CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007855] Bijlage 6 behorende bij 22bb7846 - Statuten BOOR

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 7 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs14.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LOYENS^LOEFF

1/23

H J P/EB/5128934/40039644 #28769985-v4

STATUTENWIJZIGING (Stichting BOOR)

Op twee juni tweeduizend twintig is voor mij, mr. Hendrikus Johannes Portengen,-----notaris met plaats van vestiging Rotterdam, verschenen:----------------------------------------mevrouw mr. Suraiya Ashni Ramdhiansing, kandidaat-notaris, geboren te----------------Leidschendam op vier mei negentienhonderd drieënnegentig, met kantooradres: 3011 GA Rotterdam, Blaak 31.------------------------------------------------------------------------------------De comparant heeft het volgende verklaard:---------------------------------------------------------Het bestuur van Stichting BOOR, een stichting, statutair gevestigd te gemeente------Rotterdam en met adres: Schiekade 34, 3032 AJ Rotterdam, ingeschreven in het-----handelsregister onder nummer 24424572 (stichting), heeft op één juli tweeduizend — negentien - na verkregen goedkeuring van de Raad op dertig januari tweeduizend — twintig - besloten de statuten van de stichting te wijzigen en geheel opnieuw vast te — stellen, alsmede om de comparant te machtigen deze akte te doen passeren.----------Van de besluitvorming van het bestuur en de Raad blijkt uit een tweetal besluiten,----welke in kopie aan deze akte zijn gehecht (Bijlage I en II}.-------------------------------------De statuten van de stichting zijn laatstelijk gewijzigd bij akte op eenentwintig------------december tweeduizend achttien verleden voor mr. H.J.

Portengen, notaris met plaats van vestiging Rotterdam.------------------------------------------------------------------------------------Ter uitvoering van voormeld besluit tot statutenwijziging worden de statuten van de — stichting hierbij gewijzigd en geheei opnieuw vastgesteld als volgt.---------------------------

LOYENSÜ LOEFF

9 2/23

STATUTEN:---------- :-------------------------------------------------------------------------------------HOOFDSTUK I---------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 1. Begripsbepalingen.--------------------------------------------------------------------1.1

In deze statuten wordt verstaan onder:--------------------------------------------------------a. het "algemeen bestuur": het algemeen bestuur van de stichting;------------b. "B en W": het college van burgemeester en wethouders van de------------gemeente;--------------------------------------------------------------------------------------c. het "bestuur": het bestuur van de stichting in de zin van het Burgerlijk----Wetboek, gevormd door de leden van het college van bestuur en de-----leden van het algemeen bestuur gezamenlijk;-------------------------------------d. "bestuursreglement” heeft de betekenis daaraan toegekend in--------------artikel 13.3;-------------------------------------------------------------------------------------e.

"code voor goed bestuur": heeft de betekenis daaraan toegekend in de — onderwîjswetgeving, op grond waarvan een dergelijke code ten minste — bepalingen bevat over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan:-----(i) een beleid waarbij de eigen deskundigheid en---------------------------verantwoordelijkheid van het personeel voor de kwaliteit van het — onderwijs tot haar recht komt;--------------------------------------------------(ii) een integere bedrijfsvoering, waaronder voorzieningen om----------verstrengeling van belangen tegen te gaan; en--------------------------(iii) afstemming met en verantwoording aan de ouders en andere------belanghebbenden binnen en buiten de school;---------------------------f. het "college van bestuur": het dagelijks bestuur van de stichting;-----------g. de "concerncontroller": de werknemer van de stichting die als zodanig is aangewezen conform artikel 21.1;-----------------------------------------------------h. de "gemeenschappelijke medezeggenschapsraad": de------------------------gemeenschappelijke medezeggenschapsraden in het openbaar-----------onderwijs (waarop de onderwîjswetgeving van toepassing is) in------------Rotterdam;-------------------------------------------------------------------------------------i.

de "gemeente”: de gemeente Rotterdam, een publiekrechtelijke------------rechtspersoon;--------------------------------------------------------------------------------j. de "jaarrekening": de balans en een staat van baten en lasten van de — stichting over het boekjaar, met een toelichting waarin onder meer wordt opgenomen:-----------------------------------------------------------------------------------(i) op hoofdlijnen, het beleid op het terrein van bezoldiging van het — college van bestuur;----------------------------------------------------------------(ii) op hoofdiíjnen, het beleid op het terrein van (eventuele)--------------bezoldiging van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 15.12; (iii) een verantwoording van de bedragen die zijn uitgegeven aan de —

k.

arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van — de leden van het college van bestuur; en----------------------------------(iv) een verantwoording van de bedragen die zijn uitgegeven aan de — bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het--------algemeen bestuur;------------------------------------------------------------------de "onderwîjswetgeving": de Wet op het primair onderwijs, Wet op het —

LOYENS-CLOEFF

1.2

ç 3/23

voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra, casu quo wetgeving — ten aanzien van het openbaar onderwijs (anders dan het hoger en--------wetenschappelijke onderwijs) die in aanvulling daarop of in plaats---------daarvan op enig moment gaat gelden en van toepassing is op de door — de stichting in stand gehouden scholen;---------------------------------------------l. de "Raad": de gemeenteraad van de gemeente;----------------------------------m. het "Rotterdams Onderwijsbeleid": het vigerende door of vanwege de — gemeente vastgestelde beleid ten aanzien van het onderwijs in de--------gemeente, zoals dat tot stand komt in samenwerking tussen de------------gemeente en Rotterdamse schoolbesturen;----------------------------------------n. "schríftelijk": bij brief of e-mail, of bij boodschap die via een ander---------gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan-----worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende-----zekerheid kan worden vastgesteld;----------------------------------------------------o. "strategisch beleidsplan": het strategisch plan betreffende het openbaar onderwijs in de gemeente en het door de stichting ter zake te voeren----beleid;--------------------------------------------------------------------------------------------p. “scholen": openbare scholen in de zin van de onderwijswetgeving;--------q.

"toezichtkader" heeft de betekenis daaraan toegekend in artikel 13.2.----Verwijzingen naar artikelen verwijzen naar artikelen van deze statuten, tenzij — het tegendeel blijkt.------------------------------------------------------------------------------------

HOOFDSTUK II. NAAM, ZETEL, DOEL EN VERMOGEN------------------------------------Artikel 2. Naam en zetel.---------------------------------------------------------------------------2.1 De stichting draagt de naam: Stichting BOOR.--------------------------------------------2.2

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Rotterdam.--------------------------------

Artikel 3. 3.1

3.2

Doel.------------------------------------------------------------------------------------------

De stichting heeft ten doel:------------------------------------------------------------------------a. het uitoefenen van alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag, in de zin van de onderwijswetgeving over de scholen die in stand worden gehouden door de stichting;--------------------------------------------------------------b. het doen geven van openbaar onderwijs conform de bepalingen van de — daartoe strekkende wettelijke voorschriften;----------------------------------------c. het bijdragen aan de realisatie van het Rotterdams Onderwijsbeleid, mits dit niet in strijd is met het hiervoor onder a. en b. genoemde doel van de stichting dan wel het in artikel 3.2 bepaalde.---------------------------------------De stichting streeft bij haar activiteiten naar het bewaken, bevorderen en het — realiseren van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, en in dat----kader:------------------------------------------------------------------------------------------------------a.

draagt het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de-------stichting in stand gehouden scholen, bij aan de ontwikkeling van de------leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse---------------samenleving en met onderkenning van de betekenis van de-----------------verscheidenheid van die waarden; en------------------------------------------------b. zijn de door de stichting in stand gehouden scholen toegankelijk voor —

loyensÜloeff

3.3 3.4 3.5

3.6 3.7

4/23

teerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. — Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de stichting in — stand gehouden openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.-------------------------------------------Om haar doel te bereiken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daartoe dienstbaar zijn.-----------------------------------------------------------------------------De stichting houdt in ieder door de gemeente aangewezen gebied ten minste — één {1) openbare school voor primair onderwijs in stand.-------------------------------De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de stichting. De kosten van beheer dienen in redelijke verhouding te staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de stichting.-----------------------De stichting heeft geen winstoogmerk.--------------------------------------------------------Noch een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen — van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.------------------------

Artikel 4.

Vermogen.----------------------------------------------------------------------------------

Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:----------------------------------------------a. rijksbekostiging;----------------------------------------------------------------------------------------b. subsidies, giften en donaties;---------------------------------------------------------------------c. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van-----------boedelbeschrijving;-----------------------------------------------------------------------------------d. andere baten,--------------------------------------------------------------------------------------------

HOOFDSTUK III. BESTUUR EN COLLEGE VAN BESTUUR-------------------------------Artikel 5. Bestuur. College van bestuur en algemeen bestuur.----------------------5.1

5.2

5.3

5.4

De stichting wordt bestuurd door het bestuur. Behoudens de beperkingen-------volgens de statuten en met inachtneming van de specifieke taken en-------------bevoegdheden van het college van bestuur en het algemeen bestuur is het-----bestuur belast met het besturen van de stichting.-----------------------------------------Binnen het bestuur zijn de leden van het college van bestuur belast met de-----dagelijkse bedrijfsvoering en operationele gang van zaken en hebben de leden van het algemeen bestuur een toezichthoudende rol, een en ander als nader — uitgewerkt in deze statuten (waaronder Hoofdstuk V. Goedkeuringsbesluiten). — Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van--------zaken.

Hij is voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur, — tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig------verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van-----maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.-------------Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het Rotterdams Onderwijsbeleid, het belang van de scholen — díe door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de------------samenleving.--------------------------------------------------------------------------------------------Het bestuur is, mits met een meerderheid van de leden van het college van----bestuur en van een meerderheid van de leden van het algemeen bestuur,------bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,--------

loyensÜloeff

5.5

5.6

6.2

6.3

6.4 6.5

6.6 6.7

6.8

5/23

vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van------overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk----------------------medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot-----------zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot---------------------vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.--------------Het bestuur is, mits met de meerderheid van de leden van het college van------bestuur en van een meerderheid van de leden van het algemeen bestuur,------bevoegd te besluiten tot het oprichten van een of meerdere organisaties casu — quo juridische entiteiten die dienstverlening verzorgen aan de scholen die-------vallen onder de verantwoordelijkheid van het college van bestuur. Na oprichting is de opheffing van een aldus door de stichting opgerichte organisatie of---------juridische entiteit voorbehouden aan het algemeen bestuur, na advies van het college van bestuur.

De voornoemde organisaties of entiteiten worden zo-------vormgegeven dat de stichting geen enkel financieel risico loopt.---------------------De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar voor zover het bestuur niet — gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van — de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen---------oplevert.---------------------------------------------------------------------------------------------------

Artikel 6. 6.1

9

College van bestuur: samenstelling en benoeming.------------------------

Het college van bestuur bestaat uit drie (3) leden. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden.----------------------------------------------------------Leden van het college van bestuur worden benoemd door de Raad op-----------bindende voordracht van het algemeen bestuur, met inachtneming van het-----verder in dit artikel 6 bepaalde. De Raad kan op grond van overwegende, in het besluit aangegeven bezwaren besluiten niet over te gaan tot benoeming---------conform een bindende voordracht van het algemeen bestuur. In een dergelijk — geval wordt de voorgedragene niet benoemd en dient een nieuwe voordracht te worden opgemaakt.----------------------------------------------------------------------------------Iedere voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van de profielschets-----zoals in voorkomend geval aangevuld of nader in detail uitgewerkt door het----algemeen bestuur overeenkomstig artikel 6.8.----------------------------------------------In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.----------------------------De voorzitter van het college van bestuur wordt door de Raad in functie----------benoemd.

Het college van bestuur benoemt, niet uit zijn midden, een secretaris van het college van bestuur en treft een regeling voor diens vervanging.---------Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode van-----maximaal vier (4) jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.-----------------------Tot lid van het college van bestuur kunnen niet worden benoemd leden van het algemeen bestuur, tenzij de betreffende persoon uiterlijk per de ingang van de benoeming ais lid van het college van bestuur aftreedt als lid van het algemeen bestuur.---------------------------------------------------------------------------------------------------Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op diverse----------facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij het--------college van bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van aigemene­ bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en met een

loyensÜloeff

6/23

spreiding van deskundigheden en achtergronden, waaronder financiële----------deskundigheid. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in--------- algemene zin vastgesteld door het algemeen bestuur in een profielschets,------rekening houdend met eventuele door B en W gegeven aanwijzingen. Een-----besluit tot vaststelling of wijziging van de profielschets vereist voorafgaande — goedkeuring van B en W.--------------------------------------------------------------------------Het algemeen bestuur kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling — van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het — college van bestuur.----------------------------------------------------------------------------------6.9 Iedere voordracht wordt met redenen omkleed. Bij de voordracht worden van — de kandidaat medegedeeld de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft-----bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van lid van het college van bestuur.

Bij herbenoeming wordt rekening-------------gehouden met de wijze waarop de kandidaat zijn taak als lid van het college — van bestuur heeft vervuld.--------------------------------------------------------------------------6.10 B en W stelt het beleid op het terrein van bezoldiging van het college van-------6.11

bestuur vast, binnen de kaders van de daarvoor geldende wet- en regelgeving. De arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van leden van het college van bestuur worden met inachtneming van het in artikel 6.10 bedoelde beleid vastgesteld door het algemeen bestuur.----------------------------------------------

Artikel 7. 7.1

7.2 7.3

College van bestuur: schorsing en defungeren.-----------------------------

Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door het algemeen bestuur. De schorsing van een lid van het college van bestuur--------vervalt, indien het algemeen bestuur niet binnen drie (3) maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de----------schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie (3) maanden worden--------gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van het algemeen bestuur — waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden.-------Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.----------------------------------De Raad kan besluiten tot opheffing van een schorsing gedaan door het---------algemeen bestuur.------------------------------------------------------------------------------------Een lid van het college van bestuur defungeert:--------------------------------------------a. door zijn overlijden;--------------------------------------------------------------------------b. door zijn aftreden;----------------------------------------------------------------------------c.

doordat hij failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt of — verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in — de Faillissementswet;-----------------------------------------------------------------------d. door zijn ondercuratelestelling, alsmede door een rechterlijke beslissing -

e.

waarbij een bewind over één (1) of meer van zijn goederen wordt---------ingesteld;---------------------------------------------------------------------------------------- . door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet —

loyensÜloeff

f.

g. h.

Artikel 8.

7/23

voorzien;----------------------------------------------------------------------------------------door zijn ontslag verleend door de Raad, mits na overleg met het----------algemeen bestuur en met dien verstande dat het betrokken lid van het — college van bestuur in de gelegenheid wordt gesteld zich te-----------------verantwoorden. Daarbij kan híj zich doen bijstaan door een raadsman; — door het verstrijken van de duur van zijn zittingstermijn;-----------------------door de aanvaarding van een benoeming tot lid van het algemeen--------bestuur.-------------------------------------------------------------------------------------------

College van bestuur: ontstentenis en belet.-----------------------------------

Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enig----(overgebleven) lid van het college van bestuur is de persoon die daartoe door het-----algemeen bestuur is of wordt aangewezen, tijdelijk met de taken van het college van bestuur belast. Gaat het algemeen bestuur niet binnen twee (2) weken tot een---------zodanige aanwijzing over dan is de persoon die daartoe door de Raad, al dan niet op verzoek van één (1) of meer belanghebbende(n), wordt aangewezen, tijdelijk met de taken van het college van bestuur belast. De aangewezen persoon kan niet tevens lid van het algemeen bestuur zijn.-----------------------------------------------------------------------------

Artikel 9. 9.1

9.2 9.3

College van bestuur: taakverdeling en beoordeling.-----------------------

Het college van bestuur kan in onderling overleg vaststellen welk lid met welke taak van het college van bestuur meer in het bijzonder zal zijn belast. De--------taakverdeling dient schríftelijk te worden vastgelegd en kan onderdeel vormen van het bestuursreglement of daar als bijlage aan worden toegevoegd.-----------De taakverdeling behoeft de goedkeuring van het algemeen bestuur en wordt — opgesteld met inachtneming van eventuele algemene aanwijzingen van---------B en W.--------------------------------------------------------------------------------------------------Het bepaalde in artikel 5.2, tweede en derde volzin, is van toepassing.-----------Het functioneren van de leden van het college van bestuur wordt periodiek-----doch ten minste één maal per jaar door het algemeen bestuur beoordeeld.------

Artikel 10. College van bestuur: vertegenwoordiging.------------------------------------10.1 10.2

De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur.-----------------Het college van bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan leden van het college van bestuur alsook een bijzondere volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.---------------

Artikel 11. College van bestuur: informatieverplichtingen.-----------------------------Op het college van bestuur rusten informatieverplichtingen jegens het algemeen------bestuur (zie artikel 17.2) en jegens de gemeente (zie artikel 22).------------------------------

Artikel 12. College van bestuur: besluitvorming.-------------------------------------------12.1

Vergaderingen van het college van bestuur worden gehouden zo dikwijls de — voorzitter van het college van bestuur of een ander lid van het college van------bestuur, dan wel de voorzitter van het algemeen bestuur een vergadering van het college van bestuur bijeenroepen, doch ten minste maandelijks.---------------12.2 De bijeenroeping van een vergadering van het college van bestuur geschiedt — door de voorzitter van het college van bestuur of een ander lid van het college van bestuur of de voorzitter van het algemeen bestuur, dan wel namens---------deze(n) door de secretaris van het college van bestuur, en wel schríftelijk onder

loyensÜloeff

12.3

12.4

12.5

12.6

12.7

12.8 12.9

8/23

opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste------zeven (7) dagen.--------------------------------------------------------------------------------------In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig (24) uur.----------------------Indien de bijeenroeping niet schríftelijk is geschied, of onderwerpen aan de-----orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de------------------bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven (7) dagen, is----------besluitvorming niettemin mogelijk, mits de ter vergadering afwezige leden van — het college van bestuur vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard — zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.---------------------------------------------Vergaderingen van het college van bestuur worden gehouden ter plaatse-------binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Rotterdam, te bepalen door----degene die de vergadering bijeenroept.-------------------------------------------------------Toegang tot de vergaderingen hebben de leden van het college van bestuur — alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige leden van het college van — bestuur worden toegelaten.

Een lid van het college van bestuur kan zich door — een schríftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medelid van het college van — bestuur ter vergadering doen vertegenwoordigen.----------------------------------------leder lid van het college van bestuur heeft één (1) stem. Alle besluiten-----------waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met-----meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen. Staken de stemmen, dan is — het voorstel verworpen.-----------------------------------------------------------------------------Aile stemmingen geschieden mondeling. Echter kan de voorzitter van de--------vergadering bepalen dat de stemmen schríftelijk worden uitgebracht. Indien het betreft een verkiezing van personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde — verlangen dat de stemmen schríftelijk worden uitgebracht. Schríftelijke-----------stemming geschiedt door middel van ongetekende stembriefjes.--------------------Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de----ínhoud van een genomen besluit, voorzover gestemd werd over een niet--------schriftelijk vastgelegd voorstel.

Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke------stemming niet hoofdelijk of schríftelijk geschiedde, een stemgerechtigde---------aanwezige dit veriangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de------------------rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.----------------------------------------De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het college van----------bestuur; bij diens afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.-------Van het verhandelde in de vergadering worden door een daartoe door de-------voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgemaakt, welke in dezelfde of de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en ten blijke — daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend.-----------------------------------

12.10 Besluiten van het college van bestuur kunnen ook buiten vergadering worden — genomen, schríftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan — aile in functie zijnde leden van het college van bestuur is voorgelegd en geen —

LOYENS^LOEFF

9/23

van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schríftelijk is genomen wordt door de----------voorzitter van het college van bestuur of een door hem aangewezen lid van het college van bestuur een verslag opgemaakt dat door de voorzitter, alsmede----door de secretaris van het college van bestuur wordt ondertekend. Schríftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schríftelijke verklaringen van alle in — functie zijnde leden van het college van bestuur.-------------------------------------------

Artikel 13. Strategisch beleidsplan. Bestuursreglement, toezichtkader en-------managementstatuut.-----------------------------------------------------------------------------------13.1

Het college van bestuur stelt minstens één (1) maal per vijf (5) jaar vóór een — door het algemeen bestuur vast te stellen tijdstip een strategisch beleidsplan op betreffende een periode van vijf (5) jaar. Het strategisch beleidsplan wordt------vastgesteld door het bestuur, met de stem vóór van ten minste een----------------meerderheid van de leden van het algemeen bestuur, en vervolgens ter---------goedkeuring voorgelegd aan de Raad.--------------------------------------------------------13.2 Door de gemeente en de stichting wordt met inachtneming van door de----------gemeente te geven algemene aanwijzingen omtrent reikwijdte, ínhoud en-------vormgeving een toezichtkader opgesteld (het "toezichtkader'h. waarin het-------toezicht door en de (uitoefening van) bevoegdheden van de gemeente nader — worden uitgewerkt.-----------------------------------------------------------------------------------13.3 Het bestuur stelt een reglement vast (het "bestuursreglement^ omtrent de------besluitvorming en werkwijze van het college van bestuur en het algemeen------bestuur, in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.

Het bestuursreglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de — bepalingen van deze statuten of de wet en houdt rekening met eventueel door de gemeente gegeven algemene aanwijzingen omtrent de ínhoud en opzet.----Het bestuursreglement bevat in ieder geval een nadere regeling omtrent:--------a. periodieke bezinning door het algemeen bestuur op het voor de stichting gewenste besturingsmodel en het realiseren van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs;-------------------------------------------------------------b. het voeren, vastleggen en archiveren van de jaarlijks door het algemeen bestuur te houden functioneringsgesprekken met elk van de leden van — het college van bestuur;-------------------------------------------------------------------c. de ondersteuning van de secretariële staf ten behoeve van het-------------functioneren van het algemeen bestuur;------------------------------------- -------d. periodiek overleg over de relatie algemeen bestuur - college van bestuur; e. periodiek overleg tussen algemeen bestuur en college van bestuur over de wenselijkheid van (continuering van) een verzekering tegen-------------bestuurdersaansprakelijkheid;-----------------------------------------------------------f. de wijze waarop binnen het algemeen bestuur wordt omgegaan met-----tegenstrijdige belangen van leden van het algemeen bestuur;---------------g.

het vaststellen van het vergaderrooster van het algemeen bestuur en de gezamenlijke vergaderingen met het college van bestuur.--------------------13.4 Het besluit tot vaststelling van het bestuursreglement wordt genomen met meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, waaronder de stem vóór van een —

loyens/loeff

10/23

meerderheid van de leden van het algemeen bestuur, en dit besluit behoeft----goedkeuring van de Raad. Het in de voorgaande volzin is van overeenkomstige toepassing op enige wijziging van het bestuursreglement, met dien verstande — dat geen goedkeuring van de Raad is vereist indien en voor zover de wijziging slechts ziet op:-----------------------------------------------------------------------------------------a. procedurele aspecten met betrekking tot vergaderingen van het college — van bestuur, het algemeen bestuur en/of het bestuur;--------------------------b. procedure-afspraken tussen college van bestuur en algemeen bestuur — over de werkwijze en communicatie over en weer.-------------------------------13.5 De gemeente kan algemene aanwijzingen geven op het gebied van financieel, sociaal en economisch beleid. Voor zover dergelijke aanwijzingen geen----------onderdeel van het toezichtkader zijn, maar in het verlengde daarvan separaat — van tijd tot tijd worden gegeven, kan het toezichtkader aanvullende bepalingen bevatten over de totstandkoming en communicatie met betrekking tot zulke-----aanvullende aanwijzingen.-------------------------------------------------------------------------13.6 Het college van bestuur stelt een managementstatuut op over zijn------------------werkverhouding tot de leiding van scholen die onder zijn verantwoordelijkheid — ressorteren.

Het managementstatuut regelt de bevoegdheden van de leiding — van deze scholen.--------------------------------------------------------------------------------------

Artikel 14. Toezicht door de Raad.---------------------------------------------------------------14.1

De Raad oefent toezicht uit op het bestuur van de stichting in de zin van---------artikel 48 lid 6 onder e van de Wet op het primair onderwijs, artikel 42b lid 6----onder e van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 51 lid 6 onder e van de Wet op de expertisecentra door - wanneer dat naar het oordeel van de------Raad geboden is - de bevoegdheden te gebruiken die aan de Raad zijn---------toegekend bij deze statuten of de onderwijswetgeving.----------------------------------14.2 In aanvulling op het toezicht door de Raad, wordt toezicht op de--------------------werkzaamheden van het college van bestuur gehouden door het algemeen----bestuur en de gemeente op de wijze en binnen de kaders als omschreven in — deze statuten, het toezichtkader en het bestuursreglement.----------------------------

HOOFDSTUK IV. ALGEMEEN BESTUUR--------------------------------------------------------Artikel 15. Algemeen bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren,-------bezoldiging.----------------------- -------------------------------------------------------------------------15.1

Het algemeen bestuur van de stichting bestaat uit zes (6) leden. Een niet-------voltallig algemeen bestuur behoudt zijn bevoegdheden.--------------------------------15.2 Leden van het algemeen bestuur worden benoemd door de Raad met------------inachtneming van het verder in dit artikel 15 bepaalde. De Raad kan op grond — van overwegende bezwaren besluiten niet over te gaan tot benoeming conform een bindende voordracht ingevolge artikel 15.7 dan wel artikel 15.8. In een-----dergelijk geval wordt de voorgedragene niet benoemd en dient een nieuwe-----voordracht te worden opgemaakt.---------------------------------------------------------------15.3 Benoeming geschiedt met inachtneming van een door het algemeen bestuur — opgestelde en vooraf openbaar gemaakte profielschets waarin de------------------noodzakelijke competenties van het algemeen bestuur en de afzonderlijke------leden van het algemeen bestuur worden beschreven, rekening houdend met de

loyens/loeff

11/23

aard van de stichting, zijn activiteiten en de gewenste deskundigheid en---------achtergrond van de leden van het algemeen bestuur. Personen in dienst bij de stichting kunnen geen lid van het algemeen bestuur zijn. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.------------------------------------------------------------ 15.4 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en, al dan niet uit zijn midden, een secretaris aan.----------------------------------------------------------------------- . 15.5

Leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor de tijd van maximaal — vier (4) jaar.---------------------------------------------------------------------------------------------15.6 Leden van het algemeen bestuur treden af volgens een door het algemeen-----bestuur vast te stellen rooster van aftreden. Een volgens het rooster aftredend lid van het algemeen bestuur is terstond herbenoembaar. Herbenoeming is----slechts eenmaal mogelijk.--------------------------------------------------------------------------15.7 De oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt door het algemeen bestuur uitgenodigd om voor een zodanig aantal zetels in — het algemeen bestuur een bindende voordracht te doen, als overeenkomt met­ één/derde (1/36) van het totaal aantal zetels in het bestuur (college van bestuur en algemeen bestuur tezamen).------------------------------------------------------------------ 15.8 Voor de overige zetels in het algemeen bestuur heeft het algemeen bestuur----een bindend voordrachtsrecht, evenals in het geval dat de oudergeleding van — de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een hem toekomend-----------voordrachtsrecht niet heeft uitgeoefend binnen twee (2) maanden na daartoe — door het algemeen bestuur te zijn uitgenodigd.-------------------------------------------- .

15.9 Iedere voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van de profielschets-----bedoeld in artikel 15.3.------------------------------------------------------------------- -—- ----- 15.10 Iedere voordracht wordt met redenen omkleed. Bij de voordracht worden van — de kandidaat medegedeeld de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft-----bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van lid van het algemeen bestuur. Bij herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de kandidaat zijn taak ais lid van het algemeen bestuur — heeft vervuld.------------------------------------------------------------------------------------------- .

15.11 leder iid van het algemeen bestuur, waaronder uitdrukkelijk mede begrepen — een op voordracht van de oudergeleding van de gemeenschappelijke-------------medezeggenschapsraad benoemd lid, vervult zijn taak zonder mandaat en-----onafhankelijk van de bij de stichting dan wel haar İnstelling(en) betrokken-------deelbelangen.------------------------------------------------------------------------------------------- 15.12 B en W stelt het beleid op het terrein van (eventuele) bezoldiging van het-------algemeen bestuur vast.------------------------------------------------------------------------------15.13 De bezoldiging en kostenvergoedingen (waaronder mede begrepen de hoogte van de vergoeding van de leden van het algemeen bestuur voor het bijwonen — van zijn vergaderingen (vacatiegeld)) van leden van het algemeen bestuur------worden met inachtneming van het in artikel 15.12 bedoelde beleid vastgesteld door het algemeen bestuur, die daarbij het standpunt van het college van-------bestuur in aanmerking neemt.--------------------------------------------------------------- ------15.14 Een lid van het algemeen bestuur defungeert:----------------------------------------------a. door zijn overlijden;------------------------------------------------------------------- -------

LOYENS^LOEFF

b. c.

d.

e.

12/23

door zijn vrijwillig aftreden of aftreden volgens het in artikel 15.6------------bedoelde rooster;----------------------------------------------------------------------------doordat hij failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt of — verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in — de Faillissementswet;-----------------------------------------------------------------------door zijn ondercuratelestelling, alsmede door een rechterlijke beslissing waarbij een bewind over één (1) of meer van zijn goederen wordt---------ingesteld;----------------------------------------------------------------------------------------door zijn ontslag verleend door de Raad, eventueel na voorafgaande----schorsing door B en W;---------------------------------------------------------------------

f.

door zijn ontslag verleend door het algemeen bestuur bij besluit------------genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van het----algemeen bestuur met uitzondering van het betrokken lid van het----------algemeen bestuur;---------------------------------------------------------------------- — g. door het verstrijken van de duur van zijn zittingstermijn.-----------------------15.15 De Raad kan het vertrouwen in het algemeen bestuur opzeggen. Het besluit is met redenen omkleed en heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van het — algemeen bestuur tot gevolg.---------------------------------------------------------------.-------15.16 Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde worden geschorst door------B en W. De schorsing van een lid van het algemeen bestuur vervalt, indien de Raad niet binnen drie (3) maanden na de datum van ingang van de schorsing — besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor — ten hoogste drie (3) maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum----waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. De Raad — kan besluiten tot opheffing van een schorsing gedaan door B en W.----------------

Artikel 16. Algemeen bestuur: ontstentenis en belet.-------------------------------------Bij ontstentenis of belet van alle leden van het algemeen bestuur worden de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur tijdelijk uitgeoefend door de persoon of-----personen die daartoe door B en W wordt/worden aangewezen.--------------------------------

Artikel 17. Algemeen bestuur: taken en bevoegdheden.---------------------------------17.1

Onverminderd de taken en bevoegdheden van de Raad op grond van de--------onderwijswetgeving en deze statuten, heeft het algemeen bestuur tot taak het houden van toezicht op de werkzaamheden en het beleid van het college van — bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. Het toezicht is integraal hetgeen betekent dat het algemeen bestuur alle aspecten van de-----stichting en alle relevante belangen in overweging neemt. Bij de vervulling van zijn taak richt het algemeen bestuur zich naar het belang van de scholen die — door de stichting in stand worden gehouden, het belang van de stichting, het — Rotterdams Onderwijsbeleid en het belang van de Rotterdamse samenleving. — 17.2 Het algemeen bestuur staat het college van bestuur met raad ter zijde en-------fungeert als klankbord. Het algemeen bestuur dient in staat te worden gesteld — zijn toezichthoudende taak bij voortduring uit te oefenen. Het college van--------bestuur verschaft het algemeen bestuur tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van het algemeen bestuur alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die dat lid —

LOYENSÜ LOEFF

17.3

17.4

17.5 17.6

17.7

17.8

13/23

mocht verlangen. Bij reglement legt het algemeen bestuur vast op welke wijze bekendheid wordt gegeven aan vergaderingen, teneinde nader Ínhoud te-------geven aan het beginsel van openbaarheid van vergaderingen omschreven in — artikei 5.6, tenzij dit reeds is opgenomen in het bestuursreglement.----------------Het algemeen bestuur is onder meer belast met:------------------------------------------a. het meewerken aan het vaststellen van de begroting {zie artikel 23.2), de jaarrekening en het jaarverslag (zie artikel 24.7) en het strategisch--------beleidsplan (zie artikel 13.1);-------------------------------------------------------------b. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen ten aanzien van het bestuur, de code voor goed bestuur en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de naleving van het toezichtkader door de stichting en----haar organen;---------------------------------------------------------------------------------d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en-------------rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van de onderwijswetgeving;---------------------------------e.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 van het — Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan het algemeen bestuur (zie — ook artikel 24.6);------------------------------------------------------------------------------f. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld onder a. tot en met d. — hiervoor in het jaarverslag;----------------------------------------------------------------g. de onderwerpen nader te regelen in het bestuursreglement.-----------------Het algemeen bestuur is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de-----stichting.--------------------------------------------------------------------------------------------------Het algemeen bestuur kan zich door deskundigen laten bijstaan. De kosten van dergeìijke bijstand zijn voor rekening van de stichting.-----------------------------------Het algemeen bestuur kan bepalen dat één (1) of meer leden van het------------algemeen bestuur en/of deskundigen toegang hebben tot het kantoor en de — overige gebouwen en terreinen van de stichting.------------------------------------------Het algemeen bestuur is niet gehouden over zijn handelingen verantwoording — af te leggen aan het college van bestuur.

Het algemeen bestuur bespreekt ten minste eenmaal per jaar zijn eigen functioneren.------------------------------------------Al dan niet tezamen met de bespreking van het jaarverslag op grond van--------artikel. 17.8 zal het algemeen bestuur het eigen functioneren en dat van het----college van bestuur bespreken met de Raad of een delegatie daarvan, na------voorbereiding in B en W.----------------------------------------------------------------------------Het algemeen bestuur overlegt zo vaak als door de Raad nodig wordt geacht, — doch ten minste één (1) keer per jaar, met de Raad of een delegatie daarvan — over:-------------------------------------------------------------------------------------------------------a. de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs (algemene--------------toegankelijkheid en levensbeschouwelijke pluriformiteit), —:------------------b. de uitvoering van het strategisch beleidsplan, en---------------------------------c. de ontwikkeling van de zaken waarover volgens het toezichtkader wordt gerapporteerd aan de gemeente,--------------------------------------------------------

loyensXloeff

14/23

waarbij het algemeen bestuur wordt bijgestaan door de voorzitter van het-------college van bestuur. Dit gesprek kan samenvallen met de indiening van (en----leiden tot bespreking van) de jaarrekening en/of het jaarverslag. Handvatten — voor de bespreking van het jaarverslag worden nader uitgewerkt in het-----------toezichtkader.-------------------------------------------------------------------------------------------

Artikel 18. Algemeen bestuur: informatieverplichting.-----------------------------------Op het algemeen bestuur rust een informatieverplichting jegens de gemeente (zie----artikel 22).---------------------------------------------------------------------------------------------------------

Artikel 19. Algemeen bestuur: besluitvorming.---------------------------------------------19.1

19.2

19.3

19.4

19.5 .

Vergaderingen van het algemeen bestuur worden gehouden zo dikwijls de-----voorzitter van het algemeen bestuur of ten mínste twee (2) van de overige------leden van het algemeen bestuur een vergadering van het algemeen bestuur — bijeenroepen, doch ten minste eens per kwartaal.-----------------------------------------De bijeenroeping van een vergadering van het algemeen bestuur geschiedt----door de voorzitter van het algemeen bestuur of ten minste twee (2) van de------overige leden van het algemeen bestuur, dan wel namens deze(n) door de-----secretaris van het algemeen bestuur, en wei schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven (7) dagen.------In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig (24) uur.----------------------Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de-----orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de------------------bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven (7) dagen, ís----------besluitvorming niettemin mogelijk, mits de ter vergadering afwezige leden van — het algemeen bestuur vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard — zich niet tegen de besluitvorming te verzetten.---------------------------------------------Vergaderingen van het algemeen bestuur

worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Rotterdam, te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.-----------------------------------------------------------------------Toegang tot de vergaderingen hebben de leden van het algemeen bestuur-----alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige leden van het algemeen----bestuur worden toegelaten. Een lid van het algemeen bestuur kan zich door — een schríftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medelid van het algemeen----bestuur ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een lid van het algemeen — bestuur kan ten hoogste één (1) medelid van het algemeen bestuur ter-----------vergadering vertegenwoordigen.-----------------------------------------------------------------leder lid van het algemeen bestuur heeft één (1) stem. Alle besluiten--------------waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met-----meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen en ongeldige stemmen gelden als niet uitgebracht. Staken de stemmen bij verkiezing van — personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen, tenzij het algemeen bestuur, in dezelfde of-------------eerstvolgende vergadering, besluit het voorstel voor te leggen aan B en W, in — welk geval een besluit is genomen zodra door B en W omtrent dit voorstel is — beslist.

Indien over het voorstel tot het voorleggen aan B en W, de stemmen —

loyensÜloeff

15/23

staken, geldt dat voorstel als te zijn aangenomen.----------------------------------------19.6 Alle stemmingen geschieden mondeling. Echter kan de voorzitter van de--------vergadering bepalen dat de stemmen schríftelijk worden uitgebracht. Indíén het betreft een verkiezing van personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde verlangen dat de stemmen schríftelijk worden uitgebracht. Schríftelijke-----------stemming geschiedt door middel van ongetekende stembriefjes.--------------------19.7 Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de----ínhoud van een genomen besluit, voorzover gestemd werd over een niet--------schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dat oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke------stemming niet hoofdelijk of schríftelijk geschiedde, een stemgerechtigde---------aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming ven/allen de------------------rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.------------------------------------ — 19.8 De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het algemeen bestuur; bij diens afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

Tot dat--------ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door het in leeftijd oudste ter vergadering aanwezige lid van het algemeen bestuur.-----------------------------------19.9 Van het verhandelde in de vergadering worden door een daartoe door de-------voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgemaakt, welke in dezelfde of de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en ten blijke — daarvan door de voorzitter en de notulist ondertekend.----------------------------------19.10 Besluiten van het algemeen bestuur kunnen ook buiten vergadering worden — genomen, schríftelijk of op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan — alle in functie zijnde leden van het algemeen bestuur is voorgelegd en geen----van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet.

Van een besluit buiten vergadering dat niet schríftelijk is genomen wordt door de----------voorzitter van het algemeen bestuur of een door hem aangewezen lid van het — algemeen bestuur een verslag opgemaakt dat door de voorzitter, alsmede één (1) van de overige leden van het algemeen bestuur wordt ondertekend.----------Schríftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schríftelijke verklaringen van alle in functie zijnde leden van het algemeen bestuur.-----------------------------19.11 Het algemeen bestuur vergadert gezamenlijk met het college van bestuur zo — dikwijls het algemeen bestuur of het college van bestuur dit noodzakelijk acht. Indien door het algemeen bestuur tot het houden van een gezamenlijke---------vergadering wordt besloten, zijn de leden van het college van bestuur verplicht deze gezamenlijke vergadering bij te wonen. Op het bijeenroepen van een-----dergelijke gezamenlijke vergadering is het bepaalde in de eerste volzin van de artikelen 12.2 en 19.2 alsmede het bepaalde in de artikelen 12.3 en 19.3 van — overeenkomstige toepassing.---------------------------------------------------------------------19.12 Artikel 5.6 is van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van het--------algemeen bestuur.-------------------------------------------------------------------------------------.

HOOFDSTUK V. GOEDKEURINGSBESLUITEN------------------------------------------------Artikel 20. College van bestuur: goedkeuring van besluiten.---------------------------

loyensÜloeff

20.1

16/23

Aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeente en van het algemeen-----bestuur zijn onderworpen de besluiten van het college van bestuur omtrent:----a. de aanvraag van surséance van betaling en aangifte van faillissement; — b. het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door het algemeen bestuur vastgesteld en schríftelijk aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;------------------------------------------------------------------------c. verandering van de identiteit of het karakter van de stichting of de---------activiteiten van de stichting;--------------------------------------------------------------d. het aangaan of beëindigen van verpiichtingen waarvan het belang meer bedraagt dan een tussen de gemeente en algemeen bestuur vastgesteld en schriftelijk aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;-------------e. het aangaan van geldleningen van een miljoen euro (EUR 1.000.000) of tot een door de gemeente te bepalen en schríftelijk aan het college van — bestuur en algemeen bestuur op te geven hoger bedrag, doch daaronder niet begrepen het trekken van gelden onder een eerder goedgekeurde — faciliteit;------------------------------------------------------------------------------------------f.

het aangaan of verbreken van samenwerkingsovereenkomsten of enige andere vorm van duurzame samenwerking met een andere-----------------rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of door de stichting in stand gehouden-----vestigingen van scholen;------------------------------------------------------------------g. het deelnemen in en besturen van andere rechtspersonen en---------------ondernemingen, dan wel de beëindiging daarvan;-------------------------------h. beëindiging of overdracht van alie dan wel vrijwel alle activiteiten van de stichting;-----------------------------------------------------------------------------------------i. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal-----werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek; —:-------------------j. de vaststelling en wijziging van het voor enig jaar of reeks van járen------opgestelde strategisch beleidsplan en de hoofdlijnen van het financieel — beleid;--------------------------------------------------------------------------------------------k. het voeren van procedures tegen de gemeente in verband met enig------onderdeel van de statuten of het toezichtkader.------------------------------------

20.2 Onverminderd het elders dienaangaande in de statuten bepaalde zijn aan de — voorafgaande goedkeuring van het algemeen bestuur onderworpen de-----------besluiten van het college van bestuur omtrent:---------------------------------------------a. b. c.

d.

ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een---------------aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting;-------------------het voeren van procedures, niet zijnde incassoprocedures of procedures in kort geding of procedures betreffende individuele personeelsleden; — het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de — stichting verleend bankkrediet;----------------------------------------------------------het verstrekken van borgtochten of andere zekerheden boven een door het algemeen bestuur vast te stellen bedrag;---------------------------------------

í^iavxoN

LOYENS

LOEF F

17/23

e. f.

{des)investeringen die van ingrijpende betekenis zijn voor de stichting; — het aangaan van vaststellingsovereenkomsten, met uitzondering van----vaststellingsovereenkomsten met individuele personeelsleden waarvan — het belang minder bedraagt dan een door het algemeen bestuur-----------vastgesteld en schríftelijk aan het college van bestuur meegedeeld-------bedrag;------------------------------------------------------------------------------------------g. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale-----procedures, met uitzondering van (i) het nemen van die-----------------------rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden en (ii) procedures in----verband met of naar aanleiding van arbeidsovereenkomsten met of-------aanstellingen van individuele werknemers;-----------------------------------------h. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten of aanstellingen------buiten de schalen van de collectieve arbeidsovereenkomsten die op de — stichting van toepassing zijn;------------------------------------------------------------i. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van---------------------pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien; j. het aangaan van huurovereenkomsten boven een door het algemeen — bestuur vast te stellen bedrag;----------------------------------------------------------k.

de vaststelling en wijziging van het managementstatuut als genoemd in — artikel 13.6.-------------------------------------------------------------------------------------20.3 Het algemeen bestuur is bevoegd ook andere besluiten van het college van----bestuur aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het college van bestuur te worden----meegedeeld, dan wel te worden opgenomen in (of als bijlage worden-------------toegevoegd aan) het bestuursreglement.-----------------------------------------------------20.4 Voor de toepassing van de artikelen 20.1,20.2 en 20.3 geldt verder het----------volgende:------------------------------------------------------------------------------------------------a. met elkaar samenhangende transacties worden als één geheel------------beschouwd (en samengeteld), waarbij transacties met eenzelfde----------wederpartij binnen een aaneengesloten periode van twee (2) járen als — samenhangend worden beschouwd;--------------------------------------------------b.

met een besluit van het college van bestuur tot het aangaan van een----handeling wordt gelijkgesteld een besluit van het college van bestuur tot het goedkeuren van een besluit van enig orgaan van een andere----------rechtspersoon, indien laatstbedoeld besluit aan die goedkeuring zou zijn onderworpen indien het een besluit ten aanzien van de stichting zelf zou zijn geweest;-----------------------------------------------------------------------------------c. goedkeuring van het algemeen bestuur kan de vorm krijgen van een-----besluit van het algemeen bestuur dat wordt genomen met inachtneming van het bestuursreglement of een besluit van het bestuur dat wordt-------genomen met een meerderheid van de stemmen vóór van zowel de------leden van het college van bestuur als van de leden van het algemeen — bestuur.------------------------------------------------------------------------------------------20.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c8c8cd6c-2273-48f8-901e-17f5ae24a73d