[23bb000412] Collegebrief over Werkplan 2023 DCMR
Tekst van het document
T02 Controle inrichting (repressief): Meldkamer De meldkamer van de DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied. Binnen de meldkamer van de DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen deskundige meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving. Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamer-inspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen.
Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer DCMR monitort het e-nose netwerk, niet alleen voor afwijkende patronen vanuit de industrie, maar ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd en de meldkamer voert deze werkzaamheden uit voor de gehele provincie. Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd. Bij vijftien of meer klachten per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Brzo en RIE4 bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen de DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie.
Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het Twitter-account van de DCMR. Dit jaar is één van de speerpunten voor de meldkamer het verder professionaliseren van de behandeling van de signalen van bedrijven, bewoners, monitoringssystemen en instanties. Werkprocessen en inwerktrajecten worden met behulp van LEAN-systematiek verbeterd. Een onderdeel daarvan is de meldsystematiek voor incidenten en bedrijfsmeldingen uniformeren voor alle Brzo bedrijven in provincie Zuid-Holland en Zeeland. Uitgevoerde analyses op overlastpatronen worden verder gestandaardiseerd. Hierbij worden concrete stappen aangegeven voor het oplossen van de overlastsituatie. Met andere toezichthouders en
Werkplan 2023 I 19
zonodig vakspecialisten wordt de beste aanpak besproken. Onderzocht wordt of dergelijke trendanalyse ook kan worden opgezet voor andere signalen, zoals incidentmeldingen. 3.5.3 Cluster Handhaving (1.3) Bij constatering van overtredingen treedt de DCMR repressief op, volgens de ‘sanctiestrategie voor milieuovertredingen’. De sanctiestrategie geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie ook bijlage 4. Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu. Rotterdam streeft naar transparantie. In dat kader worden alle bestuursrechtelijke maatregelen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, gepubliceerd op de website van de DCMR. 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden (1.4) Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals het voorbereiden van handhavings-, intrekkings- en invorderingsbesluiten. Daarnaast is dit cluster verantwoordelijk voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, bij de rechtbank of bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ook juridische beleidswerkzaamheden vallen onder de werkzaamheden van het cluster 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH (1.5) In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de Borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en Themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. Borgingstaken Het Besluit Omgevingsrecht (BOR) vereist dat in de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving een complete plan-do-check-act-cyclus (inclusief kwaliteitsborging) is opgenomen. De werkzaamheden die hiervoor nodig zijn, zijn hier samengevat met de term ‘borgingstaken’. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten en zijn daarom toegevoegd aan de borgingstaken. Voor de implementatie van de Omgevingswet is 900 uur vanuit de dienstbrede borgingstaken toegevoegd aan de post beleidsontwikkeling. In bijlage 4 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen de borgingstaken opgenomen. Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. 3.5.6 Cluster (Wabo) Regie (1.6) R01 Omgevingsvergunning: (Wabo) Regie Door de DCMR wordt gewerkt aan een efficiënte uitvoering van de Wabo dan wel de Omgevingswet voor de opdrachtgever.
Het gaat om procedure bewaking en de procesmatige behandeling van de aanvraag tot en met de bekendmaking van de beschikking. Bij invoering van de Omgevingswet zijn aanpassingen in de werkwijze noodzakelijk. Het procedurerecht verandert. Zo gaat de afhandelingstermijn van de meeste aanvragen van 26 naar 8 weken. De (Wabo) regie werkzaamheden zijn onder te verdelen in 3 hoofdgroepen: procesregie, procesondersteuning en coördinatie & juridische controle. Procesregie Procesregie betreft het gehele proces van aanvragen regisseren. Het omvat onder andere het samenstellen en opstellen van brieven en beschikkingen, de bewaking op inhoud en tijdigheid, het in behandeling nemen en doorzetten naar backoffices, contacten onderhouden en het werken met het computersysteem Ari van de gemeente Rotterdam waarin het proces van de aanvragen centraal wordt behandeld en geadministreerd.
Werkplan 2023 I 20
Procesondersteuning Procesondersteuning betreft het administreren van aanvragen. Bijvoorbeeld het verzenden en definitief opmaken van brieven en beschikkingen, het opstellen van kennisgevingen, overzichten en het archiveren. Coördinatie & juridische controle Coördinatie & juridische controle betreft het coördineren en controleren van het proces rondom aanvragen. De juridische controle is met name gericht op het controleren van de kwaliteit en samenhang in het geval van meervoudige aanvragen (bouw en milieu). 3.5.7 Cluster Overige VTH-taken (1.7) In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Voorbeelden zijn een WOO-verzoek, werkzaamheden voor Bibob en beoordeling rapportages in het kader van de European Pollution Release and Transfer Registry (EPRT-R).Voor toezicht op asbestverwijdering worden aparte afspraken gemaakt. Zie hiervoor hoofdstuk 6. A01 Advies milieuaspecten: Geothermie taken (1.7e) Voor geothermieprojecten worden de regulerings- en toezicht en handhavingstaken met de invoering van de Omgevingswet gedecentraliseerd. De bevoegd gezag rol verschuift voor onderdelen van het ministerie naar de gemeenten. Gemeenten krijgen onder andere bevoegdheden met betrekking tot het verlenen van meervoudige omgevingsvergunningen en toezichtstaken.
Momenteel worden er gesprekken gevoerd tussen OD’s en SodM om te belijken in hoeverre OD’s toezichtstaken voor gemeenten zouden kunnen uitvoeren, hoewel er stemmen opgaan het vooral zo te laten als het momenteel is, nl. SodM houdt de toezichtstaken. Omvang is nog niet bekend. Er zijn vooralsnog geen uren gereserveerd voor deze taak in het werkplan. R09 Behandeling melding lozing buiten inrichtingen (1.7f) Lozingen buiten inrichtingen De DCMR behandelt en controleert de meldingen voor indirecte lozingen afkomstig van instanties en bedrijven die niet als inrichting, zoals gedefinieerd in de Wet milieubeheer, beschouwd kunnen worden (bijvoorbeeld bij gevelreinigers en grondwaterbemaling bij bouwwerken en bodemsaneringen). De voorschriften zijn opgenomen in het Besluit lozingen buiten inrichtingen. Bodemenergiesystemen De gesloten bodemenergiesystemen zijn meldings- of vergunningplichtig op grond van de Wet milieubeheer. Zowel voor de vergunningplichtige als voor de meldingplichtige systemen zijn de betreffende voorschriften in het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen opgenomen. De DCMR behandelt en controleert deze meldingen en vergunningaanvragen. Na invoering van de Omgevingswet valt deze activiteit onder een Milieubelastende activiteit uit het Bal (paragraaf 3.2.6). Toezicht wordt dan gehouden op grond van de regelgeving in het Bal.
T09 Controle op Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) (1.7.j) Bij het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen (GBES) wordt de focus gelegd op de risico’s bij aanleg die genoemd zijn in de signaalrapportage van de ILENT. Hierbij kan gedacht worden aan fouten bij het afvullen van boorgaten en het gebruik van schadelijke smeermiddelen. Doel is om 25% van de startmeldingen GBES fysiek in het veld te controleren. Daarbij zal tijdens gecombineerde gebiedscontroles in het kader van toezicht op grondverzet en bodemwerkzaamheden, ook toezicht worden gehouden op eventueel niet gemelde aanleg van GBES systemen. Het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen en daarmee op het Besluit lozen buiten inrichtingen is een taak die voor invoering van de OW formeel bij de gemeente ligt. De gemeente kan wel besluiten deze taak niet zelf uit te voeren en uit te besteden aan de DCMR. Na invoering van de OW behoort het tot de basistaken en is het verplicht de uitvoering bij de DCMR neer te leggen. Het toezicht is vanaf 2023 in het werkplan opgenomen. Voor het toetsen van de meldingen was al eerder met de opdrachtgever afgesproken dat de DCMR deze taak uitvoert.
Werkplan 2023 I 21
T01 Controle inrichting (preventief): Controles EPBDIII (1.7k) Mogelijk wordt in een later stadium een bijdrage voor EPBDIII aan het werkplan toegevoegd. In dat geval wordt dit budget ingezet om toezichthouders op te leiden om toezicht te gaan houden op EPBDIII. Tevens worden dan informatiesystemen hiervoor aangepast. T01 Controle inrichting (preventief): Controles Label C (1.7l) Aan de hand van beschikbare middelen wordt een proces opgezet om informatie gestuurd te gaan handhaven. Daarbij wordt de handreiking energielabel gehanteerd. Verdere uitwerking gebeurt in overleg met de afdeling BWT (bouw en woningtoezicht) van de gemeente. 3.5.8
Cluster Ruimtelijke ontwikkeling (1.8)
A01 Advies milieuaspecten: Gebiedsontwikkeling projecten (1.8b) Op verzoek van SO adviseert de DCMR bij gebiedsontwikkeling. Deze inhoudelijke en procesmatige informatie is in veel gevallen bedoeld voor ontwikkelvisies of ontwikkelprojecten. Bij de adviezen wordt gebruik gemaakt van landelijke en provinciale wet- en regelgeving. Ook de op stedelijke schaal opgestelde beleidskaders en visies zoals de Omgevingsvisie, worden meegenomen in het advies. In Rotterdam worden initiatieven tot gebiedsontwikkeling of bouwplannen door SO zelf of door marktpartijen genomen. SO heeft naast een initiërende rol voor marktpartijen ook een faciliterende rol. Om initiatieven verder te brengen, worden in samenspraak met de DCMR, (milieu)randvoorwaarden meegegeven. Dit gebeurt op verzoek in de vorm van een door de DCMR op te stellen haalbaarheidsscan (Quickscan milieu). Hierin wordt beknopt informatie gegeven over de milieuwet- en regelgeving en milieubeleidskaders. In voorkomende gevallen wordt, samen met SO, deelgenomen aan overleggen met ontwikkelende partijen om de milieurandvoorwaarden helder uit te leggen. Door de grote woningbouwopgave in Rotterdam worden nieuwe initiatieven steeds vaker in complexe gebieden ontwikkeld waar de kwaliteit van de leefomgeving al onder druk staat.
De DCMR denkt hierin mee en adviseert zodanig dat ook in deze complexe gebieden voor nieuwe bewoners een aanvaardbaar leefomgevingsklimaat kan worden gewaarborgd. Voorbeelden van initiatieven in complexe gebieden zijn het ontwikkelen van woontorens in het centrumgebied, transformatie van kantoren naar wonen en woonlocaties langs infrastructuur en of in gebieden waar haven- en bedrijfsactiviteiten en wonen naar elkaar toegroeien dan wel mengen. A01 Advies milieuaspecten: Gebiedsbestemmingsplannen (1.8c) Hoewel de actualiseringsplicht van bestemmingsplannen niet meer geldt, actualiseert SO per jaar meerdere gebiedsbestemmingsplannen, zodat het goede, bruikbare plannen zijn voor de overgang naar het omgevingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal aan het actualiseren van de bestemmingsplannen in zijn huidige vorm een einde komen. Lopende procedures worden dan nog wel afgerond. Qua planvorming wordt dan overgestapt naar omgevingsplannen. SO maakt onderscheid tussen gebiedsbestemmingsplannen in het kader van actualisering (veelal conserverende bestemmingsplannen) en gebiedsbestemmingsplannen die onderdeel zijn van een gebiedsontwikkeling. De laatste categorie betreft bijvoorbeeld de bestemmingsplannen MerweVierhaven-gebied, Boezembocht–Veilingterrein en Stadionpark.
Enkele van deze plannen zijn al in procedure terwijl de andere plannen vanwege de complexiteit van het gebied nog in voorbereiding zijn. Bij de complexe plannen wordt gedurende langere periode samengewerkt en neemt de DCMR vaak deel aan planteams. De DCMR geeft voor de start van een bestemmingsplanprocedure informatie over milieuwet- en regelgeving en beleid. Hiervoor wordt voor elk gebiedsbestemmingsplan een uitgebreide milieuscan opgesteld met bijbehorende bedrijvenlijst welke tijdens de start-up van het proces wordt toegelicht. In de milieuscan worden wettelijke en beleidsmatige randvoorwaarden meegegeven voor de op te stellen milieuonderzoeken en worden kansen benoemd voor de ontwikkeling van het gebied. Gedurende de procedure van het bestemmingsplan beoordeelt de DCMR de milieuonderzoeken en denkt mee over de milieuparagraaf en planregels. Indien er sprake is van een m.e.r.-beoordeling
Werkplan 2023 I 22
procedure vraagt SO de DCMR om een akkoord op de agendapost behorende bij de start van de procedure van een gebiedsbestemmingsplan. In de ontwerp- en vaststellingsfase van het bestemmingsplan vraagt SO de DCMR in alle gevallen om een akkoord op de agendapost. A01 Advies milieuaspecten: Goede ruimtelijke onderbouwingen (1.8d) Het komt regelmatig voor dat nieuwe initiatieven niet passen in de geldende bestemmingsplannen. Om mee te kunnen werken aan deze initiatieven wordt gebruik gemaakt van het wettelijk instrument buitenplanse afwijking. Bij deze procedures voert de DCMR op verzoek van SO een beoordeling uit van de goede ruimtelijke onderbouwing (GRO) en de bijbehorende milieuonderzoeken. Ook de verruimde mogelijkheden in de Wabo maken het eenvoudiger en aantrekkelijker om bij nieuwe ontwikkelingen deze planvorm te kiezen. De wettelijke en beleidsmatige milieurandvoorwaarden worden meegegeven aan de initiatiefnemer. A01 Advies milieuaspecten: Bouwplannen (1.8e) De DCMR neemt deel aan de Bebouwingscommissie (BBC) en het Ruimtelijk intaketeam (RIT) van de gemeente Rotterdam. Hierdoor wordt in een zeer vroeg stadium van het planproces aangegeven wat de milieurelevantie is van een plan. Milieuaspecten kunnen een rol spelen bij de beoordeling van wenselijkheid, kansen en risico’s in ruimtelijke projecten.
In samenspraak met SO worden de van belang zijnde milieuonderwerpen voor plannen naar initiatiefnemers gecommuniceerd. Dit blijkt een efficiënte werkwijze waarmee de goede ruimtelijke onderbouwingen behorende bij de plannen van betere kwaliteit zijn en de beoordeling hiervan minder vertraging in de procedure oplevert. De verantwoording van de voorbereiding en deelname aan deze wekelijkse overleggen vallen onder deze post. In het RIT en in de BBC wordt de DCMR voor sommige initiatieven verzocht een haalbaarheidsscan milieu (ook wel QSM-light genoemd) op te stellen. Een QSM-light is een eerste inventarisatie van de milieukansen en –knelpunten. Tevens wordt aangegeven welke milieuonderzoeken noodzakelijk zijn. Advies milieuaspecten: RO advies veiligheid (1.8f) Voor Rotterdam worden, in het kader van externe veiligheid, EV- rapporten behorend bij de veiligheidsparagraaf bij de ruimtelijke plannen beoordeeld op juistheid en volledigheid. Het gaat hierbij om de beoordeling van de plaatsgebonden- en groepsrisico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de relevante transportroutes (weg, water, spoor en buisleidingen). Daarnaast worden voor QuickScans en bestemmingsplannen de groepsrisico’s voor nieuwe ontwikkelingen in beeld gebracht ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico.
Tot 2020 werd een bijdrage voor dit product vergoed vanuit het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Deze gelden worden sinds 2021 vanuit het Rijk rechtstreeks via een Doeluitkering in het Gemeentefonds overgemaakt naar de gemeente Rotterdam. Vanaf 2021 wordt de bijdrage voor dit product door Rotterdam dan ook vergoed vanuit deze Doeluitkering. Verder worden op verzoek van de opdrachtgever extra werkzaamheden uitgevoerd voor transport gevaarlijke stoffen en grote gebiedsplannen. Het zijn veiligheidsberekeningen die voorheen door het ingenieursbureau Rotterdam werden gedaan. De specifieke veiligheidsberekeningen gaan over gebiedsontwikkelingen langs transportroutes met gevaarlijke stoffen. De gemeente is geen bevoegd gezag van transport maar wel voor de ruimtelijke ordening. Ook wordt gerekend aan grotere gebiedsplannen met het doel een gebied in te richten. In een later stadium worden de specifieke plannen die door ontwikkelaars worden aangeleverd, beoordeeld. Er wordt dan gekeken of ze passen in het plan. Deze beoordeling vindt plaats door een andere medewerker dan diegene die de berekeningen heeft uitgevoerd. Er is dus gezorgd voor een functiescheiding. A02 Beleidsadvies: Wet- en regelgeving RO (1.8g) Om kwalitatief goede en tijdig actuele en complete milieu-informatie te geven is het noodzakelijk om de wet- en regelgeving secuur bij te houden.
Voor 2023 zijn ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet de belangrijkste speerpunten. A02 Beleidsadvies: RO gerelateerde geluidproblematiek (1.8h) In het Programma van eisen van de opdrachtgever staat aangegeven dat met name de complexe geluidvraagstukken in stad en haven kunnen ingrijpen op de bouwopgave en daarbij steeds meer inzet vergen. Om de opdrachtgever hierbij te adviseren is deze post in het werkplan opgenomen.
Werkplan 2023 I 23
In 2023 worden in de regio verdere stappen gezet in het zoeken naar oplossingen voor de complexe geluidsituatie. In ieder geval wordt in 2023 het langdurige meetprogramma nestgeluid (onderdeel van het PlanMER voor het thematisch Omgevingsplan (TOP)) begeleid. Daarnaast wordt advies gegeven bij alle voorkomende werkzaamheden die nodig zijn om de geluidruimte van het HIC gebied zo goed mogelijk te verdelen en beheren. Het opstellen van een uitgewerkte aanpak voor het actualiseren van vergunningen en meldingen vanwege nestgeluid kan pas plaatsvinden als er meer duidelijkheid is hoe een en ander ruimtelijk geregeld gaat worden. Zie verder 4.3.3. R25 Beschikking Hogere waarde: Hogere waarde (1.8i) De DCMR stelt, met inachtneming van het Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder, hogere waarde besluiten op. Hiervoor beoordeelt de DCMR bijbehorende akoestische onderzoeken, voert de procedure, behandelt zienswijzen en verzorgt de registratie van deze besluiten bij het Kadaster. Deze besluiten kunnen nodig zijn bij bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en bij reconstructies (volgens de Wet geluidhinder) van wegen. Bij het stellen van de milieurandvoorwaarden bij ruimtelijke plannen wordt aangegeven of een hogere waarde besluit noodzakelijk is. Hiermee kan bij het ontwikkelen van plannen en ontwerpen van gebouwen tijdig met de geluidaspecten rekening worden gehouden.
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden in beginsel geen hogere waarden besluiten meer opgesteld. Er is echter overgangsrecht van toepassing, waardoor nog geen sprake zal zijn van een acute stop op hogere waarde besluiten. Afhankelijk van de type geluidsbron geldt er dan een ander afwegingskader, voor gemeentelijke wegen en industrieterreinen zal de hogere waarde onderdeel zijn van de bruidsschat en vooralsnog blijven bestaan. Pas als voor industrieterreinen Gpp’s en voor gemeentelijke wegen basis geluidsemissies of geluidsproductieplafonds zijn vastgesteld, verdwijnen de hogere waardes (afhankelijk van de bron en vervolgbesluiten over 2-9 jaar). Op den duur zal de inhoudelijke afweging voor geluid meer een integraal onderdeel worden van de planbeoordeling. De inhoud wordt dan aan het ‘moederbesluit’ , het omgevingsplan / de afwijking omgevingsplanactiviteit gekoppeld. A04 Beoordeling MER-plicht/0-stapsadvies (1.8j) Advies over de vraag of voor een te nemen besluit het uitvoeren van een milieueffectrapportage (mer)beoordelingsprocedure of het doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk is. Met gemeente Rotterdam zijn er werkafspraken over de advisering in een vroeg stadium van een ruimtelijk besluit.
Intern zijn er eveneens werkafspraken over de advisering in een vroeg stadium over omgevingsvergunning activiteit milieu en de beoordeling of een m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is. A07 Mer-beoordelingsprocedure voor ruimtelijke besluiten (1.8k) Voorbereiding van en besluitvorming van mer-beoordelingsbesluiten ten behoeve van besluitvorming over ruimtelijke besluiten. A08 Mer-procedure voor ruimtelijke besluiten (1.8l) Uitvoering van de advisering en administratieve taken voor de milieueffectrapportage (mer)-procedure voor ruimtelijke besluiten en programma’s. R60 Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (1.8m) Voorbereiding van en besluitvorming van mer-beoordelingsbesluiten ten behoeve van besluitvorming over omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit (mba). R61 Mer-procedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (1.8n) Uitvoering van de besluitvorming, advisering en overige taken voor de milieueffectrapportage (mer)procedure voor omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit (mba). 3.5.9
Cluster Beleidsadvisering (1.9)
A01 Advies milieu aspecten: Omgevingswet (1.9a) De kosten voor deze werkzaamheden worden verdeeld over de participanten.
Werkplan 2023 I 24
De Omgevingswet treedt mogelijk op 1 juli 2023 in werking, maar verder uitstel naar 1 januari 2024 of 2025 behoort ook tot de mogelijkheden. Deze wet grijpt in op de wijze waarop de leefomgevingskwaliteit beschermd en beheerd wordt. De Omgevingswet heeft daardoor consequenties voor alle participanten en voor de DCMR. Samen met de participanten heeft de DCMR zich voorbereid. De wet heeft gevolgen voor de wijze waarop de huidige beleidsadvisering, ruimtelijke en gebiedsadvisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving plaatsvindt. De participanten, waterkwaliteitsbeheerders, GGD, VRR, HbR en DCMR trekken bij de voorbereiding op de Omgevingswet samen op in het Rijnmondberaad Omgevingswet. De DCMR blijft zijn faciliterende rol vervullen binnen het Rijnmondberaad met als doel om met de participanten Rijnmondbreed kennis, maar vooral ook ervaringen te blijven delen. Ook in 2023 gaat de DCMR verder met inhoudelijke verdieping op de Omgevingswet. Gelet hierop spant de DCMR zich ook in 2023 in op de volgende gebieden: • Goede samenwerking met de participanten onder andere binnen het Rijnmondberaad Omgevingswet; • Beschikbaar hebben van actuele kennis en gegevens over de gebiedskwaliteit; • Investeren op gebied van inhoudelijke kennis van de wet; • Verkennen van veranderingen in processen en producten. De DCMR houdt de Rotterdamse clusters op de hoogte van mogelijke consequenties.
A02 Beleidsadvies: Adviezen aan bestuur (1.9b) De DCMR ondersteunt en adviseert de gemeente Rotterdam ten aanzien van milieu, daar waar dit raakt aan de taken van de DCMR. De werkzaamheden bestaan uit het leveren van de inhoudelijke input voor agendaposten, beantwoording van schriftelijke vragen en afhandeling van toezeggingen en moties van de gemeenteraad. Daarnaast voorziet de DCMR Rotterdam van bestuurlijk relevante informatie, om zowel inhoudelijke als procesmatige besluiten te kunnen nemen. Verzoeken om advies van het bestuur worden, voor zover van toepassing, met de betrokken dienst(en) opgepakt. De formele bestuurlijke advisering verloopt via dir. Stedelijke Inrichting / Team Milieu dan wel een andere Rotterdamse afdeling of cluster. A02 Beleidsadvies: Advisering Milieu en leefomgevingskwaliteit (1.9c) Op verzoek van of in overleg met de opdrachtgever geeft de DCMR adviezen over milieu en leefomgeving. De DCMR onderhoudt contact en werkt samen met de Directie Veiligheid van Bestuurs- en concernondersteuning op het gebied van horeca en evenementen en toezicht en handhaving bij inrichtingen. Ook adviseert de DCMR de Directie Veiligheid bij de afhandeling van vragen, verzoeken en klachten van burgers en ondernemers, die zijn ingediend bij het veiligheidsloket. Gebiedsgerichte samenwerking tussen de clusters en de gebieden loopt in Rotterdam via gebiedsnetwerken.
Het Gebiedsprogramma bestaat uit de gebiedsplannen en de jaarlijkse uitvoeringsplannen met generieke en gebiedsgerichte inspanningen. Ad hoc advies en contact ten behoeve van de gebieden, gebiedsnetwerken en het gebiedsprogramma wordt ook via deze post verantwoord. De communicatie tussen de DCMR en de gebieden loopt via de accounthouders van SO, tenzij er uitdrukkelijk andere afspraken met de opdrachtgever zijn gemaakt. Onder deze post wordt ook de behandeling verantwoord van meldingen over laagfrequent geluid en adviezen over APV gerelateerde zaken. Zover gewenst, levert de DCMR een bijdrage aan bewonersplatforms. Tijdens een bewonersplatform ontmoeten inwoners, milieuvergunningplichtige bedrijven en lokale overheden elkaar om constructief over hinder en veiligheid te praten. Doel van de bewonersplatforms is enerzijds het bieden van inzicht in hoe bedrijven omgaan met milieu, veiligheid en anderzijds het over en weer informeren over elkaars standpunten en wensen. Het achterliggende idee is dat hierdoor wederzijds inzicht en begrip ontstaat, wat bijdraagt aan de kwaliteit van het leefmilieu van de inwoners van het Rijnmondgebied.
Werkplan 2023 I 25
A02 Beleidsadvies: Milieu en gezondheid / projecten (1.9d) Een van de doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een gezonde leefomgeving. Het gaat om het vinden van de juiste Balans tussen het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, plus het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Hierbij is het creëren van een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en het maken van gezonde keuzes een goede insteek. Met de komst van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid steeds belangrijker voor het werk van de DCMR. Dit thema is ook van invloed op onder andere de vergunningverlening en het toezicht op de naleving van de regels. Het is daarom belangrijk om naast milieukennis ervoor te zorgen dat er ook gezondheidskennis aanwezig is en blijft bij de DCMR. Verder vindt vanuit deze post advies plaats bij grote gebiedsontwikkelingen waar gezondheid een rol speelt en er een MER uitgewerkt wordt. Vanwege de Omgevingswet is samenwerking tussen DCMR, GGD en de VRR geïntensiveerd. De verschillende directies hebben daarvoor in 2017 een intentieverklaring ondertekend.
Verder gaat de gemeente in het kader van de Omgevingswet met intake- en omgevingstafels werken waarbij ketenpartners GGD, VRR, DCMR en Waterschap elkaar tegenkomen. Vanuit de DCMR is er contact met de GGD over milieu/gezondheid grensgevallen op het gebied van RO. In overleg met het Team Milieu kan in voorkomende gevallen inhoudelijke ondersteuning verleend worden. A02 Beleidsadvies: Milieu en gezondheid / Publieksinformatie Lucht (PIL) (1.9e) DCMR en de GGD beantwoorden samen publieksvragen over lokale luchtkwaliteit en gezondheid. Het instrument dat hiervoor gebruikt wordt, de PIL-database, krijgt jaarlijks een update. De database bevat gegevens over de luchtkwaliteit van zowel het afgelopen jaar als de verwachtingen voor de komende jaren. De database wordt in oktober/november 2023 opnieuw gevuld met de resultaten uit de NSL Monitoringstool over 2022. Op basis van de PIL- database worden inmiddels ook nieuwe informatieproducten gemaakt, bijvoorbeeld een gebiedsdekkende kaart. Deze kaart is vervolgens een zelfstandig product en wordt getoond op de website van DCMR, zie https://www.dcmr.nl/luchtkwaliteit-rotterdam-noord. Hiermee zijn de PIL-resultaten publiekelijk toegankelijk.
A02 Beleidsadvies: Verduurzaming mobiliteit (1.9f) Behalve ondersteuning op de thema’s lucht en geluid die een relatie hebben met mobiliteit, biedt DCMR met een specifieke rol en expertise vanuit breder perspectief ondersteuning aan de verduurzaming van het transport in de regio. In 2023 gaat dit onder meer om de volgende werkzaamheden: • In Rotterdam en de Metropoolregio wordt gewerkt aan diverse projecten en initiatieven om de milieu-impact van verkeer en vervoer terug te dringen en transport te verduurzamen. Op basis van gemaakte werkafspraken om tot meer synergie te komen tussen de Verkeersonderneming (VO), SO/Verkeer en Vervoer en DCMR, worden betrokken partijen geïnformeerd over in uitvoering zijnde programma’s/projecten en wettelijke taken/verantwoordelijkheden. DCMR informeert bedrijven over Beter benutten, Ecostars en Greendeal en geeft aan VO en SO door welke bedrijven geïnteresseerd zijn. VO en SO koppelen resultaten terug aan DCMR, die bedrijven zo nodig aanspreekt op wettelijke verantwoordelijkheid (zorgplicht). Periodiek vindt monitoring en evaluatie plaats; • Het klimaatberaad heeft een taakopdracht aan de Mobiliteitstafel gegeven om wettelijke normstelling ten behoeve van de verduurzaming van vervoer verdergaand te ontwikkelen.
De normstellende regeling beoogt, binnen een pakket verleidende maatregelen bij werkgevers, de CO2-uitstoot in werkgebonden mobiliteit terug te dringen. De regelingen concentreren zich op werkgebonden personenmobiliteit en goederenvervoer. Beide regelingen worden opgenomen in de Omgevingswet en vereisen een aanpassing in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De normstellende regeling maakt onderdeel uit van een breder pakket en wil bij werkgevers vooral een positieve, op actie en eigen verantwoordelijkheid gerichte aanpak van hun mobiliteit ondersteunen. Het verbeteren van de communicatie tussen bedrijf, instelling en overheid is essentieel voor het reduceren van de milieu-impact van bedrijfgerelateerd transport.
Werkplan 2023 I 26
In 2023 worden, net als in 2022, bedrijfsbezoeken uitgevoerd met het oog op de nieuwe normstelling, zodat bedrijven en DCMR zich kunnen voorbereiden. A02 Beleidsadvies: Circulaire economie (1.9g) Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie is onderdeel van het coalitieakkoord van het Rotterdamse gemeentebestuur 2022-2026 en is geborgd in het uitvoeringsprogramma Rotterdam Circulair. De DCMR faciliteert Rotterdam met advies en ondersteunende werkzaamheden. Daarnaast worden, passend binnen het programma Rotterdam Circulair, de volgende projecten (verder) ontwikkeld en uitgevoerd: • Adviseren van en actief deelnemen aan de uitvoeringsorganisatie die is opgezet voor het programma Rotterdam Circulair (op het onderdeel wet- en regelgeving-belemmeringen wegnemen); • Beantwoorden van vragen van Rotterdamse ondernemers over circulaire regelgeving.
De vragen komen bij de DCMR binnen via het Rotterdamse circulair Loket; • Op verzoek adviseren over en beoordelen van initiatieven en ontwikkelingen in de stad en de haven die de transitie naar de circulaire economie kunnen versnellen; • Op verzoek en in overleg vertegenwoordigen van Rotterdam in overleggen en bijeenkomsten over de circulaire economie (bijvoorbeeld in het kader van de City deal Circulaire economie en het Grondstoffenakkoord); • Ondersteunen van de ontwikkeling van grondstofketens en materialenhubs om het aandeel van hergebruik van grondstoffen te vergroten. Hubs zijn opslagplaatsen van grondstoffen uit (circulaire) sloopprojecten en bouwprojecten. Naast deze werkzaamheden die worden uitgevoerd op basis van het werkplan, wordt er ook op programmatische wijze aan dit onderwerp aandacht besteed door middel van het programma Circulaire Economie en Energietransitie van de bebouwde omgeving. Zie hiervoor 3.1. A02 Beleidsadvies: Havenvisie (1.9h) Begin 2020 is de Havenvisie 2030 met uitvoeringsagenda vastgesteld. Het convenant is ondertekend door het HbR, Deltalinqs, Gemeente Rotterdam, Provincie Zuid-Holland, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ook de regiogemeenten zijn betrokken. De DCMR adviseert de gemeente Rotterdam en neemt deel aan de projectgroep Havenvisie en andere overleggen.
Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan de agendering van havenzaken in het DO Haven, Milieu en RO, en de Wethoudersstaf. Ook worden vragen vanuit deze overleggen binnen de DCMR uitgezet. In de projectgroep is afgesproken om aandacht te besteden aan de monitoring van de resultaten van de Havenvisie. Op de post Havenvisie worden de uren verantwoord voor het meedenken, afstemmen en organiseren. De werkelijke uitvoering omvat vele projecten van het opstellen van beleid voor omgevingsveiligheid tot planvorming Tweede Maasvlakte. De uitvoering van deze projecten valt onder andere posten in dit werkplan. A02 Beleidsadvies: Activiteiten rondom luchthaven RTHA (1.9i) Door Rotterdam The Hague Airport (RTHA) wordt een nieuwe aanvraag voorbereid voor een nieuw Luchthavenbesluit (LHB). Het participatietraject waar DCMR als kennishouder aan deelneemt is in 2022 afgerond. In 2023 start vervolgens de formele procedure, die waarschijnlijk doorloopt tot in 2024. De DCMR wordt betrokken bij het adviesproces. Voorts spelen er diverse externe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld een brede landelijke maatschappelijke discussie over luchtvaart. Vanuit steeds meer gemeenten is aandacht voor de toename van het vliegverkeer, de routes die worden gevlogen en de hinder die wordt ervaren. Dit is ook terug te zien in de sterke toename van het aantal meldingen over de luchthaven.
Bewoners hebben via een inspraakreactie hun zorg geuit richting raden en colleges over de leefomgevingskwaliteit. Op landelijk niveau spelen ook diverse ontwikkelingen die lokaal impact hebben zoals de Luchtvaartnota, de Luchtruimherziening en de Programmatische Aanpak Meten Vliegtuiggeluid. In deze trajecten is nadere of verdere uitwerking aan de orde. Daardoor zal dit dossier ook in 2023 nadrukkelijk op de agenda staan en daarmee de nodige inzet van de DCMR gaan vragen. De DCMR adviseert en ondersteunt SO over de positionering in dit dossier.
Werkplan 2023 I 27
D13 Project bevordering milieubewustzijn: Duurzame burgers – subsidiemanagement (1.9j) Dit product betreft het beoordelen van het werkplan Rotterdams Milieucentrum (RMC) voor 2024, het opstellen van een subsidieverleningsbeschikking over de basis- en groepensubsidie 2024, het beoordelen van het jaarverslag van het RMC over 2022, het beoordelen van het accountantsverslag over 2022, het deelnemen aan het jaarlijkse voortgangsoverleg en het onderhouden van de contacten met het RMC. Daarbij wordt aangesloten bij de regels in de subsidieverordening Rotterdam. De subsidie aan het RMC wordt betaald uit het materiele kostenbudget van het werkplan. 3.5.10 Cluster Bodem (1.10) A01 Advies milieu aspecten: Inventarisatie ZZS bodem en grondwater (1.10b) In het Zeer Zorgwekkende Stoffen dossier, waaronder PFAS, zijn belangrijke nieuwe inzichten opgedaan met bepalende invloed op de ruimtelijke ontwikkelingen. Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van deze stoffen is een pilot gestart. Na een inventarisatie van welke ZZS stoffen voor kunnen komen in de grond en het grondwater van Rotterdam wordt gestart met een onderzoek naar een eerste selectie van deze stoffen. Hiervoor is materieel budget opgenomen, zie 3.5.18.
A02 Beleidsadvies: Beleid bodem (1.10g) Algemeen Om voor Rotterdam ontwikkelingen te kunnen beïnvloeden op het gebied van implementatie en uitvoering van landelijk en/of Europees bodembeleid neemt de DCMR op strategische posities deel aan landelijke projectgroepen. De knelpunten die worden gesignaleerd worden teruggekoppeld aan het bestuur en de directies van betrokken clusters binnen Rotterdam. Hier worden vervolgens keuzes gemaakt over de te volgen Rotterdamse koers. Nieuwe bodemroute Met de komst van de Omgevingswet wordt ook in Rotterdam ingezet op een nieuwe rol voor bodem en ondergrond. De uit de Omgevingswet voortkomende Omgevingsvisie Rotterdam wordt leidend. Hierin heeft Rotterdam 5 perspectieven benoemd waarmee het Rotterdamse grondgebied in samenhang kan worden ingevuld; de compacte stad, de productieve stad, de circulaire stad, de inclusieve stad en de gezonde stad. De inrichting van de stad staat centraal en daarmee de gebruikswaarde van de bodem. Hiermee wordt bodem onderdeel van de afwegingssystematiek bij de inrichting van de stad. De mogelijkheden van de bodem en ondergrond worden benut voor maatschappelijke opgaven, zoals voor energietransitie (warmte- en koudeopslag, geothermie), de vergroening van de stad, en de wateropgave voor een aantrekkelijke en leefbare stad.
Kortom, van een sectoraal naar een integraal bodembeleid waarbij bodem en ondergrond een wezenlijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven waar de stad voor staat. Hoe richting wordt gegeven aan deze nieuwe bodemroute wordt benoemd in de Koersnota Bodem, deze is in 2021 afgerond. In 2022 zijn acties uit de Koersnota opgepakt en in 2023 wordt hier verder vervolg aan gegeven. Monitoring bodemsaneringsoperatie In het kader van de bewaking van de doelstellingen en de haalbaarheid van het Convenant Bodem en Ondergrond 2015 -2020 zijn jaarlijks landelijke monitoringsrondes uitgevoerd om de voortgang van het convenant te bewaken. Het Convenant is in 2020 afgelopen. Om zicht te houden op de voortgang van de bodemsaneringsoperatie is in 2021 en 2022, door het ministerie van I&W een monitoringsronde uitgevoerd. Daarnaast zullen er voor 2023 en verder nieuwe afspraken met het ministerie nodig zijn over de voortzetting van de gemeentelijke bodemtaken. De SPUK middelen bodem (Specifieke UitKering) zullen hier waarschijnlijk onderdeel van gaan worden. De DCMR volgt de ontwikkelingen op de voet, verzamelt de gegevens voor verantwoording en zal de voortgangsrapportage voor Rotterdam opstellen. Dit wordt op verzoek van het ministerie voortgezet, zonder dat hier een convenant bodem aan ten grondslag ligt.
Werkplan 2023 I 28
Nota bodembeheer Rotterdam In 2022 is de herziene nota Bodembeheer Rotterdam afgerond. In deze nota is het bestaande beleid vastgelegd en heeft er met name een herziening plaatsgevonden voor de dossiers PFAS, lood en asbest. In 2023 wordt verder invulling gegeven aan de implementatie van het nieuwe beleid en zal ingezet worden op instelling van een regionaal bodembeleid. Hiervoor is afstemming nodig met de Rijnmond gemeenten. Omgevingsvisie en -plan De ondergrond is het natuurlijk kapitaal van de stad en wordt daarom zo duurzaam, veilig en optimaal mogelijk benut, beschermd en verbeterd bij de maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen die op de stad afkomen. Om dit te realiseren is beleid, met een langetermijnvisie, ontwikkeld en vastgelegd in de Omgevingsvisie Rotterdam. Aan een verdere uitwerking in het omgevingsplan wordt gewerkt via verschillende werkgroepen samen met de gemeentelijke diensten, het HbR en andere betrokken partijen. R14, T08, R39, R13: Behandeling BUS melding, Beoordeling rapportage bodemonderzoek, Beschikking bedrijvenregeling bodemsanering, Beschikking bodemsanering (1.10 e, 1.10 h-j) Voor bodem gelden de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit (Bbk), het Besluit financiële bepalingen bodemsanering en de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Jaarlijks worden beschikkingen, meldingen en beoordelingen in verband met geschiktheid voor het gebruik afgegeven en worden adviezen verstrekt aan SO ten behoeve van het verstrekken van omgevingsvergunningen. Verder handelt de DCMR de meldingen in het kader van het Bbk af en worden toepassingen van grond, baggerspecie en circulaire materialen getoetst aan het lokale beleid (waaronder het nieuwe PFAS-beleid). Hieronder valt ook de tijdelijke opslag van grond of baggerspecie. Tevens worden Wbb besluiten en contouren aangeleverd aan SO ten behoeve van de verplichte kadastrale registratie. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Wbb gelden voor verontreinigingen die onder het overgangsrecht vallen. Bovengenoemde werkzaamheden zullen dan grotendeels gaan vallen onder de volgende milieubelastende activiteiten (mba’s): • Graven onder interventiewaarden; • Graven boven interventiewaarden; • Saneren van de bodem; • Opslaan van grond en bagger; • Toepassen bouwstoffen; • Toepassen grond en bagger. Indien een saneringsactiviteit niet onder een milieubelastende activiteit valt of past, neemt de DCMR een maatwerkbesluit bodem OW. T09 Controle bodembescherming: Handhaving bodem (1.10k) Ketentoezicht Door de grote verscheidenheid aan (vaak landelijk opererende) partijen in de grondsaneringsketen is het risico groot dat er iets fout kan gaan.
Doordat de gevolgen van onjuist handelen bovendien vaak onomkeerbaar zijn, is goed toezicht en adequate handhaving van groot belang. In de grondsaneringsketen zijn meerdere toezichtsinstanties betrokken. Elke instantie ziet toe op naleving van een deel in de keten. In het kader van de circulaire economie zal het onderscheid tussen afvalstof en grondstof meer fluïde worden. Dit vraagt om beter zicht op de keten. Binnen de DCMR wordt nauw samengewerkt tussen Wabo-toezicht op afval- en grondstromen en bodemtoezicht. De keten wordt door beide disciplines in de gaten gehouden om eventuele barrières en lekstromen te identificeren. Administratieve taken Alle start-, wijzigings-, afwijkings-, einddiepte- en eindmeldingen die binnenkomen worden verwerkt. De administratieve afhandeling wordt in de handhavingszaak opgeslagen.
Werkplan 2023 I 29
Toezicht Wbb/Bal In het kader van de bevoegd gezag taak van de gemeente, vindt toezicht plaats op de Wbb saneringen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt toezicht plaats op onder andere de milieubelastende activiteiten ‘graven en saneringen’ van de Omgevingswet. Tijdens het toezicht wordt er op toegezien of de bodemsaneringen door erkende bodemintermediairs worden uitgevoerd en of de saneringen in overeenstemming met het saneringsplan of de melding worden uitgevoerd en het saneringsdoel wordt behaald. Toezicht vindt voor zover mogelijk risicogericht plaats op cruciale momenten, zoals bij het bereiken van de einddiepte. Toezicht nazorglocaties bodemsaneringen Passieve nazorglocaties worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Voor nazorglocaties wordt toegezien op de indiening van de verplichte monitoringsrapporten. Een van de resultaten van het onderzoek van RWS is dat er in veel gevallen geen rapportage van de monitoring van deze actieve nazorglocaties wordt ingestuurd. In 2022 is hiervoor een eenduidige registratie opgezet. In 2023 worden de locaties aangeschreven wanneer deze niet voldoen aan de zorgplicht.
Toezicht toepassen bouwstoffen en grond op of in de bodem Van gemelde toepassingen van grond, baggerspecie en bouwstoffen wordt gecontroleerd of de toepassingen in overeenstemming met de meldingen plaatsvinden en of de toepassingen overeenstemmen met de eisen uit het Activiteitenbesluit en de Regeling Bodemkwaliteit. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden dit de eisen uit het Bal. Afgekeurde meldingen worden in het bijzonder meegenomen tijdens het toezicht. Van waargenomen niet-meldingplichtige toepassingen van bouwstoffen worden bij twijfel de milieuhygiënische verklaringen opgevraagd en gecontroleerd. Van bekende bouwstoffentoepasssingen die geen functie meer vervullen, wordt er op toegezien dat deze worden verwijderd dan wel dat de toepassing wordt ontmanteld. De DCMR heeft in een vroeg stadium bijgedragen aan de landelijke discussie over de toepassing van thermisch gereinigde grond. Het toezicht op dergelijke grond- en overige circulaire stromen en discussies hieromheen vraagt ook in 2023 inzet. Toezicht kleinschalig grondverzet Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, treedt ook het Bal in werking. Voor de milieubelastende activiteit ‘graven in grond verontreinigd op- en onder de interventiewaarde’, zijn de regels in het Bal verscherpt ten opzichte van de Wbb. Het melden van deze activiteit moet nu vanaf 50 m3 bij niet ernstig verontreinigde grond gebeuren.
Met de inwerkingtreding van het Bal zal deze grens liggen bij het graven onder de 25 m3, ongeacht de klasse. Kleine ontgravingen, in grond boven de interventiewaarde, onder de 25 m3 zullen niet meer meldingsplichtig zijn vanuit de Omgevingswet. Eerder had Rotterdam voor het ontgraven van kleine partijen de Richtlijn Kleinschalig Grondverzet (RKG). Deze richtlijn vervalt na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarna worden door middel van gebiedscontroles beperkte graafactiviteiten getoetst aan het Bal. Niet gemeld grondverzet Met informatiegestuurd toezicht probeert de DCMR zoveel mogelijk niet-gemeld grondverzet (nietgemelde bodemsaneringen of niet-gemelde toepassingen van grond en baggerspecie) in beeld te krijgen. Door hiertegen op te treden, verwacht de DCMR een verbetering van het meldgedrag. Voorvallen Via de meldkamer of via handhavingbodem@dcmr.nl worden regelmatig meldingen van calamiteiten of voorvallen ontvangen. Indien deze voorvallen buiten de inrichtingen plaatsvinden, wordt beoordeeld of hier toezicht op uitgevoerd moet worden. Indien dit noodzakelijk is wordt dit opgepakt en afgehandeld. D03 Coördinatie bodemsanering: Uitvoeringsprogramma bodemsanering (1.10k) Het Convenant Bodem en Ondergrond is in 2020 afgelopen. In 2022 zijn nieuwe financieringsafspraken ingegaan; toedeling vindt plaats op basis van de SPUK regeling.
Deze is in 2022 en 2023 gericht op het afronden van de spoedopgave uit het afgelopen Convenant, op de ‘oude afspraken’ Programmatische aanpak Gasfabrieksterreinen en de ‘GebiedsGerichte Aanpak’ van de bodemverontreiniging in het havengebied en op de zeer grote opgaven voor diffuus lood en PFAS.
Werkplan 2023 I 30
Ten behoeve van de bewaking en sturing van de voortgang en de financiële verantwoording van de rijksmiddelen wordt jaarlijks door de DCMR een Uitvoeringsprogramma Bodemsanering Rotterdam (UP) opgesteld. In het UP is per aandachtsveld de voortgang aangegeven en zijn aandachtspunten benoemd. Het door het Rijk toegekende budget is waarschijnlijk ontoereikend voor de onderzoek of aanpak van alle spoedlocaties of locaties waar risico’s niet zijn uitgesloten. Dit maakt keuzes noodzakelijk. D11 Bodemdatabeheer en bodemtelefoon (1.10l) Bodemdatabeheer Er wordt structureel aandacht besteed aan het reguliere bodemdatabeheer om de datakwaliteit op orde te houden. Gegevens kunnen worden geraadpleegd via “Omgeving in Kaart”. De verzamelde data zijn de basis voor de monitoring van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie. Bodemtelefoon Inwoners en bedrijven uit Rotterdam stellen schriftelijke en telefonische vragen over bodemkwaliteit en bodemsanering aan de DCMR. Deze vragen worden behandeld door de Bodemtelefoon. Een deel van de vragen wordt sinds een aantal jaren ondervangen door de GIS-tool op de website van DCMR. De vastgoedmarkt verlangt echter daarnaast een bevestiging van de gemeente van de juistheid van het raadplegen van informatiesystemen door intermediairs.
3.5.11 Cluster Lucht (1.11) A01 Advies milieuaspecten: Beleidsvoorbereiding Lucht (1.11a) In 2023 gaat SO verder met het opstellen en uitvoeren van het luchtbeleid als vervolg op de Koersnota Schone Lucht 2019-2022. Het is gericht op het halen van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit en het realiseren van de doelstellingen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) zoals gezondheidsverbetering en verminderde blootstelling aan luchtverontreiniging (vastgelegd in de Koersnota 2.0). De Europese commissie heeft recent een voorstel gedaan voor aanscherping van de richtlijn luchtkwaliteit. DCMR biedt ondersteuning met onder andere modelberekeningen en luchtkwaliteitmetingen en denkt mee en adviseert over de invulling van nieuw beleid. Het realiseren van oplossingen voor knelpunten blijkt complex in Rotterdam. Een goed inzicht in emissies, de mate van beïnvloedbaarheid daarvan en de effecten op de concentraties van met name NO2, roet, fijnstof en ultrafijnstof is daarbij van groot belang. De DCMR rekent op verzoek van de opdrachtgever scenario’s door, zodat beleidskeuzes en/of bestuurlijke keuzes beter kunnen worden onderbouwd. Het SLA geeft veel aandacht aan de gezondheidseffecten van luchtvervuiling. De uitstoot van fijnstof en roet door verkeer en houtkachels blijken hierbij belangrijke factoren in de komende jaren.
DCMR adviseert op verzoek van de opdrachtgever over diverse luchtgerelateerde onderwerpen. Voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de concentraties ultrafijn stof op diverse plekken in het Rijnmondgebied. Rotterdam spant zich al lang in voor een nationaal verbod op varend ontgassen. DCMR is ook in 2023 betrokken bij de implementatie van het verbod, onder andere bij het verder beproeven van ontgassingsinstallaties. Advisering in het dossier vindt plaats via de Rotterdamse werkgroep ontgassen. D08 Rapportage monitoring SLA/NSL: Rapportage luchtkwaliteit (1.11b) Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is van kracht sinds 1 augustus 2009. Voor de monitoring van de luchtkwaliteit rond wegen en veehouderijen werd de NSL-Monitoringstool (NSL-MT) gebruikt. Inmiddels heeft het RIVM in opdracht van het ministerie IenW een opvolger ontwikkeld: het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Het CIMLK wordt in januari 2023 in gebruik genomen voor de monitoring van luchtkwaliteit. Er kan dan geen gebruik meer worden gemaakt van de NSL-Monitoringstool. Het CIMLK wordt onder andere gebruikt voor: • Gemeenten, provincies en het Rijk moeten jaarlijks omgevingswaarden voor luchtkwaliteit monitoren. De monitoringsplicht staat in artikel 20.1 van de Omgevingswet.
Werkplan 2023 I 31
•
Conform de Schone Lucht Akkoord-afspraken monitoren de SLA-deelnemers óm het jaar de luchtkwaliteit. Zie artikel 11 Schone Lucht Akkoord.
Voor de nationale rapportage luchtkwaliteit over 2022 worden in 2023 verkeerscijfers en milieukenmerken verwerkt in het nieuwe CIMLK format en aangeleverd aan Bureau Monitoring van het ministerie van I&W. Vanwege een gewijzigd format waarin de data moet worden aangeleverd, moeten processen en dataverwerking worden aangepast door de DCMR. Daarnaast geeft de DCMR input aan SO ten behoeve van analyses, tabellen, kaarten (2020, 2025 en 2030) en blootstellingsgegevens. D19 Meting en monitoring milieukwaliteit: Beheer luchtmeetpunten (1.11c) De actuele luchtkwaliteit en het effect van genomen maatregelen zijn beter inzichtelijk geworden door de meetpunten op Rotterdams grondgebied. Deze meetpunten maken deel uit van een groter regionaal netwerk met in totaal veertien meetpunten in het Rijnmondgebied. Financiering vindt plaats door Provincie en Rotterdam samen. Twee van de regionale meetpunten behoren toe aan het RIVM. De werkzaamheden voor de luchtmeetpunten bestaan uit regulier onderhoud, validatie en publicatie van meetcijfers in rapportages en via app en internet. Specifiek voor Rotterdam worden analyses gemaakt uit de meetcijfers, zoals de ontwikkelingen van de verkeersemissies, de impact van de milieuzone, stof- en benzeenbelasting langs de Waterweg (o.a. Hoek van Holland), enzovoort.
Daarnaast wordt vanuit het meetnet sinds 2017 beperkt ondersteuning geleverd aan Citizen Science projecten waarbij burgers goedkope sensoren of diffusiebuisjes inzetten om inzicht in de lokale luchtkwaliteit te verkrijgen. In 2022 werd het grote Rotterdamse project de Luchtclub technisch ondersteund, voor 2023 zijn nog geen afspraken gemaakt Met de publicatie van de jaarrapportage en het publiceren van alle automatische meetstations op de website www.luchtmeetnet.nl wordt aan de informatieplicht uit de luchtwetgeving voldaan. In 2021 is een nieuw vijfjarenplan voor het meetnet afgerond, waarmee de werkzaamheden voor de periode 2021-2025 worden beschreven. De kosten voor het luchtmeetnet, die voorheen in het materiele budget werden begroot, zijn vanaf 2021 ondergebracht in een projectbijdrage. Op deze wijze zijn schommelingen in de uitgaven per jaar beter op te vangen. 3.5.12 Cluster Geluid (1.12) A01 Advies milieuaspecten: Secretariaat Regionaal Afsprakenkader (RAK) (1.12b) Secretariaat Regionaal Afsprakenkader (RAK) Op 8 juli 2015 ondertekenden de provincie Zuid Holland, de gemeenten Rotterdam, Brielle, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Vlaardingen, Westvoorne, Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en de DCMR een afsprakenkader over geluid en ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied Rijnmond-West.
Hierin is geregeld op welke manier de betrokken partijen in het gebied samenwerken om haven en woonkernen binnen de geldende geluidskaders te kunnen blijven ontwikkelen. De overeenkomst heeft een looptijd van tien jaar (tot 8 juli 2025) en wordt elk jaar gemonitord. De DCMR voert het secretariaat. In 2021-2022 is verkend welke consequenties het in werking treden van de Omgevingswet heeft en wat dit betekent voor het convenant. Dit zal ook leiden tot de actualisatie van het convenant. Het secretariaat werd in de eerste vier jaar gefinancierd door de provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf. Afgesproken is dat de aangesloten regiogemeenten vanaf 2021 gezamenlijk een vierde van de kosten voor hun rekening nemen. Het belang van het RAK-overleg blijft onverminderd groot, door de regionale bouwopgave en het belang van de economische waarde van de haven. Tussen deze twee belangen moet een Balans gezocht worden en het RAK-overleg draagt daar aan bij. De discussie rondom nestgeluid is voor het RAK-overleg belangrijk. In RAK-verband moeten hiervoor werkafspraken (interim-beleid) worden gemaakt en deze moeten worden geïmplementeerd. A02 Beleidsadvies: Geluidsoverleggen (1.12c) Tussen de opdrachtgever en de DCMR vindt periodiek een regie overleg geluid plaats. Hierin worden afspraken gemaakt over de aanpak van de diverse geluidonderwerpen en de rol van de DCMR daarin.
Werkplan 2023 I 32
A02 Beleidsadvies: Beleid geluidshinder (1.12d) In opdracht van SI/Milieu ondersteunt de DCMR de Rotterdamse clusters en samenwerkingspartners bij het systematisch terugdringen van geluidshinder in de stad. In december 2019 is het Actieplan geluid 2019-2023 vastgesteld. Na de vaststelling is begonnen met de uitvoering van de acties. Dit vergt ook inzet van de DCMR. De inzet richt zich met name op het meedenken over hoe de bouwopgave van Rotterdam zo kan worden gerealiseerd dat ook qua geluid een fijne en gezonde leefomgeving ontstaat. Daarnaast wordt gewerkt aan onderstaande projecten. Geluidbeleving (voorheen Stille groene gebieden) Onderdeel van de post Beleid geluidshinder is het project Stille groene gebieden. Er is met de opdrachtgever afgesproken om geen projectgroep op te richten, maar ad hoc projectteams te vormen voor de verschillende pilots. Voor de pilots kan gebruik gemaakt worden van een vernieuwde app om geluidsbeleving in beeld te brengen. In 2020 is gestart met gesprekken met de afzonderlijke projectmanagers van 8 stedelijke projecten met een groen component, waaronder de Hofbogen, Schouwburgplein, Rijnhaven en Getijdenpark. Doel is om deze gebieden voor gebruikers optimaal in te richten door deze te onderzoeken op geluidsbeleving. Er is in 2020 een stappenplan opgesteld hoe dit doel te bereiken. Dit project loopt door in 2023.
Vanuit de DCMR wordt onder andere expertise beschikbaar gesteld, waaronder het verrichten van traditionele geluidsmetingen en er worden metingen verricht en opnames gemaakt van het Soundscape volgens NEN-ISO 12913-1:2014. Door deze aanpak wordt de geluidbeleving gerelateerd aan de geluidbelastingen. Ook kan na realisatie van het project via vergelijkende luistertesten de verbetering van de geluidkwaliteit worden vastgesteld. Er wordt een inspiratiegids “soundscaping” opgesteld om (groen)ontwerpers te inspireren om geluidbewust te ontwerpen. De DCMR denkt hierin mee. In Rotterdam waar verdichting plaatsvindt op (ernstig) geluidbelaste locaties is geluidbewust ontwerpen van de openbare ruimte bijna een noodzaak om de leefomgevingskwaliteit op een acceptabel niveau te krijgen en te houden. Bij de MER evaluatie van de omgevingsplannen van Feijenoord City en Merwe-Vierhavens wordt daarom ook de geluidbeleving onderzocht. Verder wordt gekeken naar geluidbeleving rondom horeca. De Omgevingswet legt dit onderwerp neer bij de lokale overheden. Actualisatie ontheffingsbeleid Met het van kracht worden van de Omgevingswet vervalt het stelsel van hogere waarden en daarmee dus ook het daaraan gekoppelde Ontheffingsbeleid dat Rotterdam in 2007 heeft vastgesteld. Er is gekeken hoe dit beleid Omgevingswetproof kan worden omgezet naar een adequaat geluidsbeleid.
Er is een concept opgesteld dat nog verder afgestemd moet worden. Dit loopt door in 2023. A02 Beleidsadvies: Wet- en regelgeving geluid (1.12e) Het Rijk werkt via een stelselherziening toe naar de Omgevingswet. Het Aanvullingsbesluit geluid is gepubliceerd in het Staatsblad en de Aanvullingsregeling de Staatscourant. VNG en IPO zijn echter nog steeds in gesprek met het ministerie over enkele onderwerpen waarin VNG en/of IPO zich niet kunnen vinden. Inmiddels is duidelijk dat enkele termijnen in het kader van BGE’s en Sanering wegverkeerslawaai opschuiven. De gemeente werkt samen met de DCMR aan het opstellen van het omgevingsplan. D05 Geluidsaneringen: Geluidsaneringen Rotterdam (1.12f) Voorbereidingswerkzaamheden voor geluidsaneringen bij woningen en adviezen hierover aan de opdrachtgever worden verantwoord op deze post. Er is hierbij aandacht voor mogelijke koppeling van de geluidsanering met energietransitie. Voor de geluidsaneringen zelf is een externe opdracht verstrekt door de opdrachtgever, zie hiervoor 4.3.3. D04 Zonering industrielawaai: Zonebeheer (1.12.g) De DCMR voert namens de gemeente Rotterdam het beheer uit voor een tiental gezoneerde terreinen, inclusief de Tweede Maasvlakte.
Werkplan 2023 I 33
In de Wet milieubeheer is geregeld dat vergunningen geweigerd kunnen worden indien niet voldaan kan worden aan de grenswaarde. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, is deze regeling onderdeel van de bruidsschat en zal daarmee voorlopig blijven bestaan. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu op een bedrijventerrein dat is gezoneerd, of waarvoor aanvullend beleid is vastgesteld, toetst de DCMR of aan de grenswaarden wordt voldaan: is de vergunning inpasbaar in de zone respectievelijk voldoet de vergunning aan de beleidsafspraak? De toetsing (zonebewaking) gebeurt door middel van geluidmodellen die de DCMR beheert en onderhoudt. Met de geluidsmodellen wordt tevens inzichtelijk gemaakt hoeveel geluidruimte binnen een zone of beleidsafspraak beschikbaar is. In de Wet geluidhinder is zonebewaking een (wettelijke) gemeentelijke bevoegdheid. Deze wettelijke taak bestaat niet alleen uit zonebewaking, maar ook uit zonebeheer. De wettelijke zonebeheerder heeft de taak de geluidsboekhouding zodanig op orde te houden dat de beschikbare geluidruimte binnen de zone effectief en efficiënt beheerd wordt. Veranderingen binnen het terrein moeten in het beheermodel bijgehouden worden. Economische en ruimtelijke ontwikkelingen rondom het industrieterrein worden getoetst en geborgd in het model.