[22bb008260] Afdoeningsvoorstel wethouder Yigit toezegging 22bb6843 over energie-compensatie studenten
Tekst van het document
Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal Enes Yigit MSc
Van: Vincent Rous Telefoon: 06-28284204 E-mail: bbo@rotterdam.nl Uw kenmerk: 22bb006843 Ons kenmerk: M2210-4678 - 22bo007060
Aan de commissie(s) WIOSSAN
Onderwerp: Energie-compensatie studenten Datum: 2 december 2022
Beste commissieleden, In de vergadering van uw commissie van 19 oktober 2022 heb ik toegezegd (toezegging 22bb006843) u schriftelijk binnen 1 week te informeren over de mogelijke scenario’s voor energiecompensatie voor studenten als duidelijk is hoe het Rijk de toegezegde 35 miljoen euro ter tegemoetkoming van studenten via de individuele bijzondere bijstand voor gestegen energielasten verdeelt over gemeenten. Ik kon u echter binnen een week nog geen duidelijkheid geven over de scenario’s waarop we studenten kunnen tegemoetkomen omdat we toen nog niet wisten hoeveel we van die 35 miljoen als gemeente zouden krijgen. Inmiddels is bekend dat de gemeente Rotterdam naar verwachting 3,2 miljoen euro ontvangt bij de decembercirculaire voor de tegemoetkoming van studenten via de individuele bijzondere bijstand voor gestegen energielasten. Ik wil benadrukken dat dit een indicatief bedrag is. Het definitieve bedrag weten we in december. Vooruitlopend op de definitieve verdeling van de middelen wil ik uw commissie, gezien de urgentie van het onderwerp, toch informeren over de wijze waarop het college studenten tegemoet wil komen. Samen met onder andere de G4-gemeenten heeft Rotterdam gedurende 2022 meermaals aandacht gevraagd bij het Rijk voor de situatie van studenten in relatie tot de gestegen energielasten.
Het college betreurt dat het Rijk de studenten buiten de categorale toekenning van de energietoeslag heeft gehouden. Daarnaast betreurt het college eveneens dat de middelen die het Rijk nu beschikbaar stelt om studenten via de IBB te ondersteunen naar verwachting bijlange na niet toereikend is. Zeker niet voor steden met een grote studentenpopulatie. Het college wil echter geen enkele student in de steek laten. In de afgelopen maanden heb ik daarom studenten in nijpende financiële situaties gewezen op de individuele bijzondere bijstand. Via de individuele bijzondere bijstand kan de gemeente studenten gericht tegemoetkomen. Deze lijn zet het college voort. In deze brief licht ik u toe waarom het college ervoor kiest studenten via de individuele bijzondere bijstand tegemoet te komen. Ook licht ik toe welke afwegingen zijn gemaakt om studenten maximaal te bereiken. Keuze voor tegemoetkoming via individuele bijzondere bijstand (IBB) Het Rijk heeft in haar Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel van de energietoeslag opgenomen dat studenten uitgezonderd worden van de categoriale energietoeslag.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/5 2 december 2022 M2210-4678
Gemeenten hebben de beleidsvrijheid deze energietoeslag wel uit te keren aan studenten, maar het Rijk heeft hiertoe geen middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Ter illustratie: als de gemeente Rotterdam voor het jaar 2022 aan uitwonende studenten vanaf 21 jaar de categorale energietoeslag zou uitkeren, dan kost dat maximaal 26 miljoen euro. Ook zijn er gemeenten, zoals Nijmegen, waarin enkel aan studenten met een eigen energierekening energietoeslag wordt verstrekt. Als het voorbeeld van Nijmegen gevolgd zou worden in Rotterdam, dan zou naar schatting op mogelijk 11.000 adressen een categoriale energietoeslag verstrekt moeten worden. Deze systematiek hanteren in Rotterdam brengt een maximaal financieel risico van 14,3 miljoen euro met zich mee. Houd u hierbij rekening met het feit dat we geen nauwkeurig beeld hebben van het inkomen van studenten in Rotterdam. In bovenstaande bedragen gaan we ervan uit dat alle studenten onder de inkomensgrens van de energietoeslag (140% wettelijk sociaal minimum) vallen. Het Rijk ziet in de individuele bijzondere bijstand een geschikter instrument om studenten financieel tegemoet te komen voor gestegen energielasten en heeft hiertoe nu landelijk 35 miljoen euro beschikbaar gesteld. Het college volgt deze lijn van het ministerie om zo de studenten die het financieel zeer zwaar hebben de helpende hand te bieden.
Binnen de systematiek van de individuele bijzondere bijstand hebben gemeenten enige vorm van beleidsvrijheid. Zo is het mogelijk af te wijken van de Participatiewet als dat in het voordeel van de burger is. In het kader van het tegemoetkomen van studenten is op drie punten overwogen af te wijken van de Participatiewet om studenten extra tegemoet te komen via de IBB. Deze punten zijn: 1) Het niet meetellen van het bedrag dat studenten kunnen lenen als inkomen. Dit bedrag wordt het ‘normbedrag studiefinanciering voor de kosten levensonderhoud’ genoemd; 2) Ook studenten met bijvoorbeeld een all-in huurcontract in aanmerking laten komen voor IBB voor energiekosten en niet enkel studenten met een eigen energierekening; 3) IBB voor energiekosten ook beschikbaar stellen voor studenten tot 21 jaar. Ik licht per punt toe wat de afwegingen zijn geweest en welke keuze is gemaakt. Normbedrag studiefinanciering In de beoordeling van een aanvraag individuele bijzondere bijstand wordt, conform de Participatiewet, het normbedrag studiefinanciering volgens de Wet Studiefinanciering 2000 meegeteld als inkomen van de student. Dit geldt ook in de situatie dat een student niet volledig gebruik maakt van de studiefinanciering voor levensonderhoud. Het in aanmerking te nemen normbedrag voor een student in het hoger onderwijs bedraagt € 932,87 en voor een student in het beroepsonderwijs € 766,06.
Aan een alleenstaande ouder wordt een toeslag voor een eenoudergezin toegekend. Dit is een aanvullend bedrag van € 269,90. Dit betekent niet dat een student maximaal moet lenen bij DUO. Echter, als een student niet maximaal leent, levert dat geen hoger bedrag aan individuele bijstand op. Kortom, een student die IBB aanvraagt, wordt niet gedwongen om een maximale lening aan te gaan. Maar in de berekening van de hoogte van de IBB wordt er wel vanuit gegaan dat een student maximaal gebruik maakt van het normbedrag studiefinanciering voor levensonderhoud. Dit vloeit voort uit de Participatiewet. Ook bij andere inkomensregelingen die voortvloeien uit de Participatiewet wordt het volledige normbedrag studiefinanciering meegeteld als inkomen, ook als de student daar geen gebruik van maakt. Het niet meerekenen van het normbedrag studiefinanciering als inkomen kent een groot financieel risico dat niet gedekt kan worden uit de te verwachte 3,2 miljoen euro. Het normbedrag niet meerekenen leidt er namelijk toe dat vrijwel elke student een beroep kan doen op IBB, ook studenten die anders goed kunnen rondkomen met studiefinanciering en een bijbaan. De middelen vanuit het Rijk zouden we daarmee niet effectief inzetten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/5 2 december 2022 M2210-4678
Ik laat een aantal voorbeelden zien waaruit de kosten blijken als we kiezen voor het niet meerekenen van het normbedrag. Aangezien het niet bekend is wat de gemiddelde stijging is van de energierekening van studenten, heb ik voorbeelden toegevoegd van een gemiddelde prijsstijging in de energierekening van 100 en van 150 euro per maand. Ik wil benadrukken dat ik hierbij uitga van het gemiddelde inkomen van een student van ongeveer 550 euro per maand plus het normbedrag studiefinanciering. De genoemde bedragen zijn indicatief. A) In het scenario waarbij • (1) de gemiddelde stijging van de energierekening van studenten 100 euro per maand is en • (2) 50% van de rechthebbende studenten wordt bereikt en • (3) het normbedrag studiefinanciering wel als inkomen wordt gerekend, • dan zijn de verwachte kosten (uitkerings- en uitvoeringskosten) op jaarbasis ongeveer 460.000 euro. o In een vergelijkbaar scenario waarbij het normbedrag studiefinanciering niet wordt meegerekend als inkomen, zijn de verwachte kosten op jaarbasis 13,2 miljoen euro. B) In het scenario waarbij • (1) de gemiddelde stijging van de energierekening van studenten 100 euro per maand is en • (2) 75% van de rechthebbende studenten wordt bereikt en • (3) het normbedrag studiefinanciering wel als inkomen wordt gerekend, • dan zijn de verwachte kosten op jaarbasis ongeveer 700.000 euro.
o In een vergelijkbaar scenario waarbij het normbedrag studiefinanciering niet wordt meegerekend als inkomen, zijn de verwachte kosten op jaarbasis 19,9 miljoen euro. C) In een ander scenario waarbij o (1) de gemiddelde stijging van de energierekening van studenten 150 euro per maand is en o (2) 50% van de rechthebbende studenten wordt bereikt en o (3) het normbedrag studiefinanciering wel als inkomen wordt gerekend, o dan zijn de verwachte kosten op jaarbasis ongeveer 1,4 miljoen euro. o In een vergelijkbaar scenario waarbij het normbedrag studiefinanciering niet wordt meegerekend als inkomen, zijn de verwachte kosten op jaarbasis 19,5 miljoen euro. D) Tot slot, in een ander scenario waarbij o (1) de gemiddelde stijging van de energierekening van studenten 150 euro per maand is en o (2) 75% van de rechthebbende studenten wordt bereikt en o (3) het normbedrag studiefinanciering wel als inkomen wordt gerekend, o dan zijn de verwachte kosten op jaarbasis ongeveer 2,1 miljoen euro. o In een vergelijkbaar scenario waarbij het normbedrag studiefinanciering niet wordt meegerekend als inkomen, zijn de verwachte kosten op jaarbasis 29,9 miljoen euro.
Ook andere scenario’s, waarin we variëren in de hoogte van de stijging van de energierekening en het bereik laten zien dat het niet meerekenen van het normbedrag studiefinanciering vrijwel altijd leidt tot hogere kosten dan 3,2 miljoen euro. Bovenstaande voorbeelden laten zien dat de kosten niet gedekt kunnen worden met de 3,2 miljoen euro als we het normbedrag studiefinanciering niet als inkomen meetellen. IBB aan studenten zonder eigen energiecontract
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/5 2 december 2022 M2210-4678
Het Rijk stelt in haar communicatie richting gemeenten dat studenten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming via de individuele bijzondere bijstand als zij een eigen energiecontract hebben. De achterliggende gedachte is dat op basis van een energiecontract aangetoond kan worden dat “de kosten zich voordoen” voor de aanvrager. Dit is een vereiste om in aanmerking te komen voor elke vorm van individuele bijzondere bijstand. Het college kiest ervoor ook studenten die geen eigen energiecontract hebben IBB voor energiekosten toe te kennen. Indien een student kan aantonen dat hij of zij kosten maakt voor energie, bijvoorbeeld aan de hand van een specificatie van de servicekosten, dan komt de student in aanmerking voor de IBB. Daarmee verwacht ik dat vrijwel alle uitwonende studenten een beroep kunnen doen op de IBB voor energiekosten, mits zij uiteraard voldoen aan de andere voorwaarden die worden gesteld binnen de IBB. IBB voor energiekosten voor jongeren tot 21 jaar Jongeren tot 21 jaar komen doorgaans niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, omdat de onderhoudsplicht van ouders tot 21 jaar geldt. Als ouders niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht, is individuele bijzondere bijstand mogelijk. Uitwonende studenten (ook ouder dan 21 jaar) wiens ouders een laag inkomen hebben, komen bovendien in aanmerking voor de aanvullende beurs via DUO.
Deze groep kan dus aanspraak maken op extra financiële middelen en niet voor IBB. Studenten tot 21 jaar komen volgens deze lijn ook niet in aanmerking voor de IBB voor energiekosten, mits zij geen gebruik kunnen maken van de onderhoudsplicht van hun ouders. Het college wijkt hier niet van af. Het college loopt daarmee het risico dat niet alle uitgaven gedekt kunnen worden uit de 3,2 miljoen die het Rijk beschikbaar stelt. Dezelfde lijn in G4 Alle G4-gemeenten hanteren dezelfde lijn zoals hierboven geschetst. Zo wordt het normbedrag studiefinanciering in alle G4-gemeenten meegerekend als inkomen, in lijn met de Participatiewet. In tegenstelling tot berichtgeving in de media, rekent ook Den Haag het volledige normbedrag studiefinanciering van studenten mee in het inkomen van studenten. Den Haag laat weten niet voornemens te zijn dit beleid aan te passen. Extra communicatie studenten De huidige cijfers van aanvragen IBB door studenten laten zien dat studenten nauwelijks bekend zijn met de mogelijkheid om IBB aan te vragen. In plaats van het versoepelen van de voorwaarden van de IBB voor energiekosten gaan we gericht communiceren richting studenten over de IBB.
Door gerichter en lokaal te communiceren met behulp van onderwijsinstellingen, studentenvakbonden en studentenverenigingen zijn we waarschijnlijk effectiever in het bereiken van de studenten die dat het hardste nodig hebben. Ik kan u meedelen dat inmiddels het eerste contact met studentenvakbond STUUR is gelegd. Samen met STUUR bekijken we hoe we het meest effectief kunnen communiceren over de IBB richting studenten. In de communicatie richting studenten nemen we ook informatie op aan welke voorwaarden studenten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming via IBB. Andere maatregelen die we nemen: • We verwijzen studenten op de productpagina van de energietoeslag naar de pagina van de IBB voor energiekosten. Op de pagina van IBB voor energiekosten benadrukken we dat studenten in aanmerking kunnen komen voor IBB. • Inmiddels hebben we ook richting bewindvoerders gecommuniceerd dat zij voor studenten onder bewind IBB kunnen aanvragen als zij zien dat het budget van een student niet sluitend gemaakt kan worden door gestegen energiekosten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/5 2 december 2022 M2210-4678
Samenvattend Het college kiest ervoor studenten tegemoet te komen voor gestegen energielasten via de individuele bijzondere bijstand (IBB). Gezien het financiële risico wordt het normbedrag studiefinanciering wel meegerekend als inkomen. Nogmaals, studenten worden niet gedwongen maximaal te lenen. In de beoordeling van een aanvraag voor IBB wordt echter wel rekening ermee gehouden dat een student beschikt over het normbedrag studiefinanciering. Studenten zonder eigen energiecontract komen daarentegen wel in aanmerking voor de IBB voor energiekosten. Het college wil dat iedere student die te maken heeft gekregen met gestegen energiekosten de mogelijkheid bieden IBB te ontvangen. Voor studenten tot 21 jaar blijft het college vasthouden aan de lijn uit de Participatiewet. Dit houdt in dat enkel studenten die geen beroep kunnen doen op de onderhoudsplicht van de ouders in aanmerking kunnen komen voor IBB voor energiekosten. Om het bereik te maximaliseren, gaan we gericht communiceren over de IBB richting studenten. Hiervoor zoeken we de samenwerking met o.a. studentenvakbond STUUR. Vervolg Ik wil benadrukken dat we de ontwikkeling rondom de tegemoetkoming voor studenten, zoals jurisprudentie op de voet volgen. We blijven in contact met het ministerie van SZW, de VNG en G4gemeenten.
Samen met de G4-gemeenten heeft Rotterdam in het kader van de begrotingsbehandeling van het ministerie van SZW op 29 november jl. bij het ministerie opnieuw aangedrongen op het tegemoetkomen van studenten op landelijk niveau als gevolg van gestegen energiekosten. Ik stel voor de toezegging 22bb006843 af te doen. Ik hoop uw commissie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Ik informeer de raad als nieuwe ontwikkelingen op dit thema zich voordoen.
Met vriendelijke groet,
Enes Yigit MSc Wethouder Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal