CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008329] Bijlage 5 behorende bij 22bb8327 - Nota zienwijzen Parkhaven

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Parkhaven’.31.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Zienswijzen Parkhaven

Van

BODG / K. Lakerveld

Datum

22 november 2022

Cluster

Stadsontwikkeling

Inhoudopgave

Samenvatting en beantwoording schriftelijke zienswijzen

3

A. Planologische verantwoording

6

B. Verkeer en parkeren

21

C. Stedenbouw

33

D. Omgevingsaspecten

41

E. Uitvoerbaarheid

60

F. Overige aspecten

66

G. Juridisch

69

H. Overige zienswijzen

74

Bijlage 1

77

Datum 16 november 2022

Pagina 2 van 78

Samenvatting en beantwoording schriftelijke zienswijzen

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 25 februari 2022 de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan Parkhaven bekend gemaakt. Het bestemmingsplan maakt de bouw van circa 650 woningen mogelijk in acht woongebouwen aan weerszijden van de Euromast, inclusief twee ondergrondse parkeergarages. De grondslag van het bestemmingsplan is het in 2021 vastgestelde Masterplan ParkHaven Het ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende stukken, waaronder het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder, hebben met ingang van maandag 28 februari 2022 tot en met maandag 11 april 2022 voor een ieder ter inzage gelezen. Gedurende die termijn zijn in totaal 109 schriftelijke zienswijzen ingediend. Gezien de hoeveelheid en de aard van de zienswijzen is voor de beantwoording gekozen voor een thematische opzet en niet voor een samenvatting en beantwoording per reclamant. Per thema is met nummers verwezen naar de reclamanten die over het betreffende onderwerp een (deel)zienswijze hebben ingediend. Bij de beantwoording is, waar nodig, per thema een nadere onderbouwing opgenomen evenals een voorstel om de (deel)zienswijze wel of niet gegrond te verklaren. Op grond van wet- en regelgeving over privacy bestaat er een verplichting tot het anonimiseren van de zienswijzennota.

Om die reden zijn NAW-gegevens en andere gegevens van natuurlijke personen niet in deze zienswijzennota vermeld. De namen van bedrijven, stichtingen en (juridisch) vertegenwoordigers hoeven niet te worden geanonimiseerd. In de bijlage is een overzicht gegeven van die partijen en de belangen die zij vertegenwoordigen: Thema’s In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle thema’s die in de zienswijzen aan de orde zijn gesteld. Thema Planologische verantwoording (onderdeel A) A1 Goede ruimtelijke ordening A2 Unsolicited Proposal A3 Alternatieven woningbouw A4 Programma woningbouw A5 Gebiedsvisie Hoboken A6 Masterplan Het Park, 2011 A7 Gemeentelijk beleid groenbeleving A8 Uitbreidingsruimte ondernemingen A9 Waterperceel Parkhaven A10 Splash tours A11 Leefbaarheid A12 Bestemming Groen, overige functies A13 Bestemming Groen, kade Parkhaven

Pagina 6 7 8 9 10 10 11 13 13 14 15 16 17

Datum 16 november 2022

Pagina 3 van 78

A14 A15 A16 A17

Invulling plint Inrichting kade Sociale veiligheid Provinciaal beleid

18 18 19 19

Thema verkeer en parkeren (onderdeel B) B1 Verkeerssituatie, algemeen B2 Verkeerssituatie, onderzoek B3 Verkeerssituatie, calamiteiten B4 Verkeer, beleid B5 Verkeer, algemeen B6 Parkeeronderzoek B7 Parkeren, toeristenbussen B8 Parkeervoorzieningen, huidige- en nieuwe situatie B9 Parkeren, voorwaardelijke verplichting B10 Parkeren, Baden Powelllaan B11 Parkeren toekomstige eigenaren

21 23 24 25 25 26 27 28 29 31 32

Thema stedenbouw C1 Bebouwing Parkhavenstrook C2 Uitloop van Het Park C3 Bouwhoogte C4 Advies welstand C5 Langzaam verkeer C6 Loopbrug, niet wenselijk C7 Uitzicht, lichtvervuiling C8 Bezonning C9 Beleidsregel hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting

33 34 34 35 36 37 38 38 39

Thema omgevingsaspecten D1 Luchtkwaliteit D2 Toename geluidhinder D3 Akoestisch onderzoek D4 Geluid omgevingswet D5 Geluid inrichting Euromast D6 Bedrijven en milieuzonering, Euromast D7 Hinder festivals D8 Omroepinstallatie Maastunnel D9 Hogere waarden, industrielawaai D10 Hogere waarde, milieueffectrapportage D11 Cultuurhistorie, algemeen D12 Cultuurhistorie, advies RCE D13 Ecologie, ecologische waarde bomen D14 Ecologie, soorten

41 42 43 45 45 46 47 48 48 49 49 51 52 52

Datum 16 november 2022

Pagina 4 van 78

D15 D16 D17 D18 D19 D20 D21 D22 D23

Ecologie, Kaderrichtlijn Water Ecologie, stikstofdepositie Bodemkwaliteit Archeologie Waterzuivering Windhinder Klimaatadaptatie Opwarming van de stad CO2 uitstoot bebouwde omgeving

53 54 54 55 55 56 56 57 58

Thema uitvoerbaarheid E1 Afstemming met ondernemingen E2 Bouwschade E3 Nadeelcompensatie E4 Planschade E5 Financiële uitvoerbaarheid E6 Bouwoverlast E7 Overlast overig E8 Behoud bomen

60 61 61 62 62 63 64 64

Thema overige aspecten F1 Exploitatie Euromast F2 Bedrijfsvoering Euromast overig F3 Inrichting plangebied F4 Verbinding over het water

66 66 67 67

Thema juridisch G1 Overgangsrecht G2 Maximum aantal woningen G3 Beleidsregels G4 Didam arrest G5 Burgerparticipatie G6 Behoorlijk bestuur

69 69 70 71 71 72

Thema zienswijzen voor de ontwikkeling H1 Logische vervolgstap H2 Unieke kans voor Rotterdam H3 Meer woningen H4 Groen tot het water H5 Verbindingen over het water H6 Sociale veiligheid H7 Euromast

74 74 74 75 75 76 76

Datum 16 november 2022

Pagina 5 van 78

A. Planologische verantwoording

A1. Goede ruimtelijke ordening Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 15, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 19 t/m 21, 25, 28, 30, 31, 36, 41, 48, 62, 65, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 69, 72 (BOS), 73, 76, 79 (Justion advocaten), 81, 83, 85, 90, 99, 102, 103, 107 en 109. Samenvatting van de zienswijze Algemeen merken reclamanten op dat het plangebied zich kenmerkt door veel karakteristieken, waaronder de vier rijksmonumenten die elk een stedenbouwkundig en landschappelijk belang hebben. Ook de brede groenstrook en de verscheidenheid aan sferen kan als karakteristiek worden aangemerkt. Het is zodoende niet vreemd dat in het geldende bestemmingsplan Scheepvaartkwartier (2013) een conserverende bestemming ‘openbaar groen’ is opgenomen voor de gronden van het gebied. Het Scheepvaartkwartier is bovendien een beschermd stadsgezicht. Gelet hierop is het vreemd dat juist dit deel van het gebied wordt losgekoppeld van het geldende bestemmingsplan, met voorbijgaan aan de daarin gemaakte planologische keuzes en een stedelijke ontwikkeling wordt toegestaan. Bovendien wordt voorbijgegaan aan een negatief advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Dat advies is overigens niet bij de planstukken gevoegd en het is niet genoemd in de weergave van de vooroverlegreacties (p. 61 plantoelichting).

Voorts wordt gesteld dat het, vanwege de ruimtelijke- en functionele samenhang tussen het te ontwikkelen gebied en de rest van het Scheepvaartkwartier, noodzakelijk is om een algehele herziening van dat bestemmingsplan op te stellen. Reactie Het bestemmingsplan Parkhaven is een zogenaamd projectbestemmingsplan dat specifiek is opgesteld om de ontwikkeling van Parkhaven juridisch-planologisch mogelijk te maken. Het opstellen van een projectbestemmingsplan voor een concreet project is in dit geval gebruikelijk. Dit is in lijn met de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Binnen onze gemeente wordt veelvuldig gewerkt met projectbestemmingsplannen om af te wijken van de gebiedsbestemmingsplannen. De procedure en bezwaar- en beroepsmogelijkheden van een projectbestemmingsplan zijn dezelfde als bij een gebiedsbestemmingsplan. Het bestemmingsplan Scheepvaartkwartier is een conserverend bestemmingsplan. Het moet gezien worden als een momentopname van de in 2014 bestaande visie op het gebied. Met de vaststelling van het Masterplan Parkhaven is die visie veranderd en daarom is het projectbestemmingsplan opgesteld. Het is niet nodig de rest van het Scheepvaartkwartier mee te nemen in dit bestemmingsplan, omdat er geen bestemmingswijzigingen plaatsvinden in dat gebied als gevolg van de ontwikkeling aan de Parkhaven.

Het geldende bestemmingsplan voor het Scheepvaartkwartier hoeft ook niet om andere redenen herzien of gewijzigd te worden. Verder klopt het dat het Scheepvaartkwartier een beschermd stadsgezicht is en dat daarvoor in 2014 een bestemmingsplan is vastgesteld, maar de gronden van het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ maken geen deel uit van het aangewezen beschermde stadsgezicht. De grens van het beschermd stadsgezicht ligt namelijk aan de oostzijde van het Maastunneltracé. Het bezwaar over het afwijken van het advies van de RCE komt in onze reactie onder D12 aan de orde, waarnaar wordt verwezen. Datum 16 november 2022

Pagina 6 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A2. Unsolicited proposal Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 16, 28, 39, 50, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 69, 72 (BOS), 79 (Justion advocaten), 83, 89, 102 en 107. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten vinden het opmerkelijk dat het plan via de weg van een unsolicited proposal überhaupt in behandeling is genomen. Het gebied Parkhaven viel immers niet binnen de gebieden die de gemeente heeft aangewezen voor dergelijke proposals. Verder is de aanpak via de unsolicited proposal niet geschikt voor een locatie als Parkhaven, waar het publieke belang nauw betrokken dient te worden in het proces. Die betrokkenheid ontbrak, enkel de belangen van de ontwikkelaars en bouwbedrijven worden hiermee gediend. Er is niet gesproken over de vraag of hier wel gebouwd mag worden, maar alleen over hoe het plan gerealiseerd kan worden. Opgeroepen wordt om hierover meer visie te ontwikkelen. Reclamanten stellen dat alles erop wijst dat de procedure van het nieuwe grondbeleid en de constructie van de Unsolicited proposal speciaal voor het project Parkhaven zijn bedacht om zo tegemoet te komen aan de wens van de ontwikkelaars tot ‘exclusieve samenwerking’ oftewel enkelvoudige aanbesteding.

Reactie Eind 2018 is door het college van burgemeester en wethouders een bouwakkoord gesloten met projectontwikkelaars en woningcorporaties om de bouw van huizen in de stad te versnellen. De reden is dat de vraag naar woningen in Rotterdam vele malen groter is dan het aanbod. De gemeente Rotterdam geeft de mogelijkheid om Unsolicited Proposals in te dienen. Daarbij is van belang dat de gemeente alleen meewerkt aan een Unsolicited Proposal als het project bijdraagt aan de Rotterdamse bouwambitie en de goede groei van de stad. De gemeente doet bij een Unsolocited Proposal niet zelf een verkenning naar de mogelijkheden van de locatie, maar toetst en beoordeelt het ingediende voorstel. Het is aan de initiatiefnemer om de haalbaarheid van de ontwikkeling te onderbouwen. Een onderzoek naar een visie of alternatieven door de gemeente maakt dan geen onderdeel uit van deze benadering van een Unsolicited Proposal. De gemeenteraad heeft op 30 januari 2020 aangegeven dat ze de ontwikkeling van Parkhaven wenselijk acht binnen de gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten in het Ruimtelijk en programmatisch Toetsingskader Unsolicited Proposal Parkhaven. Meerdere onderdelen van de voorgenomen ontwikkeling zijn vervolgens aangepast om aan het Toetsingskader te kunnen voldoen.

Uiteindelijk heeft dit geleid tot de vaststelling van het Masterplan Parkhaven door de gemeenteraad op 18 februari 2021 en de start van de procedure van het bestemmingsplan. Samengevat kan gesteld worden dat de gemeenteraad geen gebieden voor Unsolicited Proposals heeft aangewezen en dat de publieke belangen uitvoerig zijn betrokken bij de beoordeling van het Unsolicited Proposal, het Toetsingskader Unsolicited Proposal Parkhaven en het Masterplan Parkhaven. Anders dan reclamanten suggereren, is de constructie van het Unsolicited Proposal niet speciaal bedacht voor het project Parkhaven.

Datum 16 november 2022

Pagina 7 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A3. Alternatieven woningbouw Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 1, 3 t/m 12, 15, 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18, 24, 28, 31, 33, 36, 38 t/m 41, 45, 47 t/m 52, 54, 59, 62 t/m 64, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 69, 72 (BOS), 73, 76 t/m 78, 79 (Justion advocaten), 81, 88 t/m 91, 93 t/m 95, 98, 104, 105, 107 t/m 109. Samenvatting van de zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan geeft geen reden waarom de woningen op de groene plek bij de Euromast gebouwd moeten worden. Er had moeten worden gekeken naar alternatieven voor woningbouw, die op meerdere locaties in Rotterdam kan plaatsvinden. De gemeente heeft zelf immers al voor 50.000 woningen locaties voorgesteld. Die staan in de in 2019 opgestelde Strategische Verkenning Verstedelijking Rotterdam. Ook in de documenten Ruimte Zat voor de Nieuwe Stad, Ruimtelijke ordening en bouwlocaties (van het Economisch Instituut voor de Bouw) en het plan voor woningbouw aan de randen van de stad van de NEPROM staan volgens reclamanten de nodige alternatieven. Reactie Algemeen merken wij op dat er bijna geen grote (onbebouwde) bouwlocaties voor nieuwe woningen meer zijn in Rotterdam. Om de opgave van 50.000 woningen te kunnen realiseren in de periode tot 2040 is een fors hogere planvoorraad nodig.

De gemeente heeft al eerder gekozen voor inbreiding, voor het bouwen binnen de stad. Zo vindt ook op andere plekken in de stad woningbouw plaats, bijvoorbeeld op Katendrecht, in het Maritiem District (het gebied rond de Wijnhaven) en in het Lloydkwartier. Ook bij andere actuele woningbouwprojecten is sprake van inbreiding, denk aan Pompenburg, The Rise en Lumière. Verder wordt op andere plekken in de stad hard gezocht naar mogelijkheden voor nieuwe woningbouw, bijvoorbeeld de transformatie van kantoren naar woonruimte. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers prettig kunnen wonen in de stad, bekijken wij alle bouwinitiatieven op alle mogelijke plekken serieus. Dat doen wij dus niet alleen bij de Parkhaven. Inbreiding en transformatie zorgen ervoor dat de nu nog onbebouwde natuurgebieden aan de rand van de stad ook natuur kunnen blijven. De door reclamanten genoemde Strategische Verkenning Verstedelijking Rotterdam (SVVR) is een visiedocument en één van de onderleggers van de Omgevingsvisie Rotterdam. In de SVVR wordt onderzocht op welke manier de planvoorraad voor nieuwe woningen aangevuld kan worden om de verwachte inwonersgroei van Rotterdam te accommoderen. Hiervoor wordt onder andere ingezet op verdichting van bestaande prioritaire gebieden zoals Merwe-Vierhavens en Feijenoord City en het beter benutten van locaties rondom OV-knooppunten.

De SVVR betreft nadrukkelijk geen uitputtende lijst met alle voorziene woningbouwprojecten voor de komende tijd. Ook op andere locaties kunnen nieuwe woningen gerealiseerd worden om zo bij te dragen aan de woningbehoefte, te meer omdat niet alle in de SVVR genoemde locaties op korte termijn ontwikkeld kunnen worden. In de studie ‘Ruimte zat voor de nieuwe stad’ wordt onderzocht hoe bestaande woongebieden verdicht kunnen worden om zo nieuwe woningen te creëren. Ook dit draagt bij aan het terugdringen van het woningtekort, maar evengoed is nieuwbouw nodig. De stelling van reclamanten dat de ontwikkeling van Parkhaven niet als locatie voor woningbouw was aangemerkt, is inherent aan een Unsolicited Proposal aangezien die juist van toepassing is op gebieden waarvoor de gemeente geen concrete initiatieven heeft.

Datum 16 november 2022

Pagina 8 van 78

Wij zijn tot slot van mening dat in de toelichting op het bestemmingsplan goed is gemotiveerd waarom woningbouw op deze locatie aanvaardbaar is. Het plan voorziet niet alleen in nieuwe woningen, maar is ook gericht op het realiseren van een aantrekkelijke buitenruimte. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A4. Programma woningbouw Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 6, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18, 28, 39, 56, 66, 73, 83, 104 en 107. Samenvatting van de zienswijze Opgemerkt wordt dat de geplande woningen voor het overgrote deel zo duur worden dat ze alleen betaalbaar zullen zijn voor de rijkere mensen die al voldoende mogelijkheden hebben om in Rotterdam te wonen. Het aandeel sociale woningbouw is veel te beperkt, reclamanten vragen zich af of en voor hoe lang de betaalbare woningen beschikbaar zullen blijven voor de doelgroepen die daaraan behoefte hebben. Gepleit wordt verder om het aandeel sociale huur op 30% te zetten. Verder wordt gesteld dat de sociale huurwoningen in het project ervoor zorgen dat er op het Coolhaveneiland sociale huurwoningen worden geliberaliseerd. Ook wordt er waarschijnlijk al voorgesorteerd op het uitponden van de nieuwe sociale huurwoningen, zodat de grondopbrengst voor de gemeente wordt gemaximaliseerd.

Reactie Het aandeel sociale huurwoningen wordt niet in het bestemmingsplan geregeld, maar is vastgelegd in de ontwikkelovereenkomst met de ontwikkelaars (ondertekend 25 februari 2022). De grondslag hiervoor is het Ruimtelijk en programmatisch Toetsingskader Unsolicited Proposal, dat op 30 januari 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam. Hierin is vastgelegd dat 20% sociale woningbouw en 30% middenhuur wordt gerealiseerd. De sociale woningbouw wordt uitgegeven in erfpacht en blijft langjarig in sociale huur, terwijl voor de middenhuur een minimale termijn van 15 jaar en een indexering is afgesproken die voldoet aan het Actieplan Middenhuur. Daarnaast zal de woningbouw bestaan uit 30% hoger segment en 20% topsegment. Deze indeling in categorieën is overeenkomstig het Coalitieakkoord 2018. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat de afspraken met corporaties en ontwikkelende partijen over segmentering uit de vorige collegeperiode blijven gelden. Gelet hierop gaat de stelling van reclamanten, dat de woningen alleen bereikbaar zullen zijn voor de rijkere mensen, niet op. De afspraken over het aandeel sociale woningen zijn verder geheel in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. De gemeente heeft prestatieafspraken gemaakt met de verschillende woningbouwcorporaties over het verbeteren van de balans tussen prijssegmenten in CBS wijken in de stad.

Aanleiding is de analyse van de gemeente in de Gebiedsatlas ontwikkeling woningvoorraad 2030 dat meerdere Rotterdamse wijken qua prijssegmenten niet in balans zijn. Met de afzonderlijke woningcorporaties zijn overeenkomsten gesloten over de langjarige ontwikkeling van het sociaal basis bezit in wijken (woningen met huurprijs tot €678,66).

Datum 16 november 2022

Pagina 9 van 78

Daarbij gold onder andere: afname van sociaal basissegment in die wijken wordt gecompenseerd met nieuwbouw op locaties elders in de stad, zonder dat er een 1-op-1 relatie is tussen gebieden. De woningbouwontwikkeling Parkhaven is hiervan een voorbeeld. In wijken waar ontwikkeling gericht is op een afname van het sociaal basis bezit, zullen naast liberalisaties en verkoop meer woningen in het secundaire segment (€678,66 - €763,47) terecht komen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A5. Gebiedsvisie Hoboken Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 17 (Stichting Groen Parkhaven), 28, 66, 72 (BOS), 79 (Justion advocaten) en 107 Samenvatting van de zienswijze In de plantoelichting wordt ten onrechte verwezen naar de Gebiedsvisie Hoboken uit 2009. Die gebiedsvisie is immers niet vastgesteld door de gemeenteraad. De visie is weliswaar genoemd in het geldende bestemmingsplan, maar de kwalificatie van de Parkhaven als ‘toplocatie voor wonen’ is eruit gelaten. Reactie Reclamanten merken terecht op dat de Gebiedsvisie Hoboken in 2009 enkel is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en niet door de gemeenteraad van Rotterdam. In paragraaf 2.3 van de plantoelichting is dit aangegeven met de toevoeging dat de visie is vertaald in het geldende bestemmingsplan.

De gebiedsvisie Hoboken is ook één van de onderleggers van het Ruimtelijk en programmatisch Toetsingskader Unsolicited Proposal Parkhaven (met kenmerk 20bb2100). Dit Toetsingskader Parkhaven is op 30 januari 2020 door de gemeenteraad van Rotterdam vastgesteld. Daarmee heeft de raad besloten dat zij de ontwikkeling van de Parkhavenstrook, onder de voorwaarden zoals verwoord in het Toetsingskader, als wenselijk beschouwt. Het Toetsingskader wordt benut voor de beoordeling van de haalbaarheid van het door de initiatiefnemers op te stellen masterplan. Voor de volledigheid merken wij op dat ruimtelijke ontwikkelingen niet alleen worden getoetst aan door de gemeenteraad vastgesteld beleid, maar ook aan beleid dat (alleen) door het college is vastgesteld. Gelet hierop zijn wij van mening dat de tekst over de Gebiedsvisie Hoboken 2030, als onderdeel van het ruimtelijk relevante gemeentelijk beleid, terecht in de plantoelichting is opgenomen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A6. Masterplan Het Park, 2011 Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 17 (Stichting Groen Parkhaven), 25, 61, 66, 97, 99 en 107. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten merken op dat in februari 2011, namens de gemeente Rotterdam, het masterplan "Het Park" is uitgebracht.

Dit plan was gebaseerd op de gebiedsvisie van de gemeente ten aanzien van Het

Datum 16 november 2022

Pagina 10 van 78

Park en omgeving. Het Park wordt hierin gekwalificeerd als een oase van rust in en voor de stad, waarvan als zodanig de functie gekoesterd en verstevigd dient te worden. Voor de Parkhavenstrook wordt in deze gebiedsvisie een nieuwe invulling wenselijk geacht. Belangrijk is, dat de strook bijdraagt aan de verblijfskwaliteit van Het Park, de Parkhaven en de relatie tussen het Hobokengebied en de omgeving versterkt. Zo wordt ook gesteld dat de aanwezigheid van kwaliteitsgroen met zichtlijnen naar Het Park en het Lloydkwartier gegarandeerd dient te zijn, aldus reclamanten. Aanvullend wordt gewezen op een studie van bureau West 8 in 2002 waaruit blijkt dat bebouwing in de Parkhavenstrook zeer negatieve ruimtelijke effecten heeft voor de omgeving en in het bijzonder voor Het Park. Verder wordt aangevoerd dat voor de toekomstige ontwikkeling van Het Park een groen en recreatief programma zowel ruimtelijk als functioneel veel gunstiger is. Ruimtelijk vooral omdat de Parkhavenstrook het laatste restant van de landschappelijke ruimte is, namelijk de laatste buitendijkse groene uitloop vanuit de stad naar de Maas. Reactie De ambities voor de Parkhavenstrook die reclamanten noemen (nieuwe invulling, relatie met Hobokengebied, zichtlijnen) sluiten aan bij de Gebiedsvisie Hoboken 2030, die het college van B&W heeft vastgesteld in 2009. In dit kader wordt ook de studie van West 8 genoemd.

Deze studie wordt kort beschreven in het Masterplan Het Park, maar is verder niet een grondslag van dat Masterplan Het Park. Over het Masterplan Het Park het volgende. Zoals in de reactie onder A7 wordt toegelicht, vormde het Masterplan Het Park de grondslag voor de renovatie van Het Park en valt Parkhaven buiten dat plangebied, en daarmee ook buiten de werkingssfeer van dit masterplan Het Park. De Parkhavenstrook, de gronden van het plangebied, wordt wel genoemd. Hierover is beschreven dat eventuele herontwikkeling een bedreiging kan vormen voor de gesloten rand van beplanting aan de westzijde van Het Park. Herontwikkeling zou er namelijk voor kunnen zorgen dat er meer doorgangen en openingen komen tussen strook en park, of dat de beplanting in het geheel zou verdwijnen. Dit is niet het geval. De herontwikkeling van Parkhaven heeft geen gevolgen voor de bestaande beplantingsstrook in Het Park. Er worden geen extra doorgangen in deze strook gecreëerd. Wel wordt de bestaande verbinding over het Maastunneltracé tussen de Parkhavenstrook en Het Park verbeterd. Het verbeteren van de oost-west verbinding tussen de strook en Het Park staat nadrukkelijk als één van de ambities benoemd in het Masterplan voor Het Park. Verder zorgt de ontwikkeling van Parkhaven voor een versterking van de recreatieve functie van de Parkhavenstrook door een algehele upgrade van de openbare ruimte.

De verbinding met de Maas blijft en wordt versterkt doordat de wandel- en fietspaden tussen Schie en Maas door lopen. Ook dit is in lijn met het Masterplan Het Park. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A7. Gemeentelijk beleid groenbeleving Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 1, 3 t/m 5, 7 t/m 13, 15, 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18 t/m 21, 23, 24, 26, 27, 30, 33, 34, 36, 38, 41, 43 t/m 45, 47 t/m 51, 54, 55, 58 t/m 60, 63, 64, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68 t/m 70, 72 (BOS), 73, 76 t/m 78, 79 (Justion advocaten), 83 t/m 85, 88 t/m 91, 93, 98, 101, 102, 105, 107 t/m 109.

Datum 16 november 2022

Pagina 11 van 78

Samenvatting van de zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het gemeentelijk beleid met betrekking tot groenbeleving. Kern van dat beleid is dat er meer groen en een betere verbinding van de stad met het water gerealiseerd moet worden. Gewezen wordt op de volgende beleidsstukken: Programma Rivieroevers 2019 – 2022 (p. 30), Masterplan Het Park 2011 en het Actieplan Rotterdam gaat voor groen 2019. De voorgenomen ontwikkeling leidt echter tot een afname van circa 4,5 hectare groen en er worden 200 bomen gekapt. Bovendien kunnen de veelal 60 jaar oude bomen niet zomaar vervangen worden door het plaatsen van nieuwe bomen, gelet op de belangrijke functie om de luchtverontreiniging (CO2 en PM10) op deze locatie te compenseren. Het zal lang duren voordat eenzelfde hoeveelheid groen aanwezig zal zijn, van een volwaardige vervanging zal geen sprake zijn. Reactie Anders dan reclamanten stellen, leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot een afname van circa 4,5 hectare groen. De ontwikkeling voorziet in een brede groene kade met een hoge gebruiks- en verblijfswaarde, een openbare ruimte aan de rivier voor alle Rotterdammers. Die openbare ruimte zal een verbindende schakel vormen in de groene netwerken van de rivieroevers, tussen het Coolhavenpark en de Maasoevers.

Daarbij geldt voor de Parkhavenstrook een groencompensatie voor zowel het aantal bomen als het oppervlak aan groengebied. Uit het Masterplan Parkhaven blijkt dat het toekomstig oppervlak aan groen groter zal zijn dan in de huidige situatie, te weten 108%. Weliswaar worden 98 bomen gekapt, maar hiervoor worden 298 nieuwe bomen aangeplant (zie p. 140/141 Masterplan Parkhaven). In het kader van het Inrichtingsplan zal onderzocht worden of hiervoor (oudere) bomen uit het depot gebruikt kunnen worden. Ten aanzien van de door reclamanten genoemde beleidskaders merken wij het volgende op:  Programma rivieroevers: het Programma (met uitvoeringsagenda) bevat geen concreet beleid voor het plangebied, wel voor de aangrenzende Parkkade. Hiervoor bestaat de ambitie om te vergroenen en om een doorgaande fiets- en wandelroute aan te leggen. In de toekomstige inrichting van het plangebied is hiermee rekening gehouden. Zo krijgt de bestaande fietsroute langs de kade een upgrade zodat er een betere doorstroming ontstaat. In algemene zin bevat het Programma zes strategieën om het centrale doel van de Strategie te verwezenlijken: meer recreatie aan de rivieren. De strategieën gaan onder andere uit van betere langzaam verkeerroutes langs de rivier, meer en beter groen langs de rivier, meer bestemmingen/drukte langs de rivier en een versterking van de beleefbaarheid en identiteit.

De ontwikkeling van Parkhaven draagt bij aan deze strategieën.  Masterplan Het Park 2011: Het Masterplan is opgesteld voor de renovatie van Het Park. Daarnaast bevat het beleid voor het gebruik, het beheer en de bereikbaarheid van Het Park. De plangrens van het Masterplan wordt gevormd door het fietspad parallel aan de Baden Powellaan. Het plangebied van bestemmingsplan Parkhaven ligt hier ten westen van, waardoor het Masterplan Het Park geen beleid bevat voor dit bestemmingsplan Parkhaven. Wel kan gesteld worden dat de ontwikkeling van Parkhaven bijdraagt aan een betere verbinding tussen Het Park en Parkhaven, één van de doelstellingen van het Masterplan.  Het Actieplan had als doelstelling om tijdens de afgelopen collegeperiode (2018-2022) 20 ha groen toe te voegen aan de stad. Op dit moment is er in die periode 21,5 ha gerealiseerd, waarmee de doelen van het beleid ruimschoots zijn behaald. Het project Parkhaven zorgt voor een netto toename van het oppervlak aan groen in het plangebied (een toename tot 108%, ook in de vorm van daktuinen) en draagt dus bij aan de verdere vergroening van Rotterdam.

Datum 16 november 2022

Pagina 12 van 78

Op basis van het vorenstaande stellen wij vast dat het bestemmingsplan Parkhaven in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid met betrekking tot groenbeleving. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A8. Uitbreidingsruimte ondernemingen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 39 en 75 (Rotterdam Leisure Group). Samenvatting van de zienswijze Met het bestemmingsplan wordt voorzien in de bouw van 650 woningen die worden aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Gevreesd wordt dat toeristische attracties van formaat zullen verdwijnen en dat de ontwikkeling leidt tot een beperking van (de uitbreidingsmogelijkheden van) de bedrijfsvoering in de toekomst. Het bestemmingsplan verzekert dit nog onvoldoende. Reactie Het bestemmingsplan Parkhaven biedt een planologisch juridisch kader voor de ontwikkeling van het project Parkhaven, de watergebonden ondernemingen in de Parkhaven zijn niet in het plan opgenomen. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat de nieuwe woningen geen beperking vormen voor de exploitatie van de reeds aanwezige toeristische attracties. In de milieuonderzoeken is zodoende uitgegaan van de huidige- en/of vergunde activiteiten van de bedrijven en die worden gerespecteerd.

Of en in hoeverre er in de toekomst uitbreidingsmogelijkheden zijn voor de toeristische attracties zal van meerdere factoren afhangen, zoals de locatie van het bedrijf en de wijze waarop de bedrijfsvoering wordt aangepast. In de toekomst zal bij eventuele uitbreidingen van de toeristische attracties, rekening gehouden moeten worden met de woningen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A9. Waterperceel Parkhaven Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 75 (Rotterdam Leisure Group) en 100 (Shopping Centre Oriental). Samenvatting van de zienswijze Reclamanten exploiteren een supermarkt en bedrijfsvaartuigen die hun ligplaats en afvaartlocatie direct ten westen van het plangebied hebben. Op het deel van de kade dat wel in het plangebied ligt, is een bestemming Groen opgenomen. Als gevolg daarvan worden de voorzieningen van reclamanten in het waterperceel onbereikbaar, er wordt namelijk niet voorzien in toegangswegen naar de schepen toe. Deze locaties dienen echter bereikbaar te zijn voor gasten, leveranciers en hulpdiensten. Ook voor de parkeernormen zijn de watergebonden ondernemingen van reclamanten geheel afhankelijk van het nieuwe bestemmingsplan. Het valt moeilijk te ontkennen dat de boten in functioneel opzicht deel uitmaken van het gebied.

Met deze ruimtelijk relevante belangen had rekening moeten worden gehouden. Aanvullend wordt opgemerkt dat de gemeenteraad weliswaar beleidsruimte heeft voor het bepalen van de plangrens, maar dat die ruimte niet zo ver strekt dat de raad een begrenzing kan vaststellen

Datum 16 november 2022

Pagina 13 van 78

die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Gewezen wordt op een uitspraak van 6 december 2017. Gesteld wordt dat de huidige begrenzing van het plangebied in strijd met een goede ruimtelijke ordening is. Reactie Het bestemmingsplan Parkhaven voorziet in een planologisch juridisch kader voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Uitsluitend de te ontwikkelen gronden en de gronden die behoren tot de nieuwe groene inrichting van de buitenruimte zijn bij het plangebied betrokken, wat ook in paragraaf 1.2 van de plantoelichting is beschreven. Het is voor de planontwikkeling niet nodig en ook niet de bedoeling om het planologisch juridisch kader voor de voorzieningen aan de Parkhavenkade te wijzigen. Oftewel, de boten behouden hun huidige functies. Het planologisch kader voor de boten is het bestemmingsplan Scheepvaartkwartier. Wij stellen vast, gelijk zoals reclamanten aanvoeren, dat de bestemming Groen geen ruimte biedt voor de huidige toegangswegen- en paden ten behoeve van de voorzieningen in de Parkhaven. Evenmin is het laden en lossen toegestaan. Onbedoeld zouden die functies onder het overgangsrecht worden gebracht. Gelet hierop stellen wij voor in artikel 5.1 van de planregels in die zin aan te passen dat toegangswegen- en paden voor voorzieningen in de Parkhaven en laad- en losruimtes zijn toegestaan.

Deze regeling komt tegemoet aan de belangen van reclamanten en voorziet in een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de parkeernormen- en behoefte van de watergebonden ondernemingen verwijzen wij naar de reacties onder B5 en B8. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze deels gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels Artikel 5 (Groen), lid 1 sub ‘a’ wordt aangevuld met ‘toegangswegen en -paden en laad- en losruimtes voor voorzieningen in de Parkhaven’. A10. Splash tours Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 75 (Rotterdam Leisure Group). Samenvatting van de zienswijze In de plantoelichting staat dat voor Splash tours een locatie zal worden voorzien op de kade van de Parkhaven aan de noordzijde bij de Parkhavensluizen. Aangezien die locatie voor de bedrijfsvoering van reclamant van groot belang is, is reclamant van mening dat hierover afspraken gemaakt moeten worden voordat de huidige locatie wordt wegbestemd. Een vermelding in de niet juridisch bindende plantoelichting is daarvoor onvoldoende, aldus reclamant. Reactie Zoals reclamant opmerkt is in de plantoelichting aangegeven dat voor de Splash tours een locatie wordt voorzien aan de Parkhaven aan de noordzijde van de Parkhavensluizen.

Voortschrijdend inzicht heeft er toe geleid dat de nieuwe locatie voor de Splash tours niet meer in het plangebied, maar aan de Parkkade komt. Zie hiervoor ook onze reactie op zienswijze B7 over de opstelplaats voor

Datum 16 november 2022

Pagina 14 van 78

touringcars, die mede namens de reclamant is ingediend. Met reclamant worden afspraken gemaakt over deze voorgenomen verplaatsing van voor Splash tours. De Parkkade valt in het bestemmingsplan ‘Scheepvaartkwartier’. Ter plaatse is een verkeersbestemming opgenomen. De voorgenomen vier parkeerplaatsen voor touringcars passen binnen deze bestemming. Het is dus niet nodig hier nog een aparte ruimtelijke procedure voor te volgen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen omdat de afspraken tussen gemeente en reclamant geen raakvlak hebben met het bestemmingsplan. In onze reactie op zienswijze B7 over de opstelplaats voor touringcars stellen wij voor zienswijze B7 gegrond te verklaren en de toelichting, regels en verbeelding aan te passen op het voortschrijdend inzicht dat hierboven genoemd wordt. A11. Leefbaarheid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 71 (Euromast), 75 (Rotterdam Leisure Group) en 82 (Van der Linde beheer BV). Samenvatting van de zienswijze De in en rondom het plangebied gevestigde ondernemingen ontvangen jaarlijks veel toeristen. De gemeente Rotterdam kent geen ander gebied waar de toeristische attracties zo geconcentreerd zijn in een eigen gebied zonder andere (grote) functies. Daarnaast komen in het gebied de meer dagelijkse bezoekers voor de supermarkt of voor een wandeling in het park.

Als het goed is dan zullen die bezoekers ook na realisatie van het project komen. Het project voorziet in de ontwikkeling van 650 woningen voor zowel gezinnen als starters. Er wordt een flinke woonwijk toegevoegd op een betrekkelijk klein gebied dat ongeveer 4 hectare groot is. Zodoende krijgt het gebied een meer gemengd karakter waarbij, gelet op de grote aantallen toeristen en bezoekers, de nadruk zal liggen op de factor ‘toerist’. Gesteld wordt dat als er een verkeerde balans is tussen wonen en toerisme, het woonklimaat zal verslechteren. Wonen in een gebied met veel toeristen kent immers veel uitdagingen en de praktijk laat zien dat de leefbaarheid van een wijk dan sterk achteruit kan gaan. In het beleid van het college (Visie Toerisme “te gast in Rotterdam – een nieuwe kijk op toerisme”) wordt dit ook onderkend en is aangegeven dat een te grote concentratie toerisme de leefbaarheid onder druk kan zetten. Reclamanten vragen zich af of in het plangebied voldoende ruimte is om voor de toekomstige bewoners een prettig woonklimaat te creëren. Tevens vragen reclamanten zich af of dit aspect in de planvorming goed is doordacht, in de plantoelichting wordt hierop immers niet ingegaan. Enkel wordt aangegeven dat een aantrekkelijke plek voor de toerist niet per definitie een fijne plek is voor de bewoners van de stad.

Andersom vragen de ondernemers in het gebied zich af of de nieuwe woningen geen beperking voor hun bedrijfsvoering vormen. Reactie Wij begrijpen dat reclamanten zich afvragen of in het plangebied voldoende ruimte is om de toekomstige bewoners een prettig woonklimaat te bieden. Met reclamanten zijn wij het ook eens dat het gebied een meer gemengd karakter krijgt. Naast de toeristische attracties en de infrastructurele voorzieningen komt immers een woonfunctie. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd. In die onderzoeken is het uitgangspunt gehanteerd dat de huidige activiteiten van de in en rondom het

Datum 16 november 2022

Pagina 15 van 78

plangebied gevestigde ondernemingen onveranderd worden voortgezet. Uit de onderzoeken blijkt dat aan de geldende wet- en regelgeving kan worden voldaan. Zodoende kan algemeen gesteld worden dat de planontwikkeling voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de leefbaarheid, als gevolg van de toeristische functies, niet ter discussie staat. De activiteiten van de ondernemers in het gebied, zoals bestemd in het bestemmingsplan Scheepsvaartkwartier, worden niet beperkt. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat toekomstige bewoners zich ervan bewust zullen zijn dat zij een woning betrekken in een gebied met een gemengd karakter. Bij de verkoop van de woningen zal dit ook gemeld worden door de ontwikkelaars. In de Visie Toerisme wordt beschreven dat een goede balans tussen rust en reuring centraal staat bij de afweging of toeristische functies en wonen gecombineerd kunnen worden. Op basis van het bovenstaande zijn wij van mening dat dit het geval is. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. A12. Bestemming Groen, overige functies Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 75 (Rotterdam Leisure Group), 83 en 96 (Stichting de Bomenridders). Samenvatting van de zienswijze Reclamant 75 exploiteert een minigolfbaan. Daarbij hoort ook een horecavoorziening met bijbehorend terras.

In het geldende bestemmingsplan zijn deze gronden voorzien van een bestemming Recreatie met een functieaanduiding ‘horeca’. In het ontwerpbestemmingsplan is gekozen voor een bestemming Groen met een aanduiding ‘recreatie’. Op basis van artikel 5.1 van de planregels constateert reclamant 75 dat de minigolfbaan juist is bestemd, maar dat de regels nog onvoldoende voorzien in het toestaan van het gebruik als horecagelegenheid met bijbehorend terras. Reclamant vermoedt echter dat het niet de bedoeling is van de gemeente om horeca te verbieden. Verzocht wordt deze verschrijving dan wel omissie van artikel 5.1 het herstellen, zodanig dat daaruit blijkt dat de functie horeca wordt toegestaan. Reclamant 83 merkt op dat de bestemming Groen is ingetekend tot aan de rand van het water, terwijl in elk geval hier feitelijk sprake zal zijn van een (brede) kade. Door de brede omschrijving van alles wat onder ‘groen’ valt is niet geregeld welk percentage van het hele door ‘groen’ ingevulde gebied ook feitelijk een onverhard en groen karakter zal hebben. Om een daadwerkelijk groene invulling te garanderen zou dit dus verder gespecificeerd moeten worden in functie en in de verbeelding. In het verlengde hiervan dient ook gekeken te worden naar het overgangsrecht ten aanzien van het bestaande gebruik, dat onwenselijk wordt geacht.

Dat betekent volgens de reclamant dat in de praktijk de hele inrichting van de kade kan blijven zoals deze is, zelfs al wordt de hele zone aan weerszijden van de Euromast volgebouwd. Reclamant 96 vraagt zich af of de minigolfbaan wel goed is bestemd met een bestemming Groen. Immers, groen is recreatie, maar recreatie is niet per definitie groen en voorkomen dient te worden dat de minigolfbaan wordt verplaatst of uitgebreid. Reactie Reclamant 75 merkt terecht op dat met het ontwerpbestemmingsplan Parkhaven weliswaar is voorzien in de minigolfbaan, maar dat nog geen regeling voor de horecagelegenheid met het bijbehorende Datum 16 november 2022

Pagina 16 van 78

terras is opgenomen. Het is niet de bedoeling om de horecafunctie niet meer toe te laten, wat ook blijkt uit de milieuonderzoeken waarin is uitgegaan van horeca bij de minigolf. Zodoende stellen wij voor om de horeca alsnog mogelijk te maken. Wij begrijpen dat reclamant 83 verzoekt om meer gedetailleerd vast te leggen welke delen van de Parkhavenkade werkelijk groen worden ingericht, alleen moet dit eerst nader worden uitgewerkt. Dit wordt gedaan in het kader van het op te stellen Inrichtingsplan. Met de in het bestemmingsplan opgenomen bestemming Groen wordt daarvoor ruimte geboden. Overigens is een bestemmingsplan geen geschikt instrument om de exacte hoeveelheid groen vast te leggen, een Inrichtingsplan is hier wel een geschikt instrument voor. Verder wordt met de Beleidsregels Duurzaamheid en Mobiliteit verzekerd dat de kade transformeert naar een groen en levendig gebied. De vrees dat de inrichting van de kade onveranderd blijft is dus ongegrond. Zoals aangegeven in onze reactie onder A9, dienen wij tenslotte ook rekening te houden met de belangen van de ondernemingen aan de Parkhavenkade. De ondernemers en andere belanghebbenden worden betrokken bij het tot stand komen van het Inrichtingsplan.

Wat betreft de vraag van reclamant 96 wordt erop gewezen dat het bestemmingsplan de (nieuwe) locatie van de minigolfbaan vastlegt door middel van de bestemming Groen met een aanduiding ‘recreatie’. De minigolfbaan is niet buiten deze bestemming en functieaanduiding toegestaan. Hierdoor biedt het bestemmingsplan geen ruimte voor uitbreiding. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze van reclamant ontwerpbestemmingsplan als volgt aan te passen:

75

gegrond

te

verklaren

en

het

Regels Artikel 5 (Groen), lid 1 sub ‘e’ wordt aangevuld met: ‘met daaraan ondergeschikte horeca’. Verder stellen wij u voor de zienswijzen van reclamanten 83 en 96 voor kennisgeving aan te nemen. A13. Bestemming Groen, kade Parkhaven Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 82 (Van der Linde beheer BV). Samenvatting van de zienswijze Reclamant acht het wenselijk dat in de bestemming Groen, direct langs het water van de Parkhaven, een functieaanduiding wordt opgenomen voor horeca, toerisme dan wel recreatie, één en ander ter bescherming van de bedrijfsbelangen van reclamant. Reactie In onze reactie onder A9 hebben wij al aangegeven dat wij in artikel 5.1 van de planregels zullen opnemen dat toegangswegen- en paden voor voorzieningen in de Parkhaven evenals laad- en losruimtes zijn toegestaan. De bedrijfsbelangen van reclamant worden hiermee voldoende gewaarborgd. Wij zien verder geen aanleiding om een functieaanduiding voor horeca, toerisme dan wel recreatie op de gronden van de kade op te nemen. De functies horeca, toerisme en recreatie

Datum 16 november 2022

Pagina 17 van 78

vinden immers op het waterpreceel plaats, buiten het plangebied. Hier geldt het bestemmingsplan Scheepvaartkwartier. Op de kade (binnen het plangebied) gaan alleen mensen aan en van boord. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A14. Invulling plint Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 26, 28, 36 en 37. Samenvatting van de zienswijze Gesteld wordt dat, op basis van ervaringen met andere projecten in de nabijheid (Müllerpier, Little C), bedrijven niet geïnteresseerd zullen zijn in de ruimtes in de plint. De winkel- en horecaruimtes zullen leeg blijven, zo verwachten reclamanten. Aanvullend wordt opgemerkt dat er al veel horeca beschikbaar is in de directe omgeving. Hetzelfde geldt voor medische voorzieningen. Voorgesteld wordt om zo min mogelijk andere functies te realiseren. Reactie In paragraaf 2.4 van de plantoelichting is ingegaan op zowel de behoefte aan nieuwe woningen als de behoefte aan ruimte voor andere functies die het plan mogelijk maakt. Voor kleinschalige bedrijvigheid, kantoorfuncties en maatschappelijke voorzieningen is de behoefte onderbouwd aan de hand van kwantitatieve visies zoals de Nota Bedrijfsruimte Rotterdam en Referentiewaarde maatschappelijke voorzieningen 2020. Voor horeca is verwezen naar het Horecagebiedsplan Centrum.

Zelfstandige detailhandel wordt, anders dan reclamanten veronderstellen, niet toegestaan. Wij zijn van mening dat de behoefte aan de toegestane functies voldoende is onderbouwd. Bovendien zullen de ontwikkelende partijen actief sturen op de exploitatie van de voorzieningen, dat mede om ongewenste leegstand te voorkomen. Daarnaast merken wij op dat in het plan regels zijn gesteld om te waarborgen dat het gemengde programma ondergeschikt blijft aan de woningbouw. Zo zijn maximale metrages opgenomen voor de niet- woonfuncties en is het totaalprogramma gemaximeerd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A15. Inrichting kade Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 16, 17, 28, 31, 66, 72 (BOS), 73, 76, 79 (Justion advocaten) en 107. Samenvatting van de zienswijze Meerdere reclamanten merken op dat er al meer dan 10 jaar plannen klaarliggen om de drie kades op te knappen, maar dat door beperkte financiële middelen enkel de Westerkade is opgeknapt. In de opgestelde visies om de kades op te knappen zijn verschillende opties genoemd, waaronder de optie om de kade groen in te richten en het park door te trekken tot aan het water. Reclamanten pleiten voor zo’n inrichting. Echter, in geen van die opties komt hoogbouw aan het water voor.

Aanvullend wordt opgemerkt dat er veel mogelijkheden zijn om de kades van de Parkhaven aantrekkelijk te maken. Bijvoorbeeld door er rust- en sportmogelijkheden te voorzien zodat er een mooie plek ontstaat om aan het water te ontspannen.

Datum 16 november 2022

Pagina 18 van 78

Reactie Zoals in de reactie onder A5 is toegelicht, is reeds met de besluitvorming over het Toetsingskader Parkhaven gekozen voor de ontwikkeling van de Parkhavenstrook, onder de voorwaarden zoals verwoord in het Toetsingskader. In het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan Parkhaven is dat verder uitgewerkt. De door reclamanten genoemde opties voor de Parkhavenkade zijn zodoende niet meer relevant voor dit bestemmingsplan. Niettemin, met de voorgenomen ontwikkeling wordt de kade groen ingericht en wordt ook een mooie plek aan het water gerealiseerd. Van hoogbouw is overigens hier geen sprake (in gemeentelijk beleid is pas sprake van hoogbouw vanaf 70 m). Het meest noordelijke gebouw is 70 meter, de overige gebouwen zijn lager. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A16. Sociale veiligheid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 26. Samenvatting van de zienswijze Reclamant verwacht dat de veiligheid, anders dan wordt beweerd, achteruit zal gaan. Steegjes zijn minder veilig dan een vlakte waar iedereen je kan zien, aldus reclamant. Reactie In de beleidsregels Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting worden eisen gesteld aan de inrichting van het openbaar gebied.

Onder de kop ‘Het ensemble met Euromast, Maastunneltracé en Ventilatiegebouw is ten aanzien van de sociale veiligheid het volgende uitgangspunt opgenomen: “ParkHaven draagt sterk bij aan de sociale veiligheid in het gebied en van de doorgaande (fiets-)routes die er doorheen voeren, onder meer naar de Maastunnel. De nieuwbouw is georiënteerd op de kade én op Het Park en biedt ‘ogen op de straat’. De transparante en alzijdige opzet van het ensemble versterkt dit effect”. Dit uitgangspunt vormt een toetsingskader bij de beoordeling van de bouwplannen en de inrichting van het openbaar gebied. Daarnaast is in de regels en op de verbeelding bepaald dat de minimale breedte tussen gebouwen nooit minder dan 11 meter bedraagt. Hierdoor is er geen sprake van ‘steegjes’ maar van open ruimten met veel overzicht. De verwachting van reclamant, dat de veiligheid achteruit zal gaan, delen wij zodoende niet. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. A17. Provinciaal beleid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 17 (Stichting Groen Parkhaven). Samenvatting van de zienswijze De reclamant refereert naar de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland worden drie soorten ontwikkelingen onderscheiden om te

Datum 16 november 2022

Pagina 19 van 78

bepalen hoe groot de impact van een ontwikkeling is, te weten inpassing, aanpassing en transformatie. In het ontwerpbestemmingsplan is beschreven dat bij de ontwikkeling van Parkhaven sprake is van ‘inpassing’. Reclamant stelt dat geen sprake is van inpassing, maar van transformatie. Door in de plantoelichting van inpassing uit te gaan wordt de waarheid naar eigen hand gezet, aldus reclamant. Reactie Een inpassing betreft een gebiedseigen ontwikkeling passend bij de schaal en aard van het landschap, waarbij bestaande structuren niet of nauwelijks veranderen. Het gaat om een binnenstedelijke en goed ontsloten locatie. De nieuwbouw sluit qua functie, maat en schaal aan op de directe omgeving, zoals de bebouwing in Little C en het Lloydkwartier. De bestaande structuren blijven onveranderd en de kwaliteit wordt verbeterd door een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. De provincie, de opsteller van het beleid, onderschrijft deze redeneerlijn. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Dat is hier niet aan de orde. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 20 van 78

B. Verkeer en parkeren

B1. Verkeerssituatie, algemeen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3, 4, 6, 13 t/m 15, 19 t/m 22, 26, 27, 30, 31, 36, 39, 41, 46 t/m 48, 52, 56, 58, 61, 65, 66, 69, 70, 72 (BOS), 76, 78, 79 (Justion advocaten), 80, 83, 84, 90, 91, 94, 95, 99, 101, 102, 107 t/m 109. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten maken zich ernstige zorgen over de verkeerssituatie. In de huidige situatie is de verkeerssituatie al overbelast en er vinden veel ontwikkelingen plaats. Gewezen wordt op projecten als de Zalmhaventoren, het Van Vollenhovenkwartier, Little C en mogelijke ontwikkelingen rond de Schiehaven en Müllerpier. Het Scheepvaartkwartier is getransformeerd van een kantorenwijk tot een woonwijk, bijvoorbeeld door de transformatie van de kantoorpanden aan de Van Vollenhovenstraat. Bovendien wordt het gebied steeds aantrekkelijker voor toeristen, terwijl het Scheepvaartkwartier maar twee ontsluitingswegen heeft. Met name de kruising van de Van Vollenhovenstraat met de Westzeedijk komt nog meer onder druk te staan. Daarnaast heeft het openbaar vervoer in de wijk, te weten tramlijn 7, veel last van de files in het gebied waardoor het niet kan dienen als alternatief voor de auto. Nieuwe openbaar vervoer verbindingen zijn niet voorzien.

Op basis van de huidige verkeersintensiteit rond het Droogleever Fortuynplein ondervinden omwonenden reeds hinder door sluipverkeer via Parkhaven richting de Scheepstimmermanslaan. Ook de veiligheid van fietsers en voetgangers staat onder druk. Dit zal alleen maar toenemen. Ten onrechte zijn er bij de sluis voor fietsers en voetgangers geen verbeteringen opgenomen. Geadviseerd wordt om een verkeerscirculatieplan op te stellen voor de afwikkeling van al het verkeer. Reactie Op de wegen rondom de ontwikkeling Parkhaven is het druk. De ligging aan de rivier en de doorsnijding van de Maastunnelcorridor beperken de ontsluitingsmogelijkheden voor het projectgebied. De verkeersafwikkeling op de Maastunnelcorridor krijgt prioriteit door het recent ingevoerde AFM-systeem (in de Maastunnel). Bij grote drukte op de Maastunnelcorridor treedt een toeritdosering in werking op de toeleidende wegen. Dit moet de doorstroming, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit op de corridor verbeteren. We begrijpen dat dit de vraag oproept of grootschalige bouwontwikkelingen in dit gedeelte van de stad verantwoord zijn. Per ontwikkeling onderzoeken we dat met uitgebreide verkeersonderzoeken.

Uit deze onderzoeken kunnen infrastructurele maatregelen volgen die genomen worden, zoals het aanpassen van kruispunten met extra opstelstroken, aanpassingen in verkeerslichtenregelingen of het inbouwen van weerstanden op routes waar we liever geen groei van het verkeer zien. Dat kan bijvoorbeeld door het aanleggen van snelheidsremmende maatregelen. Voor het project Parkhaven zijn maatregelen overigens zeer beperkt aan de orde, zie hiervoor de beantwoording van B2. Voor de ontwikkeling van Parkhaven is een verkeersonderzoek uitgevoerd dat is opgenomen in bijlage 1 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Als gevolg van de inwerkingtreding van een nieuw verkeersmodel en gewijzigde uitgangspunten ten aanzien van programma en parkeerplaatsen is dit onderzoek voor de vaststelling van het bestemmingsplan geactualiseerd. Zie hiervoor ambtshalve

Datum 16 november 2022

Pagina 21 van 78

wijziging A7 van het raadsvoorstel. Uit zowel het oorspronkelijke als het geactualiseerde onderzoek blijkt dat de invloed van de ontwikkeling op de verkeersdrukte minimaal is. Er worden maximaal 650 woningen en 8.625 m2 niet wonen gerealiseerd, maar de auto - verkeerstoename is beperkt. Dat komt doordat nieuwe bewoners, werknemers en bezoekers verleid worden om gebruik te maken van de fiets en het openbaar vervoer. Het aanbod van parkeerplaatsen voor bewoners voldoet aan de gemeentelijke parkeernorm. Ook komt er een HOV-verbinding (hoogwaardig openbaar vervoer) tussen Centraal Station en Zuidplein, via de Maastunnel. Door een halte op korte loopafstand van Parkhaven hebben bewoners, werknemers en bezoekers een aantrekkelijk alternatief voor de auto. De halte wordt gerealiseerd voor oplevering van de eerste woningen. Het verkeersonderzoek geeft geen knelpunten aan in het Scheepvaartkwartier. Wel moet het kruispunt Westzeedijk – Parkhaven worden aangepast om het verkeer te kunnen verwerken. Dit wordt later uitgewerkt in een inrichtingsplan. In de beantwoording van zienswijze B2 wordt nader ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek. Parkhaven is slechts één van de ontwikkelingen in de verdichtingsopgave die de stad Rotterdam heeft. Met enkel infrastructurele maatregelen is die verdichting niet mogelijk. Vooral beleidsmaatregelen moeten leiden tot minder autogebruik.

De Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (RMA) geeft daar een eerste aanzet toe. Het laat zien hoe we met de juiste maatregelen een leefbare en bereikbare stad maken. Het Verkeerscirculatieplan (VCP) Binnenstad is een uitwerking daarop. Hierin is meer uitgebreid onderzocht welke infrastructurele projecten nodig zijn om de verdichtingsopgave te realiseren. Uit het VCP Binnenstad blijkt dat in de komende jaren het aantal autoritten van en naar de binnenstad sterk afneemt. Er wordt meer gelopen, gefietst en ook het gebruik van de het openbaar vervoer neemt fors toe. Vanwege het VCP Binnenstad is het niet nodig een apart VCP voor Parkhaven op te stellen. Het AFM systeem in de Maastunnel vloeit ook voort uit de RMA. Maatregelen die zijn genomen om de doorstroming en verkeersveiligheid op de Maastunnelcorridor te verbeteren hebben een effect op de doorstroming. Dat gebeurt wanneer het Adoptive Flow Management systeem (AFM-systeem) in werking treedt, een zelfregulerend systeem. Vrijwel ieder spitsuur is dat het geval. Op die momenten krijgt het verkeer gedoseerd toegang tot de Maastunnelcorridor om te voorkomen dat de snelheid van het verkeer onder de 15 km/h komt te liggen; dit is de minimale doorstroomsnelheid die in de Maastunnel vanwege veiligheid moet worden gerealiseerd. Als gevolg van de AFM-systeem ontstaan langere wachtrijen op de wegen naar de Maastunnel, waaronder de Westzeedijk.

De vertraging die hierdoor optreedt is kortdurend en komt vrijwel alleen voor tijdens spitsuren. De werking van het AFM-systeem wordt gemonitord. Er worden compenserende maatregelen getroffen om de verkeerssituatie te verbeteren, zoals door de Maastunnelcorridor in te richten met een nieuwe verbinding voor hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). Ter hoogte van Parkhaven is een HOV-halte voorzien. Het openbaar vervoer kan daardoor goed concurreren met de auto. Samenvattend kan gesteld worden dat de planontwikkeling niet leidt tot een onaanvaardbare verkeerssituatie. Met de in de zienswijzen naar voren gebrachte punten wordt reeds rekening gehouden. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 22 van 78

B2. Verkeerssituatie, onderzoek Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 21, 41, 52, 66, 72 (BOS), 75 (Rotterdam Leisure Group), 79 (Justion advocaten), 82 (Van der Linde beheer BV), 107. Samenvatting van de zienswijze Afgevraagd wordt welke ontwikkelingen in het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng zijn opgenomen. De uitbreiding van het Erasmus MC staat er bijvoorbeeld niet in en onduidelijk is of het project Little C wel is meegenomen of niet. Een afname van de verkeersbewegingen achten reclamanten onwaarschijnlijk, te meer omdat eerder is aangegeven dat de verkeersdruk in het Scheepvaartkwartier met 20% zou toenemen. Daarnaast is niet duidelijk welke cijfers worden gehanteerd en uit welke periode die afkomstig zijn. De cijfers van 2020 geven volgens reclamanten, vanwege de coronapandemie, een vertekend beeld. Uitgegaan dient te worden van de worst-case-scenario’s in een realistische situatie in het toeristische hoogseizoen. Gesteld wordt dat zowel de toename als de negatieve gevolgen van de toename in de verkeersafwikkeling (zoals de verkeersdoorstroming en de wachttijden bij de VRI’s) onvoldoende zijn onderzocht. Aanvullend wordt aandacht gevraagd voor de effecten van het ingestelde éénbaansverkeer in de Maastunnel en verminderde doorstroming van verkeer op de Westzeedijk.

Reactie Vooropgesteld is het goed te melden dat het verkeersonderzoek van het ontwerpbestemmingsplan is geactualiseerd. De voornaamste reden om het onderzoek aan te passen is het beschikbaar komen van een nieuw regionaal verkeersmodel. Zo voldoet het onderzoek aan de meest actuele uitgangspunten. In ambtshalve wijziging A7 stellen wij voor de resultaten te verwerken in het bestemmingsplan. Over de inhoud van het onderzoek het volgende. In het (geactualiseerde) onderzoek van Goudappel is o.a. rekening gehouden met de ontwikkeling van de Zalmhaventoren, Schiehaven Noord. Merwe-Vierhavens en omgeving Schiedamsedijk. Ook Little C is in het onderzoek opgenomen. De uitbreiding van het Erasmus MC is niet meegenomen in het onderzoek omdat deze nog onvoldoende concreet is om mee te nemen in het onderzoek. Wanneer de uitbreiding meer concreet is en de ruimtelijke procedure gestart wordt zal onderzoek gedaan worden naar de verkeerseffecten van de uitbreiding. In dat onderzoek wordt dan rekening gehouden met Parkhaven en alle bovengenoemde ontwikkelingen. Het geactualiseerde verkeersonderzoek maakt gebruik van het meest actuele verkeersmodel van de MRDH, versie 2.10. Dit model geeft inzicht in vervoersstromen voor verschillende vervoersmiddelen, motieven (bijvoorbeeld woon-werk), tijdsperioden en toekomstjaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=223d59f7-a228-4cd8-b525-15a89ba9461f