CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007845] Bijlage 5 behorende bij 22bb7838 over Jaarplan 2023 & Begroting 2023

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel met betrekking tot de tweede voortgangsrapportage 2022, het jaarplan 2023 en de meerjarenbegroting 2023-2027 van de Stichting Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR).20.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarplan 2023 en begroting 2023-2027

Vastgesteld door het bestuur op 26-10-2022

1

Inleiding Sta Open Voor u ligt het jaarplan 2023, de tweede binnen ‘Sta Open’: onze koers 2022 – 2026. Bij BOOR willen we van betekenis zijn voor de kwaliteit van de Rotterdamse samenleving. Dat doen we door met ons openbaar onderwijs een stevige basis te leggen voor onze leerlingen, nu en in de toekomst. Deze basis draagt niet alleen positief bij aan hun verdere onderwijsloopbaan, maar ook aan het actief kunnen participeren in de samenleving. We leggen de lat voor onze leerlingen en onszelf hoog. We werken aan ambitieus onderwijs met een centrale rol voor wereldburgerschap. Dit is ons recept voor kansengelijkheid. Wij leren kinderen dan ook om open te staan voor de ander: de kern van onze huidige koers. Voorliggend jaarplan vormt de uitwerking voor het tweede jaar hiervan. Werken aan blijvend herstel na corona De afgelopen twee jaar was de impact van corona op scholen en leerlingen fors. Tegelijkertijd hebben de BOOR-scholen laten zien dat ze ook onder hoge druk nog steeds goed onderwijs konden bieden. In het basisonderwijs hebben veel scholen leerachterstanden weer weten in te lopen en in het voortgezet onderwijs werd veel extra ondersteuning georganiseerd voor leerlingen die tegen obstakels aanliepen met het leren of over wie zorgen waren over hun welzijn.

Ook in het speciaal onderwijs waren flinke zorgen om de sociaal-emotionele ontwikkeling en het welbevinden en is veel extra ondersteuning georganiseerd. Leerlingen in het uitstroomprofiel ‘Arbeid’ liepen vertraging op door gebrek aan stages tijdens corona; dat wordt nu zo goed mogelijk ingelopen. Ondanks dat we de impact op leerlingen, zowel cognitief als sociaal-emotioneel binnen BOOR-scholen goed in beeld hebben, en er interventies zijn ingezet om dit op te vangen, wordt in het onderwijs ook langzaam zichtbaar dat de achterstanden over een langere periode merkbaar zullen zijn. Het is de verwachting dat de effecten van kansrijk adviseren en bevorderen, en de versoepelingen in beoordeling en examinering, in 2023 zichtbaar worden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen. Corona heeft de afgelopen jaren ook een flinke impact gehad op leraren en het onderwijsondersteunend personeel; zij moesten in korte tijd het onderwijs anders inrichten, nieuwe manieren vinden om zicht te hebben op de cognitieve en sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen, en hen op afstand en met onderbrekingen toch verder te brengen. Hierin hebben zij zich heel bekwaam en bewonderenswaardig flexibel getoond. Tegelijkertijd leverde dit ook extra druk op. Sommigen leraren werden zelf ziek

2

en zijn hier nog van herstellende. De komende periode besteden we daarom binnen BOOR ook meer aandacht aan het herstel en welbevinden van medewerkers. De ontmoeting met anderen, het uitwisselen van ervaringen over veranderingen bij leerlingen en het leren van de positieve en negatieve ervaringen uit deze periode zullen meer aandacht krijgen. Lerarentekort “is here to stay” In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders steeds meer gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. Alle inzet zal in 2023, net als de jaren ervoor, gaan naar het zo veel mogelijk vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom van personeel. In het besef dat het tekort zal blijven knellen, nemen we ook andere maatregelen. We gaan door met de afspraken die we samen met de andere grote steden hebben gemaakt. Ook zetten we het ‘anders organiseren’ in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs voort, en zullen de mogelijkheden hiervan in 2023 ook in het voortgezet onderwijs verkennen. We zetten in op het uitwisselen van ervaringen en ‘best practices’ die bijdragen aan het verder inrichten van het onderwijsproces en de organisatie op school op zo’n manier dat de kern van het onderwijs – lesgeven - zo goed mogelijk kan plaatsvinden.

Nieuwe uitdagingen in 2023 De opvang van Oekraïense leerplichtige kinderen vraagt de komende periode om extra inzet vanuit BOOR-scholen. Samen met RVKO hebben we ‘Schakelschool De Gaffel’ geopend. Deze school biedt nieuwkomersonderwijs voor Oekraïense leerlingen van 4 tot en met 12 jaar. Hier leren kinderen de Nederlandse taal als tweede taal in kleine klassen en krijgen zij les in rekenen, sport, kunst en cultuur, en sociale vaardigheden. Op De Gaffel wordt ook een uur per dag Oekraïens onderwijs aangeboden. We zien op dit moment ook een grotere instroom van Oekraïense vluchtelingen in het ISK. Op de langere termijn betekent dit dat steeds meer leerlingen in het vo vanuit een andere moedertaal examen zullen gaan doen. De oorlog in Oekraïne heeft ook geleid tot stijgende energiekosten die zorgen voor een toename in geldstress en armoede. Sommige gezinnen hebben daardoor moeite met rondkomen. Dit raakt ook het onderwijs. Leerlingen zitten minder goed in hun vel of er is geen geld voor ontbijt en/of een lunch. Ook onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten, en nemen verscheidene preventieve en signalerende maatregelen, zowel voor leerlingen als medewerkers.

3

In het afgelopen jaar zijn veel nieuwbouwprojecten gestart, ook in 2023 gaan we daarmee op volle kracht verder. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouwen renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de explosief stijgende energiekosten en de toegenomen wensen en eisen voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit en duurzaamheid. De extra noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog en deze middelen kunnen daarmee niet ten goede komen aan het primaire proces. Het is onzeker of en in welke mate corona in 2023 nog impact zal hebben op de scholen. In lijn met de opdracht van OCW hebben scholen een draaiboek opgesteld om zich voor te bereiden op een mogelijke nieuwe coronagolf. Met de ervaringen van afgelopen jaren is onze inzet meer dan ooit dat we de scholen openhouden, ook tijdens periodes van hoge besmettingen, tenzij dit niet meer te organiseren of verantwoord is. Het ministerie van OCW presenteerde in mei het Masterplan Basisvaardigheden, waarmee onder andere de taal-, reken- en digitale vaardigheden van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten worden verbeterd. Het kabinet stelt in het coalitieakkoord structureel € 1 miljard beschikbaar voor onderwijskwaliteit, waarmee de basis op orde moet komen.

Daarbij wordt ingezet op extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren, effectieve leer- en ontwikkelmiddelen, de aansluiting school en omgeving, monitoring en onderzoek inclusief scherper toezicht en een duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs. Deze flinke landelijke inzet op basisvaardigheden past bij de ambities van BOOR zoals verwoord in de belofte “Ieder talent telt”. We gaan daarom zoveel mogelijk gebruik maken van extra investeringen in onderwijs, waarbij we tegelijkertijd bij de landelijke politiek blijven benadrukken dat structurele (extra) financiering de voorkeur heeft boven tijdelijke subsidiemaatregelen. We kijken de komende periode scherper naar de ambities van scholen in het (s)bao en het vo, formuleren een BOOR-brede visie op basisvaardigheden en investeren extra in nascholing, kennisuitwisseling en samenwerking – ook over de sectoren heen. De focus op de basisvaardigheden betekent echter niet dat het belang van de sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonsvorming van leerlingen raakt ondergesneeuwd: ook voor die opdracht van het onderwijs houden we nadrukkelijk oog. In 2023 zal het tekort aan leraren, onderwijsondersteunend personeel en schoolleiding zich steeds meer laten voelen. Naast het tekort aan instromende docenten van de PABO voelen we ook steeds vaker de effecten van opdrogende instroom van docenten in het vo.

Dit zet het onderwijs verder onder druk en zal ook leiden tot meer concurrentie tussen

4

scholen en besturen onderling. Een onwenselijke ontwikkeling waarover we ook in Rotterdam goede afspraken moeten maken. BOOR scholen werken in de kwaliteitscyclus al enige tijd met de 4D systematiek en raken hiermee steeds meer vertrouwd. Deze systematiek draait om data, duiden, doelen en doen. Alles begint met het hebben van hoge verwachtingen van de leerlingen en het formuleren van ambities op schoolniveau; deze vormen de basis voor het onderwijsaanbod. We zien in alle sectoren kansen om de kwaliteitscyclus verder te verbeteren. In 2023 werken we aan de verdere ontwikkeling van de interne audits, aan de integraliteit daarvan, en aan een betere beschikbaarheid van sturingsinformatie. Daarmee versterken we het data-geïnformeerd werken op alle niveaus. Een belangrijke gezamenlijke ambitie voor de komende jaren, waar we in 2023 de vervolgstappen gaan zetten, is het toekomstbestendig inrichten van de bedrijfsvoering. De afgelopen jaren zijn er goede ontwikkelingen geweest op het gebied van risicoreductie en insourcen van administratieve diensten. Nu zijn we toe aan de logische vervolgstap: een bedrijfsvoering die het primaire proces optimaal ontzorgt, zodat alle aandacht uit kan gaan naar het onderwijsproces. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan het in 2022 opgestelde programmaplan voor de transitie bedrijfsvoering.

Aan dit programmaplan liggen de visie en ambitie bedrijfsvoering ten grondslag die in 2022 zijn opgesteld. Een belangrijk onderdeel van de uitvoering betreft de nadere verdieping van de structuur, systemen en sleutelvaardigheden die randvoorwaardelijk zijn voor het werken op basis van integraal management. Ook werken we verder aan verbetering van de dienstverlening van BOOR Services. Daarnaast worden per sector prioriteiten bepaald in het verder toekomstbestendig ontwikkelen van de bedrijfsvoering binnen de kaders vanuit de visie en ambitie bedrijfsvoering. Financiën In de komende planperiode (2023 – 2027) spelen een aantal belangrijke ontwikkelingen die grote financiële impact hebben. Als gevolg van de onrust door de oorlog in de Oekraïne is de inflatie toegenomen en zijn de energieprijzen zeer sterk gestegen en nog aan verandering onderhevig. Vanuit het Rijk zijn extra middelen beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. Deze middelen worden jaarlijks zoveel als mogelijk voor de doelstelling van dit programma ingezet. Niet ingezette middelen worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve zodat deze voor de komende jaren voor deze doelstelling beschikbaar blijven. In september 2022 is voor alle BOOR scholen een subsidieaanvraag gedaan voor de subsidie basisvaardigheden.

Aangezien deze subsidie fors is overtekend en de wijze van toekennen niet bekend is, is deze subsidie op het moment van schrijven nog niet in de begroting meegenomen.

5

Opzet jaarplan: doelen per sector We hebben bij het opstellen van het jaarplan 2023 gekozen voor dezelfde opzet als vorig jaar, door doelen op sectorniveau te formuleren aan de hand van de vijf beloften uit onze koers Sta Open. De uitwerking van de gezamenlijke beloften verschilt per sector. De drie sectoren binnen BOOR maken elk een eigen ontwikkeling door, met sectorspecifieke doelstellingen. Een hoofdstuk per sector geeft meer ruimte om de specifieke uitdagingen en ambities van elke sector te adresseren. De plannen per sector zijn te vinden in de hoofdstukken 2 tot en met 4. Daarnaast is de meerwaarde van drie sectoren binnen één bestuur groot en dit laten we niet onbenut. Voor sommige ambities hebben we elkaar ook simpelweg nodig. In het eerste hoofdstuk beschrijven we onze sector-overstijgende doelen op de thema’s die ons binden. In het jaarplan worden niet àlle activiteiten en doelstellingen binnen de sectoren benoemd. Het jaarplan beschrijft de gezamenlijke prioriteiten voor kalenderjaar 2023. Daarnaast wordt aan sommige ambities, passend bij de eigenheid van iedere school, op schoolniveau invulling gegeven. Deze worden door de scholen verwerkt in het eigen schooljaarplan, op een wijze die past bij de eigen ontwikkeling en bijbehorende draagkracht en ambitieniveau.

Minder doelen en meer focus Het onderwijs, en daarmee ook BOOR, bevindt zich in een ongekend uitdagend krachtenveld. We hebben recent te maken met een onzekere financiële situatie als gevolg van de enorme prijsstijgingen in energie en de onduidelijkheid of we daar als onderwijsorganisatie vanuit de overheid compensatie voor krijgen. Daarnaast is het lerarentekort in het basis- en speciaal onderwijs onverminderd groot en loopt momenteel in het vo ook verder op. Daar komt de uitputtingsslag als gevolg van twee jaar corona bij. Deze omstandigheden maken dat we ervoor gekozen hebben om in 2023 minder doelen en meer focus aan te brengen. Daarmee streven we naar een goed en werkbaar evenwicht tussen doorontwikkelen en vernieuwen. Een substantieel deel van de doelen uit het jaarplan 2023 betreft dan ook doelen die voortborduren op de doelen uit jaarplan 2022: dit zijn doelen die worden voortgezet en waarbij een volgende stap wordt gemaakt, doelen die zijn voorzien van een iets gewijzigde richting en aanscherping, of doelen die op het moment van publicatie van het jaarplan 2023 nog niet zijn gerealiseerd, maar die eind 2022 geheel of gedeeltelijk worden behaald. De doelen die in het jaarplan zijn opgenomen kunnen geschaard worden onder een drietal richtinggevende thema’s die zo fundamenteel zijn dat ze de duur van de jaarplannen overstijgen.

Deze thema’s kunnen gezien worden als de bedding waar de ‘rivier van het jaarplan’ doorheen stroomt. We onderscheiden er drie:

6

1. Gerichtheid op ontplooiing en ontwikkelingskansen van leerlingen: Alles wat we doen binnen BOOR staat in dienst van dit thema. In dit verband formuleren we doelen die te maken hebben met het wegnemen van belemmeringen voor leerlingen (kansengelijkheid) en doelen die vallen onder de belofte veilig en verbonden uit onze koers Sta Open. 2. Voldoende en goed toegerust personeel: We waarderen de bevlogenheid, inzet, kennis en ervaring van onze medewerkers zeer: zonder hen is goed onderwijs simpelweg niet mogelijk. Vanuit onze focus op goed en aantrekkelijk werkgeverschap streven we dan ook naar een professionele cultuur die motiveert en ondersteunt. We zetten ons in om de mogelijkheden voor professionele groei van al onze medewerkers goed te faciliteren en te stimuleren, bijvoorbeeld door een grotere diversiteit aan opleidingsroutes en een opleidingsmix, gekoppeld aan goede begeleiding en talentontwikkeling. 3. Vakmanschap van het lesgeven: We streven naar expliciete aandacht voor de didactiek en pedagogiek die nodig is voor het lesgeven in een superdiverse stad. Hieronder scharen we bijvoorbeeld doelstellingen die betrekking hebben op doorgaande leerlijnen en de nadruk die we daarbij leggen op taal, en doelstellingen die een relatie hebben met burgerschap.

In de uitvoering hebben we expliciet oog voor een goede balans tussen de realisatie van de doelen en de draagkracht van de organisatie. Dit doen we bijvoorbeeld door zoveel mogelijk aan te sluiten bij lopende ontwikkelingen en initiatieven in de scholen, en bij de verschillende contexten waarin scholen zich bevinden. Rotterdam, 31 oktober 2023 M.I. Hamer Voorzitter Algemeen Bestuur

R.G.K. Voss Voorzitter College van Bestuur

7

Inhoudsopgave Inleiding

2

Inhoudsopgave

8

1. Sectoroverstijgende doelen 2023

9

2. Sectorjaarplan (v)so

14

3. Sectorjaarplan vo

21

4. Sectorjaarplan (s)bao

27

5. Begroting

35

6. Inventarisatie risico’s en onzekerheden

55

Bijlage 1. Meerjarige liquiditeitsprognose

61

8

1.

Sectoroverstijgende doelen 2023

1.1.

Nieuwe doelen In 2023 werken we sector-overstijgend aan twee thema’s: de aansluiting po/so/vo en goed werkgeverschap. Deze thema’s met bijbehorende doelen worden hieronder verder toegelicht. Doel 1: aansluiting po/so/vo Ten aanzien van de aansluiting po/so/vo leggen we in 2023 de focus op taal. We hebben de ambitie dat BOOR-leerlingen bovengemiddeld geletterd zijn en toegerust om voluit te participeren in de informatiesamenleving, zowel digitaal als op papier. We werken er als BOOR naartoe om de taalspecialist te worden in Rotterdam en nabije omgeving. Daartoe brengen we met onze onderwijssectoren eerst in kaart wat we allemaal al doen en leggen daartussen vervolgens de verbinding. Zo ontstaat op organische wijze een leerlijn die uiteindelijk als garantie kan dienen voor een wenselijk referentieniveau dat past bij de individuele leerling. Doel 1 - Aansluiting (s)bao, vo en (v)so We willen leerlingen een optimale schoolloopbaan bieden en drempels die dat in de weg staan zo veel mogelijk wegnemen. Daarom zorgen we voor meer verbinding tussen de BOOR-scholen in de verschillende sectoren en verkennen we nieuwe initiatieven voor goede aansluiting en soepele overgangen. In 2023 ligt de focus in de samenwerking op taal.

In de Staat van het BOOR Onderwijs over schooljaar 2021-2022 werden met betrekking tot de overgangen verschillen zichtbaar tussen scholen als het gaat om enerzijds advisering aan het eind van het basisonderwijs en anderzijds de mate van groei in het voortgezet onderwijs. Deze verschillen willen we zo klein mogelijk maken. Daarom gaan BOOR -scholen de komende periode hierover met elkaar in gesprek. De insteek is daarbij zo breed mogelijk; naast kansrijk en realistisch adviseren, gaat het ook om een warme overdracht, ruimte voor mogelijkheden tot stapelen in het voortgezet onderwijs en een goede overgang in de beroepsgerichte richting. De samenwerking met het mbo en hbo wordt op dat punt verder verstevigd. Voor een optimale overgang zijn niet alleen een goede overdracht en informatieuitwisseling van belang, maar ook een goede inhoudelijke aansluiting tussen curricula. Met name Rekenen en Nederlandse taal zijn hierbij randvoorwaardelijk, omdat deze vakken essentieel zijn voor het goed kunnen volgen van andere vakken. Taalvaardigheid is de set van vaardigheden die leerlingen nodig hebben in zowel het (vervolg)onderwijs als later in de samenleving. Het gaat daarbij concreet om doelgericht

9

lezen, schrijven, kijken/luisteren, spreken en gesprekken voeren in functionele taalgebruikssituaties. Deze set aan taalvaardigheden omvat de basisvaardigheden van taal. Voor 2023 kiezen we voor het aandachtspunt Nederlands, omdat we zien dat hier veel winst is te behalen voor onze leerlingen. De ambitie is om over vier jaar binnen Rotterdam een leidende rol te vervullen op het gebied van taalonderwijs. Op BOOR-scholen werken we de komende jaren zo veel mogelijk vanuit een gezamenlijk beleid om de taalvaardigheid te verbeteren en daar concrete ambities op te formuleren. In de drie onderwijssectoren zijn al verschillende initiatieven gestart om te zorgen voor optimaal taalonderwijs op onze scholen. In 2023 gaat een stuurgroep vanuit een inventarisatie van de huidige stand van zaken aan de slag. Daarbij leren we sectoroverstijgend van en met elkaar. De eerste stap die we in 2023 in elk geval zetten, is het gezamenlijk gebruik van de referentieniveaus taal als belangrijk instrument voor de doorlopende leerlijn taal. Vervolgens zorgen we evidence informed voor het samen vorm en inhoud geven aan het begrip ‘doorlopende leerlijn taal’.

Doel 2: goed werkgeverschap/lerarentekort In samenwerking met de sectoren en de afdeling HR brengen we in 2023 in kaart waar de kansen en mogelijkheden liggen om BOOR als werkgever in Rotterdam te onderscheiden en wat we moeten doen om de medewerkers te binden en te boeien. Door ook op dit gebied als werkgever onderscheidend zijn, spelen we actief in op het lerarentekort. Doel 2 - Goed werkgeverschap / lerarentekort Aantrekkelijk werkgeverschap bestaat uit de componenten financiën (arbeidsvoorwaarden), ‘anders organiseren’, scholing/opleiding en cultuur. In 2023 1) stellen we vast wat we concreet verstaan onder deze componenten van aantrekkelijk werkgeverschap, 2) brengen we in kaart hoe we ons op dit vlak verhouden tot andere besturen in de stad, en 3) stellen we vast welke verbeterstappen we gezamenlijk kunnen zetten de komende drie jaar. Uitgangspunten van de aanpak personeels- lerarentekort zijn het vergroten van de instroom, het verkleinen van de uitstroom, mensen opleiden en binden en ‘anders organiseren’ van het onderwijs. Als het gaat om aantrekkelijk werkgeverschap gaat het, naast passende arbeidsvoorwaarden, ook om goede doorgroeimogelijkheden, uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden, maar soms ook om wat onorthodoxe maatregelen, zoals het ondersteunen bij huisvesting en ruimhartige vergoedingen voor reizen en parkeren.

10

Het manifest en de beloftes van BOOR zijn de basis voor de professionele cultuur die we met elkaar willen nastreven. Een cultuur waar iedereen ertoe doet en je goed gefaciliteerd wordt in je werk. In een aantal sectoren wordt actief gewerkt aan een cultuur die faciliterend en motiverend is voor professionals om in te werken. Daarnaast kijken we in 2022/2023 naar het gedrag dat past bij de cultuur van BOOR als werkgever. Hiermee bouwen we aan een plek die mensen bindt en boeit en mede daardoor bijdraagt aan het leveren van de beste kwaliteit van ons onderwijs aan onze leerlingen. Als het gaat om scholing en opleiding maken we vanaf schooljaar 2022/2023 gebruik van een digitaal aanbod van opleidingen voor medewerkers in alle sectoren. Op deze manier faciliteren we een (overzichtelijk) aanbod voor iedere professional binnen BOOR. De teacher tracks voor het basisonderwijs worden verder geprofessionaliseerd en de ontwikkeling van de excellente leerkracht wordt in 2022/ 2023 geoperationaliseerd. Op basis van data voorkomend uit de HR-review, gaan we de ontwikkelkaarten en het proces van het operationaliseren van de uitkomsten implementeren in het (s)bao en BOOR Services. Daarnaast wordt de HR-review geïmplementeerd in het (v)so. In het VO wordt per school of scholengroep afgewogen wel of geen HR-review te doen.

Het lerarentekort is langdurig van karakter en de wens naar een meer duurzame aanpak is wenselijk. We willen het onderwijs daarom ook kijken waar we het onderwijs duurzaam anders kunnen organiseren. Bij anders organiseren kan gedacht worden aan andere soorten samenwerking in lerarenteams, nieuwe manieren om het onderwijs te organiseren en gebruik maken van de mogelijkheden van ICT. Anders organiseren moet passen bij de visie op leren en ontwikkelen van de school en sector. Ook zetten we in 2023 in op meer samenwerking tussen besturen: op gebied van bevordering zij-instroom, bevoegde mensen terugleiden naar het onderwijsveld, voorkomen wegvloeien van onderwijsgelden naar commerciële detacheringsbureaus, voorkomen uitwassen van concurrentie en samenwerking in het kader van de opleidingsscholen.

1.2.

Continueren van lopende BOOR-brede doelen Doel 3 – Leerlingenraad In 2023 onderzoeken we het functioneren van leerlingenraden op schoolniveau en de koppeling met een BOOR-brede leerlingenraad Eén van de manieren om op school kennis te maken met de beginselen van de democratische rechtstaat is de deelname van leerlingen aan een leerlingenraad. Een flink aantal scholen heeft een leerlingenraad of zal deze in schooljaar 2022/2023 inrichten, maar op basis van gesprekken en de analyse van schoolplannen is het duidelijk dat er nog veel verschillen zijn in het functioneren van de leerlingenraden. Op

11

basis van een kort onderzoek bekijken we het komend jaar de effectiviteit van leerlingenraden en verzamelen en delen we goede voorbeelden. We onderzoeken hoe we de koppeling met de BOOR-brede leerlingenraad kunnen vormgeven en stellen hiervoor een advies op. Doel 4 – Cyclisch werken op basis van sturingsinformatie In 2023 versterken we de kwaliteitszorg. Binnen alle sectoren en op bestuursniveau werken we cyclisch aan kwaliteit, met het 4D-model. De real-time beschikbaarheid van data over onderwijskwaliteit, HR en financiën bouwen we verder uit op school-, sectoren bestuursniveau. Om de beloftes uit het koersdocument waar te maken is het noodzakelijk te beschikken over actuele, volledige en betrouwbare stuurinformatie. Informatie die het mogelijk maakt om niet alleen achterom te kijken, maar ook om in te kunnen zoomen op de actualiteit, trends en analyses op verschillende niveaus en hierover het gesprek te voeren tussen de verschillende niveaus in de lijn. Daarbij gaat het om de professionele dialoog waarbij uitgegaan kan worden van consensus over de kwaliteit van de data en het gesprek gevoerd kan worden over de duiding en de noodzakelijke verantwoording. Daarnaast wordt vanuit de omgeving van de scholen en het bestuur veel gevraagd ten aanzien van verantwoording. Hier gaat op alle niveaus momenteel veel tijd mee gepaard en geeft niet altijd tijdig de gewenste inzichten.

Om te komen tot een passende en duurzame inrichting ten aanzien van de totstandkoming van stuurinformatie en het gebruik hiervan, wordt voor eind 2022 een analyse gemaakt van de huidige situatie. Doel 5 – Kennisagenda We bundelen alle onderzoeksactiviteiten tot een Kennisagenda, waarin we ons naast de kennisagenda taal voor de CZ-scholen richten op: 1. Het versterken van de lerende- en onderzoekscultuur 2. Vergemakkelijken toegankelijkheid en benutting kennis 3. Meedoen aan meerjarig onderzoek naar grootste uitdagingen Rotterdamse onderwijs 4. De totstandkoming van de kennisagenda en andere onderzoeksactiviteiten inspireert tot het werken aan een onderzoekscultuur. Daartoe wordt verbinding gelegd met de wetenschappers en onderzoekers om de praktijk te versterken. Naar analogie van de Kennisagenda taal die op initiatief van BOOR en PCBO is ontstaan ten behoeve van de ondersteuning van de CZ-scholen in Rotterdam Zuid op het vlak van taalontwikkeling, willen we de kennis en expertise van onderzoekers van de kennisinstellingen in Rotterdam en daarbuiten actief inzetten om de vraagstukken van onze scholen te helpen oplossen.

12

Bij het versterken van de lerende en onderzoekende cultuur op alle scholen, waarbij evidence-informed werken vanzelfsprekend is, kan worden gedacht aan het uitbreiden van de primoraten in het sbao en so/vso en de introductie van het didactoraat en auctoraat in het vo, het organiseren van inspiratiesessies, lezingen, masterclasses evidence-informed werken en professionalisering door middel van leergangen. Als het gaat om het vergemakkelijken van de toegankelijkheid en benutting van kennis over effectieve aanpakken in het onderwijs kan worden gedacht aan activiteiten zoals matchings-bijeenkomsten met onderzoekers, betere vindbaarheid van kennis en onderzoek via BOOR-connect, organiseren van masterclasses onderwijsontwerp en de inzet van BOOR-brede digitale voorzieningen. We versterken de komende periode onze deelname aan meerjarig onderzoek in consortia naar uitdagingen in het Rotterdamse onderwijs. In eerste instantie binnen het vervolg op het lopende onderzoek naar schooladvisering in het kader van kansengelijkheid, maar ook door aan te haken bij nieuwe onderzoeken op het gebied van de school als lerende en professionele organisatie en taalonderwijs.

13

2.

Sectorjaarplan (v)so In de sector (v)so geven we vorm aan de koers in de zogenaamde ‘ontwikkelambitie’. Binnen de ontwikkelambitie werken we aan drie belangrijke uitgangspunten. 1. We gaan van een medisch model naar een onderwijsmodel met de uitstroomprofielen dagbesteding, arbeid en vervolgonderwijs. 2. We vergroten de uitwisseling van expertise tussen medewerkers, schoollocaties en uitstroomprofielen. 3. We voorkomen voortijdige schooluitval met behulp van nieuwe, aansluitende arrangementen. Om aan deze uitgangspunten te werken, hebben we sectorambities omschreven. Aan deze ambities hebben we doelen verbonden waar we op sector- en schoolniveau aan werken. De activiteiten om onderstaande doelen te bereiken, zijn verder uitgewerkt in een dashboard waarin per doel een onderbouwing, randvoorwaarden, planning in de pdca-cyclus en de verschillende actoren zijn opgenomen. Hierin is ook de vraagarticulatie van de sector en de gevraagde samenwerking met de verschillende afdelingen van BOOR Services vastgelegd. Hiermee is een integraal sectorplan tot stand gekomen voor 2023. Als randvoorwaarden voor het bereiken van onze doelen vinden we eigen regelruimte en ‘durven werken vanuit de geest van de gedachte’ essentieel.

Binnen de thema’s lerarentekort en doorlopende leerlijnen is het nodig dat de sectoren (s)bao, vo en (v)so samen optrekken om tot creatieve en impactvolle oplossingen te komen voor de genoemde vraagstukken. Verdere randvoorwaarden zijn: •

een klantgerichte benadering vanuit BOOR Services

•

een slagvaardige projectorganisatie

•

technische inrichting op systeemniveau

•

ontsluiten van de sectorspecifieke data en zorgen voor sturingsinfo.

We willen met de verschillende afdelingen van BOOR Services samenwerken op basis van integrale projectteams in plaats van via separate (afdelings)opdrachten.

1. Iedere BOOR-school is een burgerschapsacademie Belofte: Wij leiden kinderen op tot de burgers van morgen.

Sectorambitie: curriculumontwikkeling Door het curriculum uit te breiden met leerlijnen die een appél doen op specifieke talenten en mogelijkheden van onze leerlingen, gaan wij hen nog kwalitatiever en

14

completer toerusten voor een plek in de maatschappij en de kans op succesvolle bestendiging in het uitstroomprofiel. Wij zien het werken aan de zelfstandigheid en zelfredzaamheid als belangrijk onderdeel van ons burgerschapsonderwijs. Hierbij benaderen we iedere leerling vanuit diens eigen kracht en laten we het onderwijs aansluiten bij het perspectief van de leerling. We willen we in de sector de maatschappelijke diensttijd (MDT) verder ontwikkelen. Leerlingen ontdekken door de projecten MDT hun talenten en doen tegelijkertijd iets voor een ander. Tijdens MDT ontmoeten leerlingen nieuwe mensen en maken ze onze samenleving sterker. Doel 1 – Burgerschapsonderwijs In 2023 is er een koppeling gemaakt tussen het programma zelfstandigheid/zelfredzaamheid en het werken aan en het meten van de kerndoelen burgerschapsonderwijs. We continueren het gesprek over inspraak van leerlingen. In 2023 ontwikkelen we een leerlijn MDT en stellen deze vast.

2. Ieder talent telt Belofte: Wij gaan voor kansengelijkheid en bieden ieder kind brede basisvaardigheden.

Sectorambitie: In- door en uitstroomproces De ontwikkelambitie binnen onze sector waarmee we een ontwikkeling doormaken van een zorgmodel naar een onderwijsmodel is doorvertaald in het Noord-Zuidplan. Hiermee creëren we een dekkend aanbod op de uitstroomgebieden dagbesteding, arbeid en vervolgonderwijs. Door te participeren in de centrale intake, samen met de samenwerkingsverbanden PPO Rotterdam, Koers vo, (v)so-besturen, (v)so-scholen en de gemeente Rotterdam zorgen we voor een goede toeleiding naar het (v)so. Door interne en externe samenwerkingen, expertisedeling en een soepel door-, in- en uitstroomproces willen we voor onze leerlingen de kansen op de arbeidsmarkt vergroten en doorstroom naar vervolgonderwijs verbeteren. Met ons uitstroomtrainingscentrum zorgen we voor een duurzame bestendiging voor onze uitstromende leerlingen. Sectorambitie: certificering, examinering en startkwalificaties Om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en een verbetering naar vervolgonderwijs te realiseren verruimen wij het aanbod certificering en examinering. Daarnaast geeft het ook erkende waardering aan de leerlingen. Doel 2 – In- en uitstroomproces We zorgen voor een doorontwikkeling van de centrale aanmelding door knelpunten en risico’s inzichtelijk te maken en arrangementen en bekostiging vast te stellen.

We willen het uitstroomtrainingscentrum toegankelijk maken voor bredere doelgroepen en externe leerlingen. Hiervoor leggen we een onderwijsconceptbeschrijving vast en beschrijven we financiële gevolgen en risico’s in een businesscase.

15

Doel 3 – Stagebureau In 2022 is een gemeenschappelijk stagebureau ingericht en operationeel geworden voor leerlingen in de uitstroom arbeid. In 2023 breiden we het gemeenschappelijk stagebureau uit met stageplaatsen voor leerlingen in de uitstroomgebieden dagbesteding en vervolgonderwijs en breiden we de samenwerking uit met het Olympia College. In samenwerking met de afdeling financiën van BOOR Services stellen we een financieel plan op. Doel 4 – Examinering Eind schooljaar 2022-2023 ontvangen leerlingen die daarvoor in aanmerking komen een VSO-diploma arbeid en dagbesteding. Eisen hiervoor zijn vastgelegd in een examenreglement en de inhoud van het portfolio is vastgesteld. Hierbij werken we samen met de andere schoolbesturen in Rotterdam. Doel 5 – Basisvaardigheden In 2023 verbeteren we de basisvaardigheden en ontwikkelen we beleid op de vakgebieden taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. Op bestuurs-, sector en schoolniveau nemen we de huidige situatie, ons aanbod en ambities en doelstellingen op in beleidsplannen en integreren dit onze pdca-cycus. We doen dit in samenwerking met de andere sectoren van BOOR en de afdeling onderwijskwaliteit van BOOR Services.

3. Verbonden en veilig Belofte: Onze scholen zijn een prettige en veilige leeromgeving

De tevredenheid in de sector is onder alle bevraagde categorieën (management, OP, OOP, ouders en leerlingen) hoog en voldoet ruimschoots aan de norm die BOOR zichzelf stelt (tenminste 7,5). Uit de reacties op de open vragen blijkt dat dit onder andere veroorzaakt wordt door het gevoel van veiligheid en de collegialiteit tussen collega’s (Staat van het BOOR Onderwijs, 2021). Aansluitend bij de belofte een veilige en prettige leeromgeving te bieden willen we dit koesteren en behouden. Sectorambitie: pedagogisch klimaat Het pedagogisch klimaat omvat alle omgevingsfactoren die bijdragen aan het welbevinden van de leerling, waardoor deze zich verder kan ontwikkelen. Het gaat om factoren die aanwezig zijn maar ook factoren die een leerkracht weloverwogen creëert. De leerkracht is degene die het meest invloed heeft op het pedagogisch klimaat in de klas. De sector wil het pedagogisch klimaat bewust verder versterken zodat dit optimaal bijdraagt aan de zelfredzaamheid van de leerlingen en het versterken van sociale en maatschappelijke competenties die nodig zijn om actief deel te nemen aan de

16

maatschappij. Het meten van deze competenties bij leerlingen maken wij onderdeel van ons beleid op burgerschapsonderwijs. Sectorambitie: medewerkers ons grootste kapitaal Vitale medewerkers vormen het fundament van een gezonde organisatie en daarmee het fundament voor kwalitatief goed onderwijs. Juist nu de arbeidsmarkt krap is, steken wij veel energie in het organiseren van goede arbeidsvoorwaarden, scholings- en loopbaanmogelijkheden en hebben wij oog voor balans, werkplezier, trots en verbondenheid. Sectorambitie: beeldvorming verbeteren Tussen het beeld en de beleving van speciaal onderwijs zit een gat. Op onze scholen gebeuren (objectief aantoonbaar) heel goede dingen maar dat is niet altijd zichtbaar voor onze stakeholders. Een positief maar eerlijk beeld draagt bij aan werkplezier van de medewerkers en tevredenheid onder ouders en leerlingen. Positieve beeldvorming van de sector biedt meer kansen op het gebied van werving van personeel. Daarnaast komt het ten goede aan de samenwerking met andere partijen waaronder reguliere scholen. Doel 6 – Profilering •

In 2023 willen we het verbeteren van de beeldvorming van ons speciaal onderwijs continueren. We formuleren een duidelijk beeld van hoe wij ons intern en extern willen profileren en hoe wij met onze branding aansluiten op de corporate profilering. Hiervoor hebben we een specifiek sector communicatiebeleid en -plan vastgesteld. Het communicatieplan voor 2023 is uitgevoerd in Q4.

•

Voor de branding op de arbeidsmarkt werken wij samen met de afdelingen communicatie en HR van BOOR Services.

•

Wij gebruiken storytelling als kwalitatief meetinstrument om de impact van ons beleid mede inzichtelijk te maken. Tevens draagt het bij aan de herkenbaarheid & zichtbaarheid van leerlingen met een beperking binnen en buiten de sector.

4. Versterken door vernieuwing Belofte: We stimuleren om altijd te blijven leren en vernieuwen.

Met ons Noord-Zuidplan en de bijbehorende innovaties zorgen we voor een kwalitatief sterk en dekkend Rotterdams (v)so netwerk. Sectorambitie: toekomstbestendige leerroutes Ieder kind verdient gelijke kansen op het allerbeste onderwijs en een volwaardige plek in de maatschappij. Om deze reden werken wij binnen de gestandaardiseerde leerroutes toe naar het hoogst haalbare uitstroomniveau. Door een balans aan te brengen tussen

17

cognitief en sociaal emotioneel leren, zorg en maatschappelijke competenties worden leerlingen beter voorbereid op dagbesteding, arbeid of vervolgonderwijs. Sectorambitie: professionalisering Door het scholingstraject dat wij inzetten zorgen wij voor een medewerkersbestand dat niet alleen bevoegd en bekwaam is, maar ook vanuit vakvolwassenprofiel toegerust is om de beoogde ontwikkelambitie te ondersteunen. De ontwikkelambitie maar ook de nieuwe CAO vraagt om opnieuw bewust bezig te zijn met de competenties en attitudes die van de medewerker gevraagd wordt. Door middel van samen leren en werken in professionele leergemeenschappen (PLG’s) willen we verbinding op inhoud creëren om vernieuwing te realiseren. Door in de PLG’s te werken aan toekomstbestendige leerroutes en harmoniseren van leerlijnen willen we eenduidigheid creëren in kwaliteit op alle (v)so scholen. Ook willen we in de PLG’s werken aan het doorontwikkelen van de basisvaardigheden door evidence informed te werken en extra lessen en oefeningen te ontwerpen. Randvoorwaarden voor het bereiken van de doelen Om bovenstaande doelen te bereiken moeten we bereid zijn om voor gedegenheid te gaan met voldoende deskundige vakvolwassen medewerkers en extra onderwijs- en ondersteunend personeel.

Verder is het essentieel om ondersteund te worden door een klantgerichte slagvaardige staf, met een actieve betrokkenheid en kennis van de sector, en om bestuurlijk commitment te hebben, bijvoorbeeld in het samenwerken met externe deskundigen zoals universiteiten en hogescholen. Doel 7 – invoeren Noord-Zuidplan Per 1 januari 2023 stellen we het Noord-Zuidplan vast voor de sector (v)so. Doel 8 –Professionele leergemeenschappen opzetten In 2023 zetten we professionele leergemeenschappen op voor het doorontwikkelen van de basisvaardigheden en geharmoniseerde leerroutes en leerlijnen. 5. Sterke scholen door een sterke organisatie Belofte: Wij bieden een stevige organisatie als basis voor succesvolle scholen.

Sectorambitie: data-geïnformeerd werken De sector stuurt al geruime tijd op het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van prestaties (opbrengstgericht werken). Deze werkwijze is geïmplementeerd in de scholen en wordt periodiek intern ge-audit en verbeterd. Uit onderzoek, uitgevoerd door de onderwijsinspectie, blijkt dat data-geïnformeerd werken de kwaliteit van het onderwijs nog verder kan verbeteren en dat het de effectiviteit verhoogt. Ook schetst het een objectief beeld op sector-, school-, groeps- en

18

leerlingniveau op basis waarvan we ambities kunnen formuleren en integrale verbetertrajecten kunnen inzetten. Sectorambitie: huisvesting Een schoolgebouw is geen doel op zich maar wel voorwaardelijk om strategische organisatiedoelstellingen te bereiken. Functionele eisen en wensen alsmede onderhoud aan het gebouw domineren dus veelal het gesprek, maar we willen ook expliciet aandacht besteden aan zaken als imago en gewenste uitstraling en het ondersteunen van onze visie, missie en kernwaarden. Sectorambitie: samenwerking op grensgebieden realiseren Voor de leerling vergroten wij de kans op bestendiging binnen het uitstroomperspectief door de krachten te bundelen en intensievere of nieuwe samenwerkingsvormen aan te gaan. Dit rijkere aanbod draagt tevens bij aan het benutten van het potentieel van onze leerlingen in de maatschappij. Sectorambitie: goed werkgeverschap De beste werkgevers hebben een transparante houding ten opzichte van informatieverstrekking. Wij zorgen ervoor dat de medewerkers te alle tijden over informatie beschikken waarmee zij zichzelf en de organisatie naar een hoger niveau kunnen tillen. Het werkt stimulerend en verbindend als medewerkers zien welke invloed en speelruimte zij hebben.

In het bereiken van de sectorambities op het gebied van samenwerking met zorgpartners en duidelijk werkgeverschap naar ons zorgpersoneel ervaren we knelpunten in het ‘onderwijs-zorg’ vraagstuk. Dit is een landelijk vraagstuk waarbij in de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en zorgpartners problemen worden ervaren door verschillende stelsels en regio-indelingen en een gebrek aan regie. Ook is er discussie wat onder onderwijs valt en onder zorg en zijn er verschillende toezichtkaders van toepassing op locaties waar zowel zorg als onderwijs wordt geboden. Doel 9 – Onderwijs-zorg In 2023 hebben we een meerjarenagenda opgesteld op onderwerp voor het onderwijszorgvraagstuk. We willen dit vraagstuk nader duiden en proactief ontvlechten. We hebben de pilots ‘zorg in onderwijstijd’ geëvalueerd en een plan gemaakt voor de opvolging van de lessons learned. De uitkomsten van de Pilot leerrecht zijn bestendigd.

19

Doel 10 – Doorontwikkeling kwaliteitszorg In 2023 werken we door middel van een uitvoeringsplan aan het doorontwikkelen van ons kwaliteitszorgsysteem. Hiermee verbeteren we het datagestuurd werken op sector- en schoolniveau. We integreren het integrale sectorjaarplan, de jaarplan cyclus, p&c gesprekken met leidinggevenden en de verschillende kwaliteitsinstrumenten. Afspraken worden vastgelegd in managementcontracten. Door middel van ons management development programma ontwikkelen we het vakvolwassen profiel van leidinggevenden verder. Doel 11 – Doorontwikkeling bedrijfsvoering We vertalen de pijlers van het onderzoek van Exilo naar de bedrijfsvoering binnen BOOR naar het dashboard van ons integrale sectorplan. We inventariseren waar een plan van aanpak opgesteld moet worden voor sectorspecifieke bedrijfsvoering voor zaken die specifiek in het (v)so aan de orde zijn, zoals leerlingenvervoer en onderwijsvoorwaardelijke zorg. We zorgen voor heldere en transparante verwachtingen en leggen afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden vast in managementcontracten en service level agreements (SLA’s). Voor externe partners leggen we dit vast in inkoopcontracten.

20

3.

Sectorjaarplan vo Het voortgezet onderwijs bij BOOR is divers. Niet alleen worden er verschillende onderwijsniveaus aangeboden op de verschillende vo-scholen, ook hebben alle scholen hun eigen karakter en bieden zij onderwijs aan leerlingen met andere kenmerken afkomstig uit andere wijken of regio’s. In het sectorjaarplan 2023 van het vo zijn bovenschoolse doelstellingen opgenomen, waarover periodiek in het college van schoolleiders wordt gesproken en waar in gezamenlijkheid invulling aan wordt gegeven. Daarnaast zijn er doelstellingen waaraan op schoolniveau invulling wordt gegeven. Deze worden beschreven in de schooljaarplannen. De bovenschoolse doelstellingen en de doelen op schoolniveau geven invulling aan de vijf beloftes uit onze strategische koers. Alle vijf de thema's hebben daarmee onze voortdurende aandacht. De bovenschoolse doelstellingen voor 2023 zijn specifiek gerelateerd aan vier van de vijf beloftes. Regulier beleid en uitvoering van de scholen is niet opgenomen in dit bovenschoolse jaarplan. Dit neemt uiteraard niet weg dat deze essentieel zijn voor het realiseren van de doelstellingen. 1.

Iedere BOOR-school is een burgerschapsacademie

Belofte: Wij leiden kinderen op tot de burgers van morgen.

Op 1 augustus 2021 is een nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs in het funderend onderwijs in werking getreden. Deze wet geeft scholen meer richting en maakt de burgerschapsopdracht minder vrijblijvend; de wet vraagt van scholen de resultaten van het burgerschapsonderwijs zichtbaar te maken. VO-scholen hebben het afgelopen schooljaar gewerkt aan een verdere invulling van het burgerschapsonderwijs die past bij de visie en het pedagogisch klimaat van de school. In 2023 gaan we hier mee verder en zoeken de verbinding op met het basisonderwijs. Sectorambitie: 1. Elke school werkt aan de burgerschapsopdracht en doet dat binnen de specifieke context zodat recht gedaan wordt aan de leerlingen op de betreffende school. We ontwikkelen een checklist op basis waarvan we vast kunnen stellen hoe de burgerschapsopdracht wordt ingevuld en weten we ook hoe we de resultaten van onze acties meten. 2. Daarbij zoeken we de verbinding met het basisonderwijs en verkennen de kansen en mogelijkheden om met elkaar samen te werken, zodat de activiteiten op het gebied van burgerschap in het po en vo elkaar versterken.

21

De drie pijlers van burgerschap democratie, sociale en maatschappelijke competenties, identiteit en diversiteit geven richting aan het onderwijsaanbod op iedere vo-school. De school dient als oefenplaats voor de dialoog en het handelen in overeenkomst met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. In 2023 worden de ervaringen op het gebied van het meten van burgerschapscompetenties in beeld gebracht en worden scholen ondersteund waar dit nodig is. Doel 1 – Samenwerking in burgerschap Vo scholen bieden een passend en dekkend aanbod burgerschapsonderwijs in de Rotterdamse regio. Om de impact van de burgerschapsactiviteiten te vergroten, brengen we op sectorniveau, in samenwerking met de collega’s van het basis- en speciaal onderwijs, in kaart hoe een doorlopend aanbod kan worden gerealiseerd. Doel 2 – Burgerschap in het curriculum BOOR (VO) biedt burgerschapsonderwijs op maat en binnen de context school-/ groep. We hanteren een checklist voor aanbod burgerschapsonderwijs.

2. Ieder talent telt Belofte: Wij gaan voor kansengelijkheid en bieden ieder kind brede basisvaardigheden.

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat voor kansengelijkheid de overgangen tussen het po en vo cruciaal zijn. Het gaat dan om kansrijk adviseren en passend plaatsen, maar ook over goede programmatische aansluiting van het voortgezet- op het basisonderwijs. Daarnaast kan uitstel van de keuze voor een richting in het vo bijdragen aan kansengelijkheid. Brede of verlengde brugklassen kunnen daarin een rol spelen. Binnen de scholen voor het Voortgezet Onderwijs is er daarom aandacht voor (leer-) lijnen taal, rekenen, digitale vaardigheden en studievaardigheden. We maken gebruik van bestaande diagnostische instrumenten en zoeken verbinding met het basisonderwijs om van elkaar te leren. Een aantal scholen werkte al met heterogene brugklassen en ook komend jaar zal dat het geval zijn. We brengen de effecten van het werken met heterogene brugklassen in kaart en willen de resultaten gebruiken om het onderwijsaanbod verder te verbeteren. We brengen ook in kaart wat de voor- en nadelen zijn van kansrijk bevorderen. Doel 3 – Samenwerking in leerlijnen Binnen BOOR werken we aan (leer-)lijnen taal, rekenen, digitale vaardigheden en studievaardigheden (groep 7/8 en onderbouw vo). We werken dit uit op kleine schaal en zoeken samenwerking waar dat op een natuurlijke manier past. Het is belangrijk dat leerlingen zo min mogelijk overlap, breuken of lacunes in het leerproces ervaren.

Een doorlopende leerlijn zorgt ervoor dat de lesstof op de BOOR-

22

basisscholen en de onderbouw van de BOOR vo-scholen op elkaar aansluiten. Het op elkaar afstemmen of integreren van leerinhoud, leerstof en programma’s vergt veel overleg tussen leraren en om die reden bekijken we eerst op kleine schaal hoe we dit binnen BOOR verder kunnen versterken. De scholengroepen en de omliggende BOOR-basisscholen organiseren ontmoetingsbijeenkomsten om informatie uit te wisselen, zodat aansluiting van programma’s tot stand kan komen. Doel 4 – Heterogene brugklassen Binnen BOOR bieden de scholen waar mogelijk en wenselijk de mogelijkheid voor een heterogene brugklas (en eventueel tweede klas). Scholen onderbouwen hun keuze voor het wel of niet inrichten van heterogene brugklassen in het licht van kansengelijkheid. Heterogeen aanbod vraagt om specifieke didactiek en organisatie. Brede brugklassen zijn zo ingericht dat leerlingen met verschillende basisschooladviezen bij elkaar in de klas zitten en in de eerste leerjaren van de middelbare school meer tijd krijgen om op het voor hen beste passende niveau te komen. Uit onderzoek is gebleken dat zo’n heterogene brugklas het beste werkt voor leerlingen die zich kunnen optrekken aan klasgenoten met een hoger niveau. Vooral de dakpanbrugklas met een combinatie van twee schooltypen levert voordelen op voor deze leerlingen.

Het is echter niet zo dat geldt ‘hoe breder, hoe beter’: leerlingen die al op het hoogste niveau presteren, ontwikkelen zich het beste in een groep met andere hoog presterende leerlingen zoals in een categoriale brugklas. Hier is dus maatwerk noodzakelijk en ook de keuzes die ouders en leerlingen hierin maken zijn hierbij van belang. Doel 5 – Passend bevorderen Bij de bevordering van leerlingen kijken we binnen de VO-scholen van BOOR niet alleen naar de cijfers, maar ook naar potentieel en vaardigheden. Wij delen met elkaar de manier waarop cijfers en bevordering tot stand komen. Ieder school beschrijft de regels voor zittenblijven en de overgangsnormen in de schoolgids. Daarnaast publiceert iedere school de regels en overgangsnormen ook in het schoolplan. In de praktijk zien we soms verschillen in de manier waarop we aankijken tegen bevordering, waarbij de afgelopen periode van Corona die verschillen wellicht heeft versterkt. We vinden het van belang dat we zo goed mogelijk blijven kijken naar de leerling, zowel naar de feitelijke prestatie op de vakken maar ook de (studie-)houding en het potentieel van de leerling. De BOOR VO-scholen wisselen met elkaar uit hoe we daar in de praktijk vorm aan geven en daarbij leren we van elkaar. In de voortgangsrapportages wordt verslag gedaan van de opbrengst van deze uitwisseling.

23

Doel 6 – Samenwerking vervolgonderwijs BOOR (vo) staat in verbinding met het vervolgonderwijs. We (zoeken) samenwerking met mbo/hbo/wo en werken aan beroepsgericht vak vmbo en praktijkgericht vak havo. De gemengde leerweg en de theoretische leerweg binnen het vmbo worden samengevoegd tot één nieuwe leerweg. Alle leerlingen in deze nieuwe leerweg volgen dan, naast avo-vakken, een praktijkgericht programma. De komende jaren wordt de invoering van de nieuwe leerweg voorbereid en gaan we ook binnen BOOR een invulling geven aan deze leerweg. Daarbij kijken we goed naar de (profiel-) vraag vanuit het mbo in Rotterdam. Ook heeft de minister het voornemen om een praktijkgericht programma te ontwikkelen voor het havo. In de afgelopen periode is geïnventariseerd welke wensen scholen hierbij hebben om toe te gaan werken naar examenprogramma’s. In 2023 bepalen we binnen BOOR of we hier ook een invulling aan willen geven. Doel 7 – vervolg samenwerking HAVO De Havo-werkgroep gaat op basis van de analyse van de onderwijsresultaten en de duiding van succesfactoren aan de slag met het verspreiden van goede voorbeelden tussen onze scholen. In 2022 hebben we in de werkgroep HAVO de structureel tegenvallende resultaten van de havo-afdelingen geanalyseerd.

In de Staat van BOOR onderwijs zien we dit jaar gelukkig een stijgende lijn, maar de verwachting is dat de resultaten wederom lager zullen zijn dan de landelijke benchmark. De werkgroep constateert ook dat de APCGpercentages niet de verschillen verklaren tussen de afdelingen en heeft gekeken wat de succesfactoren zijn voor goede havo’s. Een hoge mate van professionele aandacht voor individuele havoleerlingen lijkt een belangrijke factor.

3. Versterken door vernieuwing Belofte: We stimuleren om altijd te blijven leren en vernieuwen.

Sectorambitie: Wij voeren ontwikkelgesprekken en maken gebruik van SET, DOT en BOOT. In de gesprekken staat het welbevinden van de medewerker centraal en praten we over verleden, heden en toekomst. Een belangrijk aspect van het ontwikkelgesprek betreft de persoonlijke en professionele ontwikkeling. We delen met elkaar good practices van scholing en ontwikkeling en bundelen vraag en aanbod. We maken gebruik van interne audits en werken op basis van een kwaliteitsagenda volgens de methodiek van data, duiden, doelen, doen. We evalueren dit jaar het werken met interne audits en inventariseren de kansen en mogelijkheden van (externe) input. We onderzoeken en analyseren de resultaten van de havo-afdelingen en inventariseren succesvolle

24

interventiemethodieken. We hebben aandacht voor alternatieven voor anderstaligen voor wat betreft het eindexamen voor het vak Nederlands. Doel 8 – Ontwikkelgesprekken We voeren ontwikkelgesprekken en maken gebruik van SET, DOT en BOOT (vobreed). Doel 9 – Professionalisering We stimuleren professionalisering van medewerkers. We delen met elkaar de best practices.

Doel 10 – Doorontwikkeling 4D •

We maken gebruik van interne audits en werken op basis van een kwaliteitsagenda volgens de methodiek van data, duiden, doelen, doen.

•

We evalueren dit jaar de het werken met interne audits, verhogen de kwaliteit en het waarderende karakter en inventariseren kansen en mogelijkheden van externe input.

•

We hebben de resultaten van de havo-afdelingen geïnventariseerd en verspreiden succesvolle interventies binnen en buiten BOOR.

•

We hebben aandacht voor alternatieven voor anderstaligen wat betreft het eindexamen voor het vak Nederlands.

4. Sterke scholen door een sterke organisatie Belofte: Wij bieden een stevige organisatie als basis voor succesvolle scholen.

Sectorambitie: we ontwikkelen en implementeren een (nieuw) functiebouwwerk in samenwerking met BOOR Services en een externe partij. We zijn betrokken bij het verder ontwikkelen en implementeren van AFAS 2.0. We intensiveren de samenwerking van het cluster Libanon, SNZ en Thorbecke en het cluster Erasmiaans en Wolfert van Borselen in het kader van ondersteuning en bedrijfsvoering, en zijn onderdeel van de opleidingsschool Rotterdam. We denken mee over thema’s zoals docententekort, secundaire arbeidsvoorwaarden en beloningsbeleid.

25

Doel 11 – Wij bieden een stevige organisatie als basis voor succesvolle scholen •

We ontwikkelen en implementeren een (nieuw) functiebouwwerk

•

We ontwikkelen en implementeren AFAS 2.0.

•

We intensiveren de samenwerking van het cluster Libanon, SNZ en Thorbecke en het cluster Erasmiaans en Wolfert van Borselen in het kader van ondersteuning en bedrijfsvoering.

•

We zijn onderdeel van de opleidingsschool Rotterdam.

•

We stellen een visie vast op aantrekkelijk werkgeverschap en talentontwikkeling met thema’s zoals docententekort, secundaire arbeidsvoorwaarden, beloningsbeleid en begeleiding van leraren en leidinggevenden.

26

4.

Sectorjaarplan (s)bao Aan de hand van het Manifest en de vijf beloften uit de Koers 2022 – 2026 lichten we hieronder de doelstellingen voor de sector (s)bao voor kalenderjaar 2023 toe. Dit sectorjaarplan vormt mede input voor de scholen bij het opstellen van de schooljaarplannen voor het schooljaar 2023/2024. We laten ons daarbij ook leiden door de waarden uit het waardenkompas dat we binnen de sector samen hebben geformuleerd:

Door te werken aan de doelen uit het sectorplannen 2022 heeft de sector zich verder ontwikkeld. Ondanks het feit dat Corona in het plantaardig nog steeds veel impact had en het lerarentekort niet is opgelost, hebben de basisscholen van BOOR forse stappen gezet in het inlopen van de leerachterstanden. De beschikbaarheid van NPO-middelen en de gerichte sturing op kwaliteit op basis van het 4D model zijn daarbij van waarde geweest, maar bovenal de niet aflatende inzet van het personeel in de scholen. In 2023 bouwen we verder aan de doelen uit de Koers op basis van wat in 2022 is gerealiseerd.

1. Iedere BOOR-school is een burgerschapsacademie Belofte: Wij leiden kinderen op tot de burgers van morgen.

Sectorambitie: We zien de doorontwikkeling van burgerschap niet als een losstaand iets: burgerschap is verweven in ons doen en laten op de scholen. Onderdeel van burgerschap is het vergaren van de kennis en het ontwikkelen van de competenties die nodig zijn om te kunnen meedoen in de samenleving. Voorbeelden zijn het vergaren van kennis over verschillende levensbeschouwingen, het ontwikkelen van een eigen mening

27

en van de vaardigheid om in een discussie die eigen mening naar voren te brengen. We zorgen ervoor dat onze scholen hun leerlingen in staat stellen deze kennis te verwerven en de benodigde competenties te ontwikkelen. Op basis van het sectorjaarplan 2022 hebben eind 2022 alle basisscholen een leerlingenraad. In 2023 wordt het gebruik van de leerlingenraden verder uitgebouwd en expliciet benut in het kader van het burgerschapsonderwijs. Ook voor de kinderen in de onder- en middenbouw wordt een aanbod gerealiseerd. Verder hebben alle scholen hun burgerschapsaanbod in overeenstemming gebracht met de nieuwe Burgerschapswet, waarbij er desgewenst ook ruimte is voor levenbeschouwelijk onderwijs (Hindoeïstisch, Boeddhistisch, Katholiek, Protestants, Islamitisch, Joods en Humanistisch). De advisering en ondersteuning van scholen op dit punt, maakt onderdeel uit van de taken van de aangestelde projectleider burgerschap (S)BAO. Doel 1 – De school als oefenplaats Elke basisschool binnen BOOR heeft een functionerende leerlingenraad. Op deze wijze maken leerlingen kennis met de beginselen van de democratische rechtstaat. Doel 2 – Curriculumbrede aanpak In de schooljaarplannen beschrijven alle basisscholen op welke wijze zij burgerschap in het curriculum hebben verweven (aan de hand van de vier pijlers van burgerschap: Democratie.

Sociaal-Maatschappelijke competenties, Identiteit & Diversiteit en de School als oefenplaats). Doel 3 – Effecten van burgerschapsonderwijs in beeld De nieuwe burgerschapswet vraagt van scholen de resultaten van het burgerschapsonderwijs te meten. In 2023 worden de ervaringen op het gebied van het meten van burgerschapscompetenties in beeld gebracht en worden scholen ondersteund waar dit nodig is. We onderzoeken zo nodig of een BOOR-brede aanpak nodig is. Doel 4 – Levensbeschouwelijk onderwijs op alle scholen Alle scholen werken aan brede kennis en begrip van alle levensbeschouwingen als onderdeel van het lesaanbod (o.a. door inzet Wereldwijzer).

2. Ieder talent telt Belofte: Wij gaan voor kansengelijkheid en bieden ieder kind brede basisvaardigheden.

Sectorambitie: Onze leerlingen verdienen maximale kansen om zichzelf te ontwikkelen. Belangrijke bagage hiervoor vormen de basisvaardigheden: rekenen en taal. Maar ook

28

digitale vaardigheden zijn van groot belang. We formuleren op deze terreinen ambitieuze doelstellingen voor de sector als geheel en de individuele scholen. De geformuleerde doelen voor 2022 hadden vooral betrekking op schoolniveau. In 2022 heeft elke school een ambitie geformuleerd op de te behalen onderwijsresultaten op de referentieniveaus taal en rekenen, afgezet tegen de BOOR mediaan en het landelijk gemiddelde. Daarbij is het minimaal behalen van referentieniveau 1F het uitgangspunt. In 2022 is BOOR breed een (voorzichtige) verbetering van de prestaties in de referentieniveaus zichtbaar. De beschikbaarheid van data is daarbij behulpzaam geweest. Doel 5 – Voorlopen op taal In 2023 bouwen we voort op de verbetering van de prestaties in de referentieniveaus, omdat we taal als cruciaal zien voor de ontwikkeling van onze leerlingen. Op het gebied van taal willen we als sector en BOOR-breed1 een voorloper zijn.

Doel 6 – Versterken basisvaardigheden •

Basisvaardigheden zijn randvoorwaardelijk voor maximale talentontplooiing. Daarbij passen ambitieuze doelstellingen op het gebied van taal en rekenen.

•

We stellen vast wat de huidige totaal gemiddelde afwijking van BOOR basisscholen is ten opzichte van het gemiddelde van met hen vergelijkbare scholen op de drie leergebieden (lezen, rekenen, taalverzorging) en formuleren een visie, ambitie en beleid op bewezen effectieve interventies die onze scholen gezamenlijk en individueel uitdaagt het onderwijs op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e9cf930a-b582-4724-8b8e-50bd8df54041