22bb941 Brief van Kiesjefolders over het voorstel tot wijziging van de Afvalstoffenverordening
Tekst van het document
Gemeenteraad Rotterdam T.a.v. de griffie Ter behandeling tijdens de raadsvergadering van 3 februari 2022 Agendapunt 30: het voorstel tot wijziging van de Afvalstoffenverordening Haarlem, 31 januari 2022
Geachte raadsleden, Tijdens de Raadsvergadering van 3 februari zal gesproken worden over het volgende punt: Reparatie Afvalstoffenverordening i.v.m. rechterlijke uitspraak (agendapunt 30). Deze wijziging wordt voorgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam in een zaak die wij aanhangig hebben gemaakt. Met deze wijziging van de verordening wil de gemeente bereiken dat reclamedrukwerk waarop één van de naam- of adresgegevens ontbreekt, wordt beschouwd als ongeadresseerd reclamedrukwerk. Een poststuk met de aanhef 'Aan de bewoners van' gevolgd door een adres zal na de voorgestelde wijziging als ongeadresseerd reclamedrukwerk worden beschouwd. Wij voelen ons genoodzaakt om hier op te reageren en verzoeken u dit voorstel kritisch te beoordelen en af te wijzen om de volgende redenen:
1. Verstrekkende juridische en financiële gevolgen van dit voorstel In het voorliggende raadsvoorstel wordt gesteld dat er geen juridische of financiële consequenties/aspecten aan deze 'reparatie' zouden zitten. Alleen al de uitspraak van de voorzieningenrechter doet anders vermoeden. Naast dat de voorzieningenrechter in haar oordeel1 aangeeft dat deze vorm van drukwerk onder geadresseerd drukwerk valt, geeft zij ook aan dat de Rijksoverheid een systeem in het leven heeft geroepen om dit soort drukwerk te weren. Door af te wijken van dit beleid en de landelijk geldende definitie van 'ongeadresseerd (reclame)drukwerk' ontstaat er (wederom) een onduidelijk situatie waarbij juridische gevolgen evident zijn. Daarbij wensen wij te benadrukken dat de kosten van verzending van een direct mail (DM) een veelvoud bedraagt van de kosten waarin in het geheel geen adres staat opgenomen (het daadwerkelijke ongeadresseerde drukwerk). Er wordt dus ook niet zomaar een DM - post aan de bewoners van, gevolgd door een feitelijk adres - verzonden, maar hier gaat een zorgvuldig selectieproces aan vooraf. De angst dat Rotterdam wordt overspoelt door reclamedrukwerk is dan ook geheel onterecht. Gezien de kosten is een DM namelijk alleen zinvol als dit drukwerk daadwerkelijk bij geïnteresseerden terecht komt.
Aanvullend op dit punt willen wij opmerken dat na deze 'reparatie' de verordening nog altijd in veel gevallen tekort schiet en waarbij juridische gevolgen een logisch gevolg zouden zijn. Er zijn veel commerciële organisaties die via DM communiceren met hun klanten (denk aan bijvoorbeeld klantenkaarthouders). Dit gebeurt via de constructie 'Aan de bewoners van' maar ook met de daadwerkelijke naam van de ontvanger. Als de wijziging in de verordening plaats zou vinden dan is het eerste voorbeeld strafbaar en het tweede niet. Echter, wat nu als er klanten zijn die zijn verhuisd? Dan is er een poststuk met naam en adres bezorgd, maar is toch sprake van ongeadresseerd reclamedrukwerk, omdat de naam niet correct is? Of maakt het niet uit als de naam op een poststuk niet correct is? Om dit nog concreter te maken. Kiesjefolders bezorgt via de bezorgers van PostNL door heel Rotterdam, op aanvraag van bewoners, folderpakketten. In sommige gevallen willen mensen om uiteenlopende redenen niet hun echte naam gebruiken bij het aanvragen van zo'n folderpakket. Het 1 Zie bijlage: 'Uitspraak ROT 21/5243'
komt voor dat iemand als naam invult 'Aan de bewoners van' (in Rotterdam wordt al in honderden gevallen geen juiste naam opgegeven). Het poststuk is 100^ gewenst, maar de gemeente zou met deze 'reparatie' de inwoner verbieden dit op deze manier aan te vragen. Deze complexiteit zal er voor zorgen dat goedwillende commerciële organisaties beboet zullen worden en hiertegen in beroep zullen gaan. Wij voorzien daarom een veelvoud aan bezwaren en procedures. Niet enkel van ons, maar ook van andere organisatie die met DM werken.
2. Verkeerde conclusie na uitspraak voorzieningenrechter De redenatie die gegeven wordt in het raadvoorstel om deze 'reparatie' door te voeren is gebaseerd op een verkeerde conclusie. Het is correct dat de definitie en toelichting kennelijk niet duidelijk genoeg zijn, zoals blijkt uit de uitspraak van de voorzieningenrechter. De interpretatie van uw afdeling Handhaving is immers niet juist gebleken. Het college concludeert nu dat de definitie en toelichting dusdanig aangepast moeten worden zodat 'Aan de bewoners van' -gevolgd door een adres als ongeadresseerd reclamedrukwerk beschouwd zou moeten worden. Dit is echter de verkeerde conclusie, omdat in alle andere opt-in steden en alle andere officiële instanties precies het tegenovergestelde wordt gehanteerd. Er zijn geen zwaarwegende argumenten waarom de gemeente Rotterdam hier van af zou moeten wijken. Immers, het volume van deze vorm van reclame is beperkt, aangezien het een veel duurdere manier van adverteren is dan huis-aan-huis folders. De discussie over wat wel en niet onder ongeadresseerd reclamedrukwerk valt, staat overigens los van het opt-in systeem. Ook de uitspraak van de voorzieningenrechter ging niet over het opt-in systeem, maar puur om de definitie van ongeadresseerd drukwerk.
Een beter alternatief voor de gemeente Rotterdam is om het landelijke systeem Postfilter.nl te promoten richting de inwoners en hier beter op te handhaven richting adverteerders. Iedere verspreider van geadresseerd reclamedrukwerk is verplicht om de ontvanger te wijzen op het Postfilter, maar dit zal in de praktijk vast niet altijd plaats vinden.
3. Er lopen meerdere systemen door elkaar heen; wanneer geldt welk systeem met bijpassende definities? In de collegebrief 'Evaluatie Opt-in regeling en verduidelijking toelichting ASV' staat dat er op 40,2^! van de brievenbussen in Rotterdam een nee/nee of nee/ja sticker zit. Volgens de collegebrief geldt de landelijke Code verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (CODE VOR) voor deze stickers: "De belangrijkste boodschap hierin is dat de landelijke Code verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (CODE VOR), die stelt dat NEE/NEE- of NEE/JAstickers ook van toepassing zijn op ongeadresseerd niet-commercieel drukwerk met een aanprijzend karakter, zoals campagneflyers, van toepassing is in Rotterdam." Er staat hier letterlijk dat de CODE VOR van toepassing is in Rotterdam. De definitie van ongeadresseerd reclamedrukwerk volgens de CODE VOR is als volgt: "Ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk en/of samples die gratis huis-aan-huis worden verspreid zonder vermelding van adres (of postbus) en woonplaats van de ontvanger."2 De 'reparatie' die in het voorliggende raadsvoorstel ter bespreking ligt, staat haaks op deze definitie en creëert hiermee een uiterst onduidelijke en onwenselijke situatie.
Conclusie
2 Bron: https://www.reclamecode.nl/nrc/code-verspreiding-ongeadresseerd-reclamedrukwerk-code-vor/
Samenvattend kunnen wij niets anders dan concluderen dat de voorgestelde wijziging van de verordening bijzonder onzorgvuldig tot stand gekomen is en dat de wijziging alleen nog maar extra onduidelijkheid, bezwaren en procedures met zich mee zal brengen. Immers, Rotterdam zal als enige gemeente dan afwijken van de landelijk gehanteerde definitie. Helaas is het niet mogelijk om bij uw raad in te spreken, anders hadden we graag nog een mondelinge toelichting gegeven. Uiteraard kunt u altijd bij ons terecht voor aanvullende vragen en zijn wij bereid mee te denken over andere passende oplossingen.
Met vriendelijke groet, Willem-Jan van Veen, Aldo Breed Bestuurders Kiesjefolders B.V.
Bijlagen.
Uitspraak ROT 21/5243 7.2 Gelet op de definitie van ongeadresseerd reclamedrukwerk in artikel 22a, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 valt onder ongeadresseerd reclamedrukwerk het reclamedrukwerk dat gratis huis-aan-huis wordt verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van ongeadresseerd reclamedrukwerk. Er wordt weliswaar geen specifieke naam vermeld omdat het reclamedrukwerk is geadresseerd aan “Aan alle bewoners”, maar dat maakt het niet anders. De verordening gaat er voor de definitie van niet geadresseerd reclamedrukwerk vanuit dat én geen naam én geen adres/postbus én geen woonplaats wordt vermeld. Daarnaast vermeldt de toelichting bij de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 dat in de verordening met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt bedoeld “al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden”. Onder deze definitie vallen volgens deze toelichting alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals “aan de bewoners van dit pand of gebouw”.” Daarvan is hier geen sprake omdat het pand nader wordt geduid middels een concrete adressering met straatnaam en huisnummer.
Voor zover verweerder aanvoert dat hij de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 anders leest omdat hiermee beoogd is de verspreiding van ongewenst reclamedrukwerk te voorkomen, doet dit niet af aan de formulering van artikel 22a van de
Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en de toelichting daarop. Bovendien is de door de rijksoverheid in het leven geroepen website postfilter.nl bedoeld voor inwoners die zich af willen melden voor dergelijk door verzoekster verspreid geadresseerd reclamedrukwerk waarop een huisadres wordt vermeld. Zoals ook deze website vermeldt, werkt een sticker op de brievenbus niet als er een adres op de post staat. De bezorger kan de Ínhoud niet beoordelen. Het is de afzender die bepaalt of de post moet worden bezorgd.