[22bb006924] Bijlage 3 bij 22bb006921 over begrotingsbehandeling 2023 en 2e herziening 2022 - bij vraag 91
Tekst van het document
Bijlage Vraag 91 1. Belastingjaar 2. Totale opbrengst OZB-woningen 3. Gemiddelde aanslag OZB-woningen 4. Inflatiecorrectie OZB/CPI (in %) 5. Aantal aanslagen OZB-woningen 6. Waardestijging woningen tbv berekening WOZwaarden woningen (in %) 7. Totale WOZ-waarde van bestaande woningen 8. WOZ-waarde areaal-uitbreiding per jaarschijf 9. Gemiddelde WOZ-waarde per aanslag 10. Extra opbrengsten OZB-woning ten gevolg areaaluitbreiding
2018
2019
2020
2021
2022
2023
€ 60.428.463 € 191,78 1,70% 315.090
€ 59.251.872 € 184,82 2,30% 320.598
€ 60.809.000 € 188,07 1,50% 323.300
€ 61.555.000 € 189,36 1,70% 325.000
€ 63.014.000 € 260,01 1,80% 328.000
€ 68.921.000 € 276,87 6,90% 332.000
7%
17%
16%
13%
14%
17%
51.846.590.000 574.804.000 € 663.324
60.366.987.500 875.648.000 € 848.503
70.638.000.000 718.000.000 € 612.000
79.020.000.000 579.000.000 € 448.000
89.085.000.000 695.000.000 € 487.000
104.896.400.000 826.000.000 € 550.000
166.370
191.026
220.600
246.600
273.600
318.000
Toelichtingen, definities, aandachtspunten en opmerkingen (de nummers verwijzen naar de regels in de tabel): 1. De cijfers voor belastingjaar 2018 en 2019 zijn realisatiecijfers. Belastingjaren 2020 t/m 2022 zijn nog niet afgesloten. Voor alle opgenomen cijfers geldt dat deze het verwachte resultaat zijn. Voor belastingjaar 2023 zijn dit de begrote cijfers. 2. De OZB-opbrengsten worden altijd geïndexeerd. Hoe de indexatie zich vertaalt in de tarieven en het gemiddelde aanslagbedrag is afhankelijk van de waardeontwikkeling en de areaaluitbreiding. 3. Tot en met 2021 werd de gemiddelde aanslag OZB-woningen berekend voor koop- én huurwoningen tezamen. Vanaf 2022 wordt alleen het gemiddelde voor koopwoningen gepresenteerd. Dit verklaart de stijging tussen 2021 en 2022. De ontwikkeling van de gemiddelde aanslag wijkt af van de CPI-index. Dit wordt uitgelegd in vraag 10. Daarnaast wordt de daling van 2019 tov 2018 veroorzaakt door de stijging van zowel afvalstofheffing (invoering tariefdifferentiatie) als rioolheffing. Bij de berekening van de tarieven is destijds besloten om de OZB als sluitpost te gebruiken, zodat woonlasten niet meer zouden stijgen dan de CPI. Hetzelfde geldt voor de berekening van de tarieven 2020. Vanaf 2021 is dit niet meer mogelijk. 7.
De definitie die voor areaaluitbreiding wordt gehanteerd is als volgt: Het saldo van de toename van de WOZ-waarde van nieuwbouwwoningen en woningen in aanbouw afgezet tegen de WOZ–waarde van woningen die zijn gesloopt, zie ook vraag 90. 8. De cijfers zijn de bij het opstellen van de begroting verwachte extra opbrengsten van het areaal. Dit betreffen inschattingen, zie ook vraag 90. De meer- of minderopbrengsten bij een te hoog of te laag ingeschatte areaaluitbreiding worden in op een later moment wel gecorrigeerd en hebben altijd een meerjarig effect. Deze correcties zijn niet in de tabel opgenomen. 9. De ontwikkeling van de gemiddelde WOZ-waarde per aanslag over de periode 2018 tot en met 2023 is grotendeels het resultaat van de werkelijke waardestijging van woningen, die afwijkt van de verwachte stijgingen zoals opgenomen in regel 5. Daarnaast zijn er andere, kleinere, effecten zoals de waardeontwikkeling van het areaal.