[22bb007488] Bijlage 2 behorende bij 22bb7487 - Rapport externe veiligheid weg
Tekst van het document
Āvñ?
omgevingsveiligheid 4 risicoanalyse
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid | Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Project Datum
193986
12 oktober 2022
Opdrachtgever Rho Adviseurs B.V. t.a.v. S. Lie Delftseplein 27b 3013 AA Rotterdam
I aviv.nl
Āvñ?
Externe veiligheid | Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Project
193986
Datum
12 oktober 2022
Auteur Review Versie nr.
Ing. M.H. Ottink Ing. A.M. op den Dries 1.0
Opdrachtgever
Rho Adviseurs B.V. t.a.v. S. Lie Delftseplein 27b 3013 AA Rotterdam
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Inhoudsopgave 1 Inleiding______________________________________________________ 4 2
Normstelling externe veiligheid____________________________________ 5 2.1 Risicobenadering_____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid transportroutes_________________________5
3 Uitgangspunten_________________________________________________ 9 3.1 Plangebied enrisicobronnen____________________________________ 9 3.2 RBM II ___________________________________________________ 10 3.3 Trajecteigenschappenen transportintensiteit____________________ 10 4
Resultaten_____________________________________________________12 4.1 Plaatsgebonden risico_______________________________________ 12 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 12
5 Conclusie_____________________________________________________ 15 Referenties______________________________________________________ 16 Bijlage 1. Gegevens bebouwing_____________________________________ 17
3
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
1 Inleiding Men is voornemens een pand met meerdere functies te realiseren aan de K.P. van der Mandelelaan in Rotterdam (Brainpark). De functies betreffen wonen en horeca. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een snelweg (A16), een provinciale weg (N210), een binnenvaartroute (Nieuwe Maas) en een LPG tankstation. Daarnaast ligt het plangebied langs de bevoorradingsroute van een tweede LPG tankstation. Inzicht in de externe veiligheidsrisico's is daarom nodig voor de realisatie van deze ontwikkeling. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico's met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.
De basisnetroutes en deze zogenoemde "risicoplafonds" zijn vastgelegd in de regeling Basisnet [4].
5
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
2.2.1
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object Kwetsbare objecten Beperkt kwetsbare objecten Tabel 1.
Omgevingsbesluit Grenswaarde PR 10-6 Richtwaarde PR 10-6
Normen plaatsgebonden risico
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10-6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
2.2.2
Groepsrisico Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.
6
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Oriëntatiew aarde
Figuur 1.
1 Groepsrisico'
Aantal slachtoffers i de totale route.
hoogste groepsrisico per km. Deelroute 1, 0-1008
Voorbeeld groepsrisico transportroute
Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: ^ De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en ^ Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen: ^ V.
de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en
7
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
^ 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; ^ het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; ^ de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en ^ de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
8
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
3 Uitgangspunten 3.1
Plangebied en risicobronnen Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen.
500 m
I
I Plangebied # LPG tankstation
----- A16 ----- N210 — Nieuwe Maas — Bevoorradingsroute LPG
Figuur 2.
Ligging plangebied ten opzichte van risicobronnen
LPG tankstation De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van 150 meter van een LPG tankstation (Esso Expres). Op dit moment vindt geen verkoop van LPG plaats maar aangezien de vergunning nog vigerend is, moet hiervoor wel onderzoek naar de externe veiligheid plaatsvinden. De resultaten hiervan staan beschreven in een apart rapport [10]. LPG bevoorradingsroute Op ongeveer 1 km ten westen van de locatie ligt nog een LPG tankstation (Shell). De bevoorrading van dit station loopt waarschijnlijk via de Abram van Rijckevorselweg. Het plangebied ligt op ca. 75 m ten noorden van deze weg. De risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen kunnen worden bepaald door toepassing van de vuistregels transport
9
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
zoals opgenomen in de handleiding risicoanalyse transport (Hart) [2]. Uit de vuistregels blijkt echter dat door het transport het groepsrisico in de huidige situatie hoger is dan 10% van de oriëntatiewaarde waardoor een RBM berekening uitgevoerd moet worden. A16 en N210 De planlocatie ligt buiten 200 m van de A16 en de N210 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waardoor een groepsrisicoberekening niet nodig is. De planlocatie ligt echter wel binnen het invloedsgebied van de A16 en daarmee is artikel 7 uit het Bevt van toepassing [1]. Conform dit artikel moet in het bestemmingsplan worden ingegaan op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een ramp met gevaarlijke stoffen op een transportroute. Nieuwe Maas Verder ligt de planlocatie buiten 200 m van binnenvaartroute Rotterdam - Duitsland (Nieuwe Maas) waardoor een groepsberekening niet nodig is. De planlocatie ligt echter wel binnen het invloedsgebied van de Nieuwe Maas vanwege transport van stofcategorie GT3 (toxische gassen) wat een invloedsgebied heeft van 1070 m. Ook hier is artikel 7 uit het Bevt van toepassing.
3.2
RBM II Het risico van het transport over weg en spoor wordt berekend met het risicoberekeningsprogramma RBM II, versie 2.3 [6]. De berekening wordt uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: ^ De transportintensiteit gevaarlijke stoffen. ^ Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een tankauto met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. ^ Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in vlakken met een uniforme dichtheid per vlak. Per vlak kan het veronderstelde aantal personen in de dag- en de nachtsituatie opgegeven worden. ^ De meteorologische gegevens: hiervoor is weerstation Rotterdam gebruikt.
3.3
Trajecteigenschappen en transportintensiteit De Abram van Rijckevorselweg in Rotterdam behoort niet tot het Basisnet en is niet opgenomen in de spreadsheet met wegtellingen van RWS [3]. Daarom wordt aangenomen dat alleen transport van LPG plaatsvindt. LPG valt onder stofcategorie GF3 (brandbaar gas). Er bevinden zich twee LPG tankstations aan de Abram van Rijckevorselweg. Beide tankstation hebben een vergunde jaardoorzet van 1000 m3. Dit betekent dat 140 lossingen plaatsvinden. In de beoordeling van de risico's wordt uitgegaan van 280 transporten (heen
10
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
en terug). Het transport van brandbare vloeistoffen draagt niet tot nauwelijks bij aan het groepsrisico en worden daarom niet beschouwd. Verder wordt ervan uitgegaan dat geen transport van toxische gassen en vloeistoffen plaatsvindt. Conform de Hart wordt gerekend met een ongevalsfrequentie van 5.9 10-7 per voertuigkilometer voor een weg binnen de bebouwde kom [5]. Vanaf de afrit van de A16 geldt een maximum snelheid van 50 km/u. Voor de wegbreedte is uitgegaan van de standaard afstand van 8 m tussen de buitenste kantstrepen van de buitenste rijstroken voor een weg binnen de bebouwde kom. Standaard wordt aangenomen dat 6^ van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur en alleen gedurende de werkweek. 3.3.1
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [7]. Informatie over de toekomstige invulling van de locatie is afkomstig van de opdrachtgever. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de gebieden en aantallen personen opgenomen.
11
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Figuur 3 toont het plaatsgebonden risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Abram van Rijckevorselweg nabij het plangebied. De figuur toont de ligging van de PR 10-8 contour. Het risico is zodanig laag dat de grenswaarde PR 10-6 niet wordt gehaald. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.
\
\\
.•^-ŴWrOlflKEVOMEü
Figuur 3.
4.2
Plaatsgebonden risico (PR1 Cr8 contour)
Groepsrisico Het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie wordt getoond in figuur 4. Tabel 2 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.23 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico meer dan vier keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde.
12
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Aantal slachtoffers
Figuur 4.
Groepsrisico bevoorradingsroute -------------- Oriëntatiewaarde Huidige situatie Toekomstige situatie
Situatie
Huidig Toekomstig Tabel 2.
Factor t.o.v. OW
0.209 0.215 Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Door de geplande ontwikkeling aan de K.P. van der Mandelelaan neemt het groepsrisico met 9,6% toe. Wanneer het groepsrisico groter is dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde en meer dan 10% toeneemt is een volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. In dit geval is het groepsrisico groter dan 0.1 de oriëntatiewaarde maar blijft de toename kleiner dan 10%. In ieder geval dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Figuur 5 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met blauwe cirkels. Geel gemarkeerd binnen dit gedeelte zijn de ongevalspunten die de grootste bijdrage leveren aan het groepsrisico in de toekomstige situatie.
13
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
oixaxcaxocpv L*‘***i.
Figuur 5.
Geografische weergave groepsrisico toekomstige situatie (bevoorradingsroute) ® ®
Deel van het traject dat de kilometer met het hoogste groepsrisico omvat Deel van het traject met een groepsrisico tussen 0.1 en 1 keer de oriëntatiewaarde Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico
14
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
5 Conclusie Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico
Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner dan de oriëntatiewaarde. De realisatie van het plan leidt tot een toename van het groepsrisico van 9.6%. Aangezien deze toename kleiner is dan 10% kan een volledige verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Het volstaat om in te gaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.
15
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, nr. 250
2.
Ministerie IenM
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465
3.
Ministerie IenM
2015
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie IenM
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie IenM
2017
Handleiding risicoanalyse transport (Hart), versie 1.2
6.
Ministerie IenM
2012
RBM II versie 2.3
7.
Impuls Omgevingsveilig heid
2019
BAG-Populatieservice. Versie 2019-7. httD:ZZDODulatieservice.demis.nl
8.
RWS
2018
Jaarintensiteiten VGS op de weg Lijst wegvakken data tellingen & basisnet (2019 06)
9
Provincie ZuidHolland
2018
Handleiding Populatieservice, versie 1.0, juni 2018
10.
AVIV
2020
Risicoanalyse 7 LPG-tankstation Abram van Rijckevorselweg Rotterdam Projectnummer 193986, 17 februari 2020
16
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1. Omgeving Binnen een zone van 355 m rond de weg, het invloedsgebied van stofcategorie GF3, is de bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [7]. Figuur 6 toont de geleverde bebouwing. Voor de omzetting naar het bevolkingsbestand voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 50 personen per object (standaardwaarde is 650). Boven deze waarde wordt bevolking geleverd in polygonen (vlakken), beneden deze waarde wordt bevolking verdeeld over een bevolkingsgrid met een gridgrootte van 50x50 m. Voor overige instellingen zijn de standaardwaarden gehanteerd.
Plangebied — Bevoorradingsroute I i Invloedsgebied 355m BAG pandselectie I I Toegevoegde bouwvlakken
Figuur 6.
BAG-populatie met toegevoegde bouwvlakken
1.2. Plangebied In de huidige situatie bevinden zich volgens de BAG-populatieservice 100 personen overdag en 0 's nachts in het bestaande kantoorpand [7]. De aanwezigheid in de toekomstige situatie is afgeleid uit de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Daarnaast zijn kentallen uit de Handleiding Populatieservice gehanteerd [9]. Per woning met een bruto vloeroppervlak (bvo) van minder dan 60 m2 worden 1.2
17
Externe veiligheid 7 Ontwikkeling K.P. van der Mandelelaan (Brainpark) in Rotterdam
personen verondersteld, waarvan 50% aanwezig overdag en 100% 's nachts. Voor de horecaruimte wordt uitgegaan van 1 persoon per 5 m2, waarvan 100% aanwezig overdag en 0% 's nachts. Tabel 3 geeft een overzicht van het veronderstelde aantal personen in het plangebied.
Plangebied
Personen huidig
Personen toekomstig
Dag
Nacht
Dag
Nacht
Kantoor - bestaand Woningen < 60 m2 bvo (614 woningen) Horeca (1148 m2 bvo)
100 -
0 -
0 368
0 737
-
-
77
0
Totaal
100
0
445
737
Tabel 3.
Aantal personen in huidige en toekomstige situatie
18