CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

22bb782 Bijlage 2 behorende bij 22bb780 over Feitenkaart armoede en schulden 2021

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. De voortgang van de armoede- en schuldenaanpak, ondersteuning gedupeerde ouders toeslagenaffaire en de evaluatie van het Hulpteam Toeslagen010, alsmede het vaststellen van de aanbevelingen zoals geformuleerd door de commissie.2.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Feitenkaart Armoede en schulden in Rotterdam Februari 2022

Deze feitenkaart loopt vooruit op de Schuldenmonitor over het jaar 2021, de Monitor

Schulden

Lage Inkomens en de Armoedeverkenning waarin

dit moment nog niet bekend zijn over 2021, zoals de in­

de laatste cijfers worden gepresenteerd. Omdat

dicator over problematische schulden die altijd weer­

de voortgangsrapportage in het verkiezingsjaar

gegeven wordt in de schuldenmonitor - namelijk het

eerder naar de raad gestuurd wordt, zijn deze

aantal Rotterdammers met meer dan 6 maanden ach­

monitors nog niet compleet. Om toch een beeld te krijgen van de stand van zaken geven we een

terstand in betaling van de ziektekostenpremie - we­

aantal indicatoren en cijfers weer die al wel

en ander. Deze cijfers worden hieronder weergegeven,

Hoewel veel cijfers over de schulddienstverlening op

ten we over onze eigen dienstverlening al wel het een

beschikbaar zijn. De stand die hier gemeld wordt

ze geven alvast een inkijkje in hoe we het als Rotter­

is de stand die tot nu toe bekend is. Het kan zijn

dam gedaan hebben het afgelopen jaar. Meer en uitge-

dat door latere registratie de cijfers in de

breidere informatie en toelichting volgt in de komende

uiteindelijke monitors hierdoor iets afwijken.

schuldenmonitor.

Tabel 1

KPI's schulddienstverlening 2018-2021 2021

2020

2019

2018

Collegetarget schulden (peildatum eind januari 2022)

4.010

4.051

3.548

nvt

Aantal door de trajectbegeleider gevoerde intakegesprekken

5.206

3.780

1.413

nvt

10,970

9,37

57

nvt

287

357

347

707 in 2015*

Aantal afgegeven schone lei verklaringen

2.158

1.854

1.362

1.159

Percentage geslaagde schuldregelingen

897

877

847

797

Voortijdige uitval (twee fases) Fase 1: Uitval na aanmelding: Fase 2: Uitval na intake

Bron: gegevens uitvoering schulddienstverlening Gemeente Rotterdam door: KBR & ETF. *uit Rekenkamerrapport - Hulp buiten Bereik

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

Armoede Het CBS heeft recentelijk de voorlopige inkomens- en

Huishoudens en personen met een inkomen tot

vermogensgegevens per 1 januari 2020 gepubliceerd.,

110^0 WSM en minderjarige kinderen in een

terwijl de cijfers per 1 januari 2019 definitief zijn ge­

huishouden met een inkomen tot 110y0 WSM

maakt. In deze notitie is op basis van deze cijfers een

In Rotterdam hebben 54.600 huishoudens een inko­

update gemaakt van de kerncijfers over de huishou­

men tot 110% van het wettelijk sociaal minimum

dens met een inkomen tot 110% van het wettelijk soci­

(WSM). In deze huishoudens wonen 87.000 personen,

aal minimum in Rotterdam. De cijfers zijn vergeleken

waarvan 18.900 minderjarige kinderen. Dat betekent

met de landelijke en die van de andere drie grote ste­

dat 18,5% van alle huishoudens in Rotterdam een laag

den. Daarnaast wordt de ontwikkeling weergegeven

inkomen heeft; 16,6% van alle minderjarige kinderen

van de cijfers over de korte termijn (2019-2020) en de

woont in een huishouden met een laag inkomen. In

lange termijn (2016-2020).

vergelijking met de andere grote steden heeft Rotter­ dam nog steeds het hoogste percentage huishoudens, personen en kinderen met een laag inkomen.

Tabel 2

Huishoudens, personen en minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110o7o WSM (1 januari 2020) Particuliere huishoudens

Personen

Kinderen

Particuliere huishoudens relatief

x 1 000

x 1 000

x 1 000

54,6

87

Amsterdam

69,5

Den Haag

38,9

Rotterdam

Utrecht Nederland

Personen

Kinderen

relatief

relatief

7

7

7

18,9

18,5

14,6

16,6

104,5

19,6

16,5

13,1

14,2

62,7

13,9

16,1

12,5

13,7

17,4

27,6

5,9

11,2

8,5

8,6

769,1

1209,2

252,3

10,2

7,3

7,9

Bron: CBS

In vergelijking met 2019 nam het aantal huishoudens

2019 nam het aantal minderjarige kinderen in een

met een laag inkomen toe met 400; dat is een percen­

huishouden met een laag inkomen af met 700; een da­

tuele stijging van 0,7%. Op de langere termijn nam het

ling van 3,6%. Op de langere termijn bedroeg de af­

aantal huishoudens af met 5,7%. In vergelijking met

name 4.300; dat is een daling van 18,5%.

Tabel 3

Huishoudens en minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110^. WSM (2016-2020) 2016

2017

2018

2019

2020

2019-2020

2016-2020

x 1 000

x 1 000

x 1 000

x 1 000

x 1 000

7

7

Aantal huishoudens

57,9

57,4

55,6

54,2

54,6

+0,7%

-5,770

Aantal kinderen

23,2

22

20,5

19,6

18,9

-3,67

-18,57.

Bron: CBS

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

2

In vergelijking met 2019 is sprake van een stabilisatie

wat sterker dan landelijk. In Rotterdam (-1,9 procent­

van het percentage huishoudens met een laag inko­

punt) en Amsterdam (-1,7 procentpunt) is deze in ver­

men. Dat is een landelijke tendens. Op de langere ter­

gelijking met de andere G4-steden het sterkst.

mijn zien we een afname; deze is in de grote steden

Tabel 4

Huishoudens met een inkomen tot 110% WSM 2016-2020 2016

2017

2018

2019

2020

2019-2020

2016-2020

7

7

7

7

7

7-punt

7-punt

Rotterdam

20,47

20,07

19,27

18,57

18,57

0

-1,9

Amsterdam

18,270

17,77

17,17

16,57

16,57

0

-1,7

Den Haag

17,57

17,07

16,47

16,07

16,17

0,1

-1,4

Utrecht

12,37

12,27

11,67

11,37

11,27

-0,1

-1,1

Nederland

11,07

10,97

10,67

10,27

10,27

0

-0,8

Bron: CBS

Het percentage kinderen in een huishouden met een

langere termijn zien we in Rotterdam een daling met

laag inkomen daalde ten opzichte van 2019 van 17,3%

4,0 procentpunt. Ook hier is de daling sterker dan de

naar 16,6%,■ een daling van 0,7 procentpunt. Daarmee

landelijke trend, en sterker dan in de andere grote ste­

is de daling in Rotterdam wat sterker dan in de andere

den, met name in Den Haag en Utrecht.

G4-steden, hoewel de verschillen klein zijn. Op de

Tabel 5

Minderjarige kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110^. WSM 2016-2020 (^.) 2016

2017

2018

2019

2020

2019-2020

2016-2020

7

7

7

7

7

7-punt

7-punt

Rotterdam

20,67

19,47

18,17

17,37

16,67

-0,7

-4,0

Amsterdam

17,07

16,07

15,17

14,57

14,27

-0,3

-2,8

Den Haag

15,47

14,47

14,07

13,77

13,77

0

-1,7

Utrecht

10,17

10,07

9,27

9,07

8,67

-0,4

-1,5

Nederland

8,87

8,57

8,27

7,97

7,97

0

-0,9

Bron: CBS

In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het aandeel kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110% WSM weergegeven in een lijndiagram.

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

3

Figuur 1

Percentage minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110^. WSM in de G4 en Nederland (2016-2020)

2507o

2007o

Ĵ.5%

10%

507o

007o

--------2016

2017

Nederland

2018

Amsterdam

2019

Den Haag

2020

Rotterdam

Utrecht

Bron: CBS

Huishoudens en personen met langdurig (vier jaar

huishoudens wonen 49.600 personen, waarvan 10.100

of langer) een inkomen tot 110^. WSM en minderja­

minderjarige kinderen. Het betekent dat 12,5% van alle

rige kinderen in een huishouden met langdurig een

huishoudens in Rotterdam langdurig een laag inkomen

inkomen tot 110^. WSM

heeft; 9,8% van alle minderjarige kinderen woont in een huishouden met langdurig een laag inkomen. In

In Rotterdam hebben 32.800 huishoudens langdurig

vergelijking met de andere grote steden heeft Rotter­

(dat is: vier jaar of langer) een inkomen tot 110% van

dam daarmee nog steeds het hoogste percentage

het wettelijk sociaal minimum. Dat is precies 60% van

huishoudens, personen en kinderen met langdurig een

alle huishoudens met een laag inkomen. In deze

laag inkomen.

Tabel 6

Huishoudens, personen en minderjarige kinderen in een huishouden met een langdurig een inkomen tot 110^. WSM (1 januari 2020) Particuliere huishoudens

Personen

Kinderen

Particuliere huishoudens relatief

Personen

Kinderen

relatief

relatief

x 1 000

x 1 000

x 1 000

y

y

y

Rotterdam

32,8

49,6

10,1

12,5

9,2

9,8

Amsterdam

39,5

57,1

10,5

11,2

8,3

8,2

Den Haag

21,8

33,3

7,2

10,3

7,4

7,8

Utrecht

9,1

14,2

3,2

6,8

4,9

4,9

426,4

632,4

123,3

6

4

4

Nederland Bron: CBS

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

In vergelijking met 2019 nam het aantal huishoudens

het aantal minderjarige kinderen in een huishouden

met langdurig een laag inkomen toe met 400; dat is

met langdurig een laag inkomen af met 400; een da­

een percentuele stijging van 1,27. Op de langere ter­

ling van 3,8%. Op de langere termijn bedroeg de af­

mijn nam het aantal huishoudens toe met 1.700, dat is

name 1.300; dat is een daling van 11,4%.

een stijging van 5,5%. In vergelijking met 2019 nam

Tabel 7

Huishoudens en minderjarige kinderen in een huishouden met langdurig een inkomen tot 110o7o WSM (2016-2020) 2019­ 2020

2016­ 2020

x 1 000

7

7

32,4

32,8

1,270

5,57

10,5

10,1

-3,87

-11,47

2016

2017

2018

2019

2020

x 1 000

x 1 000

x 1 000

x 1 000

Aantal huishoudens

31,1

31,7

32

Aantal kinderen

11,4

11,2

10,8

Bron: CBS

Het percentage huishoudens met langdurig een laag

dat ligt gelijk aan het landelijke cijfer, en is identiek

inkomen is in vergelijking met 2019 gelijk gebleven.

aan Amsterdam en Utrecht. In Den Haag is de percen

Dat is een landelijke tendens. Op de langere termijn is

tuele toename nog wat groter.

het percentage toegenomen met 0,3 procentpunt; ook

Tabel 8

Huishoudens met langdurig een inkomen tot 110^. WSM 2016-2020 (^.) 2016

2017

2018

2019

2020

2019-2020

2016-2020

7

7

7

7

7

7-punt

7-punt

Rotterdam

12,2

12,4

12,5

12,5

12,5

0

0,3

Amsterdam

10,9

11

11,1

11,1

11,2

0,1

0,3

Den Haag

9,6

9,8

10

10,2

10,3

0,1

0,7

Utrecht

6,5

6,7

6,8

6,8

6,8

0

0,3

Nederland

5,7

5,8

5,9

5,9

6

0,1

0,3

Bron: CBS

Het percentage kinderen in een huishouden met lang­

procentpunt. Dat is iets meer dan het landelijke cijfer,

durig een laag inkomen is in vergelijking met 2019

en vergelijkbaar met Amsterdam. In Den Haag en

licht gedaald. Dat is een landelijke tendens. Op de lan­

Utrecht is de percentuele afname nihil. Een overzicht

gere termijn is het percentage afgenomen met 1,2

van de cijfers staat in tabel 9.

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

5

Tabel 9

Minderjarige kinderen in huishoudens met langdurig een inkomen tot 110^. WSM 2016-2020 (^.) 2016

2017

2018

2019

2020

2019-2020

2016-2020

y

y

y

y

y

%-punt

%-punt

Rotterdam

11

10,8

10,5

10,1

9,8

-0,3

-1,2

Amsterdam

9,3

9

8,7

8,4

8,2

-0,2

-1,1

Den Haag

7,8

7,7

7,6

7,6

7,8

0,2

0

Utrecht

5

5,2

5

5

4,9

-0,1

-0,1

Nederland

4

3,9

3,9

3,9

4

0,1

0

Bron: CBS

In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het aandeel kinderen in een huishouden met langdurig een inkomen tot 110y WSM weergegeven in een lijndi­ agram.

Figuur 2

Percentage minderjarige kinderen in een huishouden met langdurig een inkomen tot 1107o WSM in de G4 en Nederland (2016-2020)

Ĵ.2%

t.0%

80Zo

607o

4oy

207o

ooy

— 2016

2017 Rotterdam

Amsterdam

2018 Den Haag

2019 Utrecht

2020 —^—Nederland

Publicatie Februari 2022

Bronnen en verwijzingen CBS, bewerking OBI Gemeente Rotterdam

Feitenkaart | Armoede en schulden in Rotterdam

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7a1039f1-5b81-4fee-b199-a97425cf6e28