CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000208] Bijdrage (beeld) Inspreker Y. Akkerman cie WIOSSAN 18-01-2023

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: daarbij betrekken8.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

17-01-2023 ontvangen Bijdrage van Inspreker Ype Akkerman (lerarentekort) voor commissie WIOSSAN 18-01-2023

Aan de leden van de Raadscommissie WIOSANN, Komende woensdag 18 januari zal ik inspreken naar aanleiding van de wethoudersbrief over het lerarentekort. Omdat ik mijn inbreng toe wil spitsen op de gebieden Feijenoord en Charlois raad ik de NPRZ-woordvoerders aan ook van de partij te zijn. Hieronder heeft u vast enige voorbereidende informatie. 1. Naar een systemische aanpak Mijn betoog zal gaan aan de hand van deze graphic. Omdat er te weinig tijd is voor een uitvoerige toelichting doet u er goed aan die van te voren te bestuderen. https://nepc.colorado.edu/sites/default/files/publications/balloons-nepcinfographic.pdf 2. Het lerarentekort had niet zo groot hoeven te zijn Mijn inspreekbijdrage zal er op neer komen dat de burnout en uitval van leraren, en het grote personeelstekort in het onderwijs in deze gebieden, ook komt door schoolexterne omstandigheden. Dat zijn structurele armoede, slechte huisvesting, gebrek aan vormende vrijetijdsbesteding, wijken die als los zand aan elkaar hangen, en de sturing van het new public management met zijn gerichtheid op targets of prestatieindicatoren. Die maken het werk van leraren onnodig zwaar. Onnodig want die omstandigheden zijn door beleid wel degelijk in positieve zin te beïnvloeden. Maar omdat de partners in het NPRZ-bestuur dat nalaten is de personeelsproblematiek van het onderwijs in deze gebieden groter dan nodig.

En omdat alles van de scholen wordt verwacht dweilen leraren waar anderen de kraan open laten. Met die anderen bedoel ik het Rijk, de gemeente, de woningcorporaties en de schoolbesturen zelf. 3. Ook de jeugd is de klos Door de nalatigheid van het NPRZ op de genoemde terreinen is niet alleen het lerarentekort veel groter dan nodig. Ook de jeugd is daardoor na 10 jaar NPRZ-beleid geen steek opgeschoten, zeker niet als je dat afzet tegen de belofte van een ‘succesvolle toekomst’ die de kinderen van Feijenoord en Charlois in 2012 gedaan is in een breed verspreide brochure. En zeker is dat de uitgangssituatie voor de vorming van de jeugd verslechtert. Want het aantal mensen dat zich daarvoor inzet loopt terug, er is sprake van een enorme personele discontinuïteit onder de werkers voor de jeugd, en ze staan onder zware druk, ook door de bejegening die hen van de gemeente ten deel valt. Beter gezegd, ze worden als oud vuil behandeld. En de ouders, de belangrijkste belanghebbenden bij goed jeugdbeleid? Die worden arm, dom en onmondig gehouden. 4. Schriftelijke vragen wethoudersbrief lerarentekort De wethouder verheelt zijn zorgen weliswaar niet, maar schetst toch een te rooskleurig beeld. De huidige staat van de personeeelsproblematiek in het onderwijs op Feijenoord en

Charlois is een momentopname in een neerwaartse spiraal naar een ernstig kwaliteitsverlies van het onderwijs, of zelfs de sloop ervan. Daarom reik ik u in bijlage 1 een reeks van vragen aan. Ik raad u aan die aan het College voor te leggen, schriftelijk dan wel mondeling. 5. Schriftelijke vragen Midterm review NPRZ Tenslotte herinner ik u ook nog aan de toezegging van wethouder Versnel, dat hij de eerdere set van vragen die ik u eind augustus vorig jaat heb aangereikt, medio november 2022 zou beantwoorden. Tot op heden is hij in gebreke gebleven. Ik breng ze u via bijlage 2 nog eens onder uw aandacht en ik raad u aan wethouder Versnel te vragen wanneer u de beantwoording dan wél kunt ontvangen. Vriendelijke groet en tot woensdag a.s. Ype Akkerman Pedagogisch Collectief Feijenoord Rotterdam www.pedeng.nl ype@pedeng.nl 010 5118119 06 55107637 Twitter @ypakk www.facebook.com/pcfeijenoord

Lifting All Children Up

Policy decisions create opportunity gaps — both inside and outside our public school systems — that cause some schools to rise while others are weighed down. Harmful educational policies are starving schools and communities of the resources needed to create fair and equal opportunities. These include policies that:

Enriched Out-of-school Learning Opportunities

More Resources

• Base funding on local income and real estate values • Ration learning opportunities through policies like tracking • Fail to ensure a stable, expert, experienced teaching force

Schools and Families Making the Best of Limited Resources

• Create narrow, unengaging, test-driven instruction • Produce instability, waste, and churn through privatization and turnaround approaches • Fail to build on the first language of emerging bilingual students

Schools in wealthy areas

• Use discipline policies that push students out of school and into the prison pipeline

Harmful policies impacting children outside of school

Schools in poorer areas

are frequently linked to a long and ongoing history of discrimination. These policies affect areas such as housing, employment, environment, safety, health care, food security, and civil rights; they often result in segregated communities of concentrated poverty, with a poor tax base and resource-poor neighborhoods.

Ongoing History of Discrimination

Policies that Fail to Educate or Enrich

Finding Solutions

School-centric reforms

Systemic reforms

School-centric reforms

Ongoing History of Discrimination

Policies that Fail to Educate or Enrich

Ongoing History of Discrimination

One way to help compensate for problems of inequity is to implement evidence-based policy changes* at the school level: • Strong Supports for Experienced, Expert Teachers • High-Quality Pre-K • Wrap-around Services for Students and Families • After-school Enrichment and Support • Adequate, Equitable and Stable Funding • Small Class Size • Culturally Responsive Instruction • Early & Intensive Reading and Math Interventions • Elimination of Tracking • Personalized Instruction based on Relationships w/Caring Adults

Current Policies that Fail to Educate or Enrich

Because many of the problems that poor and underserved children face are systemic in nature, we can also solve them by changing those systems: • Employment Policies, Such as a Living Wage • Building Communities with Racial and Socioeconomic Diversity • Fair and Affordable Housing Policies • Creating Communities with Accessible Learning Resources • Access to the Best Learning Opportunities Decoupled from Parents’ Social Capital • Ensuring Access to Nutrition and Health Care

The evidence is clear: when obstacles are removed and students are given the resources to thrive, and when families and neighbors are meaningfully included in school communities, all students learn more. *For research explaining system-based and school-based change, see: Carter, P. L. & Welner, K. G. (Eds) (2013). Closing the Opportunity Gap: What America Must Do to Give All Children an Even Chance. New York: Oxford University Press. Rice, J. K. (2015). Investing in Equal Opportunity: What Would it Take to Build the Balance Wheel? Boulder, CO: National Education Policy Center. Available online at http://nepc.colorado.edu/publication/balance-wheel

www.schottfoundation.org

nepc.colorado.edu

Download this infographic: www.schottfoundation.org/infographic/lifting-all-children

1

Vragen naar aanleiding van de Wethoudersbrief Lerarentekort Deze vragen hebben betrekking op Feijenoord en Charlois, de focusgebieden van het NPRZ. Schoolexterne factoren 1. De graphic hieronder is op 4 november 2021 getoond en toegelicht in een Raadscommissie vergadering over het NPRZ. Daar waren ook de wethouders Moti en Kasmi van de partij. Waarom maken wethouder Kasmi en de schoolbesturen voor hun aanpak van het lerarenbeleid niet gebruik gemaakt van de inzichten die uit deze graphic naar voren komen? https://nepc.colorado.edu/sites/default/files/publications/balloonsnepc-infographic.pdf 2. Ook is in die vergadering melding gemaakt van Amerikaans onderzoek dat leert dat lage schoolprestaties voor 46% kunnen worden toegerekend aan structurele armoede. Ligt het tegen die achtergrond niet erg voor de hand dat het College er bij het Rijk op aandringt dat die veel meer tempo maakt met diens maatregelen gericht op bestaanszekerheid? Biedt het NPRZ niet een hele goede gelegenheid voor zo’n lobby, waarbij zo nodig een coalitie aangegaan wordt met de andere programma’s die in het kader van het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid van start gaan? 3.

Waarom wordt de leertijduitbreiding niet tot onderdeel gemaakt van een bredere aanpak, gericht op een royaal aanbod aan vormende vrijetijdsbesteding die niet alleen aansluitend aan de school plaatsvindt, maar ook 's avonds, in de weekenden, de vakanties en in de thuissituatie? Zie in dat verband ook deze recente studie over de merites van de vormende vrijetijdsbesteding. https://www.nji.nl/publicaties/depedagogische-waarde-van-vrijetijdsorganisaties?utm_medium=socialorganisch&utm_source=linkedin&utm_campaign=publicaties&utm_content=professiona ls 4. In de nota Menskracht op Zuid, die in december 2021 is aangenomen in de Raad, wordt ook communityvorming aangekondigd. Wanneer wordt daar een start mee gemaakt, hoe gaat dat plaatsvinden en wie heeft daartoe het initiatief? 5. Die communityvorming gaat over samenleven. Waarom gaat dan de nota van wethouder Achbar over Integratie en Samenleving over alles behalve het samen leven zelf? Ligt het niet voor de hand dat in elk geval te doen, ook met het oog op de vorming van pedagogische wijkgemeenschappen, ‘villages to raise a child’ of per wijk de ontwikkeling van de Children’s Zone zoals die oorspronkelijk bedoeld is? 6. In Amsterdam Nieuw West heeft men in 2019 het initiatief genomen tot zo’n wijkaanpak. Is het de bedoeling dat 020 hier voorloopt op 010, terwijl er in 2012 al een advies lag om

2

per wijk de Children’s Zone naar het voorbeeld van Harlem New York op te zetten? Zie https://www.buurtwijs.nl/content/samen-leren-de-wijk

Het lerarentekort op Feijenoord en Charlois 7. Hoe kan het dat uitgerekend in Feijenoord en Charlois het lerarentekort zo groot is? Daar is toch het NPRZ al 10 jaar actief? 8. Is de afname van het tekort op Feijenoord een trendbreuk of is het een zwaluw die nog geen zomer brengt? 9. 80 fte tekort op Feijenoord en 62 fte tekort op Charlois is al gauw meer dan 200 personen, omdat je er van uit moet gaan dat de meeste leraren de voorkeur geven aan een deeltijdaanstelling. Waar haal je die vandaan, zeker als ook elders in de stad sprake is van tekorten? 10. In de wethoudersbrief wordt gesproken over tevredenheid van leraren. Waar is die tevredenheid op gebaseerd? Is er een relatie tussen de duur van het dienstverband en die tevredenheid; bijvoorbeeld hoe langer men het leraarsberoep uitoefent, hoe lager de tevredenheid? Is de tevredenheid met het werk er ook omdat men in deeltijd werkt, zodat men het vol kan houden? Zijn er ook exitgesprekken geweest met leraren die zijn overgestapt naar andere scholen of die het onderwijs hebben verlaten? Zo nee, gaat dat nog gebeuren? 11. Wat is de omloopsnelheid van het personeelsbestand per school? Andersom, hoe stabiel is het? 12.

Burn-out; wat is de aard van de klachten? Kunnen die ook voorvloeien uit het feit dat leraren moeten werken op een manier die tegen hun professionele en persoonlijke geweten in gaat? Omdat hun school vooral aangesproken wordt op prestatieindicatoren als Cito-scores of VSV-cijfers? 13. Hoe zou het gaan met de burn-out als leraren van deeltijd naar voltijd gaan? 14. Ligt er ook een relatie tussen burn-out, uitval en lerarentekort met de bejegening van de leraren, i.c. de sturing van het new public management waarbij targets en prestatieindicatoren heilig verklaard zijn? 15. Zijn er algehele trends in de samenstelling van het personeelsbestand wat betreft duur dienstverband, leeftijd, deeltijd/voltijd, bevoegd/onbevoegd etc. Op grond waarvan voorspellingen kunnen worden gedaan over de personele bezetting op middellange en lange termijn?

3

16. Er is uitstroom door leeftijd en voortijdige uitstroom. Houdt de instroom gelijke tred daarmee? Anders gezegd, is de te verwachten instroom zodanig dat men de vervangingsvraag aan kan? 17. Hoe ziet dat ‘anders organiseren’ eruit? Hoe aannemelijk is het dat dit de schoolprestaties ten goede komt? Wordt dat ook onderzocht? 18. Hoe waarschijnlijk is het dat met de bestaande maatregelen het lerarentekort op Feijenoord en Charlois effectief zal zijn ingelopen. Is de kans niet groter dat het, ook met de bestaande maatregelen, eerder oploopt? 19. De DUO cijfers worden voorzien van verklarende opmerkingen door de schoolbesturen. Zijn die verklaringen afkomstig van ter zake deskundigen of is de wens hier de vader van de gedachte? 20. Wordt dat lerarentekort ingelopen met de bestaande instrumenten nu blijkt dat die niet het gewenste effect hebben gehad? Is het niet eerder zo dat als je doet wat je altijd doet, je krijgt wat je altijd krijgt? 21.

Waarom worden de personeelstekorten in het onderwijs wel als een probleem gezien, maar die in andere belangrijke disciplines als de kinderopvang, de jeugdhulpvereniging en ‘social work’ niet of veel minder? Heeft het College inzicht in de personeelsvoorziening en het -verloop in de verscheidene pedagogische disciplines op Feijenoord en Charlois, waaronder ook die van de vormende vrijetijdsbesteding, zodanig dat het een inschatting kan maken van de slaagkans van nog een 10 jaar NPRZ? Is de verwachting gewettigd dat in alle pedagogische disciplines tekorten ontstaan, zodat het NPRZ te maken krijgt met een generiek pedagogisch en educatief tekort?

Leertijduitbreiding 22. Duizenden kinderen moeten verplicht meedoen aan de verplichte leertijduitbreiding. Is dat in lijn met de Commissie Dijsselbloem, die expliciet waarschuwt voor het grootschalig experimenteren met kinderen? Trouwens, voor de ‘rijke schooldag’ uit het Regeerakkoord geldt die verplichting niet. Waarom hanteert het NPRZ die dan wel? 23. Ligt het gezien de druk die scholen nu al ondervinden van de NPRZ-ambities voor de hand dat die ook verantwoordelijk worden gemaakt voor de leertijduitbreiding? Ligt het niet meer voor de hand dat de gemeente dat doet? Als onderdeel van een bredere ambitie op het terrein van vormende vrijetijdsbesteding?

Rotterdam, 17 januari 2023

1 Vragen van de Gemeenteraad voor het College en het NPRZ Aanleiding Deze vragen zijn opgesteld naar aanleiding van de Midterm Review NPRZ en zijn er op gericht meer inzicht te krijgen in het gevoerde jeugdbeleid in de afgelopen 10 jaar. Ze bieden ook aanknopingspunten voor het jeugdbeleid op Zuid voor de resterende 10 jaar van het NPRZ. De vragen hebben dus niet betrekking op het hele NPRZ maar op belangrijke onderdelen ervan, te weten: 1. de vorming van de jeugd in de focuswijken van de gebieden Feijenoord en Charlois en in de voor het NPRZ relevante wijken van het gebied IJsselmonde. De vragen betreffen het gemeentelijk jeugdbeleid in combinatie met de ‘pijler School’ van het NPRZ. 2. de burger- en wijkdemocratie in de betreffende wijken, en in het bijzonder de positie van burgers met opgroeiende kinderen, ook wel ouders genoemd. Leeswijzer Deze vragen zijn onderverdeeld in de volgende rubrieken. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

De betrokkenheid van de Gemeenteraad en de Wijkraden bij het jeugdbeleid voor Zuid Betrokkenheid bij de Midterm Review Betrokkenheid bij de voortzetting van het NPRZ Het wetenschappelijk gehalte van de Midterm review Financiële verantwoording van het jeugdbeleid op Zuid De burger- en wijkdemocratie op Zuid Het jeugdbeleid op Zuid in de praktijk Resultaten na 10 jaar NPRZ De Children’s Zone Beschermende factoren als maatstaven voor goed jeugdbeleid Onderwijs onder druk Explosieve toename van het beroep op de jeugdzorg De funeste werking van het ‘new public management’ Schets van een toekomstperspectief voor het jeugdbeleid op Zuid

1. De betrokkenheid van de Gemeenteraad en de Wijkraden bij het NPRZ-beleid 1.1 Betrokkenheid bij de Midterm Review Op 12 juli 2022 is de Gemeenteraad op de hoogte gesteld van de midterm review, hierna MTR genoemd. -

Is de Gemeenteraad eerder geïnformeerd over de opzet van deze MTR? Zo ja, wanneer en hoe?

-

Waarom zijn de Wijkraden en Gebiedscommissies indertijd niet op de hoogte gesteld van het voornemen tot deze MTR?

-

Wie waren wel op de hoogte van deze opdracht?

-

Is deze opdracht openbaar aanbesteed? Zo nee, waarom niet?

-

Wat heeft deze midterm review gekost?

-

Uit welk budget is dit betaald?

2

-

Is het niet een gemiste kans om de Wijkraden en Gebiedscommissies onkundig te houden van het voornemen tot deze MTR? Zij hadden bijvoorbeeld de bewoners kunnen consulteren of ze aansporen de Burgertop te bezoeken.

-

Wat zegt deze omissie over de mate waarin het College en het NPRZ deze bestuurscommissies ziet staan en ziet zitten als vertegenwoordigers van de bewoners van Zuid? En dit juist in een periode waar het vorige College er alles aan deed om Wijk aan Zet aan de man te brengen? Of zitten deze bestuurscommissies er vanuit de optiek van het College en het NPRZ maar een beetje voor spek en bonen bij?

-

Waarom is de Burgertop pas in mei 2022 georganiseerd, en niet in de periode voorafgaand aan de Gemeente- en Wijkraadverkiezingen? Zodat ook de kandidaten voor de Gemeenteraad en de Wijkraden acte de presence hadden kunnen geven. Dan had het beleid voor Zuid ook meer onderwerp geweest van politiek debat. En had het wellicht de dramatisch lage opkomst voor de verkiezingen op 16 maart kunnen voorkomen. We wijzen er in dat verband op dat er ook een voorstel van die strekking lag, dus daar kan het niet aan liggen1.

1.2 Betrokkenheid bij de voortzetting van het NPRZ De voortzetting van het NPRZ zal plaatsvinden in het kader van het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid, zo hebben we begrepen. -

Welke procedure geldt daarvoor? Moeten de partners van het NPRZ daarvoor een aanvraag of voorstel indienen?

-

Zo ja, wat is daarvoor de uiterste datum van indiening?

-

Hoe en wanneer wordt de Gemeenteraad betrokken bij het in te dienen voorstel of aanvraag?

-

Hoe en wanneer worden de Wijkraden betrokken bij het in te dienen voorstel of aanvraag?

2. Het wetenschappelijk gehalte van het MTR Het NPRZ kost veel belastinggeld en heeft een behoorlijke impact op de bewoners. Dat geldt zeker voor de burgers met opgroeiende kinderen, die kinderen en jongeren zelf en verder iedereen die zich vrijwillig en beroepsmatig inzet voor de vorming van de jeugd. -

Gezien deze impact en de hoeveelheid publieke middelen, hebben dan niet alle betrokkenen, en zeker de bewoners en hun volksvertegenwoordigers in de Wijkraden en de Gemeenteraad het volste recht op een ordentelijke en deugdelijke wetenschappelijke beleidsevaluatie, zo halverwege de looptijd van het NPRZ?

-

Inclusief een goed inzicht in de wijze, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de van de financiele inzet?

-

Vindt het College dat met deze MTR, die opgesteld is door consultants aan dat recht tegemoet wordt gekomen?

1 Zie voorstel 6 van dit betoog aan de Raad, dat ook naar het vorige College gegaan is.

www.pedeng.nl/gericht

3

-

Waarom heeft men voor de documentatie uitsluitend die van het NPRZ gebruikt en niet documentatie uit andere bronnen? Zoals de brochure over de Children’s Zone en het advies van het Expertteam Children’s Zone (beiden uit 2012), artikelen in Vers Beton, en andere media, verslagen gemeenteraad, nota’s als Menskracht voor Zuid en de motie Van Zuid Voor Zuid?

-

Gelden voor het jeugdbeleid op Zuid ook beleidsdocumenten als ‘Rotterdam Groeit’ (het beleidskader Jeugd van het Kendoecollege), ‘Heel de Stad’ en andere beleidsdocumenten die betrekking hebben op de vormgeving van het integrale jeugdbeleid? Zo ja, waarom zijn deze documenten, en de concrete doorwerking daarvan op de dagelijkse praktijk van het jeugdbeleid op Zuid, niet bij de MTR betrokken?

-

Waarom is in de MTR niet de brief van de Wijkraad Feijenoord aan de minister Ollongren meegenomen en -gewogen? www.pedeng.nl/kajsa

-

Waarom is in de MTR wel het essay van Tops en van Winkel meegenomen, maar niet de uitgebreide reactie daarop, die ook meegestuurd is met de bovengenoemde brief aan minister Ollongren? www.pedeng.nl/vals

-

Had het betrekken van documentatie als hierboven beschreven niet bijgedragen aan een veel completer beeld van hoe het jeugdbeleid voor de ouders, kinderen en jongeren van Zuid heeft uitgepakt? En een voorstelling van zaken die veel meer recht doet aan de werkelijkheid dan uit deze MTR naar voren komt?

-

In het bericht aan minister Ollongren verzoekt de Wijkraad Feijenoord de minister om het “NPRZ aan te sporen te komen met een robuust wetenschappelijk programma dat voorziet in onbevangen en deugdelijk onderzoek naar de relatie tussen het gevoerde beleid van het NPRZ op alle drie de pijlers en de effecten daarvan, op een zodanige wijze dat het beleid ook op een verstandige en verantwoorde manier kan worden bijgesteld.” In de reactie op dit verzoek verwijst het ministerie van BZK naar de op handen zijnde MTR. Lijkt het er niet heel sterk op dat het NPRZ het ministerie van BZK op het verkeerde been gezet heeft, nu blijkt dat het wetenschappelijk gehalte van de MTR uitermate pover is?

-

Gaat een beleidsevaluatie als beschreven in het citaat hierboven alsnog plaatsvinden? Zo ja, wanneer en hoe? Zo nee, waarom niet?

-

Heeft het College kennisgenomen van de reactie op de MTR om dit artikel van dr. Gijs Custers in Sociale Vraagstukken. Een artikel waarvan de titel boekdelen spreekt, en de inhoud ook?2

-

Geeft ook dit artikel het College aanleiding tot een grondiger wetenschappelijke reflectie op het NPRZ?

3. Financiële verantwoording van het jeugdbeleid op Zuid -

Wie is in Rotterdam de baas als het gaat om de inzet van publieke middelen?

2 https://www.socialevraagstukken.nl/onvoldoende-wetenschappelijke-onderbouwing-voor-nationaal-

programma-rotterdam-zuid/?

4 Er gaat in de focuswijken veel publiek geld om dat bestemd is voor de vorming van de jeugd. Zonder uitputtend te zijn: - De extra NPRZ middelen van het Rijk; - De extra middelen die de gemeente in het kader van de cofinanciering NPRZ heeft vrijgemaakt; - De reguliere middelen van de gemeente in budgetten als sport, cultuur, welzijnswerk, jeugdhulpverlening, kinderopvang, gezondheidszorg, en andere budgetten die de vorming van de jeugd in de focuswijken ten goede komen. - Aanvullende rijksmiddelen van in elk geval OCW (NPO-budget) en VWS, vooral met het oog op de post-coronaperiode. Vragen: -

Kan het College inzage geven is het totaal aan middelen wat aan de vorming van de jeugd besteed is, in de NPRZ-wijken van Feijenoord, Charlois en IJsselmonde?

-

Wat de bestemming van de middelen was?

-

Zijn die middelen rechtmatig en doelmatig besteed?

-

Klopt het dat in de tijd van de deelgemeente Feijenoord ongeveer 7 mln. op jaarbasis beschikbaar was voor het welzijnswerk en nu nog ongeveer 5 mln. op jaarbasis?

-

Hebben er de afgelopen 10 jaar ook bezuinigingen plaatsgevonden op andere voor de vorming van de jeugd op Zuid relevante budgetten? Zo ja, welke zijn dat en in welk mate was dat het geval?

-

Is de cofinanciering door de gemeente van het NPRZ ten koste gegaan van zulke budgetten? Zodat dus de extra middelen voor de cofinanciering vooral een sigaar uit eigen doos zijn?

4. De burger- en wijkdemocratie op Zuid In de MTR wordt voorgesteld de bewoners van Zuid als ‘bondgenoten’ aan te merken. Het NPRZ heeft de Wijkraden meegedeeld met een nader voorstel te komen voor de invulling van dit bondgenootschap. Vragen: -

Is ‘bondgenoten’ in overeenstemming met de formele positie van burgers als dragers van de democratie en de rechten die daarbij horen?

-

Ligt het niet meer voor de hand de burgers als opdrachtgever van het NPRZ te beschouwen en er alles aan te doen dat zij zich ook eigenaar weten van dit programma?

-

Ligt het, gezien de formele positie en de intenties van Wijk aan Zet niet meer voor de hand dat de Wijkraden een formele adviesaanvraag krijgen over de positie van de burger en het NPRZ-idee van bondgenoten?

-

Hoe verhoudt zich het idee van bondgenoten zich tot de motie Van Zuid Voor Zuid?

5 -

Hoe gaat het College de motie van Zuid voor Zuid uitvoeren?

Sinds enige tijd wordt de wijk Carnisse wekelijks bezocht door burgemeester. Het is ook de focuswijk met het de laagste opkomt bij de recentste verkiezingen, namelijk 18%. Vragen: - Is het ondanks of dankzij de bezoeken van de burgemeester dat die opkomst zo laag is? - Was de opkomst nog lager geweest als de burgemeester deze inzet niet gepleegd had? - Of bestaat er geen verband tussen de beide feiten? - Als het laatste het geval is, wat is dan de zin en het nut van deze inzet van de burgemeester? -

Zijn ouders burgers, die net als iedere andere burger democratische rechten heeft?

-

Geldt dit democratische recht dan niet in het bijzonder voor ouders, omdat zij de primaire verantwoordelijkheid hebben voor de vorming van hun kinderen, een opdracht waarmee ze essentieel zijn voor de toekomst van de stad?

-

Die verantwoordelijkheid van ouders komt ook daarin tot uitdrukking dat ze hun kostbaarste bezit met een gerust hart toe kunnen vertrouwen aan mensen die zich vrijwillig dan wel professioneel inzetten voor de jeugd. Is dat vertrouwen gerechtvaardigd als de sturing op deze vrijwilligers en professionals zodanig is dat hun intrinsieke motivatie en de kwaliteit van hun werk ernstig onder druk staat? Zie ook rubriek 6.

-

Komt burgers met opgroeiende kinderen dan niet versterkt het opdrachtgeverschap toe, zoals hierboven gesuggereerd?

-

Hebben zij dan ook niet het recht op een stevige inbreng in het jeugdbeleid? En dat ze dus veel meer subject van beleid zijn dan object, zoals nu het geval is?

Op 23 april 2022, dat is bijna 5 maanden geleden, heeft Ype Akkerman aan het College en het NPRZbestuur een reeks van vragen gesteld over de betrokkenheid van de Wijkraden. Die hebben vooral betrekking op de mate waarop de Wijkraden op de hoogte worden gehouden van het beleid op Zuid. Ondanks meerdere herinneringen heeft hij nog steeds geen antwoord gekregen. Vragen: - Waarom heeft het College niet laten weten dat hij deze vragen in goede orde heeft ontvangen en wanneer een inhoudelijke reactie te verwachten is? Was zelfs die moeite al te veel? - Waarom heeft dhr. Akkerman, ondanks diverse keren rappelleren, geen inhoudelijke reactie gekregen? - Vindt het College deze vragen irrelevant? - Is de uiterst trage behandeling van dit bericht in lijn met de motie Van Zuid voor Zuid? - Wanneer kan dhr. Akkerman die reactie wel krijgen? - Wilt u die reactie dan ook in afschrift sturen aan de Gemeenteraad en aan de Wijkraden van de NPRZ-wijken op Zuid?

5. Het Jeugdbeleid op Zuid in de praktijk 5.1 Resultaten na 10 jaar NPRZ Het NPRZ is voor 25% geslaagd aldus de MTR. Vragen:

6

- Geldt dat ook voor het jeugdbeleid op Zuid? - Zo ja, 25 % waarvan? - Onderschrijft het College deze waarnemingen, die het rooskleurige beeld wat uit de MTR naar voren komt, weerspreken of op zijn minst relativeren? a. Een explosieve toename van het beroep op de jeugdzorg. Wat niet alleen vanuit financieel oogpunt onwenselijk is maar ook vanuit een oogpunt van persoonlijk leed onder de jeugd. Leed dat zich gemakkelijk kan omzetten in onverschilligheid of zelfs wrok jegens de gemeenschap, met alle gevolgen van dien. b. Dat de Cito-scores slechts licht verhoogd zijn ten opzichte van de ambitie, en dat je die bovendien ook met een korrel zou moet nemen. Zie daarvoor het eerdergenoemde artikel van dr. Gijs Custers. c. Dat voor die lichte stijging wel eens een hoge prijs betaald zou kunnen zijn, doordat Cito-scores als prestatieindicator op de scholen een pedagogisch klimaat in de hand werken dat een opdrijvend effect heeft richting de jeugdzorg. d. En ook bij leraren een toenemende zorgbehoefte omdat het hanteren van zo’n prestatieindicator hen hun werk laat doen op een manier die indruist tegen hun persoonlijke en professionele geweten? Met burn-out tot gevolg en uitval als ultieme ‘way out’. e. Dat uit onderzoek blijkt dat in het gebied Feijenoord 1770 jeugdige bewoners (leeftijd 8-23 jaar) vatbaar zijn voor de criminele verleiding of daar inmiddels al voor gezwicht zijn. f.

Toegenomen verboden wapenbezit onder jongeren, een groot aantal schietincidenten en de avondklokrellen op de Beijerlandselaan.

g. De jeugd is er bekaaid vanaf gekomen, zo bericht de vorige Wijkraad Feijenoord in zijn testament (2022). Dit terwijl de kinderen en jongeren op Feijenoord 10 jaar geleden een ‘succesvolle toekomst’ beloofd is (zie 5.2). h. Het feit dat dit College klaarblijkelijk zijn toevlucht moet nemen tot allerlei repressieve maatregelen zoals cameratoezicht, Boa’s op pleintjes, mosquito’s en het toepassen van de Rotterdamwet. i.

Of dat verlegenheidsoplossingen worden opgezet als jeugdhubs en ‘Geweldig Rotterdam’ die eerder een vorm van symptoombestrijding en symboolpolitiek zijn dan goed doordachte programma’s om de jeugd weer op een spoor te krijgen die hen voert naar de menselijke waardigheid die iedere Rotterdammer toekomt.

j.

Dat sprake is van toenemende personeelstekorten in vitale jeugddisciplines als onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en jongerenwerk. Tekorten die stellig niet alleen te maken hebben met algemene arbeidsmarktontwikkelingen maar ook in de hand worden gewerkt door de contraproductieve sturing en bejegening van deze professionals door de gemeente en het NPRZ. Zie daarvoor de rubrieken 5 en 6.

-

Is het dan ook niet gerechtvaardigd te stellen dat de jeugd voor diens vorming juist sléchter af is dan 10 jaar geleden? In plaats van ietsje beter, zoals de MTR suggereert?

7

-

Dat dit voor een belangrijke deel veroorzaakt wordt door falend beleid op het gebied van bestaanszekerheid, huisvesting, vormende vrijetijdsbesteding, sociale cohesie in wijken en een sturing die gebaseerd is op systemische minachting van iedereen die zich met hart en ziel voor de vorming van de jeugd op Zuid inzet?

-

Dat ook de condities voor de vorming van de jeugd verslechterd zijn, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat de verheffing van de jeugd op Zuid in de resterende NPRZ-periode zal slagen als het beleid niet drastisch gewijzigd wordt? Zie daarvoor rubriek 7.

-

Dat van alle problemen waar de jeugd op Zuid en de ouders mee te kampen hebben het gemeentelijk beleid en dat van het NPRZ de grootste zijn?

5.2 De Children’s Zone “Onze belofte: we stomen jou klaar voor een succesvolle toekomst”. Dat was de titel van een brochure die in 2012 breed in de focuswijken verspreid is 3. Deze brochure was op zijn beurt een uitwerking van het advies van een Expertteam Children’s Zone; een advies dat er op neer komt dat iedereen die er toe doet in de vorming van de jeugd een gewaardeerde plek heeft in het geheel. En dat gericht is op de vorming van een pedagogische wijkgemeenschap waarin iedereen die vorming ook als een gezamenlijke opdracht ziet en daarvoor diens beste beentje voorzet. Vragen: -

Kan de Raad een exemplaar krijgen van deze brochure en van het advies van het Expertteam wat eraan ten grondslag ligt?

-

In hoeverre vindt het College dat de belofte van 10 jaar geleden waargemaakt is?

-

In hoeverre vindt het College dat het in de brochure en in het advies geschetste perspectief waargemaakt is?

-

Waarom is het NPRZ (in casu Marco Pastors) van meet af van dat advies en die brochure afgeweken door de term Children’s Zone uitsluitend voor te behouden aan schooltijduitbreiding en samenwerking tussen de school en jeugdzorg met het oog op ‘ontzorging'’? Waardoor andere relevante wijkpartijen buitengesloten zijn?

-

In plaats van het genoemde advies op te volgen heeft Marco Pastors zich uitsluitend toegelegd op de schooltijduitbreiding en naderhand op dagprogrammering. Is die exclusieve focus daarop verstandig geweest, daar waar in het advies en de brochure een veel bredere en meer integrale aanpak in het vooruitzicht wordt gesteld?

-

Waarom hebben achtereenvolgende Colleges hem daarop niet aangesproken en gecorrigeerd?

5.3 Beschermende factoren als maatstaven voor goed jeugdbeleid Het Kendoecollege heeft indertijd “Rotterdam Groeit” uitgebracht, het Beleidskader Jeugd 20152020. Deze nota is toen raadsbreed verwelkomd. Belangrijke basis voor het voorgestelde beleid zijn de 10 beschermende factoren, die door het Nederlands Jeugdinstituut zijn opgesteld op basis van 3 Zie deze verwijzing op de website van het NPRZ. Die uiterst summier en doet geen recht aan de brochure, laat

staan aan het adveis van het Expertteam Children’s Zone.

8 breed en grondig wetenschappelijk onderzoek. https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Toptien-positieve-ontwikkeling-jeugd_0.pdf Vragen -

Gelden deze 10 beschermende factoren ook nu nog als basis voor het jeugdbeleid, en dus ook voor Zuid?

-

Als het gaat om de mate waarin deze factoren recht gedaan wordt in de focuswijken op Zuid, zijn die wijken er dan de afgelopen 10 jaar op vooruitgegaan, op achteruitgegaan, of is het gelijk gebleven?

-

Waar baseert het College het antwoord op de bovenstaande vraag op?

-

Zijn de volgende beslissingen in overeenstemming met het streven om ook in de focuswijken die beschermende factoren tot zijn recht te laten komen? a. het beëindigen door het Kendoecollege van het kinderwerk in het gebied Feijenoord, dit bij de eerste aanbestedingsbeslissing welzijnswerk nadat de gemeente het welzijnsbeleid van de deelgemeente Feijenoord heeft overgenomen? b. het stopzetten door het Kendoecollege van de Proeftuin Feijenoord in de gelijknamige wijk, bij de tweede aanbesteding welzijn van de gemeente? Waarmee een veelbelovende ontwikkeling in de richting van een -ook voor de vorming van de jeugd profijtelijkewijkgemeenschap om zeep geholpen is? c. Het vervangen door het Kendoecollege van het totale welzijnsaanbod in het gebied Feijenoord door dat van Humanitas? Dit bij de derde aanbesteding welzijn? d. Dit ook inclusief het verdwijnen van Thuis op Straat uit het gebied Feijenoord? e. De beslissingen die Humanitas, met medeweten en instemming van de gemeente, genomen heeft over Monteirogym, de jeugdactiviteiten ’s avonds in het Huis van de Wijk Feijenoord, en het niet ondersteunen van de stichting Helderheid en om zelf slechts minimale inzet op het gebied van jeugdwelzijn te plegen? f.

De verplaatsing door het Kendoecollege van de Buurtsportaccomodatie van de Hockeyclub Feijenoord naar een plek zodanig ver van het gebied Feijenoord, dat daardoor de deelname van de aantal kinderen voor wie de HCF is opgericht aanzienlijk teruggelopen is? g. De weigering van het vorige College om zo’n buurtsportaccomodatie te realiserenop het parkeerterrein bij de Jumbo op Feijenoord? Zoals voorgesteld door de Wijkraad Feijenoord? h. Het stopzetten door het vorige College van de subsidie aan Jeugdcentrum CJV op Feijenoord, ook nadat de Wijkraad Feijenoord gepleit heeft voor voortzetting van die subsidie? i. De negatieve beslissing van het vorige College op het advies van Wijkraad Feijenoord om voor de Speeltuin de Middenstip geld beschikbaar te stellen zodat een betaalde kracht kan worden aangesteld, en het speeltuingebouw een opknapbeurt kan krijgen? j. De negatieve beslissing van het vorige College op het pleidooi van de heer Akkerman, om voor kleinere organisaties in de wijk Feijenoord, die hun sporen hebben verdiend op een goede aanpak van de jeugd, een aparte aanbestedingstraject welzijn te realiseren. Een pleidooi dat ook in lijn is met de intentie van openbare aanbesteding, nl. een gelijk speelveld voor iedere organisatie, ook kleinere? k. De beslissing van het vorige College om de opdracht aan Thuis op Straat stop te zetten in het gebied Charlois? l.

De beslissing van het vorige College om de subsidie van De Katrol in het gebied Charlois te beëindigen?

9 m. De weigering, tot drie keer toe, van het aanbod van het Pedagogisch Collectief Feijenoord aan vorige Colleges, om gezamenlijk en met de wijkpartners te komen tot een duurzaam en gedragen programma voor de vorming van de Jeugd? n. De weigering van het vorige College om een gesprek te hebben met de vorige Wijkraad Feijenoord over een voorstel tot een ‘Wijkafspraak Jeugd op Feijenoord?’ -

Waarom hebben de Colleges bij geen van deze beslissingen de Gebiedscommissies en de Wijkraden op Zuid geraadpleegd?

-

In de regeling Couleur Locale is als subsidievoorwaarde opgenomen dat er een voorkeur is voor ‘effectieve interventies’ zoals erkend door het Nederlands Jeugdinstituut. Nu hoort Thuis op Straat ook tot die interventies. Waarom is deze organisatie dan zijn opdracht kwijtgeraakt, recentelijk in het gebied Charlois en eerder in het gebied Feijenoord?

-

Is dit een voorbeeld ervan dat in het Rotterdamse beleidsapparaat de ene hand niet weet wat de andere doet?

5.4 Onderwijs onder druk 5.4.1 Resultaten en leraren -

De afgelopen 10 jaar zijn de Cito-scores licht gestegen, zeker in vergelijking met de geformuleerde ambities. Hoe beoordeelt het College tegen die achtergrond de opmerkingen van dr. Gijs Custers in het eerder aangehaalde artikel, die relativerend zijn over Cito-scores als maat voor succes van beleid?

-

Cito-scores zijn een effect van de combinatie van de situatie thuis, vormende activiteiten buitenshuis en goed onderwijs. Ze zijn bedoeld als hulpmiddel om te bepalen voor welk vervolgonderwijs de leerling geschikt is. Gezien deze bedoeling van Cito-scores, is het dan terecht dat ze worden gebruikt als graadmeter of outputvariabele voor goed onderwijs of succes van beleid?

-

Wordt daarbij ook rekening gehouden met perverse effecten, zoals teaching to the test (‘leren, toetsen, vergeten’), een straf pedagogisch klimaat en een uit de hand lopende bijlespraktijk?

-

Is het denkbaar dat met deze indicator een hoge prijs betaald wordt zoals een toenemend beroep op de jeugdzorg?

-

Of een hoge prijs doordat deze sturing de intrinsieke motivatie en het professionele geweten van leraren onder druk zet, met burn-out en uitval als gevolg?

-

Landelijk onderzoek wijst uit dat ca. 25% van de leraren kampt met burn-out klachten. Hoe is dat percentage bij de leraren die werken op de scholen in de focuswijken?

-

Is het gezien de oplopende lerarentekorten niet spelen met vuur om dan toch vast te houden aan deze vorm van sturing op het onderwijs?

-

Wat zou er gebeuren als Cito-scores als prestatieindicator wordt losgelaten, zonder die door een andere te vervangen?

10 Amerikaans onderzoek maakt aannemelijk dat lage schoolprestaties voor 46% toe te rekenen zijn aan structurele armoede4. Ook de Atlas van Afgehaakt Nederland5 suggereert dat hier sprake is van een causaal verband. Daarnaast zijn er goede redenen om aan te nemen dat slechte huisvesting, tekorten in vormende vrijetijdsbesteding en gebrekkige sociale cohesie de schoolprestaties drukken. Deze factoren zijn geen natuurwetten maar het gevolg van beleidskeuzes van andere overheid en instanties.6 Vragen: -

Is het College zich ervan bewust dat leraren daardoor moeten dweilen waar anderen de kraan openlaten? En dat dit in belangrijke mate bijdraagt aan burn-out, uitval en het lerarentekort?

-

Welke beleidsconsequenties trekt het College daaruit voor het vervolg van het onderwijsbeleid op Zuid?

5.4.2 De Dagprogrammering “Wij doen niet wat ouders willen, maar wat we vinden dat ze zouden moeten willen.” Aldus Marco Pastors op een landelijke bijeenkomst, vorig jaar. Dit als argument voor de verplichte dagprogrammering, want “kinderen uit meer gefortuneerde gezinnen wordt immers na schooltijd ook gestimuleerd om aan allerlei vrijetijdsactiviteiten mee te doen”. Vragen: -

Wie worden in deze uitspraak met ‘we’ bedoeld? Valt het College daar ook onder? Zo ja, waarom is het College het dan met Marco Pastors eens?

-

Ouders zijn burgers met kinderen en democratische rechten, waaronder stemrecht. Gaat het aan om ze zo te benaderen zoals blijkt uit de uitlating van Marco Pastors hierboven?

-

Komt het de empowerment en hun burgerschapsvorming ten goede als ouders zulke belangrijke keuzes voor hun kinderen op deze manier wordt ontnomen?

-

Wat betekent dit voor het vertrouwen van burgers met kinderen, die zo’n tweederde van de stemgerechtigde populatie op Zuid uitmaken, in de overheid?

-

Ouders zijn burgers, die gezien hun verantwoordelijkheid voor de vorming van de jeugd van groot belang zijn voor de toekomst voor de wijken en de stad, extra aanspraak maken op de democratische rechten die elke burger toekomt. Draagt deze bejegening door Marco Pastors daaraan bij?

-

Worden de kinderen uit meer gefortuneerde gezinnen inderdaad verplicht tot vrijetijdsbesteding buitenshuis, op de manier zoals Marco Pastors dat stelt? Waarop baseert hij zich?

-

Vinden die activiteiten dan ook uitsluitend aansluitend aan de school plaats, vijf dagen in de week en in totaal voor 10 uur?

4 https://christienken.com/wp-content/uploads/2013/01/PISA_ProblemsAASA.pdf 5 https://kennisopenbaarbestuur.nl/rapporten-publicaties/atlas-van-afgehaakt-nederland/ 6 Zie deze graphic, getoond en toegelicht aan de Raadscommissie Veiligheid en Bestuur op 4 november 2021.

https://nepc.colorado.edu/sites/default/files/publications/balloons-nepc-infographic.pdf

11 -

Zo nee, waarom worden de kinderen uit de focuswijken en hun ouders daartoe wel verplicht?

-

Wat is de juridische basis voor deze verplichting?

-

Wat zijn de sancties als ouders zich aan deze verplichting onttrekken?

-

Zijn die sancties al eens toegepast of is er al eens mee gedreigd?

-

Is de dagprogrammering een vorm van vrijetijdsbesteding of van verlenging van de onderwijstijd?

-

Als het eerste het geval is, waarop is dan de verplichting gebaseerd? Als het tweede het geval is, gelden dan ook de grondwettelijke eisen van toezicht, deugdelijkheid en bekwaamheid?

-

Is bij de dagprogrammering rekening gehouden met de mogelijkheid dat kinderen zo afgepeigerd thuiskomen dat hun ouders niet meer toekomen aan een praatje met hun kinderen of voor het slapen gaan even voorlezen?

-

Zo nee, is dan de dagprogrammering dan ook niet haast een vorm van uithuisplaatsing?

-

Is rekening gehouden met de mogelijkheid dat kinderen een hekel krijgen aan op zich leuke en nuttige activiteiten, als ze daartoe verplicht worden?

-

Wat betekent die verplichting voor de identiteitsvorming van de jeugd en het vermogen om zelf keuzes te kunnen en mogen maken voor hun eigen leven en toekomst?

-

Wat zou er gebeuren als het beschikbare geld voor de dagprogrammering meer gespreid over de week wordt aangewend, bijvoorbeeld deels aansluitend aan de school, deels in de avond (voor oudere kinderen) en deels in het weekend? Zou dat niet veel meer lijken op de situatie in meer gefortuneerde gezinnen? Zeker ook in combinatie met een onverplicht karakter?

-

Is het College bereid de middelen voor de dagprogrammering meer in lijn met bovenstaande vragen in te zetten?

-

Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de dagprogrammering. Worden daarin ook de bovenstaande vragen meegenomen? Waarbij de merites van de dagprogrammering worden afgezet tegen alternatieven, zoals onverplicht en meer gespreid over de week? Zodat vergelijking mogelijk is?

5.5 Een explosieve toename van het beroep op de jeugdzorg -

In welke mate is in de focuswijken op Zuid het beroep op de jeugdzorg toegenomen? In aantallen personen die er gebruik van maken en in gestegen kosten?

-

Kent het College de dissertatie van dr. Laura van Duin, tevens jongerenwerker is bij De Nieuwe Kans?7 Hieruit komt naar voren dat het van het padje raken van jongens in de hand gewerkt wordt door een dysfunctionele thuissituatie en negatieve ervaringen in de loop van hun jonge leven. Het uit zich in ‘externaliserend’ (jeugdcriminaliteit en rottigheid) en ‘internaliserend gedrag’ (depressie, passiviteit, zich onttrekken aan de samenleving).

7 https://vu.nl/nl/agenda/2021/promotie-l-van-duin

12

-

Heeft het College een zodanig zicht op beide categorieën jongens dat hij in staat is tot goed beleid jegens hen?

-

De dissertatie richt zich op jongens. Acht het College het denkbaar dat ook bij meisjes veel verborgen dan wel manifest leed is, maar dat zich dat anders uit dan bij jongens? En heeft het College voldoende inzicht om ook voor hen goed beleid te voeren?

-

Uit onderzoek8 is ook gebleken dat in het gebied Feijenoord 1770 jongens vatbaar zijn voor de criminele verleiding of daar al aan hebben toegegeven, dus voor ‘externaliserend gedrag’. Daarmee valt dit gebied onder de hoogst scorende op landelijk niveau. Als je daar de jongens met ‘internaliserend gedrag’ bij optelt, en de meisjes die onder vergelijkbare omstandigheden opgroeien, moeten we er dan niet vanuit gaan dat het aantal jongeren met forse problematiek in het gebied Feijenoord een veelvoud is van die 1770?

-

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat deze jeugdproblematiek voortvloeit uit structurele armoede, slechte huisvesting, mishandeling en verwaarlozing. gebrek aan vormende vrijetijdsbesteding, gebrek aan sociale cohesie in de wijken en prestatiegericht onderwijs. Is het College bereid dit nader te onderzoeken? Tip: pak de 10 beschermende factoren er nog eens bij.

-

De hierboven beschreven omstandigheden en factoren zijn goeddeels door beleid te beïnvloeden. Is het College bereid verantwoordelijk te nemen voor zulk beleid, met als kenmerken dat het doordacht is, deugt en duurzaam is?

-

Acht het College het beleidsapparaat is staat tot zulk beleid, gezien de kwalificatie van voormalig wethouder Arjan van Gils in zijn afscheidsinterview?9 Daaruit dit citaat: “De gemeente moet nieuwsgierig moet zijn, openstaan voor signalen van de buitenwereld - deze organisatie is daar niet toe in staat. In de loop der jaren is alles hier naar binnen gericht. Het is verkokerd en iedereen wijst naar elkaar”.

- Deelt het College deze kwalificaties van het beleidsapparaat, ook als het gaat over de competentie tot jeugdbeleid dat doordacht is, deugt en duurzaam is? - Zo ja, wat gaat de gemeente daaraan doen? - Zo nee, mogen de bewoners van Zuid, vooral die met opgroeiende kinderen, van het College verwachten dat die op afzienbare termijn met zulk jeugdbeleid komt? Kent het College het artikel van Thijs Janssen en Radboud Engbersen over personele discontinuïteit in aandachtswijken, en dat dit een negatieve invloed heeft op de vorming van de jeugd?10 Immers, werken voor de jeugd is bij uitstek relationeel, en dan is het heel slecht als ouders en kinderen vaak met een wisseling van de wacht te maken krijgen. Vragen:

8 https://dagblad010.nl/rotterdam%20%26%20regio/in-feijenoord-en-delfshaven-meeste-kans-op-jonge-

criminelen 9 https://www.ad.nl/politiek/topwethouder-haalt-uit-stevige-kritiek-op-aboutaleb-en-stadsbestuur-

van-al-die-visies-word-je-toch-gestoord~a49536ca/

10 https://www.zorgwelzijn.nl/discontinuiteit-is-de-olifant-in-het-sociaal-domein/

13 - Ziet het College ook dat dit een probleem is? - In hoeverre is dit in de focuswijken van Zuid aan de hand? - Wat gaat College doen om personele continuit op het niveau van de dagelijkse praktijk te versterken en te borgen? Als onderdeel van doordacht, deugdelijk en duurzaam jeugdbeleid? -

Is het enorme beroep op de jeugdzorg niet een voorbeeld van het paard achter de wagen spannen, als je weet dat de oorzaken ervoor gelegen zijn door beleid waarbij de hand gelicht wordt met de eerdergenoemde 10 beschermende factoren van goed jeugdbeleid?

6. De funeste werking van het new public management De vorming van de jeugd is geheel en al afhankelijk van ouders en van diegenen aan wie de ouders hun kinderen toevertrouwen vrijwilligers en professionals. Die maken in de praktijk van alle dag immers het verschil. Die slagen daarin beter naarmate ze intrinsiek gemotiveerd zijn, naar mate ze deugen en naarmate ze goed zijn in hun vak 11. Nu wordt de sturing van de gemeente en het NPRZ op het jeugdbeleid sterk gedomineerd door het new public management, gekenmerkt meten en monitoren, targets en prestatieindicatoren. Dat geldt het onderwijs, maar ook andere jeugdprofessies zoals het jeugdwelzijn en de jeugdhulpverlening. Er is toenemend besef dat deze vorm van ‘goede werk’ sterk onder druk zet. Waardoor de arbeidssatisfactie afneemt en burn-out en uitval onder personeel toenemen 12. Vragen: - Vindt er ook reflectie plaats op de effectiviteit van deze sturingsvorm en op de negatieve uitwerkingen die deze heeft op het werk van de dagelijkse praktijk? -

Is het College zich bewust van de contraproductieve en perverse uitwerking van deze vorm van sturing?

-

Is dit deze sturing niet een slechte besteding van belastinggeld, nu steeds meer blijkt dat het de uitvoeringspraktijk onnodig stroef maakt?

-

En aangezien deze sturing wordt uitgevoerd en in stand wordt gehouden door ambtenaren, is dat dan niet een dubbele verspilling van belastinggeld?

-

Is het in het belang van burgers, vooral die met opgroeiende kinderen, dat een sturing op de jeugdprofessionals en -vrijwilligers plaatsvindt waardoor jeugdprofessionals zo onder druk worden gezet?

-

Is dit niet spelen met vuur, nu juist in de focuswijken de personeelstekorten in allerlei jeugdprofessies toenemen en veel jeugdprofessionals het elders beter kunnen krijgen?

-

Wat zou er gebeuren als het College en het NPRZ stoppen met deze sturing?

-

Wat zou er gebeuren als de sturing in plaats daarvan uitging van de vraag wat jeugdprofessionals en vrijwilligers nodig hebben om te kunnen floreren in hun opdracht?

11 Dit zijn de drie dimensies van Goed Werk, zoals vastgesteld in een uitgebreid onderzoeksprogramma van

Howard Gardner c.s. 12 Zie onder meer de bundel Beroepseer van de Janssen, van den Brink en De Meetmaatschappij van Berend van der Kolk

14

-

Past dit ook niet goed in de ambitie van het College om meer in te zetten op uitvoering en minder op beleidsnota’s?

7. Schets van een toekomstperspectief voor het jeugdbeleid op Zuid -

Wat vindt het College van een toekomstperspectief van de vorming van de jeugd op Zuid, dat bestaat uit de volgende bestanddelen?

-

Is het College bereid dit ook tot inzet te maken van de volgende tranche van het NPRZ?

1. Een heldere, gedragen en aansprekende visie op wijkniveau op de vorming van de kindern en jongeren op Rotterdam Zuid. Wat willen we ze bijbrengen, waartoe willen we dat, wie zijn daarvoor verantwoordelijkheid en hoe realiseren we dat? En ‘we’, dat is iedereen die zich in de praktijk van alle dag inzet voor de vorming van de jeugd: als ouder, informeel, vrijwillige en beroepshalve. Die visie kan worden ontwikkeld in wijkdialogen, te initiëren door de Wijkraden en ondersteund door beleidsambtenaren van het Timmerhuis. En dan vervolgens per wijk worden omgezet in een duurzaam wijkprogramma.

2. Bestaanszekerheid door een toereikende en stabiele financiële positie. Zodat ouders de gemoedsrust en de tijd hebben die de basis vormt voor een goede opvoeding. En ook meer ruimte hebben om te werken aan hun eigen vorming, door maatschappelijke participatie en scholing. Concreet betekent dit het verhogen van het minimumloon en de bijstand, terugdringen flexwerk en belastingmaatregelen waardoor het verschil tussen bruto en netto kleiner wordt. En actueel, dat voorzien wordt in de toenemende inflatie en energiekosten. Hier ligt een opdracht voor de Regeringspartner in het NPRZ.

3. Behoorlijke huisvesting die ruimte biedt voor spel, hobby’s, huiswerk, studie en een ongestoorde nachtrust. Kortom een thuis. Dit betekent uitbreiding van het aantal woningen in de sociale huur en dat is een taak van het Rijk, de gemeente en de woningcorporaties.

4. Wijken waarin het wemelt van gemotiveerde en goede mensen van de dagelijkse praktijk die elk vanuit hun eigen metier hun beste beentje voorzetten voor de vorming van de jeugd. Eerst en vooral de ouders. En verder iedereen die zich inzet voor ‘vorming buitenshuis’: zoals in de geboortezorg, de kinderopvang, het onderwijs, de speeltuinen en kinderboerderijen, sport, cultuur en natuur, kind- en jongerenwerk, jeugdhulpverlening, wijkpolitie en boa’s, en in de (leer)bedrijven. Concreet betekent dit dat zij volop worden gewaardeerd voor hun inzet en dat beleid gevoerd wordt om de personeelstekorten in te dammen. En dat ze zich langdurig kunnen en willen verbinden aan de wijk; minimaal 10 jaar als vuistregel. Hier ligt een taak voor de gemeente en voor de besturen van de betrokken instellingen.

15 5. Sturing en bejegening die uitgaat van de vraag wat ouders, professionals en vrijwilligers nodig hebben om de kunnen floreren bij de uitvoering van hun opdracht. Dit betekent ook per direct stoppen met de sturing op targets en prestatieindicatoren. Hier ligt een taak voor de gemeente.

6. Elke wijk is een ‘village to raise a child’, waarin iedereen de vorming van de jeugd als een gezamenlijke opdracht ziet. Een vriendelijke wijkgemeenschap waarin elk kind zich geliefd weet om wie die is en wordt uitgedaagd op wat die kan. 24 uur per dag, 7 dagen in de week en alle weken van het jaar. Dus niet a priori en uitsluitend aansluitend aan de school, zoals bij de verplichte dagprogrammering het geval is, maar ook ‘s avonds en in het weekend. Dit betekent werken aan samenlevingsopbouw of zoals dat tegenwoordig heet: sociale basis. De gemeente heeft hierbij het primaat door per wijk een goede ‘wijkburgemeester’ aan te stellen die het geheel met wijsheid en gevoel voor de verhoudingen bestiert.

7. De ‘Pijler School’ heet voortaan ‘Pijler Vorming’. Daarmee wordt recht gedaan aan alles wat we de jeugd bij willen brengen en aan iedereen die zich daarvoor inzet.

Rotterdam, 24 augustus 2022

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=abed87a4-b7f1-4b4c-b1d5-109d05f2cff4