CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001257] Bijlage 1 behorende bij 23bb001265 over Ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 4 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting ontwerpbestemmingsplan Rijnhaven44.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Verspreide bewinkeling wordt beleidsmatig zo veel mogelijk tegengegaan. Voor bewinkeling die in het verleden in de stad is geland, betekent dat niet dat dat aanbod actief wordt gesaneerd. Wel zijn het plekken waar door middel van transformatie en functieverandering actief door gemeente wordt meegewerkt. In de Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 heeft de Rijnhaven nog geen rol. In het Masterplan is aangegeven dat de nieuwe bebouwing van de Rijnhaven de verbinding vormt tussen de Wilhelminapier, Kop van Zuid, Afrikaanderwijk en Katendrecht. Hier kun je wonen, werken, recreëren en verblijven in een mix van functies en open plinten. Het programma is aanvullend op de directe omgeving. In de bebouwing langs de Posthumalaan bevindt zich een mix van woningtypes en werkruimten, voorzieningen voor zowel de dagelijkse behoeften (winkelen, zorg, onderwijs, buurthuis) als bijzondere voorzieningen (cultuur, horeca, leisure). De bebouwing heeft een alzijdige oriëntatie. Dit resulteert in een levendige en kleurrijke boulevard en een bruisend waterfront met horeca, terrassen en leisure. Rijnhaven krijgt een aantrekkelijke functiemix die past bij een centrumstedelijk gebied: het programma niet-wonen omvat 25 - 350Zo van het totale programma oppervlak. Niet-wonen functies zijn maatschappelijke voorzieningen, commerciële voorzieningen (leisure, horeca, retail) en kantoor- en bedrijfsruimte.

Voor kantoor- en bedrijfsruimte wordt rekening gehouden met 20.000 - 35.000 m2 b.v.o. Voor commerciële voorzieningen (leisure, horeca en beperkt retail) wordt rekening gehouden met 15.000 - 30.000 m2 b.v.o. Dit is afhankelijk van de maatschappelijke en/of culturele functies die een plek gaat krijgen. De detailhandel is mogelijk in het blok nabij de winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht en is bedoeld als uitbreiding van het aanbod dagelijkse winkelvoorzieningen. Voor maatschappelijke voorzieningen wordt 10.000 - 25.000 m2 b.v.o. gereserveerd. Bij het woningbouwprogramma is circa 10.000 - 15.000 m2 maatschappelijke voorzieningen nodig volgens de referentiewaarden. Daarnaast is de komst van een grote maatschappelijke functie voorstelbaar. Niet-wonen functies hebben overwegend een plek in de eerste vier bouwlagen. Niet-wonen functies dragen bij aan de levendigheid, het wooncomfort en de inclusiviteit van de Rijnhaven en het voorzieningenniveau van Zuid. De functiemix voegt iets toe aan de huidige functiemix op de Kop van Zuid: De functiemix draagt bij aan een verrijking van het leisure-profiel van de Kop van Zuid. In de Rijnhaven komt meer ruimte voor toegankelijke en/of vernieuwende vormen van sport, spel, ontspanning, vermaak, infotainment en cultuur.

Rijnhavenpark wordt een bijzondere stedelijke ontmoetingsplek aan de rivier door de combinatie van park, water en gebouwde functies. De Rijnhaven biedt (betaalbare) bedrijfsruimte aan makers (creatief of stadsverzorgend). De Rijnhaven biedt voldoende ruimte aan maatschappelijke voorzieningen gericht op de wijk en het stad. En wordt daarmee onderdeel van het dagelijkse leven van mensen in Rotterdam Zuid. De provinciale omgevingsvisie zegt hierover:

23

Ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de toelichting op het bestemmingsplan onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied, alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering. In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland en wordt zo nodig een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Voor de binnensteden van Rotterdam en Den Haag ligt de grens voor het aanvragen van advies bij de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland vanwege eerdergenoemde redenen op 4.000 m2 b.v.o. In Rijnhaven is de hoeveelheid detailhandel gemaximeerd op 3.000 m2 b.v.o. 2.3.9

Gebiedskoers Detailhandel Feijenoord 2022-2025

Vastgesteld door het college van B&W op 25 januari 2022 Voor detailhandel in Rotterdam is de stedelijke 'Nota Detailhandel 2017' het geldende beleidskader. De ambities en spelregels zijn per stadsdeel voor alle winkelgebieden verder uitgewerkt in gebiedskoersen. voor 2017-2020. De bestaande gebiedskoersen zijn in 2021 tegen het licht gehouden en opnieuw geformuleerd. Na vaststelling door de gemeenteraad zijn deze onderdeel van het detailhandelsbeleid. In vergelijking met de rest van Rotterdam en andere stadsdelen is het dagelijks en niet-dagelijks winkelaanbod per 1.000 inwoners in Feijenoord ondergemiddeld. De leegstand is relatief gemiddeld, al is er nauwelijks structurele leegstand. Uit koopstroomgegevens blijkt dat het dagelijks winkelaanbod in Feijenoord ruim onder het landelijk gemiddelde functioneert. Ook het niet-dagelijks winkelaanbod functioneert ondergemiddeld. De komende jaren laat de bevolkingsprognose voor Feijenoord een sterke groei zien. In de periode 2020-2030 is de verwachting dat het aantal inwoners toeneemt met 14,307o. Feijenoord is een dynamisch gebied met een grote diversiteit aan woon- en werkmilieus. Het is een omvangrijk gebied met veel eigenheid en historische vestigingen. De centrumgebieden in Feijenoord voorzien in zijn algemeenheid grotendeels in de eigen behoefte en zijn daarmee complementair aan elkaar.

De structuur van Feijenoord wordt grotendeels bepaald door het grootste centrumgebied, Boulevard Zuid. Dit gebied voorziet in dagelijkse artikelen en in een breed aanbod aan niet-dagelijks assortiment. Naast dit gebied wordt de structuur bepaald door de boodschappencentra en verschillende gebieden met een gemixte functie, waar naast winkels ook andere voorzieningen een plek hebben. Door de ontwikkeling van de Kop van Zuid en in het bijzonder het Rijnhavenkwartier (eerst met kantoren, diverse culturele voorzieningen later met hotels en bijvoorbeeld de cruiseterminal, Fenixloodsen en Deliplein) is het centrum van de stad Rotterdam steeds meer op twee oevers komen te liggen. Het Rijnhavenkwartier wordt gevormd door de Wilhelminapier, de zone aan de Posthumalaan en Katendrecht, met de Rijnhaven als het centrale element. Met de verdere invulling van het Rijnhavenkwartier als onderdeel van de binnenstad op twee oevers is aanleiding, momentum en noodzaak ontstaan vooreen complementair binnenstadsmilieu met winkelprogramma. Rijnhavenkwartier In de huidige structuur vormt de Wilhelminapier en Katendrecht een relatief (geografisch) groot gebied met beperkte winkelvoorzieningen. Er zijn een paar verspreide winkels in de kern van Katendrecht, een vestiging van Jumbo in de Pols van Katendrecht, Boon's minimarket aan de Brede Hilledijk en een mini Albert Heijn op de Wilhelminapier.

Richting het westen ligt een voor Rotterdam redelijk uniek foodaanbod (Fenix Food Factory) in combinatie met het Deliplein, waar overwegend horeca is gevestigd. Daarnaast is in deze omgeving een kleine Amazing Oriental gevestigd. Het detailhandelsaanbod op vooral de Wilhelminapier is zeer beperkt, mede door de beleidsmatige keuze om solitaire winkels te

24

ontmoedigen en in te zetten op concentratie in toekomstbestendige centrumgebieden. In het Rijnhavenkwartier worden in de toekomst ruim 6.000 woningen toegevoegd plus overige centrumstedelijke functies. Het aanbod detailhandel voor de dagelijkse boodschappen is in de huidige situatie onvoldoende om te voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoners in het Rijnhavenkwartier. Ook is ontwikkeling onderdeel van de beleidsmatig beoogde sprong van de binnenstad over de rivier naar Zuid, inclusief bijbehorend gemengd programma. In de Omgevingsvisie behoort Rijnhaven tot de binnenstad. De ontwikkeling van het Rijnhavenkwartier tot binnenstadsgebied vraagt om een stedelijke mix van programma en voorzieningen. Deels is dit bestemd, vergund en in realisatie. Belangrijke uitgangspunten en opgaven voor ondernemers, vastgoed en gemeente, zoals die zijn opgenomen in de koers 2017-2020: »

» » »

Een nieuw te ontwikkelen winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht beantwoordt minimaal de vraag vanuit het primaire verzorgingsgebied ten aanzien van dagelijkse boodschappen. Het primaire verzorgingsgebied daarvoor is Katendrecht, de Wilhelminapier en een deel van de Afrikaanderwijk. Opgave is daarom een goede ruimtelijke verbinding te maken met deze gebieden; Een tweede grote supermarkt naast de reeds gevestigde supermarkt, kan een complementaire werking hebben met positief effect voor consumenten; Vanuit de ambities voor Katendrecht en de Kop van Zuid is aanvullend niet-dagelijks aanbod een mogelijkheid. Belangrijk is dat een helder profiel wordt ontwikkeld voor deze winkelconcentratie; Als nieuw centrumgebied is aanhaking op en complementariteit met de binnenstad essentieel.

Actualisatie De gebiedskoers is geactualiseerd op basis van een analyse van de huidige situatie (gebiedspaspoort), mate waarin de gebiedskoers 2017-2020 ontwikkeling heeft gebracht en de bestemmingsplannen Katendrecht-Pols (18-04-2012) en Katendrecht (concept 06-01-2019). Het Rijnhavenkwartier wordt gekenmerkt als een binnenstadsrandgebied. De ontwikkelingen die Katendrecht en de Wilhelminapier doormaken, in combinatie met het veranderend profiel van de winkelconcentratie Afrikaanderplein, zijn aanleiding voor een nieuwe moderne winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht en in aansluiting hierop in het zuidoostelijke bouwblok van de gebiedsontwikkeling Rijnhaven. Uitgangspunt is dat het Rijnhavenkwartier een geconcentreerd en goed geprofileerd gebied is dat de detailhandelsstructuur versterkt. De locatie nabij de Jumbo is, in combinatie met de vergunde retail van View I, in basis de plek waar concentratie van retail logisch en gewenst is. Hier wordt een kwalitatief dagelijks voorzieningencluster gerealiseerd. In totaal wordt in The View 3.200 m2 aan (dagelijkse) detailhandel mogelijk gemaakt en 3.000 m2 in de gebiedsontwikkeling van de Rijnhaven.

25

Binnenstadsrandgebted .1II

'Al

rhl fl

MoonSērwi Unrí

Wijkcentrum tnTntpototbttd Otan/tboomttrmat

Buurtcentrum

Vuurplaat Gemengde stadsstraat-special

Dell plein Suurmub

Rqnhaven kwartier

M m tai m

AfnManderploép 0 Fulāmimmň

Boulevard Zuid

AMMftMM Uitsnede Overzichtskaart Gebiedskoers Detailhandel 2022-2025 Feijenoord Concentratiegebied Beheersgebied Transformatiemix gebied Kansgebied

BI

-_______

Uitsnede Gebiedskoers Detailhandel 2022-2025 Feijenoord 2.3.10 Horecanota Rotterdam 2017-2021 Vastgesteld door het college van B&W op 1 november 2016

26

In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten.

De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden. Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium. » « » » « » »

Rotterdam bruist!; de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid; ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty).

Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel.

27

Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0. Basisvrijstelling - Geopend tussen D7:D0 en 22:00 uur: * alleen achtergrondmuziek aanbieden: ’ alleen een gevelzitplaats (max.

1m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren: * geen kansspelen, seks- en/of drugsgerelateerde activi­ teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik van een waterpijp: * de horeca-activiteiten passen birnen de bestemming van het object: * de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecav;et. Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Vrijslellimf mei horecabestemming ’ ’ *

Geopend tussen D7:DŨ en 23:00 uur; een gevel terras exploiteren tot max. 3m uil de gevel over de breedte van de gevel; alcoholische drank schenken indien zij in hel bezit zijn van een Drank- en Horen a we (vergunning.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

28

Wijste Hing voor bijzondere objecten ä instellingen * *

Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur: een gevel terras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horeca wet vergunning^. Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf 2.3.11) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten.

Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z’n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor.

2.3.11 Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024 Vastgesteld door het college van B&W op 9 februari 2022 In het Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024 is nog weinig specifieke aandacht gegeven aan de Rijnhaven. Wel geeft het richting voor de horecaontwikkeling voor de Kop van Zuid (Wilhelminapier en Zuidkade). De Wilhelminapier is een (groot) stedelijk gebied met een historische rijkdom, omgeven door water waar gewoond en gewerkt wordt. Vanwege de strategische ligging aan de rivier is de Wilhelminapier vooral een geschikte locatie voor functies op het gebied van zakelijke dienstverlening, gerelateerd aan Rotterdam als mainport. De avondhorecagelegenheden bevinden zich voornamelijk op de Wilhelminapier, in de plinten van de gebouwen. De complete gebiedsontwikkeling moet van de Rijnhaven een nieuw stuk centrum maken. Door de komst van een (deels) drijvend stadspark, strand en hoogbouw krijgt het gebied een compleet nieuw gezicht. Naar verwachting zal de oplevering na 2025 plaatsvinden.

29

Ontwikkelrichting Kop van Zuid Voor de bestaande horeca op de Kop van Zuid is de mogelijkheid geboden om binnen de vergunde categorie uit te breiden. Dit kan door de inrichting te vergroten in m2 of de mogelijkheid tot een groter terras. Uiteraard is dit alleen mogelijk als de uitbreiding fysiek inpandig mogelijk is en/of wanneer een groter terras in de buitenruimte voldoet aan het beleid “Kwaliteitseisen terrassen in Rotterdam”. In 2021 is de Floating Office Rotterdam (FOR) opgeleverd. De horecagelegenheid is via de Antoine Platekade 996 te bereiken. Om op deze unieke locatie een restaurant exploitabel te maken is een categorie 2 vereist (met avondhoreca en terras). Verwacht wordt deze categorie geen nadelige gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat. De ontwikkeling van daghoreca (lichte horeca-activiteiten) wordt gezien als gewenste ontwikkeling, in het bijzonder in en rondom het Wilhelminaplein. Om die reden is vrijgesteld van de vergunningsplicht toegestaan op de Kop van Zuid. 2.3.12 Toetsingskader Hotelinitiatieven Rotterdam Vastgesteld door het college van B&W op 14 juni 2016 De hotelmarkt is een belangrijke sector voor de Rotterdamse economie. Daarom is een kader voor hotelinitiatieven wenselijk. Daarnaast vormt een studie naar het functioneren van de hotelmarkt aanleiding om meer sturing te geven aan hotelontwikkelingen.

Tussen 2007 en 2012 steeg het aantal hotelkamers in Rotterdam met 2607o en de overnachtingen met 80Zo. Mede door deze sterkere groei van het aanbod dan de vraag, daalde de kamerbezetting in deze periode met bijna 1007o en de gerealiseerde kamerprijs met ruim 1007o. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van overcapaciteit (in kwantitatief opzicht). Conclusie: De Kop van Zuid heeft een licht positieve totaalscore. De aantrekkingskracht op individuele vraagsegmenten is positief en op de groepsmarkt neutraal. Op basis van de sterkere voorkeur van de (individuele) doelgroepen (voorkeur centrum), de huidige marktsituatie in combinatie met de recentelijke toevoegingen van het hotelaanbod in dit kerngebied is door het onderzoeksbureau geadviseerd om niet actief op dit kerngebied in te zetten. De meest kansrijke gebieden hebben zowel aantrekkingskracht op toeristen/leisure gasten als op zakelijke gasten. Dit betreft vooral de binnenstad en Kop van Zuid. De andere gebieden hebben vooral kansen binnen één of enkele marktsegmenten (of niches hierbinnen) en vergen - zeker als de beoordeling voor de meeste segmenten (zeer) negatief is - onderscheidende hotelconcepten/formules met toegevoegde waarde voor de hotelmarkt. Hotelbeleid Rotterdam 2021 ‘Goede groei’ is de centrale opgave waar Rotterdam met de omgevingsvisie op inzet.

In de Visie Toerisme (2020), het Horecabeleid en de Horecagebiedsplannen ligt niet voor niets nadruk op een goede balans tussen rust en reuring. In navolging hiervan en vanwege de veranderingen in de maatschappij, is de ontwikkeling van beleid voor de hotelsector óók in deze tijd van onzekerheid belangrijk voor de stad. Een passend hotelaanbod dat bijdraagt aan de economische en toeristische uitdagingen voor de stad, vraagt om concrete ambities en sturing. Juist daarom is het nu voor de hotelsector in Rotterdam belangrijk dat de balans tussen rust en reuring centraal wordt gesteld en dat kansen worden benut om de uniciteit van gebieden in de stad te etaleren. Nieuwe hotels dragen bij aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven in Rotterdam, alsook aan de lokale leefbaarheid en lokale economie. Het hotelbeleid kent drie ambities: »

»

Een gecontroleerde groei van de hotelsector verspreid over de stad. De focus verschuift van de Binnenstad naar andere delen van de stad. Hotelontwikkelingen in de Binnenstad zijn onder voorwaarden (rond Centraal station, Coolsingel, Blaak) alleen nog wenselijk in het gedefinieerde business district en het Rijnhavenkwartier. Spreiding van hotels en vestiging van specifieke typen hotels passen bij het karakter van de omgeving. In 2030 is het aantal hotels in en buiten de binnenstad meer met elkaar in balans.

30

Nieuwe hotels dragen bij aan de economische en toeristische ambities van Rotterdam. Een nieuw hotel is kansrijk als de locatie positief scoort op de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

Maakt de locatie onderdeel uit van een prioritair gebied van de verstedelijkingsopgave? Is de locatie gelegen in een aangewezen business district? Is de locatie, afhankelijk van het type hotel, goed bereikbaar (voornamelijk) met hoogwaardig openbaar vervoer? Past het hoteltype in de (woon)omgeving? Sluit het goed aan op de buitenruimte? Is er een (openbaar toegankelijke) horecavoorziening? Is de locatie gelegen in een zone met recreatief perspectief?

Daarnaast is een nieuw hotel kansrijk als het pand en de exploitatie positief scoren op de bijdrage aan werkgelegenheid voor Rotterdammers (sociaal ondernemen) en op leefbaarheids- en duurzaamheidsaspecten (certificaten, energielabels).

Op basis van bovenstaande is in het bestemmingsplan ruimte opgenomen voor 1 hotel. Deze gecontroleerde groei is in lijn met de omgevingsvisie. 2.3.13 Beleidskader Evenementen 2019 Vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juli 2019 In het Beleidskader Evenementen 2019 is aangegeven dat Rotterdam zeer in trek is als evenementenstad. Evenementen passen goed bij het dynamische karakter van de stad en trekken mede daardoor een groot en gevarieerd publiek. Het aanbod aan evenementen is de laatste jaren sterk gegroeid. Tegelijkertijd wordt de stad drukker en voller. De stad verdicht en ruimte wordt schaarser. Daarom zijn meer sturingsmiddelen nodig om het evenementenseizoen in goede banen te leiden. Meer sturing is vooral nodig om de balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de hand te houden. Dat gebeurt door grenzen te stellen voor de meest gebruikte locaties en door betere spreiding van het aanbod aan evenementen over de stad. Het gewenste resultaat is dat Rotterdam een levendige evenementenstad blijft voor alle Rotterdammers, met meer mogelijkheden voor het bewaken/bewaren van de leefbaarheid en de draagkracht van locaties. Het beleidskader gaat uit van vier doelstellingen: » » » »

De Rotterdamse evenementen bieden samen een aantrekkelijk vrijetijdsaanbod voor álle Rotterdammers We vinden een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid Vergroten maatschappelijk en economisch rendement Versterken (inter)nationale profiel van de stad

2.3.14 Locatieprofielen evenementenlocaties Vastgesteld door B&Wop 24 maart 2020 Om een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid te genereren zijn met betrekking tot evenemententerreinen locatieprofielen vastgesteld. Daarin staan voor 20 locaties in de stad spelregels en grenswaarden, waaronder het aantal evenementen, het aantal bezoekers, de maximale geluidsbelasting en de rust- en hersteltijden. Op basis van de locatieprofielen geldt er voor parklocaties een rust- en herstelperiode. De rustperiode is er voor omwonenden en parkbezoekers om rust te kunnen ervaren. Wanneer het evenemententerrein in een park is, op onverhard terrein, geldt er tevens een herstelperiode. Deze periode bedraagt, op basis van de specifieke situatie per locatie, drie tot zes weken. In de nabijheid van de Rijnhaven ligt het als zodanig aangewezen evenemententerrein 'Afrikaanderplein en -park'. In het hele gebied Feijenoord vinden jaarlijks enkele grote en luidruchtige evenementen plaats: Nacht van de Kaap en de Wereldhavendagen. Ten behoeve van deze evenementen zijn 5 dagen per jaar hogere geluidgrenswaarden toegestaan. De hoge geluidgrenswaarden worden aanvaardbaar geacht, omdat deze evenementen over het algemeen al vele jaren achtereen plaatsvinden met geen of weinig overlastmeldingen. Naast deze grote evenementen is een aantal middelgrote en kleine evenementen

31

toegestaan. In het bestemmingsplan parapluherziening evenementen (vastgesteld 3 februari 2022) is opgenomen hoeveel evenementen binnen gebied Feijenoord, buiten het evenemententerrein, ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidsbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht. Deze regeling is in dit bestemmingsplan overgenomen met een algemene gebruiksregeling. Het is de wens om in de Rijnhaven kleine tot middelgrote en enkele grotere evenementen mogelijk te maken. Hiervoor zullen nog locatieprofielen worden opgesteld met bijbehorend participatieproces. 2.3.15 Nota Bedrijfsruimte Vastgesteld door de gemeenteraad op 12 maart 2020 Doel van het beleid is om voldoende bedrijfsruimte in Rotterdam te waarborgen - en richting te geven aan de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijfslocaties: 1.

2.

3.

4.

Behouden en zo goed mogelijk benutten van bedrijfsruimte: a. De totale omvang van de voorraad bedrijfsruimte wordt behouden en zo efficiënt mogelijk benut; b. Bedrijfsruimte in de wijken wordt zoveel mogelijk behouden; c. Nieuwe bedrijventerreinen krijgen een plek in de regio. Functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet: a. Ruimte-extensieve en zware bedrijvigheid wordt ingepast aan de rand van de stad of in de regio, arbeidsintensieve en lichte bedrijvigheid behoudt een plek in de stad; b. Op bedrijventerreinen met een transformatieopgave wordt ingezet op woonwerkgebieden met behoud van (vervangende) werkgelegenheid. in de wijken wordt zoveel mogelijk behouden; Stadsgebonden bedrijvigheid: a. Focus op vestiging van bedrijven die vanwege hun klanten- en werknemerskring een directe relatie hebben met de stad, en op; b. Kleinschalige datacenters (digitalisering), city hubs en XS-warehouses (ecommerce), incubators en bedrijfsverzamelgebouwen ('de nieuwe economie'). Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen: a. Focus op verduurzaming (energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie), en op; b. Verbetering van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde en van de multimodale bereikbaarheid.

Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Bedrijfsruimte vormt samen met de Nota Kantoren 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie. Bedrijfskoersen per gebied De lange termijn ambities voor bedrijfsruimte zijn vertaald naar koersen per gebied voor de korte termijn. Verspreide bedrijfslocaties buiten bedrijventerreinen worden beleidsmatig zo veel mogelijk behouden. Dit betekent dat transformatie naar een andere functie niet is toegestaan. Uitgangspunt is dat deze voorraad aan verspreide bedrijfsruimte zo veel mogelijk op peil wordt gehouden. Rijnhaven biedt kans nieuwe bedrijfsruimte in het stadscentrum toe te voegen, in en nabij de wijken. 2.3.16 Nota Kantoren Rotterdam Vastgesteld door de gemeenteraad op 12 maart 2020 Doel van het beleid is om richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, door:

32

«

» »

Het versterken van de nieuwe economie door concentratie van kantoren op zes locaties met de beste bereikbaarheid en verblijfskwaliteit, en ontwikkeling van specifieke clusters op vijf andere locaties; Een goede balans tussen vraag en aanbod door introductie van een Rotterdamse ladder (zodat snel duidelijk is of er een markttechnische onderbouwing is voor nieuwbouw); Het stimuleren van verduurzaming van de kantoorvoorraad en -omgeving.

Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Kantoren vormt samen met de Nota Bedrijfsruimte 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie. Kantorenkoers per gebied De lange termijn ambities voor kantoren zijn vertaald naar koersen per gebied voor de korte termijn. Op basis van de Rotterdamse ladder voor een toekomstbestendige kantorenvoorraad adviseert de gemeente Rotterdam aan de MRDH en de provincie Zuid-Holland over de medewerking aan een initiatief. De provincie beoordeelt vervolgens - conform de Verordening ruimte - de omvang van het initiatief op basis van de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de kantorennota wil de gemeente Rotterdam in de periode tot 2030 richting geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt. De strategie is uitgewerkt voor 15 deelgebieden in Rotterdam, waarbij verschillen in de economische structuur en specifieke gebiedskwaliteiten zijn meegewogen.

In elke kantorenkoers wordt ingegaan op de economische situatie, de situatie op de vastgoedmarkt en de opgaven op het vlak van verduurzaming. In het kantorenbeleid is de Kop van Zuid een prioritair concentratiegebied, omdat het gebied een belangrijke vestigingslocatie is voor grote bedrijven en succesvolle scale-ups. Door de moderne architectuur en iconen als de Erasmusbrug en Hotel New York heeft het gebied een onderscheidend en positief imago waardoor het nieuwe bedrijven, werknemers en inwoners kan aantrekken. Groei van de voorraad is wenselijk tot een niveau van 309.000 m2 v.v.o. (t 29.500 m2 t.o.v. situatie begin 2019). De bestaande voorraad wordt gekenmerkt door (zeer) grootschalige kantoren, terwijl ook veel kleinere kantoorgebruikers zich in het gebied vestigen. Hiervoor is een toevoeging van kleinschaligere kantoren van toegevoegde waarde. De verduurzamingsopgave is relatief beperkt tot 9 procent van de voorraad. Dit betekent dat in het gebied slechts een klein deel van de kantorenvoorraad (90Zo) dient te worden geüpgraded om in 2023 te beschikken over ten minste energielabel C. De Kop van Zuid is één van de logische opvanglocaties voor de overloop uit de binnenstad die kan ontstaan door de verdichting met wonen. Nieuwbouw voor 2030 betreft de ontwikkeling van Baltimore (max.

40.000 m2 v.v.o., maar waarschijnlijk veel minder door combinatie met appartementen), de hoek Veemstraat/Posthumalaan met 7.000 tot 10.000 m2 kantoor als voltooiing van het Rijkskantorencomplex Wilhelminahof, en de ontwikkeling van de Rijnhaven (circa 20.000 m2 v.v.o. in meerdere kleinschalige kantoren). 2.3.17 Beleidsnota Archeologie 2008-2011,Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's),Erfgoedverordening Rotterdam 2020 Vastgesteld door de gemeenteraad op 17 juli 2008, respectievelijk door B&W op 31 januari 2006 en 29 september 2009 en door de gemeenteraad op 21 januari 2021 In 1992 hebben de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen te Valletta (Malta) het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed ondertekend. Met het Verdrag van Malta is het streven vastgelegd naar onder meer: het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ); het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt; het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening;

33

het verbreden van het draagvlak voor de archeologie; het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'. De afspraken van Malta zijn verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg, die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het zwaartepunt van het archeologiebeleid is bij gemeenten komen te liggen. In een bestemmingsplan moet een gemeente aangeven welke archeologische waarden mogelijkerwijs aan de orde zijn. Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van het Rotterdamse archeologiebeleid is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een vastgestelde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), een vastgestelde Beleidsnota Archeologie 2008-2011 en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de eveneens vastgestelde Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen.

2.3.18 Beleidsnota "Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020"en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020 Vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2016 respectievelijk 28 januari 2021 Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het planologisch instrumentarium.

34

Hoofdstuk 3 3.1

Archeologie

3.1.1

Beleidskader

Beschrijving van het plangebied

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke erfgoedverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. 3.1.2

Bewonersgeschiedenis

Het plangebied omvat delen van de voormalige buitengorzen van de grondheerlijkheid van Charlois, de zo genoemde Hillegorzen, weiland en rietland. De Rijnhaven werd (als één van de eerste havens van Rotterdam op de zuidoever van de Nieuwe Maas) aangelegd tussen de jaren 1887 en 1895. De ondergrond van het plangebied bestaat uit kom- en oeverafzettingen op een afwisseling van Hollandveen en Afzettingen van Gorkum. In een deel van het gebied heeft diepe erosie door de Maas plaatsgevonden. Tijdens de aanleg van de Willemsspoortunnel zijn door het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam in deze erosie-afzettingen vondsten van verspoeld aardewerk uit het Neolithicum, de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (8e-12e eeuw) gedaan. Het geeft aan dat de oevers van de Maas vanouds aantrekkelijk waren voor bewoning. Het Maasmondgebied heeft zwaar te lijden gehad van overstromingen aan het einde van de 12e eeuw. Mogelijk is het gebied van het eiland Feyenoord bij het (her)bedijken van het verloren gegane gebied buiten de toen ontstane grote polder Riederwaard komen te liggen. De Riederwaard zelf ging uiteindelijk in 1373 ten onder. Ten zuiden van het plangebied vonden vanaf de 15e eeuw herbedijkingen plaats (Hillepolder). Het eiland Feyenoord lag ten noorden van het plangebied. Dit eiland, dat omgeven werd door de Nieuwe Maas en het Zwaansgat, wordt reeds in 1441 vermeld.

Oorspronkelijk was het als opwas slechts 13 morgen groot. Door aanpoldering en aanplemping was het in 1814 uitgegroeid tot een gebied van wel 167 morgen groot. 3.1.3

Archeologische verwachting

In het gebied waar de oude kom- en oeverafzettingen en het veen nog aanwezig zijn, kunnen bewoningssporen vanaf het Neolithicum aanwezig zijn. Tot de havenbodem zijn alle oudere bodemlagen uiteraard verdwenen, maar in de diepere ondergrond kunnen nog archeologische waarden aanwezig zijn. 3.1.4

Aanbevelingen

Waarde - Archeologie 1

35

Voor het gehele plangebied (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan de onderwaterbodem en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 100 vierkante meter.

3.2

Stadsgezichten en Monumenten

3.2.1

Algemeen

De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium - Erfgoedwet (2016) en Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van een bestemmingsplan de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie". Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde.

De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming. Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. 3.2.2

Monumenten en objecten in het plangebied

Voor de Rijnhaven en omgeving is in 2018 een uitgebreide cultuurhistorische verkenning uitgevoerd. (Flexus Architectuur Welstand & Cultuurhistorie, in opdracht van Gemeente Rotterdam, juli 2018) Rond het plangebied zijn in het Rijnhavengebied cultuurhistorisch waardevolle objecten uit het havenverleden aanwezig. Dit zijn objecten met een status als rijks- of gemeentelijk monument. Er zijn echter ook objecten die deze status (nog) niet hebben, maar als herinnering aan de rijke geschiedenis van de haven toch een hoge waarde bezitten. Zij kunnen bovendien een belangrijke ‘bouwsteen’ bij de transformatie van dit gebied zijn.

36

Kuŵ

Naast de objectmatige cultuurhistorische bouwstenen zijn er ook waardevolle stedenbouwkundige structuren in het Rijnhavengebied aanwijsbaar. Hoewel deze niet altijd in eerste instantie tot de verbeelding spreken, zijn zij van groot belang voor de instandhouding van de (historische) leesbaarheid van het havenbassin en zijn omgeving. Ook in de kadewanden drukt zich de geschiedenis van de havenkom uit. Aan de uiterste oostzijde, bij de Hillelaan, juist vóór metrostation Rijnhaven, resteert nog een deel van de eerste kadewand uit 1901. PAKHUtSMÉES’EP?[įl -WEERSTEUKr I'

.

detail van foto De Eersteling met kademuur Rijnhaven Oostzijde, vooraar logs, SAR

Dit betreft de oudste kadewand aan de Hillelaanzijde. Deze kadewand werd vanouds gekenmerkt door een houten funderingsvloer op houten palen en de toepassing van koningsstijlen en remmingwerken vóór de kadewand. De kadewand zelf was opgebouwd uit basaltblokken. Aan deze kadewand wordt in de cv een hoge cultuurhistorische waardering gegeven. Advies uit de c.v.: In het rapport worden op diverse niveaus en thema's adviezen gegeven. Zoals bijvoorbeeld: handhaaf de omtrek/contour van de haven. Neem deze mee bij nieuwe stedenbouwkundige invullingen en maak deze ervaarbaar door afleesbare posities van rooilijnen, maaiveldhoogtes en door - bij dempingen - het handhaven van kadewandcontouren en een aaneensluiten van land en water op zodanige wijze dat de demping als latere ingreep afleesbaar blijft. In de verdere planontwikkeling worden deze adviezen zo veel mogelijk meegenomen/verwerkt. Niet alles kan worden overgenomen of behouden, zoals die kadewand uit 1901, die achter/onder de landaanwinning verdwijnt. Tijdens de demping worden materialen met een historische waarde verwijderd. Deze materialen bestaan uit bolders, deksloven en de basaltbekleding. Deze materialen worden opgeslagen in het Merwe-Vierhavensgebied met als doel deze opnieuw te gebruiken in het toekomstige park. In dit bestemmingsplan worden er geen objecten of structuren extra beschermd naar aanleiding van de

37

adviezen uit dit rapport i.r.t. de beoogde gebiedsontwikkeling.

3.3

Huidige situatie Rijnhaven

Initiatieven Voor de Rijnhaven zijn sinds de Kop van Zuid-ontwikkeling vele ideeën, (tijdelijke) initiatieven en plannen langsgekomen. Tot nu toe is weinig succesvol gerealiseerd, op een paar tijdelijke evenementen en initiatieven na. De opeenvolgende crises en het afhaken van partijen hebben geleid tot het einde van de eerder beoogde planontwikkelingen. Ook de aanbesteding van een gebiedsconcessie voor de Rijnhaven in 2013 kon niet worden gegund. De Rijnhaven werd vervolgens gereserveerd voor de eventuele huisvesting van de World Expo 2025. De Nederlandse regering heeft het Rotterdamse bid echter niet gesteund, waarmee de kans op de World Expo in de Rijnhaven is verdwenen. Terwijl er op Katendrecht volop wordt gebouwd en de Wilhelminapier op een termijn van enkele jaren wordt afgerond, wil Rotterdam de volgende stap zetten in de ontwikkeling op Zuid met de ambitie voor de ontwikkeling van de Rijnhaven. De Rijnhaven kan volgens het Masterplan ook ruimte bieden voor het toevoegen van sociale woningbouw. De verdichtende stad heeft ook meer en een aantrekkelijk ingericht openbaar gebied nodig. Zeker in de directe omgeving van de Rijnhaven is reeds sprake van intensief bebouwd stedelijk gebied. Het toevoegen van een stedelijk park kan een antwoord geven op behoeften van velen.

Het kan een afwisselend “Rondje Rijnhaven” opleveren, een uniek stedelijk recreatief gebied voor Rotterdammers en bezoekers van de stad.

* *i. »s

ill*.

Rijnhaven anno 2021 Bestemmingsplan Het bestemmingsplan uit 2009 is de eerste herziening van het bestemmingsplan uit 1991. Om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte in het gebied (met name de Wilhelminapier) lag het in de bedoeling onder de kade aan de Rijnhaven een parkeergarage te bouwen. De kade dient hiervoor met maximaal 100 meter verbreed te worden om het zicht over de lengte van de Rijnhaven open te houden. Alhoewel er strikt genomen geen strijdigheid was met het bestemmingsplan 'Kop van Zuid' uit 1991, is de herziening van 2009 aangegrepen om de benodigde ruimte voor de parkeergarage volledig op de verbeelding weer te geven. De bebouwingsmogelijkheden van de kade boven de parkeergarage zijn verkleind. Tevens is het mogelijk gemaakt om in het water van de Rijnhaven binnen een zone van 50 meter uit de nieuwe kade, een in het water gesitueerde gebouwde recreatieve publieksvoorziening (bijvoorbeeld een duikcentrum) te realiseren.

38

Het onbebouwde gebied van de Kop van Zuid is volgens de beschrijving in hoofdlijnen bedoeld voor onder meer toeristisch-recreatieve voorzieningen. De aanwezigheid van de river en de diverse havens bieden mogelijkheden voor watergebonden recreatie: een jachthaven, veerdiensten, watertaxi's, promenades en dergelijke. De randen van de havens op de Kop van Zuid, vooral de Rijnhaven, hebben voor de nadere invulling het thema 'Wereldhavencentrum' meegekregen. Hierbij wordt onder meer gedacht aan een haveninformatiecentrum van het gemeentelijk Havenbedrijf, een afvaart van (draagvleugel-)boten naar het westelijk havengebied en Hoek van Holland, de aanleg van boorplatforms, een 'rivierbus' als aanvullend openbaar vervoer tussen linker- en rechteroever.

3.4

Stand van zaken ontwikkeling Wilhelminapier

De feitelijke ontwikkeling van de Wilhelminapier is opgestart met de herbestemming van een aantal historische gebouwen op de Wilhelminapier, stuk voor stuk rijksmonumenten. De bekendste is ongetwijfeld het Hotel New York, het voormalige hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn (HAL) dat eind jaren negentig na een periode van leegstand een hotel- en restaurantfunctie heeft gekregen. Een paar decennia later resteren er nog drie grote ontwikkellocaties op de Wilhelminapier. Aan de Wilhelminakade is tussen het World Port Centre en de Cruiseterminal ontwikkelruimte voor 'Baltimore'. Dit wordt een nieuwe toren met mogelijk 102.000 m2 aan gemengd programma appartementen, kleinschalige kantoorruimte, een restaurant en recreatieve voorzieningen - op de Wilhelminapier in Rotterdam. Het gaat nu nog om een haalbaarheidsstudie naar een gebouw met een hoogte tot 175 meter voor de 'Baltimore' (Peter Stuyvesant Building). Tussen 'Las Palmas' en Hotel New York ligt de ontwikkellocatie 'Chicago'. Op deze locatie kan een nieuw hotel gerealiseerd worden met overige stedelijke functies zoals horeca, cultuur en ontspanning en lichte bedrijvigheid, maar een woongebouw is niet uitgesloten. Het bouwprogramma bedraagt circa 21.000 m2. Tussen 'Boston à Seattle' en het nieuwe Luxortheater is begonnen met de ontwikkeling van 'Philadelphia en Havana' (The Sax).

Het gaat hier om de laatste twee woontorens (van zo'n 100 en 175 m hoog) die aan de zuidzijde van de Wilhelminapier komen, met mogelijk een totaaloppervlak tot zo'n 100.000 m2. De ondergrondse garage van 'Boston à Seattle' loopt door onder het kavel van Philadelphia. Bovengronds is tussen beide torens tot aan het dakterras op de 8e verdieping sprake van een geavanceerd parkeersysteem voor personenauto's.

3.5

Stand van zaken ontwikkeling Zuidkade

Het kantorenprogramma is door de realisatie van de Wilhelminahof (o.a. belastingkantoor en het gerechtsgebouw) tussen de Posthumalaan en de Laan op Zuid voor een belangrijk deel ingevuld. Met de ontwikkeling van de locatie Wilhelminahof aan de Veemstraat/hoek Posthumalaan is de ontwikkeling van deelgebied Zuidkade min of meer compleet. De ontwikkellocatie is deel van de Wilhelminahof t.p.v. de tijdelijke horecakeet en een parkeergarage. Het nieuwe gebouw is maximaal 150 meter hoog en biedt ruimte aan ongeveer 300 tot 500 appartementen. Daarnaast zal een deel van het programma worden gerealiseerd als uitbreiding van kantoren van de Wilhelminahof. In de plint is ruimte voor maatschappelijke functies, bedrijfsruimte en horeca. De locatie omvat maximaal zo'n 50.000 m2 b.v.o. inclusief parkeergarage.

3.6

Stand van zaken ontwikkeling Katendrecht

Op het schiereiland Katendrecht, ten zuiden van het bestemmingsplan Rijnhaven, zijn in de afgelopen jaren meerdere nieuwbouwprojecten gerealiseerd. Een aantal projecten is in 2022 nog in aanbouw en van andere is de planvorming nog bezig. Deze projecten liggen voor het grootste deel in het oosten (de pols) van Katendrecht, dat samen met de Kop van Zuid (Wilhelminapier) en de Rijnhaven wordt ontwikkeld als het zuidelijk deel van het stadscentrum.

39

In het zuidelijk deel van het polsgebied (ten zuiden van de Brede Hilledijk) is de ontwikkeling het meest ver. Hier zijn de projecten Musa, Cobana en De Groene Kaap al gerealiseerd. Naast woningen zijn in deze projecten ook verschillende voorzieningen aanwezig. Ook Fenix I is al opgeleverd. Daarin zijn boven loftwoningen aanwezig en beneden (in de monumentale Fenixloods) is ruimte voor cultuur en ondernemingen. Fenix II (het andere deel van de Fenixloods) wordt verbouwd tot een ruimte voor cultuur (o.a. het Landverhuizersmuseum), horeca en bedrijfjes, met op het dak een markant uitkijkpunt. Aan de Maashaven is het Havenkwartier in aanbouw. In het noordelijk deel van het polsgebied (tussen de Rijnhaven en de Brede Hilledijk) vindt de meest omvangrijke nieuwbouwontwikkeling plaats. In dit gebied is de ontwikkeling het minst ver, en voor een deel nog niet duidelijk. The View I, dat uit twee delen bestaat, is in aanbouw. Het westelijk deel (Bayhouse) bestaat uit woningen boven een commerciële plint. Het oostelijk deel vormt een geheel met The View II. Hier wordt o.a. een hotel en detailhandel gerealiseerd. Bij The View II, bestaande uit een woontoren op een commerciële plint, waarin detailhandel in het dagelijks segment een plek krijgt, is de procedure voor de omgevingsvergunning gestart.

Het Santos pakhuis (een Rijksmonument) zal transformeren tot een vestiging van designewarenhuis Stilwerk. De vergunning hiervoor is verleend en de bouw is gestart. Aan de Rijnhaven is het graan verwerkende bedrijf Codrico gelegen. Een deel van dit bedrijf (De Meelfabriek Latenstein) is een Rijksmonument. De verplaatsing van dit bedrijf en een ontwikkeling met een groot aantal woningen en overig programma wordt voorzien. Voor deze ontwikkeling zal een projectbestemmingsplan worden opgesteld. Aan de oostkant van de Maashaven wordt een park met natuurvriendelijke getijdenoevers aangelegd. Het eerste deel van de aanleg (de waterbodemsanering) is al uitgevoerd. De volgende stap is het ophogen tot boven de waterlijn.

40

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

Rotterdam heeft de ambitie om de oude overslaghaven Rijnhaven een nieuwe toekomst te geven en te ontwikkelen tot een tot een aantrekkelijk woon- en werkgebied met onder meer kantoorruimte, maatschappelijke voorzieningen, horeca en een stadspark met strandjes. De studies gaan verder dan de mogelijkheden die het bestemmingsplan uit 2009 biedt. Het plan uit 2009 biedt slechts de mogelijkheid om een ondergrondse parkeergarage in de Rijnhaven te realiseren, met op het dak hiervan een publiek park en in de oksel van de Rijnhaven een markant gebouw. De vastgestelde ambitie voor de Rijnhaven ligt hoger.

Afbeelding uit het Masterplan Rijnhaven: Essentie van de gebiedsontwikkeling De essentie van de gebiedsontwikkeling Rijnhaven is het realiseren van een hoogstedelijk en gemengd stuk stad met: » »

« » » » » » » »

een ruimtelijke structuur met ruimte voor ontwikkeling van gebouwen, een stadspark en wateroppervlak (contouren park en drijvende zones zijn daarbij het uitgangspunt); bouwvelden, die het stedelijk weefsel vormen en de aangrenzende openbare ruimte inkaderen. Het principe gaat uit van alzijdige en samengestelde bouwblokken waar het programma en allerlei benodigde voorzieningen in gerealiseerd kunnen worden, zonder dat er achterkanten ontstaan; bebouwing in een hoge dichtheid met een gemengd stedelijk programma (méér dan alleen wonen); een stadspark als voorziening voor de stad; het rondje Rijnhaven als het stadspark rond een groots open wateroppervlak; het beleefbare, betreedbare en aanraakbare water als dé aantrekkingskracht en onderscheidende kwaliteit van het gebied; twee pleinen in de 'oksels' als entrees vanaf de stadsas en metrostations; behoud van belangrijke zichtlijnen, cultuurhistorie van het bekken met de havensfeer; een herinrichting van de infrastructuur Posthumalaan/Hillelaan als stadsboulevard (minder doorgaand autoverkeer); metrostations die worden opgewaardeerd tot mobiliteitshubs waar alle vormen van (deel-) mobiliteit aangeboden worden.

De Posthumalaan wordt een echte stadsboulevard waarlangs aan de westzijde een nieuw hoogstedelijk milieu ontstaat met een bouwprogramma tot 350.000 m2 b.v.o. (excl. parkeren). Het programma bestaat

41

uit woningen, maatschappelijke voorzieningen, horeca, winkels, werkplekken en vrijetijdsvoorzieningen. Dit programma krijgt een plek in een drietal samengestelde bouwblokken waarvan de basis (de Rotterdamse laag) maximaal 40 meter hoog is en waaruit zes hoogbouwtorens rijzen. Maximaal driekwart van het te realiseren programma is wonen in diverse segmenten, in totaal gaat het om maximaal 3.000 woningen. De blokken staan langs het nieuw te realiseren stadspark, dat deels op nieuw land en deels drijvend in het havenbekken ligt.

Impressie (ontwerp)bestemmingsplan (2022)

4.2

Opzet van het plan

Het bestemmingsplan Rijnhaven is flexibel van opzet en gericht op transformatie van het havenbekken naar een aantrekkelijk stedelijk gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c8e6bfb6-d5e9-4869-8a69-4299b606d126