[23bb001391] Inspreekbijdrage de heer Davids, namens wijkraad Het Lage Land, Prinsenland en 's Gravenland
Tekst van het document
Voorzitter, Participatie en de Omgevingswet is een boeiende maar ook weerbarstige materie. Dat bleek al bij de wetsbehandeling maar ook bij uw technische sessie. Participatie is ook gewoon nodig. We staan voor een enorme bouwopgave die vooral via verdere stedelijkeverdichting wordt gerealiseerd. Het raakt de woonomgeving van alle Rotterdammers. Anderzijds is het voor initiatiefnemers vooraf duidelijk waar ze aan moeten voldoen en daarmee ook hun voordeel kunnen doen. Wat hebben we nu eigenlijk in handen nog afgezien van de invoering van de wet zelf die op zich laat wachten. Dankzij de motie Nooren ligt er nu iets en daar is deze participatienota Omgevingswet het resultaat van. Ik stip drie zaken aan. Er ligt een toetsingskader. Dat is zeker winst tov de huidige praktijk van participeren in geval van bouwen. Die is niet nader is omschreven. Dat heeft me altijd verbaasd. Met dit toetsingskader hebben belanghebbenden en wijkraden een ( kwantitatief) instrument in handen om te kunnen beoordelen waar de participatie aan moet voldoen. De initiatiefnemer heeft zekerheid waar aan voldaan moet worden. De motivatieplicht zorgt ervoor dat duidelijk wordt waarom voor een bepaalde participatievorm is gekozen. Hier zit een kwalitatief element in. Een tweede punt is het participatieverslag.
Ook dit is een instrument waarmee belanghebbenden en wijkraden kunnen zien of er geparticipeerd is en zo ja hoe en waarom. Er is een motivatieplicht opgenomen ook tav de betrokkenheid van de wijkraden. De kwaliteit van de participatie is daarmee nog niet helemaal opgelost. Wel verzameld de gemeente nu via de verslaglegging veel informatie over de wijze van participeren en kunnen daar goodpractices uit worden samengesteld. Op basis daarvan kan dan mogelijk via evaluatie een set kwaliteitscriteria worden ontwikkeld mbt de participatie. Dat zal niet eenvoudig zijn maar daar zal het toch naar toe gaan. De Omgevingswet vervangt immers alle wetten en Uitvoeringsbesluiten die de leefomgeving raken. Het is dan beter als college hier tijdig werk van maakt. Het derde punt is de positie van de wijkraden Daar zijn we naar mijn gevoel nog niet goed uit. Maatwerk is het toverwoord, dat is mijnsinziens iets te makkelijk. We doen nu ervaring op via het wijkaccoord. Daar zit een onderdeel stedelijk opgaven en participatie in. We zien nu dat gemeentelijke diensten wel pogingen doen hier iets van te maken samen met de wijkraden maar de gemeentelijke organisatie is er duidelijk niet op voorbereid. Ook hier ligt een taak voor het college om hier werk van te maken.
Zodat de wijkraden bij het volgende Jaar Actie Plan over een voldragen set aan stedelijke opgaven en de bijbehorende participatie kunnen beschikken. Tenslotte geeft de verordening op de wijkraden in artikel 23 lid 1 wel de juridische basis voor de participatie en advisering in geval van stedelijke opgaven.
Maar er staat - kunnen- afspraken maken over de wijze van participeren en niet -moeten-. Een puntje voor de evaluatie van de verordening t.z.t. Ook is niet helemaal duidelijk wat onder stedelijke opgaven moet worden verstaan. Ook daar moet éénduidigheid in komen. Voorzitter, participatie moet een bijdrage leveren aan een stad waar het goed wonen, werken en recreëren is. Het is geen hindermacht maar het moet wel serieus worden beoefend. Daarom is het goed dat er nu deze nota ligt en heb ik wat suggesties gedaan m.b.t. de verdere invulling ervan door het college. Ron Davids. Namens de wijkraad Het Lage land, Prinsenland, s Gravenland Alleen gesproken woord telt. Raadscie. BWB 8 maart 2023