[23bb001265] Raadsvoorstel over Vaststelling Bestemmingsplan Rijnhaven
Tekst van het document
Reclamant verwacht een verkeersinfarct op en nabij de Posthumalaan, op het Wilhelminaplein en Laan op Zuid als gevolg van deze extra drukte in combinatie met de reguliere verkeersdrukte en grotere verkeersstromen door gedeeltelijke afsluiting van de Maastunnel en de grote ontwikkelingen in het Hart van Zuid en Feyenoord XL. Reactie:
Blad: Datum: Ons kenmerk:
40/52 21 februari 2023 M2210-4668
Rotterdam kiest voor goede groei in de binnenstad. De binnenstad heeft ook definitief de sprong over de rivier gemaakt waarvan de omliggende wijken op Zuid moeten kunnen profiteren. De binnenstad is ook een logische plek voor een verdere groei van de stad. Er zijn mogelijkheden om in de binnenstad nog circa 15 tot 25 duizend woningen toe te voegen en evenzoveel arbeidsplaatsen. Daarvoor is het nodig dat de stad investeert in bereikbaarheid, duurzaamheid en diversiteit om de binnenstad van Rotterdam nog leefbaarder, gezonder en vitaler te maken. Deze ambities zijn in 2021 vastgesteld in de Uitwerking Omgevingsvisie, gebied Binnenstad. Met de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA) zet Rotterdam op tal van fronten in op transitie en het reguleren van die behoefte aan mobiliteit. Er wordt extra ingezet op het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en fiets. Maar ook op meer gebruik van deelvervoer. Deze gecombineerde aanpak zal leiden tot een verschuiving van het gebruik van verschillende soorten vervoer. Alle transities kennen een overgangsperiode, waar er tijdelijk ook ongemak, een nieuw gebruik of nieuw gedrag gaat ontstaan. Van een structureel infarct zal geen sprake zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten.
13.8 Ontsluiting van het gebied is ontoereikend Reclamant vindt de ontsluiting van het gebied ontoereikend en vindt dat verkeersblokkades vooral voor de schiereilanden Wilhelminapier en Katendrecht ronduit gevaarlijk zijn. Zonder betere ontsluiting van die gebieden, met in de toekomst meer dan 10.000 inwoners, mogen de plannen niet doorgaan. Reactie: Wij herkennen ons niet in het beeld van reclamant dat sprake is van verkeersblokkades voor de schiereilanden Wilhelminaplein en Katendrecht. De gebieden zijn direct aangesloten op de hoofdstructuur van het Rotterdamse wegennet en op openbaar vervoer verbindingen, waaronder metro, tram, bus en zelfs watertaxi. De schiereilanden zijn onderling verbonden met bruggen voor langzaam verkeer. De aansluiting op het wegennet kent enkele belangrijke en kritische knooppunten. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven zijn diverse modelstudies gedaan met verkeersmodellen. In de studies is gekeken naar referentiesituaties en meerdere scenario's en varianten. De studies zijn gebruikt om antwoord te geven op de vraag wat de aanvullende effecten zijn van de doorontwikkeling van de Kop van Zuid en Katendrecht. De knooppunten kunnen de toegenomen drukte verwerken als er ingezet wordt op een gebiedsgerichte mobiliteitsstrategie die rekening houdt met het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam, de OVvisie en de RMA.
Los van de bepalingen uit het bestemmingsplan biedt de inrichting van de ruimte en het wegennet tal van mogelijkheden voor een meer of juist minder intensief gebruik, zoals wegverbreding, -versmalling, opstelstroken, afstelling verkeerslichten, doelgroepenstroken, ongelijkvloerse verbindingen. Dit maakt dat het bestemmingsplan een toereikende ontsluiting toelaat, ook voor de situatie met in de toekomst een groeiend aantal bewoners en bezoekers. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
41/52 21 februari 2023 M2210-4668
13.9 Verkeersintensiteit is verkeerd ingeschat Verkeersintensiteit en de mobiliteits- en parkeerbehoeften zijn verkeerd ingeschat en zijn niet in verhouding tot de beoogde functiemix en omvang bouw. Reclamant zet grote vraagtekens bij de gebruikte aannamen en is van mening dat de mobiliteitstransitie geen oplossing is voor een gebied dat zó veel functies en zó veel bezoekers en aanvoer van goederen van buiten krijgt. Reactie: Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven zijn voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven diverse modelstudies gedaan met verkeersmodellen. In de studies is gekeken naar referentiesituaties en meerdere scenario's en varianten. Daarin is rekening gehouden met de beoogde functiemix en omvang van de bebouwing hier en in de omgeving. De gemeente staat achter de gehanteerde uitgangspunten en de te verwachten resultaten van het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam, de OV-visie en de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak RMA. De Rijnhaven is juist bij uitstek een plek waar fors ingezet kan worden op de transitie, met zijn uitstekende bereikbaarheid met OV en fiets en centrale ligging in de stad. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.10 Betere afweging nodig tussen levendigheid en leefbaarheid De programmatische invulling is niet per se een verbetering voor het gebied.
Voor woningen en groen is de maatschappelijke behoefte aanwezig (al zijn de samenstelling en de prijs-kwaliteitsverhouding van woningvoorraad een zorgpunt), maar de overige functies, waaronder meer horeca en evenementen moeten beter doordacht worden. De levendigheid in een te druk bebouwd gebied moet beter afgewogen worden tegen leefbaarheid en woongenot. Reactie: Dat dit gebied onderwerp van intensieve verstedelijking is, is op meerdere plekken in het beleid van de gemeente verankerd (Omgevingsvisie, Masterplan, …) en de ingeslagen weg geeft hier invulling aan. We zijn het met reclamant eens de leefbaarheid van de omliggende wijken goed moet blijven en wij snappen ook dat met een verder gaande verstedelijking de beleving kan veranderen. In onze aanpak zit echter opgesloten dat we werken volgens de principes van goede groei met oog voor voorzieningen, gezondheid etc., waarmee een goede ontwikkeling tot stand komt. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.11 Zorgen over uitvoeringskwaliteit van de plannen Reclamant maakt zich zorgen over de maatschappelijke noodzaak en de kwaliteit van de uitvoering van de bouwplannen. Reclamant verwacht dat de hoge kosten van de demping en de ontwikkelingen zullen leiden tot versobering en kwaliteitsverlies van de vormgeving.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
42/52 21 februari 2023 M2210-4668
Reactie: De gemeente hanteert kwaliteitsnota’s als waarborg voor de kwaliteit. De gemeente gaat dit uitwerken in het stedenbouwkundig plan, waar een visie op beeldkwaliteit en materialisering wordt uitgewerkt. Dit dient als kader voor de uitvoeringskwaliteit door architecten. Tevens zal de gemeente een specifiek welstandsbeleid uitwerken voor de gebiedsontwikkeling. De gemeente heeft financieel de zaken op orde en zet zich in om de kwaliteit overeind te houden. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.12 Omvang maatschappelijke voorzieningen correspondeert niet Reclamant stelt dat de omvang van de sociale en maatschappelijke voorzieningen in het gebied niet correspondeert met de omvang van de woningbouw. Dat betekent verhoogde druk op de voorzieningen in de nabijgelegen wijken en beperkte leefbaarheid en duurzaamheid van Rijnhaven als woongebied voor alle generaties. Reactie: De gemeente gebruikt referentiewaarden om te berekenen welk programma aan voorzieningen nodig is in relatie tot het totale bouwprogramma. Voor het bestemmingsplan zijn maximale waarden meegegeven, zodat er een divers stedelijk programma gerealiseerd kan worden. Dat stedelijk programma staat niet alleen ten dienste van de nieuwbouw, maar biedt ook functies voor de aangrenzende gebieden en de rest van de stad.
En andersom zullen de omliggende gebieden voorzieningen bieden voor de nieuwbouw hetgeen de leefbaarheid en de duurzaamheid, ook voor verschillende generaties, juist ten goede komt. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.13 Veiligheid en klimaatbestendigheid staan haaks op elkaar Reclamant vindt dat de hoge dichtheid van de bebouwing haaks staat op de veiligheid en klimaatbestendigheid van de wijk. Buitendijks gebied is een risicogebied, met verhoogde kans op maatschappelijke ontwrichting en persoonlijke en materiële schade. De onveiligheid van tienduizenden bewoners en bezoekers door zeer slechte ontsluiting van het gebied is zeer zorgelijk. Reactie: In Rotterdam houden we bij buitendijks bouwen rekening met de stijging van de zeespiegel. Door op een verstandige en adaptieve manier te bouwen, zijn de buitendijkse gebieden geen gevaarlijke plekken om te ontwikkelen. Buitendijks bouwen vraagt wel om extra aandacht. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan waterveiligheid en klimaatadaptatie, waaronder het collegebesluit over uitgiftepeilen. Bij de Herijking van uitgiftepeilen in 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat voor buitendijks gebied zoals de Rijnhaven een uitgiftepeil Basisniveau van minimaal 3,60 meter boven NAP geldt.
De Adviseur Waterveiligheid adviseert om nieuwe gebouwen zo aan te leggen dat ze waterbestendig zijn tot minimaal 3,90 meter boven NAP. In elk geval moeten kwetsbare voorzieningen
Blad: Datum: Ons kenmerk:
43/52 21 februari 2023 M2210-4668
boven dat peil worden aangelegd. Bij het dempen en ophogen van het oostelijk deel van de Rijnhaven zal het uitgiftepeil ter plaatse van de drie bouwblokken op minimaal 4,10 meter boven NAP worden gebracht, hoger dan de advieshoogte voor waterbestendigheid. Bij dit uitgiftepeil is, ook bij de hogere hoge waterstanden die voor het jaar 2100 worden verwacht, de kans op water op het maaiveld (en daarmee de kans op waterschade) gering. Als er sprake is van een overstroming van het gebied rondom de drie bouwblokken dan zal de waterdiepte daarvan zeer waarschijnlijk beperkt zijn. Omdat de hoogte van het park afloopt naar de waterlijn toe is de kans op overstroming van het westelijk deel van het park aanzienlijk groter. Het park zal zo worden ingericht dat de schade daarvan beperkt zal zijn. In de toelichting van het bestemmingsplan is verder gesteld dat in buitendijks gebied bewoners en gebruikers zelf verantwoordelijk zijn voor de waterveiligheid. Bij hoge waterstanden op het maaiveld kan evacuatie naar andere gebieden lastig zijn. Voor de gebruikers van de drijvende gebouwen is dat ook niet nodig. In het gebied komen daarnaast voldoende hoge gebouwen voor waar verticale evacuatie plaats kan vinden. Gezien het bovenstaande kan worden gesteld dat sprake zal zijn van een goede waterveiligheid en een lage kans op maatschappelijke ontwrichting.
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.14 Klimaatbestendigheid en hittestress leiden onder verdichting De klimaatbestendigheid van de Rijnhaven staat onder druk door het verkleinen van het wateroppervlak (en daarmee de nodige verkoeling) en de bouwdichtheid en -hoogheid, waardoor de hittestress in het gebied zal toenemen. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat de ontwikkelingen (demping, Rondje Rijnhaven, verleggen overstortbemaling) goede kansen bieden voor de realisatie van een stadsstrand waar Rotterdammers op warme dagen verkoeling kunnen vinden. Voor wat betreft hittestress zorgen gebouwen en extra verharding daaromheen voor een verslechtering ten opzichte van wateroppervlak, maar een park met bomen en groen zorgt juist voor een significante verbetering ten opzichte van wateroppervlak. Om het effect nauwkeurig in beeld te krijgen is een simulatie nodig, bijvoorbeeld bij de uitwerking van het parkontwerp, zodat bij de inrichting kan worden ingespeeld op de resultaten van die simulatie. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.15 Effecten hoogbouw op de bodembeweging Reclamant veronderstelt dat de demping de fundering van de omliggende (vooroorlogse) gebouwen zal aantasten.
Daarnaast zal de beoogde hoogbouw veel hogere druk uitoefenen op de bodem en waarschijnlijk versterkte en verlengde fundering (langere heipalen) vergen. De met de hoogbouw gepaarde druk zal doorwerken op de bodem en bebouwing in de nabijgelegen gebieden. Verder is er landelijk nog onvoldoende ervaring met de exploitatie van dergelijke hoogbouw op langere palen in buitendijkse gebieden. Al
Blad: Datum: Ons kenmerk:
44/52 21 februari 2023 M2210-4668
deze punten vereisen nader onderzoek en maatregelen voorafgaand aan de demping om de bestaande en toekomstige gebouwen veilig te stellen. Reactie: De effecten van demping voor funderingen zijn vooraf in beeld gebracht. Dit heeft geleid tot de zorgvuldige aanpak die gekozen is voor de gefaseerde demping van de Rijnhaven, waarin laag voor laag wordt aangebracht. Daarnaast monitoren we de situatie volcontinu, vooraf en tijdens de werkzaamheden, dit om tijdig te kunnen ingrijpen als de resultaten zouden afwijken van de modelberekeningen. Wat de gebouwen betreft zijn dat toetsingen de in de uitwerking van de gebouwen gedaan worden. De gemeente heeft wel rekening gehouden met de consequenties van hoog-bouwen in Rotterdamse bodem. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.16 Geluidhinder is al hoog en zal enorm toenemen De geluidhinder is al extreem hoog in het gebied en zal verder enorm toenemen door de intensiteit en de hoogte van de bebouwing, verkeer, functiemix en toenemend aantal bezoekers. In plaats van oplossingen voor het gebied ziet reclamant dat de hogere waarden juist gelegitimeerd worden door het besluit hogere waarden Wet geluidhinder. Dat is onacceptabel: de situatie voor de zittende en toekomstige bewoners zal zeer ongezond zijn.
Reactie: Wij herkennen ons niet in het beeld van reclamant dat sprake zou zijn van extreem hoge geluidhinder. Wel is het gebied gelegen binnen de geluidzones van diverse bronnen van geluid. Voor het bestemmingsplan is uitgebreid akoestisch onderzoek uitgevoerd en in de toelichting van het bestemmingsplan is dit getoetst aan het wettelijk kader en het Rotterdamse ontheffingsbeleid. In de toelichting is aangegeven welke instrumenten bij de planontwikkeling gebruikt worden om een beter akoestisch klimaat te bereiken. Ook neemt Rotterdam maatregelen om geluidhinder bij de bron aan te pakken. Niet alle bronmaatregelen maken onderdeel uit van het bestemmingsplan of de gebiedsontwikkeling. Het nemen van een besluit hogere waarde is onderdeel van het Rotterdamse ontheffingsbeleid. De voorwaarden uit het besluit zijn opgenomen in de regels bij het bestemmingsplan. Omdat het plan voldoet aan het wettelijk kader en een goede ruimtelijke ordening kan niet gesteld worden dat het voor zittende en toekomstige bewoners zeer ongezond zal zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten.
13.17 Onderhoud, beheer, waterkwaliteit en handhaving overlast strand Reclamant stelt dat de strandfunctie interessant is, maar moeizaam is in relatie tot de omgevingshinder (wind en getijden) en gepaard gaat met hinder voor omwonenden door de diverse functies die mogelijk worden gemaakt in het gebied (horeca, evenementen) en gebruikers, zoals herrie en zwerfafval. De strandfunctie is alleen wenselijk als de waterkwaliteit het zwemmen toelaat. Reclamant vindt de waterkwaliteit te slecht en met de (open) riolering van de drijvende
Blad: Datum: Ons kenmerk:
45/52 21 februari 2023 M2210-4668
bebouwing en de vervuiling van door de rivier- en cruisevaart is het onrealistisch om de verbetering te verwachten. Reclamant vraagt aandacht voor onderhoud en handhaving van overlast van het strand en park en refereert naar de ervaringen van het Nesselander strand. Reactie: Het realiseren en onderhouden van een stuk strand in de Rijnhaven vraagt zeker een zorgvuldige benadering en inrichting van het gebied. Bij de inrichting kan en zal rekening worden gehouden met nabijgelegen woningen. Er is voldoende afstand tot woningen te houden, waardoor een prima mix te realiseren is binnen dit stedelijk gebied. Het horecaen evenementenbeleid stelt kaders die bij de uitwerking van het bestemmingsplan meegewogen worden. In het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat en hoe gewerkt wordt aan de verbetering van de waterkwaliteit tot zwemwaterkwaliteit. Het bestemmingsplan staat een verbetering van de waterkwaliteit, een goed beheer en een zorgvuldige handhaving - waaronder het tegengaan van herrie en zwerfafval - niet in de weg. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.18 Bouwhoogtes veroorzaken meer windoverlast en bezonning Reclamant stelt dat de beoogde bouwhoogtes onvoldoende doordacht zijn, in relatie tot windoverlast voor en bezonning van nieuwe en bestaande gebouwen. Reactie: In het masterplan zijn de beoogde bouwhoogtes zorgvuldig doordacht.
Het masterplan is in lijn met onder meer de Omgevingsvisie en de Hoogbouwvisie en streeft naar een stevige verdichting op deze binnenstedelijke locatie nabij knooppunten van openbaar vervoer. Met studies naar windhinder en bezonning is de invloed van de gebiedsontwikkeling op bestaande en nieuwe gebouwen in beeld gebracht. In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven hoe met windhinder en bezonning is omgegaan en dat getoetst is aan de wettelijke kaders en een goede ruimtelijke ordening. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.19 Luchtkwaliteit is al slecht en verslechtert bij intensieve bouw Reclamant stelt dat de luchtkwaliteit in het gebied al slecht is en verder zal verslechteren als gevolg van de intensieve bouw, het verkeer en het gebruik van het gebied. Reactie: In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de (lokale) luchtkwaliteit. En er is nagegaan of de gewenste bestemming past bij de aanwezige luchtkwaliteit. Geconcludeerd wordt dat normen niet worden overschreden, maar dat wel sprake is van een beperkte toename van de concentratie NO2. Een toename die aanvaardbaar is vanwege de gewenste binnenstedelijke verdichting en bouw van 2500 tot 3000 woningen op een locatie nabij het openbaar vervoer en voorzieningen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
46/52 21 februari 2023 M2210-4668
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.20 Plannen in samenhang bezien Reclamant verzoekt met klem om de plannen in het Rijnhavengebied – inclusief Katendrecht en Wilhelminapier – in samenhang te bezien, eveneens rekening houdend met de ontwikkelingen elders in de stad die invloed zullen hebben op de bereikbaarheid en leefbaarheid van hun woongebied. Reactie: Zoals bij 13.4 en 13.5 al aangegeven: Anders dan wat reclamant stelt wordt juist wel gekeken naar de ontwikkelingen elders in de stad. Er wordt heel precies gekeken naar de ontwikkelingen in de aangrenzende gebieden, maar ook op grotere afstand, zoals de binnenstad. Er wordt gerekend met stedelijke modellen voor mobiliteit en mobiliteitsgegevens. Er wordt rekening gehouden met algemene en heel specifieke beleidskoersen, waarin op tal van vlakken wordt ingezet op verandering van mobiliteit, waardoor ook andere vormen van vervoer gebruikt gaan worden en andere verkeersgegevens als resultaat te verwachten zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.21 Betere ontsluiting voor Wilhelminapier meenemen Reclamant verzoekt met klem om de demping te gebruiken waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was: een betere ontsluiting voor de Wilhelminapier.
Als de Rijnhaven gedempt wordt, dan stelt reclamant voor en eist om een bovengrondse of ondergrondse ontsluiting te realiseren: een tunnel in het verlengde van de Erasmusbrug onder de Rijnhaven of een ondergrondse ‘bypass’ realiseren tussen de parkeergarages op de Wilhelminapier en in de gedempte Rijnhaven. Reactie: De demping van de Rijnhaven dient een groter doel dan een betere ontsluiting voor de Wilhelminapier. Een tunnel in het verlengde van de Erasmusbrug onder de Rijnhaven is niet alleen een zeer kostbare ingreep en complex inpassingsvraagstuk. Het druist ook in tegen de koers van de RMA met de verschuiving van verkeersstromen. Met de keuze voor het Masterplan is afgestapt van een bovengrondse of ondergrondse ontsluiting van de Wilhelminapier onder de Rijnhaven. Met het parkeerbeleid van de afgelopen jaren en met de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak is de behoefte voor deze verbinding komen te vervallen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.22 Vrijstelling parkeereis moet afgeschaft worden Reclamant eist dat voor de woonblokken in de Rijnhaven de mogelijkheid tot vrijstelling van de parkeereis wordt afgeschaft. De parkeernormen voor het centrumgebied zijn al verlaagd en dekken niet volledig de behoeften van de bewoners zelf, laat staan het bezoek. Door een vrijstelling mogelijk te maken doet de gemeente haar bewoners tekort.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
47/52 21 februari 2023 M2210-4668
Reactie: In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat het Rotterdamse parkeerbeleid als kader dient voor het bestemmingsplan. Zo parkeren nieuwe bewoners/gebruikers op eigen terrein en komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Hiermee past het bestemmingsplan binnen het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.23 Beter is een park in de Maashaven Voor het realiseren van het strand en een evenemententerrein kan beter het park in de Maashaven gebruikt worden, waarvoor in maart het Masterplan is gemaakt.
Reactie: Het Rijnhavenpark en het Nelson Mandelapark in de Maashaven maken beide onderdeel uit van de grote stadsprojecten waar de gemeente de komende jaren samen met partijen aan wil werken. Over een strand in de Maashaven of een evenemententerrein worden in dit bestemmingsplan nu geen uitspraken gedaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.24 Dempingswerkzaamheden zijn deels onwettig Reclamant uit haar onvrede over het verloop van het besluitvormingsproces rondom de ontwikkeling van het Rijnhavengebied. Het voorgelegde ontwerpbestemmingplan is nog in de ontwerpfase, maar de dempingswerkzaamheden zijn al begonnen. De omvang van de demping lijkt veel groter te zijn dan hetgeen aan de omwonenden in 2018 ter inspraak is voorgelegd. Dat zou gaan om een strook van 100 m breed vanaf de Tillemakade die volgens het vigerende bestemmingsplan mogelijk is. Dit is in strijd met het thans geldende bestemmingsplan. De uitvoering van het plan vóór de vaststelling daarvan is onwettig, frustreert, holt de inspraak door de burgers uit, en creëert een oneigenlijke druk op de democratische besluitvorming door de gemeenteraad. Reclamant vindt dat onacceptabel. Reactie: De dempingswerkzaamheden waarmee is begonnen zijn legaal (dat is ook bevestigd door de rechter) en vallen buiten de reikwijdte van de vaststelling van het vast te stellen bestemmingsplan.
Het bevechten van dit standpunt dient elders plaats te vinden. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
48/52 21 februari 2023 M2210-4668
Ambtelijk voorgestelde aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan A1 Redactionele wijzigingen Wij stellen u voor om ondergeschikte, redactionele wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren, welke geen juridische gevolgen hebben voor de uitvoering van het plan.
A2 Maatvoering drijvend paviljoen conform vergunning Gebleken is dat het maximum oppervlak voor de toegestane functies in het drijvend paviljoen niet correct is overgenomen uit de verleende omgevingsvergunning en NENmeting. Wij stellen u voor om artikel 7.4.3 hierop aan te passen, zodat ten behoeve van kantoor en dienstverlening een maximum geldt van 4.055 m2 b.v.o. (in plaats van 2.450 m2) en ten behoeve van horeca en bijeenkomstfuncties een maximum geldt van 615 m2 b.v.o. (in plaats van 1.250 m2). Het drijvend kantoorgebouw is toegestaan binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van water – 1’. Wij stellen u voor dit duidelijk te maken door herformulering van artikel 7.1.f als volgt: “ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - 1', tevens voor het drijvend kantoorgebouw met horeca en bijeenkomstfunctie, alsmede voor tijdelijk toegestaan drijvend programma, zoals pontons waarop culturele en recreatieve activiteiten plaatsvinden, zoals voorstellingen, sport en spelen;”
A3 Gebiedsaanduiding overige zone – effectgebied externe veiligheid In de Parapluherziening evenementen is het effectgebied aangegeven naast de basisroute Water. Het gaat om een gebied tot 800 meter gemeten uit het midden van de vaarweg van de Nieuwe Maas. De zone was abusievelijk niet overgenomen uit de Parapluherziening evenementen en wij stellen voor dit als volgt te herstellen: Toelichting: Aan paragraaf 4.5.3 de volgende alinea toevoegen: In het bestemmingsplan is het effectgebied aangegeven naast de ‘Basisroute Water’. Het gaat om een gebied tot 800 meter gemeten uit het midden van de vaarweg van de Nieuwe Maas. Binnen het effectgebied dient de organisator van een evenement op voorhand, vanwege het risico op een incident, de aanwezigen (ook artiesten en personeel) te informeren over een mogelijke brand, explosie en/of toxische wolk met de daarbij behorende handelingsperspectieven. Dit tenzij in overleg met de VRR de nodige maatregelen zijn genomen, waardoor het risico en/of het effect van een incident beheersbaar blijft. Verbeelding: de zone aangeven tot 800 meter vanuit het midden van de vaarweg.
ontwerp voorstel (met in rood de zone) Regels: Aan artikel 13 Algemene aanduidingsregels een lid 13.3 toevoegen: overige zone - effectgebied externe veiligheid Effectgebied vanwege vaarweg Nieuwe Maas
Blad: Datum: Ons kenmerk:
49/52 21 februari 2023 M2210-4668
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - effectgebied externe veiligheid' geldt in aanvulling tot het gestelde in artikel 12.2 dat de organisator van een evenement: a. de aanwezigen dient te informeren over de risico's aangaande externe veiligheid, waarbij verwezen dient te worden naar een schuilgelegenheid en/of vluchtroute; b. na advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond kan kiezen voor een maatwerkoplossing op grond waarvan het risico op of het effect van een incident aanvaardbaar wordt geacht.
A4 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Gebleken is dat de formulering van de voorwaardelijke verplichting niet volledig overeenkomt met de Rotterdamse standaardformulering anno 2022. Wij stellen u voor dit als volgt te herstellen: Regels: Artikel 16.1 als volgt te formuleren: Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de 'Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. Indien dit beleid wordt gewijzigd of herzien, wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning getoetst aan het op dat moment geldende beleid.
A5 Geluidluwe gevel conform hogere waarden besluit In het hogere waarden besluit is geregeld dat het realiseren van woningen uitsluitend is toegestaan als wordt voldaan aan de voorwaarden uit het Besluit hogere waarden. Art. 3.5.5 luidt als volgt: Realiseren woningen Ten aanzien van het bepaalde in lid 3.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als Bijlage 3 bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden. Nu in artikel 3.5.5 afdoende is geregeld dat moet worden voldaan aan het hogere waarden besluit stellen wij u voor 3.2.2 c. en d. en artikel 3.3 te schrappen: 3.2.2 c. Elke woning moet over minimaal één geluidluwe gevel, en indien van toepassing één geluidluwe buitenruimte beschikken. 3.2.2 d. Ten minste één slaapkamer dient aan de minst geluidbelaste zijde te worden gesitueerd. Andere geluidgevoelige ruimten dienen zo veel mogelijk aan de minst geluidbelaste gevel te worden gesitueerd. 3.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub c. en sub d. Een afwijking kan gemotiveerd worden door de stedenbouwkundige structuur, bezonning, oriëntatie geluidsbronnen en het bieden van compensatie.
Compensatie moet bijdragen aan een verbetering van het woon- en leefklimaat.
A6 Ecologische toets (stikstofdepositie) Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad van State is de bouwvrijstelling buiten werking verklaard bij de berekening van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom is opnieuw naar de bijdrage gekeken en rekening
Blad: Datum: Ons kenmerk:
50/52 21 februari 2023 M2210-4668
gehouden met de bouw- en gebruiksfase. Wij stellen u voor dit onderzoek, Ecologische toets Rijnhaven januari 2023, toe te voegen als bijlage bij de toelichting. En bij het kopje ‘Voortoets stikstofdepositie’ in paragraaf 6.7.3 van de toelichting de laatste alinea te vervangen door de volgende tekst: Ecologische toets (stikstofdepositie) Met de voortoets is berekend dat de nieuwe ontwikkelingen in het plan geen knelpunt opleveren rond stikstof en Natura 2000-gebieden: de bijdrage komt afgerond uit op 0,00 mol/ha/jaar. Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad van State is de bouwvrijstelling buiten werking verklaard. Daarom is opnieuw (zie bijlage) naar de bijdrage gekeken en rekening gehouden met de bouw- en gebruiksfase. Voor het project zijn depositieberekeningen gedaan met het rekenprogramma AERIUS Calculator. De berekeningen laten een geringe tijdelijke toename zien van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden Solleveld & Kapittelduinen, Biesbosch en Krammer-Volkerak. Aan de hand van een ecologische toets is beoordeeld dat deze geringe, tijdelijke depositietoename met zekerheid niet leidt tot significante negatieve effecten op deze Natura 2000-gebieden. Vanwege het ontbreken van significante effecten is voor het plan/project geen vergunning nodig in het kader van de Wet Natuurbescherming.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: De Rijnhaven is een integrale gebiedsontwikkeling bestaande uit een verstedelijkingsprogramma (grondexploitatie) en de aanleg van het Rijnhavenpark (Stadsproject). Deze ontwikkelingen beïnvloeden elkaar inhoudelijk, maar zijn financieel van elkaar gescheiden. De dekking voor de aanleg van het Rijnhavenpark loopt via de dekkingssystematiek van de Stadsprojecten en wordt opgenomen in het jaarlijkse investeringsvoorstel als onderdeel van de Voorjaarsnota. Voor de ontwikkeling van de nieuwbouwlocatie is een gemeentelijke grondexploitatie vastgesteld in december 2020. Met de vaststelling van het bestemmingsplan zullen de uitgangspunten die ten grondslag hebben gelegen aan de grondexploitatie niet wijzigen. Op dit moment kent de grondexploitatie een negatief saldo. Door de huidige marktomstandigheden, hetgeen verwerkt is in de grondexploitatie, is het saldo van de grondexploitatie verslechterd. Dit momenteel negatieve resultaat wordt gedekt door het treffen van een voorziening ten laste van het programma Stedelijke Ontwikkeling/ Grondexploitaties. De vaststelling van het bestemmingsplan zoals deze nu voorligt heeft geen financiële impact op de grondexploitatie. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.
Crisis- en herstelwet Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet is op deze procedure van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden worden aangevoerd. De Afdeling bestuursrechtspraak doet zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
51/52 21 februari 2023 M2210-4668
Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Bijlage(n): Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:
ontwerpbestemmingsplan ‘Rijnhaven’; verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan; ingekomen zienswijzen (niet openbaar); namenlijst reclamanten/natuurlijke personen (niet openbaar); advies Wijkraad Katendrecht-Wilhelminapier d.d. 24 augustus 2022; Detailhandelsprogramma en positionering Rijnhavenkwartier Rotterdam, BRO, 1 september 2022; Aangepast Bezonningsonderzoek Peutz d.d. 18 oktober 2022. Ecologische toets stikstofdepositie, januari 2023
Blad: Datum: Ons kenmerk:
52/52 21 februari 2023 M2210-4668
Ontwerpbesluit De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 februari 2023; gelet op de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet; besluit: 1. de zienswijzen 1.1, 5.1, 6.1, 6.2, 7.1, 7.2, 7.3, 7.4, 9.1, 10.1, 10.2, 11.3, 12.1 en 12.2 gegrond te verklaren; 2. de zienswijzen 2.1, 3.1, 4.1, 4.2, 8.1, 9.2, 11.1, 11.2, 11.4 en 12.3 ongegrond te verklaren; 3. zienswijze 13 buiten behandeling te laten; 4. het bestemmingsplan ‘Rijnhaven’, NL.IMRO.0599.BP1141Rijnhaven-on01 met bijbehorende ondergrond BGT 12956400, 12956500, 13056400 en 13056500 in elektronische en papieren vorm vast te stellen, conform het voorstel van burgemeester en wethouders; 5. geen exploitatieplan vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,
De voorzitter,