CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007069] Raadsvoorstel over vierde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 23 november 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Zorg10.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

sporthulpmiddel: Een sporthulpmiddel is volgens de definitie specifiek gemaakt en bedoeld om te sporten voor mensen met een beperking.

B De wijziging van artikel 1.2 heeft allereerst betrekking op de wijziging van de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Hierbij wordt voor de bepaling welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp, de woonplaats waar een jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf, centraal gesteld. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet. De oorspronkelijke gemeente blijft verantwoordelijk

Blad: Datum: Ons kenmerk:

27/31 1 november 2022 M2209-9148- 22b0006096

voor een jeugdige waardoor die gemeente gestimuleerd wordt om te investeren in preventie. Het tweede lid wordt in verband hiermee aangepast Daarnaast is het derde lid geschrapt. Het is overbodig om de regionale taak in de verordening te regelen.

C Het betreft hier een technische wijziging van artikel 1.3, onder b, omdat niet bij iedere financiële maatwerkvporziening een trede-indeling wordt toegepast. D Inherent aan algemene voorzieningen (Wmo 2015) en overige voorzieningen (Jeugdwet) is, dat deze zonder of met slechts een geringe toetsing zoals bijvoorbeeld een leeftijdsgrens, vrij toegankelijk zijn. Daarom kan de cliënt zich rechtstreeks tot deze voorzieningen wenden. Voor de kortdurende ondersteuning door het wijkteam kan de cliënt zich niet direct tot het wijkteam wenden. Tijdens het onderzoek wordt globaal getoetst of cliënt (eerst) voor deze algemene voorziening in aanmerking kan komen. Dit is toegevoegd in artikel 2.1, eerste lid. In artikel 2.1, derde lid is, analoog aan de opsomming in het tweede lid voor jeugdhulp, een opsomming gegeven van de algemene voorzieningen die in het kader van de Wmo 2015 worden geboden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kortdurende ondersteuning via het wijkteam, onafhankelijke cliëntondersteuning en ( niet individueel) vervoer via het CAV in de avonduren voor personen van 75 jaar en ouder. Als deze personen door een beperking geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, kunnen zij een maatwerkvoorziening voor vervoer aanvragen.

Deze algemene voorziening is bedoeld voor ouderen die in principe wel met het openbaar vervoer kunnen reizen, maar die dat niet durven in de avonduren. Daarnaast zijn in het tweede lid de onderwijszorgarrangementen toegevoegd aan de opsomming van overige voorzieningen voor de Jeugdwet. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1.

E De wijziging van artikel 2.2, eerste lid, onder c, betreft een technische wijziging in verband de nieuwe naam van het stedelijk loket.

F Behalve de titel van artikel 2.3 (technische wijziging) is ook het tweede lid onder a, sub 7° gewijzigd om duidelijk te maken dat een bijdrage niet altijd aan de orde hoeft te zijn. G De wijziging van artikel 2.4, tweede lid, is technisch van aard.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

28/31 1 november 2022 M2209-9148 - 22b0006096

H Artikel 2.5 is gewijzigd, zodat deze voor jeugdhulp voldoet aan recente jurisprudentie en wettelijke eisen. Het gaat dan met name om de wijziging van het tweede lid, waarin de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag via het ondersteuningsverslag is geschrapt. Immers, er is nog geen sprake van een ondersteuningsverslag omdat de melding wordt aangemerkt als aanvraag en daarna pas het onderzoek plaatsvindt. In het vijfde lid is geregeld dat een cliënt ook als hij alleen in aanmerking komt voor een overige voorziening een beschikking kan ontvangen als hij dat aangeeft.

Artikel 3.1.1 is gewijzigd in verband met de nieuwe contracten voor lokale jeugdhulp per 1 januari 2023. De namen van de specialistische jeugdhulp die kan worden geboden zijn hierop aangepast.

J Ook artikel 3.1.2 is gewijzigd in verband met de nieuwe contracten voor lokale jeugdhulp per 1 januari 2023. Dit heeft geleid tot nieuwe resultaatgebieden en ondersteuningselementen (eerste en tweede lid) en daarnaast is de indicatie in treden vervallen. K De wijzigingen met betrekking tot de artikelen 3.1.4 t/m 3.1.9 zijn technisch van aard. Er wordt aangesloten bij de nieuwe terminologie van de nieuwe contracten jeugdhulp per 1 januari 2023 en tegelijk is een aantal onvolkomenheden geschrapt. L De toevoeging van 'professioneel' in het eerste lid van artikel 3.2.10 is opgenomen om te verduidelijken dat toezicht een veel zwaardere vorm is dan het op elkaar letten, zoals men pleegt te doen binnen een huishouden. Er moet echt een noodzaak zijn om preventief of corrigerend op te kunnen treden bij ernstige problematiek M In artikel 3.2.13 over sociaal/recreatief vervoer is de algemene voorziening voor vervoer in de avonduren voor personen van 75 jaar en ouderen geschrapt, omdat deze nu is opgenomen in de opsomming van algemene voorzieningen in artikel 2.1.

N Artikel 3.2.16 over sporthulpmiddelen is volledig herschreven. Dit heeft meerdere doelen: verduidelijking en verwijderen van tegenstrijdigheden; het persoonsgebonden budget is gewijzigd in een financiële maatwerkvoorziening, omdat dit meer passend is in deze situatie, onder andere omdat een sporthulpmiddel geen maatwerkvoorziening in natura kent én de vergoeding uitgaat van de meerkosten van de voorziening ten opzichte van een persoon zonder beperkingen. Immers, iemand met een beperking hoeft niet in een financieel gunstiger positie te worden gebracht dan iemand zonder beperking;

Blad: Datum: Ons kenmerk:

29/31 1 november 2022 M2209-9148- 22b0006096

er wordt duidelijk gemaakt waaraan de financiële maatwerkvoorziening allemaal kan worden besteed; er wordt een verplichting opgenomen om, als dit naar het oordeel van het college wenselijk is, de cliënt eerst een sporthulpmiddel te laten uitproberen. Dit kan bij Uniek Sporten.

0 Artikel 3.5.3 is sterk vereenvoudigd door onderdelen die wettelijk al zijn bepaald te schrappen. Hiermee wordt voorkomen dat de verordening niet aansluit bij wettelijke bepalingen als deze bijvoorbeeld gewijzigd wordt. Maar ook wordt voorkomen dat het college zich hierdoor onnodig beperkt in de mogelijkheden tot bijvoorbeeld terugvordering.

p Hoofdstuk 4 is nagenoeg volledig herschreven in verband met invoering van het abonnementstarief in de Wmo 2015. Hierdoor kunnen de bepalingen in dit hoofdstuk vereenvoudigd worden, omdat een aantal onderdelen, zoals de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorzieningen reeds wettelijk geregeld zijn. Wat overblijft zijn bepalingen over: vergoeding voor algemeen gebruikelijke kosten. Dit was ook reeds in de oude tekst opgenomen. Het gaat om kosten die iedereen moet maken, ook als iemand geen beperking heeft. Voorwaarde is wel, dat deze kosten niet vanuit de gemeente worden gefinancierd en de kosten duidelijk kenbaar zijn voor de gebruiker van de voorziening; de bijdrage voor algemene voorzieningen. Hiervan is alleen sprake bij de algemene voorzieningen voor vervoer (wijkbus en vervoer met het CAV voor personen van 75 jaar of ouder in de avonduren); de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen. Met name om te bepalen: - VOOr welke maatwerkvoorzieningen geen bijdrage wordt gevraagd. Bijvoorbeeld spoedvoorzieningen; - dat ondersteuning inclusief het resultaatgebied huisvesting gelijkgesteld wordt met beschermd wonen. Hiervoor geldt immers een afwijkende bijdragesystematiek; - hoe de bijdrage voor vervoer en opvang wordt bepaald. Hiervoor geldt namelijk geen abonnementstarief.

Met de wetswijziging voor het abonnementstarief is het ook niet langer nodig om voor alle voorzieningen aan te geven wat de kostprijs is. Immers, de bijdrage zal bijvoorbeeld voor ondersteuning voor diensten nooit hoger uitkomen dan de wettelijke bijdrage van €19,per maand (tarief per 1 juli 2023). Daarom is alleen voor vervoer, woonvoorzieningen en hulpmiddelen opgenomen hoe de kostprijs van de voorziening wordt vastgesteld. Q Artikel 5.5.1 wordt op twee punten gewijzigd: In het eerste lid stond het voldoen aan kwaliteitseisen geformuleerd als een opdracht aan het college. Dit is gewijzigd, zodat is bepaald dat aanbieders hieraan moeten voldoen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

30/31 1 november 2022 M2209-9148- 22b0006096

In het nieuwe zesde lid is bepaald dat ook pgb-hulpverleners aan kwaliteitseisen moeten voldoen. Het college bepaalt welke eisen dat zijn en sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de eisen die aan aanbieders worden gesteld.

R Het zesde lid in artikel 5.5.2 bevatte de zogenaamde WNT-bepaling: als aanbieders qua bezoldiging of ontslagvergoeding niet voldoet aan de eisen die daarvoor worden gesteld in de Wet normering topinkomens, kon het college de vergoedingen voor geleverde ondersteuning korten. In het kader van de Aanbestedingswet 2012 is dit niet correct. Door het vervallen van het overgangsrecht is deze bepaling bovendien overbodig geworden. Het schrappen van het zesde lid sluit ook aan bij de afdoening van een eerder ingediende motie over dit onderwerp (Motie 9bb22306 Geen gegraai in de zorg).

s De wijziging van het eerste lid van artikel 5.5.3 is noodzakelijk doordat de Verordening klachtbehandeling Rotterdam 2013 inmiddels is ingetrokken. Daarom wordt nu verwezen naar het Concernkader Klachtbehandeling. Daarnaast wordt een nieuw lid toegevoegd waarin de dispuutprocedure is opgenomen, die kan worden aangevraagd als een aanbieder van maatwerkondersteuning voor diensten of de cliënt niet tevreden zijn over de afhandeling van de klacht of er gezamenlijk niet uitkomen. T De wijziging van artikel 5.5. 7 is grotendeels technisch van aard. Onderdeel j formaliseert de bevoegdheid van het college om de Sociale verzekeringsbank te verzoeken een betaling uit het pgb tijdelijk op te schorten. Dit kan als er sprake is van een gegrond vermoeden dat één van de volgende situaties van _toepassing is: Verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou tot een andere beslissing hebben geleid; Er wordt niet voldaan aan de aan de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden; De cliënt heeft de maatwerkvoorziening of het pgb gebruikt voor een ander doel. De opschorting kan plaatsvinden voor maximaal 13 weken. In deze periode wordt onderzocht of de maatwerkvoorziening of pgb weer (al dan niet) kan worden hervat of definitief moet worden beëindigd.

u Het is noodzakelijk om duidelijke overgangsbepalingen te stellen voor met name de situatie dat er sprake is van: •

Een verstrekte voorziening op grond van een bepaling die niet meer geldend is;

•

Een bezwaarschrift over een besluit dat betrekking heeft op een periode waar afwijkende regelgeving gold dan op het moment van indiening van het bezwaarschrift; Terugvordering.

•

De bestaande overgangsbepalingen in artikel 6.3 waren deels nog gebaseerd op de inwerkingtreding van deze verordening en zelfs de verordeningen daarvoor.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

31/31 1 november 2022 M2209-9148 - 22b0006096

Met deze bepaling zijn de bepalingen geactualiseerd, in aanvulling op het overgangsrecht dat ook in de Wmo 2015 en Jeugdwet is opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6b987dda-3c4b-4869-a1e5-2baecee1fdc0