CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008329] Bijlage 5 behorende bij 22bb8327 - Nota zienwijzen Parkhaven

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 25 januari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestemmingsplan Parkhaven31.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zodoende wordt in artikel 7.3.4 van de planregels bepaald dat het gebruik van de woningen alleen is toegestaan als de binnenwaarde van het gezamenlijk geluid maximaal 33 dB bedraagt. In die situatie kan een maatwerkvoorschrift worden verleend voor Euromast dan wel kunnen in overleg met de bedrijven maatregelen bij de bedrijven worden getroffen. Dan is geen maatwerkvoorschrift meer nodig. Reclamant merkt op dat er nog geen concreet zicht is op de inhoud van een maatwerkvoorschrift, noch dat er zekerheid is dat dit maatwerkvoorschrift wel wordt verleend. In dit verband is van belang dat in

Datum 16 november 2022

Pagina 45 van 78

de exploitatievergunning van Euromast geen beperkingen zijn gesteld ten aanzien van het aantal te houden feesten en partijen per jaar en dat 10 keer per jaar ontheffing kan worden aangevraagd om ten behoeve van bepaalde evenementen de reguliere openingstijden te verlengen tot 05:00 uur. Die ontheffing wordt altijd verleend. Omdat de verplichte binnenwaarde gekoppeld is aan het gebruik van de woning, kan er niet aan getoetst worden bij de verlening van de omgevingsvergunning voor de bouw. Verder wordt gesteld dat het verre van zeker is dat Euromast niet wordt beperkt in de bedrijfsvoering door de komst van de geluidsgevoelige objecten, ondanks dat in de toelichting is aangegeven dat dit het uitgangspunt vormt. Op welke wijze in het bouwplan rekening is gehouden met de overschrijding van 1 dB vanuit het terras van de Euromast, valt evenmin uit het plan af te leiden. Reactie Zoals de reclamant stelt is in het ontwerpbestemmingsplan geconstateerd dat het horecageluid van de Euromast en van New Ocean Paradise een knelpunt vormt. Beide bedrijven hebben een vergunning om luide muziek te produceren en er zijn installaties aanwezig. Op basis van de normen van het Activiteitenbesluit (het wettelijk kader voor muziek- en installatiegeluid) mag het muziekgeluid maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde bedragen op de gevel van de nieuwbouw.

De Euromast produceert 61 dB(A) en New Ocean Paradise 60 dB(A) etmaalwaarde. Dit zorgt voor overschrijdingen tot respectievelijk 11 en 10 dB(A) ten opzichte van de normen uit het Activiteitenbesluit. De overschrijdingen zijn inclusief 10 dB(A) strafcorrectie voor muziekgeluid en 10 dB(A) toeslag voor de nachtperiode. Zonder maatregelen worden de bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering omdat ze rekening moeten houden met de nieuwe woningen. Nadrukkelijk uitgangspunt is dat de bedrijven niet beperkt mogen worden. In het ontwerpbestemmingsplan zijn daarom twee oplossingsrichtingen geschetst: een maatwerkvoorschrift om deze overschrijdingen toe te staan of bouwkundige maatregelen bij de bedrijven om de geluiduitstraling te verlagen, eventueel in combinatie met een maatwerkvoorschrift voor de resterende overschrijding toe te staan. In het akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat aan een binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) voldaan wordt, de voorwaarde voor een maatwerkvoorschrift. Ook wordt voldaan aan de binnenwaarde van 33 dB voor gezamenlijk geluid. Voor New Ocean Paradise is geen extra gevelisolatie voor de nieuwbouw benodigd ten opzichte van de gevelisolatie die al nodig is voor de andere geluidbronnen. Vanwege de Euromast is een iets zwaarder gevelpakket nodig op de noordgevels van de twee gebouwen direct ten zuiden van de Euromast. Dit is technisch en financieel uitvoerbaar.

Tussen terinzagelegging en vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan zijn de twee opties samen met de DCMR verder onderzocht. Omdat de omgeving vanwege de andere geluidbronnen al lawaaiig is, is het effect van het horecageluid bovenop de bestaande geluidbronnen beperkt. De bouwkundige maatregelen die bij Euromast en New Ocean Paradise genomen zouden moeten worden zijn ingrijpend en kostbaar. In ieder geval bij de Euromast heeft dit ook tijdelijke gevolgen voor de exploitatie. Op grote hoogte moet de beglazing van het rijksmonument vervangen worden. Bij New Ocean Paradise zou het dak vervangen moeten worden. Dit is afgewogen tegen de beperkte verbetering van het akoestische klimaat dat de maatregelen hebben. De afweging heeft ertoe geleid dat besloten is voor de oplossingsvariant met een maatwerkvoorschrift te kiezen. DCMR is akkoord met deze oplossingsrichting omdat er strenge normen opgenomen zijn voor het akoestisch klimaat in de woningen en er compenserende maatregelen worden getroffen in het kader van het Ontheffingenbeleid. De ondernemers worden met deze oplossingsrichting zo min mogelijk belast. Met het verlenen van een maatwerkvoorschrift krijgen de bedrijven toestemming om de standaardnorm te overschrijden en wordt hun bedrijfsvoering niet beperkt. Om te borgen dat het maatwerkvoorschrift

Datum 16 november 2022

Pagina 46 van 78

daadwerkelijk verleend wordt stellen wij voor een voorwaardelijke bepaling op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan. Deze bepaalt kortgezegd dat er alleen gebouwd mag worden indien voldaan wordt aan de standaardnorm van 50 dB(A) van het Activiteitenbesluit, of indien er een maatwerkvoorschrift verleend wordt voor een hogere geluidbelasting. Dit wordt een indieningsvereiste bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Het maatwerkvoorschrift wordt door DCMR verleend, maar uitsluitend met goedkeuring van de Euromast en New Ocean Paradise. Over de 1 dB overschrijding die de reclamant noemt het volgende. De overschrijding van 1 dB is een overschrijding van de norm die in het kader van een goede ruimtelijke ordening geldt voor zogenaamde piekgeluiden. Het gaat om een berekende geluidbelasting van 66 dB(A) in de nachtperiode, terwijl voor Parkhaven een maximale waarde van 65 dB(A) in de nacht wordt aangehouden. Piekgeluiden van onverwarmde, onoverdekte terrassen vallen niet onder een wettelijk kader (Activiteitenbesluit). Een gemeente heeft beleidsvrijheid hoe hier mee omgegaan wordt. Voor piekgeluiden die wel onder het Activiteitenbesluit vallen geldt een maximale binnenwaarde van 45 dB(A) voor de nachtperiode. Wij stellen voor om hierbij aan te sluiten, om de aanvaardbaarheid van overschrijdingen te beoordelen.

Dit betekent dat een overschrijding van de richtwaarde van 65 dB(A) op de buitengevel acceptabel is indien de gevelisolatie er voor zorgt dat de genoemde binnenwaarde niet overschreden wordt. De gevelisolatie bij Parkhaven is substantieel zwaarder dan de 21 dB verschil die nodig is voor deze overschrijding. Daarmee wordt binnen voldaan aan de normen van het Activiteitenbesluit waarbij aansluiting gezocht is. In ambtshalve wijziging A10 wordt voorgesteld het bovenstaande in de toelichting en regels te verwerken. Wat betreft de 10 keer per jaar ontheffing die kan worden aangevraagd om ten behoeve van bepaalde evenementen de reguliere openingstijden te verlengen tot 05:00 uur. Doordat dit een incidentele situatie is hoeft dit niet getoetst te worden aan het Activiteitenbesluit. Er gelden ook geen andere normen voor incidentele situaties als deze. De nieuwbouw vormt dus geen beperking voor deze ontheffing. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D7. Evenementen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 19. Samenvatting van de zienswijze Verwacht wordt dat de festivals in het Park zullen leiden tot overlast voor de toekomstige bewoners. Als gevolg daarvan zullen de festivals verdwijnen.

Verder wordt geopperd de Parkhavenstrook te gebruiken voor de evenementen die nu in Het Park georganiseerd worden in plaats voor woningbouw, omdat Het Park daar eigenlijk te kwetsbaar voor is. Reactie De verdeling van evenementen over de stad is vastgelegd in het bestemmingsplan Parapluherziening Evenementen. In het Park mogen jaarlijks 2 grote, 2 middelgrote en 2 kleine evenementen plaatsvinden. De maximale geluidsbelasting die deze evenementen mogen veroorzaken, is bepaald op de gevels van de omringende woningen. In het bestemmingsplan Parapluherzienining

Datum 16 november 2022

Pagina 47 van 78

Evenementen is rekening gehouden met nieuwe woningen aan de randen van locaties waar evenementen plaatsvinden, dus ook met het project Parkhaven. Wat betreft de effecten van de festivals op de nieuwe woningen achten wij 6 maal per jaar mogelijke overlast alleszins acceptabel. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D8. Omroepinstallatie Maastunnel Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 32. Samenvatting van de zienswijze Reclamant merkt op dat in het akoestisch onderzoek niet wordt ingegaan op het geluid dat afkomstig is van de omroepinstallatie bij de ingang van de Maastunnel. Deze installatie bevindt zich op enkele tientallen meters afstand van de nieuwbouw en wordt met name gebruikt als te hoge vrachtwagens de toegangsweg naar de Maastunnel zijn opgereden. Dit gebeurt meerdere keren per dag, ook in de avond en in de nacht. Om een indicatie te krijgen van het volume heeft reclamant zelf een meting verricht, het piekniveau zat boven de 80 dB, aldus reclamant. Gesteld wordt dat dit piekniveau niet is toegestaan en de leefbaarheid sterk zal beïnvloeden. Reactie In het akoestisch onderzoek is, gelijk zoals reclamant aangeeft, geen aandacht besteed aan de omroepinstallatie bij de ingang van de Maastunnel.

Uit navraag bij de beheerder van de Maastunnel komt naar voren dat er gemiddeld per week zo’n 30 meldingen zijn aan de zijde van het Droogleever Fortuynplein. In het tijdblok van 23:00 tot 5:00 uur is gemiddeld sprake van één tot maximaal twee meldingen. Met name de meldingen in de late avond en nacht leiden bij omwonenden tot klachten. Het geluid van de omroepinstallatie van de Maastunnel valt niet onder het wettelijk kader van de Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer. Het specifieke geluid kan echter wel invloed hebben op het toekomstige woon- en leefklimaat in het plangebied. Gelet op het feit dat de omroepinstallatie een onmisbaar onderdeel is voor de (veiligheid van de) Maastunnel, is het niet mogelijk is om een bronmaatregel te treffen. Omdat er sprake is van een stedelijk gebied (geen rustig buitengebied) en de meldingen incidenteel zijn, achten wij het vanuit een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar om op korte afstand van de omroepinstallatie nieuwe woningen toe te staan. Daarbij overwegen wij ook dat reeds aanvullende eisen zijn gesteld aan de nieuwe woningen, te weten een maximaal binnenniveau van 33 dB. Wij verwachten dat de te realiseren gevelwering eventuele hinder van de omroepinstallatie zal beperken.

Tot slot merken wij op dat de toekomstige bewoners zich dienen te beseffen dat zij in de nabijheid van het Maastunneltracé gaan wonen, een omgeving met het nodige geluid. De ontwikkelcombinatie zal toekomstige bewoners hierop te attenderen bij hun koopcontract. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. D9. Hogere waarde, industrielawaai Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66 en 107.

Datum 16 november 2022

Pagina 48 van 78

Samenvatting van de zienswijze Het is niet duidelijk op welke grondslag een hogere waarde industrielawaai van 56 dB(A) wordt toegelaten vanwege het industrieterrein Waal-/Eemhaven. Reactie In de Wet geluidhinder is ten aanzien van de voorkeurs- en maximale ontheffingswaarden voor industrielawaai een uitzondering gemaakt voor industrieterreinen met activiteiten die zeehaven gebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden. Het industrieterrein Waal/Eemhaven is als zodanig aangemerkt. Maatregelen om lawaai bij de bron te beperken zijn daarom niet goed mogelijk. Ook ligt verplaatsing niet voor de hand vanwege de industriële ontwikkeling van een grootschalig havengebied. In geval van zeehaven gebonden activiteiten in de open lucht mag daarom een hogere waarde van ten hoogste 60 dB(A) worden verleend als de geluidsbelasting op de gevel hoofdzakelijk bepaald wordt door zeehaven gebonden activiteiten. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen D10. Hogere waarde, milieueffectrapportage Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 74. Samenvatting van de zienswijze Het valt reclamant op dat in de bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan enerzijds wordt aangegeven dat hogere waarden vastgesteld moeten worden en dat het anderzijds niet nodig wordt geacht om een milieueffectrapport (MER) te maken.

Omdat de geluidsoverlast van de in- en uitgang van de Maastunnel een groot bezwaar is tegen de ontwikkeling, meent reclamant dat er voldoende aanleiding is om een MER op te stellen. Afgevraagd wordt waarom geen MER noodzakelijk wordt geacht. Reactie Het verlenen van hogere waarden zorgt niet voor een plicht om een MER op te stellen. Bij vrijwel elk binnenstedelijk woningbouwproject worden hogere waarden verleend. Dit is dan ook een gebruikelijke procedure. Of er wel of geen MER noodzakelijk is, wordt bepaald door de uitkomsten van het m.e.r.beoordelingsbesluit. Hierin worden de milieueffecten afgewogen. Voor het bestemmingsplan Parkhaven is op 15 februari 2021 door het college van B&W besloten dat geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld (op advies van de DCMR). Dat besluit is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D11. Cultuurhistorie, algemeen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 2, 7 t/m 9, 14, 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 19, 23, 25 t/m 27, 39, 40, 43, 44, 54, 58, 61, 63, 66, 71 (Euromast), 72 (BOS), 73, 79 (Justion advocaten), 81, 82 (Van der Linde beheer BV), 83, 85, 89, 90, 99 en 107. Samenvatting van de zienswijze

Datum 16 november 2022

Pagina 49 van 78

In de gemeentelijke Erfgoedagenda 2017-2020 wordt prioriteit gegeven aan de bescherming van Wederopbouwmonumenten. De Euromast en het Maastunnelcomplex zijn hier twee van de belangrijkste Rijksmonumenten uit de jaren 1940-’60. Door de ontwikkeling van het plan komen die monumentale waarden ernstig in het gedrang. Zo zal de nieuwe 70 meter hoge toren de Euromast vanuit de stad grotendeels aan het zicht onttrekken. Reclamanten achten de ontwikkeling niet in lijn met de Erfgoedagenda 2017-2020, noch met de uitgangspunten als bedoeld in artikel 5.130 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (het voorkomen van de aantasting van de omgeving van een beschermd monument). Aanvullend wordt gewezen op de waardering zoals die is opgenomen in de redengevende omschrijving van de Euromast in het register voor Rijksmonumenten. Daarin wordt in het bijzonder belang gehecht aan de vrije ligging van de Euromast. Met de komst van acht appartementencomplexen wordt de Euromast volledig ingebouwd, terwijl juist de vrije ligging een belangrijk aspect is bij de kwalificatie van de Euromast als Rijksmonument. Tot slot wordt opgemerkt dat het ontwerpbestemmingsplan de nieuwe Omgevingswet negeert.

Onder het artikel ‘behoud cultureel erfgoed’ wordt immers aan gemeenten nadrukkelijk opgedragen te voorkomen dat in de omgeving van rijksmonumenten aantastingen plaatsvinden die deze beschermde monumenten ontsieren of beschadigen. Reactie Algemeen merken wij op dat SteenhuisMeurs een transformatiekader heeft opgesteld waarin de volgende vraag centraal stond: aan welke eisen moet de nieuwe bebouwing voldoen om recht te doen aan de cultuurhistorische waarde van de monumenten en de locatie? SteenhuisMeurs heeft die randvoorwaarden opgesteld en in de voorgenomen ontwikkeling van Parkhaven zijn die voorwaarden ook vastgelegd. Zo zijn voor de bebouwing de volgende uitgangspunten aangehouden:  De Parkhavenstrook blijft als samenhangende groenstructuur herkenbaar, als tegenhanger van de Coolhaven aan de andere kant van de Westzeedijk, met zijn stedelijke karakter  De nieuwe bebouwing en de bijbehorende groenaanleg worden ingebed in het (deels te herstellen) stelsel van tuinen en groenelementen van Het Park en de Parkhavenstrook.  De ‘groene vangrail’ van de Maastunnel en het groene aanzicht van Het Park vanuit het westen worden waar nodig versterkt (beide met meer dan één rij bomen). De nieuwe bebouwing zet zichzelf, gezien vanaf de Parkhaven en de Maastunnel, niet op de voorgrond.

 Voor de toekomstige bebouwing geldt: hoe hoger, hoe slanker, en hoe dichter bij de Euromast, hoe lager.  De woongebouwen hebben transparante en toegankelijke plinten. De plinten respecteren het openbare karakter van het gebied.  Het materialen- en kleurenpakket van de nieuwe bebouwing past bij de Euromast en de Maastunnelgebouwen. Anders dan reclamanten stellen, zijn wij op basis van het onderzoek van SteenhuisMeurs en de aangehouden voorwaarden van mening dat de monumentale waarden in het Masterplan worden gerespecteerd en niet in het gedrang komen. SteenhuisMeurs heeft de relevante cultuurhistorische waarden beoordeeld en een kader gesteld voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In de beantwoording van onder andere zienswijze C9 hebben wij aangegeven dat de vrije ligging van de Euromast gewaarborgd wordt door de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. De regels over bouwhoogte zorgen ervoor dat de nieuwbouw ondergeschikt blijft aan de Euromast. Het 70 meter

Datum 16 november 2022

Pagina 50 van 78

hoge gebouw nabij het Droogleever Fortuynplein is alleen van invloed op het zicht op de Euromast vanuit noordelijke richting. Voor wat betreft de stelling dat met het plan de nieuwe Omgevingswet wordt genegeerd evenals dat niet voldaan zou worden aan het Besluit kwaliteit leefomgeving, wijzen wij erop dat die wetgeving nog niet in werking is getreden en dat het bestemmingsplan is getoetst aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot cultuurhistorie. Deze wetgeving is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordeningen (Bro) en verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden. De toekomstige wetgeving schrijft dit overigens ook voor en verschilt inhoudelijk niet van de huidige wetgeving. In het bestemmingsplan en het Masterplan is hier uitgebreid aandacht aan besteed. Wij stellen vast dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het geldende juridisch kader. Ten aanzien van de waardering van de Euromast en de vrije ligging, verwijzen wij naar onze reactie onder D12 waarin wordt ingegaan op het advies van de RCE. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D12.

Cultuurhistorie, advies RCE Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 1, 3 t/m 5, 7, 8, 10 t/m 16, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18 t/m 22, 24, 25, 30, 31, 33, 36, 38, 39, 41, 45, 47 t/m 51, 55, 59, 61, 66, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68 t/m 70, 71 (Euromast), 72 (BOS), 73, 76 t/m 78, 79 (Justion advocaten), 81, 83, 90, 91, 93 t/m 95, 97 t/m 99, 101, 102, 105, 107, 108 en 109. Samenvatting van de zienswijze De Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) heeft op 8 januari 2021 geadviseerd om af te zien van bebouwing van de Parkhavenstrook. Dit advies is echter niet terug te vinden in het ontwerpbestemmingsplan, noch is duidelijk op welke manier dat advies is afgewogen. Dat in het plan minder appartementengebouwen worden toegestaan, acht in plaats van de oorspronkelijke tien, verandert volgens reclamanten geenszins de strekking van het advies: “Het plan reduceert de zeggingskracht / betekenis van de Euromast als mast oprijzend uit het groen tot een mast oprijzend tussen een reeks stedelijke hoogbouwvolumes”. Ondanks dat in de besluitvorming over het Masterplan op 26 januari 2021 is ingegaan op de cultuurhistorische waarden en een onderbouwing wordt gegeven waarom de ontwikkeling aanvaardbaar is, zijn reclamanten van mening dat het negatieve advies van de RCE hiermee niet terzijde kan worden gelegd.

In het advies van de RCE wordt immers al ingegaan op de ambities van de gemeente Rotterdam en worden de monumentale waarden van de Euromast (markante vrije ligging aan de Maasoever en de nog gave relatie met de omgeving) specifiek benoemd. Gesteld wordt dat uit het advies van de RCE blijkt dat de ontwikkeling tot negatieve effecten leidt. Niet alleen voor de Euromast en de beleving van het Maastunnelcomplex en het Parksluizencomplex, maar ook voor het Zocherpark dat eveneens een Rijksmonument is. Afgevraagd wordt ook hoe het kan dat meer waarde wordt gehecht aan de cultuurhistorische waardering van Steenhuis Meurs die via de ontwikkelaar is opgesteld. Aanvullend merken reclamanten op dat in het ontwerpbestemmingsplan krampachtig wordt geprobeerd om de negatieve effecten te beperken. De zogenaamde “greens” (groene ruimtes) zijn in het plan opgenomen om ervoor te zorgen dat de Euromast blijft oprijzen uit het groen. Echter, de

Datum 16 november 2022

Pagina 51 van 78

bebouwing komt op nog geen 36 respectievelijk 50 meter afstand van de Euromast en het gaat om acht grote bouwblokken tot 70 meter hoogte. Reactie Algemeen dient te worden opgemerkt dat het advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) geen bindend advies is. Er kan gemotiveerd van het advies van de RCE worden afgeweken, wat bij de vaststelling van het Masterplan Parkhaven, als onderlegger van dit bestemmingsplan, ook is gedaan. Het advies is niet integraal opgenomen bij het bestemmingsplan, maar samengevat in paragraaf 6.2 (vooroverlegreacties). Dit is een gebruikelijke werkwijze, de overige overlegreacties zijn ook niet integraal opgenomen. De afweging over het advies heeft plaatsgevonden bij de besluitvorming over het Masterplan. Meer specifiek merken wij op dat wij een andere visie hebben dan de RCE. Wij vinden dat er, op grond van het cultuurhistorisch onderzoek dat Bureau SteenhuisMeurs heeft verricht, voldoende waarborgen zijn voor een zorgvuldige omgang met de monumenten de Euromast, Het Park, het Maastunnelcomplex en het Parksluizencomplex. Zo ziet de RCE de onbebouwde groenstrook rondom de Euromast als essentieel voor de beleving van de Euromast.

De gemeenteraad meent, op basis van het onderzoek van SteenhuisMeurs, en bij vaststelling van het masterplan (waarbij de ruimte rond de Euromast is vergroot naar ca 105 meter) dat ook met de toekomstige bebouwing de Euromast niets inboet aan zeggingskracht. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D13. Ecologie, ecologische waarde bomen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66, 72 (BOS), 79 (Justion advocaten) en 107. Samenvatting van de zienswijze In de Quick Scan Flora en Fauna is aangegeven dat de bomen die moeten verdwijnen een lage ecologische waarde hebben en dat de variëteit gering is. Het valt reclamanten op dat in de bomeninventarisatie, die op verzoek van de ontwikkelaar is opgesteld, wordt vermeld dat er juist sprake is van een grote verscheidenheid aan soorten. Gesteld wordt dat de onderzoeken op dit punt tegenstrijdigheden bevatten. Reactie Uit de Quick Scan Flora en Fauna van oktober 2021 kan worden afgeleid dat de bomen, die zullen moeten verdwijnen voor de ontwikkeling van Parkhaven, een lage ecologische waarde hebben. In de Quick Scan is evenwel niet gesteld dat de variëteit van bomen gering is, er is algemeen geconcludeerd dat het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden.

Dat in de bomeninventarisatie is aangegeven dat sprake is van een grote verscheidenheid aan soorten doet niets af aan die conclusie. Oftewel, er is een grote verscheidenheid aan bomen, alleen is de ecologische waarde daarvan gering. Van tegenstrijdigheden is geen sprake. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 52 van 78

D14. Ecologie, soorten Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3, 14, 22, 26, 66, 72 (BOS), 79 (Justion advocaten), 94 en 107. Samenvatting van de zienswijze Gesteld wordt dat het te ontwikkelen gebied een bijzonder en kwetsbaar natuurgebied is met een grote variëteit aan vogels. Genoemd worden onder andere ijsvogels, putters en koperwieken. Ook de voor het milieu belangrijke insecten en vleermuizen komen hier voor. De voorgenomen ontwikkeling zal dan ook leiden tot een afname van de biodiversiteit en compensatie is hier niet mogelijk. Ter onderbouwing hiervan wijzen reclamanten onder andere op de gevoeligheidsanalyse van ROER en de Leefomgevingstoets van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Reactie Ten behoeve van de planontwikkeling zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd. De door reclamanten genoemde soorten (ijsvogels, putters en koperwieken) zijn daarin niet waargenomen. Op grond van die onderzoeken is geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling en dat het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming en/of het treffen van maatregelen niet nodig is. Anders dan reclamanten stellen is dus geen sprake van een bijzonder en kwetsbaar natuurgebied. Desalniettemin dienen (tijdelijke) schadelijke effecten op nesten van algemeen voorkomende vogelsoorten te worden voorkomen.

Dat kan bijvoorbeeld door rekening te houden met het broedseizoen, grofweg van 1 maart tot 1 augustus. In het Rotterdamse Omgevingseffectrapport (ROER) worden de milieu- sociale en economische effecten van de Omgevingsvisie Rotterdam onderbouwd. Het is een rapport met een zeker abstractieniveau waarin onder andere de ambitie beschreven is om de biodiversiteit te herstellen, behouden en te verstreken. De Leefomgevingstoets beschrijft dezelfde ambitie. In het Masterplan is nadrukkelijk beschreven dat de inrichting en beplanting van de groene buitenruimte dusdanig ontworpen wordt dat deze bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit in het plangebied. Dit werkt door in de beleidsregels Duurzaamheid en mobiliteit. Hierin is als voorwaarde gesteld dat natuurinclusief gebouwd zal moeten worden. Het Masterplan bevat een verdere uitwerking hiervan, bijvoorbeeld door te beschrijven welke bomensoorten gepland gaan worden om de biodiversiteit te vergroten. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen zal de stadsecoloog worden betrokken. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D15. Ecologie, Kaderrichtlijn Water Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66 en 107.

Samenvatting van de zienswijze Er is niet aangetoond dat de nieuwbouw de “goede ecologische toestand” van de omringende wateren, zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water, niet negatief zal beïnvloeden. Reactie Anders dan reclamanten kennelijk veronderstellen, bestaat geen verplichting om aan te tonen dat de planontwikkeling de “goede ecologische toestand” van de omringende wateren niet negatief zal beïnvloeden. De Kaderrichtlijn Water bevat namelijk geen regels die direct doorwerken op (procedures

Datum 16 november 2022

Pagina 53 van 78

voor) bestemmingsplannen. Ten aanzien van het aspect ecologie wordt het wettelijk kader gevormd door de Wet natuurbescherming. Dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Wet natuurbescherming, blijkt uit de quick scan ecologie en het aanvullend onderzoek naar vleermuizen, wat ook is gemotiveerd in paragraaf 4.9 van de plantoelichting. Aanvullend wijzen wij er op dat de te realiseren gebouwen worden voorzien van een gescheiden rioolstelsel en dat het hemelwater dus wordt afgekoppeld. Van negatieve beïnvloeding van de goede ecologische toestand van omliggende wateren zal dan ook geen sprake zijn. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D16. Ecologie, stikstofdepositie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 31, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk) en 68. Samenvatting van de zienswijze Ten behoeve van de ontwikkeling is een berekening voor de stikstofdepositie in Natura 2000- gebieden gemaakt. Weliswaar is geen sprake van depositie van stikstof in daarvoor gevoelige gebieden, maar het overgrote deel slaat neer in de directe omgeving. Oftewel, in Het Park en het water. Gesteld wordt dat de stikstof "druk" op het park al hoog is vanwege het verkeer door de Maastunnel. Door het extra verkeer van de woningen zal dit nog verder toenemen. Daarnaast stoten mensen stikstof en ammoniak uit.

De bouw van de woningen, het gebruik van de woningen en de activiteiten van de ondernemingen zullen dus een onbekende impact hebben op de biodiversiteit en andere milieu waarden als "vreemde chemicaliën" in het park. Reactie Gelijk zoals reclamanten aangeven is voor het bestemmingsplan een AERIUS- berekening uitgevoerd waaruit naar voren komt dat de planontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige gebieden. Het Park en omgeving vallen niet onder stikstofgevoelige gebieden in kader van Natura 2000. Het plan voldoet daarmee aan de Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingpslan voor Porthos is aanvullend ook de aanlegfase van het project doorgerekend. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase 0,00 mol/ha is, net als de gebruiksfase. Verder voldoet het plan aan de regeling Niet in betekenende mate (zie ook zienswijze D1). Er zijn verder geen wetten of normen ten aanzien van stikstof waaraan getoetst hoeft te worden. Nader onderzoek zoals de reclamant suggereert is daarom niet aan de orde. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D17. Bodemkwaliteit Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 31 en 36.

Samenvatting van de zienswijze Metingen laten zien dat de grond tot een diepte van 1 meter is vervuild. Ook wordt opgemerkt dat er mogelijk Pfas in de grond aanwezig is.

Datum 16 november 2022

Pagina 54 van 78

Reactie Ten behoeve van de planontwikkeling is in 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dat onderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van matige tot sterke verontreinigingen in de bovenste meter van het bodemprofiel. Geconcludeerd wordt dat een aanvullend onderzoek nodig is om de omvang van de verontreiniging te kunnen bepalen. Uit dit aanvullende onderzoek zal dan blijken of het uitvoeren van een bodemsanering via een saneringsplan of een BUS-melding noodzakelijk is. Indien dat het geval is, wordt de sanering uitgevoerd door de gemeente met het oog op het bouwrijp overdragen van de gronden aan de ontwikkelende partijen. De stelling van reclamanten dat er mogelijk Pfas in de grond aanwezig zou zijn wordt niet nader onderbouwd en blijkt ook niet uit het verkennend bodemonderzoek. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D18. Archeologie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66 en 107. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten stellen dat niet is aangetoond dat de beoogde ontwikkeling realiseerbaar is gelet op de te verwachten archeologische waarden. Vanwege de omvangrijke ingrepen in de ondergrond had archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Reactie In paragraaf 4.7 van de plantoelichting is ingegaan op het aspect archeologie.

Daaruit blijkt dat, conform het geldende bestemmingsplan, aan de gronden van het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 2' dient te worden toegekend. Op grond van die dubbelbestemming is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan NAP en die tevens een oppervlak van meer dan 200 m² beslaan. Eventueel onderzoek wordt dan uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning, omdat pas op dat moment duidelijkheid bestaat over de ontgravingsdiepte en het zogenaamde palenplan (diepte heipalen en de afstand tussen de palen). Archeologisch onderzoek vindt altijd pas plaats bij vergunningverlening, en is voor dit bestemmingsplan zodoende niet nodig. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D19. Waterzuivering Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66 en 107. Samenvatting van de zienswijze Er is niet aangetoond dat de ontvangende waterzuiveringsinstallatie over voldoende capaciteit beschikt om het afvalwater van de nieuwe woningen te ontvangen. Reactie

Datum 16 november 2022

Pagina 55 van 78

Het afvalwater van de nieuwe bebouwing is geen probleem voor de afvalwaterzuivering. Regelmatig worden voor de zuivering prognoses voor de capaciteit gemaakt waarin de toename van de bebouwing binnen Rotterdam wordt meegenomen. Hierdoor ontstaat inzicht in de toekomstige afvalwaterstroom en de aanpassingen die mogelijk aan de waterzuiveringsinstallaties moeten worden gedaan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D20. Windhinder Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 66 en 107. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten geven aan dat geen windhinderonderzoek is gedaan, terwijl de appartementen met een hoogte tot 70 meter in feite dwars op de meest voorkomende windrichting worden gepositioneerd. Reactie Voor windhinder bestaat geen wettelijk kader. Op grond van de Hoogbouwvisie Rotterdam 2019, vastgesteld op 12 december 2019, worden de bouwplannen van het project Parkhaven niet aangemerkt als hoogbouw. Bij gebouwen die niet onder de Hoogbouwvisie Rotterdam 2019 vallen, achten wij het niet noodzakelijk om een windhinderonderzoek te laten uitvoeren. Daarnaast is van belang dat in de Beleidsregels Duurzaamheid en mobiliteit, onder het uitgangspunt ‘gezondheid en comfort’, het voorkomen van windhinder als een voorwaarde is gesteld.

In die beleidsregel is immers bepaald dat de gebouwen, die worden uitgevoerd met een gelede proportionering met plint, tussenlid en top, gericht zullen zijn op het voorkomen van mogelijke windhinder. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen wordt het aspect windhinder nader onderzocht en zullen, indien nodig, maatregelen worden genomen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D21. Klimaatadaptatie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 31, 36, 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk), 68, 72 (BOS), 78, 79 (Justion advocaten), Samenvatting van de zienswijze Gewezen wordt op het tweede advies van Deltacommissaris Peter Glas over woningbouw en klimaatadaptatie. In dat advies wordt geconcludeerd dat er bij de woningbouwopgave onvoldoende rekening wordt gehouden met de lange termijn gevolgen van klimaatverandering en met de eisen die water en bodem stellen. Ook in het ontwerpbestemmingsplan is hiermee onvoldoende rekening gehouden, aldus reclamanten. Het gaat immers om buitendijks gebied waar het risico van zeespiegelstijging aan de orde is, terwijl dat niet nader is onderzocht. Reactie In de artikelen 5, 6 en 7 van de planregels is vastgelegd dat sprake moet zijn van een duurzame ontwikkeling. Dit wordt in de beleidsregels Duurzaamheid en mobiliteit nader omschreven.

Van een duurzame ontwikkeling is sprake als aan een vijftal uitgangspunten wordt voldaan. Eén van die

Datum 16 november 2022

Pagina 56 van 78

uitgangspunten heeft betrekking op het klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen; met de thema’s hitte, droogte en overstromingen wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie. Ten aanzien van overstromingen is in de beleidsregel aangegeven dat de ontwikkeling van Parkhaven zich in buitendijks gebied bevindt. Zodoende zal in overleg met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard het peilniveau van de ontsluitingsweg langs de Parkhaven en het vloerpeil van de gebouwen worden bepaald. Vooralsnog wordt uitgegaan van een peil van 3,9 meter boven NAP. Ook voldoet het project aan het gemeentelijk beleid over het minimale gronduitgiftepeil voor buitendijks bouwen. De buitendijkse ontwikkeling Parkhaven gaat uit van adaptief bouwen om voldoende beschermde, dynamische en flexibele woonmilieus te creëren. Tot slot zal de kade van de Parkhaven worden verhoogd van 3,1 naar 3,6 meter boven NAP. Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat voldoende rekening wordt gehouden met de lange termijn gevolgen van klimaatverandering. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D22. Opwarming van de stad Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 17, 34, 56, 66, 69, 73 en 107. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten merken op dat met de ontwikkeling een strook groen wordt vervangen door asfalt en beton.

Verdichting van de bebouwde omgeving draagt echter bij aan de opwarming van de stad. Ten opzichte van een open gebied kan het ’s nachts in de stad 12 graden warmer zijn, aldus reclamanten. Zodoende herstelt het lichaam niet meer van de hitte van overdag, er is sprake van hittestress. Gepleit wordt dan ook om al het groen te behouden en als stad van het Climate Initiative voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid. Groene daken en geveltuinen op particuliere woningen kunnen het verlies van het openbare groen met geen mogelijkheid compenseren. De gemeente Rotterdam kan hier een voorbeeld nemen aan de gemeente Tilburg, aldus reclamanten. Eén van de reclamanten stelt voor om de kleur van de bebouwing aan te passen teneinde minder hittestress te ervaren. Reactie Algemeen merken wij op dat de stelling van reclamanten, dat met de ontwikkeling een strook groen wordt vervangen door asfalt en beton, niet opgaat. Zoals in de reactie onder A7 is gemotiveerd leidt de planontwikkeling minimaal tot dezelfde hoeveelheid groen in het plangebied. Met name de groene herinrichting van de kade van de Parkhaven zal hieraan bijdragen. Verder is van belang dat in de artikelen 5, 6 en 7 van de planregels is vastgelegd dat sprake moet zijn van een duurzame ontwikkeling. Dit wordt in de beleidsregels Duurzaamheid en mobiliteit nader omschreven.

Met die beleidsregels voor duurzaamheid en mobiliteit gaan wij verder dan wat standaard met een bestemmingsplan geregeld kan worden. Van een duurzame ontwikkeling is sprake als aan een vijftal uitgangspunten wordt voldaan. Eén van die uitgangspunten heeft betrekking op het klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, met de thema’s hitte, droogte en overstromingen wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie. Ten aanzien van het thema hitte is beschreven dat maximum temperaturen en de tijdsduur van warme periodes toenemen. Door het hitte-eiland effect warmt de stad zelfs extra hard op overdag en koelt minder snel af ‘s nachts. Dit heeft nadelige gevolgen voor de gezondheid en het leefklimaat in de stad,

Datum 16 november 2022

Pagina 57 van 78

zowel binnen als buiten (hittestress), wat reclamanten ook aan de orde hebben gesteld. Om dit effect te verminderen dient op grond van het plan en de beleidsregel aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: - Tenminste 40 procent van alle oppervlakken van de gebouwen (daken, gevels, ramen) wordt warmtewerend of verkoelend ingericht of gebouwd. - Koeling in gebouwen en woningen mag niet leiden tot opwarming van de verblijfruimte en/of buitenruimte in de directe omgeving van het koelingsapparaat of de koelingsinstallatie. - Om hittestress in de openbare ruimte te beperken wordt gestreefd naar tenminste 50 procent schaduw tijdens de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken in openbare ruimte en 30 procent schaduw voor belangrijke loop- en fietsroutes. In ambtshalve wijziging A12 stellen wij voor de beleidsregels nog aan te vullen met de voorwaarde dat daken zo veel mogelijk groen ingericht moeten worden. Op basis van het Masterplan bestaat de verwachting dat daken voor ca. 80% groen ingericht kunnen worden. Dit wordt pas duidelijk bij de uitwerking van de bouwplannen. De daken worden namelijk voor meerdere doeleinden gebruikt. Kortom, in de nieuwe situatie zal in het plangebied sprake zijn van minimaal zo groot oppervlak aan groen en op het gebied van duurzaamheid stelt het plan gerichte eisen.

Wat betreft de kleur van de bebouwing merken wij op dat hiervoor in het bestemmingsplan geen regels zijn opgenomen. De kleurstelling en de materialisatie van gebouwen worden geregeld in de Welstandsparagraaf Parkhaven. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. D23. CO2 uitstoot bebouwde omgeving Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 67 (Stichting Rotterdam Natuurlijk) en 68. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten vragen zich af wat de totale CO2- uitstoot is als gevolg van dit bestemmingsplan. Op welke manier wordt die uitstoot gecompenseerd om de klimaatdoelen te halen? Afgevraagd wordt of het ontbreken van een CO2 verwachting of perspectief wel in overeenstemming is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Reactie Voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals die van Parkhaven geldt geen wettelijk kader om de CO2- uitstoot aan te toetsen. Bij de opstelling van het ontwerpbestemmingsplan is echter wel degelijk beoordeeld of sprake is van een duurzame ontwikkeling. In paragraaf 4.10 van de plantoelichting is de volgende tekst opgenomen: Algemeen kan worden opgemerkt dat de beoogde woningen worden gebouwd conform het huidige Bouwbesluit. Daardoor dient voldaan te worden aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. Dit betekent onder andere dat de woningen gasloos worden uitgevoerd.

De nieuwbouw ligt in een deel van de gemeente waar het verplicht is om een aansluiting op het stadsverwarmingsnetwerk te realiseren. Dit leidt er toe dat minder CO2 wordt uitgestoten en een betere energie-efficiënte. De

Datum 16 november 2022

Pagina 58 van 78

ontwikkeling van Parkhaven tot een inclusieve en hoogwaardige woonomgeving vraagt om manieren van bouwen en gebruiken die zo duurzaam mogelijk zijn. Om de maatregelen te borgen zoals opgenomen in het masterplan, waaronder het natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen, wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van de ‘verbrede reikwijdte’ (zie ook § 5.2). Daarmee wordt een duurzame ontwikkeling publiekrechtelijk geborgd via beleidsregels die behoren tot de bijlagen van de regels. Wij achten dat met het toepassen van de verbrede reikwijdte en de extra beleidsregels, er zorgvuldigheid betracht is en een toetsingskader voor een duurzame ontwikkeling van Parkhaven is vastgesteld. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Datum 16 november 2022

Pagina 59 van 78

E. Uitvoerbaarheid

E1. Afstemming met ondernemingen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 71 (Euromast), 75 (Rotterdam Leisure Group), 100 (Shopping Centre Oriental) en 106 (New Ocean Paradise BV). Samenvatting van de zienswijze De ontwikkelaar en het college van burgemeester en wethouders hebben in januari 2019 alle in het plangebied gevestigde ondernemingen benaderd over de voorgenomen ontwikkeling. Sindsdien hebben diverse gesprekken plaatsgevonden over de impact van het project op de ter plaatse gevestigde ondernemingen. Ondanks dat wordt gewaardeerd dat deze ondernemingen in een vroeg stadium bij de ontwikkeling zijn betrokken, zijn in de gesprekken ook grote zorgen geuit, zowel over de fase van de bouw als over de fase na realisatie van het project. In de gesprekken met de ontwikkelaar en de gemeente is begripvol gereageerd op de zorgen van reclamanten en is aangegeven dat concrete afspraken zouden worden gemaakt over het parkeren, de bereikbaarheid en een financiële tegemoetkoming van schade in verband met een beperktere exploitatie. Die afspraken zouden worden gemaakt voordat de formele planprocedure zou starten. Voor het parkeren van touringcars na realisatie van het project zou over een werkbare oplossing worden nagedacht. Tot aan juni 2020 zijn partijen met elkaar in gesprek gebleven, maar tot concrete afspraken kwam het niet.

Door het college is toen aangegeven dat eerst de besluitvorming over het Masterplan diende te worden afgewacht. Nadat de gemeenteraad het Masterplan in februari 2021 had vastgesteld, hebben reclamanten in de zomer van 2021 wederom contact gezocht met de ontwikkelaar en de gemeente. Weliswaar hebben enkele gesprekken plaatsgevonden en is herhaald dat de zorgen van reclamanten worden begrepen, doch tot concrete afspraken is het niet gekomen. Begin 2022 kwam het bericht dat het plan als ontwerp ter inzage zou worden gelegd en dat reclamanten een zienswijze konden indienen. Door deze gang van zaken hebben reclamanten het gevoel gekregen dat hun zorgen niet serieus worden genomen. De bouwperiode van zeker zeven jaar zal aanzienlijke impact hebben op de exploitatie van de ondernemingen in het gebied en het had dan ook in de rede gelegen dat hierover afspraken zouden zijn gemaakt voordat de planprocedure was gestart. Het betreurt reclamanten dat dit niet mogelijk is gebleken. Met de genoemde zorgen en belangen is ten onrechte niets gedaan. Reactie Zoals door reclamanten wordt aangegeven, hebben wij in januari 2019 alle in en rondom het plangebied gevestigde ondernemingen benaderd over de voorgenomen ontwikkeling. Sindsdien hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden en zijn de zorgen van reclamanten over de impact van de planontwikkeling op hun bedrijven aan ons kenbaar gemaakt.

Omdat voor het bestemmingsplan het uitgangspunt geldt dat de reeds aanwezige toeristisch recreatieve voorzieningen kunnen blijven, hebben wij voorgesteld om met reclamanten afspraken te maken over mogelijke maatregelen zoals voor het parkeren en de bereikbaarheid tijdens de bouwfase. In deze overleggen hebben we ook aangegeven dat in deze planfase het nog niet mogelijk is om voor alle zorgen en vragen een concrete oplossing te geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de routes voor bouwverkeer, de plaatsing van

Datum 16 november 2022

Pagina 60 van 78

containers, aan de looproutes tussen parkeergarages en de voorzieningen aan de kade. Deze worden pas in de volgende fase, na vaststellen van het bestemmingsplan, verder uitgewerkt. Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn we wederom met reclamanten in overleg getreden over de impact van de ontwikkeling op hun bedrijven, zowel tijdens als na de realisatie. Zowel ontwikkelaar als de gemeente hebben hiertoe een set van afspraken voorgesteld aan de verschillende ondernemers, zoals bijvoorbeeld kaderstellende afspraken over de bereikbaarheid van hun ondernemingen tijdens de bouwfase en over de wijze van schadeloosstelling voor beperkte exploitatie tijdens de bouwfase. Deze afspraken worden momenteel met de individuele ondernemers op maat gemaakt. Vanwege het ontbreken van afspraken over de genoemde issues op het moment van ter inzage legging hebben vrijwel alle in en rondom het plangebied gevestigde ondernemingen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Wij stellen vast dat onder andere de zienswijzen van reclamanten aanleiding geven de raad voor te stellen om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

Het gaat concreet om de volgende voorgestelde wijzigingen:  Zienswijze A9: binnen de groenbestemming aan de kade worden toegangswegen en -paden en laad- en losruimtes voor de schepen in de Parkhaven mogelijk gemaakt;  Zienswijze B5: om het dubbelgebruik van parkeerplaatsen zoveel mogelijk te minimaliseren zijn afspraken met de ontwikkelaar gemaakt. Er worden circa 440 parkeerplaatsen aangelegd;  Zienswijze B7/F1: binnen het plangebied worden nu vier parkeerplaatsen voor touringcars mogelijk gemaakt (en er komen nog eens vier parkeerplaatsen buiten het plangebied), in plaats van de eerder beoogde twee parkeerplaatsen;  Zienswijze B9: er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen die er voor zorgt dat de 200 nu bestaande kadeparkeerplaatsen hoe dan ook terugkomen in de nieuwe ondergrondse parkeergarages; Een deel van de vragen van reclamanten kan zodoende met de vaststelling van het bestemmingsplan worden beantwoord. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. E2. Bouwschade Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 82 (Van der Linde beheer BV), 100 (Shopping Centre Oriental) en 106 (New Ocean Paradise BV). Samenvatting van de zienswijze Gesteld wordt dat in het ontwerpbestemmingsplan geen (financiële) voorziening is opgenomen voor mogelijke bouwschade als gevolg van toekomstige werkzaamheden.

Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat geen garantie wordt gegeven dat de ondernemingen van reclamanten bereikbaar blijven op het moment dat de werkzaamheden aanvangen. Reactie Voorafgaand aan de aanleg- en bouwwerkzaamheden zal een zogenaamde nulmeting worden uitgevoerd. Voor eventuele schade als gevolg van de werkzaamheden wordt een nadere regeling

Datum 16 november 2022

Pagina 61 van 78

getroffen. Tussen de gemeente Rotterdam en de ontwikkelende partijen zijn afspraken gemaakt over deze financiële voorziening. Eventueel te vergoeden schade doet geen afbreuk aan de (financiële) uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. De bereikbaarheid van de ondernemingen van reclamanten tijdens de bouwwerkzaamheden zal bij de vergunningverlening aan de orde komen. De gemeente draagt zorg voor de bereikbaarheid van het gebied (onder andere ook voor bevoorrading) door een tijdelijke ontsluitingsweg in twee richtingen op de Parkhaven te handhaven; daarbij is het uitgangspunt om de huidige voorzieningen bereikbaar te houden voor bezoekers gedurende deze bouwfase. De ontwikkelende partijen en/of de gemeente treden hierover in overleg met de ondernemers zodra het planproces zo ver is. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E3. Nadeelcompensatie Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 82 (Van der Linde beheer BV), 100 (Shopping Centre Oriental) en 106 (New Ocean Paradise BV). Samenvatting van de zienswijze Reclamanten merken op dat geen regeling voor potentiële omzetschade dan wel nadeelcompensatie is opgesteld. Mogelijk zal sprake zijn van een tijdelijke verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld indien de boten elders een ligplaats moeten hebben vanwege reconstructie van de kade.

Verwacht wordt dat dit tot extra risico’s en kosten zal leiden en dat de bedrijven van reclamanten minder goed bereikbaar zullen zijn. Reactie Wij verwijzen ten eerste naar de reactie onder E2, tussen de gemeente Rotterdam en de ontwikkelende partijen zijn afspraken gemaakt over financiële voorziening. Daarbij is ook rekening gehouden met eventuele schade als gevolg van inkomstenderving. Verder is van belang dat reconstructie van de kade van de Parkhaven geen deel uitmaakt van de planontwikkeling. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E4. Planschade Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 85. Samenvatting van de zienswijze De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een waardevermindering van de woningen aan de Müllerkade. Reclamant stelt dat extra geluidsbelasting, verslechterde luchtkwaliteit, een toename van verkeersbewegingen en verminderde recreatieve waarden van Het Park zullen leiden tot een afname van het woongenot. Reactie Na vaststelling van het bestemmingsplan Parkhaven bestaat voor degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt, als gevolg van het bestemmingsplan, de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming van planschade in te

Datum 16 november 2022

Pagina 62 van 78

dienen. Verwezen wordt naar de bepalingen van Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Eventueel te vergoeden planschade doet geen afbreuk aan de (financiële) uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Over verzoeken tot tegemoetkoming van planschade zijn afspraken gemaakt in de ontwikkelovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente Rotterdam. Eventuele planschadeclaims zijn doordoor niet van invloed op de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E5. Financiële uitvoerbaarheid Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 83. Samenvatting van de zienswijze Reclamant merkt op dat de gemeente een ontwikkelovereenkomst heeft gesloten met de ontwikkelaar. De gemeente verkoopt alléén de grond waarop gebouwd gaat worden, maar blijft daarmee verantwoordelijk voor alle andere werkzaamheden in de openbare ruimte en de uitvoering van het hele masterplan, op de bouw van de gebouwen en parkeergarage na. Gesteld wordt dat rekening dient te worden gehouden met aanzienlijke kosten voor de gemeente, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken, het opknappen van de kade, alle te verwachten schadeclaims en dergelijke. Al met al is sprake van aanmerkelijke financiële risico’s.

Reactie Zoals reclamant aangeeft, is tussen de gemeente Rotterdam en de ontwikkelaar een ontwikkelovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn onder andere afspraken gemaakt over de koopsom van de grond voor de ontwikkelaar en de verrekening van de kosten die de gemeente maakt om deze ontwikkeling uit te voeren, met name voor bouwrijp en woonrijp maken van het gehele projectgebied. De koopsom zal minimaal de kosten van de gemeente moeten dekken. Voor de gemeente is het Masterplan een financieel haalbaar plan. De kosten worden afgedekt door de verwachte opbrengsten. Dat blijkt uit de grondexploitatie, die tegelijk met dit bestemmingsplan aan het bestuur wordt voorgelegd. Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat het herstel van de kade geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan en de grondexploitatie Parkhaven. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E6. Bouwoverlast Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamanten 3, 4, 5, 6, 8, 10, 14, 17 (Stichting Groen Parkhaven), 18, 20, 22, 24, 30, 33, 39, 43, 44, 51, 54, 55, 70, 91, 93, 98, 105, 109. Samenvatting van de zienswijze Reclamanten geven aan dat gedurende de bouw van de woningen, ongeveer zeven jaar lang, veel overlast zal ontstaan. De geluidshinder en luchtverontreiniging zullen toenemen in een omgeving die al zwaar belast is.

Mensen die juist voor hun rust naar het park gaan zullen last hebben van die bouwactiviteiten.

Datum 16 november 2022

Pagina 63 van 78

Reactie Overlast als gevolg van de uitvoering van het project Parkhaven, zoals een tijdelijke toename van geluid, trillingen en luchtverontreiniging door graaf- en bouwwerkzaamheden, valt buiten het kader van dit bestemmingsplan. Niettemin zal er worden getracht om overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Er zal ook een omgevingsmanager door de ontwikkelaar worden aangesteld die tijdens de uitvoeringsfase contact houdt met de (directe) omgeving om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning kan de gemeente nadere eisen opnemen waaraan de ontwikkelaar moet voldoen. Aanvullend merken wij op dat gedurende de bouwfase aan het wettelijk kader (dat wil zeggen de regelgeving voor bouwwerkzaamheden) moet worden voldaan. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning(en) voor de activiteit bouwen zal de ontwikkelaar daarvoor een bouwveiligheidsplan opstellen. Dit wordt door de gemeente getoetst. Alle benodigde transporten zullen ten slotte minimaal voldoen aan de wettelijke eisen en milieuzones van de gemeente Rotterdam. Al met al achten wij het aanvaardbaar dat er tijdelijk sprake kan zijn van enige overlast door bouwwerkzaamheden. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E7. Overlast overig Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 22.

Samenvatting van de zienswijze Verwacht wordt dat het park overspoeld zal worden door een deel van de nieuwe bewoners. Dit zal leiden tot een continue vervuiling van Het Park en de woon- en leefkwaliteit aantasten. Een verloederd park zal gezien worden als een groot verlies voor de stad, aangezien het een schaars stuk groen is en een grote historie met zich draagt. Reactie De verwachtingen van reclamant delen wij geenszins. De nieuwe bewoners zullen net als alle andere Rotterdammers gebruik kunnen maken van Het Park en de voorzieningen. Het Park is voor iedereen. Niet valt in te zien waarom juist de nieuwe bewoners voor een vervuiling en aantasting van Het Park zouden zorgen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. E8. Behoud bomen Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 96. Samenvatting van de zienswijze Reclamant begrijpt dat op de locatie van de nieuwbouw geen bomen kunnen blijven staan en dat het direct rondom de nieuwe woningen ook niet mogelijk zal zijn. Echter, in het plangebied staan meerdere mooie en gezonde bomen waar geen bouwwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Er wordt aandacht gevraagd voor deze, te behouden bomen. Genoemd worden:

Datum 16 november 2022

Pagina 64 van 78

- de strook jonge en oude bomen binnen 20 meter van het tunneltracé, met beeldbepalende zwarte dennen; - de jonge groep bomen aan de rand van het Droogleever Fortuynplein; - de bomen in de directe omgeving van de Euromast, gelet op de aan te houden afstand tussen de nieuwbouw en de Euromast - de boomstrook langs het tunneltracé, ten zuiden van de Euromast; - de volwassen, grote bomen aan de zuidzijde van het bouwplot; - de bomen nabij de ventilatiegebouwen van de Maastunnel. Reactie Wij begrijpen de zorgen van de reclamant maar dit is niet iets wat met het bestemmingsplan geregeld kan worden. Bij het opstellen van het inrichtingsplan buitenruimte en de uitwerking van de bouwplannen, dit met inbegrip van de nader uit te werken inrichting van de bouwplaats en de planning van de bouwlogistiek, zullen wij hierover met reclamant in overleg treden. De inzet is en blijft om zoveel mogelijk van de bestaande bomen in het gebied te behouden. Dit betekent onder andere dat enkel bomen worden gerooid dan wel verplant worden waar dat noodzakelijk is voor de bouw, de inrichting van het bouwterrein en verkeersafwikkeling tijdens de bouw. Conform de zienswijze van reclamant zal door de gemeente worden beoordeeld in hoeverre het mogelijk is om bestaande bomen te behouden dan wel te verplaatsen in het plangebied. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Datum 16 november 2022

Pagina 65 van 78

F. Overige aspecten

F1. Exploitatie Euromast Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze In het ontwerp is rekening gehouden met een plek voor de touringcars om kortstondig stil te staan. Na het afzetten van de toeristen dienen de bussen elders in Rotterdam te parkeren op een aangewezen plek. Naast dat twee parkeerplaatsen voor touringcars onvoldoende zijn, is een ‘kiss and ride systeem’ niet goed werkbaar voor de Euromast. Een bezoek van de touringcars is vaak onderdeel van een grotere tour waarbij meerdere locaties in Nederland worden bezocht. Vanwege het strakke schema zijn bezoekers maar 45 minuten binnen bij de Euromast. Indien touringcars elders in de stad moeten parkeren is daar niet genoeg tijd voor. Verder dient de Euromast de buschauffeurs een goede pauze(ruimte) aan te bieden. Indien hierin niet kan worden voorzien, wordt verwacht dat de Euromast niet of veel minder in de pakketten zal worden opgenomen en dat zal effect hebben op de bedrijfsvoering. Reactie In het ontwerpbestemmingsplan Parkhaven is inderdaad uitgegaan van twee parkeerplaatsen voor touringcars bij de Euromast (zie p. 33 van de plantoelichting). Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen over het aantal parkeerplaatsen voor touringcars hebben wij gekeken naar de mogelijkheden om in extra parkeerplaatsen te voorzien (zie ook B7).

Dat heeft geleid tot het voornemen om vier parkeerplaatsen voor touringcars, waarvan één voor het direct in- en uitstappen van buspassagiers. Daartoe is een zoekgebied aangewezen in het bestemmingsplan binnen de groenbestemming nabij de Euromast. Buiten het plangebied, langs de Parkkade, realiseren wij vier extra parkeerplaatsen voor touringcars. In het bestemmingsplan ‘Scheepvaartkwartier’ is daar een verkeersbestemming opgenomen, waarbinnen de parkeerplaatsen passend zijn. Dit is een tijdelijke situatie totdat er stadsbreed een andere oplossing gevonden is. De routering blijft vooralsnog ongewijzigd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren. In de conclusie onder B7 is aangegeven hoe het plan wordt aangepast. F2. Bedrijfsvoering Euromast overig Een zienswijze met betrekking tot dit onderwerp is ingediend door reclamant 71 (Euromast). Samenvatting van de zienswijze De komst van de bebouwing leidt ertoe dat activiteiten die thans worden geëxploiteerd door de Euromast in het geding komen. Zo is het niet meer mogelijk om van de Euromast af te tokkelen en afgevraagd wordt of het abseilen nog wel op een veilige wijze kan worden uitgevoerd. Met een beperking van deze vergunde bedrijfsmogelijkheden en de hiermee samenhangende financiële gevolgen is ten onrechte geen rekening gehouden in het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c61fced4-edfa-4c39-9314-e49ab8c46345