CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008822] Bijlage behorende bij 22bb8821 - Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam. Rapportage van de concretiseringsfase.

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 29 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Stadsmuseale Functie35.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

231

330

Kantoorruimtes

293

420

Dienstruimtes

122

175

3.705 [m2 fno]

Functioneel Nuttig oppervlak (fno)

Opmerkingen

5.305

Verkeersruimte

18%

667

Ruimten voor gebouw installaties

8%

296

% over fno

Indelingsverliezen

3%

111

% over fno

11%

526

% over nvo

5.305 [m bvo] 2

Bruto Vloer Oppervlak (BVO)

bvo/fno

49

% over fno

4.779 [m2 nvo]

Netto Vloer Oppervlak (NVO) Oppervlak voor constructie en niet dragende scheidingswanden conform NEN 2580

1)

1) bij verkeersruimte op traject transport objecten extra hoogte aanhouden

1,43

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

6.2 Uitkomsten locatiestudie Mogelijke locaties

In Ook van jou! hebben we vijf voorkeurslocaties benoemd voor het nieuwe stadsmuseum. Deze zijn in willekeurige volgorde: • Oogziekenhuis • Metrostation Beurs (Churchillplein) • De Hef • Plot Rijnhaven • Cultuur & Campus Onderdeel van de opdracht aan het Transitieteam is deze locaties nader te onderzoeken op wenselijkheid en haalbaarheid. Dit deden we in samenspraak met de dienst Stadsontwikke­ ling. Daarbij keken we ook naar de vraag of een fysieke combinatie van het nieuwe stads­ museum met het beoogde Collectie Centrum Rotterdam (CCR) mogelijk is. We schakelden bouwkostenbureau BBN in voor een indicatie per locatie van de investeringslast voor beide scenario’s, voor zover realiseerbaar op de betreffende locatie. Onder verwijzing naar bijlage 4 (Locatieonderzoek) geven we onderstaand per locatie onze belangrijkste bevindingen.

50

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Oogziekenhuis

Met zijn monumentale uitstraling, markante architectuur (wederopbouw) en ligging nabij de Witte de Withstraat, die als culturele as Museumpark en het Maritiem Museum verbindt, is het Oogziekenhuis (locatie Schiedamse Vest 180) potentieel een uitstekende locatie voor de vestiging van het nieuwe stadsmuseum. Er is hier circa 13.000 m2 beschikbaar (inclusief volledige kelderlaag en tuin). Bijgevolg kan dit pand zowel onderdak bieden aan scenario Thuishaven als Anker van de Stad. Indien wordt gekozen voor scenario Thuishaven dan zal er sprake zijn van een gecombineerde vastgoedontwikkeling, bijvoorbeeld een combinatie van een museale functie en wonen. Bouwkostenbureau BBN heeft voor dit pand een bandbreedte investeringsraming vastgesteld van respectievelijk € 73.2 miljoen - € 84.7 miljoen (Anker van de Stad) en € 40.5 miljoen - € 46,9 miljoen (Thuishaven). Bedragen zijn exclusief btw; prijspeil 2022. In de raming is rekening gehouden met een investeringsbudget voor (museale) inrichting. NB: dit geldt ook voor de ramingen van de andere locaties. Een en ander leidt indicatief tot een gebouwgebonden jaarlast van respectievelijk € 5,3 ­miljoen en € 2,9 miljoen (kapitaallast + onderhoudslast + beheerlast).

51

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Metrostation Beurs (Churchillplein)

Als onderdeel van de centrumontwikkeling Hart 010 werkt de gemeente samen met de RET en de Metropoolregio aan het plan om metrostation Beurs geheel te renoveren en te heront­ wikkelen. Uitgegaan wordt van een nieuw bouwvolume bovenop het metrostation (vanaf de eerste verdieping) van maximaal 8.000 m2 bvo. Daarmee stellen wij vast dat scenario Anker van de Stad niet inpasbaar is; scenario Thuishaven wel. Huisvesting van een nieuw stadsmuseum (scenario Thuishaven) op deze locatie betekent dat er op de begane grond relatief weinig ruimte is voor een (grootse) entree van het museum, omdat hier ook de ingang van het metrostation is gesitueerd. Deze locatie heeft een aantal uitgesproken voordelen en nadelen. Het is een aansprekende centrumlocatie, gelegen tegenover het nog te verbouwen Maritiem Museum, op één van de grootste OV-verkeersknooppunten van Nederland en dus met een sterke publieksaanzuigende werking. Tegelijkertijd is hier sprake van een zeer complexe verknoping van ontwikkelingen en belangen (o.a. realisatie van een nieuw metrostation, herontwikkeling naastgelegen Coolse Poort, herinrichting en revitalisatie Westblaak) die stuk voor stuk effect kunnen hebben op de inpasbaarheid, zichtbaarheid en bouwkosten van het nieuwe stadsmuseum en/of op de tijdspanne waarbinnen deze functie daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.

Het realiseren van een goed functionerende expeditie wordt op deze locatie een aanzienlijke opgave. Bouwkostenbureau BBN heeft voor deze locatie een bandbreedte investeringsraming vast­ gesteld van € 47.1 miljoen - € 54.6 miljoen (Thuishaven). Bedragen zijn exclusief btw; prijspeil 2022. Een en ander leidt indicatief tot een gebouwgebonden jaarlast van € 3,3 miljoen (­kapitaallast + onderhoudslast + beheerlast).

52

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

De Hef

De Hef is een iconische plek voor de geschiedenis van Rotterdam en zowel fysiek als symbolisch een belangrijke verbinding vormt tussen Noord en Zuid. Als zodanig is het gebied rondom De Hef een interessante plek voor een nieuw stadsmuseum, zeker wanneer de historische brug deel uitmaakt van de museumbeleving. Realisering van een nieuw stadsmuseum in verbinding met De Hef is een complexe opgave en aan strenge restricties gebonden vanwege de ondergelegen spoortunnel van ProRail. Op grond hiervan stellen we vast dat een nieuw stadsmuseum bouwkundig alleen mogelijk is voor het scenario Thuishaven. Dit scenario kan gerealiseerd worden op een strook grond ter hoogte van de Stieltjesstraat, aan de zuidwestkant van het Hefpark. Een inpassing daar wordt bemoeilijkt door het feit dat de gemeente hier voor langere tijd grond heeft uitgegeven aan de gebruikers van het Hefpark. Naast de locatie Hefpark hebben we ook de bruikbaarheid van het terrein van de voormalige margarinefabriek aan de Nassaukade op de kop van Feijenoord verkend (24.000 m2). Project­ ontwikkelaar VORM heeft plannen om hier een nieuwe woonwijk te realiseren, waarin mogelijk ook ruimte is voor maatschappelijke functies. De planontwikkeling hiervan is echter nog zo prematuur dat wij het niet opportuun vinden om deze locatie te betrekken bij de verdere besluitvorming over een nieuw stadsmuseum.

Bouwkostenbureau BBN heeft voor deze locatie een bandbreedte investeringsraming vastge­ steld van € 42.4 miljoen - € 50.4 miljoen (Thuishaven). Bedragen zijn exclusief btw; prijspeil 2022. Een en ander leidt indicatief tot een gebouwgebonden jaarlast van € 2.9 miljoen (kapitaallast + onderhoudslast + beheerlast).

53

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Plot Rijnhaven

Vanwege haar ligging, geografisch gezien in het hart van de stad, de verbinding tussen Noord en Zuid en haar historische waarde merken we het gebied in en rond de Rijnhaven aan als een zeer geschikte plek voor de vestiging van een nieuw stadsmuseum. In dit gebied heeft/krijgt de gemeente twee interessante grondposities om een nieuw stadsmuseum te realiseren: het fabriekspand aan de Veerlaan op Katendrecht waar nu nog Cargill/Provimi in gehuisvest is en bouwblok 3 van de gebiedsontwikkeling Rijnhaven. Rijnhaven blok 3 (nabij Luxor) is onderdeel van de gebiedsontwikkeling van de Rijnhaven, waarin een derde van de haven wordt gedempt om er (intensief) te kunnen gaan bouwen (drie bouwblokken met torens) en een groot stadspark te maken. De onderste lagen van blok 1 en blok 2 voorzien voornamelijk in buurtfuncties, horeca, bedrijvigheid en logistiek, terwijl blok 3 het meest hoogstedelijke karakter krijgt wat programmering betreft, zoals een hotel en leisure functies en andere stedelijke voorzieningen, en waar een museumfunctie zeer wel onderdeel van zou kunnen zijn. Blok 3, gelegen pal naast Luxor en het nieuw te realiseren stadsplein, zal bestaan uit een hoge toren van 200 a 250 meter voor appartementen en krijgt een bredere voet van zes verdiepingen hoog en een vloeroppervlakte van circa 1.700 m2 per verdieping.

Dit betekent dat er circa 10.200 m2 beschikbaar is en dat zowel scenario Thuis­ haven als Anker van de stad hier inpasbaar zijn. De oplevering van Blok 3 wordt voorzien rond 2035, vanzelfsprekend afhankelijk van de voortgang van deze gebiedsontwikkeling. Cargill/Provimi: Gelegen op de Kop van Katendrecht (laatste pand) en als onderdeel van de Fenixloodsen is deze plek en dit pand cultuurhistorisch relevant en beeldbepalend. Het karakteristieke Magazijngebouw (1922) met vier lagen blijft behouden en biedt circa 9.000 m2 aan vloeroppervlakte. Omdat een ‘optopping’ met een aantal extra bouwlagen hier in beginsel mogelijk is, zijn zowel Thuishaven als Anker van de Stad hier inpasbaar. De nabijgelegen silo, waarvoor zowel sloop als behoud een optie is, beslaat circa 5.500 m2 en zou dus uitsluitend ruimte kunnen bieden aan Thuishaven, afhankelijk van of de zware constructie ter plekke relatief gemakkelijk is aan te passen. Samen met FENIX (het Landverhuizers Museum) kan hier een attractief museumkwartier ontstaan. Ook Verhalenhuis Belvedere en Theater Walhalla liggen nabij. Bereikbaarheid is wel een belangrijk aandachtspunt, gezien het dichtstbijzijnde metrostation bijna een kilometer van de locatie verwijderd is. Daar staat tegenover dat de looproute vanaf de Wilhelminapier op zich al een onderdeel van de museale beleving is.

Ook is de locatie gesitueerd op de overgang van het levendige cluster Fenix 1 en 2 en het Deliplein naar een meer uitgesproken woongebied, waardoor een mogelijke druk op de leefbaarheid van het gebied eveneens een aandachtspunt is.

54

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

De gemeente stuurt op een overdracht van de opstallen begin 2025, waarna de herontwikkeling kan starten. Op deze locatie bestaat zelfs qua m2 de mogelijkheid om een combinatie met het Collectie Centrum Rotterdam te realiseren. Dit vergt nog wel nader onderzoek.

De optie Cargill/Provimi lijkt ons het meest realistisch: het is fraai gelegen, als gebouw interessant, op relatief korte termijn realiseerbaar en financieel het meest ­aantrekkelijk Van deze twee mogelijkheden in de Rijnhaven lijkt het ons het meest realistisch uit te gaan van de optie Cargill/Provimi omdat dit pand uitermate fraai gelegen is, als gebouw interessant is voor een stadsmuseum en omdat deze optie op relatief korte termijn kan worden gereali­ seerd. Bovendien gaat het om een unieke locatie aan het Buizenpark, dat vraagt om een gebouw dat de uitstraling van deze plek vergroot. Gezien de grootschalige ontwikkeling elders op Katendrecht vraagt de ontwikkeling van Provimi om een bescheiden volume (dus geen toevoeging van grootschalige nieuwbouw). Volledigheidshalve merken we op dat in de plot Rijnhaven nog een derde mogelijke locatie voor een nieuw stadsmuseum is: (een deel van) het Codrico Gebouw. Dit rijksmonument wordt ook herontwikkeld, maar is geen gemeentelijke eigendom. In het kader van dit locatieonderzoek is het niet mogelijk geweest deze optie nader te verkennen. Bouwkostenbureau BBN heeft voor de locatie Blok 3 een bandbreedte investeringsraming vastgesteld van respectievelijk € 64.5 miljoen - € 74.7 miljoen (Anker van de Stad) en € 41.4 miljoen - € 48.0 miljoen (Thuishaven). Bedragen zijn exclusief btw; prijspeil 2022.

Een en ander leidt indicatief tot een gebouwgebonden jaarlast van respectievelijk € 4,6 miljoen en € 2,9 miljoen (kapitaallast + onderhoudslast + beheerlast). Voor Cargill/Provimi is door BBN een bandbreedte investeringsraming vastgesteld van respec­ tievelijk € 57.6 miljoen - € 66.7 miljoen (Anker van de Stad) en € 34.8 miljoen - € 40.3 miljoen (Thuishaven). Bedragen zijn exclusief btw; prijspeil 2022. Een en ander leidt indicatief tot een gebouwgebonden jaarlast van respectievelijk € 4,3 miljoen en € 2,5 miljoen (kapitaallast + onderhoudslast + beheerlast). NB Er dient nog nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de bouwtechnische staat van het Magazijngebouw Cargill/Provimi, waarvan de uitkomst nog aanzienlijke effecten kan hebben op het (uiteindelijke) investeringsbedrag.

55

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Cultuur & Campus

Tot slot een locatie aan het Charloisse Hoofd in Rotterdam Zuid, waar eind jaren twintig een Cultuur & Campus gerealiseerd moet zijn. Codarts, Erasmus Universiteit Rotterdam, Hoge­ school Rotterdam en de Willem de Kooning Academie realiseren hier een nieuw opleidings­ instituut. Daarnaast komt er ook een brede culturele programmering, aansluitend op het profiel van de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten. Hiervoor is 10.000 m2 gereserveerd, variërend van atelierruimtes tot horeca en een platformfunctie voor lokale makers. Ook het concept PLAY maakt hier onderdeel van uit. Hier komen hoogwaardige culturele belevings­ tentoonstellingen, elk gewijd aan een actueel maatschappelijk thema, zoals identiteit, macht of technoliefde, waarbij interactie voorop staat. Het plan voor Cultuur & Campus en daarbinnen voor PLAY is nog niet geheel uitgekristalliseerd. Eventuele huisvesting van het nieuwe stadsmuseum als onderdeel van Cultuur & Campus kan alleen plaatsvinden als vervanger voor PLAY. We merken op dat de functie van het nieuwe stadsmuseum niet optimaal aansluit op het profiel van Cultuur & Campus en het concept Play. Daarnaast kan binnen het volume van 10.000 m2 voor cultuur waarschijnlijk maximaal 3.800 m2 worden vrijgespeeld voor het nieuwe stadsmuseum. Wij stellen vast dat daarmee noch scenario Anker van de stad, noch scenario Thuishaven inpasbaar is.

Wel kunnen we ons voorstellen dat het nieuwe stadsmuseum op projectbasis participeert in het PLAY-concept.

56

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

6.3 Voorkeursscenario Gedacht kan worden dat het nieuwe stadsmuseum met scenario Thuishaven toe zou kunnen met een kleinere organisatie en minder programmeringsbudget dan in Anker van de Stad, maar dat is niet het geval. In scenario Thuishaven zorgt het nieuwe stadsmuseum voor substantieel meer programmering op locatie dan in Anker van de Stad. Naast de capaciteit voor de eigen programmering in huis, heeft het museum in Thuishaven ook personeel en programmeringsbudget nodig om op (wisselende) locaties actief te zijn. Wij gaan er vanuit dat beide scenario’s in beginsel evenveel kosten aan organisatie en programmabudget. De scenario’s verschillen wel qua huisvesting. Anker van de Stad is qua m2 bijna een keer zo groot als Thuishaven. Daardoor bedragen de huisvestingslasten van Anker van de Stad bijna het dubbele van Thuishaven. Onder verwijzing naar hoofdstuk 7 kunnen we hier al melden dat de huisvestingslasten (huur + servicekosten) van Anker van de Stad jaarlijks zo’n € 1,5 miljoen hoger liggen dan in Thuishaven. Daar staat tegenover dat Anker van de Stad in de exploitatie meer eigen inkomsten kan genereren: • Het aantal betalende bezoekers bij Anker van de Stad ligt ongeveer 50.000 hoger dan in Thuishaven. We gaan uit van ca. 200.000 betalende bezoekers Dit betekent ca. € 500.000,- meer aan entreegelden en winkelopbrengst.

We merken op dat ook in scenario Thuishaven het publieksbereik op 200.000 kan uitkomen, maar die komen niet allemaal naar de hoofdlocatie en dat zijn dus geen betalende bezoekers die meetellen in de museumexploitatie. • Scenario Anker van de Stad kent een aanzienlijk grotere Hub, met meer (verhuurbare) ruimtes. In dit scenario kan dan ook gerekend worden met meer opbrengsten uit verhuur. Stel dat dat het dubbele is van Thuishaven dan levert verhuur bij Anker van de Stad zo’n € 75.000,- meer aan verhuur op; zie onderbouwing hoofdstuk 7. Anker van de Stad zal ook meer bezoekers in de horeca trekken, maar voor de horeca gaan we uit van een kostendekkende exploitatie-opzet, maar ook niet meer dan dat. We hebben in de cultuur- en museumsector al te vaak gezien dat men zich vooraf rijk rekent met hoge opbrengsten, terwijl dat in de praktijk vaak tegenvalt. We concluderen dat de hogere inkomsten die met Anker van de Stad haalbaar zijn, bij lange na niet opwegen tegen de sterk hogere huisvestingslasten. Per saldo is Anker van de Stad structureel ca. € 1 miljoen duurder dan Thuishaven. Vanuit financiële overwegingen verdient scenario Thuishaven daarom de voorkeur.

Wij adviseren om te kiezen voor scenario Thuishaven Niet alleen om financiële redenen heeft scenario Thuishaven onze voorkeur. Met een programmering samen met andere organisaties en op verschillende, laagdrempelige locaties in de stad biedt scenario Thuishaven ook twee belangrijke inhoudelijke voordelen die in de Rotterdamse situatie uitermate relevant zijn: • Scenario Thuishaven brengt het nieuwe stadsmuseum beter (dan Anker van de Stad) in positie om samenhang en samenwerking in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld waar te maken. En dat is in Rotterdam hard nodig.

57

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

• Scenario Thuishaven zorgt voor meer (dan Anker van de Stad) laagdrempelige activiteiten, dichtbij de inwoners, in de wijken en de kernen in het buitengebied. Dat is van groot belang om ook die inwoners te bereiken voor wie museumbezoek geen automatisme is.

6.4 Voorkeurslocatie Voor de beoordeling van de verschillende locaties stelden we een afwegingskader op met onderstaande criteria. Onder verwijzing naar bijlage 4 (Locatieonderzoek) geven we hier de uitkomst van onze beoordeling weer. We merken op dat elke beoordeling een zekere mate van subjectiviteit kent. Niettemin denken wij dat op deze manier het aanwijzen van een voorkeurslocatie in ieder geval transparant wordt gemaakt. De beoordeling + betekent dat de locatie zich verhoudt tot het criterium; de beoordeling - dat de locatie zich slecht tot het criterium verhoudt en de beoordeling +/- dat de locatie zich noch goed noch slecht tot het criterium verhoudt. Wanneer geen beoordeling is ingevuld, betekent dit er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een beoordeling te kunnen maken. Voor een meer uitgebreide toelichting van het locatieonderzoek en de beoordeling van locaties, verwijzen wij naar de bijlage.

Criterium

Oogziekenhuis

Metro Beurs

De Hef

Provimi Rijnhaven

De locatie ligt aan een voor het publiek aantrekkelijke route (historisch, stedenbouwkundige, architectonisch, nabijheid andere publieksfuncties)

+

+

+

+

De locatie draagt als zodanig bij aan het Verhaal van ­Rotterdam.

+

-

+

+

‘Anker van de Stad’ en ‘Thuishaven’ zijn op basis van het nader uitgewerkte PvE en vlekkenplan ruimtelijk inpasbaar op de locatie.

+

+

+

+

Het nieuwe stadsmuseum kan zich als een eigen identiteit presenteren.

+

+/-

+

+

Het nieuwe stadsmuseum draagt bij aan de gebieds­ ontwikkeling in algemene zin.

+/-

+

+

+

De gemeente kan sturen op gebieds- en vastgoedontwikkeling, bijvoorbeeld op basis van een (eigen) grondpositie.

-

+/-

+/-

+

De doorlooptijd van de gebieds- en vastgoedontwikkeling ligt bij de huidige inzichten naar verwachting in een tijdspanne van 5 - 10 jaar.

+

+/-

-

+

Een gecombineerde ontwikkeling nieuw stadsmuseum en CCR is op de locatie in beginsel te realiseren.

+/-

-

-

+

Het Provimi-gebouw in Rijnhaven scoort het beste op de criteria. Wij stellen dan ook voor dit fabriekspand (het Magazijngebouw) als voorkeurslocatie aan te merken. Ook financieel is deze optie relatief gunstig.

58

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Voorkeur voor Rijnhaven, Provimi-gebouw Enige bedenking is de matige score in OV-bereikbaarheid. Daar staat tegenover dat, met alle ontwikkelingen die in gang zijn gezet en nog worden gezet, Rijnhaven als geheel een grote aantrekkingskracht op een breed publiek zal hebben en dat het nieuwe stadsmuseum in het beoogde fabriekspand daar volop van mee zal profiteren. De omstandigheden voor het nieuwe stadsmuseum zijn wat dat betreft gelijk aan die van het naastgelegen FENIX. En de combinatie van die twee zorgt ook voor extra aantrekkingskracht. Verder merken we op dat de nabijgelegen Rijnhavenbrug bijdraagt aan een ‘rondje Rijnhaven’: het nieuwe stadsmuseum zal daarvan profiteren. Wij adviseren in een volgende stadium van planontwikkeling te focussen op het Provimi-­ gebouw. Daarmee zeggen wij niet dat nu definitief afscheid genomen moet worden van de andere mogelijke locaties, met uitzondering van Cultuur & Campus, waar beide varianten van het nieuwe stadsmuseum ruimtelijk niet inpasbaar zijn. In het bijzonder het Oogziekenhuis lijkt ons een goede tweede, die ook op relatief korte termijn beschikbaar komt. Denkbaar is dat er in de komende periode nieuwe inzichten ontstaan en/of omstandigheden veranderen, waardoor alsnog gekozen wordt voor een van de andere locaties.

Niet in de laatste plaats adviseren wij dit omdat in de meeste opties sprake is van een onderhandelingscomponent die nog van substantiële invloed kan zijn op verwervingskosten.

59

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

60

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

7

Exploitatie

7.1

Ondernemerschap

Publieksinkomsten

De basis van goed (cultureel) ondernemen schuilt in een aantrekkelijke programmering waarmee het nieuwe stadsmuseum een groot publiek bereikt. Met de huisvesting in het Provimi-gebouw, op een unieke locatie met fantastisch uitzicht en de verdere Rijnhaven-­ ontwikkeling in het vooruitzicht, zet het nieuwe stadsmuseum in op jaarlijks 150.000 bezoekers in de hoofdlocatie. Het feitelijke publieksbereik zal groter zijn vanwege de programmering op partnerlocaties. De inkomsten daarvan zijn beperkt en dragen niet direct bij aan de exploitatie van het stadsmuseum, maar vallen toe aan de betreffende instellingen. Dat is op zichzelf ook een mooie verdienste van het stadsmuseum. Uitgaande van een voltarief van € 14,- en een gemiddelde opbrengst van ⅔ van het voltarief (= € 9,24) leveren die 150.000 bezoekers jaarlijks € 1.386.000,- aan inkomsten op. Ter toelichting: voor elk bezoek van een museumkaarthouder ontvangt het museum 62% van het voltarief. Daarnaast zijn er andere kortingsregelingen, zoals de Rotterdampas en gereduceerde tarieven voor o.a. schoolklassen. Kengetal in de museumsector is een bezoeker gemiddeld ⅔ van het voltarief oplevert aan entreegeld. Bedragen zijn exclusief BTW.

De horeca speelt een cruciale rol in het concept van het nieuwe stadsmuseum en de gratis toegankelijke Hub Die 150.000 bezoekers zorgen ook voor inkomsten uit de horeca en uit de winkel. Voor wat betreft de horeca adviseren wij deze in eigen beheer te houden, zodat regie kan worden gevoerd op het samenspel tussen programmering en horeca, en/of ten behoeve van een eenduidig concept (gebouw, publieksservice). Wel is het wenselijk de horeca-exploitatie in een afzonderlijke rechtspersoon onder te brengen. De horeca speelt een cruciale rol in het concept van het nieuwe stadsmuseum, in het bijzonder in het gratis toegankelijke deel van de Hub. Dat moet de centrale ontmoetingsplek worden voor iedereen die zich betrokken voelt bij het erfgoed en het Verhaal van Rotterdam. Ook moet de horeca flexibel inspelen op het hosten van bijeenkomsten en optredens en het cateren van verhuringen. De horeca is daarnaast vrij toegankelijk voor iedereen. Ondanks de belangrijke rol die we aan de horeca toekennen, adviseren we terughoudend te zijn in het ramen van aanzienlijke meeropbrengsten. Er zijn legio voorbeelden van culturele instellingen, ook musea, die de hoge winstverwachtingen niet waar konden maken. Het is wenselijk vooralsnog in te zetten op een horeca-exploitatie die kostendekkend is.

Voor de rechtspersoon waarin de horeca wordt ondergebracht wordt een afzonderlijke exploitatieopzet gemaakt. In bijlage 6 hebben we daartoe alvast eerste uitgangs­ punten op een rij gezet. In de exploitatiebegroting van het nieuwe stadsmuseum hebben we niet gerekend met nettowinst; wel hebben we een huuropbrengst geraamd van € 135,- per m2 + € 50,- per m2 servicekosten. Voor wat betreft de winkel gaan we wel uit van een netto positief resultaat. Juist het nieuwe

61

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 7

stadsmuseum kan een aantrekkelijke winkelformule neerzetten, waarin niet alleen eigen assortiment (kaarten, posters, boeken, mini-monumenten enz.) en algemeen museum assor­ timent wordt geboden, maar ook een selectie van het winkelaanbod van de themamusea in de stad. Tevens is een rijk aanbod typisch Rotterdamse producten mogelijk. Met zo’n breed assortiment kan een stevige winkel worden neergezet. De winkel kan draaien met inzet van vrijwilligers, onder professionele aansturing. We gaan uit van een netto-marge van € 2,- per bezoeker (inkoop gemiddeld € 4,- per bezoeker; gemiddelde omzet € 6,-).

Groepsbezoek en arrangementen

Het nieuwe stadsmuseum biedt combitickets aan met andere themamusea in de stad en als het even kan ook met het naastgelegen Landverhuizers Museum FENIX, wanneer dit de defi­ nitieve huisvestingslocatie wordt. Met andere publieksvoorzieningen aan de Rijnhaven neemt het stadsmuseum deel aan arrangementen ‘Rondje Rijnhaven’. Voor groepsbezoek biedt het nieuwe stadsmuseum verschillende mogelijkheden: • Groepsbezoek in eigen huis • Groepsbezoek naar het Collectiecentrum Rotterdam • Rondleidingen door de stad De bezoekersaantallen via groepsbezoek maken deel uit van het totale bezoekersaantal dat we voor het nieuwe stadsmuseum haalbaar achten (150.000 jaarlijks).

Verhuur

Het nieuwe stadsmuseum kan dienen als incidentele verhuurlocatie in de vergader- en congresmarkt. Met de horecafaciliteit en 500 m2 aan vergader-, workshop- en auditorium­ ruimte is het nieuwe stadsmuseum daar zeer geschikt voor. Het is nog lastig in te schatten wat een reële opbrengst is. Met een eerste aanname komen we uit op drie verhuringen per week met een nettoresultaat van € 500,- gemiddeld per verhuring. Dat levert € 75.000,- aan inkomsten op. Dit ligt nog iets onder het niveau van wat het Amsterdam Museum realiseert aan verhuur. Behalve incidentele verhuur kent het nieuwe stadsmuseum ook vaste huurders: de drie gemeentelijke erfgoeddiensten en de horeca. In totaal gaat het om 530 m2 te verhuren ruimte. Het nieuwe stadsmuseum kan hiervoor een huur in rekening brengen van € 135,- per m2 en € 50,- per m2 aan gebruikerslasten/servicekosten (energie, water, klein onderhoud, verzekering). Dit betekent een inkomstenbron van bijna € 100.000,- per jaar.

Partnerships bedrijfsleven

Rotterdam kent een sterke economie en veel kapitaalkrachtige bedrijven. Het nieuwe stads­ museum zal ook het bedrijfsleven aan zich moeten binden, o.a. in de vorm van partnerships met een aantal grote bedrijven. Vanzelfsprekend wordt hiervoor een plan ontwikkeld. Maar wij gaan ervan uit dat het moet lukken om een businessclub met een groot aantal bedrijven op te zetten en daarnaast te werken met vijf bedrijven die zich verbinden aan een hoofdthema. Daarnaast verdient het nieuwe stadsmuseum een hoofdsponsor. We gaan uit van een netto-­ opbrengst uit partnerships van in totaal € 300.000,- per jaar. Dit kan als volgt gerealiseerd worden: • Businessclub: 50 bedrijven a € 2.500,- = 125.000,• Elk hoofdthema (5) wordt geadopteerd door een bedrijf: 5 x € 25.000,- = € 125.000,• Hoofdsponsor nieuwe stadsmuseum: € 50.000,In de personeelsopbouw is voorzien in formatie voor relatiebeheer en fondswerving.

62

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 7

Private middelen door fondsenwerving

Het nieuwe stadsmuseum zet fors in op fondswerving. We gaan ervan uit dat het stads­museum zich weet te kwalificeren voor een vaste bijdrage van € 200.000,- uit de Bankgiroloterij, zoals ook veel andere musea. Daarnaast zal het stadsmuseum voor de wissel­tentoonstellingen, locatieprojecten, educatie- en participatieprogramma’s en onderzoeks- en samenwerkings­ programma’s met betrekking tot de Collectie Rotterdam een beroep doen op een breed scala aan fondsen, zoals het Fonds Cultuur Participatie, VSB fonds, Mondriaan Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, et cetera. Wij denken dat hiermee jaarlijks een bedrag van € 300.000,- te genereren valt. Dit ligt nog ruim onder het niveau wat het Amsterdam Museum aan fondsen­ werving realiseert. In de peroneelsopbouw is voorzien in formatie voor relatiebeheer en fondswerving.

7.2

Exploitatiebegroting definitieve situatie

Onderstaand presenteren we een eerste exploitatieopzet voor het nieuwe stadsmuseum in het scenario Thuishaven, geprojecteerd op de voorkeurslocatie van het Provimi-gebouw. Als vertrekpunt hebben we goed gekeken naar de exploitatieopzet van Museum Rotterdam van voor de bezuiniging (jaarrekening 2019 / begroting 2020) en naar de exploitatieopzet van het Amsterdam Museum van voor de tijdelijke huisvesting (jaarrekening 2019 / begroting 2020). Op basis van de visie die we voor het nieuwe stadsmuseum hebben aangereikt en de vertaling daarvan in programmering, organisatie en huisvesting hebben we voor elke begrotingspost zorgvuldig gekeken wat realistisch is, zowel voor wat betreft de uitgaven als voor wat betreft de inkomsten. In een volgende fase van planontwikkeling zal het nieuwe stadsmuseum een uitgewerkte meerjarenbegroting en financieringsplan moeten opstellen, als onderdeel van een nieuw ondernemingsplan. Over de gehele exploitatie-opzet hebben we ook gekeken naar de verhouding subsidie : eigen inkomsten. In onderstaande exploitatiebegroting ligt die verhouding ongeveer op ⅔ : ⅓. In vergelijking met andere stadsmusea elders is dit een gemiddelde verhouding.

Ter vergelijk: Amsterdam Museum kruipt langzamerhand naar een verhouding van 60% subsidie : 40% eigen inkomsten, maar daar tekenen wij bij aan dat hierin meegerekend is de Portretgallerij in de Hermitage, waar alleen al zo’n 400.000 betalende bezoekers komen. Museum Rotterdam van voor de bezuiniging / sluiting van het Timmerhuis realiseerde ca. 20% eigen inkomsten versus 80% subsidie.

63

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 7

BATEN

LASTEN

Entreegelden

€

1.386.000

Personeelskosten vaste organisatie

€ 3.660.000

Huurinkomsten Horeca

€

42.550

Personeelskosten inhuur

€

Winkel

€

900.000

Huur hoofdgebouw

€ 2.300.000

Huurinkomsten Erfgoedcentrale

€

55.500

Servicekosten

€

262.750

Partnerships bedrijfsleven

€

300.000

Huur depot

€

353.204

Fondsen/private bijdragen

€

500.000

Afschrijvingen

€

50.000

Verhuur

€

75.000

Programmering/publieksfunctie

€ 1.800.000

Subsidie

€

7.206.904

Marketing/publiciteit

€

200.000

TOTAAL BATEN

€ 10.465.954

Aankopen

€

40.000

Collectiebeheer

€

300.000

Inkoop winkel

€

600.000

Automatisering

€

300.000

Kantoorkosten

€

300.000

TOTAAL LASTEN

€ 10.465.954

RESULTAAT

€

300.000

0

Toelichting baten

• Entreegelden: 150.000 bezoekers tegen gemiddelde opbrengst van € 9,24,-. • Horeca: we gaan uit van horeca in eigen beheer, maar wel ondergebracht in afzonderlijke stichting of BV. We gaan uit van kostendekkende horeca; dus geen nettowinst. Wel is rekening gehouden met huurinkomsten. Gerekend is met € 135,- per m2 kale huur + € 50,- per m2 aan servicekosten (energie, water, schoonmaak, klein onderhoud). • Winkel: stevige winkelformule. We gaan uit van gemiddeld € 6,- aan netto-opbrengst per museumbezoeker. • Erfgoedcentrale: gerekend is € 135,- huur + € 50,- servicekosten per m2 aan huur­ inkomsten voor de 3 gemeentelijke erfgoeddiensten. • Partnerships bedrijfsleven uitgegaan is van een businessclub (50 leden x € 2.500,-), 5 zaalsponsoren (elk hoofdthema een zaalsponsor a € 25.000,-) en een hoofdsponsor a € 50.000,-. • Fondsen/private middelen: we gaan uit van jaarlijkse bijdrage van de Bankgiro Loterij a € 200.000,- en daarnaast € 300.000,- jaarlijks uit verschillende fondsen. We hebben voor deze post goed gekeken naar Amsterdam Museum. dat jaarlijks ca. € 1 miljoen uit fondsen/private middelen haalt. Voor Rotterdam moet minimaal de helft hiervan haalbaar zijn. • Verhuur: we gaan uit van gemiddeld 3 verhuringen per week, 50 weken lang a € 500,opbrengst. • Subsidie: is de subsidie van de gemeente om de exploitatie van het nieuwe stads­ museum sluitend te krijgen.

Bedraagt dus ongeveer ⅔ van het totaal aan inkomsten.

64

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 7

Toelichting lasten

• Personeelskosten: gerekend is met 48,8 fte x gemiddeld loonkosten a € 75.000,• Personeel inhuur: naast de vaste organisatie gaan we uit van inhuur op projectbasis van gemiddeld 4 fte. • Huur hoofdgebouw: de jaarlijkse huurlasten voor het Provimi-gebouw zijn indicatief geraamd op € 438,- per m2. Voor scenario Thuishaven is 5.255 m2 nodig. Uitgegaan is van een kostprijsdekkende huur, dat wil zeggen de kapitaallast over de gehele investering, inclusief de (museale) inrichting + de lasten voor het onderhoud en het beheer door de eigenaar. • Servicekosten: gerekend is met € 50,- per m2 aan energie, water, schoonmaak, klein onderhoud, verzekering. • Huur depot: dit is het bedrag dat thans ook betaald wordt voor huur van de Metaalhof. • Afschrijvingen: is relatief laag bedrag. Alleen bedoeld voor afschrijving op inventaris. Afschrijving op vaste inrichting is meegenomen in de huur van het hoofdgebouw. • Programmering/publieksfunctie. Groot bedrag; is nodig om de ambities qua program­ mering in eigen huis (tentoonstellingen, programmering van de Hub), programmering op locatie en de online programmering mogelijk te maken. Ter vergelijk: dit bedrag is ongeveer het dubbele van wat Museum Rotterdam in de oude situatie had. En ongeveer ⅔ van wat Amsterdam Museum jaarlijks aan programmering besteedt.

Amsterdam Museum is met de vaste nevenvestigingen (Hermitage, Museum Willet Holthuysen) en actieve programmering op locatie wat groter dan het beoogde nieuwe stadsmuseum voor Rotterdam. • Marketing/publiciteit. Betreft out of pocket kosten naast de personele middelen die voor marketing en publiciteit geraamd zijn. Het opgevoerde bedrag is gelijk aan wat Amsterdam Museum in de begroting raamt. Is ook nodig om het nieuwe stadsmuseum actief in de markt te zetten. • Aankopen: basisbedrag voor jaarlijkse aankopen in de collectie. Kan worden aangevuld met cofinanciering van bijvoorbeeld de Vereniging Rembrandt, zoals recent is gebeurd met de verwerving van het topstuk ‘Veemarkt’ van Cornelis Saftleven. • Collectiebeheer: bedrag is ongeveer gelijk aan wat Amsterdam Museum uitgeeft voor een in omvang vergelijkbare collectie (120.000 objecten). • Inkoop winkel: uitgegaan is van gemiddeld € 4,- per bezoeker aan inkoop assortiment. • Automatisering: bedrag is afgeleid van wat Amsterdam Museum in de begroting heeft staan. • Kantoorkosten: idem.

65

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 7

8

Transitieperiode

8.1 Programmering: topstukken tonen en ­g astcuratoren betrekken De aanpak en het verloop van de opdracht tot experiment met programma en collectie tijdens het eerste half jaar (januari - juni 2022) worden geschetst in bijlage 5. Onderdeel van deze opdracht is het verhaal van de stad te verspreiden, het meervoudige perspectief op de collectie daarbij te belichten en tegelijkertijd diverse presentatievormen te hanteren. Dit doel is alleen te bereiken door zoveel mogelijk mensen te betrekken, en naar hen te luisteren. De aanpak leest u zoals aangegeven in bijlage 5, het resultaat van de gesprekken en activiteiten leest u hieronder.

Eerste 6 maanden experiment en dialoog: smaakt naar meer!

Het positieve nieuws: in de eerste fase van experiment werd enorm enthousiast en verrast gereageerd op de stadscollectie. Ook van jou! drukt mensen met hun neus op de Collectie Rotterdam en dit blijkt voor velen een openbaring. Uit alle gesprekken komt naar voren dat het zeer spijtig én een gemiste kans is dat de collectie momenteel niet (echt) te zien is, want ‘op zijn minst de topstukken uit je geschiedenis moet je als grote stad te allen tijde zichtbaar maken en houden.’ Dat is de strekking van wat velen zeggen en denken bij een gesprek hierover. Op basis van enerzijds de collectie zelf en anderzijds de geluiden en behoeften van ‘de Rotterdammer’, op basis van gesprekken en experiment, is het advies met betrekking tot de Collectie Rotterdam: • Laat de topstukken uit de collectie zien en link vanuit die basis steeds weer naar de actualiteit, om het steeds weer relevantie te geven. • Laat vanuit deze basis makers, gastcuratoren, Rotterdammers, experimenteren, onder­ zoeken en bevragen, om zo steeds opnieuw mensen te betrekken bij en verbinden aan de collectie en het Verhaal van Rotterdam.

Een herkenbaar gezicht is noodzaak voor het nieuwe stadsmuseum, ook in de transitieperiode, want het is lastig verbinden aan iets zonder eigen naam, gezicht of plek Een paar jaar experimenteren tot de volgende cultuurperiode: dat was de eerder geschetste lijn. Dit lijkt nu onwenselijk, helemaal nu die periode misschien langer lijkt te duren. Om écht te experimenteren, moet er een collectiebasis te zien zijn. Een basis die kan worden getest en bevraagd, waarop kan worden gereageerd. Een eigen, herkenbaar gezicht, dat is noodzakelijk voor het nieuwe stadsmuseum in een volgende fase. Want het blijkt voor het grote publiek lastig om te verbinden aan iets zonder eigen naam, gezicht of plek. Daarnaast is pop-uppen relatief kostbaar: steeds weer nieuwe locaties moeten in een korte periode geschikt gemaakt worden voor presentatie. Als we toch streven naar een ‘vaste tijdelijke’ situatie, waarom dan niet direct starten? Hiertoe is een compacte, krachtige organisatie nodig die zijn tanden in de

66

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

programmering zet. Deze moet in lijn zijn met wat door Ook van jou! is ingezet. Aanvullend is in de volgende fase dringend behoefte aan tijdelijke huisvesting op een vaste plek. Het nieuwe stadsmuseum moet zichtbaar zijn. Natuurlijk op verschillende plekken in de stad, maar wel met een aantrekkelijk ankerpunt.

8.2 Organisatie: slagkrachtig in transitiefase Vanaf het moment van (positieve) besluitvorming over dit advies Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam, moet de organisatie van een nieuw stadsmuseum worden opgebouwd. Vooralsnog met het oog op de programmering en huisvesting in de transitieperiode. Voor de opbouw van de organisatie zijn bij aanvang twee bouwstenen beschikbaar: • De bestaande organisatie van Museum Rotterdam (14 fte vaste medewerkers) • Het Transitieteam Ook van jou! (ca. 2 fte tijdelijke medewerkers) Met deze twee bouwstenen beschikt het nieuwe stadsmuseum nog niet over de slagkracht die nodig is om de ambities in de transitieperiode waar te maken. Een kernorganisatie is nodig die voldoende is toegerust om de programmering uit te voeren, de samenwerkingsverbanden op te zetten, de tijdelijke huisvesting te verzorgen en kernpartner te zijn in de verdere ontwikkeling en realisering van de definitieve huisvesting en het beoogde Collectie Centrum Rotterdam. Wij adviseren om voor de transitieperiode onderstaande kernorganisatie beschikbaar te krijgen. Daarbij maken we een onderscheid tussen 2023 en 2024 e.v. In de eerste helft van 2023 wordt de nieuwe kernorganisatie opgebouwd; vanaf het moment van ingebruikname/ opening van de tijdelijke huisvesting (zie onder) zal de kernorganisatie staan. De zien wij in de transitieperiode als volgt: • • • • • • • • •

Stadscurator/inhoudelijk directeur 1 fte (per 2023) Zakelijk directeur 1 fte (medio 2023) Medewerker marketing/communicatie 0,5 fte (medio 2023) Pool projectleiders/producenten 2 fte (per 2023) Beheerder/huismeester tijdelijke huisvesting 0,5 fte (medio 2023) Zaalwacht/balie/ticketing tijdelijke huisvesting 2 fte (medio 2023) Stadsconservator/collectiebeheer PM formatie Museum Rotterdam Educatie PM formatie Museum Rotterdam (Financiële) administratie PM formatie Museum Rotterdam

Hiermee ontstaat in de loop van 2023 een kernorganisatie van alles bijelkaar 20 fte (14 fte Museum Rotterdam + 7 fte versterking). Vanuit het beschikbare programmabudget worden gericht flexibele krachten op projectbasis aangetrokken.

67

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

8.3 Tijdelijke huisvesting STC-gebouw Wilhelminakade

Met het besluit om de publieksfunctie van Museum Rotterdam vooralsnog te minimaliseren en eerst aan de slag te gaan met experimentele programmering zonder vaste huisvesting (met uitzondering van Museum 40-45NU), is er van uitgegaan dat de footloose-situatie een aantal jaren zou duren. We adviseren echter om deze periode zo kort mogelijk te houden. Er is dringend behoefte aan een vaste plek van waaruit het nieuwe stadsmuseum zich kan manifesteren, ook in de tijdelijke situatie tot aan definitieve huisvesting. De vele contacten die we hebben gehad met inwoners van de stad en met organisaties in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld onderschrijven de urgentie van een stevige thuisbasis. In de afgelopen periode zochten we samen met de gemeente naar locaties voor tijdelijke huisvesting. De mogelijkheden daarvoor zijn beperkt, helemaal omdat een Timmerhuis-­ situatie voorkomen dient te worden. Niettemin doet zich een zeer interessante mogelijkheid voor: het STC-gebouw naast de Cruise Terminal aan de Wilhelminakade 701. Dit gebouw ligt uitermate gunstig qua publieksroutes en op een locatie die zeer relevant is voor het Verhaal van Rotterdam. En deze locatie is op korte termijn beschikbaar. Dat maakt deze mogelijkheid tot een unieke kans, die wat ons betreft gegrepen moet worden. Overigens laten we hierbij Museum 40-45NU buiten beschouwing.

We adviseren om de ten­ toonstelling gedurende de transitieperiode aan de Coolhaven te laten en pas over te brengen naar het definitieve gebouw. Dit doet recht aan het onderwerp en de inmiddels opgebouwde publieksstroom.

De locatie van het STC-gebouw is gunstig en zeer relevant voor het Verhaal van Rotterdam Het gebouw is gemeentelijk eigendom en tijdelijke huur is mogelijk, in afwachting van verdere gebiedsontwikkeling. De huurprijs bedraagt € 132,- per m2, excl. btw en excl. servicekosten/ gebruikerslasten (energiekosten, water, klein onderhoud, schoonmaak).

68

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

Het gebouw is qua indeling zeer geschikt voor een tijdelijke museale functie. In totaal biedt het STC-gebouw zo’n 1500 m2 bvo aan programmeerbare ruimte (1.100 m2 begane grond + 400 m2 1e verdieping). Ook bestaat de mogelijkheid om de gevel van het STC-gebouw en de gevel van de Cruise Terminal te gebruiken als één doorlopende straat-etalage om het Verhaal van Rotterdam te verbeelden.

Begane grond STC-gebouw (1100 m2)

Eerste verdieping STC-gebouw (400 m2)

Tijdelijke inrichting

Tijdelijke inrichting van het STC-gebouw is bij ingebruikname nodig, waarbij de begane grond zich goed leent voor een vaste presentatie van het Verhaal van Rotterdam. Hier kunnen de nodige collectiestukken schitteren! Klimatisering is daarbij een aandachtspunt, met de kanttekening dat het STC-gebouw goed geïsoleerd is en een constante temperatuur biedt. De in het midden gelegen ronde zaal nodigt uit tot een spannende, tot de verbeelding sprekende, presentatievorm: een perfecte filmzaal voor totaalbeleving van compilaties en filminstallaties (ligstoelen erin, niks meer aan doen). De eerste verdieping kan dienen voor wisseltentoonstellingen.

Op de begane grond van het STC-gebouw kunnen collectiestukken schitteren, de ronde zaal nodigt uit tot spannende presentatievormen Voor de tijdelijke inrichting keken we goed naar Amsterdam Museum, dat thans tijdelijk (drie jaar) in de Hermitage huist. De hoofdlocatie van Amsterdam Museum (Burgerweeshuis) wordt geheel gerenoveerd en heringericht, naar een ontwerp van het Rotterdamse architecten­bureau Neutelings Riedijk (kosten: € 55 miljoen). De inrichting van de tijdelijke huisvesting (2500 m2) in de Hermitage heeft € 1,5 miljoen gekost (all in: voorbereidingskosten + uitvoeringskosten). De tijdelijke inrichting van het museum bestaat uit een vaste opstelling ‘Panorama Amsterdam’, en een reeks kabinetten voor ‘meerstemmige perspectieven’ op het Panorama Amsterdam. Naast deze tentoonstellingsruimte beschikt Amsterdam Museum in de tijdelijke huisvesting over twee ruimtes voor wisseltentoonstellingen en een educatieruimte. 69

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

8.4 Financiën Kosten tijdelijke huisvesting STC-gebouw

• Huur (per jaar): 1500 m2 x € 132,- per m2 € 200.000,- (afgerond) • Servicekosten (energie, water, schoonmaak, € 75.000,klein onderhoud) 1500 m2 x € 50,- Totaal € 275.000,De geadviseerde definitieve huisvesting in het Provimi-gebouw zal na verbouwing eind 2026 beschikbaar kunnen komen. Dat betekent dat voor ca. vier jaar het STC-gebouw uitkomst kan bieden. De kosten van tijdelijke huisvesting in het STC-gebouw bedragen dan: 4 x € 275.000,- = € 1.100.000,-.

70

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

Kosten inrichting tijdelijke huisvesting

Voor de kostenberekening van de inrichting nemen we het voorbeeld van Amsterdam Museum als uitgangspunt: € 600,- per m2. Voor de herinrichting van de tijdelijke huisvesting van het nieuwe stadsmuseum in het STC-gebouw bedragen de kosten dan: 1500 m2 x € 600,- = € 900.000,-. We ronden dit af tot € 1.000.000,- omdat het STC-gebouw wat minder ruimte biedt aan (goedkoper in te richten) educatieruimte en ruimte voor wisseltentoonstellingen en en relatief meer aan (duurder in te richten) ruimte voor vaste presentatie. Het bedrag van € 1.000.000,- is all-in (voorbereidingskosten en uitvoeringskosten).

Kosten organisatie transitieperiode

Naast het beschikbare budget voor de (om te vormen) organisatie van Museum Rotterdam is behoefte aan versterking van de organisatie, te beginnen in de transitieperiode. Hiervoor (paragraaf 8.2) is een versterking van de organisatie met 7 fte nodig. De kosten hiervan bedragen afgerond € 550.000,- per jaar. De transitieperiode tot aan de definitieve huisvesting in het ­Provimi gebouw (eind 2026) duurt vier jaar. Daarmee bedragen de kosten voor versterking van de organisatie gedurende de transitieperiode tot eind 2026: 4 jaar x € 550.000,- = € 2.200.000,-. We merken hierbij op dat de tijdelijke huisvesting pas in de loop van 2023 een feit zal zijn, maar dat juist ook in de voorbereiding een stevige personele inzet nodig zal zijn. Daarom rekenen we ook voor het eerste jaar (2023) met de 7 fte uitbreiding.

Kosten programmering transitieperiode

Voor de ontwikkeling van het nieuwe stadsmuseum heeft de gemeente jaarlijks € 500.000,beschikbaar. Hiervan wordt afgerond € 300.000,- gebruikt voor programmering en € 200.000,voor organisatiekosten (o.a. Transitieteam). Met een mooie presentatie in het tijdelijke STC-gebouw als basis, kan ook de komende jaren worden volstaan met een bedrag van € 300.000,- voor programmering. Voor programmering ramen we daarom 4 jaar x € 300.000,- = € 1.200.000,-

Inkomsten transitieperiode

Het nieuwe stadsmuseum vraagt in de transitieperiode een stevige investering. Het is reëel daar ook inkomsten tegenover te stellen: • Aan fondsenwerving voor specifieke projecten zetten we in op jaarlijks € 100.000,-. Voor vier jaar is dat € 400.000,-. • Het tijdelijke museum in het STC-gebouw trekt ook betaald publiek. Het is lastig in te schatten hoeveel bezoekers dat zullen zijn. We stellen voor uit te gaan van jaarlijks 25.000 bezoekers tegen een gemiddeld tarief van € 5,- = € 125.000,- = € 500.000,- voor vier jaar. Het eerste jaar (2023) is geen volledig jaar, omdat het museum pas in de loop van 2023 voor het publiek open kan. Daar staat tegenover dat juist vanaf de opening extra toeloop te verwachten mag zijn. We rekenen daarom ook voor 2023 met € 125.000,aan publieksinkomsten. De gemeente heeft in de begroting reeds € 500.000,- per jaar beschikbaar voor een nieuw stadsmuseum. Over een periode van vier jaar is dat: € 2.000.000,-.

71

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

Overzicht totale baten en lasten transitieperiode (2023 - 2026) Lasten transitieperiode Huisvesting STC-gebouw

€

1.100.000,-

(Museale) inrichting STC-gebouw

€

1.000.000,-

Versterking organisatie nieuw stadsmuseum

€

2.200.000,-

Programmering

€

1.200.000,-

Totaal lasten transitieperiode 2023-2026

€

5.500.000,-

Fondswerving

€

400.000,-

Entreegelden

€

500.000,-

Beschikbaar budget gemeente stadsmuseale functie 2023-2026

€

2.000.000,-

Totaal baten transitieperiode

€

2.900,000,-

Tekort transitieperiode 2023-2026

€

2.600.000,-

Baten transitieperiode

Alles overziend denken wij dat met een aanvullende eenmalige bijdrage van € 2.600.000,de transitieperiode naar een nieuw stadsmuseum op niveau uitvoerbaar is.

72

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 8

9

Vervolgtraject

Het vervolgtraject om daadwerkelijk te komen tot een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam bestaat uit de volgende stappen: 2022 Augustus Najaar

Presentatie advies/rapportage Besluitvorming Gemeente over: • Transitieperiode: incidentele financiering & huisvesting voor tijdelijke programmering tijdens de Transitie-periode • Transformatie Museum Rotterdam (inclusief voorwaarden voor trans­ formatie) • Actualiseren visie/beleidskader Erfgoedsector • Uitwerken huisvestingslocatie(s) Uitvoering: • Sluiten huurovereenkomst & opdracht inrichting STC-gebouw • Afspraken Museum Rotterdam over proces & voorwaarden (werving leden Raad van Toezicht en directie, opstellen Beleidsplan Stads­museum o.b.v. uitgangspunten rapport) • Aansluitend werving leden Raad van Toezicht (in opdracht van gemeente) • Opstellen geactualiseerde visie/beleidskader Erfgoedsector

2023

Besluitvorming Gemeente over: • Vaststellen geactualiseerde visie/beleidskader Erfgoedsector • Missie, ambities en uitwerking Stadsmuseum, inclusief financiering • Definitieve locatiekeuze (op basis van uitgewerkte huisvesting-­ scenario’s) • Nieuw Beleidsplan Stadsmuseum (na ontvangst)

Uitvoering: • Werving directie Stadsmuseum & opstellen nieuw Beleidsplan (door MR) • Ontwerp en inrichting tijdelijke huisvesting STC-gebouw • Opbouw organisatie: werven zakelijk directeur en aantrekken essentiële functies voor tussenperiode • Intrek in tijdelijke huisvesting STC-gebouw • Aankoop, planontwikkeling en opdrachtverlening definitieve huisvesting

2024-2026

Transitieperiode: • Tijdelijke programmering Transitie-periode • Oprichting Erfgoedberaad • Opbouw organisatie Stadsmuseum • Verbouw en inrichting definitieve huisvesting

Per 2027

Intrek nieuw gebouw

73

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 9

Bijlagen

74

Bijlage 1

Concept-profielen Profiel

Raad van Toezicht Conform de statuten van Museum Rotterdam (5 april 2011, gewijzigd 21 mei 2015) is er een Raad van Toezicht (RvT) en worden de leden daarvan benoemd door het College van B&W van Rotterdam. Leden worden voor een periode van vier jaar benoemd en zijn maximaal eenmaal voor eenzelfde termijn herbenoembaar. Statutair bestaat de Raad van Toezicht uit minimaal vijf en maximaal zeven natuurlijke personen. In de transformatie naar het Stadsmuseum adviseren wij om de Raad van Toezicht uit te breiden naar 7 leden. Dat geeft meer ruimte om de diversiteit van de stad in de samenstelling van de Raad tot uitdrukking te brengen en verschillende expertises in huis te halen. De werving van nieuwe leden gebeurt op basis van een profielschets. Deze profielschets wordt opgesteld door het museum en ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente. De profielschets wordt in het jaarverslag van de Raad van Toezicht opgenomen.

Taken en algemeen profiel leden Raad van Toezicht

De RvT heeft als hoofdtaken: • Toezicht houden op de algemene gang van zaken en op de kwaliteit van het gevoerde beheer en beleid; • De werkgeversrol vervullen voor de directeur en hem met raad terzijde staan in de rol van sparringpartner; • Een aantal specifieke zaken zoals het kopen, vervreemden of bezwaren van register­ goederen, het benoemen van de accountant en het vaststellen van de begroting en jaarrekening. • De leden van de Raad fungeren als ‘antennes’ voor de samenleving in Rotterdam en houden de vinger aan de pols in verschillende delen en lagen van de stad. Ze hebben een netwerk tot in de haarvaten van de stad. Ze voeden en inspireren de directie en de organisatie met hun observaties en denken constructief mee over een programmering die relevant en ‘op de huid’ van de ontwikkelingen zit.

Algemeen kwaliteitsprofiel voor leden RvT

De samenstelling van de RvT is zodanig dat er een multidisciplinair team ontstaat dat collegi­ aal elkaar in kennis, kunde en ervaring aanvult en versterkt. Teneinde tot integrale besluitvor­ ming te komen is het noodzakelijk dat naast het specifieke aandachtsgebied beschikt wordt over de mogelijkheid als generalist te kunnen denken, oordelen en handelen. Van de leden van de RvT wordt verwacht dat zij hun kennis en ervaring inzetten en kunnen omzetten in eenduidige oordelen en adviezen. Zij onderschrijven de Governance Code Cultuur.

75

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Bijlage 1

Samengevat dienen de leden van de RvT te beschikken over de volgende kwaliteiten: • Strategisch en analytisch denken; • Ruime ervaring met (complexe) bestuurlijke processen; • Kennis en ervaring hebben met het openbaar bestuur; • Alert en respectvol toezicht houden; • Kunnen functioneren als sparringpartner voor de directeur; • Vaardigheden in het beargumenteren en afwegen van besluiten; • Gevoel voor sociale verhoudingen, inlevingsvermogen; • Belang hechten aan het erfgoed van de stad; • Affiniteit dan wel kennis hebben van het werkterrein van het museum • Tijd en aandacht beschikbaar willen en kunnen stellen. Voor de voorzitter geldt bovendien dat hij/zij: • Beschikt over ruime bestuurlijke en toezichthoudende ervaring; • Beschikt over een uitstekende reputatie en een uitgebreid netwerk in Rotterdam; • Beschikt over bindend vermogen en bestuurlijk gezag; • In staat is van de RvT een open en constructief team te maken met oog voor verschil­ lende perspectieven; • Een scherp gevoel heeft voor maatschappelijke verhoudingen; • Een constructief klankbord is voor de directie; • Met gezag kan optreden als ambassadeur en vertegenwoordiger van het museum. • Bij voorkeur kennis van of in ieder geval affiniteit heeft met cultureel erfgoed.

Aandachtsgebieden van de RvT

De Raad als geheel dient over voldoende kennis en ervaring te beschikken over kennis op de volgende terreinen. Kandidaten die kennis en ervaring hebben op meerdere terreinen verdienen de voorkeur. Van de kandidaten wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan de continuïteit en de doelstellingen van het museum en hiervoor hun inzichten en visie inbrengen.

De culturele praktijk (erfgoed, museaal perspectief, publieksbereik)

Deze expertise richt zich op kennis van erfgoed en museumstudies en van de wijze waarop de bezoekers van het museum dit zullen ervaren. Daarnaast is kennis van de culturele praktijk, ontwikkelingen en trends vereist.

Diepgaande kennis over en netwerken in de stad Rotterdam

De leden van de Raad zijn in meerderheid woonachtig of werkzaam in Rotterdam. Ze kennen de stad en haar inwoners en beschikken gezamenlijk over een uitgebreid netwerk in de samenleving, de publieke, private en culturele sector. Ze zijn goed op de hoogte van trends, ontwikkelingen en ambities van de stad.

Financiën & bedrijfsvoering

Specifieke kennis van en ruime ervaring op het terrein van financiën, bedrijfsvoering, geldstromen en risicobeheersing. Dat vraagt een goed inzicht in financiële rapportages, investeringsvoorstellen en andere financieel-economische vraagstukken. Op deze terreinen wordt verwacht dat een bijdrage geleverd wordt aan de continuïteit van het museum. Ook cultureel ondernemerschap (het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen en aanboren van nieuwe subsidiestromen) valt onder dit aandachtsgebied.

76

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Bijlage 1

Juridische zaken & personeelsmanagement (HRM)

Deze expertise richt zich met name op het toezicht houden op de ‘spelregels’ die worden afgesproken met derden, bijvoorbeeld het voorzien van valkuilen in de vraagstukken van contracten, overeenkomsten en allerlei vormen van aansprakelijkheid. Daarnaast is specifieke kennis van personeelsmanagement en organisatieontwikkeling in met name culturele organisaties gewenst. Kennis en ervaring met de sociale wetgeving en het arbeidsrecht in het bijzonder kunnen behoren tot dit aandachtsgebied.

Marketing, communicatie en digitalisering

Gelet op het diverse karakter van de samenstelling van de bevolking is (strategische) ervaring met doelgroepenbeleid, marketing en communicatie van belang. Naast bestuurlijke kennis is ervaring met het vergroten van de focus op marktgerichtheid / doelgroepen voor non-profit instellingen gewenst, gelet op de nieuwe wegen die het museum dient in te slaan. Daarbij is het van groot belang dat het museum nieuwe media inzet om nieuwe doelgroepen te berei­ ken. Naast marketing en communicatie is de nieuwe profilering van het museum van cruciaal belang. Ervaring op gebied van branding en merkenstrategie strekt tot aanbeveling.

Openbaar bestuur

Als gemeentelijke instelling die kan rekenen op een substantiële subsidie van de stad, die bovendien eigenaar is van het grootste deel van de collectie en opdrachtgever voor de positie van het museum is kennis van de werking en doelen van het openbaar bestuur een must. De Raad van Toezicht is gesprekspartner van de wethouder Cultuur in het bijzonder.

Onverenigbare functies

Een aantal (voormalige) functies zijn onverenigbaar met het lidmaatschap van de Raad van Toezicht: • Een lid kan niet werkzaam zijn bij een van de andere collectiebeherende instellingen in Rotterdam • Een lid heeft in de afgelopen 5 jaar geen functie vervuld binnen het Stadsmuseum/Museum Rotterdam • Een lid is niet werkzaam bij de Gemeente Rotterdam of een gemeentelijke dienst • Een lid heeft geen zitting in de Gemeenteraad van Rotterdam • Een lid is niet werkzaam bij een organisatie die betaalde diensten verleent aan het museum • Een lid is geen vertegenwoordiger van of bestuurslid bij een bruikleengever van het museum

77

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Bijlage 1

Profiel

Inhoudelijk directeur Voor het Stadsmuseum wordt een inhoudelijk directeur aangesteld, die de ambities uit de rapporten Ook van Jou! en Naar een nieuwe stadsmuseum voor Rotterdam kan vertalen naar een heldere missie, een strategie en een meerjarig inhoudelijk programma. De inhoudelijk directeur geeft, samen met de zakelijk directeur, leiding aan de transitie van Museum Rotter­ dam naar het Stadsmuseum. Het Stadsmuseum zoekt voor deze positie een inhoudelijk directeur, die het boegbeeld vormt van het te bouwen museum en die veel en verschillende instellingen, mensen en organisaties op een inspirerende wijze kan verbinden. De inhoudelijk directeur: • Zet de koers uit voor het nieuwe Stadsmuseum van Rotterdam: een bruisende, dynamische en diverse stad, waar aanpakken hoog in het vaandel staat. • Heeft een inhoudelijke visie op de rol van een stadsmuseum in de stad en koppelt die aan actuele maatschappelijke ontwikkelingen. • Ziet kansen en beschouwt het museum als vehikel om bevolkingsgroepen samen te brengen. • Kent de museale praktijk en heeft een helder idee over de inhoudelijke richting, zowel met de collectie als met de programmering. • Is een vernieuwer, die de stad kent en uitstekend in staat is om het museum en de inwoners op een vernieuwende manier met elkaar te verbinden.

• Vindt het een uitdaging om alle Rotterdammers over de drempel te krijgen en ze de kracht, de mogelijkheden en de uitdagingen van de stad te laten zien. • Houdt van samenwerken met veel verschillende mensen en organisaties, zowel uit de cultuursector als uit de brede samenleving. • Inspireert de stad, de instellingen en de medewerkers om samen het Verhaal van Rotterdam van veel verschillende kanten te presenteren op een iconische plek. • Kan als voorzitter van het Erfgoedberaad verschillende organisaties, belangen, onder­ werpen en ambities samenbrengen tot een gezamenlijk doel. • Ontwikkelt samen met het team een samenhangend programma voor alle onderdelen van het museum: op het gebied van de collectie, voor de vaste en tijdelijke tentoonstel­ lingen, voor een innovatief educatief programma en voor de Hub, zowel in het museum, in de stad en online. Functie-eisen: • Kennis van Rotterdam. • Functioneert op academisch werk- en denkniveau. • Uitgebreide ervaring in de museale sector. • Ervaring als curator en/of programmeur rond culturele en maatschappelijke thema’s. • Ervaring in het leidinggeven aan een (culturele) organisatie en in het aansturen van complexe samenwerkingen. • Collegiale teamplayer die als helft van een duo kan acteren. • Uitstekende sociale vaardigheden, toegankelijk, betrouwbaar en koersvast.

78

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Bijlage 1

Concept-profiel

Zakelijk directeur Voor het Stadsmuseum wordt een zakelijk directeur aangesteld, die de ambities uit de rap­ porten Ook van Jou! en Naar een nieuwe stadsmuseum voor Rotterdam kan vertalen naar een slagvaardige en energieke organisatie met een gezonde bedrijfsvoering. De zakelijk directeur geeft, samen met de inhoudelijk directeur, leiding aan de transitie van Museum Rotterdam naar het Stadsmuseum. Het Stadsmuseum zoekt voor deze positie een zakelijk directeur, die de financiële doelstellingen van het museum realiseert binnen de maatschappelijke opdracht van het Stadsmuseum. De zakelijk directeur is verantwoordelijk voor een gezonde exploitatie en het management van de interne organisatie. De zakelijk directeur: • Is een ondernemende spil in de organisatie, die de medewerkers kan motiveren en een open, flexibele en inclusieve bedrijfscultuur kan opbouwen. • Vindt het een uitdaging om het inhoudelijke proces van het museum zo goed mogelijk te faciliteren met een gezonde financiële basis. • Werkt samen met de inhoudelijk directeur aan het opstellen van het meerjarenbeleids­ plan en (strategische) jaarplannen en de operationele uitvoering daarvan; • Is uitstekend in staat om publieke en private partijen aan het museum te binden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e1e9d0c1-0f03-4845-ad46-e4d3893e3812