CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007141] Bijlage 2 behorende bij 22bb7139 - Quickscan van bureau 'Voor de verandering

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 23 november 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Cultuur12.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Commissie zijn steeds een mix van in Utrecht ervaren adviseurs en nieuwe adviseurs. Op deze wijze is er een balans tussen kennis van de stad en een frisse blik. Het adviesrapport van de adviescommissie voor de vierjarige subsidies 2021-2024 Nieuwe kleuren op een rijk palet geeft niet alleen de beoordelingen van aanvragen, maar ook een analyse van de ‘state of the art’ in de Utrechtse sector. Utrecht heeft geen BIS, maar wel drie grote instellingen waar langdurige afspraken mee zijn gemaakt; TivoliVredenburg, Centraal Museum en de Stadsschouwburg Utrecht. Deze zijn alleen inhoudelijk beoordeeld door de adviescommissie, hun budgetten staan vast. Dit betreft ongeveer 50% van de beschikbare middelen. De Utrechtse werkwijze is door Blueyard onderzocht in de: Evaluatie cultuurnota Utrecht; Blueyard. In de evaluatie zijn wel enige aandachtspunten voor verbetering van de procedure en de rolverdeling, maar in grote lijnen is het beeld positief. De onderzoekers constateren dat het in Utrecht relatief rustig bleef ten opzichte van de andere grote steden en dat de uitkomst van de procedure nauwelijks ter discussie stond. Dit had misschien ook te maken met het feit dat in Utrecht niet de Gemeenteraad, maar het College het besluit neemt over de toekenning van middelen. Dit geeft instellingen bovendien al voor het zomerreces duidelijkheid over hun toekomst in de volgende cultuurplanperiode.

Dit geeft rust bij instellingen die door kunnen en vermindert frictiekosten bij instellingen die geen of minder meerjarige subsidie gaan ontvangen. In de volgende periode laat Utrecht geen sectoranalyses meer maken en zal de visitatieprocedure worden aangepast. Het is de bedoeling de visitatie zo vorm te gaan geven dat een sectorverkenning tot stand wordt gebracht, waarbij ook aandacht is voor de effecten van Corona en thema’s als fair practice en inclusie. De inzet is de kerncommissie voor de volgende cultuurplanperiode een leidende rol te geven in dit proces. Monitoring op instellingsniveau wordt ambtelijk afgehandeld. Utrecht zal in aanloop naar het volgende cultuurplan ook brede stadsgesprekken organiseren, waar niet alleen de cultuursector aan het woord komt, maar ook domeinoverstijgend zal worden uitgenodigd. Utrecht heeft (behalve bij de visitatie en bij het adviezen over de meerjarige subsidies) geen ongevraagd advies geregeld. Op taaie vraagstukken wordt soms een bijzondere commissie ingericht (bijvoorbeeld de adviescommissie TivoliVredenburg, ook wel de commissie Gehrels genoemd, naar de voorzitter). Het Utrechtse culturele veld is goed georganiseerd in een aantal themanetwerken (muziek, theater en dans, hedendaagse kunst, musea, jonge makers, festivals, nieuw media) die zich hebben verenigd in een koepel met een bestuur.

Het bestuur van het koepeloverleg was in de Coronatijd een frequente gesprekspartner van de wethouder. De Utrechtse sector is mondig en geeft waar nodig in overleg met de wethouder ook kritische adviezen. In de aanloop naar de cultuurnota 2021-2024 kwam bijvoorbeeld vanuit kritische makers in de sector een pleidooi voor ongevraagde kunst in het Utrecht van de toekomst bijvoorbeeld met de code radicaliteit. Tegen

maatschappelijke veraangenaming van kunst en voor een kunstenveld dat agendeert, stelling neemt en artistiek risico neemt. De Utrechtse sector roerde zich in de afgelopen jaren ook rond het vraagstuk van de behoefte aan kunst in een groeiende stad met ongevraagde adviezen, bijvoorbeeld met het actieprogramma 'De kunst van het groeien' waar in een sector breed initiatief gepleit wordt voor het meegroeien van het cultuurbudget met de groei van de stad om invulling te kunnen geven aan thema’s als fair practice, inclusie en talentontwikkeling.

Eindhoven In Eindhoven werd tot en met 2015 vooral ambtelijk en bestuurlijk vastgesteld hoe cultuursubsidies onder 37 organisaties werden verdeeld. In 2013 voert bureau Blueyard in opdracht van de gemeente een onderzoek uit naar cultuur in Eindhoven. De onderzoekers constateerden dat deze werkwijze past in een kleine stad, maar voor grote steden niet geschikt is. Daar is meer afstand nodig tussen kaderstelling en de invulling daarvan. Het rapport 'Cultuur Eindhoven' levert de stad drie resultaten op. Een bril om vanuit de gemeente naar de waarde van cultuur te kijken (langs de lijnen van welzijn en welvaart), een scan van de Eindhovense cultuursector en –in dit kader het meest relevant- een concreet voorstel om in Eindhoven te komen tot een nieuwe subsidiesystematiek en structuur. In deze structuur worden de beoordelings- en subsidieprocessen weggehaald uit hun politieke en ook uit hun ambtelijke omgeving. Het voorstel wordt overgenomen door de gemeente Eindhoven en in 2015 ingevoerd. In het model wordt de hele uitvoering van het subsidieproces inclusief de beleidsvoorbereiding (in opdracht van de gemeente) ondergebracht in een stichting: Cultuur Eindhoven, die functioneert als een fonds. Cultuur Eindhoven doet een vierjaarlijkse verkenning van de culturele sector en betrekt daar het veld bij. Daarna volgt op basis daarvan

een voorstel voor het cultuurbeleid voor de volgende cyclus, de zogenoemde cultuurbrief eindhoven. Dit wordt aangeboden aan de gemeente. Na vaststelling (en eventuele amendering) van dat beleid door de gemeenteraad organiseert de stichting het beoordelingsproces, voor zowel de basisfuncties (eens in de vier jaar) als voor de kleinere projecten (het hele jaar rond). Daarbij maakt het fonds gebruik van externe deskundigen die in wisselende samenstelling adviezen geven. De gemeente speelt alleen nog een rol als opdrachtgever van de stichting. Voor de uitvoering van het cultuurbeleid krijgt Cultuur Eindhoven een gerichte Opdracht en een budget. Deze worden door Cultuur Eindhoven onder andere vertaald in een Beleidsplan en regelingen aan de hand waarvan organisaties een aanvraag voor subsidie kunnen indienen. Binnen de kaders van de Opdracht wordt het cultuurbeleid Eindhoven uitgevoerd. Dat betekent onder andere dat Cultuur Eindhoven besluiten neemt over welke instellingen (meerjarige of project) financiering ontvangen. Ook de hoogte van de subsidies wordt door Cultuur Eindhoven bepaald. In 2019 werd door de Raad van State uitspraak gedaan over een bezwaarschrift, waarbij de bevoegdheid van de stichting om zelfstandig besluiten te nemen ter discussie kwam te staan. Dit is door de gemeente Eindhoven gerepareerd door een mandateringsbesluit te nemen.

De uitvoering daarvan wordt gemandateerd aan de directeur van stichting Cultuur Eindhoven. Nieuwe subsidiebesluiten worden dus gedaan namens het college en vallen onder de werking van Algemene Subsidieverordening (ASV) van de gemeente Eindhoven. De Raad van Toezicht van Cultuur Eindhoven besloot op basis hiervan af te treden omdat dit volgens hen betekent dat stichting Cultuur Eindhoven geen ‘eigen’ openbaar gezag meer uitvoert en niet langer als bestuursorgaan kan acteren. De besluiten van Cultuur Eindhoven komen tot stand op basis van het advies van haar onafhankelijke adviescommissie, de Cultuurraad. Deze cultuurraad beoordeelt aanvragen in wisselende samenstelling. De werkwijze is transparant beschreven in het Reglement Cultuurraad en het Adviesprotocol Cultuurraad. Het Advies Cultuurraad voor de meerjarige financiering 2021-2024 is ruwweg op dezelfde wijze opgebouwd als adviezen elders van adviescommissies en Kunstraden: een algemene beschouwing en daarna korte analyses per instelling. De besluiten die betrekking hebben op de culturele basisinfrastructuur (BIS-Eindhoven, 11 instellingen op functie) worden vooraf ter instemming voorgelegd aan het college van B&W. Het college toetst daarbij of aan de opdracht is voldaan en het proces naar behoren is verlopen.

Bij de overige subsidies heeft Cultuur Eindhoven een autonome verantwoordelijkheid, vergelijkbaar met de Rijksfondsen en het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten (AFK). In 2019 is het model beoordeeld in de 'Evaluatie stichting Cultuur Eindhoven' en de onderzoekers constateren dat de redenen voor het op afstand plaatsen nog steeds relevant zijn en dat het onderliggende doel is bereikt: dat het cultuurbeleid onafhankelijk en door een slagkrachtige organisatie wordt uitgevoerd. De onderzoekers constateren echter ook dat er ook nog wel spanningen zijn over de governance en de vraag in gemeenteraad en (een deel van) het culturele veld wordt gesteld of Cultuur Eindhoven niet te ver op afstand is geplaatst. Om deze spanningen weg te nemen zijn de afspraken tussen de gemeente en Cultuur Eindhoven eind 2019 nogmaals vastgelegd in een zogenoemd Relatiestatuut. Cultuur Eindhoven speelt drie rollen, die van fonds, onafhankelijk adviseur en verbinder. De stichting wordt door de gemeente ook betrokken bij aanpalend beleid, bijvoorbeeld op het gebied van citymarketing en welzijn. De stichting vertegenwoordigt de gemeente in ambtelijke overleggen in de cultuursector. De stichting onderhoudt ook de relaties met de cultuursector en heeft daarbij de rol van verbinder en aanjager.

Groningen Gemeente en provincie geven in nauwe samenwerking het Groninger cultuurbeleid vorm. Dit vereenvoudigt het proces voor aanvragers en culturele instellingen, zorgt voor een goede inhoudelijke afstemming tussen beide overheden en waarborgt een effectieve inzet van tijd en middelen. Gemeente en provincie hebben de beleidsplannen samen uitgewerkt in vijf strategieën. Drie hiervan zijn gemeenschappelijk: Sterke basis, Samenleven met cultuur en

Overal cultuur. De gemeente maakt zich daarnaast sterk voor Ruimte voor talent en vernieuwing, terwijl de provincie erfgoed stimuleert via Thuis in Groningen. Zie: Kadernota Groningen 2021-2028. Met ingang van 2017 kent de stad zogenoemde ‘cultuurpijlers’, instellingen en gezelschappen die al jarenlang bepalend zijn voor de kwaliteit en zichtbaarheid van het Groningse cultuurprofiel en de basis vormen van de culturele infrastructuur. Voorbeelden zijn Groninger Museum, Eurosonic/ Noorderslag en Noorderzon. Met de

benoeming van cultuurpijlers willen de gemeente en de provincie de samenhang en samenwerking in het cultuurbestel versterken. De Kunstraad adviseert over hun functioneren en de verzoeken van instellingen om als ‘cultuurpijler’ te worden aangewezen, maar niet over de subsidies. Stad en provincie kiezen voor dezelfde criteria en laten de aanvraag gezamenlijk beoordelen door de Kunstraad Groningen. Bovendien betreft het hier voor de cultuurpijlers in principe een subsidie voor acht jaar. Hierin onderscheid de stad zich van alle andere gemeenten in Nederland. Het doel van de termijnverlenging is het bieden van bestaanszekerheid en continuïteit aan deze instellingen. ‘We verlengen de looptijd van de kadernota naar acht

jaar, verminderen het aantal ambities en strategieën en bieden een aantal instellingen zicht op een achtjarige subsidie. Dit vermindert bureaucratie en regeldruk. De instellingen moeten wel na vier jaar een update van hun beleidsplan indienen bij de kunstraad met het oog op samenhang binnen het beleid en de inzet van de middelen. Hun functie verplicht hen een goed voorbeeld te zijn van artistieke kwaliteit, samenwerking, goede bedrijfsvoering en het stimuleren van de zicht baarheid van kunst en cultuur in de gemeente’. In de subsidieverdeling voor de komende periode heeft de stad in grote lijnen het advies van de Kunstraad 20212024 'Op steviger grond' gevolgd. Een vijftal instellingen heeft een hoger bedrag gekregen dan geadviseerd om te zorgen dat zij een stabiele bedrijfsvoering hebben. In het advies van de Kunstraad dreigde de infrastructuur voor klassieke muziek, naast het Noord Nederlands Orkest, te verdwijnen. Gezien de positie van Groningen als conservatoriumstad heeft de gemeente besloten de subsidie voor de instellingen die al structureel waren gefinancierd (Haydn Jeugd Strijkorkest en het Peter de Grote Festival) te behouden. Een en ander wordt gefinancierd door Instellingen die in de BIS komen, te handhaven op hetzelfde niveau in plaats van de door de Kunstraad geadviseerde hogere bedragen voor deze topinstellingen. Zie: Cultuurnota Groningen 2021-2024.

De Kunstraad geeft een advies voor subsidiabel met prioriteit, subsidiabel (bij voldoende budget) en niet subsidiabel. Dit op basis van de basisvoorwaarden ‘artistieke en inhoudelijke kwaliteit’ en ‘kwaliteit van de organisatie’. Daarnaast op basis van een bijdrage aan de vier benoemde stedelijke strategieën. De ranking komt tot stand op basis van argumenten en integrale afweging. Er is geen puntentelling. Dat vraagt wel om een goede argumentatie. Volgens de ‘Evaluatie adviestraject cultuurnota’s gemeente en provincie Groningen 2021-2024’ van de KWINK-groep pakt dat niet altijd goed uit. De Kunstraad Groningen wordt door adviesbureau hierop aangesproken: Maak de documenten op verschillende punten concreter en helderder, onder andere door de

consistentie te vergroten. De Kunstraad Groningen is gevraagd om een tweejaarlijkse tussentijdse monitoring uit te voeren bij een steekproef van instellingen, net als in de voorgaande periode. Deze monitoring biedt de Kunstraad de kans trends en ontwikkelingen bij de instellingen te signaleren. De Kunstraad koppelt als onafhankelijk adviesorgaan de bevindingen terug aan gemeente en provincie. Groningen ziet dit als een waardevolle midterm review voor het cultuurbeleid.

Arnhem In de beleidsnota STROOM uit 2012 is het Arnhemse cultuurbeleid verankerd. Daarbij is ook het huidige subsidiegebouw ingericht. Dit beleid is in de afgelopen jaren twee keer geactualiseerd, in 2016 en 2020. Zie: STROOM, cultuurbeleid Arnhem; 'Arnhem stroomt door, tussenevaluatie' (2016); Stroomversnelling, actualisatie (2020, zie onder aanvullende informatie). Deze nota’s zijn met input van het veld opgesteld door de beleidsafdeling cultuur van de gemeente. In de komende jaren zal Arnhem waarschijnlijk een nieuw cultuurbeleidsplan maken. In de laatste actualisatie is er onder meer meer aandacht voor de thema’s Inclusie, Fair Practice, Wijken en Talentontwikkeling. De stad heeft 8 basisvoorzieningen, structureel gefinancierd en doorlopend gemonitord. Dit gebeurt ambtelijk door desbetreffende accounthouder; jaarlijks vinden een of twee bestuurlijke overleggen plaats met wethouder en directie/bestuur. Deze instellingen zijn onmisbaar voor de stad en zijn in de regel ook ‘enig aanbieder’. Denk aan de bibliotheek en de schouwburg. Hierin dus in principe geen verschuivingen. Dit betreft ongeveer 80% van de beschikbare meerjarige middelen.

Daarnaast een vergelijkbaar aantal meerjarenvoorzieningen, ze worden steeds voor een periode van vier jaar gesubsidieerd. Zij dienen hiervoor (net als de basisvoorzieningen) een vierjarig beleidsplan en begroting in. Dit zijn instellingen die een bepaalde functie in de stad vervullen (bijv. aanbieden van popoefenruimten of een productiehuis dans en theater) of belangrijk zijn voor de profilering van Arnhem als cultuurstad (denk aan de door het rijk gefinancierde gezelschappen Oostpool en Introdans of grote kunstmanifestaties als Sonsbeek). Deze instellingen worden ook gemonitord, zij het lichter, en ook dit gebeurt ambtelijk. Met de grotere instellingen, zoals de rijksgesubsidieerden, vindt ook een keer per jaar bestuurlijk overleg plaats. Hier iets meer verschuivingen, maar niet altijd even goed gemotiveerd, het betreft vooral ingrepen in de gemeenteraad. De criteria om in deze categorie te worden geplaatst zijn minder eenduidig dan in de categorie basisvoorzieningen. Met deze categorie is nog eens ongeveer 10% van de middelen belegd. Daaronder hangen meerdere subsidieregelingen, op laagdrempelig instapniveau tot programmatische (artistieke) activiteiten voor twee of vier jaar. Stroomversneller is een budget voor beginnende makers. Sinds twee jaar is de uitvoering belegd bij het door de stad gesubsidieerde cultuurplatform SCHAKEL025. Zie Stroomversneller Schakel025.

De subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals kent vier deelregelingen, voor kleine en grote projecten, die ofwel een artistiek doel hebben ofwel vooral op publieksbereik zijn gericht (evenementen). Zie Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals - Gemeente Arnhem. De deelregelingen werken via een tendersysteem en worden op een na ambtelijk beoordeeld. Alleen de aanvragen voor deelregeling 3 (voor grotere artistieke projecten voor 2 of 4 jaar) worden door een openbaar geworven externe commissie beoordeeld. De wethouder is gemandateerd om over dit advies te besluiten. Zie: Adviesrapport deelregeling 3 over artistieke producties, presentaties en festivals In dit adviesrapport brengt de commissie een algemeen advies uit met een analyse langs thema’s en per discipline. De conclusies en aanbevelingen uit deze advisering zijn in de regel voor de gemeente een belangrijke indicator voor de ontwikkeling van de culturele sector. Veel van de aanbevelingen worden overgenomen en uitgevoerd. De commissie wordt ad hoc samengesteld voor 2 jaar met een mogelijke verlenging van 2 jaar. Er is ambtelijke selectie van leden en de wethouder stelt vast. De afgelopen jaren worden in Arnhem gekenmerkt door relatieve rust. De adviezen van de externe commissie worden geruisloos overgenomen.

Natuurlijk zijn er instellingen die teleurgesteld zijn, maar dat levert geen rimpelingen op in de gemeenteraad. Enige waarnemingen: •

In de Coronacrisis zijn de banden met Nijmegen en de provincie aangetrokken. De stedelijke culturele regio begint vorm te krijgen. Op regioniveau is er een Innovatieregeling, beoordeeld door een commissie.

•

Er is een open klimaat waar de sector wordt betrokken in stadsdebatten en stadsgesprekken. De basisvoorzieningen hebben nauwe banden in een cultuurnetwerk (met elkaar en met de gemeente), er is een amateurkunstnetwerk en Schakel 025 speelt een belangrijke rol als cultuurplatform.

•

De stad neemt beperking van administratieve lasten van instellingen serieus. De stad sluit met de beleidscyclus en criteria zoveel mogelijk aan bij het Rijk, zodat de topinstellingen geen apart plan hoeven te maken voor de stad. In het algemeen volstaat een kort addendum over de lokale bijdrage. Arnhem doet mee aan een experiment om de monitoring van productiehuis de Nieuwe Oost samen te doen met OCW, 2 provincies (Gelderland en Overijssel) en 3 gemeenten (Deventer, Nijmegen en Arnhem).

•

Wat de strategische beleidsadvisering betreft: dit wordt in principe gedaan door het gemeentelijke team cultuur (waarbij sporadisch gebruik wordt gemaakt van externe adviseurs/bureaus voor onderzoek, analyse of een quick scan. Dit doet men alleen als men zelf te weinig expertise in huis heeft. Zo heeft een adviesbureau een diepgaande sectoranalyse gemaakt van de sector Beeldende Kunst in provincie Gelderland en stad Arnhem: 'Beeld van de kunst' en sectoranalyse bijlage.

Amersfoort Amersfoort heeft 158.000 inwoners. De historische stad is rijk aan cultureel erfgoed. De stad heeft daarnaast zeven culturele basisinstellingen (op naam: o.a. Bibliotheek Eemland, Flint, Holland Opera en Fluor). Amersfoort staat voor een inhaalslag in de culturele sector omdat de stad relatief laag scoort ten opzichte van vergelijkbare steden op het gebied van kunst en cultuur. Daarnaast staat de stad voor een schoolsprong met het oog op de verdere groei en verstedelijking richting 2030. Zie 'Cultuurvisie Amersfoort 2030'.

Om in te spelen op deze uitdagingen heeft Amersfoort een actieagenda opgesteld, waar jaarlijks over wordt gerapporteerd 'Cultuurplan 2019-2022'. Speerpunten zijn o.a. de versterking van de basisinstellingen, uitbreiding van het museale aanbod, versterking van cultuureducatie en de positie van makers en talent. De zeven Basisinstellingen hebben in overleg met de gemeente een meerjarenplan gemaakt voor 2021-2024. Hierin staan de prestatieafspraken (kwantitatief en kwalitatief), de mogelijkheden voor shared services en de mogelijkheden voor toepassing van de codes (Governance, Diversiteit & Inclusie en Fair Practice). In deze plannen ook aandacht voor de mogelijkheden van samenwerking met de rest van het Amersfoortse cultuurveld en voor de financiële weerbaarheid van de basisinstellingen. De plannen en de voortgang daarvan in een jaarlijkse verantwoording worden ambtelijk getoetst. Amersfoort heeft daarnaast een regeling voor meerjarige projectsubsidies, waarover onafhankelijk wordt geadviseerd door de Brede Adviesgroep Cultureel Klimaat (BACK): advies meerjarige projectsubsidies 2021-2024 (zie onder wet- en regelgeving). Deze uit 8 personen bestaande adviesgroep heeft de aanvragen beoordeeld en van een advies voorzien, zowel op inhoud als op het toe te kennen bedrag. Het advies start met een algemeen oordeel over gevolgde procedure.

In de drempeltoets voor artistieke kwaliteit en zakelijke kwaliteit mocht BACK alleen onvoldoende of voldoende oordelen. De puntenwaardering werd vervolgens verstrekt op de criteria diversiteit (aanbod en publiek), makers en talent en profilering van/belang voor de stad. Deze vorm van beoordeling wordt door BACK ervaren als een keurslijf en dit doet ‘tekort aan het grondig en vanuit een voor de sector relevante

insteek een oordeel te kunnen vellen’. Het steekt BACK vooral dat op deze wijze het criterium artistieke kwaliteit te weinig invloed heeft in de ranking van instellingen. BACK heeft overigens de klus wel afgemaakt en naar vermogen een oordeel gegeven over de aanvragen, maar adviseert te gemeente wel op de procedure grondig te herzien. De gemeente geeft desgevraagd aan dat het van groot belang is dat BACK kritisch is en uit grote betrokkenheid ook functioneert als een soort ‘cultureel geweten’. De lijnen van de gemeente naar de culturele instellingen zijn kort. De basisinstellingen hebben een directieoverleg en weten de gemeente goed te vinden. Maar ook de makers hebben zich inmiddels georganiseerd in een overleg. Amersfoortse festivals zijn onderdeel van een provinciaal festivaloverleg (het Utrechts Festival Overleg), samen met (vooral) festivals uit de stad Utrecht en een enkel festival uit Zeist. Amersfoort daagt de instellingen ook uit zelf na te denken over de toekomst en de infrastructuur die voor de stad nodig is. Een voorbeeld daarvan is de Ruimtestudie Podiumkunsten , waar externe adviseurs in coproductie met de Amersfoortse podia aan hebben gewerkt. Amersfoort hecht veel waarde aan de samenwerking op regioniveau en is benieuwd of taken kunnen worden verlegd naar dat niveau.

Zo kan men zich voorstellen dat er een cultuurverkenning door een visitatiecommissie komt op regionaal niveau. Op dat niveau is er ook al een innovatiefonds https://cultuurinnovatiefonds.nl/ samen met provincie, gemeente Utrecht en een aantal regionale particuliere subsidiefondsen. Ook de proeftuin ‘Ruimte voor makers’ ('proeftuin stedelijke regio utrecht') is een succes op regioniveau.

Amstelveen De gemeente Amstelveen heeft voor haar omvang (91.000 inwoners) een redelijk grote en complete culturele sector. De gemeente groeit snel en is ambitieus, zo blijkt uit de Cultuuragenda 2020-2024 Amstelveen De stad als podium. Amstelveen heeft in 2019 de onafhankelijke Amstelveense Adviesraad Cultuur (AAC) opgericht om strategisch te adviseren over de langetermijnvisie op het gebied van kunst en cultuur. Een advies op hoofdlijnen van de AAC is input geweest voor de Cultuuragenda. Op het gebied van beeldende kunst heeft Amstelveen sinds kort ook een Adviescommissie Beeldende Kunst. Op dit moment is nog sprake van jaarlijkse bekostiging van culturele instellingen en ambtelijke monitoring. Ook de aanvragen voor incidentele subsidies worden ambtelijk afgehandeld. Vanaf 2024 is het de bedoeling over te gaan naar meerjarige subsidie (4-jarig). Er wordt nog nagedacht over de inrichting van de advisering, maar ambtelijk vindt men een vorm van externe onafhankelijke advisering het meest logisch. Voor de hele kleine subsidies wordt getwijfeld over de meerwaarde van externe advisering. De lijnen van de gemeente met de sector zijn kort, signalen komen onder andere van het directeurenoverleg LOCO (Lokaal Overleg Culturele Organisaties).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b181104f-ed65-4cff-80b6-4b841d31c668