CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000267] Bijlage 2 behorende bij Addendum beleidskader Rotterdam International 2023-2025

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 9 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur4.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum 2023 – 2025

* dit document is een aanvulling op het in 2021 vastgestelde beleidskader Rotterdam Internationaal 2021 – 2025.

Addendum op beleidskader Rotterdam Internationaal 2021 – 2025 Rotterdam is een internationale, ondernemende en innoverende stad, die floreert bij internationale relaties en samenwerking. Het handhaven en uitbouwen van deze sterke positionering is geen vanzelfsprekend. Onze stad, haven en regio staan bovendien voor grote uitdagingen. De effecten van wereldwijd ontwrichtende geopolitieke ontwikkelingen, zoals de gewapende oorlog in Oekraïne maken heel duidelijk hoe belangrijk en verweven de internationale positie van Rotterdam is. Denk alleen maar aan de opvang van vluchtelingen in de stad, aan de toegenomen en blijvende urgentie om minder afhankelijk te worden van de energielevering vanuit andere landen, aan het gezamenlijk optreden tijdens de energiecrisis door Europa en bij handelsconflicten en de bijbehorende opstelling en reacties van de grootmachten in de wereld. Al die internationale ontwikkelingen hebben invloed op de stad en de Rotterdammers. Daarbij gaat het niet alleen om bedreigingen. De kracht van onze stad is onverminderd om bij ingrijpende veranderingen ook de kansen en nieuwe perspectieven te zien. Zo kan het investeren in relaties binnen Europa, maar ook met regio’s in Zuid-Amerika en Afrika ons nieuwe mogelijkheden bieden.

Voor de positie van de haven als leidende duurzame energiehub in Europa bijvoorbeeld, maar ook voor het creëren van nieuwe banen voor Rotterdammers. Naast de geopolitieke aanleiding, zijn ook de ambities van het in 2022 aangetreden college en een aantal moties vanuit de gemeenteraad aanleiding om op een aantal thema’s verdieping aan te brengen. In het beleidskader ‘Rotterdam Internationaal 2021 – 2025’ dat in 2021 is vastgesteld, staat op hoofdlijnen de koers aangegeven die de gemeente de komende jaren vaart om de Rotterdamse economie en kennispositie te versterken. De gemeenteraad heeft in december 2021 verzocht om nader inzichtelijk te maken op welke wijze internationaal aandacht wordt besteed aan de onderwerpen duurzaamheid, veiligheid, inclusiviteit en solidariteit. In voorliggend addendum is dit met inachtneming van het coalitieakkoord ‘Eén Stad‘ verder uitgewerkt met een onderverdeling in drie agenda’s: een internationale duurzaamheidsagenda, internationale veiligheidsagenda en een internationale sociaalmaatschappelijke agenda. Het stuk is nadrukkelijk een aanvullend document op het eerdergenoemde beleidskader.

De internationale economische agenda zoals uitvoerig besproken in het oorspronkelijke beleidskader is dus onverminderd van kracht en bovendien nauw samenhangend met de sociaal-maatschappelijke uitdagingen en de belangen en ambities op het terrein van duurzaamheid en veiligheid. 1. Internationale duurzaamheidsagenda Mede door de oorlog in Oekraïne is Europa andermaal met de neus op de feiten gedrukt wat betreft de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. In reactie hierop zet het kabinet in op een versnelling van de energietransitie. Dat komt mede doordat sterker dan ooit twee doelstellingen samenkomen: het verminderen van klimaatverandering op langere termijn en het versneld afbouwen van onze nationale afhankelijkheid van fossiele energie. Op nationaal niveau door ambitieus beleid op het gebied van groene waterstof, groen gas en versnelde elektrificatie. In Europees verband zet Nederland zich in voor de ambitieuze implementatie van het Fit for 55 pakket van de Europese Commissie. Voor Rotterdam betekent dit onmiskenbaar grote gevolgen en dito kansen voor alle sectoren.

Pagina 2 van 11

Ten eerste het havengebied. Om de verduurzamingsdoelstellingen ook daar waar te maken, wordt in de Rotterdamse haven al enkele jaren gewerkt aan (grootschalige) opwek, opslag, toepassing en doorvoer van (groene) waterstof. Recent is daar onder de noemer van ‘Europe’s Hydrogen Hub’ een concrete propositie voor stad, haven en regio over neergezet. Om de ontwikkeling van een Rotterdamse waterstofeconomie mogelijk te maken zijn, naast individuele (infrastructurele) projecten en (gemeente)grens overstijgende samenwerkingen, ook goede randvoorwaarden en het binnenhalen van fondsen op zowel nationaal als Europees niveau nodig. Hierover moeten we de dus niet alleen de dialoog met het Rijk voeren, maar ook met de Europese Unie. Gezien de toenemende concurrentie op het veiligstellen van waterstofstromen, is de komende jaren tevens gemeentelijke inzet noodzakelijk om de totstandkoming te ondersteunen van afspraken met buitenlandse partners over de aan- en doorvoer van waterstof. Hierbij is nadrukkelijk het Havenbedrijf Rotterdam in de lead en zoeken we ook afstemming met het Rijk. De regio’s die voor waterstofimport en -doorvoer belangrijk zijn betreft voor een deel regio’s waarmee Rotterdam al goede relaties onderhoudt zoals Noordrijn-Westfalen, Houston en Oman.

Het gaat daarnaast ook om spelers waarmee de relatie pril is of zelfs nog moet worden opgebouwd, zoals met verschillende Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse regio’s die een surplus aan duurzame energie (gaan) produceren. Relatieopbouw kan in de vorm van uitgaande en inkomende missies en werkbezoeken, aangevuld met digitale afspraken ter voorbereiding of om opvolging te geven. Een belangrijk instrument voor relatie-opbouw en strategische positionering is tevens de World Hydrogen Summit die mei 2023 opnieuw in Rotterdam neerstrijkt en publiek en private waterstofstakeholders van over de hele wereld aantrekt. Naast de waterstofambities, zijn ook de inzet op walstroom in het havengebied en de ontwikkeling van zogenaamde ‘groene corridors’ essentieel om decarbonisering van de scheepvaart mogelijk te maken. Qua internationale inzet gaat het met walstroom vooral om gerichte lobby richting de Europese Unie om gunstige randvoorwaarden te borgen (zoals een gelijk speelveld) en fondsen aan te trekken om de infrastructuur volledig uit te rollen. Waar zinvol wordt daarbij afstemming gezocht met partnersteden als Hamburg en Antwerpen vanuit de noodzaak een gelijk speelveld te creëren. Afspraken voor de ontwikkeling van groene scheepvaartcorridors worden daarentegen ook met verder gelegen havens aangegaan.

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft daarbij ook het voortouw en vanuit de gemeente wordt hierin waar relevant ondersteund. Een voorbeeld hiervan is de ondertekening van de intentieverklaring tussen de Rotterdamse en Singaporese havenautoriteiten waarmee handen en voeten worden gegeven aan de Clydebank Declaration, die tijdens de VN Klimaatconferentie COP26 in november 2021 is overeengekomen. Een ander spoor om de duurzaamheidsambities verder te brengen, is het internationale acquisitiebeleid. Samen met de acquisitiepartners Rotterdam Partners, Innovation Quarter en het Havenbedrijf Rotterdam, continueert de gemeente de in 2019 aangekondigde paradigmaverschuiving van een focus op kwantiteit naar een nadruk op waarde toevoegen. Het gaat daarbij concreet om het aantrekken van investeringen, buitenlandse bedrijven en organisaties die een wezenlijke bijdrage leveren aan een vernieuwing van onze economie met daarbij bijzondere aandacht voor duurzaamheid, digitalisering en circulariteit. Er wordt per branche bekeken welke type bedrijvigheid een aanvulling is op het bestaande netwerk.

Pagina 3 van 11

Deze toetreders en gewenste activiteiten zijn nodig om de eerder genoemde ambities ook tastbaar te maken. Hierbij is er speciale aandacht voor bedrijven met innovatieve technologieën die voor verschillende branches interessant zijn, zoals waterstoftechnologie en circulaire processen. De toenemende schaarste van talent en ruimte in combinatie met de dynamiek rondom omgevingsthema’s zoals stikstof en geluid, maken deze focus op kwalitatieve groei alleen maar urgenter. Het is hierbij goed om te benadrukken dat het niet alleen gaat om het aantrekken van commerciële partijen met duurzaamheidsoplossingen en ambities, maar ook om non-profit organisaties. Denk aan het hoofdkantoor van de International Solid Waste Association, maar ook het Global Center on Adaptation (GCA) dat in 2021 een internationaal toonaangevend drijvend kantoor opende in Rotterdam. Een ander voorbeeld is het Europese hoofdkantoor van het Resilient Cities Network (RCN) dat in 2021 zijn hoofdkantoor vanuit Londen naar Rotterdam heeft verplaatst. Zeggenschap van de stad over de koers van het GCA en RCN is geborgd met het lidmaatschap van de burgemeester van respectievelijk de adviesraad en de raad van bestuur. Eenzelfde strategie geldt voor de acquisitie van internationale beurzen, conferenties en evenementen.

In plaats van een focus op kwantiteit wordt ingezet op events die aansluiten bij de acquisitiestrategie en bijhorende sectoren, bijvoorbeeld door gericht toonaangevende duurzaamheidsconferenties aan te trekken. Naast een belangrijke bron van economische activiteit voor de stad, dragen dergelijke beurzen en conferenties bij aan de wereldwijde kennisdeling over duurzaamheidsopgaven en zetten ze Rotterdam op de kaart als dé hub voor duurzaamheid. Een sterk voorbeeld hiervan, in aanvulling op Urban Future 2024 en de eerder genoemde World Hydrogen Summit, is de succesvolle lobby om het toonaangevende World Energy Congress in april 2024 naar de stad te halen. Het thema van het congres is ‘Redesigning Energy for People and Planet’ waarbij 18.000 beursbezoekers en 4000 delegates zich buigen over de vraag hoe de dalende CO2-uitstoot extra kan worden gestimuleerd, zodat in 2030 tenminste 55% CO2-reductie gemeten kan worden t.o.v. het jaar 1990. Verder worden momenteel de mogelijkheden verkend om een Rotterdam Resilience Week te organiseren met internationale allure. Daarnaast wordt achter de schermen hard gewerkt aan meerdere kandidaatstellingen voor grote duurzaamheidsconferenties in 2024 en 2025, maar om strategische redenen kan hierover nog geen nadere informatie openbaar worden gemaakt.

Tijdens en buiten conferenties om ontvangt de gemeente een veelvoud aan buitenlandse delegaties waarbij duurzaamheid als beleidsthema centraal staat. Waar relevant en zinvol geleidt de gemeente verzoeken door, of werken we bij de uitvoering samen met partners zoals het Global Center on Adaptation voor wie de delegaties van toegevoegde waarde kunnen zijn voor hun doelstellingen. Duurzaamheidsthema’s waarvoor delegaties vanuit alle uithoeken van de wereld naar Rotterdam komen zijn bijvoorbeeld onze maatregelen voor een aardgasvrije stad, de multifunctionele daken, waterstof, resilience en het klimaatadaptatieprogramma Rotterdams Weerwoord. Gezien de enthousiaste reacties in het buitenland op de aangekondigde plannen voor de zeven stadsprojecten, is de verwachting dat deze nieuwe stadslongen na realisatie ook veel buitenlandse delegaties gaan aantrekken. Verder leren we van ervaringen van anderen door op bestuurlijk en ambtelijk niveau de participatie voort te zetten in internationale netwerken, die inzichten opleveren waarmee bestaande duurzaamheidsoplossingen in Rotterdam kunnen worden geoptimaliseerd. In het geval van de energietransitie zijn we als gemeente onder andere met pilots in Europese Pagina 4 van 11

netwerken actief die zich focussen op toepassingen in bijvoorbeeld de gebouwde omgeving en mobiliteit. Voorbeelden hiervan zijn Save the Homes (energiebesparing), Decarb Pipes (verduurzaming warmtenetten), Polis (mobiliteit) en RUGGEDISED (smart city). Rotterdamse deelname aan de laatste heeft recent zelfs een nominatie opgeleverd voor de prestigieuze World Smart City Awards 2022. Daarnaast neemt Rotterdam deel aan diverse trajecten die vanuit Horizon2020, het onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Commissie, zijn opgezet. Zoals de ‘Mission on Climate Adaptation’. De komende jaren continueert Rotterdam verder zijn betrokkenheid bij kennisnetwerken die intercontinentale reikwijdte hebben en waarbij sprake is van een bredere duurzaamheidsagenda dan alleen de energietransitie. Prominente voorbeelden daarvan zijn U20 en C40, waarbij de eerste naast kennisdeling ook tot doel heeft om de nationale leiders van de G20 te stimuleren tot acties die vanuit stedelijk perspectief nodig zijn om de duurzaamheidsambities waar te maken. Bij de totstandkoming van gezamenlijke communiqués maakt Rotterdam zich ook de komende jaren hard voor de uitgangspunten van het duurzaamheidsbeleid zoals vastgelegd in het Rotterdamse coalitieakkoord. In sommige gevallen is het ook opportuun om op duurzaamheidsterrein met buitenlandse regio’s bilaterale relaties aan te gaan.

De nadruk ligt daarbij vooral op klimaatadaptatie en watermanagement. In het geval van Singapore gaat het om kennisdeling waarbij we als samenwerkingspartners aan elkaar gewaagd zijn qua kennisniveau. Dit levert gezamenlijke publicaties op die niet alleen gepresenteerd worden op toonaangevende conferenties zoals de Singapore International Water Week en de World Cities Summit, maar die ook kosteloos online worden verspreid als voorbeeld van best practices. In andere gevallen, zoals de samenwerking met Jakarta, Ho Chi Minh Stad en het Indiase Surat (’s werelds hardst groeiende stad), is de Rotterdamse kennis geavanceerder dan van zijn partner, maar helpt de samenwerking met steden die zulke omvangrijke waterproblematiek hebben om met nieuwe invalshoeken en creativiteit naar klimaatuitdagingen te kijken. Een voorbeeld van bilaterale relaties die op duurzaamheidsterrein nog in de kinderschoenen staan, maar wel de potentie hebben om vernieuwende inzichten naar Rotterdam te halen is de samenwerking met Koreaanse steden op het terrein van slimme en duurzame mobiliteit. Dichterbij huis gaan we de komende periode mogelijkheden verkennen voor kennisdeling met Scandinavische steden zoals Kopenhagen en Oslo over klimaatadaptatie, warmtenetten en circulariteit.

De zojuist beschreven internationale inzet op duurzaamheid staat uiteraard niet los van de doelstellingen in het beleidskader Rotterdam Internationaal 2021 – 2025 waarin uitgebreide aandacht is voor handelsbevordering. Waar zinvol wordt de government-togovernment kennisdeling op duurzaamheidsterrein ingezet om tegelijkertijd een vliegwiel te bieden voor handelsbevordering. Zeker in landen waar publiek en privaat relatief sterk verweven zijn, helpt interstedelijke samenwerking om een warme ingang te creëren voor Rotterdamse bedrijven met duurzaamheidsexpertise. 2. Internationale veiligheidsagenda We leven in een tijd van grote wereldwijde gebeurtenissen die van invloed zijn op Rotterdam en haar inwoners. Een oorlog in Europa en een wereldwijde pandemie. Met als effect meer kwetsbare mensen in en van buiten onze stad, die een veilige haven nodig hebben. Internationale samenwerking zit in het DNA van Rotterdam. De havenstad werkt

Pagina 5 van 11

samen met steden in Europa en de rest van de wereld om lessen en inzichten te delen over statelijke dreigingen, radicalisering & extremisme, ondermijnende criminaliteit in de stad en haven, digitale criminaliteit en uitbuiting van onder andere arbeidsmigranten. Belangrijke platforms zijn het Europeaan Forum for Urban Security (EFUS), het Strong Cities Network (SCN), Radicalisation Awareness Network (RAN) en Eurocities. Globalisering heeft Rotterdam veel gebracht in termen van welvaart en kansen. Tegelijkertijd heeft de internationale handel ook negatieve consequenties, zoals de handel in drugs die onze haven en stad is binnengedrongen. Afgelopen jaar werden recordvangsten gedaan in de haven van Rotterdam tot een totaal van 70 ton in beslag genomen cocaïne, afkomstig uit Zuid- en Centraal-Amerika. De invloed van de daaraan gerelateerde criminaliteit en crimineel geld in onze haven, onze wijken, onze samenleving is ronduit desastreus: een toename van nietsontziend geweld, crimineel geld dat de economie vergiftigt en weer andere criminele activiteiten financiert, zoals bijvoorbeeld mensenhandel en de handel in wapens.

Daarom wordt al een aantal jaar hard gewerkt aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit in de haven door een goedlopend samenwerkingsverband met politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, FIOD, Douane, het Regionale Informatie- en Expertisecentrum, Havenbedrijf Rotterdam, divisie Havenmeester en branchevereniging Deltalinqs. In gezamenlijkheid met deze partners is de Uitvoeringsagenda Haven ‘Offensief tegen drugscriminaliteit opgesteld. De Uitvoeringsagenda Haven is opgesteld naar aanleiding van het onderzoek Erasmus Universiteit (EUR) ‘Drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven, aard en aanpak van het fenomeen’ uit 2019. Vervolgens is het in februari 2020 aangeboden aan de minister van Justitie & Veiligheid, in het kader van de lobby om structurele financiële steun voor de aanpak in de haven. In het rapport van de EUR komen de havens van Antwerpen en Rotterdam naar voren als één werkgebied van criminele organisaties. Belangrijke aanbeveling uit dat rapport was de noodzaak om meer te investeren in internationale samenwerking en ‘upstream disruption’ (aanpakken bij de bron). Daar wordt stevig op ingezet. Een voorbeeld van dergelijke inzet is het organiseren van de gezamenlijke reis in januari 2022 met de burgemeester van Antwerpen en een Belgisch-Nederlandse delegatie van justitie, politie-, douane- en havenautoriteiten naar Colombia, Panama en Costa Rica.

Daar is gesproken met nationale en lokale autoriteiten en tevens uitvoerhavens bezocht. Op basis hiervan is een brede internationale aanpak voorgesteld en de nationale lobby voor extra middelen verder versterkt. Recent heeft de minister structureel middelen beschikbaar gesteld en kan de Uitvoeringsagenda Haven uitgevoerd gaan worden. Verdere internationale inspanningen zijn de komende jaren nodig. De mogelijkheden om in Europees verband samen te werken moeten verder uitgewerkt worden. De gemeente kan daarbij het onderwerp op de agenda zetten en houden, en vooral ook de veiligheidspartners in positie brengen en aanmoedigen om stappen te zetten in informatiedeling en samenwerking. Internationaal gezien vergt dit onder andere een lobby bij de Europese Unie in Brussel. Om meer impact te sorteren, trekken we daarbij op met Antwerpen en waar mogelijk ook met Hamburg die als havensteden met vergelijkbare problematiek te maken hebben. Samen kunnen we een sterker geluid laten horen. Doel van deze gezamenlijke lobby is om samenwerking met relevante internationale havensteden en rederijen aan te jagen om zo een waterbedeffect te voorkomen en onze concurrentiepositie te beschermen.

Met name samenwerking met bron- en transitlanden in Midden- en Zuid-Amerika is daarbij opportuun, evenals nauw optrekken met relevante veiligheidspartners in de Verenigde Staten voor informatievergaring en het verstevigen van onze eigen positie. Daarnaast is het

Pagina 6 van 11

weerbaarder maken van de haven en het optrekken en een gezamenlijke verantwoordelijkheid delen met de private sector essentieel. Op veiligheidsterrein vindt ook kennisdeling in de eerdergenoemde, bredere netwerken plaats. De komende jaren wordt dit op bestuurlijk en ambtelijk niveau voortgezet. Het meeste prominente voorbeeld van dergelijke kennisdeling in netwerkverband is het European Forum for Urban Security (EFUS). Dit kennisnetwerk heeft bijna 250 steden uit 15 landen als leden en richt zich op meer thema’s dan alleen ondermijning. Voorbeelden hiervan zijn onderwerpen als radicalisering en crisismanagement. Naast onderlinge kennisdeling, lobbyt EFUS bij de EU over uiteenlopende veiligheidsvraagstukken die voor steden relevant zijn. Ook onderhoudt het European Forum banden met andere internationale netwerken, alsook met de Verenigde Naties. Het commitment van de gemeente voor EFUS spreekt onder andere uit onze herverkiezing als vicepresident, samen met Nice, Catalonië en Mannheim. Verder is Rotterdam actief in het Strong Cities Network en het Radicalisation Awareness Network (RAN). Beide netwerken richten zich op het voorkomen van haat, extremisme, polarisatie en behoud van democratie. Qua kennisdeling en leren van anderen, bestaat vanuit Nederland en ook Rotterdam aandacht voor de Italiaanse anti-maffia aanpak.

We kunnen wellicht toepasbare lessen trekken uit de bestrijding van de maffia in Italië. 3. Internationale sociaal-maatschappelijke agenda Bij een internationaal georiënteerde en cultureel diverse stad als Rotterdam hoort in de buitenlandse activiteiten ook aandacht voor een sociaal-maatschappelijk agenda. Een eerste dimensie daarvan is mensenrechten. Respect voor mensenrechten is van fundamenteel belang om te zorgen voor een wereld waarin iedereen zich veilig en in waardigheid kan ontwikkelen en kan meedoen. Zoals terecht benadrukt door Amnesty Internationaal hebben alle overheden in Nederland, waaronder de gemeenten, dan ook de verantwoordelijkheid om mensenrechten te beschermen, respecteren en verwezenlijken. Dit in overeenstemming met internationale verdragen die de nationale overheid heeft geratificeerd, alsook met de Nederlandse grondwet en het geldende recht. Tegelijkertijd hebben we op buitenlands terrein te maken met het feit dat in de bevoegdhedenverdeling tussen Rijk en gemeente bij diplomatiek-gevoelige zaken, waaronder mensenrechtenschendingen, het primaat nadrukkelijk op nationaal niveau ligt. Naast de inzet van Rotterdam als Shelter City, blijven we – in nauw overleg met het Rijk - de komende jaren aandacht besteden aan de naleving van mensenrechten in onze contacten met lokale bestuurders van landen waar respect voor mensenrechten niet vanzelfsprekend is.

We kiezen daarbij bewust niet voor de megafoonaanpak, maar gaan in plaats daarvan een constructieve dialoog aan. Hierbij kiezen we voor de onderwerpen waarop een betekenisvol gesprek het meest zinvol is in termen van mogelijke impact, namelijk over zaken die direct verband houden met de gemeentelijke praktijk. We zetten daarbij primair in op kansengelijkheid. Te denken valt aan vraagstukken als: -

hoe zorg je in de gemeentelijke dienstverlening voor gelijke behandeling van en toegankelijkheid voor alle inwoners? wat betekent digitale inclusie voor de gemeentelijke praktijk? hoe organiseer je lokaal tegen- en inspraak?

Pagina 7 van 11

-

maar ook: de verantwoordelijkheid voor het meewegen van de belangen van minderheden en het belang van het demonstratierecht.

Wanneer de contactmomenten plaatsvinden in een context die meer gericht is op handel en economie, bijvoorbeeld tijdens een handelsmissie, kan het opportuun zijn om de nadruk meer te leggen op de principes van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarnaast zullen deelnemers van Rotterdamse handelsmissies naar bestemmingen waar naleving van mensenrechten een fundamenteel punt van zorg is, en waar de gemeente bij betrokken is, voor vertrek worden geïnformeerd over de mensenrechtensituatie en de dilemma’s die dat met zich meebrengt voor het zakendoen aldaar. Verder is aandacht voor mensenrechten niet enkel voorbehouden aan bilaterale contacten. Juist ook in netwerkverband zoals U20, C40 en Eurocities waarin we met uiteenlopende steden aan tafel zitten is het belangrijk om aandacht te besteden aan de eerdergenoemde thema’s. De lobby met gelijkgestemde steden is daarbij relevant en succesvol. Zo zijn in de communiqués die in deze netwerkverbanden tot stand komen thema’s als (digitale) inclusie, sociale rechtvaardigheid en non-discriminatie gemeengoed. Een tweede dimensie in de internationale sociaal-maatschappelijke agenda is de koppeling van Rotterdamse prioriteiten aan de agenda van de Europese Unie.

Op deze wijze kunnen we waardevolle kennis opdoen en waar relevant ook Europese subsidies aantrekken voor Rotterdamse initiatieven en innovaties op sociaal-maatschappelijk terrein. Het gaat voorbij aan het bereik van dit addendum om een compleet overzicht te geven, maar er zijn verschillende voorbeelden van lopende projecten op het gebied van bestaanszekerheid, welbevinden en gemeenschapskracht die met EU-financiering de komende periode worden uitgevoerd. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het project ‘Beyond bonding & bridging. Linking communities and safeguarding equal treatment in a super divers city’, dat we kortweg ‘Rotterdam voorbij discriminatie’ noemen. Met dit project wordt samen met externe partners gewerkt aan gelijke behandeling van iedereen in de stad, onder andere door nieuwe manieren te vinden voor discriminatiepreventie. Als stakeholders worden ook de politie en het onderwijs betrokken. Een ander mede door EU gefinancierd project is ‘Community Led Local Development in Bospolder-Tussendijken’, waarmee de Rotterdamse inzet op Wijk aan Zet wordt ondersteund. Met het EU-geld is een subsidieregeling opengesteld waarmee bewoners de komende tijd eigen initiatieven kunnen realiseren die gericht zijn op het creëren van nieuwe werkgelegenheid.

Voorwaarde is dat het initiatief bijdraagt aan belangrijke transities (met name de energie- en klimaattransitie) en de sociale cohesie bevordert binnen de BoTu-gemeenschap. Aansluitend bij de EU Green Deal, is het HOPE-project relevant waaraan de gemeente Rotterdam samen met diverse Europese partners deelneemt. HOPE staat voor ‘Responding to Heatwaves in the Older People Ecosystem’ en is erop gericht ernstige gezondheidsrisico’s van hittegolven op de agenda te zetten van de welzijn- en gezondheidssector voor ouderen, met daarbij een nadruk op een integrale aanpak voor het hele ecosysteem. Kennisdeling op sociaal-maatschappelijke thema’s vindt verder plaats binnen geïnstitutionaliseerde Europese werken, die eerder ook in het Beleidskader Internationaal 2021 – 2025 zijn genoemd, zoals Healthy Cities, het Social Affairs Forum van Eurocities, het European Network of Social Authorities (ENSA) en de politieke tak daarvan European Local Inclusion and Social Action Network (ELISAN). Deze laatste heeft een officiële adviserende status in de Raad van Europa. Rotterdam schroomt daarbij niet om een prominente rol naar zich toe te trekken. Zo is de wethouder

Pagina 8 van 11

Welzijn, Samenleven, Sport en Digitale Inclusie momenteel vicevoorzitter (vanaf volgend jaar voorzitter) van het Eurocities’ Digital Information Forum, waarin hij zich hard maakt voor digitale inclusie. Ambtelijk is Rotterdam niet alleen voorzitter van een Europese werkgroep voor ouderenbeleid en sociale inclusie, maar ook lid van een commissie van de Raad van Europa over ‘Environmental and Health Crisis’, met daarin aandacht voor actuele thema’s zoals post-COVID en energiearmoede. Op Europees terrein wordt door de gemeente de komende jaren ook pro-actief ingezet op betere kennisuitwisseling en samenwerking op het thema EU-arbeidsmigratie in zowel bilateraal verband met afzonderlijke herkomstlanden, als met de EU en Europese netwerken zoals Eurocities. Doel hiervan is om misstanden zoals arbeidsuitbuiting, overlast in kwetsbare wijken en dakloosheid onder EU-arbeidsmigranten te bestrijden. Om dit te bereiken is het niet alleen nodig dat er meer inzicht komt in beweegredenen van EU-arbeidsmigranten, maar ook dat steviger wordt ingezet op informatievoorziening voor migranten-in-spé, re-integratie en bestendige terugkeer. Bij deze inzet hoort tevens lobby richting de Europese Unie om betere wet- en regelgeving te ontwikkelen en om EU-financiering beschikbaar te stellen voor concrete projecten die in Rotterdam het verschil kunnen gaan maken.

Een derde en laatste dimensie in de internationale sociaal-maatschappelijke agenda van de stad is internationale solidariteit. De COVID-19 pandemie heeft opnieuw zichtbaar gemaakt hoe kwetsbaar en van elkaar afhankelijk we zijn. Aandacht voor internationale solidariteit is daarom niet alleen een kwestie van moreel leiderschap, maar ook welbegrepen eigenbelang. In de zomer van 2021 heeft de gemeente tijdens de COVID-19 crisis solidariteit getoond met Kaapverdië door samen met de Veiligheidsregio en het Erasmus Medisch Centrum een grote vaccinatiecampagne te ondersteunen. Ook is op het hoogtepunt van de COVID-19 pandemie in G4-verband hulp geboden aan Suriname. Verder waren er volop maatschappelijke initiatieven waarbij inwoners van Rotterdam acties organiseerden voor buitenlandse gemeenschappen die hard door COVID-19 werden getroffen. Het college spreekt het voornemen uit om de komende jaren passende hulp te bieden in geval van natuurrampen, oorlog en pandemieën wanneer deze plaatsvinden in gebieden waar een warme band mee wordt onderhouden, bijvoorbeeld vanwege herkomstrelaties. De hulpinzet zal qua invulling en omvang moeten passen bij de expertise en (beperkte) middelen van de gemeente en daarnaast in een raamwerk worden uitgevoerd van gecoördineerde inzet met de Veiligheidsregio, VNG en het Rijk.

In die categorie valt ook de eerdere toezegging van het college om de wederopbouw van Oekraïne te gaan steunen. Tegelijkertijd is het om impact te kunnen maken noodzakelijk om focus aan te brengen en scherpe keuzes te maken, ook in internationaal beleid. In sommige gevallen betekent dat samenwerken met andere partners om ambities te kunnen realiseren en in andere gevallen is het passender om bepaalde thema’s aan andere overheden en organisaties over te laten. Een voorbeeld hiervan is het verzoek aan het college om in het kader van internationale solidariteit in het buitenland bij te dragen aan de versterking van democratische instituties. Het college stelt vast dat dit reeds door het ministerie van Buitenlandse Zaken met verschillende programma’s gedegen wordt opgepakt. Daarom beschouwt het college het niet als opportuun om dit aan te vullen met concrete projecten vanuit de gemeente. Zoals eerder beschreven, blijft het college zich wel actief uitspreken voor de waarden en mensenrechten die passen bij een democratische rechtstaat. Afsluitend refereert het college graag naar de motie die in december 2021 is ingediend ten aanzien van Suriname. Het college ziet de motie als een oproep om de samenwerking met Pagina 9 van 11

het land aan te halen. Dat is het college zeker van plan en zal daarbij de focus leggen op de eigen internationale duurzaamheidsagenda en de wateruitdagingen waarmee Suriname te maken heeft. In die context wordt Paramaribo uitgenodigd om een werkbezoek aan Rotterdam te brengen om kennis uit te wisselen over klimaatadaptatie. Ook is de burgemeester voornemens om in zijn huidige termijn een bezoek te brengen in het kader van de historische banden een tegenbezoek te brengen aan het land, sinds president Santokhi Rotterdam bezocht in 2021. Daarnaast zet de gemeente ten behoeve van een integrale benadering haar deelname voort aan het interdepartementale overleg dat periodiek over Suriname plaatsvindt. Daar schuiven ook decentrale overheden aan, waaronder de gemeente Amsterdam die een brede partnerrelatie met Paramaribo onderhoudt. De insteek van het college is daarbij om complementair te zijn en dubbele of gefragmenteerde inzet te voorkomen. Tot slot benadrukt het college graag dat juist ook door lokale actoren eigenstandig gekeken wordt naar de mogelijkheden om samenwerkingen met Suriname aan te gaan. Zo namen meerdere bedrijven en organisaties uit de Rotterdamse regio afgelopen september deel aan de nationale handelsmissie naar Suriname, waaronder ook het Havenbedrijf Rotterdam.

Pagina 10 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7d5503ff-e1f6-4df9-b6c7-b5da91f449c3