CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008552] Wethoudersbrief Kasmi over Monitor Rotterdams lerarentekort, oktober meting 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 21 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs3.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen S. Kasmi Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Pieter Ros Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie WIOSSAN

Ons kenmerk: M2211-9455 - 22bo007404 Onderwerp: Monitor Rotterdams lerarentekort, oktober meting 2022 Datum: 13 december 2022

Geachte commissieleden, De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkelingen van het lerarentekort in het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs.1 De landelijke rapportage over de tekorten van onderzoeksinstituut Centerdata wordt half december naar de Tweede Kamer gestuurd.2 Uit deze rapportage blijkt dat Rotterdam als enige stad van de G5 een lichte daling in het lerarentekort laat zien van 13% in oktober 2021 naar 11.8% in 2022 terwijl in de overige G5 steden het tekort verder stijgt. Reden tot optimisme, ware het niet dat het tekort ook in onze stad zorgelijk hoog blijft. In deze brief ga ik nader in op de Rotterdamse situatie. De toenemende personeelstekorten in het onderwijs baren al jaren grote zorgen. Er zijn zowel openstaande vacatures als zogenoemde ‘verborgen tekorten’, waarmee wordt bedoeld dat het werk met behoud van de onderwijskwaliteit met andere personeelsinzet wordt georganiseerd, zoals de inzet van onbevoegde leraren of het samenvoegen van groepen. Vanuit de aanpak lerarentekort monitoren de gemeente, schoolbesturen en het rijk gezamenlijk hoe het staat met de tekorten in het primair onderwijs. Op basis van de inventarisatie van oktober jl. blijkt dat het tekort in Rotterdam ten opzichte van een jaar geleden lichtelijk is gedaald van 13% (518 fte van 3.997 fte) naar 11,8% (443 fte van 3.760 fte).

Ik ben blij met deze daling, maar het lerarentekort in Rotterdam blijft zorgelijk hoog en vraagt nog altijd om onze aandacht. De gegevens van oktober 2022, gemeten aan het begin van het schooljaar, zullen in deze brief vergeleken worden met de gegevens van de afgelopen twee jaren, oktober 2020 en oktober 2021 en worden afgezet tegen de cijfers van de andere steden van de G5.

De laatste gegevens (oktober 2021 meting) zijn op 8 december 2021 met u gedeeld (kenmerk M2112-494 21bb015722). 2 De cijfers en analyses over het tekort in Rotterdam kunnen in rapportage van OCW licht afwijken van de cijfers in deze brief. Dit komt doordat de gemeente Rotterdam i.s.m. de besturen nog een laatste controle van de cijfers heeft gedaan en daardoor kleine aanscherpingen zijn doorgevoerd. 1

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/10 13 december 2022 M2211-9455

Inventarisatie lerarentekort basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs 2022 Dit jaar hebben 182 van de 247 (74%) Rotterdamse scholen meegedaan aan de inventarisatie. Dat is lager dan vorig jaar, toen er nog 206 van de 259 (80%) Rotterdamse scholen meededen. Daarom vermeld ik zowel percentages als fte’s. Ook ben ik bezig met een analyse van de scholen die hun cijfers nog niet gedeeld hebben om na te gaan of er daadwerkelijk sprake is van een daling. Uit de meting van oktober 2022 bleek een totaal tekort van 11,8%, opgebouwd uit openstaande vacatures en verborgen vacatures. Daarmee is het lerarentekort iets lager dan de meting van vorig jaar. Toen was het tekort 13,0%. Nog steeds heeft een op de tien klassen in Rotterdam niet de leraar die ze verdient. Daarom blijft Rotterdam investeren in de aanpak van het lerarentekort. De tekorten in het onderwijs zijn niet gelijk verdeeld over de verschillende typen onderwijs. In de bijlage kunt u zien dat de tekorten in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs lichtelijk gedaald zijn, maar in het speciaal basisonderwijs3 juist gestegen zijn. Om deze tekorten tegen te gaan is Rotterdam dit jaar een speciaal traject gestart voor de werving en opleiding van zij-instromers voor het speciaal onderwijs.

Ook zal ik in de bijlage ingaan op de verschillende tekorten voor scholen met een hoge of lage schoolweging en de verdeling van de tekorten over de stad. Scholen met een hoge schoolweging hebben gemiddeld nog altijd hogere tekorten dan scholen met een lage schoolweging, maar deze verschillen lijken kleiner te worden. De tekorten zijn het afgelopen jaar het meest gedaald in de gebieden Centrum en Feijenoord en het meest gestegen in de gebieden Kralingen-Crooswijk, Pernis en Rozenburg. Gemeente en schoolbesturen hebben samen gekeken waar de daling ten opzichte van vorig jaar vandaan komt. Het aantal Rotterdamse leerlingen is het afgelopen jaar lichtelijk gedaald4 en de instroom van leraren is hoger dan in 2021 (van 417 fte naar 440 fte). Op basis van de cijfers en de gesprekken komt het beeld naar voren dat het totaal aan interventies in de Rotterdamse lerarenaanpak heeft gezorgd voor een lichte daling van het lerarentekort. Verhogen van (zij-)instroom, behouden van huidig personeel, (anders) opleiden en anders organiseren hebben samen een effect op het tekort. Veel scholen in Rotterdam organiseren hun onderwijs op een andere doordachte wijze, om ondanks het lerarentekort de kwaliteit van het onderwijs en de kwaliteit van het beroep van leraar zo hoog mogelijk te houden. Dit gebeurt met behulp van subsidies voor ‘anders organiseren’.

Met de subsidie wordt onder meer ander personeel ingezet zoals vakleerkrachten en onderwijsondersteunend personeel om de beschikbare leraren efficiënter in te kunnen zetten en breder te ondersteunen. Desondanks blijft ook op deze scholen het lerarentekort een belangrijk aandachtspunt, omdat er ook tekorten onder vakleerkrachten en ondersteunend personeel zijn.

3 Scholen voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (v)so zijn er voor leerlingen die lichamelijk, zintuigelijk of verstandelijk gehandicapt zijn en voor leerlingen die psychische problemen of gedragsproblemen hebben. Scholen voor het speciaal basisonderwijs (sbo) vallen niet onder het speciaal onderwijs, maar onder het regulier onderwijs. Het sbo biedt onderwijs aan leerlingen die zich in het basisonderwijs (bao) niet optimaal ontwikkelen, het betreft veelal lichtere problematiek dan op het (v)so. 4 DUO, Totaal aantal leerlingen (bo, sbo, vso en so) op 1 oktober 2021 (56.643) en op 1 oktober 2020 (57.140)

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/10 13 december 2022 M2211-9455

Ik constateer het volgende: • Het tekort per school is niet geconcentreerd bij enkele scholen, maar is verspreid over de hele stad. Daarmee is de opgave groot en complex. Het tekort is ook terug te zien bij vrijwel alle besturen. Het hele onderwijsveld voelt de gevolgen van het tekort. • De extra middelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) brengen extra personeelsverschuivingen met zich mee. Met de extra rijksmiddelen die besturen hebben ontvangen, zijn nieuwe (tijdelijke) banen gecreëerd. Dit gebeurt in heel Nederland. De Rotterdamse scholen hebben hier last van ondervonden doordat een deel van hun personeel de stad uit is getrokken naar de extra NPOfuncties in de regio. Dit geldt zowel voor onderwijsondersteunend personeel als voor leraren. Binnen de G5 kan 13% van de extra NPO-functies voor leraren niet vervuld worden. In Rotterdam ligt dit percentage met 16% (40 van de 253 vacatures) nog iets hoger. Wel zie ik dat het afgelopen jaar minder leraren zijn uitgestroomd dan vorig jaar (9,2% in 2021 t.o.v. 8,2% in 2022). • Het is moeilijker om vacatures voor langdurige vervanging te vervullen5. Het aantal openstaande vacatures voor langdurige vervanging is hoger dan bij de oktobertelling 2021. Deze stijging van 38,2 fte naar 39 fte is opmerkelijk gezien het lagere aantal scholen dat meegedaan heeft aan de inventarisatie.

Het aantal verborgen vacatures voor vervangen is 69,4 fte per oktober 2022 en is daarmee gedaald ten opzichte van de telling in 2021. (96,8 fte) Kortdurende vervanging is niet meegenomen in de inventarisatie. Lerarentekort in de G5 en Nederland Vanaf oktober 2021 wordt landelijk onderzoek naar de lerarentekorten uitgevoerd onder alle besturen in het primair onderwijs. In de analyses kijk ik vooral naar de cijfers van Rotterdam ten opzichte van Almere, Amsterdam, Den Haag en Utrecht (G5). De respons in de G5 is ongeveer 88% en in de rest van het land 48%. In Rotterdam is de respons 84%. Het gemiddelde tekort in de G5 ligt een stuk hoger dan in de rest van het land (15,2% versus 8,5%). Ook valt op dat buiten de G5 een groot deel van de scholen aangeeft helemaal geen tekort te hebben (37%); in de G5 is dit 11%. Wanneer we de G5-steden vergelijken dan hebben Rotterdam en Utrecht de laagste tekorten. In Almere zijn de tekorten het hoogst.6 De tekorten in Rotterdam en Utrecht bestaan voor een groter deel uit openstaande vacatures dan in de andere steden. In Rotterdam bestaan de tekorten voor 27% uit openstaande vacatures en voor 73% uit verborgen tekorten. In Utrecht ligt dit percentage nog hoger (34% tegenover 66%). In Almere, Amsterdam en Den Haag bestaan de tekorten voor 22% uit openstaande vacatures en voor 78% uit verborgen tekorten.

Alleen in Rotterdam heeft dit jaar voor het eerst een lichte daling van het tekort plaatsgevonden. Tijdelijke noodoplossingen Scholen doen er alles aan om ervoor te zorgen dat leerlingen onderwijs krijgen, ondanks het lerarentekort. Binnen de reikwijdte van alternatieve oplossingen voor het invullen van een vacature wanneer er geen leraar beschikbaar is, wordt vaak gekozen voor het Het betreft vacatures voor tijdelijke vervanging voor een periode langer dan 6 weken. Kortdurende vervangingen zijn niet meegenomen in de inventarisatie. Hiervoor is gekozen omdat dit dagkoersen zijn. 6 Tekorten in G5 oktober 2021: Almere = 19,2%; Amsterdam = 17,6%; Den Haag = 17,3% en Utrecht = 10,0%. 5

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/10 13 december 2022 M2211-9455

zelfstandig inzetten van onderwijsassistenten of zij-instromers voor de groep. Waar mogelijk wordt het inzetten van directieleden en intern begeleiders voorkomen om andere belangrijke onderwijstaken als leerlingenzorg en personeelsmanagement niet te veel onder druk te zetten. Er wordt zeer beperkt gekozen voor inzet van externe inhuur bij structurele vacatures. Enerzijds omdat dit een dure oplossing is, anderzijds omdat ook die pools kwantitatief en kwalitatief nagenoeg zijn opgedroogd. Een gevolg van het tekort is ook dat de opnamecapaciteit van zij-instromers gelimiteerd is: deze professionals en overige stagiaires moeten immers ook kwalitatief goed begeleid kunnen worden en dat is lastig binnen een school met een lerarentekort. Vervolgaanpak lerarentekort Samen met het Rotterdamse onderwijsveld en de lerarenopleidingen blijf ik onverminderd energie steken in de aanpak van het lerarentekort. Met stevige maatregelen en investeringen moet de zorgelijke situatie bestreden worden. Vanuit de gemeente en het Rijk zijn hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt onder andere ingezet op het vergroten van zij-instroom en het slim organiseren van het onderwijs. De vorige keer dat ik u informeerde over de ontwikkeling van het lerarentekort heb ik aangegeven dat ik twee maatregelen wilde uitwerken met de Rotterdamse schoolbesturen.

Deze maatregelen hebben als doel om de drempels om leraar te worden in Rotterdam weg te nemen. Voor leraren die een behoorlijke reisafstand naar de Rotterdamse scholen moeten afleggen zijn wij nu op zoek naar verschillende mogelijkheden, binnen de duurzaamheidsambitie van onze stad. We kijken ook naar mogelijkheden die wij als gemeente hebben om startende leraren te helpen bij het vinden van een geschikte woonruimte, zodat zij in onze stad les kunnen blijven geven. Voor zijinstromers werken we aan een maatregel die de inkomensval tijdens hun opleiding moet dempen. Al deze maatregelen werken we uit in nauw overleg met de schoolbesturen. Het aantrekken van voldoende personeel is een zware opgave voor het onderwijs. Zeker nu we de komende jaren hard moeten werken om de negatieve gevolgen van de coronacrisis te beperken en de kansengelijkheid te vergroten. Samen met de andere grote steden voer ik een stevige lobby bij het ministerie van OCW voor extra inzet op de aanpak van het lerarentekort specifiek voor de G5, omdat hier de tekorten in de G5 substantieel hoger zijn dan in de rest van het land. Het gaat dan om structurele extra middelen voor de G5 voor onder meer zij-instromers, het begeleiden van startende leraren en het verlagen van de werkdruk. Er is in Nederland in veel sectoren krapte op de arbeidsmarkt.

Het bredere perspectief op de arbeidsmarkt in Nederland laat zien dat de onderwijssector niet de enige sector is met (flinke) tekorten. In het derde kwartaal van 2022 is de arbeidsmarkt iets minder krap geworden, maar de vraag naar arbeid is op dit moment nog steeds veel groter dan het aanbod. Afsluitend concludeer ik dat de nieuwe cijfers weliswaar een lichte daling van het tekort in Rotterdam laten zien, maar dat de tekorten nog steeds erg hoog zijn, met blijvende gevolgen voor het Rotterdamse onderwijs.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/10 13 december 2022 M2211-9455

Het is van cruciaal belang voor de toekomst van onze kinderen dat we de lerarenaanpak voortzetten. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,

S. Kasmi Wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/10 13 december 2022 M2211-9455

BIJLAGE Verdeling openstaande en verborgen vacatures, verdeeld naar het type onderwijs De tekorten in het onderwijs zijn niet gelijk verdeeld over de verschillende typen onderwijs. In onderstaande tabel staat hoe de tekorten zich de afgelopen periode hebben ontwikkeld voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs7 en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Er is aan de scholen gevraagd om onderscheid te maken in structurele vacatures en vacatures voor langdurige vervanging en onderscheid te maken in openstaande vacatures en verborgen vacatures. Verborgen vacatures zijn vacatures waarvoor scholen alternatieve, minder wenselijke oplossingen hebben toegepast om te zorgen dat leerlingen wel les krijgen. Denk hierbij aan de inzet van intern begeleiders, directieleden en onderwijsassistenten voor de groep, externe inhuur van leraren, het samenvoegen van klassen en het sneller zelfstandig inzetten van zijinstromers dan gewenst. Ook laat de tabel zien hoeveel vacatures het onderwijs heeft voor langdurige vervangingen (meer dan zes weken). Deze vacatures worden apart getoond, omdat ze in principe van tijdelijke aard zijn. Tabel 1 Tekorten per onderwijssector en de opbouw naar soort tekort, oktober 2022

Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs (Voortgezet) Speciaal onderwijs Totaal8

Totale lerarentekort

Openstaande vacatures

378 fte

67 fte

26 fte

Verborgen vacatures

Openstaande vacatures vervangingen

Verborgen vacatures vervangingen

217 fte

33 fte

60 fte

7 fte

13 fte

2 fte

3 fte

40 fte

5 fte

25 fte

4 fte

6 fte

443 fte

80 fte

254 fte

39 fte

69 fte

9

Bron: Dataformulieren CentERdata, OBI oktober 2022, N=182

Als we kijken naar het verschil tussen de openstaande en verborgen vacatures in de afgelopen periode, is te zien dat het aantal verborgen vacatures aanzienlijk groter is dan het aantal openstaande vacatures. Hiermee wordt inzichtelijk hoe het onderwijsveld haar uiterste best doet om -ondanks de grote tekorten- het onderwijs aan de leerlingen te blijven bieden. Tegelijkertijd maken de cijfers van de verborgen vacatures inzichtelijk hoe fors de problematiek van de tekorten onder de oppervlakte werkelijk is, aangezien de gekozen oplossingen interen op de kwaliteit van het onderwijs (grotere groepen, onbevoegden waaronder zij-instromers in opleiding voor de groep) en de kwaliteit van belangrijke ambulante taken binnen de school (intern begeleiders en schoolleiders voor de 7 Scholen voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (v)so zijn er voor leerlingen die lichamelijk, zintuigelijk of verstandelijk gehandicapt zijn en voor leerlingen die psychische problemen of gedragsproblemen hebben. Scholen voor het speciaal basisonderwijs (sbo) vallen niet onder het speciaal onderwijs, maar onder het regulier onderwijs. Het sbo biedt onderwijs aan leerlingen die zich in het basisonderwijs (bao) niet optimaal ontwikkelen, het betreft veelal lichtere problematiek dan op het (v)so.

8 Verschillen van (opgetelde) getallen worden veroorzaakt door afrondingsverschillen 9 Dit jaar hebben 182 scholen meegedaan aan de inventarisatie, waar dit vorig jaar nog 206 scholen waren. Het tekort valt hierdoor in absolute aantallen lager uit dan een jaar geleden. De metingen zijn gedaan op schooldirectieniveau, met een controle op bestuursniveau. In de dataset van oktober 2022 zitten 182 scholen (van in totaal 247 vestigingen volgens CentERdata). De dataset van oktober 2021 bevat 206 scholen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/10 13 december 2022 M2211-9455

groep). Deze situatie zorgt voor een stijging van de werkdruk binnen de schoolteams, met een toename van uitval en uitstroom als gevolg. Figuur 1 laat zien dat het lerarentekort in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs lichtelijk gedaald is. Bij deze twee sectoren zien we dat er grote verschillen zijn tussen de tekorten van scholen. In het speciaal basisonderwijs is het lerarentekort flink gestegen ten opzichte van vorig jaar. Figuur 1 Tekort per type onderwijs in oktober 2020 en oktober 2021 en oktober 2022 25,00% 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% basisonderwijs

speciaal basisonderwijs okt.'20

okt.'21

(voortgezet) speciaal onderwijs

okt.'22

Bron: Dataformulieren CentERdata, OBI, okt.'22: N=182; okt.'21: N=206; okt.'20: N=212 [1].

Verdeling vacatures in relatie tot de schoolweging van basisscholen De schoolweging10 zegt iets over de kans op onderwijsachterstanden op basisscholen. Rotterdam kenmerkt zich als een stad met veel scholen met een hoge en zeer hoge schoolweging. Scholen met een hogere schoolweging krijgen extra middelen om kleinere klassen te realiseren, waardoor meer leerkrachten nodig zijn en dus ook het aantal vacatures hoger kan zijn. In Rotterdam zijn er relatief veel scholen die gemiddeld meer personeel in dienst hebben. Als we de tekorten van oktober 2022 en oktober 2021 afzetten tegen de schoolweging zien we dat percentueel het tekort met name gedaald is bij scholen met een zeer hoge weging. Het tekort is lichtelijk gedaald bij scholen met een hoge en met een zeer lage weging. De analyse naar het relatieve (=procentueel) en absolute lerarentekort laat zien dat met name scholen met een (zeer) hoge schoolweging last hebben van het lerarentekort.

Hoe hoger de schoolweging, hoe lager de te verwachten onderwijsresultaten van de school op basis van de leerlingenpopulatie. Hoe lager de schoolweging, hoe hoger de te verwachten onderwijsresultaten. De gemiddelde schoolweging in Nederland is 30, dit is het omslagpunt. Scholen met speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kennen geen schoolweging. 10

Blad: Datum: Ons kenmerk:

8/10 13 december 2022 M2211-9455

Tabel 2 Schoolweging, soorten vacatures van oktober 2022 vergeleken met relatieve tekort oktober 2021 binnen het regulier basisonderwijs Schoolweging categorieën

Openstaande Verborgen vacatures vacatures

Openstaande Verborgen Totale vacatures vacatures lerarentekort vervangingen vervangingen (absoluut en relatief)

Relatieve tekort oktober 2021

Zeer laag (<23): 6 scholen (4%)

1 fte

5 fte

0 fte

2 fte

7 fte (7%)

7%

Laag (23-27): 18 scholen (12%)

9 fte

14 fte

6 fte

6 fte

34 fte (6%)

7%

Gemiddeld (27-33): 31 scholen (21%)

7 fte

41 fte

6 fte

16 fte

70 fte (12%)

12%

Hoog (33-37): 52 scholen (35%)

27 fte

92 fte

10 fte

24 fte

153 fte (14%)

13%

Zeer hoog (>37): 42 scholen (28%)

20 fte

61 fte

11 fte

10 fte

103 fte (13%)

16%

Totaal aantal basisscholen: 149

64 fte

212 fte

33 fte

58 fte

367 fte (12%)

12%

Bron: dataformulieren CentERdata, OBI. Oktober 2022 N=149

Figuur 2 geeft per individuele school een beeld van de tekorten (fte). Dit is afgezet tegen de schoolweging. Hier is te zien dat het merendeel van de scholen geen (0) tot vier fte vacatures heeft. Onderstaande figuur laat ook zien dat scholen met een hoge schoolweging vaker hogere tekorten hebben. Uit de rapportage van CentERdata blijkt dat schoolweging een significant effect heeft op het lerarentekort. Toch verklaart de schoolweging maar een deel van de tekorten. Zo zijn er binnen Rotterdam veel scholen met een hoge schoolweging, die geen tekort hebben en scholen met een lage schoolweging die een relatief groot tekort hebben. Figuur 2 toont dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen scholen met een vergelijkbare schoolweging.

9/10 13 december 2022 M2211-9455

Figuur 2 Het tekort en de schoolweging per basisschool, oktober 2022

20 fte

16 fte

lerarentekort

Blad: Datum: Ons kenmerk:

12 fte

8 fte

4 fte

0 fte 19,5

24,5

29,5

34,5

39,5

schoolweging Bron: dataformulieren CentERdata, OBI N= 159, oktober 2022

Verdeling tekorten over de stad Net als bij de vorige analyses is onderzocht hoe de tekorten, in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs, zijn verdeeld over de stad (zie tabel 3). In de kwetsbare gebieden (met naar verhouding veel scholen met een hoge schoolweging) zijn de grootste tekorten zichtbaar. Het afgelopen jaar is het tekort het meest gestegen in de wijken KralingenCrooswijk, Pernis en Rozenburg. De wijken centrum en Feijenoord kenden de grootste daling.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

10/10 13 december 2022 M2211-9455

Tabel 3 Omvang van de tekorten per gebied, oktober 2022 en oktober 2021 Totaal tekort oktober 2022

Relatief tekort oktober 2022

Relatief tekort oktober 2021

% verschil okt 2022 en okt 2021

Rotterdam Centrum (5 scholen, 4% leerlingen)

6 fte

5%

13%

-7%pnt.

Delfshaven (22 scholen, 12% leerlingen)

42 fte

9%

9%

+1%pnt.

Overschie (7 scholen, 6% leerlingen)

24 fte

13%

14%

-0%pnt.

Noord (12 scholen, 5% leerlingen)

18 fte

9%

9%

-0%pnt.

Hillegersberg-Schiebroek (13 scholen, 25 fte 9% leerlingen)

9%

12%

-3%pnt.

Kralingen-Crooswijk (12 scholen, 7% leerlingen)

37 fte

18%

11%

+7%pnt.

Prins Alexander (24 scholen, 15% leerlingen)

34 fte

8%

6%

+2%pnt.

Feijenoord (25 scholen, 13% leerlingen)

80 fte

16%

21%

-5%pnt.

IJsselmonde (14 scholen, 9% leerlingen)

42 fte

12%

13%

-2%pnt.

Charlois (21 scholen, 10% leerlingen)

62 fte

17%

14%

+2%pnt.

Pernis (2 scholen, 1% leerlingen)

4 fte

21%

14%

+7%pnt.

Hoogvliet (8 scholen, 5% leerlingen)

21 fte

11%

14%

-2%pnt.

Rozenburg (3 scholen, 2% leerlingen) 6 fte

13%

6%

+7%pnt.

Hoek van Holland (3 scholen, 1% leerlingen)

6%

6%

-0%pnt.

2 fte

Bron: dataformulieren CentERdata, OBI, bao en sbo, oktober 2022 N=171

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ffa52a94-1e2b-4b52-bf4f-e22ca6fa5919