CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001034] Wethoudersbrief Struijvenberg over inkoopregels

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 29 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen over Gelijke monniken, gelijke kansen3.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurs- en Concernondersteuning Financiën en Organisatie, Dienstverlening, Grote Projecten M.J.W. Struijvenberg Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Bas Oosterom Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid

Ons kenmerk: M2302-2804 - 23bo003290 Onderwerp: Inkoopregels Datum: 13 februari 2023

Geachte commissieleden, Ter voorbereiding op de bespreking van de beantwoording van de raadsvragen over “Gelijke monniken, gelijke kansen” in de commissie aanstaande donderdag 16 februari informeer ik u over de kaders waarbinnen we eisen stellen aan onze leveranciers en wat die eisen inhouden. Het kader waarbinnen de gemeente handelt bij het verstrekken van inkoopopdrachten bestaat uit: - Aanbestedingswet 2012 (waarin begrepen de Europese aanbestedingsrichtlijn) - Het Rotterdamse Inkoop- en aanbestedingsbeleid De Aanbestedingswet bepaalt op welke gronden ondernemers van overheidsopdrachten moeten en kunnen worden uitgesloten. De wet onderscheidt daarbij verplichte uitsluitingsgronden (art. 2.86) en facultatieve uitsluitingsgronden (art. 2.87). De verplichte uitsluitingsgronden gaan over zaken als onherroepelijke veroordelingen voor deelname aan een criminele organisatie, omkoping, fraude, witwassen terroristische misdrijven en kinderarbeid. Ook het niet voldoen aan de betalingsverplichtingen voor belastingen en premies valt hieronder.

De facultatieve uitsluitingsgronden betreffen zaken als het in staat van faillissement verkeren, het begaan van een ernstige fout in de uitoefening van het beroep, vervalsen van de mededinging, betrokkenheid bij de voorbereiding van de aanbesteding, aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij eerdere overheidsopdrachten, valse verklaringen of het beïnvloeden van het besluitvormingsproces bij de aanbestedende dienst. De uitsluitingsgrond “ernstige fout in de uitoefening van het beroep” is nader uitgewerkt en ziet naast andere zaken (zie ook de bijlage) o.a. op het “handelen of nalaten waardoor de (lichamelijke) integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht, waaronder begrepen (arbeids-)discriminatie” Wij verklaren bij onze aanbestedingen zowel de verplichte als ook de facultatieve uitsluitingsgronden van toepassing.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/8 13 februari 2023 M2302-2804

In het inkoopbeleid is vastgelegd dat we ernaar streven uitsluitend zaken te doen met partijen van wie de integriteit niet ter discussie staat. Blijkt dat de integriteit niet (langer) is gewaarborgd, dan treft de gemeente zo nodig maatregelen (in uiterste consequentie het beëindigen van de samenwerkingsrelatie). In de bijlage zijn de voor dit onderwerp relevante bepalingen uit de Aanbestedingswet, het Inkoopbeleid en de standaard aanbestedingsdocumenten weergegeven. Bij iedere aanbesteding wordt op basis van een door de leverancier overgelegde verklaring (Uniform Europees Aanbestedingsdocument, UEA) en bewijsstukken waaronder de Gedragsverklaring Aanbesteden getoetst of één van de uitsluitingsgronden van toepassing is. Daarnaast wordt naar een leverancier die voor gunning in aanmerking komt nog een onderzoek in open bronnen uitgevoerd om na te gaan of er geen aanwijzingen zijn dat de integriteit van de leverancier ter discussie staat en er mogelijk sprake kan zijn van toepasselijkheid van een uitsluitingsgrond. Daadwerkelijke uitsluiting kan en mag pas plaatsvinden als de betrouwbaarheid van de leverancier in een te houden proportionaliteitstoets niet kan worden aangetoond. Tenslotte geldt dat de gemeente geen andere uitsluitingsgronden mag hanteren dan de wet toestaat.

Dus verdergaande eisen aan leveranciers zijn in beginsel niet toegestaan tenzij het gaat om eisen die een rechtsreeks verband houden met de inhoud van de opdracht. Ook in die gevallen moet de gemeente zich als aanbestedende dienst terughoudend opstellen als het gaat om eisen aan de interne bedrijfsvoering zeker voor zover die eisen verder gaan dan wettelijke bepalingen. Vanzelfsprekend mogen eisen ook niet strijdig zijn met grondwettelijke rechten zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. In de aanbestedingen worden uiteraard opdrachtspecifieke eisen aan de leveranciers gesteld die zien op (technische) geschiktheid en financieel/economische draagkracht. In het kader van het te bespreken onderwerp laat ik die nu echter buiten beschouwing. Met vriendelijke groet,

M.J.W. Struijvenberg Wethouder Financiën, Organisatie, Dienstverlening en Grote Projecten

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/8 13 februari 2023 M2302-2804

Bijlage: relevante artikelen en passages uit de Aanbestedingswet 2012, het Inkoopen aanbestedingsbeleid en de standaard aanbestedingsdocumenten Aanbestedingswet art. 2.86 en 2.87 Artikel 2.86 1. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken die bij de aanbestedende dienst bekend is als gevolg van verificatie overeenkomstig de artikelen 2.101, 2.102 en 2.102a dan wel uit anderen hoofde, uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure. 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van: a. deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (PbEU 2008, L 300); b. omkoping in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (PbEU 1997, C 195) en van artikel 2, eerste lid, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector (PbEU 2003, L 192); c. fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316); d.

witwassen van geld in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (PbEG L 1991, L 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344); e. terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten in de zin van de artikelen 1, 3 en 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2003 inzake terrorismebestrijding (PbEU 2002, L 164); f. kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ (PbEU 2011, L 101). 3. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver tevens uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien jegens een persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft. 4.

Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver voorts uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst ervan op de hoogte is dat bij onherroepelijke en bindende rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar de gegadigde of de inschrijver is gevestigd of overeenkomstig nationale wettelijke bepalingen is vastgesteld dat de ondernemer niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies. 5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de gegadigde of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of sociale zekerheidspremies te betalen, met inbegrip van lopende rente of boetes indien toepasselijk, of een bindende regeling tot betaling daarvan te treffen. 6. Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 134a140, 140a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 273f, 285, derde lid, 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, of veroordelingen wegens overtreding van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijven, indien aan het bepaalde in dat artikel is voldaan. 7.

De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/8 13 februari 2023 M2302-2804

Artikel 2.87 1. De aanbestedende dienst kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een aanbestedingsprocedure op de volgende gronden: a. de aanbestedende dienst toont met elk passend middel aan dat de gegadigde of inschrijver een of meer van de in artikel 2.81, tweede lid, genoemde verplichtingen heeft geschonden; b. de inschrijver of gegadigde verkeert in staat van faillissement of liquidatie, diens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens hem geldt een surseance van betaling of een (faillissements-)akkoord, of de gegadigde of inschrijver verkeert in een andere vergelijkbare toestand ingevolge een soortgelijke procedure uit hoofde van op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving; c. de aanbestedende dienst kan aannemelijk maken dat de inschrijver of gegadigde in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken; d. de aanbestedende dienst beschikt over voldoende plausibele aanwijzingen om te concluderen dat de inschrijver of gegadigde met andere ondernemers overeenkomsten heeft gesloten die gericht zijn op vervalsing van de mededinging; e. een belangenconflict in de zin van artikel 1.10b kan niet effectief worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen; f.

wegens de eerdere betrokkenheid van de inschrijver of gegadigde bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure heeft zich een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 2.51 voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen; g. de inschrijver of gegadigde heeft blijk gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift van een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht van een speciale-sectorbedrijf of een eerdere concessieopdracht en dit heeft geleid tot vroegtijdige beëindiging van die eerdere opdracht, tot schadevergoeding of tot andere vergelijkbare sancties; h. de inschrijver of gegadigde heeft zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van gronden voor uitsluiting of het voldoen aan de geschiktheidseisen of heeft die informatie achtergehouden, dan wel was niet in staat de ondersteunende documenten, bedoeld in de artikelen 2.101 en 2.102, over te leggen; i.

de inschrijver of gegadigde heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende dienst onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de aanbestedingsprocedure kan bezorgen, of heeft door nalatigheid misleidende informatie verstrekt die een belangrijke invloed kan hebben op besluiten inzake uitsluiting, selectie en gunning; j. de aanbestedende dienst toont met elk passend middel aan dat de inschrijver of gegadigde niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of van sociale zekerheidspremies.

Inkoop- en aanbestedingsbeleid 4.4 Integriteitsbeoordelingen bij aanbestedingsprocedures De gemeente streeft ernaar slechts samen te werken met partijen waarvan de integriteit niet ter discussie staat. Blijkt dat de integriteit niet (langer) is gewaarborgd, dan treft de gemeente zo nodig maatregelen (in uiterste consequentie het beëindigen van de samenwerkingsrelatie).

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/8 13 februari 2023 M2302-2804

Standaard Beschrijvend Document (Europese) aanbestedingen

1

Waar moet u aan voldoen? De Aanbestedende Dienst beoordeelt de Inschrijvingen op formele en materiële eisen. Dit betekent dat Inschrijvingen moeten voldoen aan geldende regels en moeten bieden wat de Aanbestedende Dienst vraagt. Inschrijvingen die niet aan de eisen voldoen, komen niet in aanmerking voor gunning. Als Inschrijver kunt u op meerdere manieren aan deze aanbesteding deelnemen: zelfstandig of als Combinatie met één of meer andere Ondernemers. Om aan deze aanbesteding mee te doen, moet u als Inschrijver aan de volgende eisen voldoen: a.

er mogen geen formele uitsluitingsgronden op u van toepassing zijn; en

b.

u moet voldoen aan de financiële, economische en technische geschiktheidseisen.

In de volgende sub paragrafen zijn de verschillende eisen waar u als Inschrijver aan moet voldoen omschreven.

1.1

Uitsluitingsgronden De Aanbestedende Dienst wil en mag alleen zaken doen met ondernemingen die integer en betrouwbaar zijn. Daarom toetst de Aanbestedende Dienst of op u als Inschrijver geen van de in de Aanbestedingswet 2012 vermelde uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Elke Inschrijver moet het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (Bijlage 2) invullen om te verklaren dat de uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. Als een Inschrijver wordt gevormd door een Combinatie of als een Inschrijver zich beroept op een derde om aan de geschiktheidseisen te voldoen, moet iedere Ondernemer of derde een Uniform Europees Aanbestedingsdocument invullen, ondertekenen en bij de Inschrijving indienen. De Aanbestedingswet 2012 kent verder verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden. De verplichte uitsluitingsgronden staan in artikel 2.86 van de Aanbestedingswet 2012 beschreven. De Aanbestedende Dienst toetst altijd of deze niet op u van toepassing zijn. Voor artikel 2.87 Aanbestedingswet 2012 geldt dat de Aanbestedende Dienst alleen kijkt naar de facultatieve uitsluitingsgronden die in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument zijn aangekruist. De niet aangekruiste uitsluitingsgronden blijven buiten beschouwing.

Ten aanzien van de van toepassing zijnde uitsluitingsgrond 'ernstige beroepsfout' dienen Inschrijvers er rekening mee te houden dat de Aanbestedende Dienst zich het recht voorbehoudt om zowel tijdens deze aanbestedingsprocedure als tijdens de looptijd van de Opdracht Ondernemer(s) te screenen. Er kan tot een screening worden besloten als er een signaal is, op welke wijze dan ook, dat doet vermoeden dat er sprake is van een ernstige beroepsfout. In Bijlage 3 staat omschreven wat bedoeld wordt met een ‘ernstige beroepsfout’ en hoe de Aanbestedende Dienst deze uitsluitingsgrond toepast.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/8 13 februari 2023 M2302-2804

Toelichting ‘ernstige beroepsfout’ Ter verduidelijking van het begrip “ernstige fout in de uitoefening van het beroep”, zoals bedoeld in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument en beschreven in het Beschrijvend Document deelt de Aanbestedende Dienst mee dat hieronder wordt verstaan: Kwade opzet of nalatigheid van een zekere ernst met betrekking tot het: 1.

doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd iemand iets te laten doen wat in strijd is met zijn plicht;

2.

vervalsen of valselijk opmaken van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van

3.

enig feit te dienen; verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste

4.

5. 6. 7.

gegevens, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd financieel voordeel te behalen; handelen of nalaten waardoor de (lichamelijke) integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht, waaronder begrepen (arbeids)discriminatie; direct of indirect gebruikmaken van in de EU verboden vormen van kinderarbeid; begaan van overtredingen op het gebied van milieuwetgeving; handelen in strijd met door de daartoe bevoegde autoriteit vastgestelde import-, export-, aankoop-, vervoers- en/of investeringsverboden;

8.

maken van afspraken met andere ondernemingen of het begaan van feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat mededinging verhinderd, beperkt of vervalst wordt of het anderszins handelen in strijd met mededingingsregelgeving;

9.

onrechtmatig handelen of tekortkomen in de nakoming van een Overeenkomst waaruit ernstige schade voortvloeit, als gevolg van grove nalatigheid, opzet of bewuste roekeloosheid; 10. het begaan van gedragingen in strijd met specifiek voor het beroep of bedrijf van een Inschrijver relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes; 11. het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; 12. alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/8 13 februari 2023 M2302-2804

ln aanvulling hierop acht de Aanbestedende Dienst een ernstige fout in de uitoefening van het beroep aanwezig indien er ernstig gevaar bestaat dat de op grond van deze aanbestedingsprocedure gesloten Overeenkomst door de Inschrijver mede zal worden gebruikt om: I. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten; of II. strafbare feiten te plegen. De Aanbestedende Dienst kan een ernstige fout in de uitoefening van het beroep in ieder geval, maar niet uitsluitend, aannemelijk maken: 1.

doordat de ernstige fout in de uitoefening van het beroep wordt erkend door de betrokken Inschrijver;

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

door eigen ervaring van voor de Aanbestedende Dienst werkzame ambtenaren, ambtsdragers of door de Aanbestedende Dienst ingehuurd personeel; door een rechterlijke uitspraak, bindend advies of arbitraal vonnis; door een strafrechtelijke transactie of civielrechtelijke schikking; door een uitspraak of beschikking van een bevoegde autoriteit, waaronder begrepen een uitspraak of beschikking van een tuchtrechter, toezichthouder of geschillencommissie; door een Bibob-advies; door een strafrechtelijk onderzoek of strafvervolging, ingesteld door de bevoegde autoriteiten.

In verband met het voorgaande behoudt de Aanbestedende Dienst zich zowel gedurende de aanbestedingsprocedure als gedurende de looptijd van de Overeenkomst het recht voor een Inschrijver te screenen indien er op grond van enig signaal dat de Aanbestedende Dienst bereikt, op welke wijze dan ook, een vermoeden rijst dat er sprake is van een ernstige fout in de uitoefening van het beroep. Bij de screening maakt de Aanbestedende Dienst gebruik van de middelen die haar ter beschikking staan, met inachtneming van haar wettelijke verplichtingen en bevoegdheden. Deze middelen bestaan in ieder geval uit: 1.

Het door een Inschrijvers laten overleggen van een VOG of een Gedragsverklaring Aanbesteden;

2. 3.

Het doen van onderzoek in open bronnen; Het doen van onderzoek in gesloten bronnen;

4.

Het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

8/8 13 februari 2023 M2302-2804

Inschrijvers zijn gehouden hun medewerking aan een screening te verlenen. Indien een Inschrijver geen of onvoldoende medewerking verleent aan een screening is de Aanbestedende Dienst gerechtigd de Inschrijver uit te sluiten van deelname aan de aanbesteding dan wel tot wijziging, opschorting of beëindiging van de Overeenkomst voor zover een screening plaatsvindt gedurende de looptijd van de Overeenkomst. Ten aanzien van de uitsluitingsgrond als genoemd in artikel 2.87 lid 1 sub c van de Aanbestedingswet 2012 geldt dat indien een Inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan de betreffende Inschrijver in beginsel wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure, tenzij uitsluiting disproportioneel zou zijn. De betreffende Inschrijver wordt in voorkomend geval in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat hij inmiddels de nodige maatregelen heeft genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen en deze maatregelen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Als dat bewijs toereikend wordt geacht, wordt de betrokken Inschrijver niet uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.

Bij het nemen van een besluit om al dan niet tot uitsluiting van deelname aan de aanbestedingsprocedure dan wel tot wijziging, opschorting of beëindiging van de Overeenkomst over te gaan kunnen onder meer de volgende aspecten in de afweging worden betrokken: ▪

de ernst van de overtredingen;

▪ ▪

de mate van betrokkenheid bij de overtredingen van leidinggevenden; de sinds de overtredingen verstreken tijd (de Aanbestedende Dienst betrekt uitsluitend ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het

▪

indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving hebben voorgedaan); het verband met de onderhavige aanbestedingen;

▪

de wegens overtredingen opgelegde sancties;

▪

de maatregelen die genomen zijn om herhaling te voorkomen;

▪ ▪

de omvang van de aanbestede opdracht; de houding/opstelling van de betreffende Inschrijver.

Tot daadwerkelijke uitsluiting (of ontbinding) wordt slechts besloten indien de Aanbestedende Dienst dat proportioneel acht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=143ae5a6-3bfe-4dd7-8b66-d7ada6a2c229