[23bb000412] Collegebrief over Werkplan 2023 DCMR
Tekst van het document
DCMR uitvoerder, opdrachtgevers/ afnemers zijn de gemeente Rotterdam (SI/Milieu), Provincie ZuidHolland en RTHA
-
€ 22.768
1.17g Projectbijdragen
n.v.t. Luchtmeetnet
Dit betreft de materiële kosten voor het luchtmeetnet. Zie ook 1.11c.
DCMR uitvoerder, opdrachtgevers/ afnemers zijn de gemeente Rotterdam (SI/Milieu), Provincie ZuidHolland
-
€ 100.500
1.17h Projectbijdragen
n.v.t. Klachtenafhandeling RTHA
DCMR uitvoerder, SI/Milieu afnemer
-
€ 8.436
1.17
Nr. PDC
(Sub)product PDC
Project bijdragen gebieden
Subtotaal
1.18a Materiële kosten
Materiële kosten
1.18
Subtotaal
Materiële kosten
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Prognose uren
Prognose middelen Euro’s
€ 540.406
Zie paragraaf 3.5.18.
€ 604.501 € 604.501
Werkplan 2023 I 88
Nr.
Cluster
Nr. PDC
(Sub)product PDC
Totaal werkplan incl. Materiële kosten (exclusief RCI programma)
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Prognose uren
Prognose middelen Euro’s
172.906
€ 21.603.045
Werkplan 2023 I 89
Bijlage 2a
Begroting werkzaamheden voor werkplan Nieuwe energie
Nr.
Cluster Nr. PDC
(Sub)product Korte beschrijving werkzaamheden PDC
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Prognose Prognose uren middelen (€)
Doorlopende ondersteuning bieden
Op initiatief vanuit Rotterdam worden vragen beantwoord.
58
7.000
DCMR bezoekt de bedrijven en voert het toezicht uit.
665
80.000
Initiatiefnemer, samenwerking met ondernemers
166
20.000
Pijler 1 (1.1-1.5): Bedrijven 1.1 Adviseren en ondersteunen Rotterdam
Adviseren en ondersteunen Rotterdam over onder andere warmte-infrastructuur, Omgevingswet, waterstof, warmte tafel, biogas, biomassa, warmtetransitie, warmte-integratie, symbiose stad en haven, energie infrastructuur, energieefficiency maatregelen, ketenefficiency, cascaderingskansen van energiestromen, verwarmde tankopslag, CCS, CCU, uitwerking van ‘Parijs’ voor bedrijveninzet
1.2 Energiebesparingsen informatieplicht type A-, B- en Cbedrijven
106 Rotterdamse type C-bedrijven hebben naast hun vergunningplicht ook een hoog verbruik. De energievoorschriften van deze vergunningen zijn niet actueel, waardoor de besparingsverplichtingen niet kunnen worden gehandhaafd. Het doel van dit project is om toezicht op energiebesparingen informatieplicht, in samenhang met de Rotterdamse aanpak voor verduurzaming bedrijventerreinen, een extra impuls te geven voor type A- en B-bedrijven.
1.3 6-25 Energiebesparende maatregelen bedrijven
Afhankelijk van de collegetargets wordt gekeken op welke bedrijven en bedrijventerreinen de aandacht komt te liggen. In samenwerking met project 6-25*, DCMR en top 100 tenminste 20 bedrijven in Rotterdam met het hoogste energieverbruik deelnemende bedrijven innovatieve maatregelen voor energiebesparing identificeren en hiervoor (praktijk)kennis met elkaar delen om tot energiebesparing te komen. * Project 6-25 beoogt om door de versnelde toepassing van innovatieve technologie de CO2 emissies van de 300 meest energie-intensieve bedrijven in Nederland te verlagen. De focus ligt daarbij op innovaties die de procesefficiency verbeteren en de kosten verlagen. De ambitie is om tot en met 2025 hiermee een reductie van 6 Mton CO2 / jaar te realiseren. In Project 6-25 werken organisaties van technologiebedrijven, industriële dienstverleners en eindgebruikers samen aan dit doel.
Werkplan 2023 I 90
Nr.
Cluster Nr. PDC
1.4 Duurzame bedrijventerreinen
(Sub)product Korte beschrijving werkzaamheden PDC Samen met ondernemers en ondernemersverenigingen maatregelen opzetten en uitvoeren die bijdragen aan de totstandkoming van bedrijventerreinen van de toekomst.
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Doorlopende ondersteuning bieden
Ondersteuner, op verzoek Rotterdam in samenwerking met elkaar en Ondernemers vereniging
Prognose Prognose uren middelen (€) 125
Totaal Pijler 1
15.000
€ 122.000
Pijler 2 (2.1-2.7): Monitoring energie 2.1 Doorrekenen coalitieakkoord, evaluatie ETB en opstarten DTB
Doorrekening CO2-effect: collegeprogramma, landelijk beleid en bredere klimaataanpak Rotterdam – doelstelling 2030. Én opstarten Duurzaamheidstransitiebudget (DTB).
Opgestelde doorrekening
2.2 Monitor hernieuwbare energie
Opstellen monitor hernieuwbare energie. Bepaling aandeel hernieuwbaar energiegebruik.
Opgestelde monitor
2.3 Opstellen CO2 monitor
Opstellen CO2 monitor. Jaarlijkse update CO2 uitstoot, opstellen CO2 rapportage.
Opgestelde monitor
2.4 Doorontwikkeling CC-tool & dashboard
Digitaliseringsopdrachten: doorontwikkeling dashboard & reken-tooling met als doel het simpel inzichtelijk maken van de vertaalbare CO2-effecten van projecten en te nemen maatregelen.
Verbeterde en meer uitgebreide versie
DCMR stelt de doorrekening op, onder andere op basis van input Rotterdam. Ondersteuning en check door TNO DCMR stelt de doorrekening op, onder andere op basis van input Rotterdam. DCMR stelt de doorrekening op, onder andere op basis van input Rotterdam. DCMR pakt ontwikkelingen in de tooling en het dashboard in samenspraak met Rotterdam op.
665
80.000
83
10.000
125
15.000
199
24.000
Werkplan 2023 I 91
Nr.
Cluster Nr. PDC
(Sub)product Korte beschrijving werkzaamheden PDC
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Opstellen C40 questionnaire
In nauwe samenwerking met Rotterdam DCMR beantwoordt vragen die worden gesteld vanuit Rotterdam.
2.5 C40 questionnaire
C40 – jaarlijkse questionnaire
2.6 Vragen monitoring
Incidentele (bestuurlijke) vragen en monitoringsadvies op Antwoorden op beleid en projecten gericht op de programmaonderdelen van gestelde vragen pijler 2. .
Prognose Prognose uren middelen (€) 58
7.000
66
8.000
Totaal Pijler 2 Pijler 3: Projectmanagement 3.1 Projectmanagement
Drie keer per jaar opstellen van de voortgangsrapportages, deze rapportages met Rotterdam bespreken. Opstellen werkplan voor opvolgend jaar.
Voortgangsoverleggen naar aanleiding van opgestelde voortgangsrapportages.
144.000 DCMR stelt de rapportages op. Overleg kan op initiatief van beide partijen.
100
12.000
Totaal Pijler 3
12.000
Totaal Pijler 4
0
Totaal Programma Nieuwe Energie
278.000
Pijler 4: Kennisopbouw en communicatie 4.1
Bij onderbesteding van andere pijlers, wordt in plaats daarvan ingezet op kennisopbouw en communicatie hiervan. Dit door middel van het ontwikkelen en vullen van een “energie atlas” met de volgende onderwerpen: (1) stakeholderanalyse, (2) wet- en regelgeving, (3) ontwikkelingen energietransitie en s.v.z. DCMR-werk, (4) factsheets technieken.
Werkplan 2023 I 92
Bijlage 2b Nr Cluster .
Begroting werkzaamheden voor werkplan Asbest Nr. PDC
(Sub)product PDC
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten / Rol DCMR en mijlpalen betrokken partners
Prognose uren
Prognose middelen Euro’s*
DCMR uitvoerder, opdrachtgever/afnemer gemeente Rotterdam (BWT)
4305
€460.635
Werkzaamheden Asbest 1
Toezicht
R28
Toetsen en afhandelen (asbest)sloopmelding en het inventarisatierapport
Het behandelen van de melding kan omvatten het: • in ontvangst nemen van de melding; • uitvoeren van de volledigheidstoets; • toetsen van de melding aan het toetsingskader genoemd in de Omgevingswet; • bijwerken van de registratie(s)
2
Toezicht
T13.02 Controle asbest
10% van het totaal aantal saneringen wordt gecontroleerd. Aan de hand van 7 criteria wordt de toezichtsstrategie bepaald. Daarnaast worden trends gevolgd, wetgeving bijgehouden en protocollen die wijzigen bekeken. Dit levert flexibiliteit op waardoor de strategie kan worden gewijzigd indien nodig.
DCMR uitvoerder, opdrachtgever/afnemer gemeente Rotterdam (BWT)
1722
€184.254
3
Toezicht
T13.02 Administratief toezicht
Op 1 juli 2019 is het Bouwbesluit 2012 (straks het Bal) en het Asbestverwijderingsbesluit aangepast. Er is een verplichting om stortbonnen en vrijgavedocumenten in LAVS te zetten voor asbestverwijderingsbedrijven en laboratoria. Dit wordt steekproefsgewijs (10%) gecontroleerd. Het kengetal hiervoor is 1 uur per controle.
DCMR uitvoerder, opdrachtgever/afnemer gemeente Rotterdam (BWT)
287
€30.709
4
Handhaving en calamiteiten
nvt
In de offerte is handhaving niet geoffreerd, maar wel meegenomen. Hiervoor is nacalculatie van toepassing.
DCMR uitvoerder, opdrachtgever/afnemer gemeente Rotterdam (BWT)
4
nacalculatie
6.314
€675.598
Totaal
+/- 2870
* afspraak is om af te rekenen op basis van gerealiseerde uren.
Werkplan 2023 I 93
Bijlage 3
Taken, bevoegdheden en mandaat
Gemeenschappelijke regeling DCMR Artikel 20 Taken 1. De dienst kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten op het gebied van de zorg voor de leefomgeving, het milieu en duurzaamheid. 2. De dienst heeft in ieder geval tot taak het in standhouden van een meldkamer. 3. Naast de taak genoemd in het vorige lid heeft de dienst, in ieder geval alsmede met inachtneming van het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid de volgende taken: a) Voor alle deelnemers: • adviseren over en uitvoeren van taken van (onderdelen van) door gedeputeerde staten, colleges van burgemeester en wethouders en dagelijks besturen van de deelgemeenten te geven beschikkingen bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht; • uitoefenen van (deel-) toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in die wet in artikel 5.1 genoemde wetten en het adviseren over het toepassen van bestuursrechtelijke handhaving; • uitvoeren van procedures conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht; • multidisciplinaire taken in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (m.u.v.
de provincie ZuidHolland); • milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; • milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; • ketengericht milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten. b) Voor de gemeente Rotterdam tevens: • uitvoeren van taken samenhangend met en voortvloeiend uit de Wet bodembescherming; • uitvoeren van taken samenhangend met de Verordening bodembescherming Rotterdam, het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit, het Activiteitenbesluit (ondergrondse tanks), het Besluit verplicht bodemonderzoek op bedrijfsterreinen c.q.
het handhavingsbeleid hiervan, de Bedrijvenregeling bodemsanering en de bodemparagraaf in de Bouwverordening; • leveren van chemische adviezen; • advisering over het milieubeleid van andere Rotterdamse diensten; • ontwikkelen beleid op het gebied van milieubeheer in het algemeen, met accent op de thema’s bedrijven, huishoudens, bodem, lucht, geluid, externe veiligheid, energie, groen, water, duurzaam bouwen, verkeer en vervoer; • mede ontwikkelen en uitvoeren van projecten met Rotterdamse burgers en organisaties; • advisering op het gebied van ruimtelijke plannen; • advisering en uitvoering van wettelijke procedures in het kader van milieueffectrapportages voor plannen en besluiten. 4. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in het vorige lid sub a. tot en met e. genoemde taken worden door of namens het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers schriftelijk werkafspraken gemaakt. 5. In aanvulling op het bepaalde in het derde lid verricht de dienst op verzoek van een deelnemer ook buiten het samenwerkingsgebied - andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden. 6. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in het derde en vijfde lid bedoelde taken, kan de dienst op verzoek van derden - ook buiten het samenwerkingsgebied - adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden verrichten.
Werkplan 2023 I 94
7. Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen werkzaamheden als bedoeld in dit artikel gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die overeenkomstig dit artikel aan de dienst zijn opgedragen. Artikel 21 Bevoegdheden 1. Aan het bestuur van de dienst worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De colleges van de deelnemers alsmede de dagelijkse besturen van de deelgemeenten kunnen hun bevoegdheden ten aanzien van de bij of krachtens artikel 20 aan de dienst opgedragen taken, mandateren aan de directeur van de dienst. 3. Ambtenaren van de deelnemers kunnen ondermandaat verlenen aan de directeur van de dienst, voor zover zij hiertoe bevoegd zijn.
Mandaat/ondermandaat In overleg met Rdam wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw mandaat en ondermandaat. Dat is nodig om te voldoen aan de Omgevingswet. Eind 2022 is er een nieuwe bevoegdhedenregeling van kracht geworden die in de plaats van het ondermandaat SO komt.
Werkplan 2023 I 95
Bijlage 4
Uitvoeringsbeleidsplan 2023-2026
1. Het uitvoeringsbeleidsplan (UP) 2023-2026 Het uitvoeringsbeleidsplan 2023-2026 beschrijft de wijze waarop de DCMR de VTH-taken uitvoert. Bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidskaders van de participanten en het Rijk zijn hierin het uitgangspunt. Het UP is mede door de komst van de Omgevingswet geactualiseerd. Nu de Omgevingswet weer is uitgesteld, zal in een addendum bij het plan worden aangeven op welke onderdelen dat gevolgen heeft. Daarnaast is het Meerjarenprogramma (MJP) en het UP geïntegreerd tot één document, nadat een bijstelling van het MJP heeft plaatsgevonden. Hiermee is de looptijd van het bijgestelde MJP verlengt naar 2026. De beleidsuitgangspunten van de VTH-taken zijn verscherpt. DCMR stuurt op effect en zet in op de bijdrage aan een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie, zoals circulaire economie en energietransitie. Daarnaast wordt door het samenwerkingsprogramma Brzo+ de kwaliteit van de uitvoering en het level playing field voor bedrijven verstevigd. Door de invoering van de Omgevingswet wordt bij nieuwe activiteiten breder gekeken dan alleen milieu, de scope is een gezonde leefomgeving. De samenwerking met de GGD wordt bevorderd om expertises te bundelen. Verder is het doortastend vergunning verlenen scherper opgesteld, voorsorterend op de wijzigingen die de inwerkingtreding van de Omgevingswet met zich mee zal brengen.
DCMR zal participanten ondersteunen bij het leveren van informatie voor het berekenen van leges. Ook de vergunningsprocedures worden efficiënter gemaakt door het verbeteren van de communicatie tussen DCMR en de bedrijven. Het huidige VTH-stelsel wordt versterkt door de prioritering, inzet en het creëren van capaciteit voor strafrechtelijke handhaving en vervolging, informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en -deling. Er is op basis van één risicoanalyse per regio één uitvoerings- en handhavingsbeleid en één uitvoeringsprogramma opgesteld. Bij de uitvoering van VTH-taken is de inhoudelijke aanpak sterk verbonden met de discussie over capaciteitsinzet, prioriteitstelling en de kwaliteitseisen die aan de uitvoering worden gesteld. Daarom behandelt het Uitvoeringsplan de wijze van budgettering en prioriteitstelling alsook de wijze waarop de kwaliteit van de uitvoering wordt verbeterd en geborgd. Daarmee is vastgelegd hoe de VTH-taken worden gefinancierd, geprioriteerd en uitgevoerd. Belangrijke onderdelen in het plan zijn het basisbudget gemeenten, de kostprijs berekeningsmethodiek voor de provincie Zuid-Holland, de borgingstaken en het verwerken van de consequenties van de Omgevingswet. In het UP 2023-2026 is de berekeningsmethodiek van het basisbudget voor de gemeentelijke bedrijven versimpeld.
Factoren die in de oude methodiek zijn meegenomen zoals de branche-indeling van de bedrijven en de mate waarin MJP-focuspunten een rol spelen, bleken in de praktijk te complex. Uitgangspunt van de berekeningsmethodiek is het uitvoeringsniveau in 2021. Het meerjarenprogramma (MJP) geeft inzicht in de prioriteiten en in de accenten die DCMR daarbij legt. Het vormt het kader voor de uitvoering van wettelijke taken, beleid en ambities van onze participanten. De doelen, die in het meerjarenprogramma voor de komende vier jaar zijn benoemd, zijn in onze ogen ambitieus maar ook realistisch en haalbaar. Gezien de snel veranderende koers van de maatschappelijke ontwikkelingen zijn goede monitoring en jaarlijkse bijstelling van focuspunten van groot belang. Zo brengen we een schone, gezonde, hindervrije en duurzame omgeving voor alle inwoners van de Rijnmond dichterbij De onderdelen risicosturing, de thema’s met risicoscores per branche, de sanctiestrategie en de borgingstaken worden hieronder nader toegelicht.
Werkplan 2023 I 96
1.1 Risicosturing Risicosturing bij toezicht en handhaving Om uitvoering te geven aan risicosturing wordt elk jaar een uitvoeringsprogramma opgesteld. Het deel dat betrekking heeft op toezicht komt tot stand in drie stappen: 1. Het potentieel effect van de risico’s die aan een inrichting zijn verbonden, zijn het uitgangspunt bij het bepalen van het toezicht. De DCMR onderscheidt verschillende niveaus. De aanpak is afhankelijk van de risicoscores op de thema’s. Per branche is bepaald welke thema’s prioritair zijn. 2. Het naleefgedrag van de bedrijven bepaalt de selectie van de bedrijven waarop de DCMR het toezicht en de aard en diepgang van het toezicht specifiek richt. 3. De doelgroep analyse (hoe zit de sector in elkaar, wat wil de DCMR daar bereiken, wat waren eerdere resultaten, wat leert de DCMR van het naleefgedrag van de sector) bepaalt mede de aanpak van het toezicht door de keuze van de interventie-instrumenten vastgelegd in een brancheplan. Samen bepalen deze drie stappen de aard en omvang van het toezicht. Stap 1 is voor het grootste deel afhankelijk van het bedrijvenbestand en relatief stabiel over de jaren. Stappen 2 en 3 zullen zich van jaar tot jaar ontwikkelen op basis van voortschrijdend inzicht en het gedrag van de bedrijven. De gegevens voor stappen 1 en 2 zijn opgenomen in het risicomodel RIAN. Stap 3 levert input voor de aanpak.
Risicosturing bij reguleren Voor het jaarlijks opstellen van het actualiseringsprogramma zijn de volgende criteria van toepassing: • Vergunningen ouder dan tien jaar worden getoetst op de noodzaak tot actualiseren; • Relevante wijzigingen in regelgeving of richtlijnen zijn tussentijds aanleiding om vergunningen te toetsen op actualiteit; • Urgente handhavingsbevindingen kunnen aanleiding zijn de vergunning tussentijds aan te passen; • Opstellen van een geconsolideerd vergunningenoverzicht. Voor toezichthouder en bedrijf is met een dergelijk overzicht inzichtelijk welke normen gelden per onderdeel van de inrichting; • In het VTH-uitvoeringsbeleidsplan 2023-2026 is de methodiek voor het prioriteren van het actualisatieprogramma vastgelegd. Het Meerjarenprogramma VTH is daarvoor een belangrijke basis. De relatie met het budget Het benodigde budget voor de VTH-basistaken wordt vastgesteld op basis van de bedrijfskentallen die gebaseerd zijn op de complexiteit van het bedrijvenbestand per participant. De hoogte van het budget is dus onafhankelijk van de uitkomsten van het RIAN. Het uitvoeringsprogramma 2023 moet uiteraard passen binnen de budgetten die met de participant zijn afgesproken.
Het passend maken van het programma per participant gebeurt door aan twee knoppen te draaien: • De selectie van de bedrijven; • De intensiteit van de toezichtaanpak (omvang van de brancheaanpak of steekproef, fasering over de jaren, etc.). Het is aan de DCMR om met een slimme aanpak van toezicht ervoor te zorgen dat het uitvoeringsprogramma past binnen de budgetten en indien nodig hierover een discussie aan te gaan of risico-afwegingen voor te leggen. De vastgestelde beleidsbegroting, waarin genoemde VTHbudgetten zijn opgenomen, is daarbij leidend.
Werkplan 2023 I 97
1.2 Thema’s met risicoscores per branchecluster Voor het uitwerken van brancheplannen wordt gebruik gemaakt van inherente risicoscores per thema. Een thema kan bij een branche een score 0 t/m 3 hebben. Hoe hoger de score hoe meer invloed de branche heeft op het thema. INHERENTE RISICOSCORE THEMAS PER BRANCHE 0 Branchecluster heeft (potentieel) geen invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 1 Branchecluster heeft (potentieel) enige invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 2 Branchecluster heeft (potentieel) belangrijke invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied 3 Branchecluster heeft (potentieel) zeer veel invloed/bijdrage aan thema in Rijnmondgebied
AFVALWATER
VERVOERS MANAGEMENT
2
2
1
11
1
0
1
0
6
2
2
3
3
2
19
1
2
1
1
1
1
10
1
1
0
2
1
0
1
6
2
3
1
3
3
1
2
2
20
1
2
1
2
2
2
3
3
3
19
Op- en overslag gevaarlijke stoffen
1
0
3
1
1
1
1
1
2
11
Op- en overslag overig
0
0
1
1
1
1
1
1
2
8
Overige dienstverlening
0
0
0
1
0
2
1
0
2
6
Raffinaderijen
3
3
3
2
3
3
2
3
3
25
Rubber en kunststof
2
1
1
1
2
2
1
2
2
14
Scheepswerven
1
1
1
2
2
2
1
1
1
12
Sport en recreatie
0
0
0
2
0
1
1
1
2
7
Tankstations
2
1
2
1
3
2
0
1
0
12
Veehouderijen
2
2
1
1
1
1
1
1
0
10
Voedingsmiddel enindustrie
0
2
1
1
1
2
2
2
2
13
Consumentenvu urwerk
0
0
2
0
0
0
0
0
0
2
Zorg excl. ziekenhuizen
1
0
1
1
0
2
2
2
2
11
Zorg ziekenhuizen (niet
2
0
2
1
2
3
3
2
2
17
BRANCHE
LUCHT
STANK
Horeca
0
2
Installaties
1
Metaalrecycling
VEILIGHEID
GELUID
BODEM
ENERGIE
0
3
0
1
0
1
1
1
1
2
2
2
Metaalelektro
1
1
1
Onderwijs
0
0
Op- en overslag (tank)
3
Op- en overslag afvalbedrijven
AFVAL
Werkplan 2023 I 98
TOTAAL SCORE