CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

22bb788 Wethoudersbrief Eskes over Eindverslag plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 22. Het eindverslag Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers3.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Christine Eskes

Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Maja Cardzic

Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport

Telefoon: (010) 489 49 35 Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: M2201-2043 - 22bb000788 Datum: 26 januari 2022 Betreft: Eindverslag plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers

Geachte commissieleden, Aan het einde van deze collegeperiode bied ik u hierbij het eindverslag van het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers (2019-2022) aan. Inzet van dit plan van aanpak is kwetsbare Rotterdammers zo veel mogelijk volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving en te zorgen dat zij - wanneer nodig - passende zorg en ondersteuning in de eigen woonomgeving ontvangen. Samen met strategische partners in de stad is sinds medio 2019 hard ingezet op het bieden van meer maatwerk aan kwetsbare Rotterdammers en inzet van interventies om mensen sneller uit de nachtopvang te laten doorstromen naar passende huisvesting. Via de voortgangsrapportages d.d. 17 november 2020 en 13 juli 2021 (20bb16805 en 21bb9423) bent u uitvoerig geïnformeerd over de voortgang van de verschillende actielijnen en maatregelen uit het plan van aanpak. Met deze brief ontvangt u kort op een rij de belangrijkste resultaten die we hebben geboekt, hoe we dit gaan borgen en de ontwikkelingen die we zien voor 2022 en verder.

Verder treft u in de brief: - Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Jaarrekening 2020 - Blokhuisgelden’ (21 bb7411); - Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang tussenevaluatie’ (21bb5610); - Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang uitgeschrevenen uit BRP’ (21 bb5611); Voortgangsbericht motie ‘Onderzoek naar voldoende zorg voor mensen met psychischeĄo)ggz problematiek (M.G.J. van Elck - Leefbaar Rotterdam) (19bb24504). 1. Toelichting Rotterdam is een inclusieve stad waarin alle bewoners een plek hebben om te leven, om te wonen en om zich veilig te voelen. In de afgelopen jaren is een flinke beweging ingezet naar meer zorg voor en ondersteuning van kwetsbare Rotterdammers in de eigen omgeving en wijk. Dit is het gevolg van de ingezette landelijke beweging van extramuralisering, de afbouw van de GGZ-bedden en de omslag van beschermd wonen naar beschermd thuis. In totaal ontvangen bijna 12.000 Rotterdammers extramurale ondersteuning vanuit de (eigen) woonomgeving.

Blad:

2/8

Daarnaast is er nog steeds een (aanhoudende) groep dakloze mensen en andere kwetsbare Rotterdammers die nog niet zelfstandig kunnen wonen en leven. Het gaat om Rotterdammers die in de opvang verblijven of in een beschermde woonsetting. Ook voor hen is ingezet op een aanpak met goede ondersteuning en meer maatwerk om zo snel mogelijk hun leven weer op rails te krijgen. 2. Consequenties corona De uitbraak van het coronavirus heeft Rotterdam voor een grote uitdaging gesteld. Aanbieders in Rotterdam hebben de afgelopen twee jaar en nu nog steeds ongekende inzet gepleegd om zorg en ondersteuning zo goed mogelijk door te laten gaan of zelfs te intensiveren. Zo zijn er binnen de maatschappelijke opvang verschillende maatregelen getroffen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Aan het begin van de coronacrisis zijn 135 daklozen versneld op (tijdelijke) alternatieve locaties ondergebracht om te kunnen voldoen aan 1,5 meter afstand en om nieuwe toestroom van daklozen op te vangen. Hiervoor is onder andere een hotel en een schip ingezet. Dankzij de succesvolle operatie versnelde uitstroom uit de opvang, waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning zijn geholpen, is in het tweede kwartaal 2021 het hotel afgebouwd. Inmiddels is de laatste tijdelijke locatie, het schip met 75 bedden, eind 2021 volledig afgebouwd.

Hiermee zijn alle tijdelijke locaties die ingezet zijn voor reguliere daklozen komen te vervallen. Ook is gedurende diverse perioden van een lockdown, op basis van de landelijke richtlijnen en extra coronacompensatie vanuit het Rijk, noodopvang geboden aan niet-rechthebbende daklozen (veelal EU-migranten). Hiervoor zijn extra locaties ingezet waar deze doelgroep is opgevangen. Op 21 december 2021 was vanuit het Rijk wederom een oproep aan alle gemeenten gedaan om deze groep op te vangen. Aan deze oproep is gehoor gegeven door de bestaande winteropvanglocatie hiervoor in te zetten. Daarnaast is een extra noodlocatie (de Maassilo) als achtervang ingesteld, mocht er sprake zijn van een grote toestroom van nietrechthebbende daklozen. Deze oproep was van kracht tot 26 januari 2022, waarna er een afbouwperiode van maximaal twee weken is ingegaan. Zoals gebruikelijk bij eerdere sluitingen van de noodopvang, wordt de afbouwperiode zoveel mogelijk ingezet om voor de nietrechthebbenden toe te werken naar een perspectief. 3. Kwaliteit en menselijke maat in de opvang In de maatschappelijke opvang is de transitie ingezet naar meer rust, kwaliteit en privacy. Zo zijn de klassieke slaapzalen (met veelal stapelbedden) omgezet naar kleinschalige slaapruimtes door de plaatsing van zogenoemde ‘bedmeubels’.

Met deze bedmeubels hebben alle daklozen binnen de opvang een eigen slaaphoekje met meer ruimte gekregen. De 1,5 meter afstand is daarmee duurzaam bestendigd. Deze wijziging heeft echter wel geleid tot een lagere capaciteit en beschikbaarheid van bedden in de reguliere opvanglocaties. Om te borgen dat de reguliere opvangcapaciteit op een voldoende niveau blijft - mede gelet op de afgebouwde tijdelijke locaties als gevolg van corona - zijn de volgende acties ondernomen: » » »

met de verbouwing van de opvanglocatie Noorderkanaalweg is de capaciteit uitgebreid van 24 naar 35 plekken; de voormalige LVV-locatie Heer Vrankestraat is omgezet naar een opvanglocatie voor reguliere daklozen; meer ruimte gecreëerd door de winterbedden bij reguliere locaties te laten vervallen.

Met het bovenstaande komt de reguliere capaciteit voor dakloze volwassenen uit op ca. 270 bedden.

Blad:

3/8

Om te zorgen dat dakloze vrouwen vanwege hun kwetsbaarheid voldoende bescherming en privacy krijgen, is een aparte vrouwenlocatie aangewezen. Daarnaast zijn alle reguliere opvanglocaties niet alleen ’s nachts maar ook overdag (24/7) geopend en wordt er gewerkt met vast bedbehoud. Deze ontwikkeling biedt meer rust en ruimte aan cliënten om te werken aan het eigen herstel en een snellere uitstroom. De ambitie is om de 24-uurs openstelling die nu tijdelijk gefinancierd wordt met de extra gelden vanuit het Rijk voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid (Blokhuismiddelen) naar de toekomst toe te behouden. Tot slot is de aanmeldprocedure voor een bed in de opvang versimpeld. Met de vereenvoudigde aanmeldprocedure wordt een dakloze actief vanuit de opvanglocatie benaderd voor een beschikbaar bed. Hierdoor hoeft een dakloze cliënt niet langer langs alle locaties te gaan op zoek naar een vrij bed. 4. Versnelling opvang naar (zelfstandig) wonen met begeleiding Een eigen woonplek vormt de basis voor een nieuwe start en het werken aan het eigen herstel. De ambitie is dat opvang zoveel mogelijk wordt voorkomen en indien nodig zo kort mogelijk is. Een innovatieve aanpak in Rotterdam om daklozen direct aan een woning te helpen betreft Housing First. Sinds de start van Housing First eind 2019 tot aan eind 2021 zijn 72 deelnemers bemiddeld naar een sociale huurwoning.

Deze aanpak is nu duurzaam geborgd, waardoor jaarlijks 50 deelnemers naar een sociale huurwoning bemiddeld gaan worden. Door de inzet van Housing First en het stedelijk daklozen team is het aantal rechthebbende buitenslapers op straat afgenomen. Ten opzichte van 2019 is sprake van een halvering. Specifiek voor de dakloze jongeren (18-23 jaar) is er Project 010. Dit is een inclusieve benadering, waarbij de jongeren een woning, begeleiding en budget ontvangt voor een vliegende start. Eind 2021 waren in totaal 20 jongeren aan een woning geholpen. Deze aanpak is op basis van een onderzoek1 door OBI geëvalueerd en op basis hiervan is ervoor gekozen om de aanpak voort te zetten en op te schalen. Per 2022 en verder zullen jaarlijks tot 35 jongeren via dit concept aan een woning worden geholpen. Verder is ingezet op de realisatie van extra doorstroomlocaties om de stap vanuit de opvang naar zelfstandig wonen te verkleinen. In totaal zijn vier doorstroomvoorzieningen gerealiseerd (met in totaal circa 100 plekken), waarvan één locatie tijdelijk tot eind zomer 2022 ingezet zal worden. Deze doorstroomplekken zijn bedoeld voor daklozen die op korte termijn (periode van 6 maanden) volledig de stap richting zelfstandig wonen kunnen en zullen maken. In de voorziening krijgt de cliënt alle rust en ruimte om met de juiste begeleiding zich zo goed mogelijk op deze stap voor te bereiden.

De doorstroomvoorzieningen leveren een belangrijke bijdrage in de ambitie om de opvangperiode terug te brengen naar een maximaal verblijf van drie maanden in de opvang. We zien dat de doorstroom uit de opvang stagneert en dat de bemiddeling naar een eigen woning eind 2021 gemiddeld 3,4 maanden duurt (en dus hoger is dan de norm van drie maanden). We gaan hierover in gesprek met de woningcorporaties en particuliere verhuurders. Voor de crisisopvang jongeren wordt al voldaan aan deze ambitie en verblijven de jongeren korter dan drie maanden in de opvang. Met het plan van Wonen en Zorg (2030) voor kwetsbare Rotterdammers wordt ingezet op de verdere uitbreiding van de doorstroommogelijkheden. Alle uitstroom vanuit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang naar een nieuw te huren zelfstandige sociale huurwoning gaat uitsluitend plaatsvinden via directe bemiddeling met een huurzorgcontract.

1 Eindrapport Project 010 (onderzoek010.nľ)

Blad:

4/8

Zo komt er meer regie op waar mensen uitstromen en dat uitstroom met passende zorg en begeleiding gebeurt. Medio 2022 starten we via deze lijn om de uitstroom te laten plaatsvinden en gaan we tegelijkertijd aan de slag met een aantal uitwerkingsvraagstukken. 5. Versterking preventieve aanpak Preventief beleid is essentieel om dak- en thuisloosheid terug te brengen en zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd is preventie een breed begrip en bestaat er niet één kant en klare oplossing om dakloosheid tegen te gaan. Wat hierin helpt is om Rotterdammers die te maken hebben met problemen in een vroeg stadium ondersteuning te bieden. Daarom is in Rotterdam geïnvesteerd in een aanpak met goede ondersteuning waardoor problemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Hierbij is ook extra aandacht gekomen voor de ondersteuning aan jeugdigen om de ontwikkeling van problematiek op latere leeftijd te voorkomen. Voor bankslapers is geïnvesteerd in het verbeteren van de ondersteuning. Zo wordt de werkwijze van de briefadressen gedurende 2022 verbeterd hierdoor krijgen economische daklozen sneller een briefadres. Daarnaast zijn de tijdelijke uitzonderingsmogelijkheden op de toepassing van de kostendelersnorm verruimd zodat mensen die thuisloos zijn tijdelijk in hun netwerk kunnen verblijven.

Om de preventieve aanpak verder te stimuleren zijn drie innovatieve projecten gestart: Flexwonen voor bankslapers: waarbij 30 woonunits met ingang van 1 april 2022 tijdelijk (6 maanden) verhuurd worden aan bankslapers met een hoog risico op dakloosheid; Pilot ‘Voorkom verder van huis’: het verder terugbrengen van het aantal huisuitzettingen door een oplossing te vinden voor huurachterstanden; Resourcegroepen voor bankslapers: met behulp van het netwerk effectiever inzetten op het toewerken naar een stabielere (woon)situatie. Deze innovatieve projecten worden nu ingezet en op basis van de evaluaties zal worden bezien welke aanpakken succesvol zijn en geborgd dienen te worden. In het afdoeningsvoorstel voor de toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang tussenevaluatie’ (21bb5610) is een tussenevaluatie opgenomen van de pilots ‘Voorkom verder van huis’ en ‘Resourcegroepen voor bankslapers’. 6.

Afdoeningsvoorstel toezeggingen en voortgang motie

Afdoeningsvoorstel toezegging Jaarrekening 2020 - Blokhuisgelden (21 bb7411) In de commissie ZOCS van 2 juni 2021 is een toezegging gedaan om in de volgende voortgangsrapportage Kwetsbare Rotterdammers een uitsplitsing te geven van de besteding van de extra impuls vanuit het Rijk in de brede aanpak van dak- en thuisloosheid (Blokhuismiddelen). Het gaat hierbij om de doelgroep rechthebbende dak- en thuislozen, waarbij het doel is om de maatschappelijke opvang te vernieuwen, dak- en thuisloosheid te voorkomen en zo snel mogelijk doorstroom te organiseren naar een zelfstandige plek met begeleiding. Vanuit de Blokhuismiddelen is ingezet op de versterking van de volgende thema’s: 1. Van opvang naar (zelfstandig) wonen met begeleiding; 2. Kwaliteitsslag nacht- en crisisopvang; 3. Voorkomen van dakloosheid; 4. Realisatie beschermd wonen plus. Via de brief van 8 april 2021 (21 bb3113) bent u geïnformeerd over de specifieke projecten en activiteiten die vanuit deze thema’s opgepakt worden. Er is op basis van het door ons ingediend plan in totaal een bedrag van C 19,6 mln. toegekend.

Blad:

5/8

Tot eind 2021 is bedrag uitgegeven van C 1,8 mln. Dit bedrag is ingezet voor de opstart van de preventieve projecten in het kader van het voorkomen van dakloosheid, de kwaliteitsslag in de opvang (realisatie bedombouwen en 24-uurs openstelling) en de cofinanciering van innovatieve woonprojecten zoals Housing First en de realisatie van doorstroom- en tussenvoorzieningen. De opgestarte projecten zullen blijven doorlopen in het jaar 2022 en 2023. Daarnaast zullen alle overige onderdelen vanuit het plan die in voorbereiding zijn gerealiseerd gaan worden. Het gaat hierbij o.a. om de financiering van extra doorstroom- en tussenvoorzieningen, flexwonen voor bankslapers en de realisatie van beschermd wonen plus. Om dit mogelijk te maken is er voor het jaar 2022 en 2023 een bestemmingsreserve aangemaakt van in totaal een bedrag van C17,8 mln. Deze bestemmingsreserve zal volledig worden ingezet worden voor de uitvoering in 2022 en 2023 van de hiervoor omschreven projecten vanuit het brede plan van aanpak dak- en thuisloosheid. Mocht sprake zijn van onvoorziene omstandigheden waaronder voortduren van het coronavirus, dan kan sprake zijn van mogelijke uitloop van 2024.

Voor de volledigheid dient opgemerkt te worden dat het Rijk ervoor heeft gekozen om deze middelen voor het jaar 2022 niet te continueren en dat we met deze bestemmingsreserve in ieder geval kunnen waarborgen dat de projecten tijdelijk voortgezet kunnen worden. In het nieuwe regeerakkoord is wel een structurele bijstelling van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang opgenomen van in totaal een bedrag van C 65 mln. Op welke wijze deze landelijke middelen naar gemeenten gaan toekomen en welke aandeel Rotterdam hierin heeft, is op dit moment nog niet duidelijk. Met het bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Jaarrekening 2020 Blokhuisgelden’ (21 bb7411). Afdoeningsvoorstel toezegging Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang - tussenevaluatie (21bb5610) In de Commissie ZOCS van 21 april 2021 is een toezegging gedaan om eind 2021 het volgende op te sturen: een tussenevaluatie over de inzet van wijkteams bij de pilot Resourcegroepen voor bankslapers; - tussen(uitkomsten) van de pilot Voorkom verder van Huis; inzicht op hoofdlijnen van de financiën van de zogenoemde Blokhuisgelden. Netwerkactivering Resourcegroepen Met het project Netwerkactivering Resourcegroepen onderzoeken we of het mogelijk is om bankslapers met hulp van hun netwerk effectiever naar een stabielere (woon)situatie te begeleiden.

In de afgelopen periode zijn in totaal 48 wijkteammedewerkers getraind tot regieondersteuners. De opgeleide regieondersteuners zien kansen ten aanzien van eigen regie en de inzet van het netwerk van cliënt. Het betrekken van het netwerk gaat in het algemeen beter met de methodiek. Zo kwamen wijkteammedewerkers in het verleden in 69,20Zo van de gevallen niet verder met het eigen netwerk van cliënt en is dit percentage na het volgen van de trainingen gezakt naar 22,20Zo. Vooral het stellen van de eigen doelen van cliënt gaat beter. 620Zo van de wijkteammedewerkers ziet de cliënt meer regie nemen, 600Zo van de wijkteammedewerkers denkt dat de cliënt meer steun van het eigen netwerk ervaart.

Blad:

6/8

Wijkteammedewerkers zien kansen om de methodiek - of elementen daarvan- bij bredere cliëntengroep die bij het wijkteam in begeleiding zit toe te passen. Sommigen doen dit ook al. De coronamaatregelen zijn een belemmering geweest in het werven van zowel wijkteammedewerkers als deelnemers aan de Resourcegroepenmethodiek voor bankslapers. Er is minder fysiek contact geweest om mensen te betrekken bij het project. Het project wordt voortgezet tot en met juni 2022. Er wordt een eindevaluatie gedaan en op basis hiervan wordt gekeken of en op welke wijze het project geborgd wordt. Afhankelijk van de uitkomsten, kan de methodiek vaker ingezet worden door wijkteammedewerkers om de zelfredzaamheid van cliënten te vergroten en hopelijk te kunnen bijdragen aan het vinden van vaste huisvesting. Voorkom verder van huis De pilot ‘Voorkom Verder van Huis’ heeft als doel 50 huisuitzettingen te voorkomen met de inzet van creatieve maatwerkoplossingen. De ondersteuning vanuit de pilot wordt geleverd door het Centrum voor Dienstverlening en Pameijer. Tijdens de pilot wordt nauw samengewerkt met Bouw en Woningtoezicht, vanuit het actieplan Goed Huren en Verhuren. In 2021 zijn er tien mensen aangemeld bij de pilot. Bij zes van de tien casussen is er langere tijd actieve betrokkenheid geweest.

Bij de andere vier casussen was enkel een advies, verwijzing of zeer korte interventie nodig vanuit de pilot. Van de zes casussen waar we langere tijd actief betrokken zijn geweest zijn er inmiddels drie succesvol afgesloten. Bij alle drie is dakloosheid voorkomen. Er zijn nog drie lopende casussen, waarvan twee bijna afgesloten gaan worden. Voor beide casussen is alternatieve huisvesting gevonden. Bij de andere casus zitten we nog in de analysefase. Op basis van de inzet in 2021 kan geconcludeerd worden dat de inzet van de pilot zinvol is geweest. In alle gevallen is dakloosheid voorkomen. Helaas was het niet in alle gevallen mogelijk om de huurders in hun eigen woning te houden. Vanuit de pilot hebben de hulpverleners de beschikking over een maatwerkbudget. Dit is tot nu toe één keer ingezet. De huurder zal het bedrag terugbetalen, er loopt een afbetalingsregeling. De meldingen zijn in 2021 achtergebleven door diverse Coronamaatregelen: minder huisbezoeken vanuit de hulpverlening en minder huisuitzettingen. Daarnaast is het actief betrekken van particulier verhuurders niet vanzelfsprekend en nog in ontwikkeling. De pilot is verlengd tot en met eind 2022. Ook hierbij zal op basis van een eindevaluatie van de pilot bepaald worden of en op welke wijze de opgedane ervaringen geborgd kunnen worden.

Inzicht financiën Blokhuisgelden Via het eerdergenoemde afdoeningsvoorstel van de toezegging Jaarrekening 2020 Blokhuisgelden (21bb7411) bent u hierover geïnformeerd. Met het bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang - tussenevaluatie’ (21bb5610). Afdoeningsvoorstel toezegging Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang - uitgeschrevenen uit BRP (21 bb5611) Het aantal jongeren (18 t/m 26 jaar) dat is uitgeschreven uit de BRP met de vermelding Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW) schommelt de afgelopen jaren rond de 1000. Dit is ongeveer 1,2/ van het totaal aantal jongeren in Rotterdam. Elke jongere in een dergelijke situatie is er één te veel.

Blad:

7/8

Daarom wordt in het wijknetwerk al volop samengewerkt tussen allerlei partijen (welzijn, jeugdwerk, wijkteam, buurtagent, scholen, etc.) om jongeren (in een vroeg stadium) te signaleren die tussen wal en schip dreigen te vallen. De werkers in de wijk hebben een signalerende en pro-actieve functie en weten de weg naar de juiste ondersteuning of hulpverlening te vinden. En er is oog voor eventuele financiële problemen, ook in het gezin. Bij ruim tweederde van de 1000 uitgeschreven jongeren gaat het om (buitenlandse) studenten die vertrekken zonder een nieuw adres door te geven. In de overige gevallen wil een deel van de jongeren niet gevonden worden door overheid (en/of justitie). Een ander deel heeft mogelijk ondersteuning nodig. Uitgangspunt is dat de gemeente door middel van het adresonderzoek de jongeren op alle mogelijke manieren probeert te bereiken, bijvoorbeeld per e-mail of via social media. Pas als dat niet lukt, volgt uitschrijving met de vermelding VOW. Tijdens het adresonderzoek kunnen we vanwege de AVG niet nagaan of er bij de jongere problemen spelen waarvoor ondersteuning nodig is. Met de wetswijziging BRP per 1 januari 2022 kan het in sommige gevallen vaker voorkomen dat de jongere eerst ambtshalve ingeschreven wordt op een gemeentelijk briefadres voor uitschrijving uit de BRP met de vermelding VOW plaatsvindt.

Dit is afhankelijk van de uitkomsten van het adresonderzoek. Aanvullend daarop willen we in het adresonderzoek onderscheid gaan maken tussen jongeren tot 27 jaar een volwassenen. Daarop zullen we een doelgroepanalyse toepassen waarbij we vooral kijken wie de uitschrijving initieert. Vaak zullen dit de ouders van de jongere zijn. Langs de ouders proberen wij de jongere dan te informeren met een informatiepakket over de gevolgen van niet ingeschreven staan in de BRP. Ook leggen we daarin uit hoe de jongere hulp kan vinden bij de gemeente. Deze maatregelen worden verwerkt in de nieuwe werkwijze rondom het verstrekken van briefadressen die medio 2022 ingevoerd wordt. Hiermee geef ik invulling aan de toezegging “Dóórontwikkeling dak- en thuislozenopvang uitgeschrevenen uit BRP” (21bb5611). Voortgangsbericht motie ‘Onderzoek naar voldoende zorg voor mensen met psychische Z (o)ggz problematiek’ (M.G.J. van Elck - LR; 19bb24504) Met deze motie is het college van B&W gevraagd om op basis van het landelijke onderzoek naar de effecten van extramuralisering met een vertaling te komen voor de Rotterdamse situatie en om uiterlijk eind 2020 met de resultaten van deze verkenning te komen. Met de voortgangsberichten 20bb16805 en 21bb9423 bent u geïnformeerd over het landelijke traject dat hiervoor in opdracht van de VNG is ingezet.

Als eerste stap hierin is begin 2021 de verkenning afgerond om te komen tot een passende set indicatoren die de gemeenten en het Rijk meer inzicht geven in 1) de effecten van extramuralisering en 2) andere relevante ontwikkelingen met betrekking tot het bieden van ondersteuning en zorg aan mensen met psychische problematiek. De resultaten hiervan hebben laten zien dat het meten van de ontwikkeling en de effecten van extramuralisering een complexe opgave is. Dit komt mede doordat er verschillende factoren zijn, die iets zeggen over de mate van extramuralisering en doordat de data domein- en wetsoverstijgend verzameld dient te worden.

Blad:

8/8

Medio 2021 is de landelijke aanbesteding gestart om te komen tot een partij die de monitor gaat bouwen. Inmiddels is de aanbesteding afgerond en is duidelijk geworden dat het onderzoeksbureau KPMG en Kenniscentrum Phrenos hiermee aan de slag gaan. Halverwege 2022 zal de eerste monitor verschijnen en de tweede monitor het jaar erna. U wordt in het derde kwartaal 2022 geïnformeerd hierover en we komen dan met een afdoeningsvoorstel voor deze motie.

Met vriendelijke groet,

Christine Eskes Wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen en Sport

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dc01032d-2558-4882-989b-90d4d7c7b42d