22bb867 Bijlage behorende bij 22bb439 over Factsheet Wijkprofiel 2022
Tekst van het document
Bijlage 1 Factsheet Wijkprofiel 2022 1. Introductie Wat is het Wijkprofiel? Het Wijkprofiel is het in 2014 gelanceerde monitorinstrument van de gemeente Rotterdam ter ondersteuning van het gebiedsgericht werken. Met het Wijkprofiel kan in één oogopslag een samenhangend beeld worden gevormd van de feitelijke en door bewoners beleefde situatie over de veiligheid en de sociale en fysieke staat van de wijken. Het instrument maakt het mogelijk om wijken onderling én in de tijd te vergelijken. Hoe scoort een wijk ten opzichte van andere wijken en welke ontwikkeling is zichtbaar? De meting van 2014 vormt de nulmeting. De gegevens worden elke tweejaar opnieuw geactualiseerd. In deze factsheet komen de resultaten van de vijfde meting aan de orde.
Waar is het op gebaseerd? In het Wijkprofiel wordt van de domeinen Veiligheid, Sociaal en Fysiek een samenvattend beeld gegeven in de vorm van een index. Deze indexscore is opgebouwd uit een gemiddelde score van thema's die relevant zijn voor het domein en die met behulp van indicatoren kunnen worden gekenschetst. Dit zijn de volgende thema's: Veiligheidsindex Diefstal Geweld Inbraak Vandalisme Overlast
Sociale Index Zelfredzaamheid Samenredzaamheid Participatie Binding
Fysieke Index Wonen Openbare ruimte Voorzieningen Milieu
Veiligheidsbeleving
Beleving kwaliteit van leven
Woonbeleving
De thema's zijn op hun beurt weer opgebouwd uit scores op een set indicatoren die representatief zijn voor de beschrijving van dat thema. Daarnaast wordt voor elk thema onderscheid gemaakt in een objectieve en een subjectieve score. Op deze manier wordt van elk thema zowel de feitelijke, objectieve situatie in kaart gebracht, als de door Rotterdammers beleefde, subjectieve situatie. De objectieve score is opgebouwd uit indicatoren die afkomstig zijn uit diverse registraties van de gemeente Rotterdam of uit externe bronnen, zoals de registratie van misdrijven en meldingen bij de Politie, de Dienst Uitvoering Onderwijs, DCMR Milieudienst Rijnmond of het CBS. Daarnaast bestaat het uit enquêtevragen waarbij Rotterdammers is gevraagd naar feiten (zoals het behaalde opleidingsniveau) of gedragingen (zoals deelname aan maatschappelijke activiteiten). De subjectieve score bestaat uit indicatoren afkomstig uit enquêtevragen, waarbij is gevraagd naar meningen van Rotterdammers (zoals het hebben van vertrouwen in de overheid), waarderingen (zoals tevredenheid over de woonsituatie) of beleving (zoals ervaren overlast).
1
In onderstaande figuur is de indeling van het wijkprofiel in beeld gebracht. Met behulp van kleuren is in één oogopslag te zien hoe het spectrum van een wijk op de drie domeinen er uit ziet en welke thema's daarbij opvallen: wat zijn de (relatief) sterke punten van een wijk (groen), wat de (relatief) zwakke punten (geel)? vE,ugheidsindex Inbraak
^fgsrneef' SubjecM
Objected
De indexcijfers in het hart van het profiel geven een samenvattend beeld van alle indicatoren in de domeinen Veiligheid, Sociaal en Fysiek. Een score van rond de 100 (lichtgroen) komt overeen met een ’gemiddelde Rotterdamse score in 2014'. Een score onder de 100 (geel en donkergeel) is ongunstiger dan gemiddeld in Rotterdam in 2014. Omgekeerd is een score boven de 100 (groen en donkergroen) een gunstigere score dan gemiddeld in Rotterdam in 2014.
Wat kun je er mee? De uitkomsten van het Wijkprofiel zijn openbaar toegankelijk gemaakt voor iedereen via www.wiikprofiel.rotterdam.nl Met deze informatie kunnen gemeentebestuur en de nieuwe wijkraden in samenwerking met partners, bewoners en ondernemers gebiedsplannen maken. Op basis van deze gemeenschappelijke set van gegevens en de samenvattende beelden kan een gezamenlijke analyse worden gemaakt van de wijk (’tellen'). Aan deze analyse kunnen de verhalen en ervaringen uit de wijk (’vertellen') worden toegevoegd en kunnen vervolgens aandachtspunten worden geformuleerd.
2
Het Wijkprofiel moet worden beschouwd als een 'thermometer' van de stad en de wijken en als een signaleringsinstrument waarmee richting kan worden gegeven aan beleidsontwikkeling en de uitvoering daarvan. De scores van het Wijkprofiel kunnen niet direct aantonen of beleid gewerkt heeft. De wetenschappelijke wereld is het er wel over eens dat het meten van de effectiviteit van gebiedsgerichte beleidsprogramma's zeer ingewikkeld is1. Daarvoor zijn er te veel externe factoren van invloed op bijvoorbeeld sociale thema's. Bovendien is het gemeentelijke beleid in veel gevallen niet de enige interventie waarmee geprobeerd wordt een verandering te bewerkstelligen. Er zijn immers vele andere actoren actief in de stad. En omdat een wijkgerichte aanpak vaak een langdurige adem vergt, zijn resultaten pas op langere termijn waarneembaar. Tenslotte wordt er ook voor gewaarschuwd dat hogere wijkscores niet automatisch betekenen dat álle bewoners hebben geprofiteerd van gebiedsgericht beleid, omdat betere scores ook kunnen wijzen op verdringingsprocessen of op een selectieve positieverbetering van subgroepen. In deze factsheet worden ontwikkelingen beschreven in het sociale, fysieke en veiligheidsdomein die zich afspelen in de stad en de wijken. Het beleid waarmee getracht wordt hierin verandering en verbetering aan te brengen wordt niet beschreven.
De factsheet schetst wel de context waarin beleid gestalte krijgt en wordt uitgevoerd.
1 Zie o.a. Verwey Jonker Instituut (2021), Kwetsbare wijken in Canada, Frankrijk, Oostenrijk en Verenigd Koninkrijk en Engbersen e.a. (2019), Maasstad aan de Monitor
3
2. Resultaten In dit hoofdstuk wordt per index (sociaal, fysiek en veilig) het beeld van Rotterdam gegeven voor de nieuwe meting. Ook worden per index de ontwikkelingen getoond van 2014 tot nu. Voor alle indexcijfers geldt dat de score voor heel Rotterdam in het aanvangsjaar 2014 op 100 is gesteld. Om de veranderingen gedurende de afgelopen collegeperiode te laten zien worden de resultaten van 2022 veelal vergeleken met die van 2018. Elke index is opgebouwd uit een subjectief en objectief deel, die weer opgebouwd zijn uit verschillende thema's en indicatoren. Per index wordt een beeld gegeven van de resultaten volgens deze opbouw.
2.1 De Sociale Index 2.1.1 Ontwikkelingen van 2014 tot nu In figuur 2.1 staan de resultaten van de Sociale Index weergegeven van 2014 tot en met 2022. De Sociale Index is vanaf 2018 met zes punten gedaald. Deze daling komt voort uit de daling in het subjectieve deel van de Sociale Index. Deze daalt van 112 in 2018 naar 97 in 2022 en bereikt hiermee een score van drie punten onder de nulmeting in 2014. Dit terwijl het objectieve deel van de Sociale Index een lichte stijging van drie punten laat zien ten opzichte van 2018 (van 108 naar 111).
2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 Sociale index
Subjectief
Objectief
Figuur 2.1: Veranderingen Sociale Index 2014-2022
2.1.2 Veranderingen ten opzichte van 2018 naar thema's In figuur 2.2 staan de ontwikkelingen weergegeven in de Sociale Index en de subindexen tussen 2018 en 2022. Een staaf naar links duidt op een ongunstige ontwikkeling (afname in indexscore ten opzichte van 2018). Een staaf naar rechts duidt op een gunstige ontwikkeling (toename in indexscore ten opzichte van 2018). De cijfers in de figuur geven de indexscores van 2022 weer. Overigens geldt bij alle indexcijfers: hoger is gunstiger. De duiding van de eerste drie staafjes in de figuur kwam al in de vorige paragraaf aan de orde. Ook hier zien we de discrepantie tussen het subjectieve deel van de sociale index die duidelijk is afgenomen ten opzichte van 2018 en het min of gelijk gebleven objectieve deel van de sociale index. De rest van de figuur (de staven er onder) geven inzicht in hoe deze veranderingen zijn opgebouwd.
4
-35
-30
-25
-20
-15
-10
-5
Sociale Index Sociale Index - subjectief Sociale Index - objectief Oordeel kwaliteit van leven Zelfredzaamheid - subjectief Zelfredzaamheid - objectief Samenredzaamheid - subjectief Samenredzaamheid - objectief Participatie - subjectief
72
Participatie - objectief Binding - subjectief Binding - objectief
Figuur 2.2: Veranderingen Sociale Index 2018-2022 opgesplitst naar thema's
Algemene oordeel kwaliteit van leven is een thema in de Sociale Index. De score geeft weer hoe tevreden de Rotterdammer in het geheel genomen is over zijn/haar contacten, activiteiten, gezondheid en welbevinden. Deze score was in 2018 iets hoger dan gemiddeld (109), is in 2020 gedaald naar 100 en ten opzichte van de vorige meting nog iets verder gedaald en ligt nu onder het niveau van de nulmeting in 2014 (93). In 2022 geeft 78% van de Rotterdammers aan tevreden te zijn over de kwaliteit van hun leven. Het thema Zelfredzaamheid-subjectief geeft een beeld van hoe Rotterdammers hun eigen zelfredzaamheid waarderen. Het betreft dan onderwerpen als zelfregie, veerkracht, financieel rondkomen, taalbeheersing, initiatiefgeneigdheid en sociale steun. De subjectieve zelfredzaamheid is sinds 2018 met een punt gedaald en is in 2022 105. In de indicatoren die onder dit thema vallen is het enige opvallende een lichte daling in sociaal kapitaal. Zo neemt het gevoel met anderen te kunnen praten af van 6^ naar 57%, neemt het aandeel bewoners dat zich niet in de steek gelaten voelt licht af van 80% naar 77% en neemt het aandeel Rotterdammers dat belangstelling krijgt van anderen af van 83% naar 80%. Bij het thema Zelfredzaamheid-objectief gaat het om de verzameling hulpbronnen die een individu ter beschikking staan om aan de samenleving te kunnen (blijven) deelnemen.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de hoogte van het inkomen, de afwezigheid van schuldenproblematiek, het opleidingsniveau en gezondheid van bewoners. We zien in de periode vanaf 2018 weinig verandering in de totaalscore op dit thema. De score was 99 in 2018 en is in 2022 101. Binnen dit thema neemt het aandeel werkenden licht toe van 58% in 2018 naar 63% in 2022 en daalt het aandeeljongeren in de leeftijd van 18 tot 23jaar dat school verlaat zonder startkwalificatie van 35% naar 32%. Bij het thema Samenredzaamheid-subjectief gaat het om de condities waarin samenredzaamheid van burgers kan gedijen. De subjectieve samenredzaamheid neemt sinds 2018 af en is in 2022 97 wat 17 punten lager is dan in 2018. Bij de subjectieve samenredzaamheid gaat het om het oordeel dat Rotterdammers hebben over 'publieke' vertrouwdheid (d.w.z. mensen in de buurt kennen elkaar, gaan geregeld met elkaar om, delen elkaars opvattingen, helpen elkaar). Deze publieke vertrouwdheid was in 2018 103 en is in 2022 gedaald naar 84. Zo is het gevoel dat buurtbewoners elkaar helpen de afgelopen twee jaar afgenomen van 57% naar 50%. Ook is het aandeel Rotterdammers dat aangeeft zich 5
thuis te voelen bij buurtbewoners gedaald van 57X naar 51X en ervaart een kleiner deel van de Rotterdammers datjong en oud goed met elkaar om kan gaan (gedaald van 53X naar 45X). Het vertrouwen dat Rotterdammers in de overheid hebben (de gemeente zorgt voor meedoen en ondersteunt initiatieven) is gedaald van 139 naar 118 maar is nog steeds bovengemiddeld. De daling komt vooral doordat bewoners minder ondersteuning van de gemeente ervaren van (hun) initiatieven (afgenomen van 46X naar 39X). Het oordeel over de aanwezigheid van sociaal culturele buurtvoorzieningen is tussen 2018 en 2022 gedaald van 101 naar 88. In het oordeel over voorzieningen voor kinderen enjongeren zien we weinig verandering. Wel vinden minder bewoners vinden dat er voldoende plekken zijn voor bewonersactiviteiten (afgenomen van 49X naar 44X), voor geloofsbetuigingen en levensbeschouwelijke bijeenkomsten (afgenomen van 63X naar 57X) en voor ouderen (afgenomen van 37X naar 30X). Het thema Samenredzaamheid-objectief geeft weer wat de actieve inzet van burgers (al of niet in georganiseerd verband) is wat betreft ondersteuning van en zorg voor anderen. Ook gaat het om de collectieve inzet van burgers om publieke of maatschappelijke belangen te realiseren. In tegenstelling tot de subjectieve samenredzaamheid laat dit thema een gunstige ontwikkeling zien ten opzichte van 2018.
De score is met 10 punten gestegen van 121 naar 131 in 2022. Zo is het aandeel Rotterdammers dat bereid is te zorgen voor buren of vrienden die hulp nodig hebben toegenomen van 57X naar 60X en is het aandeel dat bereid is te zorgen voor anderen die hulp nodig hebben ook toegenomen van 23X naar 27X. Ook is het aandeel Rotterdammers dat burenhulp verleent gestegen van 40X naar 46X. Het thema Participatie-subjectief bestaat uit het oordeel dat Rotterdammers hebben over hun eigen 'mate van meedoen in de Rotterdamse samenleving' en uit de mate waarin zij discriminatie ervaren. Het gaat dus over het gevoel van 'meedoen en erbij horen'. Dit is het thema in de Sociale Index dat de sterkste daling laat zien (29 punten gedaald ten opzichte van 2018) en is ook het laagste scorende thema (72). Zo daalt het aandeel Rotterdammers dat zegt tevreden te zijn over het eigen meedoen in de samenleving van 66X in 2018 naar 60X in 2022. Het aandeel Rotterdammers dat zegt geen discriminatie te ervaren is licht afgenomen van 82X in 2018 naar 80X in 2022. Het thema Participatie-objectief gaat over de actieve maatschappelijke participatie van individuen of groepen, wat zowel voor het individu als voor de samenleving van betekenis kan zijn. Op dit thema is een lichte verbetering te zien. De score stijgt van 109 naar 113.
Zo zien we dat het aandeel werkende Rotterdammers is gestegen 58X in 2018 naar 63X in 2022 en stijgt het aandeel Rotterdammers dat wekelijks sport van 48X naar 55X. De stijging in sportparticipatie vond vooral plaats tussen 2020 en 2022. De coronacrisis kan hier een bijdrage aan geleverd hebben. Het thema Binding-subjectief betreft het oordeel van Rotterdammers over hun binding met de buurt en hun binding met de stad. De subjectieve binding is ten opzichte van de vorige meting gedaald (-12 punten) maar komt nog wel gunstiger uit dan tijdens de nulmeting (132 punten in 2018, 119 in 2022). De binding met de buurt is gedaald. Zo ervaart een kleiner deel van de Rotterdammers dat er geen problemen zijn in de buurt (gedaald van 55X naar 48X), voelt een kleiner deel zich verbonden met de buurt (gedaald van 56X naar 50X) en vindt een kleiner deel de buurt waarin men woont leuk (gedaald van 75X naar 70X). Wat betreft de afgenomen binding met de stad, is het vertrouwen in de toekomst van de stad gedaald van 74X naar 69X en is de verwachting van vooruitgang van de stad gedaald van 49X naar 43X. Binding-objectief geeft een beeld van de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid die Rotterdammers voelen en nemen voor hun buurt en de stad. De score op dit thema is met vijf punten licht gedaald ten opzichte van 2018 en komt hiermee net onder de nulmeting (98).
Ook in de indicatoren die onder dit thema vallen zien we nauwelijks veranderingen.
6
2.1.3 Stand en ontwikkeling van afzonderlijke wijken Het Wijkprofiel is bij uitstek een instrument dat voor afzonderlijke wijken laat zien hoe de stand van zaken is. Ook is het mogelijk een wijk te vergelijken met andere wijken of de hele stad en de ontwikkelingen in de tijd te volgen. In figuur 2.3 is weergegeven hoe de wijken scoren op de Sociale Index van 2018 (horizontale as) en van 2022 (verticale as). Vergelijken we wijken in verticale richting (het gaat dan om de stand in 2022), dan blijkt de wijk Carnisse het laagste en de wijk Terbregge het hoogste te scoren op de Sociale Index van 2022. Carnisse scoorde ook in 2018 het laagst (77), maar is in 2022 nog verder gedaald naar 66. Terbregge scoort maar net het hoogst van alle wijken. Molenlaankwartier, HillegersbergZuid, NoordKethel/Schieveen/Zestienhoven hebben vergelijkbare scores die vergelijkbaar zijn met die in 2018. Ligt een wijk links van de diagonaal, dan is de score in 2022 hoger dan in 2018. Zo zien we bijvoorbeeld dat de wijk Heijplaat in 2018 vergelijkbaar scoorde als Zuidplein met voor beide wijken een score van net onder de 100 (respectievelijk 94 voor Heijplaat en 98 voor Zuidplein in verticale richting).
Als we dan kijken naar de plaatsing ten opzichte van de diagonaal zien we dat waar Heijplaat de sterkste stijging laat zien ^22 naar 116, links van de diagonaal), zien we dat Zuidplein een ongeveer even grote daling laat zien (-17 naar 81, rechts van de diagonaal). Een kwart van de Rotterdamse wijken is gestegen in score op de Sociale Index (24%, 17 wijken). Hoewel dus driekwart van de wijken is gedaald (76%, 54 wijken), scoort tweederde (67%) van deze dalers nog hoger dan 100 (36 wijken).
Terbregge
HillegersbergNoord
Ķralingseveer
Heijplaat
Pernis
Hap van Zuid
S 120 HvH Dorp/Rij h poort
Rotterdam totaal
Nieuwe Werk/Dijkzigt Afrikaanderwijk
- Hoogvliet-Zuid Hoogvliet-Noord
Zuidwijk
Rubroek
Zuidplein
Carnisse
Sociale Index 2018
Figuur 2.3: Veranderingen Sociale Index 2018-2022 naar wįjken (spreidingsdiagram)
7
Tabel 2.1 toont de wijken met de sterkste stijging en de sterkste daling. Van de vijf sterkste stijgers zien we dat Hillegersberg-Noord en Kop van Zuid in 2018 ook al boven de 100 scoorden (rechts van de verticale as op 100). Heijplaat is van net onder de 100 daar nu in 2022 ruim bovenuit gekomen. Afrikaanderwijk en Zuidwijk behoren tot de sterkste stijgers maar komen nog niet boven de 100 uit (liggen nog onder de horizontale as op 100). Van de sterkste dalers zien we in Figuur 2x dat Nieuwe Werk/Dijkzigt, Hoogvliet-Zuid en Hoogvliet-Noord van een score ruim boven de 100 in 2018, nu in 2022 net onder de 100 uitkomen. Tabel 2.1 Top vijf wijken met de sterkste stijging en de sterkste daling op de Sociale Index Sterkste stijgers Heijplaat Hillegersberg-noord Kop van Zuid Afrikaanderwijk Zuidwijk
22 8 8 8 4
Sterkste dalers Nieuwe Werk Z Dijkzigt Hoogvliet-zuid Zuidplein Hoogvliet-noord Rubroek
-19 -17 -17 -17 -16
8
2.2 Fysieke Index 2.2.1 Ontwikkelingen van 2014 tot nu Het verloop van de fysieke index tussen 2014 en 2022 is vergelijkbaar met dat van de sociale index: na een aanvankelijke stijging van de index tot 2018 is er de laatste twee metingen sprake van een daling (figuur 2.4) van 107 naar 105. En net als bij de sociale index, blijkt dat dit vooral is terug te voeren op de beleving van Rotterdammers. Zij waarderen hun woonsituatie, de openbare ruimte, de voorzieningen en het leefmilieu allemaal wat minder dan in 2018. Het objectieve deel van de fysieke index laat in de afgelopen metingen gemiddeld genomenjuist steeds een verbetering zien.
2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 Fysieke index
Subjectief
Objectief
Figuur 2.4: Veranderingen Fysieke Index 2014-2022
2.2.2 Veranderingen ten opzichte van 2018 naar thema's In figuur 2.5 is de verandering op themaniveau te zien tussen 2018 en 2022. Verandering Fysieke Index 2018-2022 -30
-25
-20
-15
Fysieke Index Fysieke Index -subjectief Fysieke Index -objectief Woonbeleving Wonen - subjectief Wonen - objectief Openbare Ruimte - subjectief Openbare Ruimte - objectief Voorzieningen - subjectief Voorzieningen - objectief Milieu - subjectief Milieu - objectief
Figuur 2.5: Veranderingen Fysieke Index 2018-2022 opgesplitst naar thema's
9
Het thema Woonbeleving beschrijft hoe prettig mensen in de wijk wonen en bepaalt in belangrijke mate of mensen plannen hebben om snel door te verhuizen. Wijken waar mensen naar tevredenheid wonen en niet uit willen vertrekken hebben een stevigere marktpositie dan wijken waar dat minder het geval is. Gemiddeld genomen is de woonbeleving van Rotterdammers de afgelopen vierjaar wat gedaald van 110 naar 98. Zo daalde de tevredenheid over de woonsituatie van 72X naar 67X. Ook nam het aandeel dat geneigd is uit hun wijk te vertrekken toe van 20X naar 22X. Het thema Wonen-subjectief geeft een beeld van de tevredenheid van bewoners met hun woning en de aantrekkelijkheid van de bebouwing in hun buurt. Deze aspecten laten sinds 2018 een geleidelijke daling zien: de index daalde van 107 naar 95. Daarbij valt op dat dat bij de laatste meting wat sterker is gedaald. Mogelijk is hier van invloed dat mensen, door de maatregelen vanwege corona, meer thuis zijn geweest en daardoor in allerlei opzichten meer beperkingen van hun woning hebben ervaren. Zo nam de tevredenheid met de woning af van 77X naar 73X en daalde de tevredenheid met de isolatie voor geluid van buiten van 59X naar 52X. Ook bij de tevredenheid met de warmteisolatie en ventilatiemogeljkheden is een daling zichtbaar.
Rotterdammers zijn dan ook minder tevreden met de prjs-kwaliteitverhouding van hun woning: deze daalde van 55X naar 52X. Huurders zijn in alle gevallen vaker ontevreden met hun woning en de verschillende deelaspecten dan kopers. Zo is 61X van de huurders tevreden met de totale woonsituatie, terwijl dat bij de kopers 78X is. De tevredenheid over de prijs-kwaliteit verhouding is bij kopers dan ook 71X en bij huurders slechts 41X. Het thema Wonen-objectief geeft een beeld van de kwaliteit van woningen en de bebouwing in de buurt. Hier is een stijging van de index te zien van 108 naar 121. De indicatoren binnen dit thema laten een wisselend beeld zien. De toename wordt vooral veroorzaakt door de stijging van de waarde van woningen in de afgelopenjaren: deze nam toe van gemiddeld bijna 1.650 euro (waardepeildatum 1-1-2016) naar ruim 2.700 euro per vierkante meter (waardepeildatum 1-1-2020). Ook nam de populariteit van het woningaanbod verder toe. Anderzijds was er sprake van een daling van het oordeel over het goede onderhoud van woningen van 60X naar 56X en nam de leegstand van woningen toe van 4,9X naar 5,2X. Ook hier geldt dat de staat van het onderhoud van de eigen woning door kopers beter wordt beoordeeld dan door huurders: van de kopers vindt 77X hun woning goed tot zeer goed onderhouden, van de huurders is dat slechts 45X.
In het thema Openbare Ruimte-subjectief geeft een beeld van de waardering van bewoners over de kwaliteit van de openbare ruimte en de door hen ervaren verkeersveiligheid. De ergernis van de Rotterdammers over rommel op straat en vuil naast de container is de afgelopen metingen steeds verder toegenomen. Zo geeft nu 61X van de Rotterdammers aan dat rommel op straat vaak voorkomt in hun buurt tegen 53X in 2018. Voor vuil naast de container nam dat aandeel toe van 49X naar 60X. Ook de beleefde onveiligheid in het verkeer nam toe. Zo geeft nu 35X van de Rotterdammers aan dat agressief verkeersgedrag in hun buurt vaak voorkomt tegen 30X vierjaar eerder. Ook de ergernis over te hard rijden nam toe van 52X naar 56X. In het geheel genomen scoort de beleefde openbare ruimte nu dan ook lager dan het niveau bij de nulmeting in 2014. Het thema Openbare Ruimte-objectief gaat over de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en de verkeersveiligheid in de buurt. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte wordt sinds de vorige meting in kaart gebracht met een vernieuwde geobjectiveerde schouwmethode (de zogenaamde CROW). Deze methodiek meet op veel verschillende aspecten de staat van de buitenruimte. Vertaald naar drie hoofdaspecten 'schoon', 'heel' en 'groen' zien we dat gemiddeld genomen de beeldkwaliteit van schoon is gestegen, die van heel vrijwel gelijk is gebleven en die van groen is gedaald.
Ten aanzien van schoon lijkt dit op gespannen voet te
10
staan met het eerder genoemde oordeel van de Rotterdammers. De verkeersveiligheid is in termen van het aantal verkeersongevallen ten opzichte van vierjaar gelden heel licht verslechterd van 11 naar 12 per 1.000 inwoners. Het thema Voorzieningen-subjectief gaat in op de tevredenheid van bewoners met het voorzieningenaanbod en hun oordeel over de beschikbaarheid van diverse soorten voorzieningen in en rond hun woonbuurt. De index van dit thema daalde de afgelopen vier jaar van 111 naar 106. Zo nam de tevredenheid over het totaalaanbod van voorzieningen af van 54% naar 48% en van voldoende parkeermogeljkheden van 58% naar 5^. De tevredenheid over voldoende openbaar vervoer blijft hoog met 9^. Het thema Voorzieningen-objectief geeft een beeld van de nabijheid van diverse voorzieningen in de buurt. Daarbij wordt enerzijds gekeken naar de afstand tot voorzieningen en anderzijds naar het aantal voorzieningen binnen bereik. Buurten met veel voorzieningen binnen bereik hebben een hoger voorzieningenniveau en scoren daarmee hoger. Dit thema is op stedelijk niveau bij alle metingen vrij stabiel; de laatste vierjaar steeg de index van 102 naar 104. Het thema Milieu-subjectief geeft een beeld van de kwaliteit van het milieu zoals de bewoners dat beleven. In de afgelopen vierjaar daalde de index in dit thema van 91 naar 86.
De grootste verandering is zichtbaar bij geluidsoverlast van verkeer; dat nam toe van 17% naar 22% van de Rotterdammers die hier vaak last van ondervinden. Wateroverlast in tuinen of onder woningen blijft stabiel op 5% van de Rotterdammers. Het thema Milieu-objectief heeft betrekking op de kwaliteit van het milieu in de wijk, gemeten naar de concentraties van stikstofdioxide (NO2, vooral veroorzaakt door uitstoot door verkeer) in de wijk en de mate van geluidsbelasting. Voor deze meting is alleen nieuwe informatie beschikbaar over de luchtkwaliteit (NO2). Daaruit blijkt dat dit aspect de laatste jaren steeds verder is verbeterd. Ten aanzien van geluidsbelasting op woningen is voor de volgende meting pas weer nieuwe informatie beschikbaar.
2.2.3 Stand en ontwikkeling van afzonderlijke wijken In figuur 2.6 is weergegeven hoe de wijken scoren de Fysieke Index van 2018 (horizontale as) en van 2022 (verticale as). Vergelijken we wijken op de stand in 2022, dan blijkt Hillesluis het laagste te scoren, gevolgd door Tarwewjk, Beverwaard en Bloemhof. Tarwewjk scoort in vergelijking met 2018 net iets beter, maar de andere genoemde wijken zijn in 2022 wat verder gedaald. Daarnaast valt op dat de wijken Pendrecht en Lombardjen wat verder zijn gedaald op de Fysieke Index. Opvallend is de wijk Hejplaat, die in 2018 nog de laagste score had en in 2022 een vrij sterke verbetering laat zien (van 78 naar 95). In 2022 scoren Molenlaankwartier, 's-Gravenland en Strand en Duin het hoogste op de Fysieke Index. Overigens blijkt ook dat wijken met een relatief hoge score op de Fysieke Index (kwadrant C van de figuur), zoals Nesselande, Kralingen Oost en Katendrecht wat gedaald zijn. Uit de figuur kan worden afgelezen dat de helft van de Rotterdamse wijken is gestegen in score op de Fysieke Index, en de helft is gedaald. Ook is te zien dat de verandering in veel wijken relatief klein is, omdat veel van de bolletjes dicht op de groene diagonaal staan. wijken).
11
Molenlaankwartier 's-Gravenland
HillegersbergZuid
Strand en Duin
Provenierswijk Zuiderpark-Zuidrand
Nesselande Pernis — Kralingen Oost/Bos Katendrecht
Rotterdam totaal Heijplaat
Groot IJss elmonde-Zuid
Oud-Mathenesse/ Witte Dorp
— Lombardijen Pendrecht
Carnisse
Bloemhof
Tarwewijk
- Beverwaard Hillesluis
Fysieke Index 2018
Figuur 2.6: Veranderingen Fysieke Index 2018-2022 naar wijken (spreidingsdiagram)
Tabel 2.2 toont de wijken met de sterkste stijging en de sterkste daling. Van de vijf sterkste stijgers zien we dat dzez met uitzondering van Heijplaat in 2018 ook al boven de 100 scoorden (rechts van de verticale as op 100). De Fysieke Index van Heijplaat scoort in 2022 bijna gemiddeld. Bij de sterkste dalers valt vooral de positie van de ’zuidelijke tuinsteden' Pendrecht, Lombardijen, Beverwaard en Groot IJsselmonde-Zuid op. Tabel 2.2 Top vijf wijken met de sterkste stijging en de sterkste daling op de Fysieke Index Sterkste stijgers Heijplaat Zuiderpark-Zuidrand Pernis Hillegersberg-Zuid Provenierswijk
Sterkste dalers 17 11 10 10 10
Pendrecht Beverwaard Katendrecht Lombardijen Groot-IJsselmonde Zuid
-15 -14 -14 -11 -10
12
2.3 De Veiligheidsindex 2.3.1 Ontwikkelingen van 2014 tot nu Figuur 2.7 toont de resultaten van de Veiligheidsindex van 2014 tot en met 2022. De Veiligheidsindex laat een stijgende trend zien en komt met een score van 110 in 2022 twee punten hoger uit dan in 2018. Zowel de subjectieve als de objectieve kant van de Veiligheidsindex laten globaal genomen een duidelijke stijging zien sinds het begin in 2014. Ook in vergelijking met 2018 zijn deze beide componenten nu hoger. Over de gehele looptijd is de objectieve kant van de Veiligheidsindex meer gestegen dan de subjectieve kant. In de afgelopen vierjaar was die stijging beperkt: subjectief+2 en objectief+3. Bij de laatste meting is de objectieve component van de Veiligheidsindex voor het eerst niet verder gestegen.
2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 2014 2016 2018 2020 2022 Veiligheidsindex
Subjectief
Objectief
Figuur 2.7: Veranderingen Veiligheidsindex 2014-2022
2.3.2 Veranderingen ten opzichte van 2018 naar thema's Figuur 2.8 toont de ontwikkeling van de Veiligheidsindex en de subindexen tussen 2018 en 2022. De duiding van de eerste drie staafjes in de figuur kwam al in de vorige paragraaf aan de orde. Bij deze breed samengestelde indexcijfers zijn de veranderingen niet zo groot. De stijgingen en dalingen van onderliggende componenten worden min of meer uitgemiddeld. Duidelijker ontwikkelingen zien we als we "afdalen" naar iets meer detailniveau. De beleving van de veiligheid door Rotterdammers is gedaald in de afgelopen vierjaar: het indexcijfer voor Veiligheidsbeleving daalde 12 punten, van 120 naar 108. Dat laatste cijfer maakt tegelijk duidelijk dat de score nog wel hoger ligt dan in het aanvangsjaar 2014 (toen deze op 100 punten is gesteld). Binnen dit thema is een duidelijke daling zichtbaar bij het onderdeel vermijdingsgedrag. Dit komt nu wat meer voor dan vierjaar geleden. Het gaat dan om het vermijden van bepaalde plekken in de buurt of het 's avonds niet de voordeur willen openen. Bij het thema Diefstal zijn zowel de subjectieve als de objectieve indexcijfers gestegen, met respectievelijk 13 punten (van 98 naar 111) en 14 punten (van 107 naar 121). Zowel uit registraties als uit de gepeilde meningen blijkt dus een gunstige ontwikkeling wat diefstal betreft.
In de objectieve registraties en ook in de bewonersoordelen zien we dat met name autodiefstal en diefstal uit of vanaf auto's minder voorkomt.
13
Bij het thema Geweld is de score voor subjectief licht gedaald, tot net onder de uitgangswaarde van 100 punten in 2014 (sinds 2018 minimaal gedaald van 100 naar 99), terwijl de objectieve cijfers voor geweld een gunstig verloop laten zien: een stijging met tien punten sinds 2018 naar een score van 118. De registraties schetsen dus een gunstig beeld maar de beleving blijft ongeveer gelijk. Kijken we in nog meer detail, dan blijkt dat Rotterdammers wat meer dan voorheen vinden dat bedreiging vaak voorkomt als buurtprobleem (van 7% naar 9%) terwijl zij wat betreft het eigen (gerapporteerde) slachtofferschap een gunstige ontwikkeling laten zien. Bij het thema Inbraak is nog sterker dan bij Diefstal een stijging te zien van zowel het subjectieve ^24) als het objectieve ^23) indexcijfer. Dit betreft inbraak in woning of berging, dus geen bedrijfspanden. Het aandeel Rotterdammers dat vindt dat inbraak vaak voorkomt als buurtprobleem (een subjectieve indicator) daalde van 17% naar 10%. Het aantal geregistreerde inbraken per 1.000 woonadressen (een objectieve indicator) daalde de afgelopen vierjaar fors, van 8,9 naar 3,5. De veronderstelling ligt weliswaar voor de hand dat de lockdowns vanwege de coronapandemie deze gunstige ontwikkeling verklaren, maar de cijfers ontwikkelden zich bij de vorige twee metingen minstens net zo gunstig.
We zien hier dus geen trendbreuk maar een blijvend gunstig verloop. Bij het thema Vandalisme zien we dat het indexcijfer voor subjectief vrijwel niet is veranderd. Deze schommelt al sinds 2014 rond de 100. De objectieve score voor dit thema is fors lager geworden sinds 2018. Met een indexcijfer van 103 is dat nu 16 punten lager dan in 2018. Wanneer we verder inzoomen op de afzonderlijke indicatoren, blijkt dat met name op het punt van graffiti een verslechtering te zien is. Bij het thema Overlast zien we een duidelijk ongunstige ontwikkeling. Zowel het subjectieve (-14) als het objectieve (-15) indexcijfer daalt behoorlijk. Verder inzoomend op de subjectieve kant zien we dat de ervaren overlast doorjongeren, diejarenlang vrij stabiel was, met name in de laatste meting flink is verergerd. In de laatste twee metingen wordt geconstateerd dat Rotterdammers in toenemende mate drugsoverlast ervaren. Het aandeel Rotterdammers dat overlast ervaart door handel in drugs op straat steeg de afgelopen vierjaar van 7% naar 10% en het aandeel dat overlast ervaart van groepenjongeren in de buurt steeg van 12% naar 14%. Ook de objectieve kant van het thema overlast laat dat zien; dit betreft de officiële registraties van overlastmeldingen.
Het is goed mogelijk dat lock-downs vanwege corona invloed hebben op zowel het gedrag vanjongeren als op de mate waarin dit als "overlast in de eigen buurt" wordt ervaren (immers, veel mensen zijn meer thuis geweest). Het aantal geregistreerde meldingen van overlast "leefmilieu" door personen, dieren, geluiden etc. steeg in vierjaar van 30 naar 77 per 1.000 inwoners.
14
Verandering Veiligheidsindex 2018-2022 -20
-15
-10
-5
0
5
Veiligheidsindex
H no
Veiligheidsindex -subjectief
| ioe
10
15
20
25
30
Veiligheidsindex -objectief Veiligheidsbeleving Diefstal-subjectief Diefstal-objectief Geweld-subjectief Geweld-objectief Inbraak-subjectief Inbraak-objectief Vandalisme-subjectief Vandalisme-objectief Overlast-subjectief Overlast-objectief
Figuur 2.8: Veranderingen Veiligheidsindex 2018-2022 opgesplitst naar thema's
2.3.3 Stand en ontwikkeling van afzonderlijke wijken In figuur 2.9 is elke wijk weergegeven als een bolletje. De plek van een wijk in de figuur drukt uit hoe de wijk scoort op de Veiligheidsindex van 2018 (horizontale as) en van 2022 (verticale as). Vergelijken we wijken in verticale richting, dan blijkt de wjkcombinatie van Zuiderpark en Zuidrand het laagste en de wijk Kralingseveer het hoogste te scoren op de Veiligheidsindex van 2022. Die laatste scoorde ook in 2018 het hoogst. In beide meetjaren was de score rond de 160 punten en deze wijk ligt dan ook bijna op de diagonaal. Ook Zuiderpark-Zuidrand scoorde in beide metingen ongeveer gelijk. Ligt een wijk links van de diagonaal, dan is de score in 2022 hoger dan in 2018. Dat geldt bijvoorbeeld voor Tarwewjk. Deze wijk scoorde in 2018 ongeveer hetzelfde als ZuiderparkZuidrand (gelijke positie op de horizontale as) maar in 2022 scoorde Tarwewjk een stuk hoger. De Veiligheidsindex voor Tarwewjk nam dus toe (van 73 naar 89 punten). Het omgekeerde geldt bijvoorbeeld voor de wijk Lombardjen, die rechts van de diagonaal ligt. Voor deze wijk ging de Veiligheidsindex van 104 punten in 2018 naar 90 in 2022. Per wijk is ook te zien hoe deze scoort vergeleken met de hele stad. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Groot IJsselmonde Noord in 2018 iets lager scoorde dan Rotterdam als geheel en in 2022 duidelijk hoger.
15
180 Kralingseveer
„
160 IN IN
O fN
®
1
0
Groot IJsselmondeNoord
ai
T3
c
■o
į
Nieuw Crooswijk
140
X
120
Rotterdam totaal Oude Westen f
5
. ?
'āJ >
F X
100 ......................................... .
-
Bloemho
Tarwewijk
.y
80
Cool-------'w
Carmsse
’ i/ e — Heijplaat
- v:
0 Nesselande HvH Doro/RiinDoort
Liskwartier
Rubroek
•P
Hillesluis-----
T erbregge
...
Wielewaal Lombardijen
CS-kwartiër
Zuiderparken Zuidrand
60
40 40
60
80
100
120
140
160
180
Veiligheidsindex 2018
Figuur 2.9: Veranderingen Veiligheidsindex 2018-2022 naar wijken (spreidingsdiagram)
De meeste Rotterdamse wijken zijn de afgelopen vierjaar gestegen op de Veiligheidsindex. 44 wijken hebben in 2022 een hoger indexcijfer dan in 2018; voor 27 wijken daalde dit cijfer juist. Tabel 2.3 toont de wijken met de sterkste daling en de sterkste stijging. Bij deze tabel is het goed om in herinnering te roepen dat voor geheel Rotterdam een plus van twee punten geldt. Vier van de vijf sterkste stjgers hadden ook in 2018 al een score op de Veiligheidsindex boven het stadsgemiddelde en omgekeerd geldt hetzelfde: vier van de vijf sterkste dalers hadden ook in 2018 al een score op de Veiligheidsindex onder het stadsgemiddelde. Tabel 2.3 Top vijf wijken met de sterkste stijging en de sterkste daling op de Veiligheidsindex Sterkste stijgers Nieuw Crooswijk Pernis Groot IJsselmonde Noord Tarwewijk Noordereiland
+24 +21 +21 + 15 + 13
Sterkste dalers CS-kwartier Lombardijen Wielewaal Nesselande Rubroek
-18 -14 -14 -13 -12
16
Collegetargets Het Wjkprofiel is op drie punten verbonden aan targets van het stadsbestuur voor de periode 2018 2022:
1. Het veiligheidsniveau van Rotterdam is in 2022 omhooggegaan ten opzichte van 2018; de Veiligheidsindex binnen het wijkprofiel heeft dan een gemiddelde score hoger dan 108. Uit deze meting blijkt dat de Veiligheidsindex gestegen is naar 110. Daarmee is deze target gehaald.
2. De gemiddelde score van de 18 wijken die in 2018 lager dan 100 scoren op de Veiligheidsindex, moet in 2022 zijn verbeterd. Ook deze target is gehaald. De gemiddelde score van deze 18 wijken is gestegen van 88 naar 93.
3. De 5 laagst scorende wijken op de Veiligheidsindex van 2018 (Tarwewjk, Hillesluis, Bloemhof, Carnisse, Oude Westen) laten in 2022 een stijging van 5 punten op de Veiligheidsindex binnen het wijkprofiel zien. De wijken Tarwewjk (+15), Oude Westen (+12), Hillesluis (+11) en Bloemhof ^7) laten de beoogde verbetering zien, maar in Carnisse (-1) is dit niet gelukt. Deze target is daarom niet gehaald. Voor meer informatie over de collegedoelstellingen 2018-2022 zie [link naar document]
17
3. Naar een integraal beeld Bij het maken van een brede wijkanalyse is het van belang om het beeld van de drie indexen in samenhang te bezien. Welke aspecten vallen op vanuit de drie domeinen en bestaan er mogelijk relaties tussen de domeinen? En als dat zo is, kan dan een integrale aanpak van deze aandachtspunten de positie van de wijk en de leefsituatie van de wijkbewoners versterken? In onderstaand overzicht staan de 10 wijken die op de drie indexen de laagste score hebben naast elkaar. Wijken in een donkergrijs vakje komen 3 keer voor in de 10 laagst scorende wijken en de lichtgrijze wijken 2 keer. Deze wijken hebben dus in meerdere opzichten een kwetsbare positie. Sociale Index
n
Zuiderpark en Zuidrand
72
Carnisse
Fysieke Index
n
CS-kwartier
80
Bloemhof
66
Hillesluis
78
77
Tarwewijk
80
Cool
80
HiMesluis
79
Beverwaard
80
Carnisse
85
OudMathenesse/Witte Dorp
80
Bloemhof
82
Zuidplein
86
Zuidplein
81
Carnisse
87
HiMesluis
88
Beverwaard
83
OudMathenesse/Witte Dorp
88
Tussendijken
89
Tussendijken
84
Pendrecht
89
Veiligheidsindex
Tarwewijk
89
Oud Crooswijk
84
Feijenoord
90
Lombardijen
90
T arwewijk
84
Lombardijen
91
Bloemhof
91
Lombardijen
85
Wielewaal
92
De wijken Carnisse, Tarwewijk, Bloemhof en Hillesluis zijn vier van de zeven focuswijken in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Opvallend is verder dat een andere focuswijk Afrikaanderwijk nu niet meer in dit overzicht staat, waar dat in 2014 nog wel het geval was. De relatieve positie van Afrikaanderwijk is dus verbeterd. Voor Lombardijen geldt het omgekeerde; deze wijk is relatief in positie gedaald. Dat er mogelijk verbanden tussen de verschillende domeinen bestaan blijkt bijvoorbeeld uit onderstaande figuur 3.1 . Daarin is het verband weergegeven tussen de veiligheidsbeleving (domein veilig) en respectievelijk de staat van onderhoud van woningen, de beleving van de openbare ruimte (domein fysiek) en de ervaren samenredzaamheid (domein sociaal). Deze samenhang laat zien dat in wijken waar de veiligheidsbeleving relatief laag is, ook een verminderde samenredzaamheid wordt ervaren en tevens de kwaliteit van de openbare ruimte en de staat van het onderhoud laag worden beoordeeld. En dat een toename van de ene variabele ook een toename van de ander betekent. Hoewel oorzaak-gevolg relaties (causaliteit) hiermee niet zijn aangetoond, geeft het wel aan dat er samenhang bestaat en dat er kansen liggen in een sterke verbinding van de aanpak in wijken.
Daarbij is het van belang om met bewoners en samenwerkende partijen te komen tot een gezamenlijke analyse op basis van de informatie uit het Wijkprofiel, aangevuld met lokale kennis en verhalen uit de wijk.
18
beleving Openbare Ruimte (x) en Veiligheid (y) 200 R2
0,66 Terbregg
1*
Molenlaankwartier
-
.z z
160
z
StruisenburjZ
s-Gravenland
Nesselan 9
140
Prinsenland
' m K'-
. chiemond
Dmmoord
Katendrecht —9
y
120
Middelland z Oud-Charlois Oud Crooswijk 9 9 z 9/9 Oude Westen z
100
•\ Z*
ieuwe Westen
z
Z9 z ^m
Feijenoord
.
60
r
#
• ^ Lombardijen Tussendijken ~ Tarwewijk
Beverwaard
40
OudMath 1 WD
9—r-----Afrikaanderwijk Pendrecht
z
Bloemhof —f \
Zevenkamp
9
9
/•Vreewijk
Bospolde
De Esch
*
. Oosterflank
//
z
80
Het Lage Land
*
Zuidwijk
Zuidpiein Carnisse
Hillesluis
20
0 20
40
60
80
100
120
140
160
180
200
Oordeel onderhoud bebouwing buurt (x) en Veiligheid (y) R = 0,69
Molenlaankwartier Bergpolder StruisenburgHet Lage Land
^Katendrecht0
De Esch
OudCrooswijk
s-Graven and
Prinsenland * Nesselande
^
Schiemond
Ommoord
Middelland
Oud-Char ois Oude Westen \Jieuwe Westen
Zevenkamp Oosterflank
OudMdth/WD
Vreew,JlW
Feijenoord Bospolder
Pendrecht Afrikaanderwijk Tussendijken
9
Lombardijen
Bloemhof Tarwewijk
Beverwaard Zuidpiein
lesluis
Zuidwijk
Carnisse
19
beleving Samenredzaamheid (x) en Veiligheid (y) R2 r: 0,47
* Bergpolder
m
t
Kralingseveer
Molenlaankwartier
Prinsenland f 9 %-r s-Gravenland Het Lage Land
Struisenburg
Nesselande
« •Sc .
#
/*
z
De Esch Oud Crooswijk
-
9
v
e , Katendrecht Ommoord
^
Middelland
.
^
Oud-Charlois —Z t 1 z Nieuwe Westen Oosterflank
e * ^ 3
z
*
Z eijenoord
* OudMath/WD
^ Pendrecht /*
z
«
Afrikaanderwijk
z
Beverwaard Bloemhof , .. , . Zuidplein
Zevenkamp
Oude Westen
o
. »
.------S— Lomb,rdijen „ « * . * Zuidwijk
Carnisse
Tussendijken „ Tarwewijk
Hillesluis
Figuur 3.1: Samenhang tussen beleving veiligheid en beleving openbare ruimte, oordeel onderhoud bebouwing in de buurt en samenredzaamheid.
20
4. De impact van de coronapandemie Onmiskenbaar heeft de coronapandemie invloed op de leefomstandigheden van Rotterdammers. Diverse onderzoeken van de Erasmus Universiteit hebben hier al veel over gerapporteerd2. 3Het sociale leven staat onder druk en de beperkende maatregelen, die volgend op de besmettingsgolven - in meer of mindere mate van kracht zijn (geweest), hebben invloed op de persoonlijke situatie van Rotterdammers en de sociale omgang in de stad. Dat kan positieve gevolgen hebben, zoals het meer omzien naar elkaar, maar ook negatieve gevolgen, zoals verlies van werk en inkomen of een grotere druk op de buitenruimte waardoor er meer overlast ontstaat. Ook zijn mensen veel meer gebonden aan hun thuis en lopen aan tegen de beperkingen van hun woning en directe woonomgeving. Deze fenomenen hebben effect op de scores in het wijkprofiel, maar kunnen er niet worden uitgefilterd. Het is immers onmogelijk om een "wat-als-er-geen-corona-was"-score te berekenen, net zo goed als het onmogelijk is om de precieze impact van de coronapandemie te schatten. In een poging om hier toch wat meer zicht op te krijgen zijn in de surveys voor het Wijkprofiel enkele vragen opgenomen over de invloed van de coronapandemie op de leefomstandigheden van Rotterdammers.
Baan-bedrijf
Gezondheid sterke SI > 110
sterke SI > 110
gem SI 90-110
gem SI 90-110
zwakke SI ^0
zwakke SI ^0
10007o Inkomen
Sociale contacten sterke S\> 110
sterke SI > 110
gem SI 90-110
gem SI 90-110
zwakke SI ^0
zwakke SI ^0
10007o B Grote positieve invloed B Enige positieve invloed m Geen invloed
Vertrouwen in de overheid
Enige negatieve invloed BGrote negatieve invloed sterke SI > 110 gem SI 90-110 zwakke SI ^0
10007o B Grote positieve invloed B Enige positieve invloed m Geen invloed Enige negatieve invloed B Grote negatieve invloed
Figuur 4.1: I mpact van de coronapandemie op de gezondheid, sociale contacten, baan/bedrijf3, inkomen en vertrouwen in de overheid van Rotterdammers
Uit figuur 4.1 komt naar voren dat bijna de helft een negatieve invloed ervaart op hun gezondheid, hun sociale contacten en hun vertrouwen in de overheid, ongeveer een derde een negatieve invloed ervaart op hun werk en een vijfde negatieve impact ervaart op hun inkomen.
2 Zie de publicaties in de reeks onderzoeken naar de sociale gevolgen van Covid-19 op de website www.kenniswerkplaats-leefbarewiiken.nl
3 De impact van de coronapandemie op de baan of het bedrijf van Rotterdammers is hier alleen weergegeven voor hen die actief zijn op de arbeidsmarkt. 21
Een kleine groep Rotterdammers van tussen de tien en vijftien procent ervaart positieve effecten op deze aspecten. Bovendien blijkt dat bij bewoners in wijken met een lage score op de Sociale Index (zwakke SI < 90) de impact zwaarder gevoeld wordt dan in wijken met een hoge score (sterke SI ^10). Uit de onderzoeksresultaten blijkt er ook verschil te zijn in ervaren impact tussen groepen: lagere inkomensgroepen en meer kwetsbare groepen ervaren een grotere negatieve impact.
veiligheid in de buurt
096
2096
4096
6096
10096
8096
ervaren overlast in de buurt
u m m cm
2096
4096
6096
10096
8096
sociale omgang in de buurt
--
: 096
2096
4096
6096
8096
■ Veel beter geworden
m Een beetje beter geworden
* Niet veranderd
® Een beetje slechter geworden
10096
■ Veel slechter geworden
Figuur 4.2: Impact van de coronapandemie op de ervaren veiligheid, overlast en sociale omgang in de buurt van Rotterdammers
Als het gaat om de invloed van de coronapandemie op de veiligheid in hun buurt ziet een kwart van de Rotterdammers hierin verbetering en een zevende een verslechtering: per saldo dus een verbetering (figuur 4.2). Bij de ervaren overlast en de sociale omgang in de buurt is dit per saldo gelijk: het aandeel dat een verbetering ziet is grofweg gelijk aan het aandeel dat een verslechtering ziet. Opmerkelijk is tot slot dat in wijken met een lage score op de subjectieve Veiligheidsindex (zwakke VLsubj ^0) zowel een groter positief effect als een groter negatief effect wordt ervaren op deze aspecten.
22
5. Conclusie In deze factsheet zijn de resultaten van het Wjkprofiel in hoofdlijnen weergegeven. Puntsgewijs is gebleken dat: » de Veiligheidsindex geleidelijk aan is gestegen naar een huidig niveau van 110 » waarbij diefstal en inbraak steeds minder aan de orde zijn, maar overlastjuist meer aanwezig is in de stad » de Sociale Index na een aanvankelijke stijging sinds 2018 weer is gedaald naar 104 » wat vooral komt door een daling in de beleving van Rotterdammers » de Fysieke I ndex ditzelfde patroon laat zien De corona-pandemie raakt alle Rotterdammers in hun persoonlijke leefomstandigheden, maar komt in wijken met een lagere sociale index wat harder aan en heeft ook een grotere negatieve impact op lage inkomensgroepen en groepen met een kwetsbare positie. Wanneer we deze resultaten combineren wordt aannemelijk dat de coronapandemie een grotere negatieve invloed heeft op de sociale index dan op de veiligheidsindex: Rotterdammers worden in hun sociale leefsituatie harder geraakt dan in hun veiligheidsbeleving.
23