[23bb000602] Bijlage 1 behorende bij 23bb601 over Tussenuitspraak Raad van State 13 juli 2022
Tekst van het document
Raad
vanState
Afdeling besiuiirsrechtspraak
Pagina 1 van î
Betreft : Raad van de gemeente Rotterdam įį^che Dief)
Bestuurs- en Concernondersteuning Juridische diensten Postbus 1011 3000 BA ROTTERDAM
1 9 JAN. 7023
\
4 ftotteró^
Datum
Ons nummer
Uw kenmerk
1 8 januari 2023
2021 04935/2/R3
T.a.v. mr. S.B.H. Fijneman I JZ 2021.9.1 1 150/SF/PvV
Inlichtingen
Onderwerp
A.J. Blom 070-4264346
Rotterdam Bestemmingsplan Kralingse Bos
Procedure
Beroep Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezíen dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
VJ.S(.812(C,-Vl)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
Raad
vanState 202104935/2/R3. Datum uitspraak: 18 januari 2023
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen: 1. Vereniging Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manege "De Jockey Club", gevestigd te Rotterdam (hierna: de vereniging), 2. V.O.F. De Tuin van De Vier Windstreken, gevestigd te Rotterdam (hierna: de firma), appellanten, en de raad van de gemeente Rotterdam, verweerder.
202104935/2/R3
2
18 januari 2023
Procesverloop Bij tussenuitspraak van 1 3 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1 970 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen de daar omgeschreven gebreken in het besluit van 17 juni 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kralingse Bos" te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 6.2, overwogen dat de buitenrijbaan waaraan de bestemming "Bos - Park" is toegekend niet als zodanig is bestemd. Omdat de raad wel heeft beoogd om de buitenrijbaan als zodanig te bestemmen, heeft hij het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. De Afdeling heeft verder in de tussenuitspraak, onder 8.1, overwogen dat de raad zich in zijn verweerschrift op het standpunt heeft gesteld dat op de verbeelding abusievelijk niet de ambtelijk voorgestelde aanpassing van het ontwerpplan tot overname van de maximale oppervlakte aan bebouwingsmogelijkheden van de horecalocatie is opgenomen.
Omdat de raad zich op een ander standpunt heeft gesteld dan bij de vaststelling van het plan, is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid, voor zover het gaat om het perceel aan de Plaszoom 354 waaraan de bestemming "Bos Park"is toegekend. 2. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad om binnen 1 2 weken na verzending van deze uitspraak de gebreken in het besluit van 17 juni 2021 te herstellen. De raad is opgedragen om: - met inachtneming van wat is overwogen onder 6.2, het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de bedoeling van de raad; - met inachtneming van wat is overwogen onder 8.1, de omvang van de gronden waaraan de dubbeìbestemming "Waarde - Cultuurhistorie", de functieaanduiding "horeca", de maatvoeringaanduidingen "maximum bouwhoogte: 7,1 m" en "maximum goothoogte: 4,5 m" zijn toegekend, te wijzigen; - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. 3. De tussenuitspraak verplicht, gelet op artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, de raad om de geconstateerde gebreken te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De hersteltermijn eindigde - gelet op de beschikking van de Afdeling van 27 oktober 2022 op het verzoek van de raad om verlenging van de bij tussenuitspraak bepaalde hersteltermijn - op 1 5 december 2022.
Deze termijn is ongebruikt verstreken, zodat niet is voldaan aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht. De
202104935/2/R3
3
18 januari 2023
geconstateerde gebreken in het besluit van 17 juni 2021 zijn dan ook niet hersteld. 4. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het bestemmingsplan vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Bos - Park" ter plaatse van de buitenrijbaan die ten noordoosten van het perceel aan de Kralingseweg 120 is gelegen en ter plaatse van het perceel aan de Plaszoom 354. De beroepen van de firma en de vereniging zijn gegrond, zodat het bestreden besluit op deze onderdelen moet worden vernietigd. 5. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de raad op te dragen om voor de vernietigde onderdelen van het plan met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. De Afdeling zal daarvoor een termijn stellen. Het door de raad te nemen nieuwe besluit hoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. 6. De raad hoeft de proceskosten van de vereniging niet te vergoeden. De raad moet de proceskosten van de firma wel vergoeden.
202104935/2/R3
4
18 januari 2023
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.
II.
III.
IV.
V.
verklaart de beroepen van Vereniging Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manege "De Jockey Club" en V.O.F. De Tuin van De Vier Windstreken tegen het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 17 juni 2021 gegrond; vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 17 juni 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kralingse Bos", voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Bos - Park" ter plaatse van de buitenrijbaan die ten noordoosten van het perceel aan de Kralingseweg 120 is gelegen en ter plaatse van het perceel aan de Plaszoom 354; draagt de raad van de gemeente Rotterdam op om binnen 12 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken; veroordeelt de raad van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van bij V.O.F. De Tuin van De Vier Windstreken in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van ^ 1.674, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; gelast dat de raad van de gemeente Rotterdam aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. ê 360,00 aan Vereniging Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manege "De Jockey Club"; b. C 360,00 aan V.O.F.
De Tuin van De Vier Windstreken.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L Franke, griffier.
w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Franke griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2023 926 Verzonden: 18 januari 2023
Raad
vanState 2021 04935/1 /R3. Datum uitspraak: 13 juli 2022
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:5ld van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: 1, Vereniging Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manege "De Jockey Club”, gevestigd te Rotterdam (hierna: de vereniging}, 2. V.O.F. De Tuin van De Vier Windstreken, gevestigd te Rotterdam (hierna: de firma), appellanten, en de raad van de gemeente Rotterdam, verweerder.
202104935/1 /R3
2
13 juli 2022
Procesverloop Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Kralingse Bos" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben de vereniging en de firma beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De vereniging en de raad hebben een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 juni 2022, waar de vereniging, vertegenwoordigd door D.A. Hollaar en R. Kegge, de firma, vertegenwoordigd door mr. E. den Hartog, advocaat te Capelle aan den IJssel, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. de Jong en M.K. de Leeuw Van Weenen, zijn verschenen. Overwegingen Bestuurlijke lus 1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Inleiding 2. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologische kader voor het Kralingse bos, gelegen in het noordoostelijke deel van de stad Rotterdam. Het plan is hoofdzakelijk conserverend van aard. 3. De vereniging en de firma kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen.
De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Het beroep van de vereniging 5. Op het perceel aan de Kralingseweg 120 exploiteert de vereniging een manege. Ten noordoosten van dit perceel is de buitenrijbaan gelegen, waaraan de bestemming "Bos - Park" is toegekend. In artikel 6,1 van de planregels is vastgelegd dat de voor "Bos - Park" aangewezen gronden zijn
202104935/1 /R3
3
1 3 juli 2022
bestemd voor: "a. bos, park, plantsoen en speelgelegenheden; b. recreatieve voorzieningen; c. bouwwerken voor kleinschalige openbare nutsvoorzieningen; d. waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; e. uitstekende delen van gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemmìng; f. ter plaatse van de opgenomen functieaanduiding 'horeca' een horecavesting; g. ter plaatse van de opgenomen functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - tank LPG’, een LPG-opslagtank; h. terrassen ten behoeve van een horecavestiging, direct aansluitend aan de daartoe, onder lid f aangegeven functieaanduiding; i. overige voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies als ruiter-, fiets- en voetpaden, ontsluitingswegen met bijbehorende parkeervoorzieningen." 6. De vereniging betoogt dat de buitenrijbaan ten onrechte niet als zodanig is bestemd, terwijl dit een bestaand legaal bouwwerk betreft. Voor zover de raad heeft gesteld dat de buitenrijbaan onder de reikwijdte van artikel 6.1, aanhef en onder i, van de planregels behorend bij de bestemming "Bos - Park" valt, betoogt de vereniging dat een buitenrijbaan niet kan worden aangemerkt als een ruiterpad. Een buitenrijbaan is namelijk een bouwwerk, omdat sprake ís van een constructie met een plaatsgebonden karakter van een zekere omvang.
Gelet hierop is de buitenrijbaan niet als zodanig bestemd. 6.1. De raad heeft toegelicht dat híj de buitenrijbaan als zodanig heeft willen bestemmen. Volgens de raad sluit de bestemming "Bos - Park" aan bij de huidige inrichting van de gronden waarop de buitenrijbaan is gelegen. De buitenrijbaan is namelijk aan te merken als een overige voorziening behorend bij de in artikel 6.1 van de planregels vermelde functies zoals ruiterpaden. De raad heeft er verder op gewezen dat de buitenrijbaan in het vorige plan "Kralingse Bos" ook al de bestemming "Bos - Park" had. 6.2. De Afdeling stelt vast dat de buitenrijbaan niet valt onder de a tot en met h van artikel 6.1 van de planregels bedoelde functies. De Afdeling ziet zich daarom voor de vraag gesteld of de buitenrijbaan kan worden aangemerkt als overige voorziening behorend bij de in artikel 6.1 van de planregels vermelde functies zoals ruiterpaden. Op de zitting is vast komen te staan dat de buitenrijbaan, die een omvangrijk ruimtebeslag heeft, wordt omheind door een hek en beschikt over een sproei-installatie en een drainagesysteem. De vereniging heeft daarnaast in haar beroepschrift aangegeven dat de buitenrijbaan bijvoorbeeld wordt gebruikt voor internationale concoursen, zoals het OHIO Rotterdam.
Gelet hierop is de buitenrijbaan naar het oordeel van de Afdeling niet aan te merken als een overige voorziening behorend bij de in artikel 6.1 van de planregels vermelde functies zoals ruiterpaden. De door de raad vermeide omstandigheid dat de buitenrijbaan in het vorige plan "Kralingse Bos" ook al de bestemming "Bos - Park" had, maakt dit niet anders, omdat wat in een
2021 04935/1 /R3
4
13 juli 2022
vorig plan is geregeld niet van belang is voor de vraag hoe het in dit plan is geregeld. De conclusie is dat de buitenrijbaan waaraan de bestemming "Bos - Park" is toegekend niet als zodanig is bestemd. Omdat de raad wel heeft beoogd om de buitenrijbaan als zodanig te bestemmen, heeft hij het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Dat is in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt. 6.3. De Afdeling zal op dit punt de zogenoemde bestuurlijke lus toepassen. Het beroep van de firma 7. Op het perceel aan de Plaszoom 354 exploiteert de firma een restaurant. Aan dit perceel zijn de bestemming "Bos - Park", de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie", de functieaanduiding "horeca" en de maatvoeringaanduidingen "maximum bouwhoogte: 7,1 m" en "maximum goothoogte: 4,5 m" toegekend. 8. De firma betoogt dat op grond van het vorige plan "Kralingse Bos" uit 2010 op haar perceel een hoofdgebouw van 520 m2 en een bijgebouw van 40 m2 met een goot- en nokhoogte van 4,5 en 8 m waren toegestaan. Deze bouwmogelijkheden zijn ten onrechte niet één op één in het bestreden plan opgenomen. Ook is niet gemotiveerd waarom de bebouwingsmogelijkheden voor haar perceel zijn gewijzigd ten opzichte van het vorige plan "Kralingse Bos". 8.1.
De raad heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat op de verbeelding abusievelijk niet de ambtelijk voorgestelde aanpassing van het ontwerpplan tot overname van de maximale oppervlakte aan bebouwingsmogelijkheden van de horecalocatie is opgenomen. De raad heeft in dat verband in zijn nader stuk gesteld dat het nodig is dat de omvang van de gronden waaraan de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie", de functieaanduiding "horeca", de maatvoeringaanduidingen "maximum bouwhoogte: 7,1 m" en "maximum goothoogte: 4,5 m" zijn toegekend, wordt gewijzigd. Omdat de raad zich nu op een ander standpunt stelt dan bij de vaststelling van het plan, is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid, voor zover het gaat om het perceel aan de Plaszoom 354 waaraan de bestemming "Bos - Park" is toegekend. Dat is in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt. 8.2. De Afdeling zal ook op dit punt de zogenoemde bestuurlijke lus toepassen. 9. De Afdeling komt, gelet op wat hiervoor is overwogen, nu niet toe aan de beroepsgrond van de firma over de nokhoogte van 7,1 m. De Afdeling zal hier in de einduitspraak een oordeel over geven, maar geeft de raad in overweging om deze beroepsgrond bij de nieuwe besluitvorming mee te nemen.
202104935/1 /R3
5
13 juli 2022
Bestuurlijke lus 10. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen 12 weken na verzending van deze uitspraak alsnog: - met inachtneming van wat is overwogen onder 6.2, het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de bedoeling van de raad; - met inachtneming van wat is overwogen onder 8.1, de omvang van de gronden waaraan de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie", de functieaanduiding "horeca", de maatvoeringaanduidingen "maximum bouwhoogte: 7,1 m" en "maximum goothoogte: 4,5 m" zijn toegekend, te wijzigen; - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Afdeling 3.4 van de Awb hoeft niet opnieuw te worden toegepast. Proceskosten en griffierecht 11. In de einduitspraak wordt beslist over vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
202104935/1 /R3
6
13 juli 2022
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Rotterdam op om binnen 1 2 weken na verzending van deze tussenuitspraak: - met inachtneming van overweging 10 de daar omschreven gebreken in het besluit van 17 juni 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kralingse Bos" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Franke, griffier.
w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Franke griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2022 926 Verzonden: 1 3 juli 2022