[23bb000123] Beantwoording technische vragen - energie compensatie studenten
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening en Taal Enes Yiğit MSC
Aan:
M. Morkoç (GroenLinks)
Datum:
10 januari 2023
Betreft:
Technische vragen Energiecompensatie voor studenten
Van: Vincent Rous Telefoon:
Voorafgaand aan de behandeling van het onderwerp energiecompensatie voor studenten, heeft M. Morkoç namens GroenLinks technische vragen gesteld. Deze vragen worden in het onderstaande beantwoord. Vraag 1. Op welke grond wordt er onderscheid gemaakt tussen het toe te kennen bedrag op basis van de stijgende energiekosten zoals weergegeven in de rekenvoorbeelden? Hoe verhoudt zich dit tot de algemene energietoeslag waarbij geen uitvraag/controle was van stijgende energiekosten? Antwoord: De energietoeslag is een vorm van categoriale bijzondere bijstand. De voorwaarden voor de categoriale bijzondere bijstand kennen slechts zeer beperkt toetsende elementen, met het oog op zowel een doeltreffende als snelle toekenning van de eenmalige energietoeslag. Bij de beoordeling op een aanvraag energietoeslag wordt niet gecontroleerd of er daadwerkelijk sprake is van gestegen energiekosten. Studenten komen niet in aanmerking voor de energietoeslag, wel voor de individuele bijzondere bijstand voor extra energiekosten. De individuele bijzondere bijstand verschilt van de categoriale bijzondere bijstand in de voorwaarden waaraan een aanvraag wordt getoetst. Iedere individuele aanvraag wordt aan de hand van een aantal criteria getoetst i.t.t. categoriale bijstand waarbij er sprake is van minder criteria.
In het geval van de individuele bijzondere bijstand (hierna: IBB) wordt onder andere getoetst of de kosten zich daadwerkelijk voordoen, hoe hoog de kosten zijn en in hoeverre de burger met het beschikbare inkomen kan voorzien in die kosten. De IBB voor energiekosten kent meer toetsingscriteria dan de energietoeslag. Gemeenten worden in het voeren van inkomenspolitiek beperkt door de Participatiewet. Generiek inkomensbeleid is namelijk primair de verantwoordelijkheid van het Rijk. De Participatiewet biedt ons enkele instrumenten om burgers tegemoet te komen in kosten die zij niet kunnen betalen. De Participatiewet biedt ons met name ruimte om te voorzien in de tegemoetkoming van kosten, en niet in de generieke ophoging van inkomen. De IBB is het in te zetten instrument bij de tegemoetkoming van kosten. Binnen de Participatiewet is dit voor ons de enige mogelijkheid om studenten tegemoet te komen voor hun energiekosten. Andere juridische mogelijkheden binnen de Participatiewet zijn er niet.
Vraag 2. Ziet u de mogelijkheid de doorgerekende scenario’s verder toe te lichten cq de berekeningen te tonen die tot de verwachte kosten op jaarbasis komen? Antwoord:
Blad: Datum:
2/3 6 januari 2023
De berekeningen zijn gebaseerd op schattingen. Er zijn helaas geen gegevens beschikbaar die concrete berekeningen mogelijk maken. In Rotterdam zijn er ongeveer 20.000 uitwonende studenten die studiefinanciering ontvangen. Ongeveer 60% daarvan deelt kamers, de overige 40% woont in een één- of meerkamerwoning met eigen voorzieningen. De maximale leencapaciteit verwijst naar het maximale normbedrag van de studielening. Dit bedroeg in 2022 voor een student in het beroepsonderwijs € 766,06 voor uitwonende studenten, en € 932,87 voor studenten in hoger onderwijs1. Gemiddeld verdiende een werkende student € 550 per maand in 20192. Op basis hiervan kan een gemiddeld inkomen (incl. volledige benutting studiefinanciering) berekend worden voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Zie tabel hieronder. Onderwijstype Beroepsonderwijs Hoger onderwijs
Aantal uitwonende Normbedrag studenten in Rotterdam 2022 3.200 € 766,06 17.500 € 932,87
Gemiddeld inkomen (incl. normbedrag) € 1316 € 1483
In de afdoening van de toezegging Energiecompensatie studenten (22bb006843) is uitgegaan van een gemiddelde stijging van de energierekening van studenten van 100 euro en 150 euro. De hoogte van de IBB voor energiekosten werd in 2022 gebaseerd op de stijging van de energierekening ten opzichte van de draagkracht uit het inkomen. U wordt verwezen naar de beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 20193 voor de manier waarop draagkracht wordt vastgesteld. Op basis van het gemiddelde inkomen van een student en een aanname van de stijging van de energiekosten (100 euro of 150 euro), is het mogelijk het bedrag aan IBB te berekenen voor een gemiddelde student. Door dit te vermenigvuldigen met het aantal studenten, komen we op de totaalbedragen die zijn genoemd in de afdoening van de toezegging.
Vraag 3. Wat is de huidige stand van zaken rondom bezwaar en beroep, hoe vaak zijn deze ingediend en hoe werden deze beoordeeld? Antwoord: Op dit moment zijn er 594 bezwaarschriften van studenten in behandeling. Er is nog geen besluit genomen op een bezwaarschrift. Er zijn daarmee ook nog geen beroepsprocedures gestart. Een eventuele beroepsprocedure volgt immers na besluit op een bezwaarschrift. Op de bezwaarschriften is nog geen besluit genomen, omdat aan de Algemene Bezwaarschriftencommissie (ABC) is gevraagd een advies uit te brengen over het besluit op de bezwaarschriften van studenten. De ABC heeft hiervoor diverse hoorzittingen georganiseerd. Het advies van de ABC wordt eind januari voorgelegd aan het college. Het college neemt het uiteindelijke besluit op de bezwaarschriften. Het besluit van het college zal van toepassing zijn op ieder bezwaarschrift van studenten. Naar verwachting worden de bezwaarschriften eind januari afgedaan. Uw raad zal begin februari geïnformeerd worden over het genomen collegebesluit. De betreffende studenten zijn geïnformeerd over het proces.
De normbedragen zijn per 1 januari 2023 geïndexeerd naar € 786,59 en € 957,87 voor respectievelijk mbo en hbo/wo. De berekeningen zijn gebaseerd op de normbedragen geldend in 2022. 2 Studenten lenen en verdienen steeds meer (cbs.nl) 3 Beleidsregel van de directeur Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent bijzondere bijstand (Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2019) (overheid.nl) 1
Blad: Datum:
3/3 6 januari 2023
Vraag 3a. Hoeveel studenten hebben nog geen antwoord op hun ingediende bezwaar of beroep gehad en wanneer kunnen ze deze verwachten? Antwoord: Zie antwoord op vraag 3.
Vraag 4. Zijn er tot op heden al dwangsommen uitgekeerd? Zo ja, hoe vaak/hoeveel? Antwoord: In 4 zaken is een maximale dwangsom toegekend. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de duur van de vertraging van het overheidsbesluit. Als de dwangsom gaat lopen, gelden de volgende bedragen: • • •
€ 23 per dag voor de eerste 2 weken; € 35 per dag voor de volgende 2 weken; € 45 per dag voor de overige dagen.
De dwangsom loopt uiterlijk 42 dagen en bedraagt maximaal € 1442. De verwachting is dat aan meer studenten de maximale dwangsom uitgekeerd zal worden. Zodra het collegebesluit is genomen over de bezwaarschriften, wordt uw raad geïnformeerd over het totaal aan uitgekeerde dwangsommen.
Vraag 5. Hoe wordt het door het Rijk toegekende bedrag precies ingezet? Gaat het totale bedrag naar studenten of ook een deel naar andere doeleinden (zoals bijvoorbeeld het bekostigen van de uitvoering of de informatiecampagne)? Antwoord: Dit is geen technische vraag. Deze vraag kan gesteld worden tijdens de commissievergadering.
Vraag 5a. Wat als er voor minder dan het totaalbedrag via de Individuele Bijzondere Bijstand wordt uitgekeerd aan studenten? Bent u voornemens het restbedrag dan via een andere weg beschikbaar te stellen aan de doelgroep? Antwoord: Dit is geen technische vraag. Deze vraag kan gesteld worden tijdens de commissievergadering.