CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000412] Collegebrief over Werkplan 2023 DCMR

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Duurzaam37.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeente Rotterdam

Stadsontwikkeling Klimaat. Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Ingrid Schalkwijk - van Strien Telefoon: 06-22548016 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Ons kenmerk: M2212-261 - 23b02722 Onderwerp: Werkplan 2023 DCMR Datum: B&W 24 januari 2023

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 24 januari 2023 jongstleden heeft het college het Werkplan 2023 van DCMR Milieudienst Rijn mond vastgesteld. Zoals gebruikelijk zenden wij u het vastgestelde werkplan ter kennisname toe.

Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: In het Werkplan 2023 DCMR zijn de milieutaken beschreven die DCMR uitvoert voor de gemeente Rotterdam. Het werkplan legt voorts de nadruk op (de ondersteuning bij) de uitvoering van de prioriteiten en ambities van het college, zoals ook verwoord in het coalitieakkoord Eén Stad - Rotterdam.

Toelichting: Jaarlijks stelt DCMR een werkplan op, waarin wordt aangegeven welke taken zij het betreffende jaar voor de gemeente Rotterdam gaat uitvoeren. DCMR voert als gemeenschappelijke regeling de milieutaken uit voor de provincie Zuid-Holland en alle gemeenten in de Rijnmond-regio. Uitgangspunt voor het werkplan dat DCMR (aan de hand van een Programma van Eisen) voor Rotterdam opstelt, is een goede vervulling van de wettelijke milieutaken (Wet milieubeheer, Wabo en bij inwerkingtreding de Omgevingswet). Naast vergunningverlening, toezicht en handhaving verricht DCMR voor Rotterdam onder meer werkzaamheden op het gebied van bodemsanering, lucht, geluid, externe veiligheid, monitoring van de milieukwaliteit, advisering op ruimtelijke plannen en klachtenregistratie (meldkamer). De voorbereiding op en de implementatie van de Omgevingswet maakt nadrukkelijk deel uit van de werkzaamheden. De inzet van DCMR is in het werkplan zoveel mogelijk vertaald naar concrete producten en projecten. Lopende het jaar wordt in de voortgangsoverleggen tussen DCMR en de gemeente waar nodig nader invulling gegeven aan de werkzaamheden en worden procesafspraken gemaakt.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/2 24° januari 2023 M2212-261

In dit werkplan zijn ook de werkzaamheden opgenomen die DCMR in het kader van verduurzaming van stad en haven en de uitvoering van asbesttaken uitvoert. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Voor het Werkplan 2023 wordt een bijdrage van€ 21.539.589,- voor de uitvoering van milieutaken in rekening gebracht. Voor werkzaamheden in het kader van verduurzaming van stad en haven is daarnaast een bedrag van€ 278.000,- in het Werkplan 2023 DCMR opgenomen. Dit past binnen het programma Stedelijke ontwikkeling. Voor de uitvoering van de asbesttaken die met ingang van 1 januari 2022 aan DCMR zijn overgedragen, is een bedrag van€ 675.598,- in het Werkplan 2023 DCMR opgenomen. Dit wordt opgevangen bin n de beschikbare middelen van het programma Bestaande stad. Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De seer taris, ¢

Werkplan 2023 DCMR Milieudienst Rijnmond Gemeente Rotterdam

Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Auteur(s) Team Documentnummer Datum

: Gemeente Rotterdam – SI/Milieu : I.M.S. Schalkwijk : M.A. Lucas : Account en procesondersteuning : 22333735 : 22 december 2022

Inhoud 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden .......................................................... 5 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplan......................................................................................... 5 1.3 DCMR als opdrachtnemer......................................................................................................... 6 1.4 Relevante beleidskaders in Rotterdam ..................................................................................... 7 1.5 Wijze van verantwoorden .......................................................................................................... 7 1.6 Corona maatregelen ................................................................................................................. 8 1.7 Krapte op de arbeidsmarkt ........................................................................................................ 8 1.8 Omgevingswet .......................................................................................................................... 8 2. Financieel kader..............................................................................................................................

9 2.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 9 2.2 De tariefstructuur..................................................................................................................... 10 2.3 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken............................................................................... 10 2.4 Indeling in producten en clusters ............................................................................................ 11 3. Programma Milieubeheer ............................................................................................................. 12 3.1 Inleiding ................................................................................................................................... 12 3.2 Uitgangspunten en VTH programma ...................................................................................... 13 3.3 Uitgangpunten voor advisering over beleidsontwikkeling en toetsing en advisering over ruimtelijke plannen .................................................................................................................. 14 3.4 Uitgangpunten voor Databeheer, meten en monitoring ..........................................................

14 3.5 Toelichting op de clusters ....................................................................................................... 14 3.5.1 Cluster Reguleren (1.1) ................................................................................................. 14 3.5.2 Cluster Wabo-toezicht / Milieutoezicht(1.2) ................................................................... 16 3.5.3 Cluster Handhaving (1.3) ............................................................................................... 20 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden (1.4) ...................................................................... 20 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH (1.5)................................................................... 20 3.5.6 Cluster (Wabo) Regie (1.6) ............................................................................................ 20 3.5.7 Cluster Overige VTH-taken (1.7) ................................................................................... 21 3.5.8 Cluster Ruimtelijke ontwikkeling (1.8)............................................................................ 22 3.5.9 Cluster Beleidsadvisering (1.9) ...................................................................................... 24 3.5.10 Cluster Bodem (1.10).....................................................................................................

28 3.5.11 Cluster Lucht (1.11) ....................................................................................................... 31 3.5.12 Cluster Geluid (1.12)...................................................................................................... 32 3.5.13 Cluster Externe veiligheid / Omgevingsveiligheid (1.13) ............................................... 34 3.5.14 Cluster Internationaal(1.14) ........................................................................................... 37 3.5.15 Cluster Monitoring en databeheer (1.15) ....................................................................... 37 3.5.16 Cluster Relatiebeheer (1.16) ......................................................................................... 39 3.5.17 Cluster Projectbijdragen (1.17) ...................................................................................... 40 3.5.18 Cluster Materiele kosten (1.18) ..................................................................................... 42 4. Aanvullende opdrachten ............................................................................................................... 45 4.1 Werkplan Nieuwe energie .......................................................................................................

45 4.1.1 Inleiding ......................................................................................................................... 45 4.1.2 De ambities voor Rotterdam in 2023 ............................................................................. 45 4.1.3 Inzet DCMR ................................................................................................................... 45 4.1.4 Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam .............................................................. 46 4.2 Werkplan Asbest ..................................................................................................................... 47 4.2.1 Inleiding ......................................................................................................................... 47 4.2.2 De ambities voor Rotterdam in 2023 ............................................................................. 47 4.2.3 Inzet van de DCMR in 2023 .......................................................................................... 47 4.2.4 Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam .............................................................. 48 4.3 Overige opdrachten.................................................................................................................

49 4.3.1 Bodem ........................................................................................................................... 49 4.3.2 Lucht .............................................................................................................................. 49 4.3.3 Geluid ............................................................................................................................ 49 4.3.4 Chemisch advies ........................................................................................................... 50

Werkplan 2023 I 3

Bijlagen .............................................................................................................................................. 51 Bijlage 1 Overzichtstabel DCMR werkzaamheden Rotterdam .................................................. 51 Bijlage 2a Begroting werkzaamheden voor werkplan Nieuwe energie ........................................ 90 Bijlage 2b Begroting werkzaamheden voor werkplan Asbest ...................................................... 93 Bijlage 3 Taken, bevoegdheden en mandaat............................................................................. 94 Bijlage 4 Uitvoeringsbeleidsplan 2023-2026 .............................................................................. 96 Bijlage 5 Toelichting cluster Reguleren .................................................................................... 103 Bijlage 6 Integraal Handhavingsprogramma (IHP)................................................................... 104 Bijlage 7 Financiering dienstbrede projecten ........................................................................... 107 Bijlage 8 Afspraken over samenwerking DCMR/De Verkeersonderneming/ Dienst Stadsontwikkeling Rotterdam ....................................................................................

108 Bijlage 9 Afkortingenlijst ........................................................................................................... 109

Werkplan 2023 I 4

1. Inleiding 1.1

Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden

Gemeente Rotterdam is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling van de DCMR. Naast Rotterdam zijn 12 andere gemeenten (sinds 1 januari 2023 vormen de gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis samen de gemeente Voorne aan Zee) en de provincie aangesloten bij het samenwerkingsverband. De DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Brzo-taken voor de Provincies Zeeland en ZuidHolland, de meldkamer (geheel Zuid-Holland) en bij de landelijke Brzo-coördinatie. In het vervolg van dit werkplan wordt steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van de DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland, de participanten, bij de DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Veel taken moeten door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het basistakenpakket1 . Het werkplan is gebaseerd op de wensen en eisen van de gemeente Rotterdam als opdrachtgever, zoals geformuleerd in het Programma van eisen van de opdrachtgever.

Voor een aantal taken zijn door de participanten, bevoegdheden aan de DCMR gemandateerd. In bijlage 3 is het mandaat van Rotterdam opgenomen.

1.2

Van beleidsbegroting naar werkplan

Het Rijnmondgebied wordt gekenmerkt door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. De DCMR is daar al 50 jaar de uitvoerder van. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De Omgevingswet gaat daarvoor nieuwe eisen stellen aan de uitvoering van de taken van de DCMR. De beleidsbegroting van de DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen vastgelegd. De beleidsbegroting 2023 van de DCMR is op 30 juni 2022 door het Algemeen Bestuur van de DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door de DCMR uit te voeren taken in 2023 vastgelegd. Voor het werkplan van de gemeente Rotterdam is hierin een bijdrage van € 21.539.589 opgenomen.

Hierin is het extra budget vanuit Rotterdam voor intensivering van de inzet meegenomen en het budget voor de reguliere milieutaken vanuit de Doeluitkering Versterking Omgevingsveiligheidsdiensten. Zie verder hoofdstuk 2. De werkzaamheden die de DCMR voor Rotterdam uitvoert zijn in hoofdstuk 3, het programma Milieubeheer, beschreven. Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, maar ook de advisering over de fysieke leefomgeving (of ruimtelijke plannen), de ondersteuning bij beleidsontwikkeling en verder databeheer en monitoring. De in dit

1

Sinds 2015 zijn gemeenten en provincies op grond van de wet VTH verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving).

Werkplan 2023 I 5

werkplan genoemde producten en diensten zijn sinds 2015 gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus). Deze is aangepast vanwege de Omgevingswet. Het Beleidskader in de beleidsbegroting bevat de inhoudelijke prioriteiten voor het werk van de DCMR en is gebaseerd op het Meerjarenprogramma VTH 2021-2024. Op basis van de vijf beleidsopgaven veiligheid, tegengaan ondermijning, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid zijn 13 focuspunten voor de uitvoering vastgelegd. In bijlage 4 staat meer uitleg over het meerjarenprogramma.

1.3

DCMR als opdrachtnemer

In het Programma van eisen van de opdrachtgever is de DCMR door gemeente Rotterdam gevraagd om een offerte in te dienen in de vorm van een werkplan. In dit werkplan zijn de taken opgenomen die de DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de Gemeente Rotterdam (de reguliere taken), alsmede de taken die de DCMR voor Rotterdam uitvoert voor de Afdeling Duurzaamheid. De DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In zijn rol als opdrachtnemer ondersteunt en adviseert de DCMR de gemeente Rotterdam ten aanzien van duurzaamheid en milieu. Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door de DCMR worden aangeleverd. Agendering van stukken voor wethouderstaf, college of raad vindt uitsluitend plaats door de opdrachtgever zelf. De DCMR vertegenwoordigt de gemeente Rotterdam niet zonder dat de opdrachtgever hiervan op de hoogte is gesteld. Voor een goede borging van de inzet die de DCMR in dit kader pleegt, vindt afstemming en terugkoppeling met de opdrachtgever plaats. Bij de uitvoering van de werkplanonderdelen gaat de DCMR proactief en omgevingsbewust te werk.

Waar relevant vindt, in afstemming met de opdrachtgever, overleg plaats met andere clusters en partijen, zodat bijvoorbeeld oplossingen voor milieu- en of omgevingsvraagstukken kunnen worden aangedragen en ontwikkeld die op een efficiëntere of effectievere manier bijdragen aan verbetering van de omgevingskwaliteit of de bescherming van de burger. Periodiek bespreekt de DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever. De DCMR brengt de opdrachtgever proactief op de hoogte van alle bestuurlijke aangelegenheden en aandachtspunten in de uitvoering (wettelijke taken in het bijzonder). Voorts signaleert de DCMR de voor de opdrachtgever van belang zijnde ontwikkelingen (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De opdrachtgever houdt op zijn beurt de DCMR op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen, zoals internationale ontwikkelingen. De DCMR kan, indien ze dit als opdrachtnemer noodzakelijk acht, ook buiten het voortgangsoverleg zaken aan de opdrachtgever melden. Nieuwe ontwikkelingen, gebeurtenissen en inzichten kunnen gedurende de looptijd van het werkplan inzet op andere onderwerpen wenselijk of noodzakelijk maken. In overleg met de opdrachtgever wordt bekeken óf deze onderwerpen worden opgepakt en ten koste van welke projecten/activiteiten uit het werkplan dit geschiedt. Belangrijke wijzigingen legt de opdrachtgever voor aan de verantwoordelijke bestuurder(s).

De opdrachtgever draagt zorg voor een goede positionering van de DCMR in beleids- en bestuurlijke besluitvorming en heeft oog voor de positie van de DCMR als adviseur van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Dat betekent bijvoorbeeld dat de DCMR 'vooraan' in processen (onder meer op RO gebied) kan adviseren, om het rendement zo groot mogelijk te maken. In dat kader wordt de DCMR actief op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen binnen Rotterdam. Daarnaast draagt de DCMR er zelf actief aan bij goed op de hoogte te zijn van de bestuurlijke context en prioriteiten waarbinnen de advisering en werkzaamheden voor Rotterdam worden uitgevoerd. De opdrachtgever geeft in zijn Programma van Eisen aan dat het werkplan in ieder geval moet voorzien in de uitvoering van alle wettelijk verplichte milieutaken en een adequaat niveau van vergunningverlening en handhaving, met daarbij een nadrukkelijke aandacht voor controle op en handhaving van milieuovertredingen van risicovolle bedrijven. Deze onderwerpen zijn vanzelfsprekend opgenomen in het werkplan.

Werkplan 2023 I 6

Tevens wordt aangegeven, dat de nadruk in 2023 ligt op (ondersteuning bij) de uitvoering van de Rotterdamse prioriteiten en ambities zoals ook verwoord in het Coalitieakkoord 2022-2026 Eén Stad Rotterdam en de invoering van de Omgevingswet. Net als in 2022 zijn extra middelen gereserveerd voor de voorbereiding op en invoering van de Omgevingswet in dit werkplan (zie Cluster Beleidsadvisering, 3.5.9.) Ook alle andere participanten dragen hier aan bij. De woningbouwopgave noodzaakt Rotterdam tot bouwen op milieubelaste locaties waar grote opgaven liggen op het gebied van luchtkwaliteit, geluid, bodem en/of externe veiligheid. Met name de complexe geluidvraagstukken in stad en haven kunnen ingrijpen op de bouwopgave en vergen daarbij steeds meer inzet. De DCMR wordt nadrukkelijk verzocht zijn kennis en ervaring in te zetten om Rotterdam te helpen knelpunten het hoofd te bieden en mee te denken vanuit kansen om ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze inzet wordt ook nadrukkelijk verzocht voor het onderzoeken van de mogelijkheden van scherper vergunnen en handhaven in het Haven Industrieel Complex (HIC) om uitvoering te geven aan het Schone lucht Akkoord (SLA). De inzet gepland in het Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling in het werkplan is met ingang van 2021 substantieel verhoogd. Voor 2023 is de ureninzet nog verder opgehoogd.

In paragraaf 3.5.1 staat aangegeven wat de DCMR doet aan de uitvoering van het SLA, waarvan het scherper vergunnen een onderdeel is.

1.4

Relevante beleidskaders in Rotterdam

In 2022 heeft Rotterdam een nieuw college gekregen. De komende vier jaar ligt de focus op de uitvoering. Resultaatgericht en dichtbij de Rotterdammers. Schouder aan schouder voor een veilige, schone en groene stad. Voor de bouw van veel betaalbare woningen en voor de aanpak van de energietransitie. De inspanningen die Rotterdam daar voor verricht staan beschreven in het Rotterdamse coalitieakkoord 2022-2026 Eén Stad Rotterdam. Het college zet onder andere in op de onderwerpen energie en klimaat. De landelijke klimaatafspraken worden voortgezet. Er is budget voor duurzaamheidstransitie. De DCMR monitort deze transitie om zonodig tijdig bij te kunnen sturen. Innovatie in de haven wordt gestimuleerd. Walstroom wordt verder uitgerold. Er wordt geïnvesteerd in het Versnellingshuis ten behoeve van. vergunningen voor verduurzaming. Rdam Circulair wordt voortgezet. Het Schone Lucht Akkoord wordt uitgevoerd. Met DCMR en PZH wordt onder andere onderzocht of scherper vergunnen en handhaven kan. Tevens komen onderzoeken naar schonere havenkranen en de mogelijkheden voor het beperken van houtstook. Voor de (nacht-)horeca gaan minder regels gelden, er komt meer levendigheid ’s nachts, in Balans met het belang van bewoners. Woningbouw wordt gestimuleerd, er wordt verder gegaan met Feyenoord city, het OV-versterkt en er komt een extra oeververbinding met de metro.

Met het werkplan 2023 wordt zo goed mogelijk invulling gegeven aan de prioriteiten van het gemeentebestuur van Rotterdam.

1.5

Wijze van verantwoorden

Regelmatig wordt de voortgang van het werkplan besproken in een voortgangsoverleg met de opdrachtgever. Voor het overleg ontvangt de opdrachtgever een overzicht van de producten en de realisatiecijfers (maandrapportage) en de te bespreken agendapunten. De DCMR brengt de opdrachtgever op de hoogte van alle bestuurlijke aangelegenheden en aandachtspunten in de uitvoering (wettelijke taken in het bijzonder). Voorts signaleert de DCMR de voor de opdrachtgever van belang zijnde ontwikkelingen (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De voortgang wordt, conform de maatwerkafspraken met de opdrachtgever, schriftelijk in twee voortgangsrapportages gegeven (t/m mei en t/m augustus). In oktober wordt een prognose voor het einde van het jaar besproken. Binnen twee maanden na afronden van het jaar wordt de jaarrapportage uitgebracht. De rapportages worden per mail aangeboden.

Werkplan 2023 I 7

De voortgangsrapportages bevatten een beschrijving van de financiële realisatie, een grafische weergave van de realisatie per programma en de onderdelen daarbinnen, de stand van zaken per programma, de realisatiecijfers tot en met dat moment, een prognose voor de rest van het jaar en een overzicht van de wijzigingen in de begroting. De jaarrapportage geeft een beschrijving van de geleverde producten en uitgevoerde projecten en activiteiten, alsmede een inhoudelijke en financiële verantwoording van afwijkingen in de realisatie. Tevens bevat de jaarrapportage een financiële verslaglegging van de projecten die door verschillende partijen worden gefinancierd. Vier keer per jaar vindt een participantenoverleg plaats tussen de milieucontactambtenaren en de DCMR, onder leiding van de unitmanager Ruimte en Omgeving, over relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en de organisatie.

1.6

Corona maatregelen

1.7

Krapte op de arbeidsmarkt

1.8

Omgevingswet

Het is niet uit te sluiten dat er in 2023 weer Corona maatregelen noodzakelijk zijn, die van invloed zijn op de werkzaamheden van de DCMR. Dit geldt met name voor het toezichtprogramma. Ondanks mogelijke beperkingen vanwege Corona zal de DCMR de toezichtcapaciteit optimaal en zo slim mogelijk blijven inzetten. Er zijn alternatieve wijzen van toezichthouden/handhaven ontwikkeld, die naast de klassieke manier van toezichthouden blijvend worden ingezet.

Het is voor de DCMR in het algemeen lastig om vacatures in te vullen en bij een aantal specifieke functies zeer moeilijk. Dit is een landelijk beeld en speelt ook bij de overige gemeentes en bij de provincies. Er zijn verschillende acties ondernomen om nieuwe medewerkers te trekken, zoals meer stage plekken, nieuwe werving via de website en meeloop dagen. De verwachting is dat dit capaciteitsgebrek in 2023 ook aanwezig zal zijn. Dit kan van invloed zijn op (het tempo van) de realisatie van het werkplan.

De invoering van de Omgevingswet kan mogelijk financiële effecten hebben. Omdat een eenduidig beeld ontbreekt over deze effecten en omdat de datum van invoering nog niet zeker is, is in de bestuurlijke uitgangspunten voor de DCMR-begroting uitgegaan van de bestaande financiële kaders. De Omgevingswet heeft impact op de uitvoering van de taken van de DCMR. Daarom zijn onder meer de volgende zaken aangepakt: • De primaire werkprocessen zijn zo nodig aangepast aan nieuwe producten/instrumenten en aan nieuwe termijnen. • De Zuid-Hollandse producten- en dienstencatalogus (PDC) is aangepast. • Medewerkers van de DCMR hebben hun inhoudelijke kennis en vaardigheden verbreed naar de vereisten van de Omgevingswet. • Er is een voorstel mandaatbesluit voorgelegd aan de gemeente. • Er zijn afspraken gemaakt over het takenpakket. • Er zijn afspraken gemaakt in het kader van het Rijnmondberaad over samenwerking met de gemeente, GGD en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond onder de Omgevingswet. • Er zijn gegevens geleverd ten behoeve van de beslissing om leges te heffen. • Er heeft een verdere ontwikkeling plaatsgevonden naar een datagedreven organisatie. De werkelijke impact moet blijken. Maar verwacht wordt dat de invoering van de Omgevingswet en (tijdelijk) kosten opdrijvend effect gaat hebben en de eerste jaren van gewenning meer tijd zal vragen.

De DCMR heeft het Algemeen Bestuur voorgesteld om aan de voorkant scenario’s te verkennen hoe met de mogelijke financiële effecten om te gaan.

Werkplan 2023 I 8

2. Financieel kader 2.1

Inleiding

Het budget voor het werkplan Rotterdam 2023 is € 21.603.045. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Het werkplanbudget voor 2023 is ten opzichte van 2022 met 4,8% verhoogd conform de indexeringsbrief van 20 december 2021 (zaaknummer 613809) voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering is door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Voor de reguliere milieutaken vanuit de Doeluitkering Versterking Omgevingsveiligheidsdiensten is verder nog € 208.047 beschikbaar voor werkzaamheden voor externe veiligheid. Voor toezicht op de verplichting van minstens energielabel C voor kantoren is een bijdrage aan het werkplan toegevoegd van € 63.456. Voor EPBDIII wordt waarschijnlijk ook een bijdrage aan het werkplan toegevoegd. Deze bijdrage is echter nog niet bekend. Dit betekent dat er een budget van € 21.603.045 kan worden ingezet voor de uitvoering van de werkzaamheden, zoals samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1: Opbouw financieel kader werkplan Rotterdam 2023 Onderdelen financieel kader werkplan 2023

Budget

Budget werkplan Rotterdam 2022 incl. aanvullende financiering Meldkamer

€ 18.354.525

Extra toegekend budget intensivering inzet

€ 2.000.000

Indexering van 4,8%

€

977.017

Subtotaal

€ 21.331.542

Werkzaamheden externe veiligheid (doeluitkering)

€

208.047

Energielabel C

€

63.456

EPBDIII* Totaal financieel kader werkplan Rotterdam 2023

PM € 21.603.045

* Mogelijk wordt in een later stadium een bijdrage voor EPBDIII aan het werkplan toegevoegd. Het budget van € 21.603.045 wordt ingezet voor de uitvoering van het programma Milieubeheer in het werkplan Rotterdam 2023.

Werkplan 2023 I 9

2.2

De tariefstructuur

Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2023 gehanteerd die door het Algemeen Bestuur van de DCMR op 8 december 2022 zijn goedgekeurd, wat neerkomt op een gemiddelde tariefsverhoging van 4,8 % ten opzichte van 2022. Tabel 2: Tarieven 2023 Tariefgroep Salarisschaal 5 t/m 8 1 9 2 10 3 11 4 12 5 13 6 14 t/m 18 7

2.3

Tarief 2022 € 90,00 € 101,00 € 111,00 € 122,00 € 130,00 € 134,00 € 142,00

Tarief 2023 € 95,00 €107,00 €117,00 €128,00 €135,00 €139,00 €147,00

Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken

De VTH-basistaken zijn de bedrijfsgerelateerde Wabo-taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Voor het bepalen van het benodigde budget heeft het Algemeen Bestuur van de DCMR op 12 december 2018 de methodiek voor het vaststellen van budgetten voor de VTH-taken vastgesteld. Een wezenlijk onderdeel voor het bepalen van het VTH-basisbudget is het bedrijvenbestand. Met de komst van de Omgevingswet moet de methodiek voor het vaststellen van budgetten voor de VTH-taken worden aangepast. Vooralsnog wordt de huidige methodiek nog gebruikt in een eenvoudigere vorm. De onduidelijkheid over de invoering en de financiële consequenties van de Omgevingswet naast de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen om de budgetonafhankelijkheid van omgevingsdiensten te vergroten, zijn redenen de methodiek nu niet grondiger te herzien. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, past het niet meer om met de huidige indeling van bedrijven in categorieën (vergunningplichtig of meldingsplichtig en risico categorieën) het basisbudget te berekenen. De DCMR heeft er daarom voor gekozen om, zolang er geen nieuwe systematiek is, voor de werkplannen uit te gaan van het VTH-basisbudget van 2021/2022. Vanwege bestuurlijke wensen zijn aanvullende afspraken gemaakt over extra inzet voor de VTH-basistaken. In de paragrafen 3.5.1 tot en met 3.5.5 wordt hier nader op ingegaan.

Het opgenomen budget voor de VTH-basistaken is daardoor hoger dan het berekende budget voor de VTH-basistaken.

Werkplan 2023 I 10

2.4

Indeling in producten en clusters

Voor de werkplannen van de DCMR is een gestandaardiseerde verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters komen voort uit de VTH-basistaken. In de overzichtstabel van bijlage 1, is per cluster aangegeven welke producten eronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In tabel 4 en 5 zijn de voor de gemeente Rotterdam relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2023 per cluster aangegeven. Tabel 4: De clusters van het programma Milieubeheer Nr 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15 1.16 1.17 1.18

Cluster Reguleren Wabo toezicht Handhaving Juridische werkzaamheden Kwaliteit en ontwikkeling VTH Wabo Regie Overige VTH taken Ruimtelijke ontwikkeling Beleidsadvisering Bodem Lucht Geluid Externe veiligheid Internationaal Monitoring en databeheer Accountbeheer Projectbijdragen Materiele kosten (zie tabel 5) Totaal

Begroting Uren 19.647 65.467 4.712 930 3.909 1.485 5.968 25.620 3.818 24.414 2.372 2.390 3.753 200 3.759 4.462

172.906

Budget € 2.419.725 € 7.442.892 € 579.812 € 117.273 € 494.775 € 155.777 € 680.094 € 3.178.880 € 485.993 € 2.803.250 € 273.093 € 301.261 € 479.282 € 25.614 € 462.069 € 558.350 € 540.406 € 604.501 € 21.603.045

In tabel 5 is de onderverdeling van de materiele kosten opgenomen. Tabel 5: Onderverdeling van de materiële kosten (cluster 1.18) Materiële kosten (1.18)

Budget

Advertentiekosten (1.18)

€

1.500

Monstername indirecte lozingen (1.18)

€

10.000

UBT (1.18)

€

28.600

Abonnementskosten (1.18)

€

15.000

Circulaire Materialenbank (voorheen Grondbank bouwstoffenbesluit) (1.18) Vaste bijdrage RMC (1.9j)

€ €

200.000 230.303

Groepensubsidies (1.9j)

€

18.335

Inventarisatie ZZS bodem en grondwater

€

25.000

Verificatieonderzoeken Wbb (1.18)

€

1.000

Commissie MER adviezen (1.18)

€

60.000

Beheer geluidsmonitoringssysteem stadhuisplein (1.18)

€

10.000

Stelpost onvoorziene uitgaven

€

4.764

Totaal

€

604.501

Werkplan 2023 I 11

3.

Programma Milieubeheer 3.1

Inleiding

De DCMR geeft uitvoering aan zijn werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al zijn primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. Programma milieubeheer en programmamanagement Voor een groot deel van het reguliere werk is de DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te ingewikkeld, complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de taakgerichte lijnorganisatie. Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen. In 2023 wordt door de DCMR aan de volgende programma’s gewerkt binnen het overkoepelende Programma Milieubeheer: • Verduurzaming Industrie • Circulaire Economie en Energietransitie van de bebouwde omgeving • Milieucriminaliteit • Implementatie Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) • Stad en Haven • Complexe bedrijfsdossiers • Organisatieontwikkeling • Datagedreven organisatie In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2023 binnen het programma Milieubeheer worden uitgevoerd. Het werk van de DCMR is in te delen in de volgende drie kerntaken.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit betreft reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Activiteitenbesluit en Bodemwet- en regelgeving. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebeurt dit onder meer op basis van de Omgevingswet, de invoeringswetten, de uitvoeringsbesluiten Bkl, Ob, Bal en Bbl, de uitvoeringsregeling. Voor milieubelastende activiteiten uit het Activiteitenbesluit die niet in het Bal of Bbl zijn opgenomen, zijn voorschriften via de Bruidsschat te vinden in het Omgevingsplan. Advisering over beleidsontwikkeling en toetsing van en/of advisering voor ruimtelijke plannen Dit betreft de bevoegd gezag taken voor de milieueffectrapportage, de advisering op de milieueffectrapportage en de advisering op en toetsing van ruimtelijke plannen, waaronder omgevingsplannen. Verder ondersteunt de DCMR op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten.

Door het beleggen bij de DCMR van de taken als bevoegd gezag voor milieueffectrapportage zoals bedoeld in de Wet milieubeheer wordt invulling gegeven aan een passende scheiding tussen de initiatiefnemer (die verantwoordelijk is voor het opstellen van een plan/besluit inclusief benodigde onderzoeken) en het bevoegde gezag (die verantwoordelijk is voor het inhoudelijk beoordelen van de onderzoeken en het correct doorlopen van de noodzakelijke procedures). In gevallen dat de gemeente beide rollen heeft (dat is het geval bij de meeste beleidsplannen en ruimtelijke plannen) is een dergelijke rollenscheiding wettelijk verplicht bij projectm.e.r.-procedures en wordt op basis van een landelijke handreiking dit wenselijk geacht bij planm.e.r.-procedures. De invulling van deze rollenscheiding is nader uitgewerkt in concrete werkafspraken tussen de DCMR en gemeente Rotterdam. Databeheer en monitoring Door het verzamelen van data, het monitoren van trends, en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening, wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht. De informatie vormt de basis voor planontwikkeling, interventies of nieuw beleid. Daarnaast is deze informatievoorziening de basis voor de vergunningverlening en het toezicht en voor de ruimtelijke advisering.

Werkplan 2023 I 12

3.2

Uitgangspunten en VTH programma

In het Programma van Eisen van de opdrachtgever wordt aangegeven dat het werkplan voorziet in alle wettelijke verplichte milieutaken en een adequaat niveau van vergunningverlening en handhaving, met daarbij een nadrukkelijke aandacht voor controle op en handhaving van milieuovertredingen van risicovolle bedrijven. De DCMR wordt nadrukkelijk verzocht zijn kennis en ervaring in te zetten om Rotterdam te helpen knelpunten het hoofd te bieden en mee te denken vanuit kansen om ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze inzet wordt ook nadrukkelijk verzocht voor het onderzoeken van de mogelijkheden van scherper vergunnen en handhaven in het Haven Industrieel Complex (HIC) om uitvoering te geven aan het Schone lucht Akkoord (SLA). BIG-8 cyclus In het Besluit omgevingsrecht (BOR) zijn de procescriteria vastgelegd voor de uitvoering van de VTH taken. Deze procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus, de BIG-8. Voor de uitvoering gaat ook de DCMR uit van de BIG-8 cyclus, zie onderstaande figuur. Figuur 2: BIG-8 cyclus

Op basis van het strategisch beleidskader (van toepassing zijnde wet- en regelgeving en beleidsnota’s van participanten) zijn twee documenten voor de operationalisering van het beleid door het Algemeen Bestuur vastgesteld: het VTH Uitvoeringsbeleidsplan 2019-2022 (UP) en het Meerjarenprogramma (MJP) VTH 2021-2024. Deze twee documenten zijn in 2022 samengevoegd en geactualiseerd in het Uitvoeringsbeleidsplan 2023-2026. Op basis van dit document en het op basis daarvan beschikbare budget worden jaarlijks de werkplannen opgesteld. Deze geven op hun beurt richting aan de uitvoering, de onderkant van de BIG8 (uitvoeringscyclus). De brancheplannen en het actualisatieprogramma reguleren, zijn voorbeelden van documenten die sturing geven aan de uitvoering en vormen gezamenlijk het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. In paragraaf 3.3 is het uitvoeringsprogramma clustergewijs

Werkplan 2023 I 13

toegelicht. Ter sluiting van de cyclus worden de resultaten van de uitvoering van beleid en het uitvoeringsprogramma gemonitord (verantwoording). Hiermee wordt input geleverd voor de beleidsevaluatie en wordt informatie gegenereerd voor eventuele bijsturing van de uitvoering. Risicogestuurd De DCMR voert toezicht en reguleren risico gestuurd uit op basis van het hierboven genoemde uitvoeringsprogramma. Deze werkwijze is vastgelegd in het UP en MJP. In bijlage 4 is de methodiek van risicogestuurd toezicht nader toegelicht evenals diverse onderdelen van het uitvoeringsbeleidsplan.

3.3

Uitgangpunten voor advisering over beleidsontwikkeling en toetsing en advisering over ruimtelijke plannen

In het Programma van Eisen van de opdrachtgever wordt aangegeven dat de nadruk in 2023 ligt op (de ondersteuning bij) de uitvoering van de Rotterdamse prioriteiten en ambities en de invoering van de Omgevingswet. De woningbouwopgave noodzaakt Rotterdam tot bouwen op milieubelaste locaties waar grote opgaven liggen op het gebied van luchtkwaliteit, geluid, bodem en/of externe veiligheid. Met name de complexe geluidvraagstukken in stad en haven kunnen ingrijpen op de bouwopgave en vergen daarbij steeds meer inzet. De DCMR wordt nadrukkelijk verzocht zijn kennis en ervaring in te zetten om Rotterdam te helpen knelpunten het hoofd te bieden en mee te denken vanuit kansen om ontwikkelingen mogelijk te maken. Uitdaging De uitdaging voor Rotterdam is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefkwaliteit te verbeteren in een gezonde Balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van milieu en duurzaamheid (geluid, lucht, veiligheid, bodem, energie, klimaat), maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet biedt hiervoor goede mogelijkheden. Op verzoek van de gemeente kan de DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht en omgevingsbeleid.

Dit gebeurt op basis van betrouwbare en actuele (milieu)gegevens en de meest actuele kennis van beschikbaar instrumentarium. De werkzaamheden die de DCMR hiertoe uitvoert, zijn opgenomen in de paragrafen 3.5.8 tot en met 3.5.14.

3.4

Uitgangpunten voor Databeheer, meten en monitoring

3.5

Toelichting op de clusters

DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en betaalbaar zijn voor alle processen en producten die de dienst levert (vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring). De uitgangspunten voor datakwaliteit zijn vastgelegd, en er is een organisatiemodel ontwikkeld met afspraken wie waarvoor verantwoordelijk is. Om data, die betrekking hebben op de kwaliteit van de omgeving in de regio Rijnmond beschikbaar te maken, wordt samen met de participanten uitvoering gegeven aan het meerjarenprogramma regionale omgevingsinformatie (ROI). In het programma ROI worden ruwe data bewerkt tot informatieproducten, ter ondersteuning van de primaire processen van DCMR. Voorbeelden van informatieproducten zijn geo-viewers en dashboards. Binnen het programma ROI wordt gewerkt volgens de agile/scrum, waarbij de informatieproducten samen met de gebruikers stapsgewijs ontwikkeld worden. Zie verder paragraaf 3.5.15

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 Cluster Reguleren (1.1) De DCMR heeft regulerende taken in het kader van de Wet milieubeheer en na invoering de Omgevingswet. Zo verleent de DCMR omgevingsvergunningen voor het milieu, handelt milieumeldingen op basis van het activiteitenbesluit of het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal) af en legt maatwerkvoorschriften op. De meeste bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (MKB) zijn meldingplichtig op grond van het Activiteitenbesluit of het Bal. Complexe bedrijven hebben vaak een milieuvergunning nodig.

Werkplan 2023 I 14

Met vergunningen voor grote bedrijven worden milieubelasting en veiligheidsrisico's voorkómen of beheerst. Daarvoor is een actuele vergunning vereist die dekkend is voor alle milieurelevante activiteiten van het bedrijf. Het aantal vergunningplichtige bedrijven loopt al jaren terug, doordat het Rijk voor steeds meer en ook grotere bedrijven algemene milieuregels stelt. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat voor het merendeel van de bedrijven in de gemeente Rotterdam, toezicht en handhaving van de standaardregels, de voornaamste wettelijke instrumenten zijn om de milieubelasting te beheersen. Rotterdam is niet voor alle bedrijven op Rotterdams grondgebied het bevoegd gezag. Met name voor de grote industrieën in het havengebied (raffinaderijen, chemische procesinstallaties, grote tankterminals, kolencentrales) is de Provincie Zuid-Holland dat. Dit geldt ook voor alle bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen verwerken en vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo). Zowel provinciale als gemeentelijke bedrijven worden op dezelfde manier benaderd door de DCMR. De vergunningverlening en het toezicht bij alle bedrijven is gebaseerd op het VTH uitvoeringsbeleidsplan.

In 2022 is het Uitvoeringsbeleidsplan geactualiseerd op ontwikkelingen als de Omgevingswet, de nieuwe landelijke sanctiestrategie en de vereenvoudiging van de berekeningsmethodiek voor VTH taken. Deze berekeningsmethodiek gaat voor het eerst gelden voor de berekening van het basisbudget 2024. Rotterdam telt ruim 13.000 bedrijven waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Voor 268 bedrijven zijn de milieuvoorschriften opgenomen in een omgevingsvergunning. Ruim 7.500 zijn meldingplichtig en moeten aan de algemene regels in het Activiteitenbesluit (Wet milieubeheer) of Bal (Omgevingswet) voldoen. De rest van de bedrijven valt onder een lichter regime en hoeven geen melding te doen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de vergunningplicht voor een aantal bedrijven te vervallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor tankstations. Aan de andere kant verandert het bevoegd gezag van een aantal bedrijven van provinciaal naar gemeentelijk, waardoor het aantal bedrijven met vergunningplichtige milieubelastende activiteiten weer toeneemt. Ook de huidige OBM-plichtige bedrijven worden vergunningplichtig. De verwachting is dat het aantal bedrijven met vergunningplichtige milieubelastende activiteiten voor de gemeente Rotterdam ongeveer gelijk gaat blijven.

Naast de bedrijven met vergunningplichtige milieubelastende activiteiten, hebben de meeste andere bedrijven meldingplichtige of informatieplichtige milieubelastende activiteiten. Deze bedrijven moeten voldoen aan algemene regels, zoals uit het Omgevingsplan en het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal). Reguleren vindt veelal vraaggestuurd plaats. Een aanvraag voor een vergunning, een maatwerkvoorschrift of een melding komt op initiatief van een bedrijf. Daarnaast is het van belang om verouderde vergunningen te actualiseren en zo nieuwe wetgeving en richtlijnen te implementeren. Dit gebeurt risicogericht en middels een jaarlijks op te stellen actualiseringsprogramma. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de focuspunten uit het MJP en de (wettelijke) termijnen voor implementatie. Voor verdere informatie, zie bijlage 4. Schone Lucht Akkoord De gemeente Rotterdam heeft in 2020 het Schone Lucht akkoord (SLA) getekend. Aan de volgende maatregelen voor de luchtkwaliteit uit het SLA wordt door de DCMR invulling gegeven: 1. Vergunningen voor de industrie moeten volgens Europese regelgeving voldoen aan BBT-niveau. De BBT-conclusies zijn daarbij een belangrijke richtwijzer, maar deze bevatten een bandbreedte waarbinnen sprake is van BBT en het is aan de vergunningverlener om de emissie-eisen af te stemmen op de specifieke situatie.

Partijen spreken af dat in nieuwe of geactualiseerde vergunningen die vanaf 2020 worden afgegeven, emissie-eisen staan die zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BREF-range liggen (de strengste eisen); 2. Provincies en gemeenten zetten zich in om scherp te vergunnen, hun vergunningenbestand tijdig te actualiseren en waar nodig toezicht aan te scherpen. Versnellingshuis De DCMR werkt verder mee aan het zogenaamde Versnellingshuis. Het Versnellingshuis Energietransitie Haven Industrieel Complex (HIC) is een uniek samenwerkingsverband van het

Werkplan 2023 I 15

Havenbedrijf Rotterdam, de bedrijven in het HIC (vertegenwoordigd via Deltalinqs), de gemeente Rotterdam, InnovationQuarter, DCMR Milieudienst Rijnmond, provincie Zuid-Holland, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat. Het Versnellingshuis helpt barrières weg te nemen op het gebied van regelgeving, financiën en vergunningen als het gaat om verduurzamingsprojecten. De DCMR krijgt via het versnellingshuis in een vroeg stadium inzicht in verduurzamingsinitiatieven. Deze worden met een intern multidisciplinair team voorbesproken, waardoor DCMR initiatiefnemers vooraf kan adviseren over versnelling van het vergunningsproces rond het initiatief. Daarnaast stelt het de interne DCMR organisatie in staat zich voor te bereiden op procedures die gaan lopen en kennisopbouw hiervoor te doen. 3.5.2 Cluster Wabo-toezicht / Milieutoezicht(1.2) Onder toezicht van de Wet milieubeheer vallen de volgende taken: • Preventief toezicht (conform inspectieprogramma); • Afhandeling klachten incidenten en bedrijfsmeldingen; • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek; • Juridische beleidsondersteuning; • Meldkamer. Programmatische aanpak De DCMR pakt preventief toezicht voornamelijk programmatisch op.

Elke vier jaar stelt de DCMR voor de branches een brancheplan op. Integraal onderdeel zijn de focuspunten vanuit het MJP. Dat plan wordt elk jaar bijgesteld en na vier jaar wordt de Balans opgemaakt. Enkele oorzaken voor die bijstelling zijn wijziging in de risico’s, andere wensen vanuit de participanten of nieuwe wetgeving. In het plan staat welke mix aan instrumenten ingezet gaan worden om tot zo effectief mogelijk toezicht op de relevante risico’s in die branche te komen. Risico analyse Belangrijke instrumenten om die risico’s in beeld te krijgen en tot een zo effectief mogelijke toezichtstrategie te komen zijn het RIAN model, de analyse van externe informatiebronnen en de brancheaanpak. Het RIAN geeft inzicht in trends in bijvoorbeeld naleving, incidenten, inspectiehistorie en klachten. Naast het RIAN model wordt ingezet op analyse van informatie van andere bronnen zoals collega toezichthouders of openbare bronnen. Deze inzichten vullen branchetrekkers aan met hun kennis van de branche. Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelde bedrijven (OTG) en mogelijke andere gedrag van de OTG beïnvloedende partijen. Al deze inzichten samen helpen een effectieve toezicht strategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien.

Daarnaast zet de DCMR ook gericht gebiedscontroles in om ontwikkelingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht. Programmaplan Milieucriminaliteit In 2022 is het programmaplan Milieucriminaliteit vormgegeven. Doel van dit programmaplan is om de samenwerking en de samenhang in de aanpak van milieucriminaliteit te verbeteren. Zowel bezien vanuit het strafrecht en het bestuursrecht. De aanpak van milieucriminaliteit vereist afstemming met de gemeenten (bijvoorbeeld bij de gezamenlijke aanpak op het thema ondermijning) maar dient ook afgestemd te worden met andere organisaties die betrokken zijn in de aanpak. Denk hierbij aan gezamenlijke inzet met de politie, Functioneel pakket, ILT, de NVWA en de ZuidHollandse Omgevingsdiensten. Door de bovenregionale samenwerking te versterken is een effectievere inzet mogelijk. Onder meer door gebruik te maken van elkaars expertises. Het programmaplan milieucriminaliteit kent 3 pijlers: - voorkomen, - opsporen en -vervolgen en sanctioneren. In 2023 zal voor elk van de 3 pijlers de prioritering en de te behalen mijlpalen worden vastgesteld.

Concreet voorbeeld van een van de mijlpalen is het samenstellen van een team Ketenrecherche binnen de afdeling Toezicht en Handhaving om de opsporing van milieucriminaliteit te versterken. Diverse beschikbare disciplines (bijv. een criminoloog en dataspecialist) binnen de afdeling gaan intensiever en meer gericht samenwerken. Financiering van het programma vindt grotendeels plaats

Werkplan 2023 I 16

vanuit de reeds beschikbare gelden vanuit de werkplannen. Daarnaast zijn in het kader van de versterking van de VTH-taken bij de omgevingsdiensten gelden (de zogenoemde SPUK-regeling) beschikbaar gesteld vanuit het interbestuurlijk programma. T01 Controle inrichting (preventief): Indirecte lozingen De gemeente Rotterdam heeft naar aanleiding van een incident bij de RWZI van het Waterschap Hollandse Delta in 2020 een Waterakkoord afgesloten met het Waterschap. Naar aanleiding van dit Waterakkoord let de DCMR extra op de lozingen van afvalwater bij de bedrijven. Samen met de waterschappen heeft de DCMR in dat kader een aantal branches geselecteerd van risicovolle lozers die de komende jaren extra aandacht krijgen. Het risicogestuurde toezichtsprogramma is aangepast op deze taakintensivering. T01 Controle inrichting (preventief): Integraal Handhavingsprogramma Sinds 2003 werken afdeling Bouw- en Woningtoezicht van cluster Stadsontwikkeling) (BWT SO), de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) en de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) intensief en integraal samen bij de uitvoering van de handhavingstaken. Sinds 2018 is ook cluster Stadsbeheer aangesloten en vanaf 2019 de directie Veiligheid vanuit de aanpak Ondermijning.

De basis hiervoor is het Meerjarenprogramma fysieke veiligheid 2022-2025 dat door de betrokken partijen gezamenlijk is opgesteld, waarbij dit meerjarenprogramma jaarlijks in een integraal handhavingsprogramma (IHP) wordt uitgewerkt. Vanuit deze brede samenwerking is daarnaast gewerkt aan een nieuw gezamenlijk beleidsplan Naleving omgevingsrecht dat in 2021 door Rotterdam bestuurlijk is vastgesteld. De regie op de uitvoering van het meerjarenprogramma/IHP wordt gevoerd door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en de uitvoering vindt plaats door SO, SB, VRR en DCMR gezamenlijk. Het IHP bestaat uit de zogenaamde branchecontroles en overige activiteiten. De samenwerking tussen de diensten heeft de volgende doelen: • Bevorderen van de samenwerking op het gebied van veiligheid; • Meer veiligheid (objectief: bijvoorbeeld nalevingspercentages) en beter veiligheidsgevoel bij burgers en bedrijven; • Vergroten van het veiligheidsbewustzijn bij objectgebruikers en -beheerders; • Realiseren van schaalvoordelen door het delen van kennis, kunde en ervaring; • Voorkomen dat instanties en ondernemers door afzonderlijke controles onnodig worden belast; • Het realiseren van een betere spreiding, verdeling en planning van de controlebezoeken. Binnen het IHP vindt toezicht plaats op verschillende branches. Per branche heeft één van de betrokken organisaties de rol van trekker.

De anderen zijn deelnemer, adviseur, signalist of hebben geen rol. In bijlage 6 zijn de geselecteerde branches en de rol van de DCMR en de andere organisaties te zien. De activiteiten van DCMR worden opgenomen in de relevante brancheplannen. Er is een werkgroep waarin er op operationeel/tactisch niveau wordt afgestemd over de gezamenlijke plannen, uitvoering en rapportage. Daarnaast is er een regiegroep waarin op tactisch/strategisch niveau wordt afgestemd. De werkzaamheden voor ondermijning zijn vanaf 2021 ondergebracht in het werkplan. Met DV vindt overleg plaats over programmering van deze controles. T01 Controle inrichting (preventief): Invoering meldplicht Artikel 2.15 Op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit moeten alle bedrijven met een jaarlijks energieverbruik van meer dan 50.000 kWh en/of meer dan 25.000 m3 aardgas equivalenten verplicht rendabele energiebesparende maatregelen treffen én hierover vierjaarlijks een melding of een onderzoek indienen. Deze verplichting is van toepassing voor ca 6000 bedrijven in het Rijnmondgebied en wordt onder de Omgevingswet uitgebreid. De maatregelen gaan ook gelden voor bedrijven die deelnemen aan de Emissiehandel (ETS). Daarnaast worden ook maatregelen voor duurzame opwekking met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar verplicht gesteld.

De definitieve regels uit het Bal en het Bbl zijn in het najaar van 2022 gepubliceerd. Ondersteuningsregeling informatieplicht energiebesparing

Werkplan 2023 I 17

Het Rijk biedt tot en met 2026 een financiële impuls voor het toezicht op de energiebesparingsplicht. Dit gebeurt door middel van een Specifieke Uitkering (SPUK). Deze regeling heeft tot doel om meerjarig additionele capaciteit voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht te realiseren. Een omgevingsdienst kan daarvoor een aanvraag indienen. De SPUK mag alleen aangevraagd worden als additioneel budget met 2022 als referentie jaar. Dit ter voorkoming dat de structurele bijdragen afkomstig van gemeenten, die voor de VUE regeling nodig was, afneemt. Om optimaal van de SPUK gebruik te maken, is door de DCMR vóór 11 november 2022 een aanvraag ingediend. Deze aanvraag is afgestemd met het Dagelijks Bestuur. De VUE regeling waarbij omgevingsdiensten via een rijksregeling diensten van derden inkopen eindigt in november 2023. Hiervoor is in 2022 een plan ingediend. SPUK gelden Wanneer de SPUK gelden worden toegekend gaat de DCMR de activiteiten uitvoeren aangegeven in onderstaande tabel. Dit zijn activiteiten die de DCMR doet in aanvulling op de werkzaamheden die in de werkplannen van de participanten zijn opgenomen. Er wordt tenminste 70% van het SPUK budget besteed aan de activiteiten A1 tm A5 en maximaal 30% van het SPUK budget aan activiteiten B1 tot en met B4 Nummer A1

Aciviteit Bedrijfsbezoeken en hercontroles

Nummer B1

A2

Administratieve controles (opvragen en beoordelen ingediende rapportages) Opvragen benodigde energiegegevens Ondersteuning 1,2,3 (technisch juridisch advies) Deelname landelijk coördinatieteam ODNL (kennisopbouw en uniformeren beoordeling)

B2

A3 A4 A5

Activiteit Stimulerende toezichtsactiviteiten uitvoeren van maatregelen (bovenwettelijk) Verbeteren inzicht in de doelgroep (anders dan bij activiteiten A2 en A3)

B3

Opleiding en training

B4.1 B4.2 B4.3 B4.4

Inrichten monitorsystemen Aanleveren periodieke rapportages Jaarlijks aanpassen projectplan Management- en wervingskosten

T01 Controle inrichting (preventief): Toezichtslab Het Toezichtslab draagt bij aan doelgericht en effectief toezicht, door inzichten uit de gedrags-, dataen communicatiewetenschappen te vertalen naar praktische tools en interventies. Deze kennis kan ingezet worden bij belangrijke toezichtuitdagingen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop. Dit kan gaan om incidentele uitdagingen (bijvoorbeeld een bedrijf dat regels blijft overtreden) of structurele en duurzame gedragsveranderingen (bijvoorbeeld het tegengaan van morsen van plastic korrels naar het milieu belanden of de beïnvloeding van cultuur bij bedrijven). Er wordt ingezet op datagedreven werken om het toezicht gerichter in te zetten. De opgedane kennis wordt daarnaast ook steeds meer gebruikt bij andere taken van de DCMR (reguleren en advisering), onder andere bij klimaat gerelateerde uitdagingen. T02 Controle inrichting (repressief): Inzet horeca (waaronder horecageluidmetingen) (1.7m) De gemeente Rotterdam heeft er in het verleden voor gekozen om bovenop het basisbudget extra in te zetten op toezicht bij de horeca. Geluidsoverlast afkomstig van de horeca wordt onderzocht en bij overtreding van de norm wordt handhavend opgetreden. Een aanzienlijk aantal van alle meldingen van geluidsoverlast is afkomstig van de horeca.

Net als de overige meldingen van overlast worden ook de meldingen van geluidsoverlast afkomstig van de horeca uitgezet bij de toezichthouders van de DCMR. Voorheen werden standaard horecageluidmeetrondes ingepland. Er is nu voor gekozen om de toezichthouders te laten bepalen wat de benodigde interventie is om overlast voor de burgers tot een minimum te beperken. Indien blijkt dat het aantal overlastmeldingen zich centreren op een specifieke dag dan wel gebied kan bijvoorbeeld alsnog een horecageluidmeetronde worden georganiseerd. Tijdens de inzet van toezichthouders van de DCMR vinden diverse soorten activiteiten plaats.

Werkplan 2023 I 18

Zo onderzoekt de DCMR de meldingen en voert geluidmetingen uit bij of in de woning van de melder. Verder kan de DCMR de maatwerkvoorschriften van een horecabedrijf controleren. Als een voorziening (zoals een goed afgestelde geluidsbegrenzer) aanwezig is, kan dit klachten voorkomen. De DCMR werkt samen met de dienst Stadsbeheer / Stedelijke inzet. Wanneer toezichthouders van de DCMR constateren dat een bedrijf de vergunningsvoorwaarden van de exploitatievergunning niet naleeft (wanneer er bijvoorbeeld meer dan achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht, zonder dat dit is vergund), wordt hier een rapport van bevindingen van opgemaakt en wordt dit doorgegeven aan de dienst Stadsbeheer / Stedelijke inzet. Zo volgen beide organisaties het handhavingstraject zoals omschreven in de huidige horecanota, maar wordt het op verschillende manieren aangepakt. T02 Controle inrichting (repressief): Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het operationele toezicht is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen. Indien mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt problematiek op een zodanige wijze in kaart gebracht dat anderen dat kunnen doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1733a3e3-8c1a-4363-97db-7e2e8ae43d68