CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001257] Bijlage 1 behorende bij 23bb001265 over Ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestemmingsplan Rijnhaven44.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Rijnhaven Ontwerpbestemmingsplan

Opgesteld door:

datum:

Stadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht, Bureau Bestemmingsplannen

Vastgesteld d.d.:

Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam

15 maart 2022

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstukl

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Vigerende bestemmingsplannen

6

1.3

Samenvatting

7

Beleid

9

2.1

Rijksbeleid

9

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

11

2.3

Gemeentelijk beleid

14

Beschrijving van het plangebied

35

3.1

Archeologie

35

3.2

Stadsgezichten en Monumenten

36

3.3

Huidige situatie Rijnhaven

38

3.4

Stand van zaken ontwikkeling Wilhelminapier

39

3.5

Stand van zaken ontwikkeling Zuidkade

39

3.6

Stand van zaken ontwikkeling Katendrecht

39

Planbeschrijving

41

4.1

Inleiding

41

4.2

Opzet van het plan

42

4.3

Ontwikkelingen

42

4.4

Mobiliteit, verbindingen en bereikbaarheid

45

4.5

Juridische planbeschrijving

47

Water

54

5.1

Beleidskader

54

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

55

5.3

Huidige watersysteem

56

5.4

De wateropgave

58

Milieu

62

6.1

Inleiding

62

6.2

Milieuzonering

62

6.3

Geluid

63

6.4

Luchtkwaliteit

71

6.5

Bodem

73

6.6

Externe veiligheid

74

Hoofdstuk2

Hoofdstuk3

Hoofdstuk4

Hoofdstuk5

Hoofdstuk6

2

6.7

Natuur

76

6.8

Windklimaat

80

6.9

Bezonning

81

6.10

Milieu effectrapportage

83

Hoofdstukľ

Handhaving

85

Hoofdstuk8

Financiële uitvoerbaarheid

86

Hoofdstuk9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

87

9.1

GS, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directie DRM

87

9.2

WSHD, Waterschap Hollandse Delta

91

9.3

VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

91

9.4

DCMR, Milieudienst Rijnmond

92

9.5

HbR, Havenbedrijf Rotterdam

92

9.6

NGU, N.V. Nederlandse Gasunie

94

9.7

LVNL, Luchtverkeersleiding Nederland

94

9.8

Participatie en informatie

94

Regels

97

Hoofdstuk1

INLEIDENDEREGELS

98

Artikel 1

Begrippen

98

Artikel 2

wijze van meten

106

Hoofdstuk2

BESTEMMINGSREGELS

107

Artikel 3

Centrum

107

Artikel 4

Groen

109

Artikel 5

Groen - 1

110

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

111

Artikel 7

Water - 1

112

Artikel 8

Water - 2

114

Artikel 9

Waarde - Archeologie 1

115

Hoofdstuk3

ALGEMENEREGELS

117

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

117

Artikel 11

Algemene bouwregels

118

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

120

Artikel 13

Algemene aanduidingsregels

122

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

123

Artikel 15

Algemene procedureregels

124

Artikel 16

Overige regels

125

Hoofdstuk4

OVERGANGS-EN SLOTREGELS

126

Artikel 17

Overgangsrecht

126

Artikel 18

Slotregel

127

3

Bijlagen Bijlage 1

Wateradvies Rijnhaven 20210730

Bijlage 2

Addendum verkeersmodelstudie 20210713

Bijlage 3

Onderzoek geluid op gevels 20220128

Bijlage 4

Memo Nestgeluid 20211221

Bijlage 5

Onderzoek Luchtkwaliteit 20211015

Bijlage 6

Ecologische maatregelen v2 20211100

Bijlage 7

Voortoets Natura 2000 20220221

Bijlage 8

Windklimaatonderzoek 20220210

Bijlage 9

Bezonningsonderzoek Rijnhaven 20220210

Bijlage 10

m.e.r.-beoordelingsbesluit 20220315

Bijlagen Bijlage 1

Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2

Bijlage 3

Ontwerpbesluit hogere waarden

Bijlage 4

Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria

Bijlage 5

Gebied Feijenoord met evenementenlocatie

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Rotterdam heeft de ambitie om de oude overslaghaven Rijnhaven een nieuwe toekomst te geven en te ontwikkelen tot een aantrekkelijk centrumstedelijk woongebied met onder meer horeca, werkfuncties, een strand en een stadspark. De gemeenteraad heeft in april 2020 een masterplan vastgesteld waarin deze ambitie voor een gebiedsontwikkeling wordt beschreven. Deze gaat verder dan de mogelijkheden die het bestemmingsplan uit 2009 biedt, waardoor wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is geworden. Het plan uit 2009 biedt slechts de mogelijkheid om een ondergrondse parkeergarage in de Rijnhaven te realiseren, met op het dak hiervan een publiek park en in de oksel van de Rijnhaven een markant gebouw. De ambitie voor de Rijnhaven is gewijzigd en beschreven in het vastgestelde + -r'V 4- 4- +J .4- * * -I- H- Ht X+ t -f' fj 4 +X * -h +V’ I+A X+ +X + +X-X+ H■>í' + ',x+ ++ +ĵ<■,+•+X + +>í ++ ■,$f1; H- + + -r+ w+ -r-

mm

* +X+ H- X + H- X + + X 4-

yy+ïk*

4- 4- -p

*V4V

+Ż+ + 4-4-4-4-4-4-4-4- -f X + + X, +X + -.X+ + X+ +X ■X+ -1- X+ +X * ^ *r-Xf

Jţfc 4? ;r.f 4- -R

-X+ ^ X -ï- ^

H- -r- H- H- ^ ļ- -

t +X+ 1' X+ 4 X *

X+V tirìti

t +XT t Ä 4 X,

X+ ^

fx*

Rijnhaven

5ş®jäS ,

6-

,Ť -h -f *

, „ iXj, ŕì . /S, -r 4.ŕTİ"i I w I I'S, I~

jįŕ + +/+ +t+

4

200 m -

-

-

—

4- t + + "4- + + 4- + 4+ 4- +A+: 4- 4- 4-

* 4\-

L+ + + + + + + + + + + 'o*,.r.,

Figuur: Plangrens bestemmingsplan Rijnhaven Het plangebied Rijnhaven ligt in het gebied Feijenoord. Het sluit aan op de bestemmingsplannen Kop van Zuid en Afrikaanderwijk en het ontwerpbestemmingsplan Katendrecht. Het nieuwe bestemmingsplan Rijnhaven geeft een actueel kader voor de gewenste ruimtelijke situatie en de mogelijke ontwikkelingen. Het dient daarmee als wettelijk kader voor bouwen en gebruiken van het gebied. De essentie van de gebiedsontwikkeling Rijnhaven is het voormalige havenbekken te transformeren naar een hoogstedelijk en gemengd stuk stad met ruimte voor nieuwe bebouwing en een stadspark. Hiervoor wordt een deel van het bekken aan de noordoostzijde gedempt, waar het nieuwe land een plek gaat bieden voor de bebouwing en het park. Tussen twee nieuwe (entree)pleinen en langs de Posthumalaan worden drie samengestelde bouwblokken met hoogbouw voorgesteld, die een hoge dichtheid en gemengd stedelijk programma hebben. Dat programma is dus méér dan alleen wonen. Het te realiseren stadspark is een voorziening voor de hele stad en zijn bezoekers. Ook het overgebleven groots wateroppervlak is onderdeel van het stadspark met drijvende parkvoorzieningen, tijdelijk drijvend programma en waterprogramma. Het beleefbare, betreedbare en aanraakbare water is dé aantrekkingskracht en onderscheidende kwaliteit van het stadspark.

5

1.2

Vigerende bestemmingsplannen

De grens van het plangebied ligt op de Antoine Platekade, Tillemakade, kade bij de Hillelaan, Rijnhavenkade, Nico Koomanskade en Paul Nijghkade en (voorbij) de Rijnhavenbrug.

. . Vaínįer

ie Monchy-

^ OV VdHo.

(ertpfag

haven Rijnhavenbrug 1007

'u!.ĩįijghkade ^coKou larr-'

Figuur: Plangrens bestemmingsplan Rijnhaven, ingezoomd

In het plangebied geldt nu het bestemmingsplan: 0800 Eerste herziening Kop van Zuid; vastgesteld 19-03-2009; onherroepelijk 28-08-2009 Alsmede snippers of de randen van de bestemmingsplannen dan de volgende parapluherzieningen: 0541 Katendrecht-Pols vastgesteld 06-11-2003; onherroepelijk 16-03-2005; 0569 Katendrecht-Kern; vastgesleld 29-11-2007; onherroepelijk 01-05-2008; 1007 Katendrecht-Pols vastgesteld 29-09-2011; onherroepelijk 18-04-2012; 1077 Parapluherziening Terrassen; vastgesteld 19-02-2015; onherroepelijk 25-04-2015; 1097 Parapluherziening parkeernormering; vastgesteld 14-12-2017; onherroepelijk 31-03-2018; 1104 Parapluherziening biologische veiligheid; vastgesteld 14-06-2018; onherroepelijk 18-08-2018; 1137 Parapluherziening evenementen; vastgesteld 03-02-2022; onherroepelijk pm.

Het bestemmingsplan Eerste herziening Kop van Zuid uit 2009 biedt op veel locaties ruimte voor ontwikkeling. Anno 2021 zijn drie locaties op de Wilhelminapier en één aan de Veemstraat nog onbebouwd. Om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte in het gebied (in het bijzonder de Wilhelminapier) voorziet het bestemmingsplan uit 2009 in de mogelijkheid om een deel van de haven te dempen en om onder de kade aan de Rijnhaven langs de Posthumalaan een parkeergarage te bouwen. De kade zelf kan daarvoor verbreed worden en ruimte bieden voor realisatie van een publiek park en watergerelateerde recreatieve publieksfuncties, zoals bijvoorbeeld een duikcentrum.

6

De eerder voorziene extra parkeerbehoefte hoeft niet meer te landen in de Rijnhaven vanwege nieuwe inzichten, beleidsregels en beleidsambities, zoals bijvoorbeeld de voorziene en gewenste mobiliteitstransitie, zoals beschreven in de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA).

1.3

Samenvatting

Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van een nieuw, hoogstedelijk milieu met een bouwprogramma voor drie bouwblokken langs de Posthumalaan tot maximaal 350.000 m2 b.v.o. exclusief parkeren, plus een publiekstrekker met een programma tot 15.000 m2 b.v.o. in/op het wateroppervlak. Het bouwprogramma bestaat voor 65 tot 7507o uit woningen (maximaal 3.000), aangevuld met kantoren, bedrijfsruimtes, commerciële en maatschappelijke voorzieningen zoals horeca, hotel, winkels en vrijetijdsvoorzieningen. Ook voor de verschillende niet-wonen functies zijn maxima gegeven, zodat sprake kan zijn van een gemengd en inclusief stuk stad. De nieuwbouw wordt gesitueerd langs de Posthumalaan die hiermee een echte centrumboulevard wordt. De nieuwbouw bestaat uit drie samengestelde bouwblokken waarvan de basis (de Rotterdamse laag) maximaal 40 meter hoog is en waaruit zes hoogbouwtorens stijgen die een hoogte krijgen oplopend van maximaal 120 meter aan het park, 200 meter nabij metrostation Rijnhaven, tot 250 meter nabij metrostation Wilhelminaplein. Naast de bebouwing aan de Posthumalaan wordt er nieuwe openbare ruimte gerealiseerd. Zo is er plek voor twee pleinen die de entrees vanaf de stadsas naar de Rijnhaven vormen en nabij de metrostations liggen. Er wordt een nieuw stadspark gerealiseerd, dat zowel land als water omvat.

Op het land met groene ligweides, grote bomen en een paar strandjes. Op het water met een drijvend park aan zowel de zijde van Katendrecht als de zijde van de Wilhelminapier, met ruimte voor allerlei (water)activiteiten. Het geheel wordt ontsloten door diverse bruggen en het rondje Rijnhaven (route over deze kades). De ontwikkeling creëert substantieel meer recreatieve ruimte in het Rotterdamse stadscentrum en het speelt in op de gewenste vergroening van de directe (woon)omgeving. Het stadspark ‘Rijnhavenpark’ geeft invulling aan het programma Rivieroevers en hoort bij de grote stadsprojecten van de stad. Midden in de Rijnhaven is een iconisch gebouw toegestaan als publiekstrekker voor het gebied. Bijvoorbeeld een museum of een gebouw voor sport, cultuur en ontspanning. Het bouwprogramma bedraagt maximaal 15.000 m2 b.v.o. In dit gebouw komen geen woningen.

7

fń ma 51»'" lollini nniini ld «mi jtormni

ŵiTřB ’3

řti iniii

ţ Sd Jti. íVŵ AA

Impressie Rijnhaven, een van de grote stadsprojecten (visualisatie Barcode, uit Masterplan 2020)

8

Hoofdstuk 2 2.1

Beleid

Rijksbeleid

Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van het Rijk gewijzigd. Structuurvisies zullen voortaan de hoofdlijnen van het nationale ruimtelijk beleid aangeven en de nationale belangen die met dat beleid worden behartigd proberen veilig te stellen. Ter verwezenlijking daarvan heeft het Rijk de beschikking over nieuwe juridische mogelijkheden. Het Rijk kan een bestemmingsplan opstellen, een zogenaamd rijksinpassingsplan. Daarnaast zijn er instrumenten die uitvoering van het rijksbeleid kunnen verzekeren zoals de bevoegdheid tot het stellen van algemene regels in een algemene maatregel van bestuur (amvb) en het opleggen van aanwijzingen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is in werking getreden en geeft de rijksbelangen weer die doorwerken in gemeentelijke bestemmingsplannen. 2.1.1

Structuurvisie Infrastructuuren Ruimte

Vastgesteld op 13 maart 2012 Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Voor de middellange termijn (2028) kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden: 1) Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur; 2) Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3) Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast benoemt het Rijk 13 nationale belangen, waar het rijk verantwoordelijk voor is.

Het betreft: 1) Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4) Efficiënt gebruik van de ondergrond; 5) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening, en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming

bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

9

De nationale ruimtelijke hoofdstructuur geeft de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is, geografisch weer. Op deze kaart in de structuurvisie is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid en leefbaarheid en veiligheid, zodat een samenhangende ruimtelijke hoofdstructuur zichtbaar wordt. De structuurvisie infrastructuur en ruimte vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. 2.1.2

Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte

Vastgesteld op 15 juni 2011 In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: » » »

Water en erfgoed Landschap: transformatie van het landelijk gebied Transformatie in de stad en in krimpgebieden

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. 2.1.3.1 Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. 2.1.4

Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)

In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

10

2.1.4.1 Toetsing Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van een nieuw, hoogstedelijk milieu, bestaande uit 2500 à 3.000 woningen, aangevuld met kantoren, bedrijfsruimtes, commerciële voorzieningen (horeca, winkels, en vrijetijdsvoorzieningen) en maatschappelijke voorzieningen, in totaal tot 350.000 m2 b.v.o. (excl. parkeren) in drie bouwblokken plus 15.000 m2 b.v.o. vooreen publiekstrekker met sport, cultuur en ontspanning of maatschappelijke voorzieningen. De mogelijkheden voorzien in een duidelijke behoefte. In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030 (ondertekend 30 januari 2019) maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen, de woningcorporaties en de provincie Zuid-Holland zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden, waarvan 30.000 in Rotterdam. Het is ook een inzet voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. De regionale doelen zijn vastgesteld en de afspraken laten zien welke bijdrage iedere gemeente daaraan levert. In de periode tot 2030 worden zo voldoende woningen gerealiseerd en daarnaast wordt de sociale woningvoorraad beter verspreid. Ook ten aanzien van de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van de corporatiewoningen zijn aanvullende afspraken gemaakt.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Algemeen

Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen zijn operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. De Omgevingsvisie omvat geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1.

2. 3.

4.

5.

6. 7. 8.

9.

Landschap en cultuurhistorie Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder Natuur en recreatie Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Wonen Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Cultuurparticipatie en bibliotheken Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken. Klimaatadaptatie Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen. Zoetwater en drinkwater Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van

11

voldoende drinkwater. 10. Bereikbaarheid Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders. 11. Regionale economie Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie. 12. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. 2.2.2

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019 en per 1 april 2019 in werking. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciale omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: « » » » «

de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).

2.2.3

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019 en per 1 april 2019 in werking. Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Hierin is de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 heeft betrekking op bestemmingsplannen. Ladder voor duurzame verstedelijking Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Bij elk project dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit is gedefinieerd als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Hiernaast dient te worden beoordeeld of het project ook gezien zijn schaal en aard moet worden getoetst aan de Ladder. Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dan dient de toetsing aan de Ladder plaats te vinden (Artikel 3.1.6 van het Bro). Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.

In het kader van dit bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen relevant . »

»

Het plan biedt ruimte voor nieuwe stedelijke ontwikkeling(en) (ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) kantoren

12

detailhandel buitendijks bouwen

Woningbouw De regiogemeenten hebben de woonvisie "Dat spreken we af! - Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020" (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. Deze Woonvisie is als regionale woonvisie te beschouwen en in april 2014 aanvaard door de provincie. Plannen die overeenstemmen met de nota "Dat spreken we af' voldoen op basis van de Omgevingsverordening aan het onderdeel verantwoording van de behoefte en regionale afstemming daarvan voor wonen uit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De woningmarktstrategie “Dat spreken we af!” liep tot 2020. Tijdens de actualisatie is gebleken dat er zulke grote woningmarktontwikkelingen hebben plaatsgevonden dat er tussentijdse bijsturing nodig was. Er dreigde een tekort aan sociale woningen en de spreiding van de sociale woningen over de regio was onvoldoende. Voor de bijsturing waren nieuwe woningmarktafspraken nodig, deze zijn nu gevat in het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030 (ondertekend 30 januari 2019). Deze afspraken kunnen als een opmaat worden gezien voor de nieuw te formuleren regionale woonvisie vanaf 2020. Kantoren De regiogemeenten hebben de kantorenvisie "Agenda Kantoren MRDH 2015-2025" opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid.

Deze Kantorenvisie is als regionale kantorenvisie te beschouwen en in april 2016 aanvaard door de provincie. De kantorenlocaties die in deze regionale kantorenvisie staan vermeld voldoen op basis van de Omgevingsverordening aan het onderdeel verantwoording van de behoefte en de regionale afstemming daarvan. Detailhandel Artikel 6.13 van de Omgevingsverordening is een aanvulling voor de Ladder. De detailhandelsstructuur voor reguliere detailhandel is beschreven in het Programma ruimte. Daarin is onderscheid gemaakt in "te ontwikkelen centra", "te optimaliseren centra" en “overige centra”. Voor alle winkelgebieden geldt daarom dat kwalitatieve verbetering leidend is ten opzichte van kwantitatieve versterking. Nieuwe detailhandel dient primair gevestigd te worden wordt binnen of direct aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken. Deze winkelconcentraties zijn benoemd en gecategoriseerd in het Programma ruimte als te ontwikkelen centra (Rotterdam Centrum, Alexandrium I en Zuidplein), te optimaliseren centra (Keizerswaard, Hoogvliet) en de overige centra (herstructurering of groei onder voorwaarden (leefbaarheid, bevolkingsgroei, saldering). Een overig centrum: geen groei, dus herstructurering (facelift, herprofilering of functieverandering) met aandacht voor de leefbaarheid van kleine kernen en buurten.

Antwoorden op overige vragen vanuit provinciaal belang (e-formulier) « » » » « »

Het plan biedt ruimte voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel. Er is sprake van buitendijks bouwen en archeologische waarden. De stedelijke ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stads- en dorpsgezicht. De beoogde ontwikkeling past binnen een door gs aanvaarde regionale woonvisie. De beoogde ontwikkeling past binnen een door GS aanvaarde regionale kantorenvisie. Het plan bevat een motivering van de behoefte.

»

Er wordt geen gebruik gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals genoemd in 6.33, 6.34 of 6.35 van de Omgevingsverordening. Er vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats binnen beschermingscategorie 1 (zie art 6,9 van de Omgevingsverordening. Er is sprake van inpassen. De ruimtelijke kwaliteit blijft per saldo ten minste gelijk. Er worden geen richtpunten aangetast. Er is geen beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen in het plan. Er worden geen wezenlijke kenmerken en waarden significant aangetast van belangrijke

» » « » » »

13

weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad of karakteristieke landschapselementen. » » « » » « »

Het plan voldoet aan artikel 6.11 van de Omgevingsverordening t.b.v. kantoren. Het plan voldoet aan artikel 6.12 van de Omgevingsverordening t.b.v. bedrijven. Het plan voldoet aan artikel 6.13 van de Omgevingsverordening t.b.v. detailhandel binnen de centra. Het plan voldoet aan artikel 6.23 van de Omgevingsverordening t.b.v. buitendijks bouwen. Het groepsrisico rond inrichtingen, buisleidingen, transportassen en luchthavenactiviteiten ligt niet boven de oriëntatiewaarde. Er is geen passende beoordeling vereist op grond van de Wet natuurbescherming. Er wordt geen gebruik gemaakt van een ontheffing van de provincie.

2.3

Gemeentelijk beleid

Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer. 2.3.1

Omgevingsvisie Rotterdam, De Veranderstad.

Vastgesteld door de gemeenteraad op 2 december 2021 De Omgevingsvisie Rotterdam komt in de plaats van de Stadsvisie uit 2007. De omgevingsvisie beschrijft vijf perspectieven (gezond, inclusief, compact, productief en duurzaam) om opgaven in de stad te agenderen en de integraliteit bij ontwikkelingen te bevorderen. Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. En in dit proces betrekken we Rotterdammers bij de verandering. Dit is essentieel om ervoor te zorgen dat we een aantrekkelijke stad zijn en blijven voor alle Rotterdammers. De vijf perspectieven vormen het kompas bij goede groei. En om die groei concreet te maken, maakt de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes: I.

Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: we maken van Rotterdam een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen. II. Rotterdam ontwikkelt een wereldstad aan de Nieuwe Maas: we verstedelijken binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Dat doen we vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. III. Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In onze wijken komen een heleboel opgaven samen: deze pakken we in samenhang op om de wijken toekomstbestendig te maken. IV. Rotterdam zet de schoudersonder de energie- en grondstoffentransitie We werken aan een stad die klimaatneutraal is en waar we grondstoffen hergebruiken. Zo creëren we een duurzaam Rotterdam met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties. V. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening.

In een aantal gebieden komen grote opgaven bij elkaar en liggen er kansen om veel van onze stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om specifieke keuzes. Het betreft de

14

binnenstad, Alexander tot en met Zuidplein en Rotterdam-Zuid. Voor de ontwikkeling van deze gebieden formuleert de omgevingsvisie gebiedskeuzes. Voor de Rijnhaven betekent dit: Het binnenstedelijk milieu dijt steeds verder uit en heeft definitief de sprong over de rivier gemaakt. Met de (door)ontwikkeling van de Kop van Zuid, de Rijnhaven en Katendrecht worden unieke gebieden onderdeel van de binnenstad. Steeds meer wijken krijgen te maken met een toenemende hoogstedelijke dynamiek, denk aan de Afrikaanderwijk, het Oude Westen en Feijenoord. De binnenstad is ook in de toekomst één van de meest logische plekken om de groei van de stad te blijven accommoderen. Wel staan we voor nieuwe uitdagingen: vernieuwing van de economie, klimaatverandering en de mobiliteitsen energietransitie. Met het fundament dat in de wederopbouw is gelegd, liggen er kansen om ook deze uitdagingen het hoofd te bieden. De moderne, ruime opzet van de binnenstad, met brede boulevards, een hoogbouwzone en de weidsheid van de rivier, biedt letterlijk licht, lucht en ruimte. Daarnaast dragen de verschillende wijken bij aan variatie en verscheidenheid in de binnenstad als geheel, en juist die mix maakt de binnenstad uniek. De druk op de openbare ruimte vraagt om méér en hoogwaardig ingerichte openbare ruimte voor intensief gebruik en daardoor ook intensief beheer en onderhoud.

Daarom zijn keuzes en investeringen in het publieke domein nodig om transities voldoende ruimte te geven én om leefomgevingskwaliteit toe te voegen. Door het groeiend aantal bewoners, werknemers en bezoekers staat het mobiliteitssysteem van de binnenstad onder druk. Tot de uitbraak van de coronapandemie liepen de twee metrolijnen en de tramverbinding over de Nieuwe Maas tegen hun capaciteit aan. Ook nam het fietsverkeer afgelopen tien jaar enorm toe. Om de groei van de binnenstad mogelijk te maken, zetten we in op capaciteitsuitbreiding van het openbaar vervoer in combinatie met verbetering van de fietsinfrastructuur. Uiteraard met meer ruimte voor de voetganger en deelmobiliteit.

15

\

.

[Lil-

Ľ1/77İ 5žÄ

V

-Ä "j A*?Í!

'*, ļj»

ImK

'

16

Afbeelding gebiedsuitwerking Binnenstad, overgenomen uit de Omgevingsvisie Gebiedskeuzes » « » « » «

Metropolitane binnenstad: global meets local. Versterken veerkracht en innovatie economie door het stimuleren van menging en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte. Superdiverse binnenstad, met behoud van diverstiteit ondernemers en bewoners door te sturen op differentiatie en betaalbaarheid van wonen, werken en voorzieningen. Een dynamische binnenstad met ruimte voor rust door het voorkomen van onwenselijke situatie, ruimte voor meer levendigheid, meer groen en communicatie. Straten voor mensen, doorpakken naar een gezonde omgeving door het versnellen van de mobiliteitstransitie, minder ruimte voor auto in combinatie met goede alternatieven. Groene boulevards en stadspleinen, toevoegen van veel meer groen door transformatie boulevards naar nieuwe groenstructuur in hartje stad. De Nieuwe Maas en haar oevers als centraal rivierpark, benutten potentieel van de rivier door meer levendigheid op en aan het water, betere verbindingen, aantrekkelijke routes, meer groen.

2.3.2

Masterplan Rijnhaven

Vastgesteld door de gemeenteraad op 23 april 2020 Het Masterplan Rijnhaven is het resultaat van de wens van het College van B&W om tot een gedragen en afgewogen koers voor de Rijnhaven te komen. Het beschrijft een richtinggevende en samenhangende visie als basis voor de gebiedsontwikkeling Rijnhaven. Dit Masterplan gaat verder op de ingezette richting uit het Ambitiedocument. De resultaten van het participatie- en consultatieproces zijn in een samenhangend plan vertaald. Dit Masterplan zet de koers uit voor de toekomstige ontwikkeling van de Rijnhaven. De Rijnhaven wordt omringd door gewaardeerde en zich in rap tempo ontwikkelende gebieden als de Kop van Zuid en Katendrecht. Met de groei van de stad is het tijd voor de volgende stap: de ontwikkeling van de Rijnhaven. Een ontwikkeling die de bijzondere positie in de stad en haar unieke kwaliteiten optimaal benut. De Rijnhaven ligt in het hart van Rotterdam, aan de stadsas. De ontwikkeling ervan is een unieke kans om verder te bouwen aan het centrum op twee oevers en op deze manier noord en zuid sterker met elkaar te verbinden. De Rijnhaven biedt de kans om substantieel te verdichten en te vergroenen met behoud van bijzondere kwaliteiten: het karakteristieke havenbekken en het groots open water. Tussen de Posthumalaan en het water van de Rijnhaven wordt straks gebouwd.

Daarvoor wordt ongeveer eenderde deel van het wateroppervlak gedempt. Op dat nieuwe stuk land worden fraaie bouwblokken met hoge torens neergezet om in te wonen en te werken. Met functies en voorzieningen op onderste lagen die passen bij een stadscentrum: met horeca, voorzieningen, kleine winkels en ruimte voor cultuur. Zo ontstaat een uitnodigend gebied om te bezoeken en te verblijven. Een gebied dat een schakel vormt tussen omliggende wijken en buurten op de Kop van Zuid en in Feijenoord. De Posthumalaan wordt een stadsboulevard met meer ruimte voor fietsers en voetgangers en een goede doorstroming van het (bestemmings-)verkeer. Een fraaie entree voor bezoekers van de stad en het gebied. De plannen voor de Rijnhaven zorgen voor logische toevoeging aan de Rotterdamse skyline. Maar behalve van hoge gebouwen genieten bezoekers en bewoners ook van de relatieve rust van park, strand en water in een meer intieme Rijnhaven. Het park, strand en meerdere overgangen langs de kades zorgen voor een unieke beleving langs, op en in het water. Met de aanleg van de Rijnhavenbrug was er al een wandelcircuit ontstaan. Dat wordt nu tussen Wilhelminapier en Katendrecht echt afgemaakt via de Posthumalaan en de routes door het park: het rondje Rijnhaven. Een wandelboulevard voor alle bewoners en bezoekers met diverse mogelijkheden om rond het water te verblijven.

Langs de kades komen drijvende plantsoenen en steigers om te genieten van de rust, maar ook van de reuring in dit gebied. Het water zelf wordt makkelijk bereikbaar en biedt straks veel mogelijkheden voor activiteiten en programma’s. Het Masterplan vormt de basis voor het vervolg van de gebiedsontwikkeling, die verder wordt uitgewerkt in vervolgplannen, zoals een stedenbouwkundig plan, een parkontwerp en een bestemmingsplan.

17

2.3.3

Hoogbouwvisie 2019

Vastgesteld door de gemeenteraad op 12 december 2019 De vastgestelde Hoogbouwvisie 2019 vormt een herijking van het oude hoogbouwbeleid en geldt voor alle nieuwe hoogbouwinitiatieven. In de herziening blijft de Binnenstad belangrijk als plek voor nieuwe hoogbouw, maar wordt aangevuld met gebieden die invulling kunnen geven aan de verstedelijkingsopgave én ook een knooppunt van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) hebben. Er is sprake van hoogbouw als een gebouw hoger is dan 70 meter. In Rotterdam kan een lijn worden getrokken die vanaf het Hofplein via de Coolsingel eindigt op het Wilhelminaplein. Dit is de ruggengraat van de Rotterdamse hoogbouw, waar de diverse deelgebieden op aansluiten, de zogenoemde hoogbouw-as. Aan deze as grenzen de locaties waar een concentratie van hoogbouw aanwezig is: het Centraal District Rotterdam, Het Wijnhaveneiland en de Kop van Zuid. Voor de binnenstad wordt een maximum hoogte van circa 250 meter gesteld langs de stadsas. Vanuit de stadsas loopt de hoogbouw in de binnenstad af naar 70 meter richting de grenzen van de hoogbouwzone. De grens, die in hoofdlijnen de afbakening is voor het hoogbouwbeleid, is de brandgrens. De binnenstad ontwikkelt zich verder en wordt groter. Hierdoor zijn er plekken die vanuit de ontwikkelingen rondom deze plek en hun positie ten opzichte van OV toegevoegd worden aan de hoogbouwzone van de binnenstad.

Het gaat dan om de gebiedsontwikkeling Pompenburg en de omgeving Rijnhaven. De grootschalige ontwikkelingen en woningbouwopgave in Rotterdam bieden een kans om ook op andere plekken dan de binnenstad hoogbouw te overwegen. Het bijplaatsen van hoogbouw zorgt voor toevoeging van een groot aantal woningen, nieuwe werkplekken en voorzieningen. Het is van belang dat er goede en nabijgelegen OV-verbindingen zijn. Gebieden die hieraan voldoen zijn Feyenoord City, Hart van Zuid en Alexanderknoop. Ook voor deze gebieden gelden dezelfde uitgangspunten die in de binnenstad gelden voor hoogbouw. Het enige verschil is dat voor deze gebieden waar hoogbouw mogelijk wordt gemaakt de maximale hoogte 150 meter is. Hoogbouw moet onderdeel uitmaken van de zogenoemde 'stedelijke laag'. Deze stedelijke laag is het deel van een gebouw dat door voorbijganger het meest ervaren wordt: de begane grond en de eerste paar etages. Door de onderbouw ruimer te maken kunnen aantrekkelijke en onaantrekkelijke functies in de plint beter verdeeld worden. Functies die bijdragen aan levendigheid moeten de overhand hebben (woningen, winkels, horeca). De gemeente heeft gebieden en plekken aangewezen die representatief zijn voor de binnenstad of zich kenmerken door een hoge mate van gebruik. Op deze locaties gelden specifieke regels t.a.v. het klimaat (schaduw en wind).

Tevens worden specifieke volume- en slankheidseisen gesteld. De onderbouw van een toren moet de hele bouwkavel omvatten. De hoogte van de onderbouw hangt af van de zogenoemde Rotterdamse laag. Deze Rotterdamse laag kan per gebied verschillen en is de gemiddelde bebouwingshoogte in een gebied, meestal tussen de 15 en 25 meter. Daarnaast worden er eisen gesteld aan de maximale vloeroppervlaktes. Aanvullende eisen ten aanzien van daklandschappen en terrassen, parkeren en mobiliteit, duurzaamheid en vergunningenbeleid dragen verder bij aan kwalitatieve hoogbouw in de stad. Ook is aandacht voor duurzaamheid (energie en klimaat, groen, multifunctionele daken). Binnen hoogbouw is het, naast de sociale aspecten zoals ontmoeting en bestrijding van eenzaamheid, ook wenselijk dat er gedifferentieerd wordt qua doelgroepen, woninggrootte en prijssegment. Per project zal worden bekeken wat wenselijk is in relatie tot het gebied waarin deze hoogbouw staat. Bezonning In de binnenstad zijn in totaal dertig plekken aangewezen als sunspot of representatieve ruimte. Voor de ontwikkeling van de Rijnhaven is met het vaststellen van het masterplan nog geen uitspraak gedaan over de toevoeging van sunspots en/of representatieve ruimtes in dit gebied. Dit dient alsnog te gebeuren met het vaststellen van een addendum op de hoogbouwvisie en wordt niet in het bestemmingsplan vastgelegd.

Bovenop de Rotterdamse laag is realisatie van de skyline mogelijk. Meerdere hoogteaccenten, twee per bouwblok, zetten de Rijnhaven op de Rotterdamse skyline. De Hoogbouwvisie staat toe dat er op deze

18

plek 250 meter hoog wordt gebouwd. Dit is alleen wenselijk aan de oostzijde nabij Luxor. Op andere plekken aan de oostzijde langs de Posthumalaan is bebouwing van maximaal 200 meter denkbaar. Aan de westzijde (park) is 120 meter het beoogde maximum. Met deze bouwhoogteopzet ontstaat er een ‘tribune-effect’ met oriëntatie op het water, wat (naar verwachting ook) voordelen voor bezonning en wind oplevert. 2.3.4

Afwegingskader bezonning

Vastgesteld door de gemeenteraad op 9 september 2021 Rotterdam verdicht. In de Omgevingsvisie Rotterdam zijn vijf perspectieven (ambities) benoemd voor de toekomstige ontwikkeling van de stad. Een daarvan is de verdere ontwikkeling van Rotterdam als compacte stad aan de rivier. Door hoger en compacter te bouwen, is het mogelijk meer woningen te realiseren, het draagvlak voor winkels, culturele en maatschappelijke voorzieningen te vergroten en ruimte voor groen te waarborgen en te vergroten. Door wonen, werken, onderwijs en voorzieningen op kortere afstand van elkaar te organiseren en waar mogelijk te combineren, neemt de verplaatsingsafstand en -tijd af. Er wordt gekozen voor bundeling en concentratie van een groot deel van de verstedelijkingsopgave in de zones rondom hoogwaardige openbaar vervoer-knooppunten. Hierdoor heeft deze verdichting een lagere milieu-impact en is dus duurzamer. Op deze manier moeten tot 2040 in totaal 50.000 nieuwe woningen en 70.000 nieuwe arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Dit is echter een complexe opgave waarbij zorgvuldig gekeken moet worden naar de gevolgen voor de bestaande wijken, de balans tussen rust en reuring en de kwaliteit van de buitenruimte. Gevolgen van mogelijke afname van bezonning is hier een belangrijk aspect bij.

Bij de vaststelling van bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen in afwijking van een bestemmingsplan waarbij sprake is van nieuwbouw van hoge(re) gebouwen, speelt regelmatig de vraag hoe de gevolgen voor de mogelijke afname van bezonning van de bestaande woningen in de nabije omgeving getoetst wordt. Bij de besluitvorming over nieuwbouw moet inzichtelijk worden gemaakt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij er een evenwichtige afweging is gemaakt van alle belangen, waaronder de toetsing van de effecten van hoge(re) gebouwen op omringende woningen. Bestemmingsplan als basis In nieuwe bestemmingsplannen zal dit afwegingskader een regulier toetsingsinstrument zijn voor het planologisch mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Als de bezonning is afgewogen in een bestemmingsplanprocedure en daarin hoge(re) gebouwen mogelijk maakt, hoeft die afweging m.b.t. bezonning niet weer gemaakt worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen als een plan in het bestemmingsplan past. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen die niet in een vigerend bestemmingsplan past is het afwegingskader bezonning ook leidend bij het verlenen van een nieuw planologische kader. 2.3.5

Stadsakkoord Rotterdam. Sterker door 7 stadsprojecten

Op 15 juni 2021 ondertekend door 27 partijen die samen gaan optrekken In de meerjarenbegroting 2021 is structureel geld vrijgemaakt om te investeren in de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van de stad. Het college is ervan overtuigd dat investeren in publieke ruimte op termijn zorgt voor meer investeren door de markt. Ook heeft de coronacrisis laten zien dat in een stad (met een verdichtingsopgave) de publieke ruimte essentieel is voor de kwaliteit van het stadsleven. Vandaar het voorstel om te investeren in grote stadsprojecten. In deze stadsprojecten komen vergroening, klimaatadaptatie, recreatie, cultuur, stadseconomie, mobiliteit en wonen, samen. Het Rijnhavenpark is een van de grote stadsprojecten. In, op en langs de ‘oude’ Rijnhaven met zijn historische kades, industriële monumenten en fraaie vergezichten, komt een nieuw stuk centrum. Hoogbouw grenst straks aan een stadspark dat een groot deel van het huidige havenbekken inneemt. Een park dat deels drijft in de haven met een permanent stadsstrand. Waar het water op veel verschillende manieren kan worden ervaren. Een stuk stad langs de belangrijke route van Zuidplein naar Hofplein. Goed bereikbaar met het openbaar vervoer en de fiets en met prettige voorzieningen om te werken, ondernemen en recreëren. Maar ook met diverse woonmogelijkheden en -vormen. Kortom, het

19

Rijnhavenpark vormt een uitbreiding van het Rotterdamse stadscentrum op de zuidoever. 2.3.6

Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+

Vastgesteld door de gemeenteraad op 11 mei 2017 Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: « » »

de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik.

Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ovin evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.

Een verdere uitwerking van dit beleid is beschreven in de Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA) dat de gemeenteraad begin 2020 heeft vastgesteld. De RMA is een aanpak om te werken aan een betere bereikbaarheid van onze groeiende stad. Een aanpak die vanuit mobiliteit een aantal uitdagingen in Rotterdam ondersteunt. Want de stad groeit, de ruimte wordt schaarser, de economie verandert, het klimaat vraagt om andere keuzes én we willen de stad gezonder en inclusiever maken. De RMA faciliteert de groei van de stad door met verschonen en verbeteren van de mobiliteit bij te dragen aan de bereikbaarheid van 18.000 nieuwe woningen tot 2022 en 50.000 nieuwe woningen tot 2040. Ook biedt de RMA kansen voor het accommoderen van een vitale economie met efficiënte schone en nieuwe vervoerswijzen, inclusief nieuwe arbeidsplaatsen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast draagt de RMA bij aan het vergroenen van de buitenruimte, onder andere met de vijf grote buitenruimte projecten. 2.3.7

Nota Detailhandel 2017

Vastgesteld door de gemeenteraad op 22 en 29 juni 2017 De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen, die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De nota en de gebiedskoersen doen geen uitspraken over het centrum, hiervoor blijft de nota 'WNKLN N RTTRDM' het relevant beleidskader.

20

Stedelijke ambities en spelregels ten aanzien van detailhandel Het detailhandelsbeleid bestaat in de basis uit een beleidskader, waarin op grond van de trends en ontwikkelingen de visie en ambitie van Rotterdam op de detailhandelsstructuur wordt uitgesproken. Met dit kader zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat en sprake is van complete, compacte comfortabele en levensvatbare centra. Om deze ambities te realiseren, is een aantal spelregels onontbeerlijk en zijn vier stedelijke ambities geformuleerd: » « » »

Een evenwichtige detailhandelsstructuur (aantrekkelijk, levensvatbaar, complementair) Meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur Detailhandelsbeleid als kader voor ruimtelijke ontwikkelingen Een bruisende Binnenstad!

De spelregels die nodig zijn om de ambities te behalen zijn: » » « » » » « » » » »

Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld. Creëren van nieuwe winkelgebieden is enkel onder strikte voorwaarden mogelijk. Geen nieuwe solitaire vestiging van winkels buiten de detailhandelsstructuur van winkelgebieden. In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn, om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. Vestiging van grootschalige detailhandel bekijken we kritisch. Geen nieuwe perifere concentratiegebieden. Tuincentra en bouwmarkten buiten de aangewezen winkelgebieden zijn onder voorwaarden bespreekbaar. Geen detailhandel op bedrijventerreinen. Winkels in tweedehandsgoederen vestigen we in winkelgebieden; uitzondering voor kringloopwinkels. Internetwinkels en -afhaalpunten met een (beperkte) bezoekersfunctie worden enkel toegestaan in de winkelgebieden en op trafficlocaties. Voor winkels geldt in de horecanota Rotterdam 2017-2021 de basisvrijstelling.

Gebiedskoersen De stedelijke ambities zijn het uitgangspunt voor de gebiedsgerichte uitwerking voor detailhandel. In de gebiedskoersen detailhandel zijn de winkelgebieden ruimtelijk begrensd, zodat voor iedereen duidelijk is wat de winkelgebieden in de stad zijn en wat de gemeentelijke koers daarbij is. De keuzes op gebiedsniveau vormen de basis voor het gemeentelijk handelen ten aanzien van enerzijds het versterken van winkelontwikkelingen (door bijvoorbeeld mee te werken aan nieuwe winkelvestiging) en anderzijds de transformatieopgave. 2.3.8

Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020Feijenoord

Vastgesteld door de gemeenteraad op 22 en 29 juni 2017 Feijenoord kent verschillende soorten wijken. Van het hoogstedelijke Kop van Zuid, de stadswijken als Afrikaanderwijk en Hillesluis, het maritieme Noordereiland, tot het dorpse Vreewijk. Feijenoord is een dynamisch gebied met een grote diversiteit aan woon- en werkmilieus. De winkelstructuur in Feijenoord bestaat uit vijf winkelgebieden en vier gebieden met een gemixte functie. Door de ligging tussen centrum van de stad enerzijds en de nabijheid van het grote regionale winkelgebied Zuidplein anderzijds, is zichtbaar dat het merendeel van deze gebieden een functie als boodschappencentrum hebben. Voor het echte recreatieve winkelen worden de consumenten vooral door die twee grote winkelconcentraties net buiten Feijenoord aangetrokken. De structuur van Feijenoord wordt grotendeels bepaald door het grootste winkelgebied, de Beijerlandselaan/groene Hilledijk. Dit gebied voorziet naast de dagelijkse artikelen ook in een breed aanbod aan niet-dagelijks assortiment. Het gebied heeft een functie als easyshopping winkelgebied. Naast dit gebied wordt de structuur bepaald door de boodschappencentra Vuurplaat, Groene Zoom en

21

Entrepot. In deze gebieden staat het gemakkelijk doen van de dagelijkse boodschappen centraal. Naast de typische winkelgebieden zijn er in Feijenoord verschillende gebieden met een gemixte functie te, waar naast winkels ook andere voorzieningen een plek hebben. Meest in het oog springend zijn de concentratie in de Afrikaanderwijk, Deliplein en Noordereiland. Naast de winkelconcentraties, is er in de oude stadswijken veel verspreid aanbod te vinden. Dit is vooral zichtbaar aan de oude doorgaande wegen, waar van oudsher winkels zijn geland. Plangebied Buiten de winkelconcentraties is er in Feijenoord veel verspreid aanbod te vinden. Een deel van dit aanbod is gelegen in woonbuurten en langs doorgaande stadsstraten zoals de Strevelsweg en Dordtselaan. Van oudsher zijn er winkels gevestigd, maar een duidelijke rol als winkelconcentratie in de structuur heeft dit gebied niet. Delen van de straat zijn reeds van kleur verschoten en hebben een functie als dienstverlening of wonen. In het stedelijk detailhandelsbeleid ligt de focus voor detailhandel specifiek op de toekomstbestendige winkelconcentraties. Daarom wordt nieuwe verspreide detailhandelsvestiging buiten deze winkelgebieden als ongewenst getypeerd.

Winkels die reeds een plek hebben buiten de winkelgebieden en passen binnen het bestemmingsplan worden uiteraard niet actief gesaneerd, maar leegstaande winkelpanden krijgen op termijn de mogelijkheid te transformeren. In de toekomstbestendige winkelgebieden kunnen winkeliers een plek vinden, zodat het toekomstperspectief voor het collectief van ondernemers wordt vergroot. Er is ook verspreide bewinkeling in Feijenoord dat meer is gelegen in gemixte stadsmilieus. Op die plekken voeren de winkels niet de boventoon, maar hebben ze wel een functie in het stedelijk milieu. Een voorbeeld hiervan is het aanbod op het Noordereiland en rond het Deliplein. Specifiek voor het eiland dragen de supermarkten en kleine speciaalzaken bij aan het stedelijke leefmilieu op het eiland. Uitbreiding van het winkelbestand is niet gewenst en als winkelpanden transformeren naar een andere functie behoort dat ook tot de opties. Heel nadrukkelijk is het in deze gebieden geen harde opgave om de zittende winkels te transformeren naar een andere functie. De Kop van Zuid en Katendrecht zijn de afgelopen jaren fors ontwikkeld. Door sloop en nieuwbouw betekent dit ook voor de komende jaren dat er per saldo meer bewoners bij komen. Met de Rijnhavenbrug is er een directe (langzaam verkeer) verbinding gekomen met Katendrecht, waardoor een intensive wisselwerking tussen beide gebieden tot stand komt.

In de structuur vormen de Wilhelminapier en Katendrecht een relatief (geografisch) groot gebied met beperkte winkelvoorzieningen. Uitzondering hierop vormt nu een voor Rotterdam redelijk uniek foodaanbod (Fenix Food Factory) in combinatie met het Deliplein, waar overwegend horeca is gevestigd. Het detailhandelsaanbod op vooral de Wilhelminapier is zeer beperkt, doordat altijd de beleidsmatige keuze is gemaakt om geen solitairen winkels te ontwikkelen, maar juist de concentratie te zoeken in geconcentreerde winkelgebieden. In de huidige en toekomstige situatie wordt met de aanwezigheid van een beperkt dagelijks aanbod in de vorm van de Jumbo supermarkt op Katendrecht, naar verwachting nog onvoldoende beantwoord aan de vraag en verwachtingen van bewoners. Door de verbinding en samenhang die Katendrecht en de Wilhelminapier hebben, is het essentieel dat de ontwikkeling van dagelijkse winkelvoorzieningen op Katendrecht en de Kop van Zuid goed moet worden afgestemd op de beoogde ontwikkeling in de plinten op de Wilhelminapier (bijvoorbeeld van Boston en Seattle). Met het verschieten van kleur van de Afrikaanderwijk als winkelconcentratie in combinatie met de ontwikkelingen die Katendrecht en de Wilhelminapier doormaken, ontstaan er mogelijkheden voor een nieuwe moderne winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht.

De positie van de huidige Jumbo supermarkt en de mogelijkheden voor retail in het bestemmingsplan voor de View Rotterdam (het voormalig ECCR) zijn daarvoor een belangrijke aanleiding. Binnen de structuur ontstaat daarmee de mogelijkheid om in de Pols van Katendrecht een moderne winkelconcentratie te ontwikkelen. Belangrijk is dat daarbij aandacht is voor een aantal aspecten: »

Het beantwoordt minimaal aan de vraag vanuit het primaire verzorgingsgebied ten aanzien van boodschappen. Het primaire verzorgingsgebied daarvoor is Katendrecht, de Wilhelminapier en een deel van de Afrikaanderwijk. Opgave is daarom een goede verbinding met deze gebieden;

22

« » «

Een eventuele tweede supermarkt naast de reeds gevestigde supermarkt kan een complementaire werking hebben voor het dagelijks aanbod; Vanuit de ambities voor Katendrecht en de Kop van Zuid is het belangrijk dat een helder profiel wordt ontwikkeld voor deze winkelconcentratie; Als nieuw ‘centrumgebied’ is aanhaking op en complementariteit met de binnenstad essentieel.

De winkelgebieden in Feijenoord voorzien in zijn algemeenheid grotendeels in de eigen behoefte en zijn daarmee complementair aan elkaar. Waar de Beijerlandselaan/Groenehilledijk naast een functie voor het directe gebied ook bezoekers van buiten trekt, hebben de centra Vuurplaat, Entrepot en Groenezoom lokale rol voor de dagelijkse boodschappen dus de lokale consument uit Feijenoord. Door het verschil in functie kunnen deze winkelgebieden naast elkaar bestaan. Dit wordt in Feijenoord nog aangevuld met gemixte gebieden waar een brede verschijning van dienstverlening, ambachten, winkels en bijvoorbeeld horeca is te vinden. De koers is om de verschillende typen in haar kracht te houden, waardoor de gebieden naast elkaar kunnen bestaan en elkaar versterken. In de stedelijke ontwikkelingen is de vergrote invloedsfeer van het centrum steeds meer zichtbaar. Door de ontwikkelingen op de Wilhelminapier en Katendrecht ontstaat naast de bestaande winkelgebieden een nieuw type winkelconcentratie, die meer de verbinding krijgt met het centrum en vanuit een grotere regio consumenten zal aantrekken. Naar verwachting zal Feijenoord daarmee een extra mogelijkheid krijgen voor een winkelconcentratie waar bezoekers van buiten door worden aangetrokken. Een belangrijke opgave in het stedelijk beleid is te komen tot verdere concentratie in compacte en aantrekkelijke winkelbieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b51933dc-46bb-4410-bcc3-60a7cf107b70