[23bb000117] Ontwerp Raadsbesluit over Rapport Kinderombudsman Rotterdam “Hoor mij en zie mij!”, Ervaringen van kinderen en jongeren met een beperking in het dagelijks leven
Tekst van het document
22bb Rapport Kinderombudsman Rotterdam “Hoor mij en zie mij!”, Ervaringen van kinderen en jongeren met een beperking in het dagelijks leven De Raad van de gemeente Rotterdam in vergadering bijeen op 2 februari 2023, Gelezen het rapport “Hoor mij en zie mij!”, Ervaringen van kinderen en jongeren met een beperking in het dagelijks leven (22bb006504), en de collegereactie daarop (p. 76-86 in het rapport), Gehoord de toelichting door de Kinderombudsman in de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport op 18 januari 2023 en gehoord de beraadslagingen in de commissie, gelezen het raadsvoorstel van het presidium van 26 januari 2023 inzake het rapport “Hoor mij en zie mij!”(raadsvoorstel nr. 23bb00;) Gelet op de artikel 182 Gemeentewet en op de Verordening gemeentelijke ombudsman Rotterdam;
besluit: I) De navolgende hoofdconclusie van het rapport “Hoor mij en zie mij!”, Ervaringen van kinderen en jongeren met een beperking in het dagelijks leven, van Ombudsman Rotterdam te onderschrijven: Kinderen en jongeren met een beperking komen in het dagelijks leven nog té veel obstakels tegen om gewoon mee te kunnen doen. Op school en in hun vrije tijd. Ouders en professionals hebben verteld hoe lastig het is om de juiste zorg te vinden en aan te vragen. Dat kost veel tijd en energie van ouders. Tijd en energie die ze niet in hun kind kunnen steken. De kinderombudsman vindt dat de gemeente te weinig doet om de obstakels te identificeren en op te lossen. Daarvoor is het nodig (en verplicht!) dat ze met kinderen en jongeren met een beperking in gesprek gaan. Dat gebeurt helaas niet. Rotterdam heeft wel een Lokale Inclusie Agenda, maar daar worden geen kinderen met een beperking bij betrokken. Ook zijn er geen regels over participatie. De obstakels die kinderen met een beperking tegenkomen op school gaan onder andere over het gebrek aan inclusief onderwijs, leerlingenvervoer dat te lang duurt en schoolniveau dat te laag is. De obstakels in de vrije tijd zitten in ontoegankelijke speeltuinen, gebrek aan mogelijkheden om mee te kunnen doen op een sportclub en moeilijkheden in het openbaar vervoer.
Dat betekent dat er nog geen sprake is van een toegankelijke en inclusieve samenleving. Kinderen en jongeren benoemen dat ook expliciet. Ze ervaren dat ze in een parallelle wereld leven. Kinderen en jongeren met en zonder beperking kennen elkaar niet. Ze ervaren eenzaamheid en onbegrip. Veel dingen kosten hen meer moeite dan dat het een kind zonder beperking zou kosten. De kinder- ombudsman vindt dat anno 2022 een pijnlijke vaststelling. raadsvergadering van: raadsstuk 23bb00
pagina 1
2 februari 2023
De belangrijkste aanbeveling in dit onderzoek is dat gemeenten met kinderen en jongeren met een beperking in gesprek moeten gaan en hun mening serieus moeten nemen. Dat gesprek moet gaan over obstakels en oplossingen. Alleen als kinderen en jongeren gehoord worden, kan er sprake zijn van beleid dat aansluit bij hun behoeften. Zo lang dat niet gebeurt is een inclusieve samenleving nog ver weg. De kinderombudsman en de kinderen en jongeren met een beperking hebben weloverwogen een aantal algemene aanbevelingen gedaan, die nog nader moeten worden ingevuld. Juist om niet datgene te doen, wat de kinderombudsman gemeenten voorhoudt: dat ze óver en niet mét kinderen en jongeren spreekt. Om een deel van de aanbevelingen concreet te maken is dat gesprek met kinderen en jongeren dus hard nodig. II ) De aanbevelingen van het rapport, van de Ombudsman Rotterdam, “Hoor mij en zie mij!”, Ervaringen van kinderen en jongeren met een beperking in het dagelijks leven over te nemen. De ombudsman komt op basis van de bevindingen en conclusies tot de volgende aanbevelingen aan het college van B en W: 1. Stel samen met kinderen regels op over participatie bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid; 2. Betrek kinderen met een beperking bij alle onderwerpen uit dit onderzoek om de gemeente inclusief en toegankelijk te maken. Biedt hen daarbij passende ondersteuning, als nodig; 3.
Zorg voor voldoende kinderopvang en BSO voor kinderen met een beperking die niet van het reguliere aanbod gebruik kunnen maken; 4. Maak geen onderscheid op grond van leeftijd voor zorg voor kinderen met een beperking. Biedt de zorg die nodig is; 5. Draag als gemeente bij aan de transitie naar inclusief onderwijs, o.a. door huisvesting. Maak samen met de samenwerkingsverbanden van scholen concreet hoe dat moet; 6. Ga met de samenwerkingsverbanden van scholen in gesprek hoe leerlingen die dat willen en kunnen, toch een hoger schoolniveau kunnen doen; 7. Bedenk samen met kinderen creatieve oplossingen om de duur van de taxirit te verkorten en te flexibiliseren; 8. Verstrek een beschikking voor leerlingenvervoer voor meerdere jaren als duidelijk is dat de situatie niet verbetert. Sluit bijvoorbeeld aan bij de duur van een toelaatbaarheidsverklaring; 9. Zorg voor voldoende inclusief aanbod van speeltuinen, sport en cultuur waar kinderen met een beperking aan mee kunnen doen. Maak dat aanbod goed bekend; 10. Organiseer samen met kinderen activiteiten om eenzaamheid en onbegrip (zie H5) tegen te gaan. Betrek de samenwerkingsverbanden van scholen erbij, voor zover die activiteiten op school plaats vinden; 11. Zorg voor een helder overzicht van de zorg die er is voor kinderen met een beperking. Zorg dat deze informatie actueel en gemakkelijk beschikbaar is; 12.
Zorg voor voldoende onafhankelijke clientondersteuners en informeer ouders daar actief over; 13. Ontlast ouders en maak het aanvragen van zorg eenvoudiger. Maak het mogelijk om aan één loket meerdere aanvragen te doen. Ook als die onder verschillende wetten vallen; 14. In geval van langdurige zorg: geef een beschikking af voor meerdere jaren. raadsvergadering van: raadsstuk 23bb00
pagina 2
2 februari 2023
Ill ) Het college van burgemeester en wethouders op te dragen de aan het college gerichte aanbevelingen uit te voeren en daarover aan de raad te rapporteren binnen 6 maanden na dit raadsbesluit.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2023. De griffier,
De voorzitter,
I.C.M. Broeders
A. Aboutaleb
raadsvergadering van: raadsstuk 23bb00
pagina 3
2 februari 2023