CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008329] Bijlage 5 behorende bij 22bb8327 - Nota zienwijzen Parkhaven

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 10 januari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting ontwerpbestemmingsplan Parkhaven31.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het model heeft voldoende detailniveau om ook op de grotere wegen op lokaal gemeentelijk niveau de vervoerstromen te beschrijven en effecten door te rekenen. Het model is daarmee zowel geschikt om te gebruiken door regionale partijen (de MRDH, provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf, vervoerbedrijven) als door de 23 gemeenten in de metropoolregio. Het verkeersmodel van de MRDH wordt door de provincie en de gemeenten gebruikt om beleid en bestemmingsplannen door te rekenen. Het is de geëigende en meest actuele onderlegger voor een verkeersonderzoek.

Datum 16 november 2022

Pagina 23 van 78

De uitkomsten van het onderzoek zijn kort samengevat als volgt.  In de huidige en autonome situatie (2030) is het autogebruik relatief hoog. De fiets wordt daarna het meeste gebruikt en ten slotte het OV. 

Realisatie van het project Parkhaven, uitgaande van het maximaal toegestane programma, (te weten 650 woningen en 8625m2 bov niet-wonen) geeft maximaal 1.600 extra autoritten per etmaal. Dit aantal is beperkt vanwege de ligging in het centrum en de mobiliteitsmaatregelen, die in het plan worden toegepast.

Op basis van dit nieuwe onderzoek blijkt dat het verkeer met name in noordelijke richting gaat/uit noordelijke richting komt. De conclusie van het eerdere onderzoek was dat het verkeer ook in oostelijke richting gaat/uit oostelijke richting komt, via de Parkkade. De conclusies van het nieuwe onderzoek zijn gunstiger voor het Scheepvaartkwartier.

Het autoverkeer van en naar het project Parkhaven gaat vooral van/naar het noorden, richting Parkhaven en Droogleever Fortuynplein. Dit betekent dat vooral het noordelijke deel, tussen de toegang van de noordelijke parkeergarage en het Droogleever Fortuynplein (ca 50 meter) drukker gaat worden. Hier wordt een verkeersgroei verwacht, waarbij de intensiteiten stijgen tot ca 6.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). Op de Parkhaven ten zuiden van de noordelijke parkeerplaats is de intensiteit van het autoverkeer (en de groei daarvan) lager (ca 3.700 mvt/etmaal) en passend bij een inrichting als verblijfsgebied. Op de Scheepstimmermanlaan wordt een lichte afname van verkeer verwacht.

Simulatie van de verkeersafwikkeling leert dat er in de toekomstige situatie in de avondpits wachtrijen van gemiddeld maximaal 100 meter op de Parkhaven kunnen vormen voor het Droogleever Fortuynplein. Deze zijn aanwezig in de ruimte tussen het Droogleever Fortuyn plein en de in- en uitgang van de noordelijke garage. Dit treedt op tussen 16.00 en 18.00 en wordt veroorzaakt door verkeer dat afkomstig is van de kantoorpanden in het Scheepvaartkwartier en die richting het Droogleever Fortuynplein rijden. Deze wachtrijen kunnen daarmee de in- en uitgang van de parkeergarage blokkeren en de wachtrij kan vervolgens terugslaan. Een dergelijke blokkade kan worden voorkomen met het aanbrengen van een kruis op het kruisingsvlak. En indien nodig aangevuld met een zogenaamd voorlicht. Dit voorlicht is alleen actief als lussen in de weg een ‘file’ voor het verkeerslicht bij de aansluiting van Parkhaven op het Droogleever Fortuynplein detecteren. Als een file gedetecteerd wordt springt het licht af en toe op rood zodat het verkeer uit de parkeergarage gedoseerd de Parkhaven op kan.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. B3. Verkeerssituatie, calamiteiten Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 39, 46 en 109. Samenvatting van de zienswijze De grotere verkeersintensiteiten in het gebied zullen een negatief effect hebben op de aanrijtijden van ambulances, politie- en brandweerauto's en andere hulpdiensten. Volgens reclamanten zal dit leiden tot een verlies van tijd in levensbedreigende situaties, waarin elke seconde telt. Al regelmatig rijden voertuigen van hulpverlenende diensten zich vast in het verkeer.

Datum 16 november 2022

Pagina 24 van 78

Reactie De gemeente Rotterdam stemt alle (bouw)ontwikkelingen en inrichtingsplannen voor de openbare ruimte af met de Veiligheidsregio Rotterdam (VRR) en daarnaast afzonderlijk met de verkeerspolitie. Eventuele opmerkingen van hen worden zo veel als mogelijk verwerkt in de plannen. Zoals in paragraaf 6.2 van de plantoelichting is beschreven, heeft de VRR aangegeven dat er geen relevante veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. B4. Verkeer, beleid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 39. Samenvatting van de zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is volgens reclamant in tegenspraak met de plannen van de gemeente Rotterdam om tot minder autoverkeer in de stad te komen. Dat beleid geldt onder meer voor de tunneltraverse en de toevoerwegen van de Maastunnel. Reactie Zoals in onze reactie onder B1 al is toegelicht, is het Rotterdamse verkeersbeleid er juist op gericht om de groei van de stad mogelijk te maken en de bereikbaarheid op peil te houden. Hiervoor verwijzen wij naar de RMA, het VCP binnenstad, de OV-visie 2040, Fietskoers en de Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets, gemeente Rotterdam 2020. Het totale verkeersbeleid leidt tot een lager autobezit en -gebruik.

Fietsen en OV-gebruik neemt toe, terwijl het autoverkeer van en naar de binnenstad de komende jaren verder afneemt. In de reactie onder B1 is ook aangegeven dat het project Parkhaven zeer beperkt invloed heeft op de verkeerssituatie. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. B5. Parkeren, algemeen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3, 4, 14, 15, 20, 21, 23, 26, 27, 30, 31, 41, 46, 58, 61, 66, 70, 71 (Euromast), 72 (BOS), 75 (Rotterdam Leisure Group), 79 (Justion advocaten), 82 (Van der Linde beheer BV), 83, 95, 100 (Shopping Centre Oriental), 102, 106 (New Ocean Paradise BV), 107 en 109. Samenvatting van de zienswijze In het plan wordt onvoldoende rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de toeristen en de klanten van de supermarkt die het gebied bezoeken. De 366 te realiseren parkeerplaatsen onder de gebouwen zullen bestemd zijn voor zowel de toekomstige bewoners van de appartementen als voor de toeristen, terwijl de 200 bestaande plaatsen op de kade allemaal zullen verdwijnen. Gesteld wordt dat een aantal van 366 parkeerplaatsen veel te weinig is en dat onduidelijk is waar ruimte wordt geboden voor een alternatief. Indien 200 parkeerplaatsen zijn bestemd voor de toeristen en bezoekers van het gebied, ongeveer een miljoen per jaar, dan blijven er 166 over voor de 650 woningen.

Gelet op het geplande segment is niet voorstelbaar dat een dergelijk groot aandeel van die woningen geen

Datum 16 november 2022

Pagina 25 van 78

autobezitter zal zijn. Aannemelijk is dat bezoekers elders in de wijk een parkeerplek zullen zoeken en dat leidt tot diverse vormen van overlast, aldus reclamanten. Reactie Het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor de nieuwe woningen en aanvullende functies volgt uit het gemeentelijk parkeerbeleid. Dat beleid is vastgesteld door de gemeenteraad en geldt voor alle Rotterdamse nieuwbouwprojecten. Het aantal parkeerplekken is afhankelijk van het programma (wonen en niet-wonen) en een aantal andere factoren, zoals de nabijheid van OV, de mogelijkheden voor dubbelgebruik en de aanwezigheid van deelauto’s. Het gemeentelijk parkeerbeleid uit 2018 is geactualiseerd in 2022. Op basis van het programma in het Masterplan Parkhaven resulteert dit in een parkeeropgave van minimaal 160 autoparkeerplekken (was 166 in het beleid uit 2018) en minimaal 2461 fietsparkeerplekken (was 3050 in het beleid van 2018). Daarboven op komen nog de 200 parkeerplaatsen die op de kade verdwijnen en die teruggebracht worden in de ondergrondse parkeergarage. Hierbij geldt dat 80 van de 200 parkeerplaatsen dubbel gebruikt worden voor bewoners en bezoekers van de bedrijven in de Parkhaven. Wij begrijpen de zorgen over het aantal parkeerplaatsen. Met de ontwikkelaar zijn daarom afspraken gemaakt over het realiseren van extra parkeerplaatsen zodat het dubbelgebruik geminimaliseerd wordt.

Er is overeengekomen dat er circa 440 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dubbelgebruik is hiermee niet of nauwelijks aan de orde. In totaal gaat het dus om minimaal 360 autoparkeerplaatsen en circa 440 parkeerplaatsen. In ambtshalve wijziging A12 stellen wij voor de toelichting hierop aan te passen. Bij het toetsen van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt het definitieve aantal parkeerplaatsen bepaald conform het geldende parkeerbeleid Hiervoor is een voorwaardelijke bepaling in het bestemmingsplan opgenomen (artikel 14). Zie ook B9. Omdat het aantal parkeerplaatsen nog niet definitief bepaald wordt in het bestemmingsplan is het onderliggende verkeersonderzoek gebaseerd op een maximum aantal parkeerplaatsen. Dit aantal van 515 is het aantal parkeerplaatsen dat voortkomt uit het nieuwbouwprogramma wanneer geen enkele reductiefactor uit het parkeerbeleid toegepast wordt (315 parkeerplaatsen), plus de 200 kadeparkeerplaatsen. Voorbeelden van reductiefactoren zijn de nabijheid van OV, dubbelgebruik van parkeerplaatsen en het aanbieden van deelmobiliteit. In de praktijk zal wel gebruik gemaakt worden van reductiefactoren omdat ingezet wordt op duurzame mobiliteit, bijvoorbeeld door het aanbieden van deelmobiliteit.

In de milieuonderzoeken, die gebaseerd zijn op het verkeersonderzoek, wordt daarmee eveneens uitgegaan van dit maximale aantal (of het worst case scenario genoemd). Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren. In ambtshalve wijziging A12 wordt voorgesteld het bestemmingsplan aan te passen op het maximum van 440 parkeerplaatsen. B6. Parkeeronderzoek Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 82 (Van der Linde beheer BV). Samenvatting van de zienswijze Het parkeeronderzoek dat in augustus 2019 is uitgevoerd kan niet als representatief worden aangemerkt. Het onderzoek is namelijk in de vakantietijd uitgevoerd en dan is het rustiger op de weg.

Datum 16 november 2022

Pagina 26 van 78

Verder wordt erop gewezen dat veel van de bedrijvigheid plaatsvindt in de avonduren, het tijdstip waarop de toekomstige bewoners doorgaans ook thuis zullen zijn. Ten onrechte is in de berekening van de parkeerbehoefte niet uitgegaan van de maximale invulling van het gebied (woningen en bedrijven). Reactie In het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng is een parkeerdrukmeting opgenomen (bijlage 1). Naast de parkeertellingen die in augustus 2019 zijn uitgevoerd, wordt in die bijlage ook ingegaan op de tellingen die in april 2019 zijn gedaan door Juurlink + Geluk. Er is dus op verschillende momenten in het jaar geteld. Uit beide tellingen komt hetzelfde beeld naar voren, namelijk dat de zaterdag- en zondagmiddagmaatgevend is voor de vraag naar parkeerplaatsen. En in de vakantieperioden geldt dit ook voor de doordeweekse dagen. Voor de parkeerbehoefte verwijzen wij naar onze reactie onder B5. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. B7. Parkeren, toeristenbussen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 15, 41, 46, 66, 71 (Euromast), 72 (BOS), 75 (Rotterdam Leisure Group), 79 (Justion advocaten), 80, 82 (Van der Linde beheer BV), 83, 102, 107 en 109 Samenvatting van de zienswijze In de planvorming is geen dan wel onvoldoende rekening gehouden met de in- en uitstapplekken voor touringcars.

Er wordt voorzien in slechts twee plekken voor bussen om kortstondig stil te staan en toeristen af te zetten, doch de bestemming Verkeer lijkt hiervoor onvoldoende ruimte te bieden. In het gebied zelf kan niet geparkeerd worden, al wordt in de plantoelichting aangegeven dat op termijn zal worden voorzien in de aanleg van twee parkeerplaatsen voor bussen elders. Onduidelijk is echter waar die parkeerruimte voor bussen wordt gerealiseerd, terwijl de huidige vijf parkeerplaatsen voor bussen verdwijnen. Verder dient in het nieuwe plan een keermogelijkheid voor touringcars opgenomen te worden. Tenslotte voorziet het plan ten onrechte niet in een waarborg dat er parkeerplaatsen voor bussen worden aangelegd. Gesteld wordt ook dat de gemeente, reeds voor de vaststelling van het bestemmingsplan in parkeerplekken voor bussen op een andere locatie in de directe nabijheid van de toeristische voorzieningen dient te zorgen. Reactie Met de groei van het toerisme groeit ook de parkeerbehoefte voor touringcars in Rotterdam. Om die reden wordt gewerkt aan nieuw gemeentelijk beleid voor het parkeren van touringcars. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan Parkhaven was het de verwachting dat dit nieuwe beleid in de loop van 2022 vastgesteld zou worden. Op basis van dit nieuwe beleid zou kunnen worden volstaan met twee opstelplekken voor touringcars.

Omdat er nog geen vastgesteld touringcar-beleid is en gelet op de punten die reclamanten in de zienswijzen naar voren hebben gebracht, zien wij aanleiding om het plan aan te passen. Langs de rijbaan van de Parkhaven handhaven wij voorlopig vier parkeerplaatsen voor touringcars, waarvan één voor het direct in- en uitstappen van buspassagiers. Daartoe is een zoekgebied aangewezen binnen de groenbestemming nabij de Euromast. Buiten het plangebied, langs de Parkkade, realiseren wij vier

Datum 16 november 2022

Pagina 27 van 78

extra parkeerplaatsen voor touringcars. In het bestemmingsplan ‘Scheepvaartkwartier’ is daar een verkeersbestemming opgenomen, waarbinnen de parkeerplaatsen passend zijn. Dit is een tijdelijke situatie totdat er stadsbreed een andere oplossing gevonden is. De routering blijft vooralsnog ongewijzigd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen: Verbeelding

Ontwerpbestemmingsplan

Voorstel (de aanduiding ‘sv-1’ is toegevoegd aan weerszijden van de weg Parkhaven)

Regels Aan artikel 5 (Groen), lid 1 wordt na sub ‘f’ een nieuw sub toegevoegd, luidende: ‘ten hoogste vier parkeerplaatsen voor touringcars, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer -1’. Toelichting In paragraaf 3.3 wordt aangegeven dat in het plangebied vier parkeerplaatsen voor touringcars komen en dat in de directe nabijheid van het plangebied, namelijk aan de Parkkade, eveneens vier parkeerplaatsen voor touringcars worden aangelegd. B8. Parkeervoorzieningen, huidige- en nieuwe situatie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 82 (Van der Linde beheer BV), 83, 100 (Shopping Centre Oriental) en 106 (New Ocean Paradise BV).

Datum 16 november 2022

Pagina 28 van 78

Samenvatting van de zienswijze Reclamanten verwachten dat de parkeerproblematiek groter zal worden dan is voorzien in het ontwerpbestemmingsplan. Naast de toeristen en bezoekers van de voorzieningen aan de Parkhaven maken ook bezorgers, ondersteunende diensten en personeel van de bedrijven aan en langs de Parkhaven al decennialang gebruik van de bestaande parkeergelegenheid. Klanten van de supermarkt komen juist omdat die goed bereikbaar is en omdat er voldoende parkeergelegenheid is op korte afstand. Hiermee is onvoldoende rekening gehouden. In de avonduren en in het weekend zijn die parkeerplaatsen bijna volledig bezet, aldus reclamanten. Met de planontwikkeling zullen die parkeerplaatsen verdwijnen, terwijl niet wordt voorzien in een reëel alternatief. De parkeergarage zal niet geschikt zijn voor winkelwagens. Er dient te worden voorzien in een in-/uitgang aan de zijde van de Parkhaven. Verder wordt gevraagd om een garantie dat de parkeervergunningen behouden blijven aangezien die belangrijk zijn voor het personeel van de supermarkt. Reactie Zoals in onze reactie onder B5 is aangegeven realiseert de ontwikkelaar extra parkeerplaatsen om het dubbelgebruik zo veel mogelijk te voorkomen. Er worden circa 440 parkeerplaatsen gerealiseerd (en minimaal 360). Wij gaan er van uit dat zo goed tegemoetgekomen wordt aan de wensen van de reclamanten.

Bij het opstellen van het inrichtingsplan voor de buitenruimte wordt de toegankelijkheid van de supermarkt nader uitgewerkt. Wat betreft de bezorgers, ondersteunende diensten en de bevoorrading van de voorzieningen wordt erop gewezen dat wij mede hiervoor de planregeling aanpassen. Zoals in onze reactie onder A9 is gesteld, wordt in artikel 5.1 van de planregels opgenomen dat toegangswegen- en paden voor voorzieningen in de Parkhaven evenals laad- en losruimtes zijn toegestaan. Hiervoor wordt nog een inrichtingsplan voor de buitenruimte opgesteld. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. B9. Parkeren, voorwaardelijke verplichting Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze Reclamant acht de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting voor het parkeren onzeker, onduidelijk en onjuist geformuleerd. Omdat de geplande parkeervoorziening volgens reclamanten onvoldoende zal zijn voor de totale parkeerbehoefte, is het van belang dat die verplichting op een correcte wijze wordt geformuleerd. Daar komt bij dat met het ontwerp alle bestaande maaiveld parkeerplaatsen worden wegbestemd. Oftewel, er kan een situatie ontstaan waarin de bestaande parkeerplaatsen worden verwijderd voordat er een omgevingsvergunning voor de woningen wordt aangevraagd.

De voorwaardelijke verplichting is daarmee zonder betekenis voor zover die betrekking heeft op de parkeerplaatsen voor de toeristische attracties in het gebied. Reactie In het bestemmingsplan moeten de parkeernormen goed geborgd worden. De gemeenteraad heeft daarbij de vrijheid om de borging te realiseren door in de planregels te verwijzen naar het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij behorende parkeernormen. Er worden geen aantallen parkeerplekken opgenomen. In de planregel wordt vastgelegd dat bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het

Datum 16 november 2022

Pagina 29 van 78

verlenen van een omgevingsvergunning, de regel geldt dat ‘voldoende parkeergelegenheid’ wordt gerealiseerd. Vervolgens wordt in het parkeerbeleid uitgewerkt wanneer sprake is van voldoende parkeergelegenheid. De mogelijkheid om in de planregels een dynamische verwijzing naar het parkeerbeleid op te nemen wordt geboden door artikel 3.1.2 lid 2 onder a van Besluit ruimtelijke ordening, waarbij wordt opgemerkt dat op grond van jurisprudentie het toepassen van een dynamische verwijzing is toegestaan (ECLI:NL:RVS:2015:2837) als deze voldoende duidelijk in de betreffende planregel tot uitdrukking wordt gebracht (ECLI:NL:RVS:2016:1136).” Om zorg te dragen dat de 200 parkeerplekken die er nu op de kade zijn daadwerkelijk worden gerealiseerd onder de nieuwbouw wordt de voorwaardelijke bepaling parkeren verbreed. Naast de hierboven genoemde dynamische verwijzing naar het vigerend gemeentelijke parkeerbeleid wordt een extra verplichting toegevoegd. Expliciet wordt nu opgenomen dat er de ca 200 bestaande parkeerplekken op de kade worden gecompenseerd in de ondergrondse parkeergarage. Voor de tijdelijke situatie tijdens de bouwfase geldt dat het parkeren zoveel mogelijk op de Parkhaven gehandhaafd blijft. Vanwege de aanleg van de tijdelijke ontsluitingsweg kunnen niet alle ca 200 parkeerplaatsen daar gehandhaafd blijven. Daarom zal tijdelijk de Parkkade hierbij worden betrokken.

Zodra een ondergrondse parkeergarage in gebruik genomen kan worden, zal de parkeermogelijkheid op de kade daarop worden aangepast. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen. Verbeelding

Ontwerp

Voorstel (ter plaatse van de noordelijke parkeergarage wordt de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1' toegevoegd)

Regels

Datum 16 november 2022

Pagina 30 van 78

Artikel 14 Voorwaardelijke verplichting over parkeren wordt als volgt aangepast: 1. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de 'Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. Indien dit beleid wordt gewijzigd of herzien, wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning getoetst aan het op dat moment geldende beleid. 2. Autoparkeren voor gebruikers van de voorheen bestaande parkeerplaatsen aan de Parkhaven a. In aanvulling op het aantal te realiseren parkeerplaatsen dat volgt uit het parkeerbeleid als bedoeld in het eerste lid, geldt dat de omgevingsvergunning(en) voor de gebiedsontwikkeling aan weerszijden van de Euromast, al dan niet gefaseerd, uitsluitend verleend kunnen worden indien ter plaatse van de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1’ voorzien wordt in minimaal 200 parkeerplaatsen voor autoparkeren voor gebruikers van de voorheen bestaande parkeerplaatsen aan de Parkhaven; b.

Indien in de omgevingsvergunning voor de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1’ uitgegaan wordt van minder dan 200 parkeerplaatsen als hiervoor bedoeld onder lid 2, sub a, dan dient door indiener aangetoond te worden dat de resterende parkeerplaatsen elders binnen de gronden met de aanduiding ‘parkeergarage’ worden gerealiseerd; 3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 14, lid 2, sub dient bij een volgende aanvraag voor een omgevingsvergunning in acht te worden genomen dat 200 parkeerplaatsen of zoveel minder dan al voorzien is op de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer parkeergarage 1’, voorzien wordt binnen de gronden met de aanduiding ‘parkeergarage’. B10. Parkeren, Baden Powelllaan Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 87. Samenvatting van de zienswijze Reclamant stelt dat er regelmatig parkeerdruk zal ontstaan, bijvoorbeeld als er feesten met veel bezoekers zijn. Verwacht wordt dat vrij snel duidelijk zal zijn dat er voldoende parkeergelegenheid is op de Baden Powelllaan in Het Park. De parkeervakken zijn hier meestal grotendeels leeg. Dat is positief, want op veel autoverkeer in Het Park zit niemand te wachten. Echter, door de ontwikkeling zal de Baden Powelllaan een aanzuigende werking hebben op parkerende auto’s voor de nieuwbouw.

De nieuwe looppaden tussen de Parkkade en Het Park maken het een zeer aantrekkelijke parkeergelegenheid op korte afstand. Meer autoverkeer in Het Park kan echter niet de bedoeling zijn. Voorgesteld wordt om de Baden Powelllaan af te sluiten voor normaal autoverkeer. Daarmee wordt het gehele Park een groter wandelgebied, inclusief de Baden Powelllaan die nu nog een autoweg is. Met een dergelijke maatregel zou ook direct de gebruikswaarde van Het Park toenemen, wat een mooie compensatie is voor het bebouwen van de groenstrook bij de Euromast. Reactie Gelet op de punten die reclamant aanvoert, begrijpen wij dat reclamant het voorstel doet om de Baden Powelllaan af te sluiten voor normaal autoverkeer. De Baden Powelllaan ligt echter buiten het plangebied en is ook niet relevant voor de ontwikkeling van Parkhaven. Voor het afsluiten van de Baden Powelllaan zal, indien daartoe besloten zou worden, een eigen procedure doorlopen worden.

Datum 16 november 2022

Pagina 31 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen B11. Parkeren toekomstige eigenaren Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 37. Samenvatting van de zienswijze Afgevraagd wordt of toekomstige eigenaren de mogelijkheid krijgen om een parkeerplaats te kopen. Dat zou als los kadastraal object kunnen. Overige plaatsen zouden via een bewonersvergunning, abonnement of per tijdseenheid kunnen, aldus reclamant. Reactie Bij de nadere uitwerking van het bouwplan en voor de daarop aansluitende omgevingsvergunningaanvraag moet duidelijk zijn hoe de verdeling tussen collectieve en priveparkeerplaatsen gaat worden. Dan zal ook duidelijk worden of de ontwikkelcombinatie toekomstige woningeigenaren de mogelijkheid biedt om een parkeerplaats te kopen. Momenteel wordt voorzien dat de zuidelijke parkeergarage voor prive-gebruik (koop en vergunningen) wordt en dat de collectieve parkeerplekken in de noordelijke garage gelokaliseerd worden. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Datum 16 november 2022

Pagina 32 van 78

C. Stedenbouw

C1. Bebouwing Parkhavenstrook Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 7 t/m 9, 14, 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18, 23 t/m 25, 28, 30, 31, 34, 36, 40, 43, 44, 46, 49, 50, 52, 55, 60, 61, 63, 64, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68 t/m 70, 72 (BOS), 73, 76, 77, 79 (Justion advocaten), 81, 83 t/m 85, 88 t/m 90, 94, 95, 99, 102, 104, 107 en 109. Samenvatting van de zienswijze De voorgenomen ontwikkeling heeft tot gevolg dat de groene Parkhavenstrook, een belangrijke plek langs het water waar de koelte opgezocht kan worden, verloren gaat. Daarmee tast de ontwikkeling de directe leefomgeving aan van alle inwoners van het centrum. Rotterdam heeft adem nodig en Het Park fungeert hierbij als een groene long voor het centrum. Daarnaast wordt het openbare karakter van Het Park ondermijnd met de particuliere woningen. Ook de greens kunnen particulier terrein worden, zullen een vertuind karakter krijgen en zullen op grond van civielrecht worden afgesloten voor publiek. Gesteld wordt verder dat het ‘stedelijk fundament’ voor deze ontwikkeling uiterst dun is. Het is immers nooit de bedoeling geweest om Het Park te omsluiten met stedelijke wanden.

Er zou vanuit een ‘urban attitude’ benadering gewerkt moeten worden: een methode of houding om recht te doen aan wat de stad aan kwaliteiten herbergt en hoe voorgestelde projecten daaraan kunnen bijdragen. Door één van de reclamanten is een alternatieve ontwikkeling voorgesteld bestaande uit slechts drie torens in het plangebied. Reactie Met de vaststelling van het Masterplan Parkhaven in februari 2021 is besloten om de gronden van het plangebied te ontwikkelen met 650 woningen en om een aantrekkelijke buitenruimte te realiseren. In het Masterplan Parkhaven wordt uitvoerig onderbouwd dat en waarom het stedenbouwkundig gezien aanvaardbaar kan worden geacht om deze gronden te benutten voor de ontwikkeling van de stad. Het Masterplan zoals vastgesteld door de gemeenteraad vormt de onderlegger voor dit bestemmingsplan. Een alternatieve ontwikkeling met drie torens is daardoor niet aan de orde, maar wij danken de reclamant voor het meedenken. Zoals in de reactie onder A7 is aangegeven, wordt het aantal bomen en het aantal m2 groen van de bestaande parkhavenstrook gecompenseerd in het nieuwe inrichtingsplan voor de buitenruimte (inclusief de groene daken). Dat kan doordat het parkeren niet langer op de kade van de Parkhaven gebeurt, maar in de ondergrondse parkeergarages wordt opgelost.

Gelet op de uitgangspunten van zowel het Masterplan Parkhaven als dit bestemmingsplan, kan niet gesteld worden dat de groene Parkhavenstrook verloren gaat. De gronden van het plangebied krijgen ten opzichte van de huidige situatie juist meer gebruikswaarde, voor alle inwoners en bezoekers van Rotterdam. De greens worden geen particulier terrein met een vertuind karakter, de greens zijn 24 uur per dag openbaar terrein. Wat betreft het bezwaar dat het openbare karakter van Het Park wordt ondermijnd met particuliere woningen, wordt erop gewezen dat de planontwikkeling plaatsvindt buiten Het Park, ten westen van het Maastunneltracé.

Datum 16 november 2022

Pagina 33 van 78

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C2. Uitloop van Het Park Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 1, 4, 5, 7, 8, 10 t/m 12, 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18, 21, 23 t/m 25, 28, 31, 36, 48, 50, 51, 55, 58, 59, 63, 64, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 70, 73, 77, 78, 83, 84, 88, 90, 91, 93, 98, 99, 105, 107 t/m 109. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten stellen dat de vrije uitloop van Het Park naar het water van de Parkhaven behouden moet blijven. Ook de gemeente Rotterdam heeft aangegeven dat een vrije uitloop van Het Park naar het water van de Parkhaven belangrijk te vinden. De voorgenomen ontwikkeling zal deze doorgang niet verbeteren, ook al staat in het ontwerpbestemmingsplan dat dit wel zo is. Verder stellen meerdere reclamanten voor om de strook langs de kade geheel groen in te richten en daarmee toe te voegen aan Het Park. Reactie In paragraaf 3.3 van de plantoelichting is aangegeven dat de functie van de kade zal veranderen van verharding en parkeren naar groen, met ruimte voor fietsers, voetgangers en expeditie voor boten. Door het verplaatsen van het parkeren naar de ondergrondse parkeergarage komt ruimte vrij voor langzaam verkeer. Aan de oostelijke zijde wordt een voetpad in het groen gelegd.

Deze openbare route komt uit bij een nieuwe overbrugging op maaiveldhoogte vlakbij de Euromast. Met deze route voor voetgangers en fietsers zal Het Park goed worden verbonden met de Parkhaven. Tussen de groene kade en het pad aan de parkzijde worden verder koppelingen gemaakt, zoals de verbindingen op de koppen van het gebied en bij de Euromast. Tenslotte worden tussen de gebouwen ‘greens’ aangelegd om de relatie tussen Het Park en de kade te versterken. Deze blijven 24/7 openbaar toegankelijk. Gesteld kan worden dat de uitloop van Het Park naar het water van de Parkhaven behouden blijft en ook zal verbeteren. Daarnaast zal de strook langs de kade groen worden ingericht. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C3. Bouwhoogte Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 9, 14, 66, 81, 89, 102 en 107. Samenvatting van de zienswijze De toegestane bouwhoogte is veel te hoog, twee tot vier keer hoger dan de zogenaamde Rotterdamse laag. Door die hoogte zal de nieuwbouw overheersen en kijken omwonenden tegen veel (te) hoge gebouwen aan. Er zal sprake zijn van wandvorming. Reactie De in het bestemmingsplan Parkhaven opgenomen bouwhoogten zijn gebaseerd op het Masterplan Parkhaven. In het masterplan is in verschillende paragrafen op de bouwhoogte van de ontwikkeling ingegaan. Zo is in paragraaf 5.1 het volgende gesteld:

Datum 16 november 2022

Pagina 34 van 78

“De bebouwing is relatief laag ten opzichte van vergelijkbare locaties in Rotterdam. Behalve een hoogteaccent van 70 meter aan het Droogleever Fortuynplein is er geen sprake van hoogbouw. De Euromast torent, in contrast met de nieuwe gebouwen, fier boven het ensemble uit. Ter plaatse van de Euromast wijken de gebouwen. De Euromast staat in een royale, gastvrije en groene ruimte tussen kade en park. Hiermee krijgt de Euromast de bijzondere plek die hij verdient als ‘icoon van de stad’.” Meer specifiek is over de bouwhoogte in paragraaf 5.7 van het masterplan de volgende motivering opgenomen: “De gebouwhoogten variëren tussen minimaal 25 en maximaal 35 meter. Op deze regel zijn twee uitzonderingen: - Aan het Droogleever Fortuynplein komt een toren van maximaal 70 meter hoog. - Er zijn 2 accenten van maximaal 45 meter hoog ten zuiden van de Euromast. Het middendeel van de gebouwen eindigt onder de hoogte van de ‘scheepsbrug’. Deze beëindiging is in feite de goothoogte van de gebouwen. De goothoogte-lijn varieert, waardoor deze informeel en als ‘dansend’ ritme wordt ervaren. De maximale bouwhoogte is altijd inclusief de benodigde dakopbouwen, zoals installaties en liften. Een uitzondering hierop vormen de trappenhuizen die toegang bieden tot de daktuinen. Deze mogen maximaal 3 meter hoog zijn en 15 m² groot. Vanaf de goothoogte beginnen de toppen van de gebouwen.

De toppen wijken ten opzichte van de middenbouw terug, doormiddel van setbacks. De setbacks zijn fors, en kunnen worden gebruikt als royale groene terrassen. De setbacks verschillen per verdieping en per gebouw. Zo zullen de toppen niet systematisch ogen, maar krijgt elke ‘sculptured top’ een eigen logica en karakter. De toppen sluiten qua beeld aan bij de onderliggende gebouwen. - Het gebouwdeel direct ten zuiden van de Euromast blijft lager dan de ‘Scheepsbrug’. Dit borgt het uitzicht op rivier en havens. Wij zijn van mening dat voor de toegestane bouwhoogte een gedegen stedenbouwkundige motivering is gegeven. Er is voor ons dan ook sprake van een aanvaardbare bouwhoogte, aan het belang van een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. Tenslotte zal, anders dan reclamanten verwachten, geen wandvorming optreden omdat de gebouwen ruim van elkaar worden gescheiden. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C4. Advies welstand Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 72 (BOS) en 79 (Justion advocaten) Samenvatting van de zienswijze Reclamanten hebben begrepen dat de commissie voor Welstand en Monumenten een advies heeft gegeven over de ontwikkeling, nadat de dienst Stadsontwikkeling hier in september 2020 om had verzocht.

Uit publieke uitlatingen leiden reclamanten af dat de commissie een negatief advies heeft gegeven.

Datum 16 november 2022

Pagina 35 van 78

Reactie Ten behoeve van het Masterplan Parkhaven is in het najaar van 2020 informeel overleg geweest met de commissie voor Welstand en Monumenten. In dat overleg is een aantal op- en aanmerkingen op de voorgenomen ontwikkeling gegeven en die hebben ook tot wijzigingen van het Masterplan geleid. Vervolgens is het Masterplan Parkhaven op 18 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Vanzelfsprekend wordt de commissie voor Welstand en Monumenten om advies gevraagd wanneer een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ wordt aangevraagd. Als toetsingskader voor de commissie voor Welstand en Monumenten geldt de zogenaamde Welstandsparagraaf. Tegelijk met het bestemmingsplan en de grondexploitatie wordt deze aan het college voorgelegd. De commissie Welstand heeft een positief advies gegeven op de paragraaf. Na vaststelling door het college wordt deze ter inzage gelegd en kan een ieder zijn mening geven. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C5. Langzaam verkeer Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze In het ontwerpbestemmingsplan is over de Maastunnel, die een bestemming Verkeer heeft gekregen, een functieaanduiding opgenomen voor een brug voor langzaam verkeer. Die functieaanduiding is echter niet weergegeven op de aangrenzende bestemming Groen.

Onduidelijk is of de riante loopbrug past binnen de bestemming Groen, terwijl reclamant een dergelijke loopbrug van belang acht voor de (bereikbaarheid van de) ondernemingen in het gebied. Tevens is de loopbrug van belang voor de hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting van het gebied. Reclamant vindt dan ook dat de loopbrug moet worden opgenomen in de beleidsregel Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit teneinde te garanderen dat de loopbrug overeenkomstig het Masterplan wordt gerealiseerd. Reactie In artikel 6.1 onder d van de planregels is bepaald dat de voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor een brug voor langzaam verkeer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘brug’. Met die regeling is de loopbrug daar toegestaan. Gelijk zoals reclamant aangeeft, is die functieaanduiding beperkt tot de gronden met een bestemming Verkeer, al is in artikel 5.1 onder a van de planregels bepaald dat de voor Groen aangewezen gronden bestemd zijn voor groenvoorzieningen met bijbehorende voet- en fietspaden en watergangen. Om onduidelijkheid over de toelaatbaarheid van de loopbrug in de bestemming Groen te voorkomen, zal de functieaanduiding ‘brug’ in de bestemming Groen worden opgenomen.

Wat betreft het verzoek van reclamant om de loopbrug vast te leggen in de beleidsregel Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit, teneinde te garanderen dat de loopbrug overeenkomstig het Masterplan Parkhaven wordt gerealiseerd, merken wij op dat de exacte ligging en vormgeving van de loopbrug niet zijn uitgewerkt in het masterplan. In het bestemmingsplan is dan ook enige flexibiliteit voor de overbrugging opgenomen, zodat er voldoende ruimte is voor een nadere uitwerking. Na vaststelling van het bestemmingsplan zal de gemeente alle belanghebbenden, waaronder reclamant, bij het proces van die uitwerking betrekken. Gelet hierop zien wij geen aanleiding

Datum 16 november 2022

Pagina 36 van 78

om de realisatie van de loopbrug al vast te leggen in de beleidsregel Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze deels gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen: Regels Artikel 5 (Groen), lid 1 wordt aangevuld met ‘een brug voor langzaam verkeer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘brug’. Verbeelding Op de verbeelding wordt in de bestemming Groen een aanduiding ‘brug’ opgenomen:

Ontwerpbestemmingsplan

Voorstel

C6. Loopbrug, niet wenselijk Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 83. Samenvatting van de zienswijze Ondanks dat de gemeente het heeft over het herbouwen van de bestaande brug, biedt het ontwerpbestemmingsplan nog de ruimte voor een 25 meter brede overkluizing. Dit is niet wenselijk met het oog op de monumentale waarde van de Maastunneltraverse. Maar ook omdat deze overkluizing geen enkel doel dient. Voor een gelijkvloerse toegang tot Het Park is desgewenst 100 meter verderop een (vele malen goedkopere) doorsteek over de tunnelbuis mogelijk. In Het Park zelfbelemmert een waterpartij de doorgang naar het midden van Het Park en is slechts toegang over de hoeken mogelijk. De mogelijkheden om de directe doorgang van Euromast naar Het Park te verbeteren zijn dus sowieso beperkt, overkluizing of niet. Het is daarom niet wenselijk dat de mogelijkheid voor een 25 meter brede overkluizing in het bestemmingsplan wordt opgenomen. Reactie In de bestemming Verkeer is een functieaanduiding ‘brug’ opgenomen om een nieuwe brug voor voetgangers en fietsers te realiseren. Weliswaar is de op de planverbeelding weergegeven functieaanduiding ‘brug’ 25 meter breed, maar het profiel voor zowel een fietspad als een ruim voetpad

Datum 16 november 2022

Pagina 37 van 78

zal niet meer zijn dan 12 meter. Omdat de exacte locatie van de brug nog niet vaststaat, is ervoor gekozen om in het plan enige flexibiliteit op te nemen. Tot slot verwijzen wij naar onze reactie onder C2, waarin is toegelicht dat de brug mede dient om de verbinding tussen Het Park en de Parkhavenkade te versterken. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C7. Uitzicht en lichtvervuiling Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 4, 8, 9, 14, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 26 t/m 28, 51, 63, 66, 70, 76, 78, 81, 83, 85, 89, 90, 91, 102, 104 en 107. Samenvatting van de zienswijze Door de ontwikkeling van het plan komt het vrije uitzicht vanuit de appartementen aan de overzijde geheel te vervallen. In plaats van het huidige zicht op het groen en het park zal er tegen de hoge bebouwing aangekeken worden. Er is geen rekening gehouden met de zichtlijnen vanuit de Müllerpier op de stad. Ook de bezoekers van het park zullen zich omringd voelen door de nieuwbouw met ’s avonds lichtvervuiling. De gebruikte sfeerimpressies en beelden van de impact op Het Park zijn misleidend. Reactie De planontwikkeling zal een effect hebben op het uitzicht dat nu wordt ervaren vanuit de appartementen aan de overzijde (de Müllerpier).

Op grond van vaste rechtspraak kan echter gesteld worden dat in Nederland geen recht op vrij uitzicht bestaat. Daarnaast merken wij op dat het bestemmingsplan geen aaneengesloten bebouwing, maar uitsluitend losse bebouwing mogelijk maakt. De bestemmingsvlakken voor Wonen worden namelijk aan alle zijden omrand door een in breedte variërende bestemming Groen, de zogenaamde Greens. Ter plaatse van de Euromast is de open groenzone zelfs 105 meter breed. Daarmee is gegarandeerd dat er geen wandvorming zal ontstaan en dat er vanaf de Müllerpier doorzichten zullen zijn. Bovendien is de bebouwing relatief laag en afgestemd op onder andere de bebouwing op de Müllerpier, er komt geen hoogbouw. Wij zijn dan ook van mening dat het verlies van (vrij) uitzicht beperkt en alleszins aanvaardbaar is in een stedelijke omgeving. De nieuwe bebouwing in het plangebied zal in de avond licht uitstralen op de aansluitende delen van Het Park. Of en in welke mate de bezoekers van Het Park hiervan hinder ervaren kan, anders dan reclamanten betogen, niet algemeen gesteld worden. Voor de lichtuitstraling van de appartementen op het openbaar groen gelden geen normen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C8. Bezonning Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 101.

Samenvatting van de zienswijze Reclamant vraagt zich af of een onderzoek naar de bezonning van Het Park is uitgevoerd. Gesteld wordt dat extra schaduwwerking door de nieuwe bebouwing onwenselijk is op een plek waar

Datum 16 november 2022

Pagina 38 van 78

Rotterdammers uitrusten en recreëren, dat ook na werk als de zon lager staat. Aangezien er recreatie plaatsvindt na de reguliere werktijden zorgt de bebouwing direct voor een inperking van de recreatietijd. Reactie Ten behoeve van het Masterplan Parkhaven is onderzoek gedaan naar de schaduwwerking van de planontwikkeling op Het Park (zie pagina 68 van het Masterplan). Hieruit blijkt het volgende. In de zomer blijft de schaduw beperkt tot de Parkhavenstrook zelf, en valt dus niet in Het Park. Ook halverwege het jaar (21 maart en 21 september) geeft de bebouwing nauwelijks schaduw in Het Park. Uitsluitend de toren aan de noordzijde op de kop geeft schaduw vanaf 15.00 uur in de middag halverwege het jaar. In de winter geeft de bebouwing wel schaduw in Het Park. Dit is grotendeels op plekken waar nu bomen en of vegetatie staan. De grote open plekken in Het Park worden niet geraakt. Op basis van deze resultaten zijn wij van mening dat er geen inperking van recreatietijd optreedt. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. C9. Beleidsregel hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze In de plantoelichting wordt grote waarde gehecht aan het feit dat moet worden voldaan aan de beleidsregel ‘Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting’.

Die beleidsregel bevat echter, net als de planregel, veel open normen. Reclamanten vragen zich af of de normen uit het ontwerp daarmee wel voldoende objectief begrensd zijn. Verder zien reclamanten niet in hoe deze regels ervoor zorgen dat de Euromast als rijksmonument niet wordt aangetast door de ontwikkeling. Het kader uit de beleidsregel kan namelijk niet voorkomen dat het project grote impact heeft op de omgeving en daarmee op de markante vrije ligging van de Euromast. Gesteld wordt dat het plan onvoldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarden. Reactie De beleidsregel Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting bevat verschillende uitgangspunten waaraan de nieuwe bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte dienen te voldoen. Die uitgangspunten moeten gezien worden als een aanvulling op de ‘harde’ bepalingen die in de planregels en door middel van de verbeelding van het bestemmingsplan zijn vastgelegd. De bepalingen in de planregels en de verbeelding borgen de zaken met de meeste ruimtelijke impact, zoals de positionering van de bouwblokken, de toegestane functies en de bouwhoogte. In de regels en verbeelding is geen sprake van open normen, maar is de ontwikkeling nauwkeurig vastgelegd.

Gewezen wordt op de te bebouwen gronden (vastomlijnd door middel van bouwvlakken) en de maximum bouwhoogte uitgedrukt in meters, waarbij bovendien de set backs precies zijn vastgelegd (in vijf bouwvlakken). Door de strakke bouwvlakken is ook de afstand tot en de open ruimte rondom de Euromast vastgelegd. De planregeling voor zowel de bouwhoogte als de positionering van de nieuwbouw zorgt er dus voor dat de nieuwbouw wordt gerealiseerd conform het Masterplan Parkhaven. Het is belangrijk de hierboven genoemde zaken nauwkeurig vast te leggen in de regels en verbeelding, voor andere onderdelen van de ontwikkeling met minder ruimtelijke impact dienen de ‘beleidsregels’. De beleidsregels hebben een bredere reikwijdte dan wat normaal in een bestemmingsplan geregeld kan worden. Zo zijn ook regels opgenomen over de beeldkwaliteit, de inrichting van de openbare ruimte

Datum 16 november 2022

Pagina 39 van 78

en de geveloriëntatie. Dit soort randvoorwaarden leent zich niet voor een regeling met harde normen, mede omdat bepaalde zaken op dit moment nog niet tot in detail zijn uitgewerkt. De exacte uitwerking is pas bekend wanneer het bouwplan vergund wordt. Op dat moment wordt getoetst aan de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de beleidsregel Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting. Wij zijn van mening dat de inhoud van die beleidsregel, evenals de wijze waarop de uitgangspunten zijn beschreven, voldoende kaderstellend zijn om aanvragen voor een omgevingsvergunning aan te toetsen. De afweging welke invloed het project heeft op de omgeving en of het project rekening houdt met cultuurhistorische waarden is reeds in het kader van het Masterplan gemaakt. Het bestemmingsplan is de juridisch-planologische vertaling van het Masterplan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 40 van 78

D. Omgevingsaspecten

D1. Luchtkwaliteit Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3 t/m 6, 8, 11, 12, 14, 20, 26, 30, 33, 36, 38, 39, 41, 46, 54, 66 t/m 70, 72 (BOS), 78, 79 (Justion advocaten), 80, 83 t/m 85, 90, 91, 101, 102 en 107. Samenvatting van de zienswijze De voorgenomen ontwikkeling zal op verschillende manieren bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en zodoende de volksgezondheid aantasten. De hoeveelheid verkeer zal toenemen en dat heeft negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een toename van het verkeer leidt namelijk ook tot meer uitstoot van stikstof, fijnstof en roet in de reeds vervuilde omgeving rondom de Maastunnel. In het tunneltracé worden al regelmatig de Nederlandse-, Europese- en zeker de WHO normen overschreden. Opgemerkt wordt verder dat de uitstoot van de scheepvaart (passerende schepen) in het onderzoek naar luchtkwaliteit ontbreekt. Enkele reclamanten vragen zich af waarom de gemeente Rotterdam geen strengere normen hanteert dan de wettelijke kaders voor luchtkwaliteit. Het windtunnelonderzoek (luchtkwaliteit) heeft de status concept en het is niet duidelijk waarom er alleen gemeten is bij de tunnelmond bij dit onderzoek. De gemeten waarden benaderen de grenswaarden en zijn hoger dan de WHO normen van 10 ug/m³. Er is geen verwijzing gedaan naar de GGD richtlijn luchtkwaliteit.

Reactie Bij het milieuaspect ‘luchtkwaliteit’ zijn twee dingen relevant: de effecten van de ontwikkeling op de bestaande luchtkwaliteit (treedt er een verslechtering op) en de effecten van de bestaande luchtkwaliteit op de voorgenomen ontwikkeling (is er sprake van een goed woon- en leefklimaat). Over de effecten van de ontwikkeling op de bestaande luchtkwaliteit het volgende. In paragraaf 4.4 van de plantoelichting is toegelicht dat het wettelijk kader voor luchtkwaliteit bestaat uit de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer) en het Besluit NIBM (algemene maatregel van bestuur ‘niet in betekenende mate’). Hier is gemotiveerd dat de ontwikkeling van Parkhaven aangemerkt kan worden als ’Niet in betekenende mate’, zodat nader onderzoek naar de effecten van de gebiedsontwikkeling op de bestaande luchtkwaliteit niet nodig is. Voor de effecten van de bestaande luchtkwaliteit op de ontwikkeling is het genoemde windtunnelonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geactualiseerd omdat het onderliggende verkeersonderzoek ook geactualiseerd is. Ook was er op het moment van terinzagelegging nog onduidelijkheid over de te hanteren gegevens om de uitstoot van de scheepvaart mee te wegen in het onderzoek. De uitstoot van de scheepvaart is nu wel meegewogen.

In het onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de gevels van de beoogde gebouwen in alle jaren voldaan wordt aan alle luchtkwaliteitseisen in de Wet milieubeheer. Inzake luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor het gebruik van de beoogde gebouwen voor woningen. Via een ambtshalve wijziging stellen wij voor het bestemmingsplan aan te passen op het geactualiseerde onderzoek. Het onderzoek zal bij het vastgestelde bestemmingsplan gevoegd worden.

Datum 16 november 2022

Pagina 41 van 78

Wij begrijpen dat reclamanten zich zorgen maken om de luchtkwaliteit in Rotterdam, maar het uitgevoerde onderzoek wijst uit dat aan alle wettelijke normen ten aanzien van luchtkwaliteit voldaan wordt. Voor de goede orde merken wij op dat de luchtkwaliteit in het Maastunneltracé juridisch gezien niet relevant is voor dit bestemmingsplan (alleen de kwaliteit bij de tunnelmond is relevant). Verder hanteert Rotterdam geen strengere normen dan de wettelijke normen omdat hier geen beleid over is vastgesteld. De GGD heeft geadviseerd op het concept-ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geven zijn het volgende mee:  Zorg dat het ventilatiesysteem minimaal voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit voor luchtverversing, en dat de inlaat aan de minst belaste kant wordt gerealiseerd;  Neem de effecten van de scheepvaart mee in het onderzoek;  Hanteer een zo groot mogelijke afstand tussen de woongebouwen en het Maastunneltracé. De uitwerking van het ventilatiesysteem en de inlaat is een uitvoeringskwestie. Dit advies wordt door de ontwikkelcombinatie meegenomen bij de uitwerking van de plannen. De inlaat komt in ieder geval niet aan de zijde van het Maastunnelcomplex. Het effect van schepen is meegewogen in alle onderzoeken. De afstand tussen bebouwing en tunnel ligt vast op basis van het Masterplan.

Er wordt geen planologische ruimte gegeven om dichter bij het Maastunneltracé te bouwen dan het Masterplan beschrijft. Wij zijn van mening dat we hiermee tegemoet komen aan de wensen van de GGD ten aanzien van luchtkwaliteit. Verder is het goed om in deze context op te merken dat er een traject is gestart om de ligplaatsen aan de Parkkade te voorzien van walstroom. Dit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit in het Scheepvaartkwartier en het plangebied. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D2. Toename geluidhinder Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3, 5, 8, 14, 18, 20, 23, 36, 39, 41, 48, 54, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 70, 83, 85, 90, 102 en 107. Samenvatting van de zienswijze De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een toename van geluidhinder. Reclamanten achten dit onverantwoord in de toch al drukke en vervuilde omgeving van de Maastunnel en het Droogleever Fortuynplein. Verder wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling, vanwege het ontwerp met een grote dichtheid van gebouwen, zal leiden tot een klankbord. Het verkeerslawaai in de tunneltraverse zal zeker weerkaatsen. Reactie Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de verkeersaantrekkende werking van Parkhaven zeer beperkt is ten opzichte van de bestaande hoeveelheid verkeer in de omgeving.

De akoestische effecten van het verkeer dat Parkhaven genereert ten opzichte van het bestaande verkeersgeluid zijn daarom ook zeer beperkt. Het gaat om tiendes van een decibel. Dit effect valt weg in het bestaande verkeersgeluid. Met

Datum 16 november 2022

Pagina 42 van 78

eventuele weerkaatsing is rekening gehouden in het akoestisch onderzoek. Dit zit dus in de berekende geluidswaarden. De bouw kan ook geluid produceren maar dit is van tijdelijke aard en er worden maatregelen getroffen om dit zoveel mogelijk te beperken. De ontwikkeling voorziet niet in wandvorming, aangezien de gebouwen los van elkaar zullen staan, gescheiden door de ‘greens’ met een breedte van 11 tot 17 meter. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D3. Akoestisch onderzoek Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 75 (Rotterdam Leisure Group), 85 en 100 (Shopping Centre Oriental). Samenvatting van de zienswijze Tegelijkertijd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder gepubliceerd. In de geluidsrapportage die ten grondslag ligt aan de besluitvorming worden volgens reclamanten bepaalde activiteiten ten onrechte niet meegenomen in de berekeningen. De rapporten hebben bijvoorbeeld geen betrekking op de supermarkt. Gelet op de Omgevingswet die aanstaande is, hadden alle mogelijke milieubelastende activiteiten moeten worden meegenomen in de rapportage. Reactie Zoals de naam al suggereert, heeft het hogere waarden-besluit enkel betrekking op de geluidsbronnen die onder de Wet geluidhinder vallen.

Dat zijn in dit geval wegverkeerslawaai en industrielawaai. Hiernaar is uitgebreid onderzoek gedaan. Zoals de reclamanten aangeven is bij Parkhaven ook nog sprake van andere geluidbronnen. Het gaat naast wegverkeers- en industrielawaai, om geluid van horeca en installaties (wettelijke geluidbronnen) en om nestgeluid, geluid van varende schepen en geluid van terrassen (niet wettelijke geluidbronnen). Zoals in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven was het onderzoek naar deze bronnen op het moment van terinzagelegging nog niet definitief. Onder andere omdat een geluidmetingprogramma opgezet moest worden omdat de generieke gegevens een onrealistisch beeld geven. Uit het onderzoek van het ontwerpbestemmingsplan bleek al wel dat het technisch mogelijk is om de woningen zo te isoleren dat het binnenniveau niet meer bedraagt dan 33 dB wanneer de generieke geluidsbelastingen van het nest- en scheepvaartgeluid aangehouden worden (en met inbegrip van de overige geluidsbronnen). Om die reden is de voorwaardelijke bepaling voor het binnenniveau ook in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Ook dit is allemaal in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan beschreven. De binnenwaarde van 33 dB en de geluidbronnen waar deze betrekking op heeft komt voort uit de Omgevingswet. Tussen het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling zijn de onderzoeken afgerond.

In ambtshalve wijziging A9 zijn de uitkomsten beschreven en is beschreven hoe de resultaten doorwerken in het vast te stellen bestemmingsplan. Voor scheepvaart- en nestgeluid wordt extra isolatie gerealiseerd. Voor het horecageluid wordt een maatwerkvoorschrift verleend.

Datum 16 november 2022

Pagina 43 van 78

Voor het geluid van laden en lossen (en de overige bedrijfsvoering van de supermarkt) gelden de normen uit het Activiteitenbesluit. In de avond- en nachtperiode moet geluid van laden en lossen voldoen aan de geluidnorm voor piekgeluiden. De woningen in de nieuwbouw worden daarvoor maatgevend, omdat die het dichtst bij de locatie voor het laden en lossen aanwezig zijn. Vanwege de strenge normen in de avond- en nachtperiode en de korte afstand tot de woningen is laden en lossen in de avond- en nachtperiode waarschijnlijk niet mogelijk. In de dagperiode is de geluidnorm voor piekgeluiden niet van toepassing, dus kan laden en lossen wel plaatsvinden. De normen voor het gemiddelde geluidniveau (etmaalwaarde) uit het Activiteitenbesluit zijn voor laden en lossen niet aan de orde. Dit omdat de geluiden relatief kort aanwezig zijn. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D4. Geluid Omgevingswet Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 53 (Havenbedrijf Rotterdam N.V.). Samenvatting van de zienswijze Met het bestemmingsplan is de keuze gemaakt om ten aanzien van geluid te anticiperen op de Omgevingswet, namelijk door borging van de maximale binnenwaarde van 33 dB. Met de verankering van deze binnenwaarde én goede definities in de planregels worden alle relevante geluidbronnen betrokken bij de benodigde gevelwering.

Dat laatste is van belang met oog op een goed woon- en leefklimaat. Reclamant waardeert het dat deze keuze is gemaakt. Volledigheidshalve wijst reclamant op de nautische functie van de ligplaatsen voor scheepvaart aan de Parkhaven. Deze ligplaatsen worden door zowel zee- als binnenvaart gebruikt. Ten behoeve van de geluidsreductie en hinderbeleving op de woningen aan de Lloydkade is met de gemeente in het verleden afgesproken om scheepvaart in beginsel toe te wijzen aan de Parkkade. Hierdoor worden de omwonenden van de Lloydkade zoveel mogelijk ontlast. Reclamant merkt op dat het wijzigen van de nautische functie van de Parkkade geen optie is. Reactie Wij danken reclamant voor de uitgesproken waardering. Over de ligplaatsen aan de Parkkade het volgende. De gemeente onderkent het belang van de ligplaatsen hier en van het wijzigen van de nautische functie is dan ook geen sprake. Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de geluidbelasting (nestgeluid) van deze ligplaatsen op de woningbouw. Ook zijn de effecten op de luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt. Op basis van deze resultaten is besloten in traject in gang te zetten om op deze locatie walstroom te realiseren. Hierdoor daalt de geluidbelasting op de omgeving en is er een substantiële verbetering van de luchtkwaliteit.

Walstroom op deze locatie is daarnaast beleidsmatig gewenst op basis van de Strategie Walstroom Rotterdamse Haven. Gemeente en Havenbedrijf zijn momenteel in gesprek over de mogelijkheden. Er is reeds een concept intentieovereenkomst, die uitgaat van realisatie in 2024, ruim voor de ingebruikname van de nieuwe woningen. Door de aanleg van walstroom kunnen de woningen gebouwd worden zonder zware isolatiemaatregelen. De bepaling over de binnenwaarde, die ook ziet op nestgeluid, blijft in het vast te stellen bestemmingsplan overigens behouden. Nestgeluid is namelijk niet de enige geluidbron waarvoor op dit moment geen wettelijke normen gelden. Door de bepaling over de binnenwaarde is er in de woningen sprake van

Datum 16 november 2022

Pagina 44 van 78

een goed- woon een leefklimaat. Omdat de bepaling ziet op meerdere bronnen is deze strenger dan de wettelijke bepalingen voor de binnenwaarde. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. D5. Geluid inrichting Euromast Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze Reclamant merkt op dat de kabels aan de Euroscoop (de lift naar de top) geluidhinder kunnen veroorzaken. Dit geluid wordt veroorzaakt door de wind en kan worden ervaren als zeer luide knallen. Het is bekend dat deze hinder wordt ervaren door de bewoners van de Müllerpier indien de lift niet in de nachtstand staat of bij een zeer harde wind. De woningen op de Müllerpier zijn gelegen op een afstand van circa 300 meter. Voorstelbaar is dat het geluid dat de “knallende touwen” kunnen veroorzaken ook bij een normale windkracht te horen zal zijn als er woningen op slechts 36 meter afstand worden gerealiseerd. Hoewel in het geluidsonderzoek is gesteld dat dit aspect niet in het onderzoek is betrokken omdat dit door Euromast te voorkomen zou zijn, merkt reclamant op dat Euromast de wind uiteraard niet in haar macht heeft. Aldus is dit aspect ten onrechte niet onderzocht.

Reactie Het is ons bekend dat de kabels aan de Euroscoop bij een zeer harde wind voor geluidhinder kunnen zorgen, zoals voor de woningen op de Müllerpier. Hoewel reclamant terecht opmerkt dat zij de wind niet in haar macht heeft, is eventuele hinder voor de woonomgeving te voorkomen door middel van een heel praktische beheermaatregel, namelijk door de lift op tijd in de nachtstand te zetten. De lift wordt dan halverwege de mast gezet. Reclamant is in staat om die maatregel zelf te treffen. De invloed van dit specifieke geluid op het woon- en leefklimaat achten wij dan ook aanvaardbaar. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D6. Bedrijven en milieuzonering, Euromast Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze Uit de toelichting op het bestemmingsplan valt af te leiden dat het nadrukkelijke uitgangspunt is dat ondernemingen zoals Euromast niet worden beperkt in hun exploitatie. Tevens is aangegeven dat de bedrijfsvoering van Euromast, in strijd met het Activiteitenbesluit, zorgt voor een maximale geluidsbelasting van 61 dB(A) etmaalwaarde op de gevels van de woningen door technische installaties en muziekgeluid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=24c997e1-0fbd-4691-9e0d-2cd991c9bfae