[23bb001265] Raadsvoorstel over Vaststelling Bestemmingsplan Rijnhaven
Tekst van het document
te vervangen door de volgende tabel voor Rijnhaven:
En in artikel 12.2.d. de toegestane aanvangstijd van 08.00 op te nemen. En artikel 12.2 g. Evenementen viering oud en nieuw te schrappen. Bijlage 5 bij de regels (met daarin aangegeven gebied Feijenoord) komt te vervallen.
6 Rotterdam Topsport, Van Zandvlietplein 20, 3077 AA Rotterdam 6.1 Ambitie nieuwe evenementen direct goed verankeren Reclamant roept op om evenementen direct goed in het bestemmingsplan te verankeren, zodat er ruimtelijk voor evenementen ook écht mogelijkheden liggen. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven staat dat de bestemmingsregelingen overgenomen zijn van de Parapluherziening evenementen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 3 februari 2022. Deze bestemmingsregeling volgt het Beleidskader Evenementen 2019 en de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde locatieprofielen evenementenlocaties (2020) en de Sportnota 2021+. De Parapluherziening evenementen houdt rekening met groei van bestaande evenementen en met de komst van nieuwe initiatieven binnen Feijenoord, waaronder het gebied Rijnhaven. De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
21/52 21 februari 2023 M2210-4668
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1. 6.2 Aantal evenementen ophogen en toespitsen op Rijnhaven Reclamant vindt dat goed georganiseerde evenementen en Rotterdamse topsportprestaties het gevoel van trots van Rotterdammers op hun stad versterken. Sportevenementen brengen bovendien grote aantallen Rotterdammers op de been en trekken een internationaal publiek naar de stad. De sport draagt zo bij aan de levendigheid en aan de economische impact. Reclamant vraagt om evenementen direct goed in het bestemmingsplan te verankeren, zodat er ruimtelijk voor evenementen ook écht mogelijkheden liggen. Uit de plannen blijkt dat nieuwe evenementen ten koste gaan van reeds bestaande activiteiten en evenementen binnen het totale gebied Feijenoord. Daarnaast blijkt dat er niet genoeg evenementendagen zijn opgenomen in het bestemmingsplan, om evenementen te organiseren. Reclamant is blij met de ontwikkelingen en kansen van het Bestemmingsplan Rijnhaven, maar het organiseren en neerzetten van topsportevenementen, is veelal geen zaak van een dag, maar meerdere dagen. Reclamant vraagt om delen van het Rijnhavenpark, zoals pleinen, het (drijvend) park en het waterbekken te benoemen als specifieke evenementenlocatie.
De aantallen evenementen en evenementendagen die voor deze evenementlocaties worden bepaald, mogen echter niet ten koste gaan van de bestaande evenementen en evenementendagen uit het gebied Feijenoord. Bij de vaststelling van het 'bestemmingsplan Parapluherziening evenementen' is rekening gehouden met een balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Duidelijkheid over deze balans zorgt voor acceptatie van evenementen die plaatsvinden in de nabijheid van bewoning. Door in het bestemmingsplan te werken met reële aantallen evenementen, wordt duidelijk aangegeven dat er ruimte en ambitie is voor evenementen. Hiermee wordt voorkomen dat de hoeveelheid evenementen en evenementendagen voor de locatieprofielen later moeten worden opgehoogd, met het risico op weerstand vanuit de gebruikers van het gebied. Kortom: Sport is een belangrijk onderdeel van het Rotterdamse DNA. Initiatieven rondom sportactiviteiten ontstaan vanuit de clubs en de wijken en worden gedragen en ondersteund door de (lokale) Rotterdammers. Het vastleggen van een maximum aan evenementen en evenementendagen als onderdeel van het gebied Feijenoord, levert een directe beperking voor sportinitiatieven die plaatsvinden buiten de sportcomplexen. Door deze beperking is er geen ruimte beschikbaar voor activiteiten om buiten de locaties te kunnen plaatsvinden.
Dit is een directe bedreiging voor de stimulering van sport onder de Rotterdammers en een klap in het gezicht van initiatieven vanuit de bewoners voor het organiseren van aanvullende activiteiten. En voor het kunnen faciliteren van grootstedelijke eenmalige (inter)nationale sportevenementen waarin deelname vanuit alle Rotterdammers gewenst is. Reclamant vraagt om de hoeveelheid evenementen en evenementendagen in het gebied in dit stadium te verhogen en het Rijnhavengebied tot een nog meer waardevolle aanvulling op de stedelijke (sport)evenementenambities te laten zijn. Waar levendigheid en leefbaarheid naast elkaar bestaan.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
22/52 21 februari 2023 M2210-4668
Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1.
7 Rotterdam Festivals, Postbus 21362, 3001 AJ Rotterdam 7.1 Ambitie nieuwe evenementen direct goed verankeren Reclamant leest in het ontwerpbestemmingsplan dat recreatie en evenementen zeer welkom zijn. Reclamant vindt dit waardevolle ambities die zeker gaan bijdragen aan de levendigheid van het gebied en het ontplooien van nieuwe initiatieven. Deze ambities moeten dan wel vertaald zijn in de regels voor dit gebied. Op dit moment vallen de aantallen evenementen en evenementendagen voor de Rijnhaven binnen het totaal dat is vastgesteld voor het hele gebied Feijenoord. Reclamant geeft aan dat het niet mag gebeuren dat de ambities van een nieuw te ontwikkelen locatie ten koste gaan van bestaande activiteiten binnen het totale gebied Feijenoord. Ook niet dat er op de nieuw te ontwikkelen plek geen evenementen georganiseerd mogen worden, omdat er niet genoeg evenementendagen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven staat dat de bestemmingsregelingen overgenomen zijn van de Parapluherziening evenementen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 3 februari 2022. Deze bestemmingsregeling volgt het Beleidskader Evenementen 2019 en de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde locatieprofielen evenementenlocaties (2020) en de Sportnota 2021+.
De Parapluherziening evenementen houdt rekening met groei van bestaande evenementen en met de komst van nieuwe initiatieven binnen Feijenoord, waaronder het gebied Rijnhaven. (Zie ook zienswijze 5.1.) Daarmee is de ambitie verankerd. De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1. 7.2 Hou rekening met Rijnhaven als evenementenlocatie Reclamant stimuleert een levendige stad en ziet dan ook mooie kansen voor evenementen in de Rijnhaven. De evenementen dienen dan wel ruimtelijk te worden opgenomen in het bestemmingsplan, conform de ambities uit het ontwerp, zonder levendigheid, geen
Blad: Datum: Ons kenmerk:
23/52 21 februari 2023 M2210-4668
leefbaarheid! Reclamant roept daarom op om de hoeveelheid evenementen en evenementendagen in het gebied juist nu te verhogen conform de ambities en wensen uit het ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven. Want op deze manier zorgen we ervoor dat evenementen ook écht een plek krijgen in het Rijnhavengebied, zodat zowel de bezoekers en bewoners kunnen genieten van kunst en cultuur in de buitenruimte. Reclamant moedigt het plan aan om delen van het Rijnhavenpark, zoals pleinen, het (drijvend) park en waterbekken te benoemen als specifieke evenementenlocatie. De aantallen evenementen en evenementendagen die voor deze evenementenlocaties worden bepaald mogen echter niet ten kosten gaan van de bestaande evenementen en evenementendagen uit het gebied omdat de inrichting van het terrein nog niet vaststaat. Voorafgaand aan het opstellen van de locatieprofielen moet er wel van uitgegaan worden dat er op deze locaties evenementen gaan plaatsvinden. Aan de hand hiervan is duidelijk dat evenementen mogen plaatsvinden en kan eventueel aan de hand van een evaluatie worden bijgestuurd. Ook wanneer nieuwe locatieprofielen op een later moment worden toegevoegd. Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden.
Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan is de wens benoemd om in Rijnhaven kleine tot middelgrote en enkele grotere evenementen mogelijk te maken. Voor de Rijnhaven is evenwel in 2020 geen ‘locatieprofiel’ vastgesteld. Voor een deel van het bestemmingsplangebied zal in een latere fase van de ontwikkeling Rijnhaven een locatieprofiel worden opgesteld met bijbehorend zorgvuldig participatieproces. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1. 7.3 Opmerkingen bij het ontwerpbestemmingsplan Art 12.2 a “een aangewezen evenemententerrein (indien van toepassing)”. De toevoeging “indien van toepassing” geeft geen vertrouwen voor de ruimtelijke borging voor evenement in de toekomst. Art 12.2.b De categorie ‘klein’ in het bestemmingsplan wordt veelal ingevuld door kleine initiatieven (<500p). Deze initiatieven worden aangejaagd uit het gebied en ontstaan vaak vanuit bewoners en lokale initiatieven. Laat ruimte voor deze initiatieven om te kunnen bestaan.
Neem geen maximaal aantal evenementen en evenementendagen op in het bestemmingsplan Rijnhaven. Laat hiermee de ambities en wensen uit het gebied floreren en maak recreatie en programma op de locatie mogelijk. Art 12.2.e “Op- en afbouwperiode”
Blad: Datum: Ons kenmerk:
24/52 21 februari 2023 M2210-4668
Creëren een ophoging voor de gelimiteerde hoeveelheid op-/afbouwdagen. Er is onvoldoende ruimte om bij bijzondere omstandigheden af te wijken van de hoeveelheid zoals nu wordt gegeven op basis van de ‘nota evenementenvergunningen 2019’. Het gaat hierbij om: 1) “De op- en afbouw is uitsluitend toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur, en op zondag tussen 12.00 en 23.00 uur tenzij het noodzakelijke geluidsarme activiteiten betreft.” Hierin is geen ruimte gelaten om af te wijken van de tijden zoals ook reeds in de ‘nota evenementenvergunningen 2019’ vermeld. In het verleden is hier echter wel van afgeweken. Advies om in dit bestemmingsplan meer ruimte te laten om deze afwijking mogelijk te maken, (zie ook Gemeenteblad 2022, 138817; '...Op zondag 10 april van half twee ‘s nachts tot half tien ’s ochtends...' 2) Voor evenementen vallend onder de Categorie ‘Middel’ & ‘Groot' buiten de parken: is de cumulatieve op-/afbouwperiode maximaal 7 dagen. Deze hoeveelheid is gelijk aan de hoeveelheid zoals vastgelegd in de nota evenementenvergunningen 2019. Hiermee is er geen speelruimte om tijdens omstandigheden meer dagen beschikbaar te maken. Advies: Maak een ophoging van het maximaal aantal op-/afbouwdagen mogelijk in vergelijking met de extra dagen die beschikbaar zijn voor evenementen in de parken; Voorstel: Categorie groot buiten de parken maximaal 10 dagen.
3) In dit artikel is onvoldoende duidelijk of het strand en water in het gebied behoren tot de categorie ‘buiten de parken’. Hiermee is ook onvoldoende duidelijk onder welke categorie de drijvende parken vallen. Art 17.1.2 Afwijking Omwille van de tijdelijkheid van evenementen en de ambities van de stad op dit gebied, is het wenselijk om ook voor evenementen een standaard marge in te bouwen. Aan de hand van een vastgelegde marge ontstaat hiermee de mogelijkheid om het college van burgemeester en wethouders het mandaat te geven om voor eenmalige evenementen zonder tussenkomst van een omgevingsvergunning in een vooraf geboden marge kan afwijken van de regels rondom evenementen zoals nu voorgesteld. Reclamant stimuleert een levendige stad en ziet dan ook mooie kansen voor evenementen in de Rijnhaven. Evenementen dienen echter wel ruimtelijk te worden opgenomen in het bestemmingsplan, conform de ambities uit het ontwerp. Zonder levendigheid, geen leefbaarheid! Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven.
Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan is de wens benoemd om in Rijnhaven kleine tot middelgrote en enkele grotere evenementen mogelijk te maken. Voor de Rijnhaven is evenwel in 2020 geen ‘locatieprofiel’ vastgesteld. Voor een deel van het bestemmingsplangebied zal in een latere fase van de ontwikkeling Rijnhaven een locatieprofiel worden opgesteld met bijbehorend zorgvuldig participatieproces. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
25/52 21 februari 2023 M2210-4668
7.4 Fouten in het ontwerpbestemmingsplan Art 12.2.d “Een evenement is toegestaan tussen 09.00 - 23.00 uur en op zon- of feestdagen tussen 13.00 - 23.00 uur.” 1) In het bestemmingsplan ‘parapluherziening evenementen’ staat de aanvangstijd anders omschreven; “Een evenement is toegestaan tussen 08.00 - 23.00 uur”. Verzoek ten minste deze aanvangstijd over te nemen. 2) Volgens nota evenementenvergunningen 2019 “De burgemeester is bevoegd om hiervoor ontheffing te verlenen.” Hiervoor is echter geen ruimte geboden in het bestemmingsplan. Bij actuele vergunningverlening wordt hier echter al wel van afgeweken. (zie ook Gemeenteblad 2022, 138817; ‘...zondag 10 april 2022 van acht uur 's ochtends ...' Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. De aanvangstijd in artikel 12.2.d. gelijktrekken, dus naar 08.00 uur conform de vastgestelde parapluherziening evenementen.
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan aan te passen zoals gegeven bij zienswijze 5.1.
8
Nauta Dutilh, Postbus 7113, 1007 JC Amsterdam, namens Pathé Theatres B.V. te Amsterdam 8.1 Bioscopen en/of filmhuizen niet toestaan in plangebied Reclamant merkt op dat binnen de bestemming ‘Centrum’ 15.000 m2 b.v.o. voor ‘cultuur en ontspanning’ is gereserveerd. En mede gelet op dat aantal oppervlak is het aannemelijk dat op de gronden in het plangebied een bioscoop wordt gerealiseerd. Hoewel uit de plantoelichting niet volgt dat een bioscoop wordt beoogd, is de komst ervan wel mogelijk. De behoefte aan een bioscoop in de Rijnhaven is echter niet nader onderbouwd, maar is wel nodig ter verantwoording van de in het plan gemaakte keuzes. Temeer omdat er volgens reclamant in Rotterdam Zuid en Feijenoord in het bijzonder al voldoende bioscoopaanbod (en dus geen behoefte) bestaat. Zonder nadere onderbouwing van de behoefte en wens aan bioscopen is het plan op dit punt onzorgvuldig en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In dat geval vraagt reclamant om in het bestemmingsplan te borgen dat de vestiging van bioscopen en/of filmhuizen niet gewenst en uitgesloten zijn. Reactie: Het bestemmingsplan heeft flexibele bestemmingen nodig om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Met flexibele bestemmingen kan ingespeeld worden op
Blad: Datum: Ons kenmerk:
26/52 21 februari 2023 M2210-4668
voortschrijdende inzichten in de loop van de ontwikkeling van dit nieuwe dynamisch centrumgebied. Ingezet wordt op drie stedelijke bouwblokken met een diversiteit aan functies, waaronder ook voor cultuur en ontspanning, verspreid over de bouwblokken. Er wordt niet aangestuurd op een clustering van cultuur en ontspanning, bijvoorbeeld ten behoeve van een megabioscoop. Een (kleine) bioscoop, een filmhuis of een vergelijkbare functie van enige omvang met een vergelijkbare ruimtelijke impact is echter heel goed voorstelbaar in een nieuw en dynamisch centrumgebied. Daarom willen we als gemeente dit nu niet onmogelijk maken, gezien ook de gemiddelde doorlooptijd van een gebiedsontwikkeling met deze omvang (15-20 jaar). Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
9 Reclamant 9 (met 140 ondertekenaars) Reclamant stelt dat zijn wijk makkelijk nog lang meekan, omdat het alle ingrediënten heeft voor mensen om zich te vestigen, elkaar te ontmoeten en door te groeien. De stad moet met dit soort parels van buurten heel zuinig omgaan en vooral op Zuid. Reclamant stelt dat hoogbouw van 120, 200 en 250 meter ten koste gaat van een zeer geliefde en succesvolle buurt van Rotterdam Zuid. De stad zou zuinig moeten omgaan met goede stukken bestaande stad en deze proberen te versterken in plaats van te verzwakken. 9.1 Bezonningsstudie geeft vertekend beeld van situatie Reclamant geeft aan dat er in zijn wijk nu al woningen zijn die weinig zonlicht hebben. In de lente en herfst moeten ze het vaak doen met een tijdvak van één tot twee uur zon per dag. Deze wordt door de hoogbouw van Rijnhaven ook ontnomen. Dit speelt vooral aan de Lodewijk Pincoffsweg. Er is in de berekening van Peutz geen rekening gehouden met eenzijdig georiënteerde woningen die al niet voldoen aan de TNO-norm van twee uur en die tijd wordt nu ook nog gehalveerd. Dit betekent een afname in woningwaarde, maar nog belangrijker in woongenot waardoor deze huizen straks een hoge doorloop kennen, lage sociale binding met de wijk, waardoor de leefbaarheid en waardering voor de wijk afneemt.
Reclamant geeft aan dat de uitgevoerde bezonningstudie geen rekening houdt met cruciale factoren, waardoor het aantal gedupeerde woningen veel hoger uitkomt dan het rapport aantoont. Er is een gedetailleerdere studie nodig om inzichtelijk te maken aan de huidige bewoners wat het effect is. Voor woningen op hogere niveaus die nu wel zon hebben, maar in de nieuwe situatie bijna volledig in de schaduw komen te liggen worden niet meegenomen in de studie. Dit speelt met name aan de Laan op Zuid, parallel aan de Posthumalaan. Cité wordt sterk benadeeld zoals aangegeven in het rapport, maar een aantal zijden wordt niet eens meegenomen in de berekeningen. Het aantal gedupeerden valt hier veel hoger uit. Reclamant merkt op dat de woningen aan het Hillekopplein hun buitenruimtes hebben aan de Rijnhavenzijde en stelt dat deze buitenruimtes straks volledig in de schaduw vallen van de nieuwe hoogbouw. Reactie:
Blad: Datum: Ons kenmerk:
27/52 21 februari 2023 M2210-4668
In samenhang met de zienswijze van reclamant 11 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de bezonning. In dit onderzoek is de mogelijke ontwikkeling van woningen in een nieuw gebouw aan de Veemstraat toegevoegd. Deze ontwikkellocatie is gelegen in het bestemmingsplan Kop van Zuid en zorgt voor schaduwhinder op eerder gerealiseerde woningen. De ontwikkellocatie aan de Veemstraat heeft ook 26 nieuwe rekenpunten die binnen het Afwegingskader Bezonning meegenomen dienen te worden bij de afweging in het bestemmingsplan Rijnhaven. De (aangepaste) bezonningsstudie heeft als beleidskaders de regels uit de Hoogbouwvisie en het recent door de gemeenteraad vastgestelde Afwegingskader Bezonning. Doorgerekend zijn de (ruime) bestemmingsplanenveloppen (de aanduidingen waarbinnen bepaalde hoogte gerealiseerd mag worden omgezet in 3D-volume), wat een worstcase-beeld geeft van de bezonningssituatie. Worstcase, omdat het volledig volbouwen van de bestemmingsplanenveloppen niet mag/kan. Er zijn maar voor circa 50% van het volume programmamogelijkheden in het bestemmingsplan bestemd. Met deze uitgangspunten zijn binnen het invloedsgebied van Rijnhaven 523 rekenpunten gelegen. Deze zijn getoetst aan het Afwegingskader. Bij 19 rekenpunten resteert minder dan 2 uur zon, waar dit in de huidige situatie meer dan 2 uur is.
Bij nog eens 19 rekenpunten was in de huidige situatie al minder dan 2 uur zon en is de afname 15% of meer. De 523 rekenpunten staan voor meer woningen, omdat binnen het kader alleen de laagstgelegen woning doorgerekend wordt en bij gestapelde woningen de hoger gelegen woningen in beginsel minder afname van bezonning hebben. Als de laagstgelegen woning voldoet, dan voldoen ook de hoger gelegen woningen. Als de laagstgelegen woning niet voldoet, kan een hoger gelegen woning nog wel voldoen, zodat 38 van de 523 een worstcase-verhouding weergeeft van woningen die niet voldoen aan de norm gesteld in het Afwegingskader. Om dit te onderbouwen is nader onderzoek naar de bezonning gedaan waarmee in beeld is gebracht, zoals gesteld, dat hoger gelegen woningen niet ongunstiger liggen voor wat betreft bezonning. De berekende worstcase-situatie, de bestemmingsplanenveloppen, zijn juist op deze manier opgenomen om bij het verder uitwerken van de ontwikkeling ontwerpvrijheid en schuifruimte te hebben en zo bij het ontwerpen rekening te kunnen houden met zaken, zoals geluid, windhinder én bezonning. Het bezonningsonderzoek houdt rekening met de oriëntatie van woningen en bouwblokken. Over het algemeen is sprake van rekenpunten op twee zijden en wordt de bezonningsduur opgeteld. In de tabel zijn beide waarden terug te vinden.
De getoetste rekenpunten die niet voldoen, voldoen vooral niet vanwege een eenzijdige oriëntatie. Het zijn vooral woningen in hoeken van een bouwblok. Het bezonningsonderzoek is echter niet dusdanig genuanceerd en gedetailleerd dat alle bouwkundige invullingen van bouwblokken worden doorgerekend. Zo heeft bijvoorbeeld een aantal woningen aan de Lodewijk Pincoffsweg alleen het trappenhuis aan de zonnige zijde en zijn de vertrekken met vrij uitzicht op de Spoorweghaven aan de andere zijde gelegen. Deze rekenpunten voldoen aan het bezonningskader, maar uit de tabel valt af te lezen dat daar aan een zijde minder dan twee uur zon is en dat aan die zijde sprake is van verdere afname. Om het onderzoek overzichtelijk te houden zijn niet alle rekenpunten in het invloedsgebied aangegeven. Zo zijn rekenpunten die van de Rijnhaven afgekeerd zijn niet in het model meegenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal gevels van Cité. In het aangepaste onderzoek zijn nu wel beide korte gevels van Cité meegenomen. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat deze korte gevels in de huidige situatie minder dan twee
Blad: Datum: Ons kenmerk:
28/52 21 februari 2023 M2210-4668
uur zon hebben, omdat sprake is van eenzijdig georiënteerde woningen. Er is sprake van verdere afname door de nieuwbouw. Voor de buitenruimtes van de woningen aan de Hillekop geldt dat sprake is van een afname van de bezonning die op enkele punten kan oplopen tot ruim 3 uur. In de huidige situatie hebben deze woningen (en buitenruimtes) weinig tot geen hinder. Daardoor voldoen deze woningen nog steeds aan het Afwegingskader. Van de 26 nieuwe rekenpunten bij de toren aan de Veemstraat hebben er 8 minder dan twee uur zon en is sprake van verdere afname. Daarnaast geldt voor 2 punten dat die eerst nog wel voldoen en na de ontwikkeling van Rijnhaven niet meer. Wij staan nog steeds achter de conclusie over bezonning, gegeven in paragraaf 6.9.4 van de toelichting, waarin gesteld dat de nieuwe ontwikkeling voldoet aan het Afwegingskader. Er is slechts in geringe mate sprake van een vertekend beeld, nu de Veemstraat eerder niet was meegenomen in het onderzoek. Het aangepaste onderzoek toont aan dat het nieuwe bestemmingsplan voldoet aan het Afwegingskader bezonning. Ook toont het aangepaste onderzoek aan dat als de laagstgelegen woning voldoet, dat dan de hoger gelegen woningen ook voldoen. Het aangepaste onderzoek laat verder zien dat vooral bij eenzijdig georiënteerde woningen sprake kan zijn van een knelpunt in het Afwegingskader bezonning.
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: Bijlage 9 van de toelichting met het bezonningsonderzoek d.d. 20220210 te vervangen door het bezonningsonderzoek d.d. 20221018. In subparagraaf 6.9.3 en 6.9.4 hiernaar te verwijzen en aan te geven dat niet 490, maar 523 rekenpunten zijn onderzocht. En dat bij 19 van de 523 punten de huidige situatie niet voldoet en dat sprake is van verdere afname. En dat bij nog eens 19 van de 523 punten de situatie niet voldoet vanwege de nieuwbouw in de Rijnhaven. Bij de conclusie kan het volgende worden gegeven: Bij beoordeling van stappen één en twee uit het Afwegingskader kan vastgesteld worden dat 38 van de 523 getoetste woningen niet voldoen als de 'bestemmingsplanenvelop' volledig wordt bebouwd. Bij een verdere uitwerking van de plannen zal de bezonningssituatie rond het plan altijd gunstiger zijn. Er zijn hoogstwaarschijnlijk zo’n 10 van de 38 rekenpunten die in het onderzoek niet, maar bij een verdere uitwerking wel zullen voldoen.
9.2 Plan met bouwhoogten tot 100 meter onderzoeken Reclamant merkt op dat de kwaliteit van woningen en het woongenot daalt vanwege de slechtere bezonning door de nieuwe hoogbouw. Minder kwaliteit betekent een hogere doorloop en een afname van de sociale binding. Voor reclamant is het niet duidelijk voor welke vraag dure en hoogstwaarschijnlijk kleine woningen in hoge torens de oplossing voor zijn. Het levert in dit geval meer problemen op. Reclamant wil weten voor welke doelgroepen deze woningen zijn en hoe ze bijdragen aan het ledigen van de woningnood. En hoe dit afgewogen wordt tegen het zwakker maken van ongeveer 1500 woningen die nu nog in een fijne buurt ernaast staan. Reclamant denkt dat het ook anders kan. Voor kenners staat Rotterdam voor meer dan alleen Manhattan aan de Maas. Rotterdam staat bekend om ruimte voor experimenten en innovatie en dat levert mooie stukken stad op en fantastische architectuur, stedenbouw en
Blad: Datum: Ons kenmerk:
29/52 21 februari 2023 M2210-4668
landschap. De recent opgeleverde Fenixlofts en Little C zijn mooie voorbeelden van hoe hoge dichtheden ook anders kunnen worden vormgegeven. Op basis van bovenstaande stelt reclamant dat een ontwikkeling op deze schaal moet worden ingezet om bestaande buurten sterker te maken in plaats van zwakker. Toen de Kop van Zuid-Entrepot werd ontwikkeld werd ook gedacht dat de buurt Feijenoord zou meegroeien. De ontwikkeling bleek de buurt Feijenoord uiteindelijk slechter te maken, omdat alle kansrijken uit die buurt vertrokken naar het nieuwere deel. Reclamant stelt voor om alternatieven te verkennen, waarbij de hoogbouw minder hinder veroorzaakt ten opzichte van afname bezonning. Reclamant denkt daarbij aan een maximale bouwhoogte van 100 meter en creatieve ontwerpen die passen bij de architectuurstad Rotterdam. De modellen uit het ambitiedocument Rijnhaven van juni 2018 zijn nog niet toereikend. Hier worden overigens veel lagere hoogtes voorgesteld. De Posthumalaan wordt daarnaast te veel vergeleken met de Wilhelminapier terwijl de context totaal anders is, namelijk het effect op de nabijgelegen wijk. Het park is fantastisch, het stedenbouwkundig plan moet beter. Reactie: Allereerst verwijzen we naar de reactie bij zienswijze 9.1 over de bezonning.
Het bestemmingsplanvolume maakt de onderzochte zonafname theoretisch mogelijk, maar in werkelijkheid zal de zonafname altijd (significant) minder zijn. In het bestemmingsplan zit namelijk veel ontwerpvrijheid ten einde de Rijnhavenontwikkeling inderdaad die goede Rotterdamse, innovatieve en creatieve toevoeging aan de stad en zijn directe omgeving te laten zijn. Ontwikkelingen die reclamant aanhaalt, zoals Little C en Fenixlofts, hebben overigens lagere dichtheden dan Rijnhaven. En ook tegen deze ontwikkelingen werd destijds door sommige buurtbewoners bezwaar gemaakt. Verdichten in de stad is en blijft ingewikkeld. Wij staan nog steeds achter de gebruikte modellen en de achterliggende ambities, het doorlopen proces en het voorliggend resultaat daarvan. De maximale bouwhoogtes en het te ontwikkelen volume en programma in het voorliggend bestemmingsplan zijn het resultaat van een planontwikkelingsproces voor de Rijnhaven dat meerdere documenten, vele participatiemomenten en gemeentelijke besluiten omvat: van een ambitiedocument, via een masterplan naar een bestemmingsplan en een stedenbouwkundig plan is de ontwikkeling van de Rijnhaven telkens zowel ruimtelijk als programmatisch verder uitgewerkt, met telkens verwerking van input vanuit participatie, stakeholders en het bestuur.
Het geeft uitvoering en invulling aan gemeentelijke ambities en beleid, zoals bijvoorbeeld de ‘goede groei’ uit de Omgevingsvisie Rotterdam. In een bestemmingsplan zelf wordt niet alles vastgelegd en geregeld met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Rijnhaven. In het masterplan Rijnhaven is bijvoorbeeld een woonsegmentverdeling vastgelegd; 50% van het woonprogramma, 1500 woningen, is betaalbaar, verdeeld in 20% sociale huur en 30% middenduur. Hiermee levert de ontwikkeling van de Rijnhaven ook een bijdrage aan de door reclamant benoemde woningnood. Daarnaast is in juli 2022 door het college van burgemeester en wethouders het stedenbouwkundig plan Rijnhaven vastgesteld. Dat plan formuleert aanvullende regels voor de te ontwerpen bouwvolumes, torens, de beeldkwaliteit en het programma. Het geeft onder meer minimumhoogtes (2x 70m, 2x 120m, 1x 150m en 1x 200m), maximale diagonalen en regels voor verjonging van de torenvolumes. Ontwerpopgaves op voorkomen windhinder, goeie bezonning en energie-efficiëntie worden expliciet
Blad: Datum: Ons kenmerk:
30/52 21 februari 2023 M2210-4668
meegegeven aan de ontwikkelende- en ontwerpende partijen. Hiermee wordt meer specifiek gestuurd op kwaliteit van zowel de ontwikkeling zelf, als die van de directe omgeving. Wat onzes inziens invulling geeft aan de zorgen van reclamant voor zijn buurt, hoewel er een vermindering van zonuren vanwege de hoogbouw deels zal blijven. Een lagere maximum bouwhoogte is naar onze mening niet dé oplossing. Weliswaar zal de schaduw dan minder ver reiken en de buurt Stadstuinen meer ontzien, het zal voor de Ichtushof, Cité en de directe omgeving, waar de meeste van de 38 rekenpunten zitten die niet voldoen, niets oplossen. Sterker, als het bouwprogramma ook niet aangepast wordt, dan zal het leiden tot dikke(re) torens, met meer schaduw voor de directe omgeving. En aanpassing van het bouwprogramma is onwenselijk in het licht van de vele ambities die de gemeente Rotterdam wenst te realiseren, zoals veel betaalbare woningen, arbeidsplaatsen, (maatschappelijke) voorzieningen én een stadspark. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
10 JMR Event Makers, Van der Takstraat 46, 3071 LM Rotterdam 10.1 Aantal evenementen ophogen en toespitsen op Rijnhaven Reclamant leest de uitgesproken ambitie voor meer evenementen in het gebied, maar ziet hiervoor niets terug in de hoeveelheid toegestane evenementen en evenementendagen voor het gebied Feijenoord. Als er een sterke wens is voor meer evenementen, dient dit ook zichtbaar te worden gemaakt in de hoeveelheid toegestane evenementen in het gebied. Als er met de komst van de Rijnhaven geen ophoging wordt gedaan aan de hoeveelheid evenementen in het complete gebied, heeft dit gevolgen voor alle evenementen binnen Feijenoord. Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1.
10.2 Hou rekening met Rijnhaven als evenementenlocatie Reclamant mist ook het aangekondigde locatieprofiel in het ontwerpbestemmingsplan. Evenementen verdienen een goede plek in het bestemmingsplan en moeten nu al de ruimte krijgen in het ontwerpbestemmingsplan, om te voorkomen dat er op een later moment geen mogelijkheid meer is om deze toe te voegen. Door nu de ruimte voor evenementen te reserveren in het locatieprofiel, voorkom je een tekort aan evenementendagen binnen het gebied.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
31/52 21 februari 2023 M2210-4668
Gelet op de ervaring van reclamant en de betrokkenheid in de stad en het gebied wordt reclamant graag betrokken bij de verdere ontwikkelingen in de Rijnhaven en de plek voor evenementen op deze locatie. Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan is de wens benoemd om in Rijnhaven kleine tot middelgrote en enkele grotere evenementen mogelijk te maken. Voor de Rijnhaven is evenwel in 2020 geen ‘locatieprofiel’ vastgesteld. Voor een deel van het bestemmingsplangebied zal in een latere fase van de ontwikkeling Rijnhaven een locatieprofiel worden opgesteld met bijbehorend zorgvuldig participatieproces. Het aanbod om betrokken te blijven bij verdere ontwikkelingen in de Rijnhaven nemen wij ter harte. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1.
11 Rijksvastgoedbedrijf, Postbus 16169, 2500 BD Den Haag De rijksoverheid heeft in dit complex meerdere functies ondergebracht, waaronder kantoren van de Belastingdienst en Rijkswaterstaat. Ook zijn er functies uit de rechterlijke organisatie gehuisvest, zoals de extra beveiligde zittingszaal (EBZ) en het Openbaar Ministerie (OM). 11.1 Veiligheidsmaatregelen nodig vanwege Extra Beveiligde Zittingszaal Reclamant geeft aan dat de gebruikers van de rechterlijke organisatie van het huidige complex strenge veiligheidsmaatregelen hanteren. Het risico bestaat dat het complex niet meer geschikt is voor deze functies, mede veroorzaakt doordat het nieuwe bouwblok nieuwe afluister- en inkijkmogelijkheden introduceert, risico’s voor de werkzaamheden in het rechtbank- en OM-complex. Reclamant geeft aan dat de recente infrastructurele aanpassing naar een eenbaansweg heeft geleid tot significante beperkingen voor het veilig vervoeren van verdachten van en naar de Rechtbank. Een toename van de verkeershinder moet worden voorkomen en reclamant stelt dat hier in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening mee is gehouden. Reclamant gebruikt een inpandige Extra Beveiligde Zittingszaal (EBZ). Bij dat gebruik moet de gehele directe omgeving worden afgezet. De omgeving is gedurende de zitting niet bereikbaar voor omwonenden. De afzetting varieert van een dagdeel tot een gehele dag.
Een woontoren in de directe omgeving van deze EBZ vraagt om rechtstreekse veiligheidsmaatregelen die getroffen zouden moeten worden aan de te ontwikkelen toren. Reclamant denkt dan aan blinde gevels aan de zijde van de EBZ en rechtbank.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
32/52 21 februari 2023 M2210-4668
Reactie: Ten aanzien van het functioneren van de functies van de rechterlijke organisatie, zoals de EBZ en het OM verandert er in het bestemmingsplan niets en blijft er sprake van verkeersen verblijfsgebied voor de openbare ruimte. In het verkeersmodel voor het bestemmingsplan blijft de Posthumalaan ook als zodanig functioneren. Reclamant verwacht knelpunten ten aanzien van de bereikbaarheid vanwege speciale beveiligde transporten. De mogelijkheden daarvoor veranderen in de nieuwe situatie niet. De situatie dat de omgeving bepaalde perioden (dagdelen) afgezet wordt voor een zitting, herkent de gemeente overigens niet. Over het aspect van de bereikbaarheid zijn in het kader van het inrichtingsplan Tramkeerlus Veemstraat reeds afspraken gemaakt. In de plannen voor de Rijnhaven wordt dit inrichtingsplan overgenomen, waarmee inhoudelijk aan de zorg tegemoetgekomen is. De gemeente is bereid om met reclamant naar optimalisaties in de openbare ruimte te zoeken, zodat de transporten zo veilig mogelijk kunnen plaatsvinden. Voor wat betreft de veiligheid kan de gemeente zien dat de verdere verstedelijking van het gebied een nieuwe situatie oplevert voor de functie van de rechterlijke organisatie. De gemeente signaleert tegelijkertijd dat het niet kunnen uitsluiten van terreuraanslagen een aandachtspunt is voor het bestaande gebied dat toch al steeds verder verstedelijkt.
Het is mogelijk dat voor delen van het complex en de directe omgeving nu strenge veiligheidsmaatregelen nodig zijn in verband met het huidige gebruik. Deze eisen en wensen zijn niet planologisch vastgelegd, zodat reclamant hier in dit bestemmingsplan niet op kan terugvallen. Ten aanzien van de woningbouw is veiligheid een onderwerp van gesprek bij de ontwikkeling van de toren aan de Veemstraat. In dat kader is gezamenlijk besloten dat reclamant een haalbaarheidsstudie laat opstellen die rekening houdt met de specifieke situatie van het complex en deze problematiek. Over het aspect van het potentiële veiligheidsrisico gaan wij graag met reclamant in overleg over de wijze waarop – en de maatregelen waarmee – dit risico beperkt kan worden. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 11.2 Vrij doorzicht nodig op de Rijnhaven vanuit Wilhelminahof Reclamant geeft aan dat de voorgenomen ontwikkeling op gespannen voet staat met de visie die gezamenlijk met de gemeente is opgesteld voor de renovatie van het complex Wilhelminahof. De visie Wilhelminahof 2030 gaat uit van een vrij doorzicht op de Rijnhaven. De gemeente geeft op 15 maart 2021 aan dat aan de zichtlijnen vanuit het bedrijfsrestaurant en de semiopenbare binnenhof afgezet tegen de ontwikkeling van de Rijnhaven geen prioriteit wordt gegeven door de gemeente.
De argumenten zoals genoemd in de brief van reclamant van 10 september 2018 en 24 december 2020 zijn voor reclamant nog steeds actueel en belangrijk. Reactie: De gemeente heeft begrip voor het standpunt dat de zichtlijn vanuit de kantoren op de Rijnhaven als kwaliteit wordt gewaardeerd. Dit is in 2021 door de gemeente ook met het rijk gecommuniceerd, maar wij wegen het belang van woningbouw en dus van het bebouwen van de hele strook langs de Posthumalaan, zwaarder. Gemeente is content dat
Blad: Datum: Ons kenmerk:
33/52 21 februari 2023 M2210-4668
reclamant aan de herinrichting van de buitenruimte binnen het complex werkt en daarbij ook de samenwerking zoekt waar raakvlakken zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 11.3 Nader onderzoek nodig over bezonning Veemtoren Reclamant geeft aan dat de bezonningsstudie laat zien dat de voorgenomen bebouwing voor een significante afname van zon zorgt in de Wilhelminahof. In de bezonningsstudie is alleen de bestaande bouw meegenomen. Reclamant vindt het onduidelijk wat de gevolgen zijn van de voorgenomen bebouwing op de bezonning van de Veemtoren. Het is aannemelijk dat de voorgenomen bebouwing ook zonhinder oplevert bij de Veemtoren. Reactie: In het bezonningsonderzoek is de Veemtoren, de toren op de hoek van de Veemstraat en Postumalaan meegenomen als bestaande bebouwing, met de daarbij horende afschermende werking. De exacte afmetingen van het gebouw zijn nog niet bekend, zodat rekening wordt gehouden met de maximale afmetingen, gegeven in het bestemmingsplan. Nu het bestemmingsplan Kop van Zuid voor de Veemtoren niet alleen kantoren, maar ook woningen toestaat is het nodig om in het bezonningsonderzoek ook met deze woningen rekening te houden. Een update van het bezonningsonderzoek is hiervoor gedaan. In het aanvullend onderzoek naar de bezonning is de mogelijke ontwikkeling van woningen in een nieuw gebouw aan de Veemstraat toegevoegd.
Deze ontwikkellocatie is gelegen in het bestemmingsplan Kop van Zuid en zorgt voor schaduwhinder op de gerealiseerde woningen. De ontwikkellocatie aan de Veemstraat heeft ook 26 nieuwe rekenpunten. Van deze 26 hebben er 8 minder dan twee uur zon en is sprake van verdere afname. Daarnaast geldt voor 2 punten dat die eerst nog wel voldoen en na de ontwikkeling van Rijnhaven niet meer. Wij staan nog steeds achter de conclusie over bezonning, gegeven in paragraaf 6.9.4 van de toelichting, waarin gesteld dat de nieuwe ontwikkeling voldoet aan het Afwegingskader. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en het ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen: Toelichting: Bijlage 9 van de toelichting met het bezonningsonderzoek d.d. 20220210 te vervangen door het bezonningsonderzoek d.d. 20221018. In subparagraaf 6.9.3 en 6.9.4 hiernaar te verwijzen en aan te geven dat niet 490, maar 523 rekenpunten zijn onderzocht. En dat bij 19 van de 523 punten de huidige situatie niet voldoet en dat sprake is van verdere afname. En dat bij nog eens 19 van de 523 punten de situatie niet voldoet vanwege de nieuwbouw in de Rijnhaven. Bij de conclusie kan het volgende worden gegeven: Bij beoordeling van stappen één en twee uit het Afwegingskader kan vastgesteld worden dat 38 van de 523 getoetste woningen niet voldoen als de 'bestemmingsplanenvelop' volledig wordt bebouwd.
Bij een verdere uitwerking van de plannen zal de bezonningssituatie rond het plan altijd gunstiger zijn. Er zijn hoogstwaarschijnlijk zo’n 10 van de 38 rekenpunten die in de simulatie niet, maar bij een verdere uitwerking wel zullen voldoen .
Blad: Datum: Ons kenmerk:
34/52 21 februari 2023 M2210-4668
11.4 Nader onderzoek nodig over windhinder Tevens blijkt uit het windklimaatonderzoek dat zonder torens het windklimaat vrijwel overal goed tot matig is voor doorlopen. Uit de doorgerekende basissituatie blijkt dat het windklimaat rond de geplande nieuwbouw op veel punten slecht is en windgevaar oplevert. Mogelijk heeft dit negatieve gevolgen voor de Wilhelminahof. Mogelijkerwijs kunnen de torens aan westkant van het gebied smaller worden ontworpen, ter beperking van de windhinder. Reclamant acht in ieder geval nader onderzoek noodzakelijk. Reactie: Er is nader onderzoek gedaan naar het te verwachten windklimaat en vooral naar de mogelijkheden om dit te verbeteren ten einde een zo goed als mogelijk windklimaat rond de Rijnhaven en zijn directe omgeving te realiseren. Dit nader onderzoek heeft aangetoond dat het mogelijk is binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan een windklimaat te realiseren zonder windgevaar, dat significant minder slecht is dan in het eerdere onderzoek. Voor de gemeente is hiermee aangetoond dat de ruimtelijke opzet van de nieuwbouw mogelijk is met als resultaat een acceptabel windklimaat. Met de geboden ontwerpvrijheid in het bestemmingsplan is het mogelijk om het windklimaat optimaal mee te wegen, in afweging met veel andere belangen en ambities. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
12 Stichting Wereldhavendagen, Postbus 6060, 3002 AB Rotterdam 12.1 Meer evenementen en evenementendagen opnemen Reclamant leest in het ontwerpbestemmingsplan een uitgesproken ambitie voor meer evenementen in de Rijnhaven. Reclamant ziet hier niets van terug in de hoeveelheid toegestane evenementen en evenementendagen voor het gebied Feijenoord. De wens moet wel zichtbaar worden gemaakt door het ophogen van het totale aantal aan evenementen en evenementendagen. De Wereldhavendagen zijn het maritieme evenement voor de stad en reclamant heeft ook de ambitie om te groeien in activiteiten en omvang. Deze groei komt deels overeen met de wensen en ambities uit het ontwerpbestemmingsplan. Hiervoor dienen wel de noodzakelijke extra evenementendagen in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Anders is geen groei mogelijk. Zonder ophoging gaat het aantal evenementen ten koste van het bestaande programma in het hele gebied Feijenoord. Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven.
Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
35/52 21 februari 2023 M2210-4668
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1. 12.2 Hou rekening met Rijnhaven als evenementenlocatie Ook leest reclamant de wens voor het creëren van een locatieprofiel voor de wenselijke evenementenlocaties in de Rijnhaven. Reclamant ziet graag een concreet vooruitzicht voor wat er in de Rijnhaven verwacht kan worden in aantallen evenementen en evenementendagen. Die aantallen mogen niet ten koste gaan van het aantal evenementen(dagen) zoals nu opgenomen voor het gebied Feijenoord. Ook dit vormt een directe bedreiging voor bestaande maritieme evenementen zoals die van reclamant. Reactie: De evenementen in het gebied Rijnhaven mogen niet ten koste gaan van de ruimte in de rest van Feijenoord. Evenmin is het de bedoeling dat alle evenementen binnen het gebied Feijenoord binnen de Rijnhaven plaatsvinden. Om dit duidelijk te maken is het nodig om een tabel te gebruiken die toegespitst is op het bestemmingsplangebied Rijnhaven. Naar aanleiding van deze zienswijze en die van andere reclamanten is de evenementenregeling speciaal voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven opgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan is de wens benoemd om in Rijnhaven kleine tot middelgrote en enkele grotere evenementen mogelijk te maken. Voor de Rijnhaven is evenwel in 2020 geen ‘locatieprofiel’ vastgesteld.
Voor een deel van het bestemmingsplangebied zal in een latere fase van de ontwikkeling Rijnhaven een locatieprofiel worden opgesteld met bijbehorend zorgvuldig participatieproces. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en verwijzen kortheidshalve naar de voorgestelde aanpassingen bij zienswijze 5.1. 12.3 Extra rekening houden met op- en afbouw vanwege maritiem karakter Reclamant merkt op dat de op- en afbouwperiode in het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd op evenementen in parken en op pleinen. Een deel van de omschreven evenementen-ambities vindt echter plaats op het water of het nieuw aan te leggen strand. Produceren van evenementen op en om het water vraagt andere regels en maatregelen dan reguliere producties in parken en pleinen. Dergelijke producties zijn vaak tijdrovend. Reclamant vraagt om bij de ophoging van de aantallen hier tevens rekening mee te houden. Reactie: In de bestemmingsregelingen is rekening gehouden met de op- en afbouwperiode zoals ook nu al van toepassing zijn in parken en pleinen én op en rond het water, zoals ook de evenementen met de wereldhavendagen. Dat deze producties vaak tijdrovend zijn, dat wordt niet betwist. Wij zien hierin geen aanleiding voor ophoging van de aantallen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
36/52 21 februari 2023 M2210-4668
13 Reclamant 13 (mede namens 44 bewoners Wilhelminapier en Katendrecht) 13.1 Oorspronkelijke doelen uit het oog verloren Reclamant stelt dat bij de aangepaste plannen de oorspronkelijke doelen uit het oog verloren zijn geraakt: het kind wordt met het badwater weggegooid. In het afgelopen decennium hebben de plannen een opmerkelijke metamorfose ondergaan: van een kleinschalige demping van ca. 3 ha haven ten behoeve van een parkeervoorziening en ontsluiting van de Wilhelminapier, met een park en een open uitzicht vanaf de Posthumalaan, tot een gedempt gebied van 6 ha, buitengewoon intensief bebouwd, waarin het autoverkeer en parkeren tot het minimum worden gereduceerd en ontoereikend voor de bewoners van de te bouwen Rijnhavenopbouw zelf zullen zijn, en ook de bewoners en gebruikers van de aangrenzende gebieden geen soelaas zullen bieden. Reactie: Het klopt dat de inzichten voor de Rijnhaven de afgelopen jaren een ontwikkeling hebben doorgemaakt. Het masterplan voor de Rijnhaven is in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld en past in de nieuwe Omgevingsvisie voor Rotterdam. Met de nieuw geformuleerde stedelijke ambitie zet de gemeente een nieuwe koers in voor de ontwikkeling van de Rijnhaven. Het bestemmingsplan uit 2009 maakte een ondergrondse parkeervoorziening en park met open uitzicht mogelijk.
In dat plan moest de parkeervoorziening voorzien in de te verwachten parkeerbehoefte. De behoefte was destijds afgeleid van de mogelijke ontwikkelingen op hoofdzakelijk de Wilhelminapier. Inmiddels zijn er nieuwe inzichten en is er nieuw beleid ontwikkeld met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Dit leidt tot een andere opgave rond mobiliteit en parkeerbehoefte dan waar in 2009 mee rekening is gehouden. De resterende ontwikkelingen op bijvoorbeeld de Wilhelminapier zullen moeten voldoen aan de normen binnen het Rotterdamse parkeerbeleid. De benodigde parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen zijn te realiseren zonder de ondergrondse parkeervoorziening in de Rijnhaven. Daarmee is de claim voor deze parkeervoorziening komen te vervallen. Ook op andere beleidsterreinen is sprake van nieuwe inzichten. De omgevingsvisie vraagt bijvoorbeeld om verdere verdichting in bestaand stedelijk gebied nabij knooppunten van openbaar vervoer. Het masterplan ziet kans om dit deel van de stad verder te verdichten. Het doel van het te realiseren park komt in het nieuwe bestemmingsplan groter, meer divers en meer prominent terug dan in de oorspronkelijke vorm. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.2 Er blijft te weinig van de haven over Reclamant stelt dat de gemeente met al haar dempingswoede de maritieme geschiedenis van Rotterdam aan het elimineren is.
Haven na haven wordt gedempt. Het open en ruimtelijk karakter van de haven verdwijnt door een te omvangrijke demping en bebouwing met drijvende constructies. Reactie: De gemeente hecht grote waarde aan de maritieme geschiedenis van de Rijnhaven en Rotterdam. Die geschiedenis van de Rijnhaven is groots en rijk aan transformaties door de
Blad: Datum: Ons kenmerk:
37/52 21 februari 2023 M2210-4668
jaren heen, wanneer de haven en het gebruik daarom vroeg. De Rijnhaven was ooit bedacht als wachthaven voor de Rijnvaart bij een dichtgevroren rivier, maar kreeg bij de oplevering al een nieuwe functie met overslag op stoom en nog vele nieuwe configuraties. En nu is de Rijnhaven een leeg bekken zonder havenfunctie, op een logistieke functie bij Codrico na, wachtend op een nieuw gebruik/nieuw hoofdstuk. De gemeente ziet kansen om delen van havens te dempen juist met behoud van het ruimtelijke karakter en de relatie naar de maritieme geschiedenis. Dit is in het Masterplan Rijnhaven als uitgangspunt genomen. Zo komen de oorspronkelijke contouren van de kades terug in de uitwerking van de nieuwe plannen. Met bouwhoogte van de Rotterdamse laag wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke pakhuizen aan de kades en juist met drijvende constructies blijft de natte haven duidelijk en tastbaar in de directe omgeving. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.3 Beelden zijn misleidend Reclamant vindt de beelden en vooruitzichten die de burgers worden voorgehouden misleidend en onrealistisch. Anders dan de beelden in het Master- en bestemmingsplan doen geloven, is de bebouwing in het gebied straks veel drukker en beklemmender, waardoor de sfeer van ruimte en rust die nu in de haven heerst, verloren gaat.
Ook de aantrekkelijkheid van de Posthumalaan als een prettig slenter- en verblijfsgebied is zwaar overschat. Met het ontwikkelen van de haven … verdwijnt de haven. Reactie: Wij zijn het niet eens met reclamant dat de beelden misleidend of onrealistisch zijn. Het klopt dat in het Masterplan en Stedenbouwkundig plan veel beelden in het grotere perspectief of vanuit vogelvlucht worden gepresenteerd, maar zeker niet uitsluitend vanuit dat perspectief. In gesprek met de omgeving worden veel maquettes gebruikt voor een divers perspectief, maar zeker ook fotorealistische visuals voor de juiste beeldvorming van de mogelijke ontwikkelingen en zelfs een 3D-applicatie. Het klopt ook dat dit artistieke impressies zijn, terwijl het bestemmingsplan vooral gaat over waar wat gebouwd mag worden, en hoe dit gebruikt mag worden, uitgedrukt in functies met bouwprogramma’s en bouwvolumes. Het klopt ook dat het huidige gebruik van de haven veel ruimte en rust geeft, maar in het verleden was het drukker en binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan uit 2009 waren industriële havenactiviteiten toegestaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.4 Blindstaren op het plangebied Bij het ontwikkelen van de plannen wordt blindgestaard op het plangebied.
Reclamant stelt dat er geen rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen elders in de stad (zoals verkeersstromen door diverse grote projecten en verkeersbeperkingen elders) en met de ontwikkelingen in de aangrenzende gebieden.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
38/52 21 februari 2023 M2210-4668
Reactie: Anders dan wat reclamant stelt wordt wel degelijk gekeken naar de ontwikkelingen elders in de stad. Er wordt heel precies gekeken naar de ontwikkelingen in de aangrenzende gebieden, maar ook op grotere afstand, zoals de gehele binnenstad. Er wordt gerekend met stedelijke modellen voor mobiliteit en mobiliteitsgegevens. Er wordt rekening gehouden met algemene en heel specifieke beleidskoersen, waarin op tal van vlakken wordt ingezet op verandering van mobiliteit, waardoor ook andere vormen van vervoer gebruikt gaan worden en andere verkeersgegevens als resultaat te verwachten zijn. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.5 Overkoepelende problemen buiten beeld Door de bestemmingsplannen voor de Rijnhaven, Wilhelminapier en Katendrecht los van elkaar vast te stellen ontstaat een versnippering. Reclamant is van mening dat door die versnippering de overkoepelende problemen buiten beeld blijven en dat de negatieve ruimtelijke effecten worden gemarginaliseerd en onderschat. De focus enkel op het (kleine) plangebied leidt bij alle bestemmingsplannen die wij voorbij zien komen – Kop van Zuid-Wilhelminapier, Katendrecht en Rijnhaven – structureel tot een onderschatting van de negatieve ruimtelijke effecten van de ontwikkelingen.
De negatieve effecten per deelgebiedje lijken altijd wel mee te vallen, maar de grote, overkoepelende problemen, zoals beschikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen, bereikbaarheid, verkeersintensiteit en parkeerbehoefte, raken uit het zicht. Reactie: Zoals bij zienswijze 13.4 is aangegeven worden de ontwikkelingen in de aangrenzende gebieden wel meegenomen, voor zover zij in een bestemmingsplan zijn vastgelegd. Van versnippering is geen sprake. Dat neemt niet weg dat er sprake kan zijn van nieuwe ontwikkelingen die nog niet in een bestemmingsplan geborgd zijn. Het is een prettige bijkomstigheid dat de bestemmingsplannen voor de genoemde drie gebieden vlak na elkaar in procedure zijn, zodat binnen een overzichtelijke termijn duidelijk is welke ontwikkelingen als totaal in de directe omgeving mogelijk zijn. Praktisch is het erg lastig om alle relevante gebieden in één plan of tegelijk in procedure te hebben. Zowel in het plan Rijnhaven als in omliggende plannen wordt gebruik gemaakt van flexibele bestemmingen voor centrum- of gemengde bebouwing. Hierbinnen is volop ruimte aanwezig voor uiteenlopende functies en soorten voorzieningen, zoals bedrijven, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Voor de hoeveelheid van dergelijke voorzieningen is gebruik gemaakt van door de gemeenteraad vastgestelde referentiewaarden.
Reclamant maakt niet duidelijk waarom sprake zou zijn van ontoereikende beschikbaarheid van dergelijke functies. Bij stedelijke verdichting en meer intensief gebruik van schaarse ruimte, zoals ook nu bij de Rijnhaven, zijn mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersintensiteit en parkeerbehoefte belangrijke aandachtspunten die voortdurend moeten worden bewaakt. Het Rotterdams beleid zet zwaar in op een koersverandering die moet leiden tot meer gebruik van openbaar vervoer en fiets, deelvervoer en is tevens gericht op een afname van autoverkeer en bijvoorbeeld ook de daaraan gerelateerde parkeerbehoefte. Slechts een deel van dit beleid moet worden verankerd in een bestemmingsplan.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
39/52 21 februari 2023 M2210-4668
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.6 ‘Stadsboulevard met minder doorgaand verkeer’ is onbegrijpelijk Reclamant merkt op dat het plangebied aan een van de voornaamste verkeersassen en de meest gebruikte en drukke verbindingen tussen noord en zuid ligt. Het bestempelen van de Posthumalaan als ‘stadsboulevard met minder doorgaand verkeer’ vindt reclamant onbegrijpelijk, aangezien daardoor het verkeer op de verkeersas gestremd wordt. De versmalling van de Posthumalaan tot één rijbaan in elke richting betekent een beperkte doorstroming op dit traject, wat in combinatie met alle geplande bouw een verkeersinfarct op de Posthumalaan, de Wilhelminapier en Katendrecht en een onhoudbare overbelasting van de Laan op Zuid zal teweegbrengen met alle zeer nadelige gevolgen van dien voor de bereikbaarheid en verkeersdrukte op de Kop van Zuid als geheel. Reactie: In het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017-2030 is aangegeven dat de gemeente vol inzet op de mobiliteitstransitie, met minder parkeren en meer fiets en ov. Hiervoor is de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (RMA) opgesteld met een palet aan maatregelen. Bij de maatregelen houdt Rotterdam rekening met een verschuiving van vooral de doorgaande verkeersstromen. Het bestempelen van de Posthumalaan als stadsboulevard met minder doorgaand verkeer is daarin een bewuste keuze.
Door de gekozen inrichting van de laan wordt er ‘gedraaid aan de knoppen’ van het verkeersmodel. Door de recent aangelegde versmalling, in samenhang met tal van andere maatregelen, verschuift het verkeer van de ene naar de andere verbinding (andere wegen, maar ook fiets of OV). Overigens ligt de Posthumalaan in het naastgelegen bestemmingsplan Kop van Zuid. De laan heeft daar de bestemming Verkeer – Wegverkeer en die bestemming staat ook een bredere laan met meer intensief gebruik en ongelijkvloerse verbinden toe. De bereikbaarheid en verkeersdrukte op de Kop van Zuid, maar ook in de stad als geheel wordt continu gemonitord. Deze informatie wordt gebruikt om mobiliteitsgegevens van de stad als geheel actueel te houden, om zo op het uitvoeringsniveau verkeersmaatregelen te onderbouwen, zoals de afstemming van verkeerslichten, invoer van snelheidsbeperkingen, inrichting van wegen, doelgroepenstroken, busbanen, opstelstroken. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze buiten behandeling te laten. 13.7 Verkeersinfarct op de verkeersas is ontoelaatbaar Het ambitieuze bouwprogramma én de grotere bezoekersstromen in de gedempte Rijnhaven en daaromheen zullen de verkeersdrukte vergroten.