementatie van Wetenschap & Technologie (W&T) in het basisschool curriculum. Aansluiting arbeidsmarkt Werkgeversbetrokkenheid gedurende de AanDeBak-opleiding op het mbo is cruciaal om uitval te voorkomen en werknemersvaardigheden mee te geven en zodoende de student klaar te maken voor de arbeidsmarkt. In ieder

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 49

stichtingen en ontmoetingsplekken in de wijk. Deze aanpak sluit ook aan bij de aanbeveling in de midterm (p)review: “Zorg dat de AanDeBak-boodschap sterker wordt uitgedragen door docenten en mentoren in het voortgezet- en beroepsonderwijs, het Jongerenloket, de zorg- en hulpverleners en de welzijnswerkers naar ouders en leerlingen/studenten. Hierdoor wordt de reikwijdte van de boodschap verbreed en dragen alle partners van het NPRZ eenzelfde boodschap uit”. ↑ Het techniekonderwijs wordt de komende jaren verder versterkt.

geval wordt gezorgd voor activiteiten op het gebied van soft skills van leerlingen om kansen op werk te vergroten en ook om zich staande te blijven houden op de arbeidsmarkt. Ook worden werkgevers meer betrokken in het lob-programma: van inzet bij lob-activiteiten tot het aanbieden van stages. Professionalisering Het lob-aanbod wordt aangevuld/uitgebreid met bestaande (regionale) initiatieven die aansluiten bij de kansrijke sectoren. Naast de ondersteuning in de professionalisering heeft een aantal scholen ook behoefte aan ondersteuning in de uitvoering van lob op structurele basis (n.a.v. signalen po scholen over lerarentekort, werkdruk). Verkend wordt de mogelijkheid van meer externe professionals in het begeleiden en geven van lob-lessen en activiteiten voor de po scholen die dit nodig hebben op structurele basis. Ter ondersteuning bij de uitvoering van lob activiteiten die reeds al in het aanbod zitten, maar door omstandigheden (werkdruk, uitval) niet kunnen worden uitgevoerd door de leerkrachten van de school. Sociale weerbaarheid en veiligheid Een belangrijk onderdeel in de aanpak veiligheid is voorkomen dat kinderen in het verkeerde milieu belanden en ongewenste loopbaanpaden betreden. Risico’s liggen al vroeg op de loer. Niet zelden komen kinderen in Rotterdam Zuid al op de basisschool in aanraking met criminele activiteiten.

De aanpak om verkeerde carrièrepaden af te sluiten wordt dus al op jonge leeftijd relevant. Initiatieven van Pijler Veiligheid die geschikt zijn voor scholen en zich richten op (het weerbaarder maken van) jonge kinderen op Zuid zullen via het platform van Gaan voor een Baan ontsloten worden naar de scholen, als onderdeel van het loopbaan- en oriëntatieprogramma. Zie voor een beschrijving van de initiatieven Pijler Veiligheid, pagina 114, 7.33 Interventies voorkoming jonge aanwas, Ouderbetrokkenheid Ouders worden als doelgroep opgenomen in het program-

50

ma-aanbod op Gaan voor een Baan met voorlichting, cursussen en interactieve ouderavonden op de scholen. Daar waar mogelijk worden afspraken gemaakt over gebruik van de uren in de Dagprogrammering.

Afspraak: Continueren van de afspraak uit het voorgaande uitvoeringsplan: alle scholen op Zuid (63 (s)bo, 19 vo en 11 mbo- locaties) voeren een compleet lob-programma uit met de onderdelen; ontdekken en ervaren, reflecteren en kiezen, training en scholing leerkrachten en docenten, aansluiting arbeidsmarkt, ouderbetrokkenheid en weerbaarheid. Zij krijgen daarbij van het team BRIDGE adequate ondersteuning op maat bij het ontwerpen en uitvoeren van het lob-programma.

Interventie indicator: › Inzicht in het gebruik/inzet van lob-activiteiten door de scholen.

4.2.3.2 Verbreden bereik leerlingen en ouders via andere partners dan school De ambitie is een groter bereik onder leerlingen en ouders voor het geven van inzichten in een goed loopbaanperspectief. Het bereiken van de leerlingen en ouders doen we via de partners in de wijk. Met name de ouderbetrokkenheid blijft een belangrijk aandachtspunt. Zij hebben grote invloed op de keuze die hun kinderen maken. Het voorlichten van ouders over een kansrijke toekomst van hun kinderen wordt dan ook geïntensiveerd door het voorlichten en enthousiasmeren van de ouders ook buiten de scholen in te zetten via de welzijnsorganisaties,

Afspraak: Jongerenwerkers op Zuid, medewerkers jongeren-loket en andere zorg- en hulpverleners kennen het Gaan voor een Baan verhaal en dragen dit uit richting kinderen, jongeren en ouders. Zij krijgen net als de scholen hierbij adequate ondersteuning van het team BRIDGE.

Interventie indicatoren: › getrainde partners; › georganiseerde momenten voor ouders.

4.2.3.3 O  nderzoek naar aanbod techniek in voortgezet onderwijs Uit het onderzoek van SEOR ‘De brug van school naar werk’ (okt 2019) blijkt dat 41% van de vmbo-leerlingen op Zuid niet kan kiezen voor een techniekprofiel op de eigen school. Voor het zorgprofiel kan dit wel. Om dit te verbeteren heeft de stuurgroep Vakmanschap opdracht gegeven voor een onderzoek naar de haalbaarheid van het uitbreiden van het technisch onderwijs op de vmbo-scholen in Rotterdam-Zuid. Het onderzoek wordt gestart in 2023. Overeengekomen zijn de volgende onderzoeksvragen: › Breng in kaart wat nodig is om alle scholen in Rotterdam-Zuid een techniek profiel aan te laten bieden. › Inventariseer of en welke alternatieven er zijn voor het aanbieden van een techniekprofiel, waarmee de gewenste resultaten ook worden behaald. Leerlingen kiezen uit het aanbod dat er is. Over de al dan niet aanwezige mogelijkheden om enerzijds op alle vo schoollocaties techniek aan te bieden en anderzijds op het mbo niet-kansrijke opleidingen te verminderen wordt al langere tijd binnen het NPRZ gesproken.

Afspraak: Oplevering onderzoek naar aanbod techniekonderwijs op de vo scholen. Naar aanleiding van de uitkomsten maken we vervolgafspraken.

4.2.3.4 Sterk Techniekonderwijs Het Rijk stelt landelijk middelen beschikbaar voor het versterken van het aanbod en de inhoud van het techniekonderwijs. De schoolbesturen in Rotterdam-Zuid hebben met elkaar een plan ingediend en voeren dat nu uit. Het regioplan Sterk Techniekonderwijs (STO) in Rotterdam-Zuid is in april 2019 opgesteld en ondertekend. De looptijd van de regeling Sterk Techniekonderwijs is van 2020 tot 2023. De minister heeft in verband met de lockdown-perioden de looptijd van STO verlengd tot 1 augustus 2024. Het programma loopt dus nog voor de eerste twee jaar van dit uitvoeringsplan. De minister is echter van plan het programma te continueren.

Er zal in ieder geval worden gewerkt aan: › bevorderen van toestroom in technische beroepsopleidingen in het vmbo; › verbeteren van de kwaliteit van het technisch vmboonderwijs, zoals betere en meer faciliteiten en leermiddelen, goede docenten, aansluiting bij de technologische ontwikkelingen in het bedrijfsleven; › moderniseren en actualiseren van machines en leermiddelen in het technisch vmbo-onderwijs; › verbeteren van de samenwerking tussen het technisch bedrijfsleven en het vmbo onderwijs; › ondersteunen van basisscholen bij het verzorgen van techniekonderwijs; › verhogen van aantal uren praktisch techniekonderwijs in de onderbouw van het vmbo; › realiseren van doorlopende leerroutes vmbo-mbo; › werken aan zichtbaarheid van moderne techniek door organiseren van wedstrijden voor leerlingen; › voorstel t.b.v. het bevorderen van het techniekonderwijs voor het primair onderwijs; › loopbaanoriëntatie middels het lob-programma Gaan voor een Baan

Afspraak: Onderwijspartners continueren Tech op Zuid (voor in ieder geval tot augustus 2024).

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 51

Interventie indicatoren: Indicatoren op het gebied van de genoemde onderdelen zoals bijvoorbeeld: › het aantal leerlingen dat in het vmbo kiest voor een technisch profiel; › het aantal bedrijven dat actief bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van het technisch vmbo onderwijs; › het aantal uren dat de technische vmbo-scholen technieklessen verzorgen in de onderbouw; › het aantal leerlingen dat versneld en succesvol een mbo diploma haalt met de doorlopende leerroute.

4.2.3.5 Verhogen aandeel studenten op techniekopleidingen De afgelopen tien jaar hebben het Zadkine College, Albeda College, Techniek College Rotterdam (TCR) en het Scheepvaart en Transport College (STC) zich samen ingezet voor NPRZ om meer studenten in de zorg en techniek te krijgen (NPRZ-doelstelling totaal was 50%: 15% zorg en 35% techniek en haven). Voor wat betreft zorg zijn de mbo- scholen hier goed in geslaagd. Zij gaan dan ook hier onverminderd mee door. Het succes komt door de vereende krachten van de zorginstellingen, primair en voortgezet onderwijs, de mbo-scholen en NPRZ. Het feit dat een beperkt aantal opleidingen één op één samenwerkt met deRotterdamseZorg draagt aantoonbaar bij aan het succes. De mbo-scholen zien voor de komende jaren het technisch beroepsonderwijs als een uitdaging voor zichzelf en voor NPRZ. Dit is een grote, gedeelde en gezamenlijke zorg. De mbo-scholen willen, zowel absoluut als relatief, meer studenten van Rotterdam-Zuid voor de techniek werven, opleiden en behouden. Zowel bij TCR als bij STC is hier een “aanvalsplan” voor opgesteld. Een groot probleem voor de technische opleidingen is dat er heel veel crebo’s/ opleidingen zijn en een zeer versnipperd werkveld. De mbo-scholen pakken dit als volgt aan: › Beperking van het aantal technische opleidingen door verbreding met als doel een grotere instroom.

De mbo-scholen vragen hiervoor een experiment aan bij de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Deze aanvraag wordt ondersteund door de MBO Raad en de Commissie macrodoelmatigheid mbo (CMMBO). › De mbo-scholen gaan expliciet en full force voor werven van nieuwe studenten uit Rotterdam-Zuid en voor een leven lang ontwikkelen (o.a. de Avondschool). › De mbo-scholen investeren in innovatie van de opleidingen (bol én bbl).

52

› Meer gestructureerde en structurele samenwerking met

het werkveld. Begin 2023 hebben Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam, Hogeschool Rotterdam (HR), TCR en STC Group een intentieverklaring ondertekend tot het vormen van de Human Capital Coalitie Energietransitie. Dit is in het bijzonder gericht op de haven en is een mooi voorbeeld mooi hoe deze organisaties samenwerken aan dit verhaal. De mbo-scholen willen dit soort samenwerkingen uitbreiden en opschalen. Daarnaast willen de mboscholen, onder andere via Onderwijspower van VNONCW, werken aan de “RotterdamseTech”. De mbo-scholen willen samen met het technisch bedrijfsleven een stichting opzetten (à la deRotterdamseZorg) dat vraag en aanbod op het gebied van personeel met elkaar verenigt. Uiteraard besteden zij hier bijzondere aandacht aan Rotterdam-Zuid. › De mbo-scholen zullen uitvallers uit het onderwijs en kwetsbare groepen in het bijzonder toeleiden naar de zorg en techniek. Dit gebeurt in het bijzonder door de Talenthub op Zuid. Bovenstaande maatregelen vergen veel investeringen in tijd en geld. De mbo-scholen die partner zijn in NPRZ committeren zich om de komende jaren extra investeringen te doen om het aantal studenten van Rotterdam-Zuid in de techniek te verhogen. Deze investeringen zitten in werving en behoud van studenten, innovatie van opleidingen en samenwerking met het bedrijfsleven.

Afspraken: We zorgen voor 10% groei op de instroom ›  en 3% groei op het totaal aantal studenten per jaar in de mbo-techniekopleidingen. Het aandeel studenten van Rotterdam-Zuid dat een opleiding volgt in de techniek, haven en logistiek bedraagt 38%. Voor de zorg is dat 17%. De mbo-scholen geven transparante en eerlijke ›  voorlichting over: baankansen, bol/bbl doorstroommogelijkheden en lonen (van startsalaris tot vijf jaar na behalen diploma). De mbo-scholen maken gebruik van aan›  sprekende campagnes, loopbaanoriëntatie en incentives voor studenten van het bedrijfsleven (AanDeBakgaranties en waar mogelijk financiële vergoeding aan studenten).

4.3 Governance Pijler School Gewerkt wordt vanuit de Onderwijstafel, hierbij zijn alle onderwijspartijen van kinderopvang/ve tot en met hbo/universiteit betrokken. Daaronder bestaan sinds de start van het vorige uitvoeringsplan weer stuurgroepen en een begeleidingscommissie. Dit zijn de stuurgroep Children’s Zone, de Stuurgroep techniek en de Begeleidingscommissie Monitoring en Onderzoek . In de Onderwijstafel worden de voorstellen van de verschillende stuurgroepen geagendeerd en besproken, onder voorzitterschap van de bestuurder pijler School van het NPRZ. De Onderwijstafel, die al bestaat vanaf 2012 en goed wordt bezocht, speelt ook een belangrijke rol voor het draagvlak en de signalering van nieuwe knelpunten en kansen. De rollen van de stuurgroepen zijn: › op strategisch niveau de doelstellingen en voortgang van de projecten BRIDGE en Tech op Zuid bewaken; › vanuit een gezamenlijke bestuurlijke verantwoordelijkheid op Rotterdam-Zuid faciliteren dat de doelstellingen worden gerealiseerd; › vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de afzonderlijke leden de eigen organisaties op de hoogte brengen van de afspraken en zorgen voor de uitvoering en borging van de gemaakte afspraken in de eigen organisaties.

Afspraak: De eerste maanden van 2023 wordt bekeken welke stuurgroepen nodig zijn voor de uitvoering van dit plan. Een stuurgroep bestaat altijd uit een vertegenwoordiging van schoolbesturen, gemeente (onderwijs en evt. andere relevante afdelingen) en directeur NPRZ.

Rol Begeleidingscommissie Monitoring en Onderzoek Door de ontwikkeling van leerlingen in Rotterdam-Zuid te volgen en hun loopbanen te vergelijken met die van leerlingen in de rest van Rotterdam en de vier grote steden, krijgen de onderwijspartners in het NPRZ inzicht of de aanpak effect heeft op de schoolprestaties en loopbaanontwikkeling van leerlingen van Zuid. In de begeleidingscommissie nemen onderzoekers en een vertegenwoordiging van de schoolpartners deel. Samen doen zij voorstellen voor onderzoek ten behoeve van de Children’s Zone en Kiezen voor Vakmanschap.

De onderzoekers leveren daarnaast de basismonitor en aanvullende analyses op microdata op; zij doen dit vanuit de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent. Er zijn ambities om deze manier van monitoren uit te breiden zowel qua inhoud als qua samenstelling van de begeleidingscommissie. Zie hiervoor hoofdstuk Organisatie en financiën, onderdeel monitoring en verdere kennisontwikkeling (zie pagina 121). Sterkere schil om scholen: werken met opgaveteams en varianten daarop Schooldirecteuren en schoolbesturen zijn in toenemende mate tevreden over de ondersteuning die zij van het gemeentelijk cluster Maatschappelijk Ontwikkeling krijgen. Die ondersteuning wordt geleverd door zogenaamde opgaveteams. Met name basisscholen zijn kleine organisaties met beperkte capaciteit voor het extra werk dat deze scholen moeten verzetten. Budgetten voor scholen op Zuid zijn de helft tot eens zo groot als die van een reguliere school in ons land. Het is fantastisch dat die middelen beschikbaar zijn, maar goed uitgeven vergt capaciteit en kennis. Scholen die hulp willen, worden daarin ondersteund. Dat is voor de Children’s Zone begonnen in 2018 met het opgaveteam Dagprogrammering po. Dat ondersteunt ondertussen ook de Dagprogrammering vo. Sinds 2021 is er een stedelijk opgaveteam Schoolzorgteams (zie Thuisbasis op Orde, pagina 28).

Ook de inzet van het NPRZ-programmabureau en de gemeente op het gebied van lob (BRIDGE) vindt in een vergelijkbare opgaveteamvorm plaats. De opgaveteams hebben ook een ondersteunende en begeleidende rol, zoals bij het aanvragen van middelen bij het Rijk. Deze rol van de opgaveteams is van belang om de scholen te ontzorgen, maar ook om kwaliteit en een efficiënte uitvoering te borgen. Een voorbeeld hiervan is de ondersteuning en begeleiding van de opgaveteams bij de aanvraag en inzet van de Rijke schooldagmiddelen voor de professionalisering van vakkrachten in de Dagprogrammering.

Afspraak: We continueren de bestaande opgaveteams en richten nieuwe op waar nodig. Daar waar partners voor het NPRZ met scholen en schoolbesturen nieuwe afspraken over inzet van scholen worden gemaakt. Voor het door de gemeente ingekochte welzijnswerk en hun rol richting de scholen, wordt bekeken of de huidige afspraken afdoende zijn of dat een vorm van opgaveteam nodig is.

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 53

WERKERS OP ZUID

‘Heel belangrijk in dit programma is dat elke werkzoekende één vaste begeleider toegewezen krijgt. Iemand die vasthoudt en niet meer loslaat.’ altijd een net mandarijntjes bij zich heeft, ‘voor als kindjes niet hebben’. Over dat meisje op het schoolplein, dat niet alleen in de zomer, maar ook in de winter sandalen draagt. ‘Op heel Zuid, óók op Katendrecht, zijn er ontzettend veel gezinnen die het zwaar hebben. Het niet hebben van werk heeft daar alles mee te maken. Tegelijkertijd is dat zelden het énige probleem.’

Vasthouden en niet meer loslaten

ROZANNE WIJNAND PROGRAMMAMANAGER SAMEN VOOR ZUID

‘Werk is afleiding, erkenning, waardering, contact, groei en structuur.’ Door de partners van het NPRZ wordt dagelijks hard gewerkt om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Wie zijn die werkers op Zuid? Een baan kan veel problemen oplossen én voorkomen, weet Rozanne Wijnand, programmamanager Samen voor Zuid. ‘Werk is zo essentieel. Het is erkenning, waardering, contact, groei, structuur.’

Rozanne Wijnand ontvangt in haar woning op Katendrecht. Vanuit het raam aan de voorzijde kijkt ze uit over de Maas. Aan de achterzijde ligt een kleine stadstuin, die grenst aan sociale huurwoningen op de Kaap. Het is zo’n plek in Rotterdam waar het oude en nieuwe Katendrecht samenkomen en het contrast in welvaart zichtbaar aanwe-

54

zig is. ‘Vroeger was ik weinig thuis. Sinds ik een dochter heb en op Katendrecht woon, is dat anders. Je staat op het schoolplein, je brengt je kind naar kleuterdans, komt andere ouders tegen. Je krijgt veel meer connectie met de wijk, en meer oog voor de verschillen. Die zijn hier nogal voelbaar,’. Ze vertelt over de juf van haar dochter, die

Wijnand is programmamanager van Samen voor Zuid en het programma draait nu al een tijdje. Vanuit het Rijk is er destijds extra geld vrij gemaakt om het aantal werkzoekenden, dat op Rotterdam-Zuid hoog is, terug te dringen. Wijnand: ‘Dat geld besteden we bijna allemaal aan méér tijd en aandacht voor de werkzoekende. Achter elke werkzoekende zit namelijk een verhaal, een situatie, een gezin. Vaak is er sprake van multiproblematiek, een opstapeling van problemen. Dat betekent dat er meestal meerdere experts nodig zijn om één persoon verder te helpen. Heel belangrijk in dit programma is dat elke werkzoekende één vaste begeleider toegewezen krijgt. Iemand die vasthoudt en niet meer loslaat. We doen het, zoals de titel Samen voor Zuid al zegt, sámen. Samen met de werkzoekenden, maar ook met collega’s en werkgevers.’

Werkweekagenda

Als programmamanager is Wijnand voortdurend op zoek naar kansen, waar zij op kan inspelen om de positie van werkzoekenden in Zuid te verbeteren. Ze is veel onderweg en vaak in overleg. Voortdurend houdt ze haar ogen en oren open: wat gebeurt er in de stad, wat betekent dat voor Zuid, welke projecten kan ze ontwikkelen, bij welke netwerken kan ze aanhaken en welke experimenten zijn het uitproberen waard? Een voorbeeld van zo’n experiment is de Werkweekagenda, dat even simpel als succesvol is gebleken. ‘We geven werkzoekenden een agenda,’ vertelt Wijnand, ‘om ze inzicht te geven in hun dagbesteding en wanneer ze wát doen. Doet iemand elke dag boodschappen? Dan zeggen wij: als je een baan hebt, kan dat niet. Dan moet je voor

meerdere dagen boodschappen doen. In de werkweekagenda kunnen ze ook alle activiteiten bijhouden die bijdragen aan het vinden van werk. Zoals het volgen van een taalcursus of een gesprek met een jobcoach. Maar ook het samenkomen met een hulpverlener is onderdeel van de werkweekagenda. Eerst vinden werkzoekenden de methode vaak nogal schools, maar als ze er eenmaal mee werken, brengt het enorm veel rust en structuur.’

Werkervaring opdoen

Een ander project is het Leerpraktijkcentrum, dat werkervaringsplaatsen biedt aan werkzoekenden op Zuid. Zoals bijvoorbeeld KOCO in Carnisse het restaurant van een bejaardenflat. ‘Daar doen onze kandidaten op een beschutte manier werkervaring op. Ze kunnen er laten zien wat ze kunnen. En ook wat er niet goed gaat, komt naar voren. Komt iemand elke dag te laat? Dan vliegt hij of zij er niet meteen uit, maar volgt er een gesprek. Er wordt gekeken hoe het kómt dat iemand niet op tijd kan komen en naar een oplossing gezocht.’

De waarde van werk

Wijnand werkte jarenlang bij Randstad in de Drechtsteden, in verschillende rollen, voor ze bij gemeente Rotterdam terecht kwam. Toen ze werd gedetacheerd naar de sociale dienst, ging er een wereld voor haar open die ze nog niet kende. ‘Het werken met een doelgroep voor wie werken helemaal niet zo vanzelfsprekend is, vond ik geweldig. Omdat je het verschil kunt maken in een mensenleven.’ Dat zij de kar mag trekken van Samen voor Zuid, in haar eigen Rotterdam, voelt voor haar als een enorme kans. ‘Zoals ik al zei zit ik hier met mijn neus bovenop de verschillen. Onze achterburen noemen dit rijtje koopwoningen De Goudkust. Dat begrijp ik wel, de inkomensverschillen zíjn er en ze zijn zichtbaar. Daar wil ik iets aan doen. Maar ik doe mijn werk ook in de overtuiging dat werk méér is dan inkomen vergaren. Werk is zo essentieel. Werken is gezond. Werk is afleiding, erkenning, waardering, contact, groei en structuur. Dat gun je iedereen. Zeker voor kinderen is het o zo belangrijk dat er structuur is in een gezin. Als ze zien dat hun ouders een ritme hebben, hebben ze zelf ook iets om aan vast te houden. Het helpt ze om uit die cirkel van doelloosheid te komen. Dat ik daaraan kan bijdragen vind ik enorm waardevol.’

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 55

5. Pijler Werk

In de pijler Werk van het NPRZ staan twee doelgroepen centraal: schoolverlaters die hun eerste stappen gaan zetten op de arbeidsmarkt en werkzoekenden met een bijstandsuitkering. De inspanningen in het NPRZ richten zich op het zoveel mogelijk laten kiezen van kansrijke opleidingen in zorg, haven, techniek, logistiek. En voor opleidingen die leiden tot werk bij partners zoals kinderopvang, de schoolbesturen en politie. Daarnaast is het voorkomen van uitkeringsafhankelijkheid, met het programma Samen voor Zuid, een van de belangrijkste onderdelen van het programma. Het hebben van werk is de beste weg uit armoede, als middel voor het terugdringen van ongelijkheid, structuur in het leven en voor een duurzaam perspectief op een goede toekomst. Met economische structuurversterking zorgen we tot slot voor een toename van werkgelegenheid op Zuid zelf of de bereikbaarheid daarvan in de omgeving van Rotterdam. Hoe we het bondgenootschap met bewoners verder inrichten zal komend jaar nader worden uitgewerkt. Voor werkzoekenden met een uitkering worden afspraken gemaakt om de inzet van met name de gemeente wijkgericht aan te sturen. Voor de economische structuurversterking zal op maat gekeken worden naar de kansen voor specifieke wijken.

De pijler Werk bestaat uit drie delen. 1. AanDeBak-garanties voor jongeren 2. Werkzoekenden met een uitkering 3. Economische structuurversterking

5.1 AanDeBak-garanties voor jongeren De AanDeBak-garantie is een belangrijk instrument binnen het loopbaan- en oriëntatieprogramma BRIDGE: Gaan voor een Baan, van de pijler School. Scholieren krijgen hierin een intensief traject van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob), beginnend in groep 6 van het basisonderwijs. Zie voor de afspraken over het lob-deel van het programma de pijler School (zie pagina 48). Het onderdeel AanDeBak-garantie is opgenomen bij de pijler Werk vanwege de samenwerking met het bedrijfsleven en het bieden van werkgelegenheid. Met de AanDeBak-garantie vergroten werkgevers en onderwijs samen met NPRZ de kansen van jongeren van Zuid op een duurzame en kansrijke loopbaan. Vanaf de start van het programma in 2012 zijn AanDeBak-garanties – toen nog carrière startgaranties genoemd – beschikbaar gesteld aan jongeren in het NPRZ-gebied. Werkgevers

en werkgeversverenigingen als onder andere Defensie, Deltalinqs, deRotterdamseZorg, Food Innovation Academy, RET, Sectorinstituut Transport & Logistiek, IW Zuid-Holland en Metalent vertrouwen met de AanDeBak-garantie op het potentieel van jongeren van Zuid.

5.1.1 Ontwikkelingen AanDeBak-garanties Met de AanDeBak-garanties willen we zorgen dat de helft van de ongeveer 1.200 jongeren die jaarlijks naar het mbo gaan, kunnen kiezen voor een opleiding met arbeidsmarktperspectief in zorg, haven en techniek, zonder dat ze zich zorgen hoeven te maken dat ze hun eerste baan vinden. Dit voorkomt dat jongeren door een onvoldoende doordachte studiekeuze met diploma toch niet ‘aan

de bak’ komen, ondanks dat ze hun diploma hebben gehaald. Dit komt nu nog vaak voor omdat Rotterdam-Zuid kampt met een grote mismatch tussen opleidingskeuzes van jongeren en de vraag van werkgevers. De partners van het NPRZ hebben groot vertrouwen in het instrument AanDeBak-garanties, óók in tijden van krapte op de arbeidsmarkt. Juist nu er veel te kiezen is op de arbeidsmarkt wordt het nog belangrijker om de lange termijn voordelen van de kansrijke sectoren onder de aandacht te brengen en te houden. Met een AanDeBakgarantie hebben jongeren tevens de zekerheid dat ze ook op de langere termijn en los van economisch hoogen laagtij na het behalen van hun diploma aan de slag kunnen. Zo hebben zij zicht op een duurzaam werkend leven met relatief goede salarissen. Onderzoek met microdata bevestigt dit beeld al geruime tijd.

↓ F iguur 3: 40.000 35.418

35.000 30.000 25.000

22.526

15.000

16.173

20.000 10.000 5.000 0 1 jaar

2 jaar

3 jaar

na 4 jaar

Aan De Bak

overige Zorg, Techniek en Vervoer, transport en logistiek

na 5 jaar andere sector

Gemiddeld inkomen van eerstejaars, na 1-5 jaar, naar sector, cohort 2014/2015 Bron: SSB, Bewerking Risbo/gemeente Rotterdam (OBI) 100% 80% 72% 60%

55% 41%

40%

20%

0%

1 jaar Aan De Bak

↑ Veel werkgevers doen inmiddels mee met de AanDeBak-garantie van het NPRZ.

56

2 jaar

3 jaar

na 4 jaar

na 5 jaar

overige Zorg, Techniek en Vervoer, transport en logistiek

andere sector

Percentage eerstejaars dat economisch zelfstandig is, na 1-5 jaar, naar sector cohort 2014/2015 Bron: SSB, Bewerking Risbo/gemeente Rotterdam (OBI)

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 57

↑ Ook Defensie doet mee met de AanDeBak-garantie.

Het is een krachtig signaal voor jongeren van Zuid dat ze gewild zijn op de arbeidsmarkt. Dit signaal geven sinds het uitvoeringsplan 2018-2022 ook andere partners van NPRZ af. Schoolbesturen in het primair onderwijs hebben zich als eerste aangesloten. Daarmee willen zij niet alleen jongeren van Zuid een kans bieden maar ook het lerarentekort het hoofd bieden én tegelijkertijd een grotere en meer diverse groep toekomstige leerkrachten aantrekken. Zelfde overwegingen gelden voor de partners in de kinderopvang en de politie. De afgelopen jaren is het aantal AanDeBak-garanties en de deelname van jongeren aan de AanDeBakopleidingen toegenomen (zie figuur 4). Er zijn 557 garanties in de Zorg, Haven en Techniek. Het aantal nieuwe inschrijvingen op de geselecteerde opleidingen voor de genoemde sectoren was in schooljaar 2021/22 741 studenten en overtreft daarmee het beoogde aantal. Dit betekent niet dat we er zijn. Blijvende aandacht en inzet is nodig. De andere partners van NPRZ bieden samen 245 AanDeBak-garanties. In 2021/22 zijn 143 studenten van Zuid gestart met de opleidingen bij die 245 ADBgaranties.

Werkgevers verwachten een grote inzet van de mbo’s op Zuid. Zoals het verhogen van het aandeel studenten in de techniek opleidingen. Zie de pijler School, kiezen voor vakmanschap, paragraaf 4.2.3.5 voor de afspraken met de mbo-scholen. Vanuit de scholen is een veel geuite wens het toevoegen van meer AanDeBak-garanties op mbo 2 en voor mbo 1 en het praktijkonderwijs. Voor het mbo 1 was in de vorige uitvoeringsplannen aandacht onder de noemer Entreewerk en Leerwerkakkoorden. Het ging daarbij met name om een bbl-achtige opleidingsvorm zonder salaris voor jongeren waarvan de inschatting is dat zij niet kunnen doorstromen naar mbo 2 of hoger.

5.1.2 Aansprekende ambities AanDeBak-garanties We hebben de ambitie om onze jongeren net zo werkzaam te laten zijn als de gemiddelde jongere in de G4. Concreet gaat het om de volgende effectindicatoren: › % Werkzame jongeren t/m 28 jaar; › % Jongeren t/m 28 jaar van Zuid met uitkering met en zonder AanDeBak-opleiding.

5.1.3 Interventies AanDeBakgaranties De afspraken met de werkgevers rondom de garanties worden hernieuwd en de aangesloten werkgevers worden

↓ Tabel 9: Beschikbare AanDeBak-garanties.

Totaal ‘17-’18

Totaal ‘18-’19

Totaal ‘19-’20

Totaal ‘20-’21

Totaal ‘21-’22

58

200

400

600

800

1000

Afspraken: Afspraken met werkgevers ten aan zien van de ›  garantievoorwaarden en samenwerking met de scholen worden vernieuwd en daar waar nodig aangepast aan de huidige situatie. Daarnaast wordt een verbeterslag bij de monitoring uitgevoerd; De Bridge-Gaan voor een Baan-organisatie ›  zal de opdracht op zich nemen om de mogelijkheden te verkennen voor (meer) AanDeBakgaranties voor in het praktijkonderwijs en het mbo 1 en 2 en zich inzetten om vanaf schooljaar 2023-2024 eerste overeenkomsten met werkgevers en opleidingen te sluiten; Om uitval te voorkomen sluit de AanDeBak›  garantie als programmaonderdeel aan bij ondersteunings- en zorgtrajecten van het mbo voor studenten. Voor studenten die uitvallen wordt de samenwerking met het Jongerenloket en de Talenthub voortgezet en versterkt.

Ook de komende periode gaan partners door met de inspanningen om jaarlijks voor minimaal zeshonderd jongeren een AanDeBak-garantie beschikbaar te stellen in de zorg, haven en techniek en daarnaast blijven we in gesprek met de overige partners van het NPRZ. Bovendien zullen andere kansrijke sectoren worden verkend waar vraag naar is op de arbeidsmarkt. Het NPRZ beschikt bij aanvang van de nieuwe programmaperiode over jaarlijks 802 AanDeBakgaranties, inclusief garanties bij de Politie, kinderopvang en basisonderwijs. De verdeling van de AanDeBakgaranties per werkgever bij aanvang van de programmaperiode 2023-2027 (zie tabel 9).

↓ F iguur 4: Instroom studenten van Zuid in opleidingen met ADB-garantie.

0

nog zichtbaarder gemaakt voor scholen. Ook wordt nauwere samenwerking gezocht tussen de werkgevers en het mbo en vmbo ten behoeve van de werving van studenten voor de AanDeBak-garantie en voor de bewustwording van jongeren die al zijn gestart met een opleiding waarvoor een AanDeBak-garantie geldt. De monitoring van de AanDeBak-garantie wordt verbeterd door afspraken met het Jongerenloket en de afdeling Toezicht en Handhaving die de Rotterdamse Leerling Basisadministratie (LBA) beheert. Het streven is om beter zicht te krijgen of opleidingen worden afgemaakt, het voorkomen van uitval en of jongeren geen gebruik maken van hun garantie terwijl ze er wel recht op hebben.

Werkgever

Aantal beschikbare AanDeBak-garantie

Ministerie van Defensie

100

Stadsbeheer Rotterdam

22

SPG Infra

50

Deltalinqs

100

deRotterdamseZorg

180

Food Innovation Academy

30

Sectorinstituut Transport en Logistiek

25

RET

10

Metalent en Installatiewerk ZH

40

Kinderopvang

100

Politie eenheid Rotterdam

45

Basisonderwijs (pabo)

100

Totaal

802

NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 59

↓ Figuur 6: Bestandsontwikkeling meerjarig (index 1 1 2018 = 100). Benchmark BUIG : Onderstaand is het relatieve verloop vanaf 2018 (index 1-1-2018 = 100) weergegeven van de bestandsontwikkeling BUIG van de G4 (cijfers onderlinge uitwisseling) en landelijk Benchmark BUIG (CBS-cijfers). : Onderstaand is het relatieve verloop vanaf 2018 (index 1-1-2018 = 100) weergegeven van de

bestandsontwikkeling BUIG van de G4 (cijfers onderlinge uitwisseling)en landelijk (CBS-cijfers).

Bestandsontwikkeling meerjarig

(index 1-1-2018 = 100)

103%

5.1.4 Governance De AanDeBak-garantie is een onderdeel van het programma BRIDGE/Gaan voor een Baan. De gemeente faciliteert de projectorganisatie die samenwerkt met AanDeBak-werkgevers en de scholen (voortgezet (praktijk) onderwijs, mbo-AanDeBak-opleidingen en pabo’s). De stuurgroepenstructuur van de pijler School wordt opnieuw ingericht. De afgelopen uitvoeringsperiode was AanDeBak-garanties onderdeel van de stuurgroep Vakmanschap. Daarnaast is er een Werkgroep Werkgevers opgericht die twee keer per jaar bijeenkomt. Er is een werkgroep opleidingsbedrijven en een werkgroep werkgeversorganisaties/individuele werkgevers. Iedere AanDeBakwerkgever wordt vertegenwoordigd in deze werkgroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=02fffcff-ea90-405e-a902-57f932cc4f93