[23bb000412] Collegebrief over Werkplan 2023 DCMR
Tekst van het document
De DCMR voert deze boekhouding voor de gemeente Rotterdam uit met behulp van het Informatiesysteem Industrielawaai (I-Kwadraat, I2). Jaarlijks rapporteert de DCMR per gezoneerd terrein over de verleende vergunningen en andere wijzigingen die hebben plaatsgevonden. Als er zaken zijn die voor de gemeente van belang zijn, zoals een benodigde zone aanpassing, wordt erover in het rapport geadviseerd. Ook nieuwe AMvB bedrijven worden opgenomen in de zonebeheer modellen. Geluid in thematisch omgevingsplannen Om het Wgh-zonebeheer robuuster te maken heeft de gemeente Rotterdam afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van facetbestemmingsplannen voor de industrieterreinen Maasvlakte 2, Maasvlakte/Europoort, Botlek- Vondelingenplaat en Waalhaven-Eemhaven. De doelstelling van de facetbestemmingsplannen is tweeledig: het op voorhand verdelen van de beschikbare geluidsruimte over de kavels en het via beleid of regels in het bestemmingsplan sturen naar zo stil als redelijkerwijs mogelijk is. Het proces van voorbereiding van het facetbestemmingsplan geluid (FBG) is in 2022 gestopt. Momenteel is de gemeente bezig met een herijking van het programma. Wanneer de Omgevingswet in 2023 in werking treedt, wordt niet een FBG gemaakt, maar een thematisch omgevingsplan (TOP).
Daarbij is de omzetting van de bestaande geluidgrenswaarden (MTG’s) naar ‘geluidproductieplafonds’ een nieuw onderdeel (extra ten opzichte van het FBG) waarvoor een zorgvuldig voorbereidingsproces moet worden doorlopen. Het onderdeel “nestgeluid” wordt bij de voorbereiding van het TOP verder uitgewerkt. Zie hiervoor ook 1.8h. In 2022 is gestart met een meetprogramma (onderdeel van het PlanMER voor het FBG danwel het thematisch Omgevingsplan (TOP)) om tot betere uitgangspunten voor het nestgeluid te kunnen komen. De DCMR heeft als taak om deze processen en procedures te begeleiden en het bestuur hierover zowel inhoudelijk als procedureel te adviseren. 3.5.13 Cluster Externe veiligheid / Omgevingsveiligheid (1.13) A02 Beleidsadvies: DEVO (1.13a) In opdracht van Team Milieu ondersteunt de DCMR inhoudelijk de Rotterdamse clusters en samenwerkingspartners bij beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van omgevingsveiligheid. Het overleg over dit beleidsterrein wordt gevoerd in het Dienstenbreed externe veiligheidsoverleg (DEVO). Het DEVO is het ambtelijk voorportaal voor bestuurlijke besluitvorming door wethouder, college en gemeenteraad. Aan het DEVO nemen de gemeente Rotterdam (cluster SO, afdeling Ruimte, Wonen en Milieu (RWM), Team milieu), GGD, provincie Zuid-Holland, VRR, Havenbedrijf Rotterdam en de DCMR deel.
De deelnemers informeren elkaar, stemmen beleid af, maken afspraken over proces en inhoud en bereiden besluitvorming voor. Alle relevante externe veiligheidsdossiers komen hierbij aan de orde. SO zit het DEVO voor en VRR voert het secretariaat. De verdere ontwikkeling van het omgevingsveiligheidsbeleid wordt projectmatig uitgevoerd. SO heeft in deze projecten de trekkersrol, de DCMR levert input en faciliteert.
Werkplan 2023 I 34
A02 Beleidsadvies: Advies beleid EV (1.13b) SO is trekker en penvoerder van het EV beleid. VRR, HbR, DCMR en de provincie zorgen voor inhoudelijke inbreng die tijdens het DEVO wordt afgestemd. Omgevingsveiligheidsbeleid Voor het omgevingsveiligheidsbeleid wordt door gemeente Rotterdam ingezet op een tweetal sporen: 1. Vernieuwen GR-beleid.. 2. Evaluatie GR en ontwikkeling omgevingsveiligheidsbeleid; Omgevingsveiligheid ontwikkelt zich voortdurend op het technisch vlak. Het rekenpakket waarmee de risicoberekening rondom risicobronnen wordt uitgevoerd, is het afgelopen jaar verschillende malen geactualiseerd. Er komen wijzigingen voor de berekening van de aandachtsgebieden voor bijvoorbeeld de PGS 15 opslagen. Er loopt een landelijk project voor de risicoruimte rondom transportroutes gevaarlijke stoffen (Robuust Basisnet), de faalfrequentie van windturbines wordt gewijzigd en mogelijk wijzigen de probitrelaties. De probitrelatie is een maat voor de toxiciteit van een stof, die wordt gebruikt bij risicoberekeningen. De DCMR volgt deze ontwikkelingen en rapporteert hierover aan het DEVO. Elk jaar wordt in het DEVO de veiligheidscontour geëvalueerd en daarbij wordt tevens de risicocommunicatie betrokken. De DCMR is hierbij betrokken.
Vernieuwing GR-beleid Rotterdam Het huidige Rotterdamse groepsrisicobeleid (GR-beleid) is gebaseerd op landelijke regelgeving dat in de Omgevingswet niet meer terugkomt. Gezamenlijk met andere overheden, bedrijfsleven en belangenorganisaties heeft het Rijk daarom een alternatief voor het huidige groepsrisicobeleid ontwikkeld. De kern van het nieuwe beleid zijn de aandachtsgebieden. In zo’n aandachtsgebied is extra aandacht nodig voor scenario’s als brand- en explosiegevaar bij het ontwerpen van gebouwen. Het lokale bevoegd gezag krijgt beleidsvrijheid binnen deze aandachtsgebieden. Ze dient te bepalen wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voldoende verantwoord is. Daarnaast is het mogelijk om binnen een brand- en explosieaandachtsgebied een voorschriftengebied aan te wijzen waarbinnen bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. Dit lokale beleid dient uiteindelijk een plek te krijgen in het onderdeel omgevingsveiligheid (of externe veiligheid) van het omgevingsplan Rotterdam. In voorbereiding op de komst van het nieuwe beleid zijn de aandachtsgebieden grotendeels rondom risicovolle activiteiten onderzocht. Gezamenlijk met de betrokken partijen onderzoekt de DCMR de mogelijkheid voor invulling van de verantwoording van het groepsrisico binnen aandachtsgebieden.
Het doel is om te komen tot beleid voor omgevingsveiligheid, een afwegingskader waarmee bij toekomstige omgevingsplannen en omgevingsvergunningen milieu via maatregelen aan bron en omgeving een optimale veiligheid gerealiseerd wordt en waarmee op heldere en eenduidige wijze het groepsrisico bepaald en publiek verantwoord kan worden. SO stelt het beleid voor omgevingsveiligheid op, onder andere de DCMR zorgt voor de inhoudelijke inbreng. Gemeente Rotterdam heeft in het DEVO aangegeven dat de focus van de gemeente komt te liggen op het groepsrisicobeleid. De evaluatie van het groepsrisicobeleid wordt door de gemeente Rotterdam als eerste opgepakt en uitgevoerd. Overleg hierover vindt plaats in het DEVO. De DCMR levert een belangrijke bijdrage bij de evaluatie en bij het opzetten van beleid en uitvoering van het groepsrisicobeleid. Het groepsrisico zal naar verwachting in 2024 zijn afgerond. Verder dient een monitoring en evaluatie plaats te vinden. Dit zal in het DEVO verder worden ontwikkeld. Consequenties omgevingsveiligheid nieuwe (brand)stoffen In verband met veranderende emissie-eisen zijn diverse transportbranches op zoek naar alternatieve brandstoffen voor benzine, diesel en stookolie. Een aantal van deze nieuwe brandstoffen (energiedragers) heeft consequenties voor de omgevingsveiligheid. De ontwikkelsnelheid van de verschillende energiedragers verschilt.
De DCMR zorgt op verzoek van de opdrachtgever voor de inhoudelijke inbreng op dit dossier in het DEVO. Consequenties omgevingsveiligheid nieuwe (brand)stoffen In verband met veranderende emissie-eisen zijn diverse transportbranches op zoek naar alternatieve brandstoffen voor benzine, diesel en stookolie. Een aantal van deze nieuwe brandstoffen (energiedragers) heeft consequenties voor de omgevingsveiligheid. De ontwikkelsnelheid van de verschillende energiedragers verschilt. De DCMR zorgt op verzoek van de opdrachtgever voor de inhoudelijke inbreng op dit dossier in het DEVO. De DCMR maakt factsheets van de verschillende energiedragers.
Werkplan 2023 I 35
In het DEVO wordt de toepasbaarheid van de factsheets voor Rotterdam specifiek gemaakt. In het DEVO wordt vanuit verschillende hoeken de voortgang van de ontwikkelingen en ontwikkelsnelheden besproken. DCMR brengt waar nodig de inhoudelijke inbreng naar het DEVO. A02 Beleidsadvies: Beheer risicoregister (1.13d) Het beheer van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) is een wettelijke taak voor het bevoegd gezag (Rijk, Provincies en gemeenten), voortkomend uit het landelijke Registratiebesluit. Het register was aanvankelijk bedoeld voor de communicatie van risico's bij gevaarlijke situaties naar de burgers en de overheden. Het register wordt inmiddels ook ingezet als database voor professionals voor het kunnen nemen van beslissingen in het veiligheidsdomein van de ruimtelijke ordening. Aan de database worden strenge kwaliteitseisen gesteld ten aanzien van actualiteit en inhoud. Naast de inhoudelijke taak, het bijhouden van risicoregister, dient in 2023 rekening te worden gehouden met een nieuw register. De DCMR heeft meegedaan aan een pilot voor de aansluiting van het DCMR systeem op het nieuwe Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Vanaf de start van de Omgevingswet dienen verschillende veiligheidsafstanden ook in het REV te worden geregistreerd.
Daarnaast kunnen de viewermogelijkheden verder worden doorontwikkeld ten behoeve van Rotterdam en omliggende gemeenten. Voor enkele activiteiten in Rotterdam zijn de aandachtsgebieden nog niet bepaald. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, leveren bedrijven tijdens een vergunningentraject of tijdens het doen van een melding de aandachtsgebieden aan. De DCMR moet de aandachtsgebieden dan toetsen. Tot 2020 werd een bijdrage voor dit product vergoed vanuit het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Deze gelden worden sinds 2021 vanuit het Rijk rechtstreeks via een Doeluitkering in het Gemeentefonds overgemaakt naar de gemeente Rotterdam. Vanaf 2021 wordt de bijdrage voor dit product door Rotterdam dan ook vergoed vanuit deze Doeluitkering. A02 Beleidsadvies: Wet- en regelgeving externe veiligheid (1.13e) Het externe veiligheidsbeleid wordt met de komst van de Omgevingswet ingrijpend gewijzigd. Het ministerie van I&W geeft hieraan uitvoering via het programma Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV). Hierbij wordt de huidige risicobenadering verbreed naar de effecten van een incident en het beperken hiervan door bijvoorbeeld het voorschrijven van maatregelen. Het ministerie van I&W ontwikkelt dit omgevingsveiligheidsbeleid met provincies, gemeenten, milieudiensten, veiligheidsregio’s en bedrijfsleven.
Voor Rotterdam is het van belang deze ontwikkelingen goed te volgen en waar nodig te beïnvloeden om te voorkomen dat op rijksniveau keuzes gemaakt worden die ongunstig zouden uitpakken voor stad en haven. Daarom wordt ook in 2023 nog steeds gewerkt aan een effectieve lobby naar het ministerie van I&W die kan bijdragen aan het realiseren van rijksbeleid welke een uitgeBalanceerd geheel is van heldere normstellingen in combinatie met voldoende gemeentelijke afwegingsruimte. Ingezet wordt op Rotterdamse inbreng bij door I&W georganiseerde pilots waarbij beleidsonderdelen in de praktijk beproefd worden. De inzet op deze post wordt afgestemd in het DEVO en vervolgens voorgelegd aan de opdrachtgever. Het is de verwachting dat de berekeningen van de te wijzigen aandachtsgebieden nog niet zijn afgerond bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De werkzaamheden die hier uit volgen blijven daardoor ook doorlopen, zoals het ontwikkelen van een beoordelingskader en afstemming tussen Rotterdam, gemeenten en Provincie Zuid-Holland. Door de komst van de Omgevingswet wordt de samenwerking tussen GGD, DCMR en de VRR anders, dit moet nog verder worden afgestemd in 2023. Integraal samenwerken en gezondheidsbescherming zijn nieuwe onderwerpen onder de Omgevingswet welke meegenomen zullen moeten worden bij de beoordeling van plannen.
Vanaf 2023 vraagt de advisering omgevingsveiligheid als voorbereiding voor het omgevingsplan (uiterlijk 2029) inzet. Dat geldt in de tussentijd ook voor de verschillende losse bestemmingsplannen. Daarnaast zullen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet in de eerste periode nieuwe vraagstukken aan het licht komen die niet zijn voorzien in de voorbereidingen op de Omgevingswet. Om te zorgen dat dit zo min mogelijk invloed heeft op de (planning van de) advisering wordt extra tijd gereserveerd.
Werkplan 2023 I 36
3.5.14 Cluster Internationaal(1.14) D25 Internationale betrekkingen: FONOMOC (1.14a) Voor de expert groep FONOMOC wordt het voorzitterschap en secretariaat uitgevoerd. Daarnaast wordt ook inhoudelijke inbreng geleverd voor het uitvoeren van een peer review op een stedelijk monitoringsysteem. Het doel van deze groep is het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van geluidmonitoring in steden, het bevorderen ervan en het toepassen van open standaarden voor monitoring. Met Fonomoc wordt geprobeerd om het geluidmeten in steden te ondersteunen en door de steden verder uit te laten bouwen, zowel kwantitatief als kwalitatief omdat het belangrijk is voor de beleidsmakers. Open standaarden zijn essentieel omdat alle meetsystemen hun eigen data- en communicatie format hebben, waardoor het lastig is om data en apparatuur uit te wisselen. Er wordt op aangestuurd dat alle systemen een gelijk format gebruiken zodat de apparatuur universeel inzetbaar is en dat er geen afhankelijkheid ontstaat van één leverancier. D25 Internationale betrekkingen: Eurocities / Working group Air Quality (1.14b) Onder dit product vallen de werkzaamheden die samenhangen met het lidmaatschap van de Working Group Air Quality van Eurocities. In de jaren 2021 en 2022 is het thema luchtkwaliteit en gezondheid verder uitgewerkt en eind 2021 kwam er een nieuw WHO advies over Luchtkwaliteit.
De vertaling van dit WHO advies in nieuwe luchtkwaliteitswetgeving is in 2022 in de werkgroep behandeld en ook in 2023 staat dit op de agenda van de werkgroep. Verder is eind 2022 de consultatieronde voor nieuwe luchtkwaliteitswetgeving gestart. Dat is een jaar later dan in eerste instantie verwacht. Hieraan neemt de werkgroep in 2023 actief deel. 3.5.15 Cluster Monitoring en databeheer (1.15) A01 Advies milieuaspecten: Omnibusenquête (1.15a) Via de jaarlijks gehouden Omnibusenquête worden Rotterdammers regelmatig geconsulteerd over allerlei onderwerpen die relevant zijn voor onderdelen van de gemeente Rotterdam. Het onderdeel milieu (en gezondheid) en duurzaamheid wordt elke twee jaar opgenomen. DCMR faciliteert de gezamenlijke vrageninbreng vanuit Team Milieu, SO en GGD. De uitkomsten van de enquête zijn een belangrijke bron van informatie voor het opstellen van gemeentelijk beleid. De enquête zelf wordt uitgevoerd door de gemeentelijke serviceorganisatie Onderzoek en Business Intelligence (OBI). OBI draagt ook zorg voor de analyse van de gegeven antwoorden en stelt hierover een rapportage op. De DCMR bereidt de communicatie over de uitkomsten naar de wethouder voor. De enquête wordt gefinancierd vanuit de gemeente. In 2023 wordt het onderdeel milieu en duurzaamheid van de Omnibus enquête weer uitgezet. Voorbereiding hiervan heeft plaatsgevonden in 2022.
A02 Advies milieuaspecten: Regionale Omgevingsinformatie (ROI) (1.15b) De kosten van ROI worden verdeeld over de participanten. Het programma ROI draagt bij aan de ontwikkeling naar een data- en informatiegedreven DCMR. Onder de vlag van ROI ontwikkelt DCMR informatieproducten, op basis van gevalideerde en kwalitatief geborgde data. De kosten voor ROI worden in 2023 evenredig verdeeld over de participanten. ROI wordt uitgevoerd onder begeleiding van een klankbordgroep waarin naast de gemeente Rotterdam ook de provincie en een drietal regiogemeenten zitten. Waar ROI zich aanvankelijk richtte op het professionaliseren van het gegevensbeheer van DCMR, is de scope met de instelling van DCMR-dataregisters in 2021 verlegd naar de ontwikkeling van informatieproducten: tools waarmee de DCMR-medewerkers (toezichthouders vergunningverleners, adviseurs) hun werk eenduidiger en efficiënter uit kunnen voeren. ROI wordt grotendeels uitgevoerd door een multidisciplinair team (MDT), waarin diverse disciplines samenwerken volgens een Agile / Scrum werkwijze.
Werkplan 2023 I 37
D11 Informatie-ontsluiting: Databeheer: GIS/geo-informatie en geo-visualisaties (1.15c) De kosten voor databeheer worden verdeeld over de participanten. GIS/geo-informatie en geo-visualisaties In het dagelijks werk wordt de inzet van geo-visualisaties en geo-toepassingen steeds belangrijker. De aanstaande Omgevingswet eist veel meer toepassing van geo-informatie. Door data te voorzien van geo-referenties (coördinaten) wordt het mogelijk geo-analyses uit te voeren. Deze kaarten worden behalve in het primaire proces ook weer gebruikt in diverse rapporten, notities, analyses en in overlegsituaties zoals bestuurlijke overleggen en participatietrajecten. Daarnaast worden geo-visualisaties gebruikt om informatie over te brengen (en probleemstellingen helder te krijgen). Deze kaarten en daarop ontwikkelde infographics worden gebruikt in diverse rapporten, notities, analyses en in overleg-situaties zoals de bestuurlijke overleggen. Data worden via webservices gedeeld met participanten. Met de ingerichte webservices worden geo-viewers ingericht. Deze geo-viewers zijn webbased applicaties waarmee kaartlagen online kunnen worden bekeken. Geo-viewers worden onder andere ingericht om het werk van DCMR medewerkers te faciliteren bij bijvoorbeeld advisering van participanten aangaande VTH-processen, RO-ontwikkelingen of MER-procedures, maar ook voor participanten zelf.
Tevens worden de geoviewers ingericht en beheerd voor het informeren van burgers. Deze geo-viewers zijn benaderbaar via de website van de DCMR. Datakwaliteit Vanuit de post Databeheer wordt ook een bijdrage geleverd aan de verbetering van de datakwaliteit van de door DCMR gebruikte data. Publicatie van gegevens in de vorm van kaarten maakt duidelijk waar de kwaliteit van de gegevens soms tekort schiet. Databeheer algemeen Voor alle primaire processen die de DCMR uitvoert in opdracht van zijn participanten (vergunningverlening, advies, toezicht, monitoring) zijn goed toegankelijke, betrouwbare en bestendige data noodzakelijk. De vraag naar betrouwbare cijfers ter onderbouwing en ondersteuning van onder andere ruimtelijke ontwikkelingsprojecten neemt bovendien toe. De invoering van de Omgevingswet versterkt de vraag naar ruimtelijke (geografische) data. Ook zijn, om de beperkt beschikbare milieuruimte op een verantwoorde manier te kunnen verdelen en monitoren, kwalitatief geborgde, eenduidige en snel beschikbare milieugegevens nodig. Databeheer betreft het daadwerkelijk uitvoeren van het gegevensbeheer (zoals aanschaffen, beschrijven, opslaan, actualiseren, publiceren, archiveren en verwijderen) ten dienste van de primaire processen bij de DCMR. Vanaf 2023 professionaliseert DCMR het databeheer in zogenoemde dataregisters.
Beheer milieudeel Regionale Verkeers- en Milieukaart De Regionale Verkeers- en Milieukaart (RVMK) bestaat uit een verkeersdeel en een milieudeel, en voorziet in goede, regionaal afgestemde gegevens over verkeers- en milieueffecten. Jaarlijks wordt medio maart door de MRDH een verkeersdataset geleverd ten behoeve van milieumodellering. Deze dataset wordt door de DCMR verwerkt in de RVMK. Voor zowel lucht als geluidsmodellering geldt dat deze jaarlijks geüpdatete dataset gebruikt moet worden. De RVMK is zodanig opgebouwd, dat het alle wegkenmerken bevat die voor lucht- en geluidsmodellering noodzakelijk zijn. DCMR beheert de RVMK in opdracht van de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. Ook levert DCMR op verzoek van een gemeente een gemeentelijke RVMK-dataset of selectie daarbinnen. Deze datasets zijn opvraagbaar via het Dataloket (voorheen Loket Omgevingsdata) van de DCMR. De MRDH is in 2021 gestart aan een grote update van het verkeersmodel. Zo worden nieuwe voertuigtypes toegevoegd, zodat zero-emissievoertuigen onderscheiden kunnen worden en volgt een verbetering van buslijnen en toevoeging van busbanen. De verwachting is dat deze aanpassingen in 2023 extra werk voor DCMR met zich meebrengen (zoals bij alle grote updates in het verleden het geval was).
Ook is in overleg met de MRDH voorgesteld om een RVMK te maken voor 2030, waarbij een schaalfactor wordt toegevoegd per wegsegment, zodat een dataset voor tussenliggende jaren (2030-2040) gemaakt kan worden.
Werkplan 2023 I 38
Bij de verwerking van verkeersdata worden voor gemeentelijke en waterschapswegen de verkeersintensiteiten per rijrichting vastgelegd. Op basis van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) worden rijlijnen geografisch gecorrigeerd, zodat verkeerstromen geplaatst worden op de locatie waar ze daadwerkelijk plaatsvinden. Bij de verwerking van data van provinciale wegen en rijkswegen wordt gebruik gemaakt van verkeersdata, die geleverd wordt door Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland binnen het NSL-traject. De totale verkeersaantallen die beschikbaar zijn vanuit NSL komen overeen met de verkeersaantallen zoals opgenomen in de RVMK. Gemeenten leveren milieukenmerken (stagnatie, verhardingstype etc.) aan en deze worden verwerkt in het milieudeel van de RVMK. Daarbij wordt o.a. de aanwezigheid van gemiddelde snelheid, stagnaties, hoogteligging en stil asfalt vastgelegd. De RVMK dient als basisbestand voor een verdere verwerking in milieumodellen, zoals GeoNoise (geluid) en NSL (lucht). Met een RVMK-databestand kan niet direct gerekend worden. Zeker bij NSL is verdere verwerking van verkeers- en milieudata noodzakelijk om geschikte databestanden te creëren. Benodigde informatie over rekenpunten, maatregelengebieden, tunnelmonden, etc. wordt niet binnen het RVMK-project verzameld.
Uitvoering bevoegd gezag taken m.e.r.: MEP projecten (1.15d) In het kader van de evaluatieplicht uit de Wet milieubeheer voert DCMR voor diverse m.e.r.-plichtige projecten Monitoring- en Evaluatieprogramma’s (MEP’s) uit. In 2022 is het MEP Haven vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat er jaarlijks een datarapportage en eens in de vijf jaar een evaluatierapport wordt opgesteld. Voor 2023 is één datarapportage (over 2022) voorzien. In 2022 heeft DCMR gewerkt aan een Monitoring- en Evaluatieprogramma voor Feyenoord City (MEP FC). Dit is het eerste MEP voor een gebied buiten de haven. Het is een MEP Nieuwe Stijl, in de geest van de Omgevingswet, waarbij het MEP niet alleen kijkt naar de effecten die in het MER voorspeld zijn (zoals MEP Haven doet), maar ook onderzoekt of de doelen van het plan gerealiseerd worden. Het MEP FC heeft vertraging opgelopen vanwege discussies rond het nieuwe Feyenoordstadion. In 2023 wordt het MEP alsnog afgerond en wordt een nulmeting opgesteld. Na invoering van de Omgevingswet verandert de wettelijke evaluatieplicht uit de Wm in een monitoringplicht onder de Omgevingswet. Daarbij blijft het doel min of meer hetzelfde (bijsturing besluit, eventueel aanvullende maatregelen), en wordt het MEP Nieuwe Stijl naar verwachting de standaard (effectmeting plus doelbereik).
De DCMR heeft in 2022 in overleg met Rotterdam een handreiking selectieve MER-evaluatie opgesteld, waarin vastgelegd is voor welk type plannen en projecten een MEP zinvol is. Naar verwachting leidt dit tot een uitbreiding van het aantal monitoringen evaluatietrajecten. Daarvoor is 500 uur extra opgenomen in het werkplan 2023. 3.5.16 Cluster Relatiebeheer (1.16) D14 Relatiebeheer: Accountbeheer Rotterdam (1.16a) In het kader van dit product worden onder andere de volgende werkzaamheden verricht: • Werkzaamheden en projectleiding ten behoeve van de werkplannen en voortgangsrapportages; • Werkzaamheden ten behoeve van het Participantenoverleg gemeenten; • Bestuurlijke advisering; • Procesbeheer, waaronder het RO-loket. D12 Voorlichting: Communicatie over de werkzaamheden van de DCMR (1.16b) Breed communiceren over het werk van DCMR; werken aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Dit betreft vooral de volgende werkzaamheden: • Nieuws- en informatievoorziening en storytelling, voornamelijk via website en social media (incl. openbaarmaking over CIN-meldingen, handhavingsacties, bedrijvendossiers e.a.); • Genereren media-aandacht voor relevante thema’s en issues; • Ontwikkelen en uitvoeren communicatiebeleid DCMR, realiseren communicatieproducten zoals nieuwsberichten, publieksjaarverslag, infographics, video’s, animaties, factsheets, brochures, presentaties;
Werkplan 2023 I 39
• • • • • • • •
Organiseren en uitvoeren communicatiepiket bij overlast en incidenten; Beantwoorden (pers)vragen over DCMR en over milieu incidenten die plaatsvinden in het gebied; Communicatieondersteuning bij beleidsprojecten en -programma’s; Communicatieondersteuning bij complexe bedrijfsdossiers; Voorbereiden van presentaties en mediaoptredens door de directie van de DCMR; Eindredactie en vormgeving van plannen, verslagen, rapportages en notities; Monitoren van media, social media om issues tijdig te signaleren; Contacten met stakeholders, netwerken voor crisis -en risicocommunicatie.
3.5.17 Cluster Projectbijdragen (1.17) De bijdragen voor de projecten zijn als gevolg van de tariefstijging verhoogd met 4,8% ten opzichte van 2022 met uitzondering van de projecten I-kwadraat en luchtmeetnet. Aan de in deze paragraaf genoemde producten wordt door meerdere participanten en/of organisaties een bijdrage geleverd. Zie bijlage 7. WE-nose netwerk (1.17a) De meldkamer van de DCMR monitort het We-nose netwerk, waarbij verhoogde meetwaarden worden geregistreerd, geanalyseerd en in bepaalde gevallen onderzocht. Samen met andere stakeholders (leverancier e-Noses en bedrijven) wordt gewerkt aan het doorontwikkelen van het netwerk tot een Early warning systeem. Een e-nose is het feitelijke apparaat oftewel de ‘digitale neus’. We-nose staat voor het gezamenlijke project van HbR, bedrijfsleven, diensten, PZH en gemeenten om een netwerk van e-noses in Rijnmonds gebied in stand te houden ter vermindering van geuroverlast. Rotterdam en PZH betalen beide een bijdrage aan monitoring van het We-nose netwerk, zie hiervoor bijlage 7. PZH kent het verbod op varend ontgassen in de PMV en betaalt daarvoor apart een bijdrage aan de meldkamer. Met behulp van de ontgassingstool worden ontgassende schepen gesignaleerd en de gegevens die worden verzameld door middel van.
deze tool worden samen met andere (toezichthoudende) instanties gebruikt ter ondersteuning van toezicht en handhaving en de invoering van het Ontgassingsverbod. Het landelijke ontgassingsverbod zou in 2021 van kracht worden, maar dit is uitgesteld tot waarschijnlijk in 2024. De werkzaamheden van de DCMR voor het We-nose netwerk blijven hetzelfde zolang dit verbod nog niet van kracht is. Tot aan de inwerkingtreding van het landelijke verbod, is het verbod geregeld in de PMV en ligt de toezichttaak bij de DCMR. Als het landelijke verbod er is, kan ook RWS toezicht gaan houden. Er zullen dan nieuwe afspraken moeten worden gemaakt met RWS over de financiering van de E-noses en de toezichttaak van de DCMR. Samenwerkingsknooppunt Rijnmond (SKP) (1.17b) Het samenwerkingsknooppunt Rijnmond (SKP) verricht werkzaamheden die erop gericht zijn een efficiënte en effectieve handhaving binnen de regio te bevorderen en de DCMR met externe ketens en handhavingspartners te verbinden. De SKP-bijdrage wordt ingezet om de Intelligence-taak uit te voeren. Kerntaak van Intelligence is het leveren van operationele informatie vanuit externe netwerken aan de afdeling Toezicht en Handhaving. De intelligence-officer heeft hiermee een belangrijke rol in de informatie gestuurde aanpak die de DCMR voorstaat.
De Intelligence-taak omvat onder meer: • Het onderhouden van een breed extern netwerk met inspectiepartners en ervoor zorgen dat daaruit signalen worden ontvangen ten behoeve van het DCMR-toezicht en/of dat een gezamenlijke aanpak tussen inspectiepartners wordt ingezet/bevorderd; • Informatie gestuurde aanpak van het toezicht bij de afdeling Inspectie en Handhaving. De bijdragen van de deelnemers aan het SKP zijn in overeenstemming met een vastgestelde verdeelsleutel. In bijlage 7 is aangegeven welke bijdrage de participanten hieraan leveren.
Werkplan 2023 I 40
Monitoring en Omgevingsinformatie (MOI) (1.17c) MOI is een project van alle participanten samen, waarin kwalitatief hoogwaardige data van binnen en buiten de DCMR verzameld en bewerkt worden tot informatie in de vorm van beleidsindicatoren en kaarten. De indicatoren geven informatie over de ontwikkelingen in de tijd van milieu- en omgevingskwaliteit, van bronnen van milieubelasting en van activiteiten van overheden en stakeholders om bronnen en kwaliteit te beïnvloeden. Naast trend-informatie wordt in MOI ook geografische (kaart-)informatie bijgehouden. De kaarten geven informatie over de actuele toestand van het milieu in de regio Rijnmond. Informatie uit MOI is van grote waarde bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 1 januari 2023. In opdracht van de stuurgroep zijn inhoud en indeling van MOI in 2021 ‘Omgevingswet-proof’ gemaakt. Ook zijn presentatie en ontsluiting van de gegevens fors verbeterd: in plaats van publicatie van een statisch pdf-register kunnen de gegevens nu interactief geraadpleegd worden in een dynamisch dashboardsysteem (SWING), waar selecties, vergelijkingen en downloads gemaakt kunnen worden. De Staat van Rijnmond is primair een website voor bestuurders en beleidsambtenaren, maar ook toegankelijk voor burgers en bedrijven. De informatie op Staat van Rijnmond is geordend per Omgevingswet-thema in dashboards.
Aanvullende informatie is opgenomen in een uitgebreide databank. Ook de wijze waarop kaartinformatie getoond wordt is sterk verbeterd, door de inzet van nieuwe geo-software. In 2023 vindt actualisatie van de gepresenteerde informatie plaats, en wordt gewerkt aan het verder vullen van de door de toevoeging van nieuwe thema’s ontstane lacunes in indicatoren. Ook zal in 2023 ruim aandacht aan de communicatie richting deelnemers besteed worden, mede vanwege de start van de Omgevingswet. Het project MOI wordt gefinancierd door de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, de regiogemeenten en het Havenbedrijf. Zie hiervoor bijlage 7. Deze organisaties sturen het project aan via de Stuurgroep Staat van Rijnmond. De inhoud van Staat van Rijnmond wordt vormgegeven door zogenoemde themawerkgroepen, waarin experts van de verschillende deelnemende organisaties zitten. Gemeentelijke crisisbeheersing (1.17d) De Wet op de veiligheidsregio’s is bij (multidisciplinaire) voorbereiding op ramp- en crisissituaties een belangrijke pijler. De wet stelt (kwaliteits-)eisen aan de organisatie en de deelnemers in een veiligheidsregio. Onder regie van de VRR ontwikkelen de partners in de VRR crisisscenario’s en crisisbeheersingsplannen. Veel aandacht gaat uit naar opleiden, trainen en oefenen.
De DCMR werkzaamheden hierbij zijn het inbrengen van kennis en vertegenwoordiging in de VRR, deelname aan oefeningen en in stand houden van de crisisorganisatie binnen de DCMR. Het professionaliseren van de opleidingen voor de verschillende deelnemers aan de crisisorganisatie wordt in 2023 verder ontwikkeld. Vier nieuwe directiewachten zijn in 2022 al begonnen met de nieuw opgezette basisopleiding voor Directiewachten. Ook communicatiemedewerkers en ondersteunende onderdelen van DCMR, zoals ICT en BHV, worden meegenomen in de trainingen van de crisisorganisatie. In 2023 wordt verder gewerkt aan het professionaliseren van de milieupikettaak bij incidenten. Beheer I-Kwadraat (1.17e) Het college is bij bedrijventerreinen met een geluidzone of een geluidafspraak verantwoordelijk voor het bewaken van de grenswaarden voor geluid. De DCMR voert namens het college het beheer uit over de geluidzone en (deels) beleidsafspraak. Voor dit beheer gebruikt de DCMR het Informatiesysteem Industrielawaai (I-kwadraat, I2). Het maakt het mogelijk om gegevens bij te houden over de beschikbare geluidruimte, het deel daarvan wat al is uitgegeven en het deel daarvan wat nog beschikbaar is voor nieuwe inrichtingen of uitbreiding van bestaande inrichtingen. Verschillende projecten maken gebruik van I-kwadraat, zoals facetbestemmingsplannen en de geluidkaarten (Europees).
Alle participanten die een terrein in beheer hebben op basis van I-kwadraat leveren een bijdrage aan het in stand houden van dat systeem. In 2022 is de software van I-kwadraat aangepast als voorbereiding op de Omgevingswet en er gerekend kan worden met geluidproductieplafonds op het moment dat gemeenten hun omgevingsplannen hebben vastgesteld.
Werkplan 2023 I 41
Binnen de organisatie van I-Kwadraat nemen naast de DCMR, ook de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam deel. Besluiten worden genomen in het Beleids Overleg Geluid (BOG-haven). Het BOG-haven neemt besluiten over de begroting van I-Kwadraat, toekomstige ontwikkelingen en besluiten ten aanzien van geluidsbudgetverruimingen. Verder is het BOG-haven opdrachtgever aan het TOG-HbR (Technisch Overleg Geluid) en werkt zij samen met het Management Overleg Haven, Milieu en RO. RANOMOS (1.17f) Het beheer van het systeem RANOMOS+ is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland (PZH), Rotterdam The Hague Airport (RTHA) en de DCMR. Als uitvloeisel daarvan is bij de DCMR de Beheerorganisatie (BO) RANOMOS ondergebracht. Het systeem RANOMOS+ is in staat feitelijke vliegtuigbewegingen, geluidsproductie en meldingen (klachten) aan elkaar te relateren. Met behulp van dit systeem is de backoffice klachtenbehandeling in staat nadere analyses uit te voeren over de meldingen die bij de DCMR zijn binnengekomen. De kosten voor het uitvoeren van beheer, onderhoud en exploitatie van RANOMOS+ worden gedeeld door de gezamenlijke financierende partijen (te weten gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland en Rotterdam The Hague Airport), ieder voor 1/3 deel. Besluitvorming op bestuurlijk niveau vindt plaats in het presidium RANOMOS.
De DCMR maakt, als adviseur, onderdeel uit van het presidium. De besluitvorming wordt ambtelijk voorbereid door vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. In 2019 is de overeenkomst verlengd voor een nieuwe periode van 10 jaar. Er is vraag om de RANOMOS-applicatie verder uit te breiden en aan te passen zodat het proces voor het indienen van meldingen gebruikersvriendelijker wordt (sneller toegang en vanaf meer locaties een melding kunnen indienen door middel van een app) en er meer mogelijkheden zijn om omwonenden van de luchthaven actief te informeren. Het proces voor deze uitbreiding is naar verwachting eind 2022 afgerond. Naar aanleiding van gesprekken met het ministerie en de ombudsman eind 2022 worden ook in 2023 aanpassingen en verbeteringen uitgevoerd. Dit met als doel zo veel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van gebruikers. Eind 2022 is tevens in het kader van Programmatische Aanpak van het Meten van Vliegtuiggeluid (PAMV) een conversie tool ontwikkeld waarmee gegevens uit de RANOMOS-database met een nationale database gedeeld kunnen worden. Luchtmeetnet (1.17g) Zie hiervoor 1.11c. 3.5.18 Cluster Materiele kosten (1.18) Advertentiekosten De DCMR behandelt voor de gemeente Rotterdam de uitgebreide vergunningaanvragen in het kader van de Wabo. De gemeente plaatst de betreffende bekendmakingen met betrekking tot deze procedures op de Rotterdamse website.
Mogelijk komt het nog sporadisch voor dat ook in de huis-aan huis bladen van omliggende gemeenten gepubliceerd moet worden. Daarom is een klein budget hiervoor gereserveerd, zodat deze kosten via het materiele kostenbudget kunnen worden gefinancierd. Uitvoeringsprogramma bedrijfsgerichte taken (UBT) Het onder andere laten uitvoeren van doelgroepenanalyses en het laten maken van communicatiemateriaal. Monstername indirecte lozingen Dit betreft de kosten voor het nemen van afvalwatermonsters bij indirecte lozingen. Abonnementskosten Gisweb Voor het gebruik van Gisweb worden abonnementskosten in rekening gebracht. Deze abonnementskosten zijn onder te verdelen in kosten voor de aansluiting op Gisweb, kosten voor het gebruik van Gisweb per aangemelde medewerker en kosten voor het gebruik van verschillende kaartlagen in Gisweb.Gisweb wordt gebruikt bij de advisering op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling.
Werkplan 2023 I 42
De Circulaire Materialenbank De Circulaire Materialenbank Rotterdam (voormalige Grondbank) ondersteunt de DCMR bij de uitvoering van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Hiervoor wordt elk jaar een separate offerte opgesteld. De werkzaamheden omvatten: • Het geven van beleidsadviezen over de regelgeving en grondstromen zowel binnen als buiten Rotterdam. Binnen Rotterdam betreft het met name het adviseren van interne afdelingen van de gemeente Rotterdam over relevante wet- en regelgeving als ook nieuwe ontwikkelingen, inzichten en beleid. Buiten Rotterdam betreft het met name advieswerkzaamheden waarbij gestreefd wordt naar een eenduidig, uitvoerbaar en handhaafbaar beleid, zowel regionaal als landelijk. • Het plannen, beheren en registreren van materiaalstromen die uit Rotterdam afkomstig zijn en worden toegepast en hierover rapporteren, waarbij de diverse materiaalstromen worden onderscheiden. • Het onderhouden van de interactieve bodemkwaliteitskaart. Deze kaart maakt het mogelijk om snel de mogelijkheden van grondverzet te zien tussen Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Ook de gemeenten Goeree-Overflakkee en Lansingerland worden hieraan binnenkort toegevoegd. Hierdoor wordt de uitwisseling van grond en baggerspecie tussen de verschillende gemeenten bevorderd.
• Het namens Rotterdam en de DCMR deelnemen aan diverse overlegorganen en delen van kennis van het kennisplatform. Signalen binnen deze overleggen leveren input voor mogelijk nieuwe (beleidsmatige) aanpassingen en prioritering hiervan. De bijdrage voor deze ondersteuning wordt betaald uit het materiële kosten budget. Verificatieonderzoeken Wbb Verificatieonderzoeken worden ingezet om de uitvoering van bodemsaneringen te controleren. Met een dergelijke onderzoek worden de putwanden en putbodem na een ontgraving bemonsterd om te controleren of het saneringsresultaat is behaald. Dit gebeurt als daar aanleiding toe is en is tot op heden slechts zeer sporadisch voorgekomen. De kosten worden uit het materiële kosten budget betaald. Inventarisatie ZZS bodem en grondwater Zie 3.5.10. Cluster Bodem, post 1.10b Adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage (materiële kosten) De kosten van alle (vrijwillige en wettelijk verplichte) adviezen van de Commissie m.e.r. in m.e.r.procedures (planMER en besluitMER) moeten op grond van een wettelijke bepaling door het bevoegd gezag worden betaald. De gehanteerde tarieven worden jaarlijks vastgesteld en zijn afhankelijk van de omvang van een project/plan. De kosten voor een gemiddeld advies van de Commissie m.e.r. zijn ongeveer 20.000 euro.
Het aantal te vragen adviezen is grotendeels afhankelijk van externe ontwikkelingen en is daardoor moeilijk in te schatten. Voor 2023 is in het materiële budget een reservering van € 60.000 opgenomen. Beheer geluidmonitoringssysteem Op 6 juli 2016 is de Overeenkomst Geluidmonitoringssysteem Stadhuisplein Rotterdam en omgeving getekend. De overeenkomst was 3 jaar geldig. Per 1 juli 2019 is de overeenkomst formeel geëindigd. In de overeenkomst waren afspraken gemaakt met de DCMR en de ondernemers over de verdeling van de kosten en het beheer en onderhoud van het monitoringssysteem. De jaarlijkse kosten hebben betrekking op onderhouds- en abonnementskosten en bestaan onder andere uit de kosten voor dataopslag, webtoegang, onderhoud en servicebezoeken, elektriciteitskosten voor de meetstations op de woonflats en het internetabonnement dat één van de horeca gelegenheden afgesloten heeft voor het verbinden van het systeem. De totale kosten bedroegen circa € 9.000 per jaar. In de overeenkomst was afgesproken dat van de jaarlijkse kosten 50% ten laste van het werkplan Rotterdam komt en de overige 50% verdeeld wordt over de deelnemende horecabedrijven. Door de realisatie in 2018 van studentenwoningen op korte afstand van de horeca-inrichtingen is de geluidsituatie nog ingewikkelder geworden. Hierdoor is ook een conflict ontstaan tussen de gemeente en de horeca-ondernemers.
Totdat er uitzicht is op een voor alle partijen acceptabele oplossing, worden de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst voor het geluidmonitoringssysteem niet opgestart. Vooralsnog wordt uitgegaan van een verdere continuering van het geluidmonitoringssysteem, waarbij de kosten tijdelijk volledig worden betaald via het werkplan.
Werkplan 2023 I 43
De DCMR is op verzoek van de gemeente bezig met een procedure voor het opleggen van maatwerkvoorschriften voor de horeca aan zowel het Stadhuisplein als de Kruiskade. Hierbij wordt een verplichting opgenomen om aangesloten te zijn bij het geluidmonitoringssysteem. Op grond van het bovenstaande wordt verwacht dat het monitoringssysteem nog een aantal jaren in stand zal blijven en daarmee de jaarlijkse onderhouds- en abonnementskosten gefinancierd moeten worden. Daarom is ook voor 2023 een reservering gemaakt in het materiele kostenbudget. Aangezien de kosten voor onderhoud en kalibratie gestegen zijn, is een reservering ter grootte van € 10.000 opgenomen. In dit bedrag zijn echter geen kosten opgenomen voor vervanging van apparatuur. De apparatuur is inmiddels zodanig oud dat defecten niet meer onder garantie gerepareerd worden. Eventuele kosten zullen gefinancierd moeten worden uit de stelpost onvoorzien. Afhandeling meldingen RTHA De gemeente Rotterdam heeft zitting in de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR). In opdracht van de BRR is bij de DCMR de backoffice behandeling meldingen ten gevolge van vliegtuigbewegingen ondergebracht. Het besluit hiertoe is genomen op 26 oktober 2015 en betreft een doorlopende opdracht. Deze bijdrage wordt gebruikt voor het behandelen van meldingen door vliegverkeer.
De meeste meldingen worden ontvangen over vliegtuigbewegingen van en naar Rotterdam The Hague Airport. Ook de participanten PZH, Schiedam en Lansingerland betalen hier aan mee, evenals de luchthaven. De meeste meldingen komen van de inwoners van genoemde participanten. Maar er komen ook steeds meer meldingen en vragen van inwoners van andere participanten, uit vrijwel de gehele regio Rijnmond en ook van daar buiten. Overige posten Voor de materiele kosten voor het Rotterdams milieucentrum wordt verwezen naar 3.5.9 cluster Beleidsadvisering post 1.9j. Stelpost onvoorzien De stelpost onvoorzien wordt in beginsel gebruikt voor de overige ‘materiële kosten’. Bijvoorbeeld voor het financieren van dienstreizen of ten behoeve van inhuur van benodigde expertise.
Werkplan 2023 I 44
4.
Aanvullende opdrachten 4.1
Werkplan Nieuwe energie
4.1.1 Inleiding In het Programma van eisen van de opdrachtgever is de DCMR door gemeente Rotterdam gevraagd een offerte in te dienen voor de taken die de DCMR uitvoert voor de Afdeling Duurzaamheid van Rotterdam. Er is een budget van € 278.000,- beschikbaar voor deze werkzaamheden. De landelijke doelstelling om 55% CO2-reductie te realiseren voor 2030 vraagt om een forse energieén economische transitie van Rotterdam. De DCMR verzorgt de monitoring van de inzet en doelstellingen met betrekking tot de Rotterdamse CO2-uitstoot. Daarnaast voert de DCMR vanuit de VTH-taken het energietoezicht op bedrijven uit en levert het ondersteuning om de benodigde energiebesparingen te bevorderen bij onder andere bedrijventerreinen. 4.1.2 De ambities voor Rotterdam in 2023 De DCMR verzorgt de monitoring van de Rotterdamse collegetarget 2022-2026: De DCMR levert de onderbouwing van de Rotterdamse bijdrage aan de landelijke reductienorm van 55% in 2030 en daarvoor wordt voor het stedelijk gebied ingezet op minimaal 25% CO2-reductie in 2025, gemeten ten opzichte van 1990. Om de aangescherpte landelijke norm van 55% CO2-reductie in 2030 te halen, moet Rotterdam meer maatregelen nemen, met name in het stedelijk gebied. Rotterdam stuurt op merkbare effecten van het beleid: • de doelmatigheid van de huidige programma’s wordt getoetst en van toekomstige maatregelen om CO2 te reduceren.
Rotterdam investeert in projecten met de hoogste reductie van uitstoot van schadelijke stoffen per bestede euro en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele bronnen. • Rotterdam laat de inzet en doelstellingen monitoren door DCMR, zodat tijdig kan worden bijgestuurd als de dalende trend onvoldoende doorzet om de landelijke norm van -55% CO2 reductie te halen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verantwoordelijkheden van het Rijk, de haven en de stad. 4.1.3
Inzet DCMR
Inzet DCMR tot nu toe DCMR heeft zich in de afgelopen jaren bewezen als: • Kenniscentrum voor een aantal belangrijke duurzaamheidsspeerpunten van het Rotterdam waaronder CO2-opslag (CCS), biomassa/biobrandstoffen, energiebesparing bij de industrie, maar vooral ook het MKB en instellingen en tenslotte ook met betrekking tot benutting van restwarmte; • Autoriteit voor dataverzameling en monitoring van o.a. CO2-reductie en inzet van hernieuwbare energie in Rotterdam; • Expert op gebied van de relatie tussen de diverse energievraagstukken, bijvoorbeeld over vraagstukken van energie in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling; • Adviseur voor beleidsbeïnvloeding en lobby richting met name het Rijk en de EU. Inzet van de DCMR in 2023 De DCMR geeft via de volgende pijlers input en ondersteuning aan de gemeente Rotterdam: • Bedrijven • Monitoring energie en CO2 • Projectmanagement • Communicatie en kennisopbouw De begroting per pijler is gegeven in Tabel 6. Details over de activiteiten per pijler worden toegelicht in bijlage 2a.
Werkplan 2023 I 45
Tabel 6: Begroting per pijler Pijler
Begroting
1. Bedrijven (1.1-1.4) 2. Monitoring energie (2.1-2.7) 3. Projectmanagement (3.1) 4. Communicatie en kennisopbouw (4.1)
€ € € €
122.000 144.000 12.000 0
Totaal werkplan Nieuwe energie
€
278.000
4.1.4 Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam Wanneer DCMR een activiteit opstart, wordt dit afgestemd met de gemeente Rotterdam; Per jaar worden drie voortgangsrapportages geleverd, waarvan de laatste tevens de eindrapportage (jaarverslag) is: 1. t/m april 2. t/m augustus 3. t/m december; • Op basis van de voortgangsrapportages bespreekt de DCMR de financiële uitputting en inhoudelijke voortgang (inclusief go/no-go-beslissing voor activiteiten) met de gemeente Rotterdam; • Op basis van financiële uitputting of andere redenen kunnen aanvullende en/of gewijzigde afspraken worden gemaakt over de toewijzing van middelen aan de diverse pijlers en specifieke activiteiten; • De voortgangsrapportages worden uiterlijk 1 maand na afloop van de betreffende periode naar de gemeente verstuurd. De laatste voortgangsrapportage (jaarverslag), wordt uiterlijk twee maanden na afloop van het jaar naar de gemeente verstuurd.
• •
Werkplan 2023 I 46
4.2 4.2.1
Werkplan Asbest
Inleiding
In het Programma van eisen (PvE) van de opdrachtgever is de DCMR door gemeente Rotterdam gevraagd om een offerte in te dienen voor de uitvoering van de asbesttaken die met ingang van 1 januari 2022 door BWT Rotterdam aan de DCMR zijn overgedragen. In het PvE werd nog uitgegaan van eenzelfde budget voor 2023 als voor 2022. Echter, de tarieven van de DCMR zijn met 4,8% verhoogd en er bleken meer meldingen binnen te komen dan verwacht. Er is daarom afgesproken dat er een hoger budget beschikbaar is dan in het PvE aangegeven, het gaat om € 675.598. Tot het verbod in 1994 is asbest veelvuldig toegepast in woningen en bedrijfsgebouwen. Kleine asbest vezels, die in gebonden toestand onschadelijk zijn, vormen onder andere als gevolg van verwering of bij het ondeskundige verwijderen een gevaar voor de gezondheid. Sinds 1 juli 2017 is in het Besluit omgevingsrecht het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen. Hierin is onder meer bepaald dat het toezicht op asbestverwijdering door omgevingsdiensten moet worden uitgevoerd. Sinds 2022 voert de DCMR deze taak uit voor Rotterdam. Er wordt hard gewerkt aan het opbouwen van een level playing field voor het gehele DCMR gebied. 4.2.2 De ambities voor Rotterdam in 2023 De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de vitaliteit van de bestaande woningvoorraad in Rotterdam.
Uit dit onderzoek blijkt dat een groot deel van de huidige woningvoorraad niet voldoende toekomstbestendig is. Rotterdam wil Rotterdammers steunen bij het toekomstbestendig maken van hun woning. Buiten het energiezuiniger maken van de huizen is het in kaart brengen van achterstallig onderhoud, zoals het vervangen van loden leidingen en asbest, een onderdeel van het onderzoek naar de ‘vitale woningvoorraad’ van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht. Ook zijn er in 2022 afspraken gemaakt om in 2023, mede in het kader van verbinden, een aantal sessies te organiseren voor medewerkers van Rotterdam. Tijdens deze sessies worden de basisbeginselen van asbestherkenning meegegeven en de werkwijze van het asbestteam toegelicht. Op deze manier kan de samenwerking tussen Bouwen- en Woontoezicht en toezicht vanuit DCMR worden versterkt. 4.2.3 Inzet van de DCMR in 2023 Voor 2022 was er een budget van € 529.230,- begroot voor het toezicht op asbest. Het aantal behandelde meldingen voor 2022 was aanzienlijk meer dan eerder voorzien, ongeveer 2870 in plaats van 1900 stuks. Daarom is voor 2023 het aantal ingeschatte meldingen omhoog bijgesteld. De sloopmeldingen kosten echter minder tijd dan verwacht. Het kental is daarom van 2 uur verlaagd naar 1,5 uur.
Omdat het aantal meldingen een inschatting is die jaarlijks kan schommelen, blijft de afspraak staan om af te rekenen op basis van gerealiseerde uren. De werkzaamheden in 2023 bestaan uit: • Toetsen en afhandelen van de (asbest)meldingen (100%); • Het houden van toezicht op de verwijdering van asbest (10% van de meldingen); • Het houden van administratief toezicht op 10% van de saneringen om de keten te controleren. De begroting is gegeven in Tabel 7. Details over de activiteiten per onderdeel worden toegelicht in bijlage 2b.
Werkplan 2023 I 47
Tabel 7: Begroting per onderdeel Onderdeel/taak 1.Toetsen en afhandelen van de (asbest)sloopmelding en het inventarisatierapport (2 uur) 2.Toezicht asbestverwijdering 10% (6 uur) 3.Administratief toezicht 10% (1 uur) 4. Handhaving en calamiteiten Totaal werkplan Asbest
kental
aantal prognose voor 2023
uren 2023
Begroting 2023
1,5
2870
4305
€460.635
6
287
1722
€184.254
1
287
287
€30.709 Nacalculatie €675.598
6314
4.2.4 Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam • De overdracht en de werkzaamheden zijn afgestemd met de gemeente Rotterdam. • Per trimester wordt de voortgang omtrent het aantal meldingen doorgegeven aan de gemeente. • Over de afstemming worden nog nadere afspraken gemaakt.
Werkplan 2023 I 48
4.3
Overige opdrachten
Een aantal werkzaamheden worden buiten het werkplan om gefinancierd. Hieronder een overzicht van de verschillende additionele budgetten. 4.3.1 Bodem De volgende activiteiten ten behoeve van bodembescherming worden additioneel, buiten het werkplan om, gefinancierd: •
•
•
Taken die de DCMR uitvoert voor de nazorg van bodemsanerings- en bodembeheerlocaties, waarvoor het bestuur aan het Leidingenbureau en beheer Ondergrond, Cluster Stadsbeheer, jaarlijks budget ter beschikking stelt. Het gaat om periodieke monitoring van restverontreinigingen na sanering en van stortplaatsen waar beheermaatregelen van toepassing zijn. De DCMR adviseert over de programmering en beoordeelt offertes en (monitorings-)rapportages van het Ingenieursbureau. Periodiek wordt de voortgang besproken. Voor de DCMR gaat het jaarlijks om ca. €30.000. Hiervoor wordt elk jaar een nieuwe offerte opgesteld; Taken die de DCMR uitvoert in het kader van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) in het Havengebied. Voor de DCMR gaat het in 2023 om ca. €75.000. In december 2018 is de Handreiking GGA Botlek bestuurlijk vastgesteld en is ook het grondwaterstromings- en stoftransportmodel CARROT (Coordinated Approach Remediation ROTterdam) voor bedrijven en hun adviseurs beschikbaar gekomen. In 2021 is door het bestuur besloten de aanpak uit te rollen in het gehele havengebied, uitgezonderd Maasvlakte I en II en de woonkernen Heijplaat, Pernis en Rozenburg en is het eerste LokatieBeheerPlan GGA vastgesteld (LBPG).
Ten behoeve van het uitwerken en concretiseren van de gebiedsgerichte aanpak zijn met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afspraken gemaakt over een rijksbijdrage en zijn met Rijkswaterstaat afspraken gemaakt over een afwegingskader voor uitstroom van verontreiniging vanuit de landbodem naar het open water. De DCMR levert een grote bijdrage aan de projectgroep GGA. Sinds de bestuurlijke vaststelling van de Handreiking is de DCMR Gebiedscoördinator GGA en faciliteert de DCMR het Bodemloket GGA. De werkzaamheden vinden buiten de kaders van het werkplan plaats, op basis van separate rijksfinanciering. Rotterdam heeft hiervoor al 15,65 miljoen euro ontvangen. In totaal staat er bij het ministerie nog een reservering van 14,35 miljoen euro voor de vervolgfasen. Ten behoeve van het ontsluiten van bodeminformatie en ondergrondkwaliteiten lopen meerdere projecten, vaak langjarig, die een relatie hebben met de klimaatdoelstellingen. Financiering van de projecten verloopt via het restbudget coördinatie bodemsanering uit de voorgaande werkplannen Rotterdam, en is gereserveerd als ‘voorschot met specifiek bestedingsdoel’. De volgende projecten lopen nog: • Een paar jaar geleden is een onderzoek gestart met als doel om te bepalen wat zowel het huidige groen als de vergroeningsopgaven (kunnen) bijdragen aan de wateropgaven (infiltratiecapaciteit).
En er is een onderzoek gestat naar het effect van waterpasserende verharding op de kwaliteit van het wegennet, het grondwater en het oppervlaktewater. • In 2021 is een project gestart naar de kwaliteit van het diepe grondwater. • In 2022 zijn drie nieuwe onderzoeken gestart. Het 1e onderzoek is een onderzoek naar het effect van klimaatverandering op de grondwatertemperatuur en vervolgens wat de mogelijke consequenties kunnen zijn van een verandering van de grondwatertemperatuur op de omgeving. Het 2e voorstel is een vervolgonderzoek op het effect van hoogbouw in het centrum van Rotterdam op de draagkracht van de ondergrond. En het 3e onderzoek is gericht op de bodemkwaliteit en ecologische situatie in een aantal parken in Rotterdam.
4.3.2 Lucht Vanwege het wegvallen van Rijksgelden is er anders dan eerdere jaren voor het onderwerp lucht geen additionele financiering beschikbaar in 2023. 4.3.3 Geluid • Samen met gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland werkt de DCMR al enkele jaren aan de verbetering van het geluidmanagement bij de ruimtelijke advisering, anticiperend op de nieuwe Omgevingswet. Om de advisering en toetsing op het wettelijk vereiste niveau te brengen, is onder andere nodig dat het geluid van afgemeerde schepen wordt meegenomen in de vergunningverlening.
Werkplan 2023 I 49
•
•
De verwachting is dat in 2023 gestart kan worden met voorbereidende werkzaamheden. Dit gaat om een inventarisatie van vergunningplichtige en AMvB-bedrijven waar nestgeluid aan de orde is en het globaal screenen van de betreffende vergunningen en meldingen. Of daadwerkelijk in 2023 met vervolg van deze werkzaamheden verder gegaan wordt hangt samen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het vaststellen van een omgevingsplan met GPP’s. De opdrachtgever heeft hier in 2020 extra budget voor beschikbaar gesteld. Het project kan echter pas later worden opgestart dan verwacht. Het extra budget voor deze werkzaamheden wordt dan ook pas ingezet zodra gestart kan worden met het project. De financiering loopt via het voorschot met specifiek bestedingsdoel; In vervolg op de projecten ISV3 en ISV-G voert de DCMR, in opdracht van SI/Milieu, voor de gemeente Rotterdam de sanering uit en doet onderzoek in het kader van de reguliere geluidsaneringssubsidie SSV. De geluidssanering betreft wegen waarbij de gemeente Rotterdam de verantwoordelijkheid heeft voor het wegbeheer en woningen die in het verleden zijn gemeld in het kader van de A-, B- of eindmeldingslijst.
Verder wordt ondersteuning verleend bij allerhande geluidssaneringsprojecten waarbij bron- overdrachts- en gevelmaatregelen aan de orde zijn; Op verzoek van Directie Veiligheid (afdeling Stadszaken, Team Evenementen) levert DCMR advies met betrekking tot de geluidsaspecten bij evenementenvergunningen. Dit advies bestaat uit het adviseren van geluidsvoorschriften bij evenementenvergunningen, het toezicht houden op en monitoren van geluidsniveaus tijdens evenementen en het aanleveren van evaluatiepunten met betrekking tot de evenementen. Deze activiteiten worden gefinancierd uit twee verschillende budgetten: o Voor zover de evenementen plaatsvinden binnen inrichtingen, die vallen onder de milieuwetgeving, worden de advies- en toezichtsuren ten laste van het werkplan gebracht (Besluit Melding Activiteitenbesluit en preventief toezicht). Dit betreft meestal evenementen in de buitenruimte van voetBalstadions, beurscomplexen (Ahoy, RDM Onderzeebootloods), horeca-inrichtingen, etc. o Voor zover de evenementen in de openbare ruimte plaatsvinden worden de advies- en toezichturen door middel van een externe opdracht gefinancierd door Directie Veiligheid. Dit betreft vooral evenementen in parken, op pleinen en op de openbare weg.
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten/ mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Advisering, toezicht en monitoring Advies voor circa 10 A-, 3 A+ en 12 Ben evaluatie van geluidsaspecten bij evenementen; toezicht en monitoring bij evenementen in (de buitenruimte circa 1 A-, 1 A+- en 10 B-evenementen; van) milieu-inrichtingen evaluatie bij circa 3 A-, 3 A+- en 12 Bevenementen
Adviseur voor Directie Veiligheid, Team Evenementen, financiering vanuit WP Rotterdam
Advisering, toezicht en monitoring Advies voor circa 20 A-, 12 A+-, 36 B- en en evaluatie van geluidsaspecten bij 2 C-evenementen; toezicht en monitoring evenementen in de openbare ruimte bij circa 1 A-, 8 A+-, 33 B- en 2 C(parken, pleinen of openbare weg) evenementen; evaluatie bij circa 5 A-, 8 A+-, 33 B- en 2 C-evenementen
Adviseur voor Directie Veiligheid, Team Evenementen, financiering via externe opdracht door Directie Veiligheid
4.3.4 Chemisch advies De taak chemisch advies (advisering bij incidenten met gevaarlijke stoffen) is per 1 januari 2018 overgenomen door de VRR. De DCMR voert de taak nog wel gedeeltelijk uit onder verantwoordelijkheid en op kosten van de VRR. De afspraken hierover tussen de DCMR en de VRR zijn vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Binnen de gemeente Rotterdam zijn de verantwoordelijkheden voor deze taak per 1 januari 2018 overgegaan van de directie SO naar de directie Veiligheid en vastgelegd in een aanvullende DVO tussen de directie Veiligheid en de VRR.
Werkplan 2023 I 50
Bijlagen Bijlage 1
Overzichtstabel DCMR werkzaamheden Rotterdam
WT = wettelijke taak
Nr.
Cluster
Nr. PDC
(Sub)product PDC
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten / mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Prognose uren
Prognose middelen Euro’s
Programma Milieubeheer 1.1a WT
Reguleren
R08
Behandeling kennisgeving tijdelijke activiteiten
Enkele besluiten, zoals het Activiteitenbesluit en het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval, bieden inrichtingen die onder een desbetreffend besluit vallen de mogelijkheid om tijdelijk af te wijken van regels en voorschriften. Zo kunnen gemeenten in hun APV aangeven hoeveel keer per jaar afgeweken mag worden van de geluidnormen. Om hier beroep op te kunnen doen dienen bedrijven minimaal vijftien werkdagen vóór de start van de werkzaamheden een kennisgeving over de voorgenomen activiteit te sturen aan het bevoegd gezag. Deze post heeft betrekking op de behandeling van een dergelijke kennisgeving.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
75
€ 9.237
1.1b WT
Reguleren
R03
Behandeling melding activiteiten besluit
Het Activiteitenbesluit bevat algemene milieuregels voor verschillende activiteiten en bedrijfstakken zoals garagebedrijven, metaal bewerkende bedrijven en gesloten bodemenergiesystemen binnen inrichtingen. Wie een activiteit wil ondernemen of een verandering wil aanbrengen in zijn (bedrijfs-) activiteiten, moet dit melden. De DCMR beoordeelt de melding op juistheid en volledigheid en mogelijke consequenties voor het milieu.