CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008329] Bijlage 5 behorende bij 22bb8327 - Nota zienwijzen Parkhaven

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 21 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen31.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Datum 16 november 2022

Pagina 66 van 78

Reactie Het bestemmingsplan Parkhaven biedt een planologisch juridisch kader voor de ontwikkeling van het project Parkhaven. Uitgangspunt van het plan is de reeds aanwezige toeristische attracties kunnen blijven. Vanwege de blijvende vrije ligging van de Euromast verwachten wij dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor de activiteit abseilen. Die activiteit wordt immers in de directe omgeving van de Euromast uitgeoefend. Het tokkelen vindt echter ook op grotere afstand van de Euromast plaats. Aannemelijk is dan ook dat die activiteit, tijdens en na realisatie van het project, niet langer op de huidige wijze kan plaatsvinden. Indien een alternatieve inrichting van die activiteit niet mogelijk zou zijn dan kan reclamant hiervoor een verzoek tot tegemoetkoming van schade indienen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. F3. Inrichting plangebied Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 82 (Van der Linde beheer BV). Samenvatting van de zienswijze Reclamant constateert dat de toelichting op het bestemmingsplan niet voorziet in een inrichtingsplan voor bijvoorbeeld de containers voor de inzameling van bedrijfsafval, de voorzieningen voor het laden en lossen en voorts het parkeren voor bijvoorbeeld taxi’s en bussen.

Reactie In de toelichting op het bestemmingsplan Parkhaven is algemeen aangegeven dat de bevoorrading van de aanwezige recreatieve voorzieningen en de afhandeling van afval integraal deel zullen uitmaken van de herinrichting van de openbare buitenruimte (p. 30 plantoelichting). Een inrichtingsplan hiervoor moet nog worden opgesteld. Dat zal in de volgende fase van de ontwikkeling, na de vaststelling van het bestemmingsplan en vooruitlopend op de aanvraag van de omgevingsvergunningen, gebeuren. Voor de volledigheid merken wij op dat in de bestemming Groen de functies toegangswegen- en paden voor de voorzieningen in de Parkhaven evenals laad- en losruimten zullen worden opgenomen. Verwezen wordt naar onze reactie onder A9. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. F4. Verbinding over het water Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 57 (BLN/Schuttevaer). Samenvatting van de zienswijze Reclamant geeft algemeen aan dat in het plan het voornemen is geuit om een verbinding over het water aan te leggen nabij de Parksluizen en citeert vervolgens een tekst hierover. Omdat reclamant zich al jaren op het standpunt stelt dat de Giessenbrug weer bedienbaar c.q. gerepareerd moet worden waardoor het weer een beweegbare brug wordt, heeft reclamant ernstige bezwaren hiertegen.

De genoemde hoogte van 6,60 meter is ook volstrekt te laag voor de moderne binnenvaart en een vaste verbinding staat haaks op het beleid van de provincie Zuid-Holland. Verzocht wordt dan ook om geen

Datum 16 november 2022

Pagina 67 van 78

extra brug aan te leggen. Als dat onvermijdelijk is, dient voor een beweegbare brug te worden gekozen. Tot slot wordt verzocht om eerst onderzoek te laten doen naar de nautische (on)mogelijkheden en de veiligheidsaspecten door een gerenommeerd onderzoeksbureau. Reactie In het ontwerpbestemmingsplan Parkhaven is geen mogelijkheid opgenomen voor een nieuwe verbinding over de Parkhaven. Hoewel een brugverbinding naar de Müllerpier is genoemd in het Masterplan Parkhaven, is in hetzelfde masterplan aangegeven dat die verbinding pas op termijn nader onderzocht zal worden en niet in de ontwikkeling wordt opgenomen. Het is dan ook niet nodig om onderzoek naar de nautische (on)mogelijkheden en de veiligheidsaspecten te doen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 68 van 78

G. Juridisch

G1. Overgangsrecht Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 75 (Rotterdam Leisure Group). Samenvatting van de zienswijze Reclamant acht de overgangsregeling in artikel 15 van de planregels onredelijk. Voor het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik is bepaald dat strijdig gebruik mag worden voortgezet, tenzij het gebruik voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken. De vervalperiode van een jaar dient volgens reclamant te worden geschrapt. Reden hiervoor is dat thans niet al het legale gebruik onder het bestemmingsplan kan worden voortgezet, de werkzaamheden enkele jaren zullen duren en verwacht wordt dat op enig moment een beroep op het overgangsrecht gedaan zal moeten worden, bijvoorbeeld wanneer reclamant door toedoen van de gemeente het gebruik voor meer dan één jaar heeft moeten staken. Reclamant acht het niet redelijk als daarin niet wordt voorzien. Reactie De activiteiten van de reclamant in de Parkhaven vallen buiten dit bestemmingsplan en het overgangsrecht van dit bestemmingsplan is dan ook niet van invloed. Verder wijzen wij op onze reactie onder A9, waarin is aangegeven dat in artikel 5.1 van de planregels wordt opgenomen dat toegangswegen- en paden voor bestaande voorzieningen in de Parkhaven zijn toegestaan.

De watergebonden activiteiten van de ondernemingen van reclamant blijven zodoende bereikbaar tijdens en na de bouwperiode, dat ook wanneer het huidige gebruik tijdelijk wordt gestaakt en/of een toegangspad dient te worden verlegd. De minigolfbaan valt wel binnen dit bestemmingsplan. De nieuwe locatie is positief bestemd, dus ook hier is het overgangsrecht niet van toepassing. Het overgangsrecht dat is opgenomen in artikel 15 van de planregels is overigens conform de wettelijke standaard, te weten de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. G2. Maximum aantal woningen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 82 (Van der Linde beheer BV). Samenvatting van de zienswijze In de plantoelichting is aangegeven dat in het plangebied wordt voorzien in 650 woningen en horecavoorzieningen. Reclamant is van mening dat uitgegaan moet worden van een minimum aantal van 650 woningen, aangezien met de afwijkingsbevoegdheid van artikel 12.2 de bouwhoogte met 3 meter kan worden vergroot en dat is net genoeg voor een extra verdieping of bouwlaag. Als gevolg daarvan komen er ook meer wooneenheden met alle gevolgen van dien (verkeer, parkeren). Reactie

Datum 16 november 2022

Pagina 69 van 78

Anders dan reclamant veronderstelt, is het niet toegestaan om meer dan 650 woningen te realiseren. In artikel 7.2.2 sub a van de planregels is namelijk vastgelegd dat het aantal woningen niet meer dan 650 mag bedragen. Toepassing van de afwijkingsbevoegdheid die in artikel 12.2 van de planregels is opgenomen maakt dat niet anders. De afwijkingsbevoegdheid in artikel 12.2 is uitsluitend bedoeld om een verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag mogelijk te maken. Deze kan niet gebruikt worden om een extra bouwlaag (met extra woningen) te realiseren. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. G3. Beleidsregels Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68 en 102. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten plaatsen kanttekeningen bij de beleidsregels die voor de ontwikkeling zijn opgesteld en deel uitmaken van de planregels. Zo wordt over een gezond milieu gesproken terwijl de ontwikkeling wordt gerealiseerd in een gebied waar de meest vervuilde lucht van Rotterdam hangt. Ook valt het op dat energetische en circulaire ambities worden genoemd deze locatie niet te realiseren zijn. Tot slot wordt gesteld dat het college van burgemeester en wethouders de beleidsregels wel heel eenvoudig kan wijzigen.

Hoe serieus neemt de gemeente haar eigen beleid voor een gezonde- en natuurinclusieve omgeving, vragen reclamanten zich af. Reactie In de beleidsregel Duurzaamheid en mobiliteit zijn een vijftal uitgangspunten opgenomen waaraan voldaan moet worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. Eén van de uitgangspunten betreft ‘gezondheid en comfort’. Beschreven is onder andere dat de planontwikkeling een bewust en actief leven stimuleert. Daarnaast worden praktische handvatten gegeven ter voorkoming van hittestress en windhinder. Ten aanzien van het wooncomfort wordt tenslotte aangegeven hoe die wordt vergroot, bijvoorbeeld door toevoeropeningen voor woningventilatie strategisch te plaatsen Anders dan reclamanten lijken te suggereren, voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan het wettelijk kader voor luchtkwaliteit. Verwezen wordt naar onze reactie onder D1. De milieusituatie in en rondom het plangebied leidt niet tot belemmeringen voor het project. Op grond van de beleidsregel Duurzaamheid en mobiliteit zijn bovendien aanvullende voorwaarden gesteld om een zo gezond en comfortabel mogelijk woon- en leefmilieu te realiseren. De stelling dat de energetische en circulaire ambities op deze locatie niet te realiseren zouden zijn wordt niet nader onderbouwd.

Als reactie daarop merken wij evenwel op dat door middel van het opnemen van de beleidsregel Duurzaamheid en mobiliteit voldoende aannemelijk is gemaakt dat aan de gestelde voorwaarden zal worden voldaan. Ten aanzien van het wijzigen van de beleidsregels merken wij op dat deze bevoegdheid is opgenomen om adequaat in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Vanwege de hoge ambities die voor de planontwikkeling zijn gesteld, is het onwaarschijnlijk dat hiervan lichtvaardig gebruik kan worden gemaakt en/of dat de doelstellingen naar beneden worden bijgesteld.

Datum 16 november 2022

Pagina 70 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. G4. Didam arrest Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 28 en 101. Samenvatting van de zienswijze De recente uitspraak van de Hoge Raad in het Didam-arrest heeft als gevolg dat het voor overheden verboden is om vastgoed en bouwgrond exclusief aan één partij aan te bieden. Reclamanten voeren aan dat de gemeente Rotterdam dan ook verplicht is om gelijke kansen te bieden aan potentiële gegadigden om bijvoorbeeld grond te verwerven. Aangezien dit bestemmingplan is opgesteld aan de hand van een ‘Unsolicited proposal’ heeft het er alle schijn van dat de uitspraak van het Didam-arrest hier niet is meegenomen. Reactie In het proces van een Unsolicited Proposal is voorzien dat de gemeente het voornemen voor het aangaan van een overeenkomst publiceert. Vanwege recente jurisprudentie (het ‘Didam-arrest’) is zekerheidshalve gekozen om twee publicaties te plaatsen: een publicatie op de gemeentelijke website bouwenaanrotterdam.nl en een aankondiging op het aanbestedingsplatform. Met de publicaties heeft de gemeente Rotterdam bekend gemaakt dat zij voornemens is om een ontwikkelovereenkomst te sluiten met een combinatie van ontwikkelaars en bouwers (de Ontwikkelcombinatie Parkhaven) voor het project Parkhaven.

Er zijn voor de vervaldatum geen reacties gekomen en er is geen kort geding aanhangig gemaakt. Daarmee is vastgesteld dat de publicaties niet hebben geleid tot bezwaren tegen het voornemen de ontwikkelovereenkomst aan te gaan met de ontwikkelcombinatie Parkhaven. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. G5. Burgerparticipatie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 17 (Stichting Groen Parkhaven), 28, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk) en 68. Samenvatting van de zienswijze Reclamant merkt op dat in de Erfgoedagenda van Rotterdam (2016-2020) het volgende over burgerparticipatie is opgenomen: ‘Opzetten van een werkwijze om met bewoners te bepalen welke cultuurhistorische waarden voor hen van belang zijn en geborgd zouden kunnen worden in het bestemmingsplan’. Aan Rotterdamse burgers is echter nooit gevraagd wat voor hen de waarden zijn van het op en aan de Parkhaven aanwezige erfgoed. Ook de vraag naar de wenselijkheid om juist op deze openbare, groene en cultuurhistorisch belangwekkende locatie te bouwen is aan hen niet gesteld, noch door de gemeente, noch door Parkhaven Partners. De gemeente heeft ervoor gekozen om zich op het vlak van burgerparticipatie te beperken tot het wettelijk vereiste minimum van de bestemmingsplanprocedure.

Reclamant is van mening dat de gemeente op basis van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht gehouden is om omwonenden, instellingen en bedrijven actief en reeds in de initiatieffase bij de ontwikkeling te betrekken. Ook wordt gewezen op

Datum 16 november 2022

Pagina 71 van 78

een petitie tegen de woningbouwplannen die door 6.050 burgers ondertekend is, net als de burgerbrieven, het burgermanifest en de inspreekbeurten tegen de ontwikkeling. Reactie Het door reclamanten geschetste beeld dat de gemeente Rotterdam zich op het vlak van burgerparticipatie heeft beperkt tot het wettelijk vereiste minimum voor bestemmingsplannen herkennen wij niet. Zo is reeds bij de totstandkoming van het Toetsingskader Unsolicited Proposal Parkhaven input verkregen via participatie, namelijk door de omgeving te informeren en te consulteren. In dit door de raad vastgestelde Toetsingskader is ook opgegeven op welke wijze de participatie vorm moest krijgen. Ook bij de totstandkoming van het Masterplan en bij het ontwerp bestemmingsplan zijn meermaals bijeenkomsten voor belangstellenden georganiseerd, waar ze geïnformeerd werden over het plan en daarop hun input konden leveren. Na de bijeenkomsten is aan de belangstellenden teruggekoppeld tot welke aanpassingen dit heeft geleid in het Toetsingskader en het Masterplan, Gewezen kan bijvoorbeeld worden op een afname van het aantal gebouwen (van 10 naar 8), een bredere ruimte rond de Euromast, een bredere kade en een lossere opbouw van het bouwvolume, dat eveneens is teruggebracht (van circa 85.000 m2 BVO naar circa 76.600 m2 BVO).

Op basis van het vorenstaande kan gesteld worden ten behoeve van de planontwikkeling voldoende burgerparticipatie heeft plaatsgevonden en dat die participatie ook heeft geleid tot wijzigingen van de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. G6. Behoorlijk bestuur Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk). Samenvatting van de zienswijze Reclamant vraagt zich af of het bestemmingsplan wel voldoet aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Hierbij wordt met name aandacht gevraagd voor het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, het fair play beginsel en de plicht van een overheid om te kiezen voor een procedure die het meeste rechtsbescherming biedt aan de burger. Reclamant geeft een uiteenzetting over demografie in relatie tot het woningtekort en vraagt zich af of het woningtekort de stedelijke verdichting wel rechtvaardigt. In dit licht is het de vraag of de milieueffecten bijvoorbeeld wel goed afgewogen zijn en of er wel een zorgvuldige onderbouwing is voor het stedelijke verdichtingsdoel. In algemene zin wordt opgemerkt dat Rotterdam heeft gekozen om geen omgevingswaarden op te nemen in de Omgevingsvisie. Hierdoor worden mensen in Rotterdam minder beschermd tegen schadelijke milieueffecten dan mensen die elders wonen.

De reclamant voert aan dat het gebied zwaar milieubelast is. Ten aanzien van het aspect geluid wordt gesteld dat de wettelijke grenswaarden opgerekt worden. Er wordt gerefereerd aan het ontwerpbesluit hogere waarden. Reclamant vraagt zich af of hiervoor de juiste procedure gevolgd is en haalt daarbij de eerder genoemde beginselen aan. De reclamant vraagt zich af of de gevolgde participatie wel voldoet aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Daarnaast heeft reclamant nog een aantal specifieke vragen. Kunnen toeristen het gebied straks nog bezoeken? Blijft er nog wel ruimte over in Het Park? Wat is de verwachte levensduur van de bebouwing

Datum 16 november 2022

Pagina 72 van 78

met oog op de ligging in buitendijks gebied? Hoeveel ruimte blijft er over voor planbare waterwerken in het gebied? Reactie De inhoud en de procedure van het instrument bestemmingsplan zijn uitputtend geregeld in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast is er nog andere wet- en regelgeving waaraan een bestemmingsplan (inhoudelijk) moet voldoen, denk aan de Wet geluidhinder, de Wet natuurbescherming en het Activiteitenbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelt of bestemmingsplannen voldoen aan de relevante wet- en regelgeving. De Raad van State beoordeelt ook of de wettelijk voorgeschreven procedures gevolgd zijn. De relevante weten regelgeving is geënt op de beginselen van behoorlijk bestuur. Een nadere toets aan de beginselen die reclamant noemt is niet aan de orde vanwege het uitputtende karakter van de wet- en regelgeving voor het instrument bestemmingsplan. Een (project)bestemmingsplan is het geëigende instrument om een ontwikkeling als deze mogelijk te maken. De verdichtingsopgave en daarmee de behoefte aan nieuwe woningen is bij dit bestemmingsplan onderbouwd aan de hand van een laddertoets. Zie paragraaf 2.4 van de toelichting. Bij de milieuaspecten van dit bestemmingsplan is getoetst aan de wettelijke kaders. Uit de onderzoeken blijkt dat daaraan wordt voldaan.

Voor geluid worden weliswaar hogere waarden verleend omdat de voorkeurgrenswaarde wordt overschreden maar dat is bij vrijwel elke woningbouwontwikkeling in stedelijk gebied het geval. De maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder wordt niet overschreden. Er is dus geen sprake van het oprekken van wettelijke normen. Voor het hogere waardenbesluit is eveneens de wettelijke procedure gevolgd, die is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Zienswijzen op een hogere waardenbesluit worden beoordeeld door de DCMR. Ook ten aanzien van participatie zijn de wettelijke voorschriften gevold. Het conceptontwerpbestemmingsplan is naar de wettelijke vooroverlegpartners gestuurd, het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen en het vastgestelde bestemmingsplan wordt wederom zes weken ter inzage gelegd. Aanvullend daarop zijn diverse niet-wettelijk verplichte participatiemomenten georganiseerd, zoals een interactieve bewonersavond toen het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag. Ten aanzien van de specifieke vragen het volgende. Het gebied is een toeristische trekpleister en dit blijft ook zo na de woningbouw. Met de belangen van de ondernemers in het gebied wordt rekening gehouden. De woningbouw vindt buiten Het Park plaats en heeft dus geen invloed op de ruimte daar. Er heeft overleg met het Hoogheemraadschap plaatsgevonden over het bestemmingsplan.

Daarin hebben zij niet aangegeven dat er rekening gehouden moet worden met toekomstige waterwerken in het gebied. De ligging in buitendijks gebied heeft tenslotte geen effect op de levensduur van de bebouwing. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 73 van 78

H. Overige zienswijzen

H1. Logische vervolgstap Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten stellen dat het bestemmingsplan een logische vervolgstap is na het vaststellen van het Masterplan Parkhaven door de gemeenteraad van Rotterdam op 18 februari 2021. Het plan geeft invulling aan de ambities van de in 2009 vastgestelde Gebiedsvisie Hoboken 2030. Hierin is opgenomen dat Parkhaven in 2030 een toplocatie is voor wonen, werken en recreatieve functies. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. H2. Unieke kans voor Rotterdam Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Gesteld wordt dat het voor iedereen duidelijk zal zijn dat het gebied rondom de Euromast toe is aan verandering. Het maakt een verouderde en versleten indruk, ondanks de paar mooie groene plekken. Het bouwplan voor de Parkhaven is een enorme kans om dit gebied een sprong vooruit te laten maken, passend bij het Rotterdam van nu. Het bestemmingsplan is een unieke kans voor deze beeldbepalende plek, waar elke toerist komt. Het is ook een kans voor de ondernemers in het gebied. En natuurlijk een kans voor veel Rotterdammers om een woning te vinden. Want de woningnood is hoog en de 650 nieuwe woningen zijn zeer welkom.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. H3. Meer woningen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten zouden graag zien dat er meer woningen in de plannen worden opgenomen, omdat er nog altijd een ongekend hoge vraag naar woningen is en deze plek alle ruimte biedt om die woningen te faciliteren. Daarom doen reclamanten het verzoek om in het bestemmingsplan de maximale bouwhoogte voor de meest noordelijke toren te verhogen van maximaal 70 meter naar maximaal 100 meter. Hierdoor is het mogelijk meer woningen te bouwen voor al die Rotterdammers die zo hard op zoek zijn naar een woning. Gelet op de bouwhoogten ter plaatse van het Erasmus Medisch Centrum vinden reclamanten een maximale hoogte van 100 meter hier passend. Reactie Gelet op de zorgvuldige ruimtelijke inpassing van het gehele project Parkhaven, zien wij geen ruimte om de bouwhoogte van de meest noordelijke toren aan te passen in 100 meter. Datum 16 november 2022

Pagina 74 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. H4. Groen tot het water Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Het Park wordt dankzij dit plan uitgebreid tot de Parkhaven. Met het plan verandert de dramatische en voor rolstoelen, rollators en kinderwagens onmogelijke verbinding tussen de Euromast en Het Park in een groene verbinding zonder hindernissen. Verzocht wordt om een bredere wandel/fietsverbinding over het Maastunneltracé mogelijk te maken in het bestemmingsplan. Reclamanten vinden het een gemis dat de eerdere (bredere) verbinding uit de concept plannen geschrapt is. Het parkeren wordt ondergronds voorzien, zodat de parkeerplaatsen aan de kade plaats kunnen maken voor groen. Daardoor blijft het net zo groen als nu, maar dan met een betere gebruikswaarde en met meer bomen dan er nu staan. Het versmallen van de weg en het ondergronds brengen van het parkeren verbetert ook de luchtkwaliteit zodat het gebied een gezondere plek wordt om te verblijven. Door woningen in de stad te bouwen blijven de weilanden buiten de stad groen, aldus reclamanten. Reactie De verwachtingen van reclamanten ten aanzien van het parkeren en de toekomstige gebruikswaarde worden door ons gedeeld.

Aan het verzoek om een bredere wandel/fietsverbinding over het Maastunneltracé mogelijk te maken kunnen wij, vanwege cultuurhistorische waarden en belangen, niet tegemoet komen. De werkelijke uitvoering van de verbinding voor langzaam verkeer wordt nog nader uitgewerkt. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze deels voor kennisgeving aan te nemen en deels ongegrond te verklaren. H5. Verbindingen over het water Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten vinden het goed dat ook gekeken wordt naar de kansen om de Parkkade te vergroenen zodat Het Park straks niet alleen dankzij dit bouwplan aan de Parkhaven grenst, maar ook aan de Maas. Reclamanten stellen voor niet alleen verbindingen naar het water mogelijk te maken, maar ook over het water. Verzocht wordt om aan het bestemmingsplan de mogelijkheid toe te voegen om een voetbrug te realiseren over de Parkhaven naar de Mullerpier. Voor deze brug kan de hoogte van de nieuwe Giessenbrug worden aangehouden. Deze brug krijgt een vaste doorvaarthoogte van 6.60 meter. Wellicht kan later een brug tussen de Mullerpier en de Lloyd pier worden toegevoegd zodat deze wijken beter verbonden worden met de rest van de stad en langs de Maas een aantrekkelijke route ontstaat.

Door dan ook de kade van de Parkhaven op de Mullerpier te vergroenen ontstaat nog meer verblijfskwaliteit.

Datum 16 november 2022

Pagina 75 van 78

Reactie Het bestemmingsplan Parkhaven voorziet in de ontwikkeling van woningen en een verbetering (transformatie) van de buitenruimte. Een voetbrug over de Parkhaven naar de Müllerpier maakt geen deel uit van die ontwikkeling, ondanks dat een mogelijke verbinding al wel in het Masterplan Parkhaven is geschetst, maar niet verder is onderzocht. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. H6. Sociale veiligheid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92. Samenvatting van de zienswijze Opgemerkt wordt dat de stad er met dit bouwplan ongeveer 650 broodnodige woningen bij krijgt op een toplocatie, waarvan een deel sociale woningen. Door de woningen te integreren in het groen en de weg te versmallen neemt de groenbeleving toe en wordt de sociale veiligheid in met name de avonduren verbeterd. Dat is erg fijn, want nu is deze belangrijke Noord Zuid route van en naar de Maastunnel niet altijd een prettige plek om te verblijven en wordt de straat soms als racebaan gebruikt. Verder wordt met dit bouwplan ook Het Park een fijnere plek omdat de Euromast en de Parkhavenkade veel beter verbonden worden met Het Park. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. H7. Euromast Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 29, 35, 42, 86 en 92.

Samenvatting van de zienswijze Door een gepaste afstand te houden verhoudt de nieuwbouw zich goed met de bestaande Euromast van 185 meter hoog. Bovendien zal er, dankzij de beoogde voorzieningen op de begane grond van de nieuwbouw, straks meer te doen zijn in het gebied dan alleen het bezoeken van attracties. Rond de Euromast kan een levendig plein ontstaan met horeca en winkels. Reclamanten stellen dat de Euromast zodoende een mooie toekomst gegeven kan worden. Ook blijft er met dit plan ruimte voor de bestaande horeca op het water. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Datum 16 november 2022

Pagina 76 van 78

Bijlage 1 Overzicht van bedrijven, stichtingen en (juridisch) vertegenwoordigers die een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan Parkhaven hebben ingediend Nummer 17 53 57 67 71 72 75 79 82 96 100 106

Partij Stichting Groen Parkhaven Havenbedrijf Rotterdam N.V. BLN/Schuttevaer Stichting Rotterdam Natuurlijk Straatman Koster advocaten Justion advocaten CMS Justion advocaten ARAG Stichting de Bomenridders Bart-Jan Walraven advocaat New Ocean Paradise B.V. / The Sea Food Market B.V.

Vertegenwoordigd/belang Behoud groene ruimte Euromast Ligplaatsen Parkkade Belangenorganisatie binnenvaart Behoud groene ruimte Euromast Euromast Bewoners Organisatie Scheepvaartkwartier Rotterdam Leisure Group Een bewoner van de Westzeedijk Van der Linde beheer B.V. Behoud bomen Shopping Centre Oriental Parkhaven B.V. Bereikbaarheid en parkeren ondernemingen

Datum 16 november 2022

Pagina 77 van 78

Datum 16 november 2022

Pagina 78 van 78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a4800c54-408b-43ad-b035-46c16264891f