[22bb006814] Bijlage 1 behorende bij 22bb6813 - rapport Bijdragen an de regionale economie
Tekst van het document
96 Manshanden, W.J.J. ‘De overheid in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Agglomeratie, innovatie en kapitaal’, in: Tordoir, P.P. e.a. ‘Metropoolvorming: kansen en opgaven, reflecties uit de wetenschap’, 2014. 97 Interviews met burgemeester en wethouder van Rotterdam en wethouder van Delft.
78
bijdragen aan de regionale economie
tekortschoot. De versterking van de bestuurlijke samenhang is dan ook een gezamenlijk resultaat van de betrokken organisaties. faciliterende functie De opbrengst van de faciliterende functie is moeilijk concreet vast te stellen. Het gaat bij deze functie om de mate waarin de MRDH netwerkvorming ondersteunt, thema’s op de kaart zet en kennisoverdracht tussen gemeenten tot stand brengt. Het meest concrete resultaat is dat verschillende ambtelijke netwerken tot stand zijn gebracht. In hoeverre deze aansluiten op de behoefte van alle 23 gemeenten is niet bekend. Uit de gehouden interviews komt naar voren dat de netwerken goed aansluiten op de behoeften van direct betrokken ambtenaren. Het biedt een platform voor kennisuitwisseling. Het voordeel van het netwerk is dat het aan de kleinere gemeenten capaciteit en kunde levert. 98 Dit kan doordat externe deskundigheid wordt ingehuurd of expertise bij grote gemeenten wordt benut. De MRDH draagt zo bij aan kennisontwikkeling bij gemeenten en biedt ondersteuning voor gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Het voorkomt dat iedere gemeente zelf het wiel gaat uitvinden.
Ook voor een grote gemeente als Rotterdam biedt het voordelen: “Je merkt dat nu keuzes worden gemaakt die meer op de regio focussen, zoals in de samenwerking met Delft en de TU.” 99 uitvoerende functie De uitvoerende functie bestaat uit de financiering van projecten via de bijdrageregeling, financiering van IQ en YES!Delft en van het inzetten van middelen voor ondersteuning van projectontwikkeling. De MRDH heeft zich bij de bijdrageregeling vooral gepositioneerd als de financier van de eerste fase van projecten. De middelen hebben als doel om als een katalysator diverse vernieuwende initiatieven te helpen ontwikkelen. Geïnterviewde gemeenten en samenwerkingspartners zijn overwegend positief over zowel de bijdrageregeling als de beschikbare hoeveelheid middelen. Wel is verschil van mening te constateren over de omvang en het type project dat wordt gefinancierd. Een deel van de geïnterviewden ziet voordelen in het huidige model met een paar grote en meer kleinere projecten. Het biedt zo een eerste impuls voor een initiatief dat later tot een groter project of instituut kan uitgroeien. Het wordt daarom passend gevonden bij stimulering op het gebied van innovatie. Critici van de huidige opzet zien een “laat 1.000 bloemen bloeien aanpak” van te veel uiteenlopende kleine projecten. Zij zien liever een gerichte inzet op enkele thema’s met grotere programma’s.
Ze verwachten dat de MRDH hiermee een scherper profiel krijgt en dat zichtbaarder wordt waar de inzet van het budget toe leidt. Een aandachtspunt bij de bijdrageregeling en de middelen voor projectontwikkeling is verder de in hoofdstuk 3 geconstateerde onderbesteding. Voor beide vormen van financiële ondersteuning geldt dat de uitgaven structureel en significant achterblijven bij de begroting. Een tweede aandachtpunt dat in hoofdstuk 3 naar voren kwam, is het grote verschil in de besteding van middelen per doelstelling. Omdat een koppeling tussen de Strategische Agenda en de inzet van financiële middelen ontbreekt, is het niet duidelijk of deze uitkomst ook gewenst is.
98 Interviews ambtenaren gemeenten Rotterdam, Vlaardingen, Delft en Zoetermeer. 99 Interview ambtenaar gemeente Rotterdam.
79
bijdragen aan de regionale economie
samenvatting Uit bestudeerd onderzoek leidt de rekenkamer af dat geen sluitend antwoord is te geven op de vraag welk beleid het beste werkt voor stimulering van het regionale vestigingsklimaat. Daarvoor is onvoldoende harde informatie beschikbaar over effecten van beleid. Wel bestaat er inzicht in wat voor beleidsinspanningen zouden kunnen werken. Zo spelen in economisch succesvolle regio’s overheden een actieve rol. Daarbij is de rol van overheden vooral om een gezamenlijke strategie te formuleren en samenwerking te organiseren met publieke en private partijen en met andere overheden als het Rijk en de provincie. In succesvolle regio’s richt het beleid van de overheid zich op factoren die bijdragen aan groei en innovatie en het creëren van aantrekkelijke plekken om te wonen en te werken. Lessen daarbij zijn dat de overheid op een mix van beleidsdomeinen moet inzetten die aansluit bij de economische structuur en dynamiek van de regio. Het gaat om samenhangend beleid gericht op clusters van bedrijven, ondernemerschap, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, bereikbaarheid en woon- en leefklimaat. Het lijkt weinig zinvol in te zetten op het ontwikkelen van nieuwe clusters in de regio. Het is vooral van belang aandacht te hebben voor het versterken van innovatiesystemen in de regio.
Deze bestaan uit organisaties die bijdragen aan innovatie: netwerken van bedrijven, maar ook netwerken tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden. De MRDH vervult drie functies die zijn af te zetten tegen de inzichten over de rol van overheid. De strategische functie van de MRDH past bij uitstek bij wat overheden kunnen doen. Overheden kunnen samenhang aanbrengen in de verschillende beleidsvelden die een rol spelen bij economische ontwikkeling. Ook de faciliterende of netwerkfunctie van de MRDH past goed bij de rol die de overheid in een regio op zich kan nemen. De MRDH richt zich vooral op de publieke kant met netwerkvorming tussen gemeenten, maar werkt ook nadrukkelijk samen met andere publieke en private partijen. Ook financiert het netwerkvorming tussen kennisinstellingen en bedrijven. De financieringsfunctie van de MRDH is traditioneel een taak die overheden inzetten voor netwerkvorming en versterking van de kennisinfrastructuur. Een andere vorm van financiering is investeringskapitaal beschikbaar stellen via regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Deze vormen zijn terug te vinden in de financiering van IQ, YES!Delft en verschillende projecten binnen de bijdrageregeling. De rekenkamer ziet op basis van deze analyse geen duidelijke lacunes of onlogische activiteiten in functies of inzet van de MRDH.
De meeste opbrengsten zijn te zien bij de doelstellingen 1 tot en met 4 van de strategische Agenda. De invulling bij de doelen 5 tot en met 7 (stimuleren groengebruik, samenwerking energietransitie en bereikbaarheid woon- werklocaties) beperkt zich tot bijeenkomsten, onderzoek en advisering. De MRDH rapporteert zelf tamelijk globaal over output van activiteiten. Alleen door verdieping met financiële cijfers en onderliggende documenten is een beeld te krijgen van de precieze omvang van deze activiteiten. De beschikbare informatie is niet voldoende om iets te kunnen zeggen over effecten. Hiervoor zijn verschillende verklaringen te geven. Een deel van de activiteiten richt zich op samenwerkingsprocessen rond strategie- en netwerkvorming waarvan het lastig is effecten te bepalen. Daarnaast speelt mee dat de MRDH opereert in een netwerk van partijen die ieder op verschillende momenten inbreng hebben. Verder speelt ook de redelijk recente start van veel projecten een rol. Een laatste verklaring is dat de MRDH nog weinig structurele aandacht besteedt aan monitoring en effectmeting. Een feedbackloop op projectniveau en voor het geheel aan activiteiten ontbreekt.
80
bijdragen aan de regionale economie
De opbrengsten van de MRDH zijn ook te benaderen vanuit de drie functies die worden vervuld: de strategische, faciliterende en uitvoerende rol. De MRDH heeft een duidelijke impuls gegeven aan de regionale visievorming en het bestuurlijke organisatievermogen, met name via de Strategische Agenda en de ondersteuning bij andere regionale visies. Hiermee heeft de MRDH bijgedragen aan de geconstateerde knelpunten voorafgaand aan de oprichting dat het in het economisch beleid ontbrak aan samenhang op het bovengemeentelijk niveau. Ook helpt de MRDH bij het versterken van het bestuurlijke organisatie- en lobbyvermogen op regionaal en rijksniveau. Er is wel behoefte aan meer scherpte in de precieze rol die de MRDH op zich neemt bij de uitvoering van deze doelstellingen. De faciliterende functie richt zich op ondersteuning van netwerkvorming, agendering van thema’s en kennisoverdracht tussen gemeenten. Uit interviews onder deelnemers maakt de rekenkamer op dat de netwerken aansluiten op hun behoeften aan kennisoverdracht en leidt tot beter benutten van expertise. Een belangrijk onderdeel van de uitvoerende rol is financiering van projecten via de bijdrageregeling. Er is nog weinig zicht op de opbrengsten van de activiteiten die met de middelen van de MRDH zijn gefinancierd.
Dit heeft te maken met een combinatie van weinig aandacht voor monitoring en evaluatie, een grote diversiteit van kleinere en grotere projecten en de fase waarin deze zich bevinden. Aandachtspunten zijn verder de in hoofdstuk 3 geconstateerde onderbesteding en het grote verschil in de besteding van middelen per doelstelling. Omdat een koppeling tussen de Strategische Agenda en de inzet van financiële middelen ontbreekt, is niet duidelijk of deze uitkomst ook gewenst is.
81
bijdragen aan de regionale economie
Rekenkamer
Rotterdam
82
bijdragen aan de regionale economie
5
rol en instrumenten gemeenteraad
inleiding In dit hoofdstuk staat de volgende deelvraag centraal: • Wat is de positie van de gemeenteraad van Rotterdam in de MRDH en welke instrumenten kunnen raadsleden inzetten om hun rol te vervullen? Paragraaf 5-2 behandelt de positie van de gemeenteraad bij samenwerking met andere gemeenten. Paragraaf 5-3 gaat vervolgens in op de rol van gemeenteraden bij de MRDH en het functioneren van de adviescommissie. Paragraaf 5-4 behandelt de knelpunten bij verlengd bestuur en de wijziging van de Wgr. De laatste paragraaf (5-5) vat de belangrijkste uitkomsten samen.
positie gemeenteraad bij samenwerking tussen gemeenten Samenwerking tussen gemeenten komt al jaren veel voor. Een onderzoek telde in 2020 1.284 unieke samenwerkingsverbanden. 100 Dit was een groei van 17% ten opzichte van 2017. De gemiddelde gemeente is in 33 samenwerkingsverbanden actief. Daarbij geldt dat de grotere gemeenten met meer dan 100.000 inwoners nog vaker samenwerken: gemiddeld zitten zij in 46 samenwerkingsverbanden. Een deel van deze samenwerkingen bestaat uit verplichte samenwerkingsverbanden, zoals politieregio’s, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten. In verreweg de meeste gevallen zijn samenwerkingsverbanden vrijwillig ontstaan vanuit de behoefte taken gezamenlijk uit te voeren om een grotere mate van efficiëntie of effectiviteit te bereiken. De samenwerking tussen gemeenten kan uit diverse vormen bestaan. Er zijn lichte vormen van samenwerking via bijvoorbeeld een convenant of een bevoegdhedenovereenkomst. Bij een zwaardere vorm van samenwerking tussen gemeenten wordt een zelfstandige organisatie opgericht en kan dit via een gemeenschappelijk orgaan, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk openbaar lichaam als rechtsvorm worden geregeld. De variant waarvoor wordt gekozen, bepaalt ook de manier waarop en door wie de samenwerking wordt bestuurd.
Een gemeenschappelijk openbaar lichaam, de vorm die de MRDH heeft, is de ‘zwaarste’ vorm van samenwerking. De deelnemende gemeenten kunnen taken en bevoegdheden overdragen aan het openbaar lichaam en deze kan zelfstandig contracten aangaan en personeel in dienst nemen. Ook dient er een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur te worden opgezet met vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt het juridisch kader voor publiekrechtelijke samenwerking tussen gemeenten. In de Wgr is vastgelegd hoe de verantwoording binnen een samenwerkingsverband is geregeld en wat daarbij de positie van het college van B en W en de gemeenteraad zijn.
100 PROOF adviseurs en KWINK Groep, ‘Regionale samenwerkingsverbanden decentrale overheden’, 2020.
83
bijdragen aan de regionale economie
Bij de genoemde samenwerkingsafspraken is sprake van wat ook wel ‘verlengd bestuur’ wordt genoemd. Dit wil zeggen dat de democratische controle op de regionale samenwerking op het niveau van de gemeenteraad moet plaatsvinden. De raad moet hiervoor gebruikmaken van dezelfde instrumenten die het heeft om het eigen college te controleren. Hoewel er dus instrumenten voor de raad zijn om democratische controle uit te voeren, gaat dit indirect via het collegelid (wethouder of burgemeester) die als verbindende schakel opereert tussen het samenwerkingsverband en de gemeente. Het collegelid dient daarbij verschillende belangen te vertegenwoordigen: dat van de gemeente en dat van de samenwerking.
positie raad in MRDH overleg door bestuur en commissies In hoofdstuk 2 is toegelicht hoe het bestuur van de MRDH is samengesteld en welke organen aanwezig zijn. Binnen de MRDH vindt structureel overleg door bestuur en commissies plaats en worden soms extra vergaderingen of themasessies gehouden. Tabel 5-1 geeft het aantal vergaderingen van de verschillende gremia van de MRDH weer. tabel 5-1: vergaderingen gremia MRDH gremium
2019
2020
2021
algemeen bestuur
5
6
5
bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat
6
6
6
adviescommissie economisch vestigingsklimaat
5
6
5
bestuurscommissie Vervoersautoriteit
-
12
11
adviescommissie Vervoersautoriteit
-
5
8
bron: agenda-archief mrdh.nl en ontvangen bestanden MRDH. De rekenkamer bezit geen informatie over het aantal vergaderingen van de commissies VA in 2019.
De bestuurscommissie en adviescommissie EV zijn de afgelopen jaren vijf tot zes keer bijeengekomen. betrokkenheid gemeenteraden De gemeenschappelijke regeling MRDH is een gemengde regeling. Dit wil zeggen dat de regeling is gesloten tussen burgemeesters, colleges en gemeenteraden. De GR biedt de mogelijkheid om een collegelid of gemeenteraadslid af te vaardigen in het bestuur van de MRDH. Op dit moment zijn alle vertegenwoordigers in het algemeen bestuur en in bestuurscommissies collegeleden. In de gemeenschappelijke regeling MRDH is vastgelegd hoe de gemeenteraden verder betrokken zijn. Er zijn twee vormen van betrokkenheid te onderscheiden: • adviescommissies; • zienswijzen. adviescommissie In de gemeenschappelijke regeling MRDH is geregeld dat er adviescommissies voor de
84
bijdragen aan de regionale economie
Vervoersautoriteit en het economische vestigingsklimaat worden ingesteld. De adviescommissie economische vestigingsklimaat “adviseert omtrent het economisch vestigingsklimaat”. De taak van deze adviescommissie is het uitbrengen van advies: 101 • over een besluit dat voor een zienswijzeprocedure aan de raden wordt voorgelegd; • op verzoek van de bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat MRDH; • op eigen initiatief. De betrokkenheid van de raadsleden in de commissie richt zich alleen op advisering. De adviescommissie speelt geen rol bij de kaderstelling en verantwoording en heeft dus in strikt formele zin geen invloed op besluitvorming. De invloed van de adviescommissie is afhankelijk van de mate waarin de bestuurscommissie het advies gebruikt. Iedere gemeente is met twee raadsleden vertegenwoordigd in de adviescommissie. De raad benoemd zelf de adviescommissieleden. Opvallend is dat voor de Vervoersautoriteit en het programma Economisch Vestigingsklimaat een gelijkwaardige adviescommissie is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, terwijl het budgettaire belang van de Vervoersautoriteit binnen de MRDH vele malen groter is dan die van het programma Economisch Vestigingsklimaat.
Bij de Vervoersautoriteit kan de (financiële) impact van besluiten namelijk groot zijn voor de individuele gemeenten, terwijl voor economisch vestigingsklimaat het budget binnen de MRDH vele malen kleiner is en alle besluiten “een plus” zijn op wat gemeenten zelf hebben en kunnen. 102 Een betrokkene geeft dan ook aan dat de adviescommissie economisch vestigingsklimaat vooral een netwerkfunctie heeft. 103 rol raadsleden in adviescommissie economisch vestigingsklimaat Het instellen van een adviescommissie is een manier om de betrokkenheid van gemeenteraden bij de MRDH te vergroten. In interviews wijzen betrokkenen op voordelen van deze constructie, maar ook op de ingewikkelde positie voor raadsleden om hun rol in de adviescommissie goed in te vullen. Het belangrijkste voordeel van een adviescommissie is dat raadsleden worden betrokken bij inhoudelijke beslissingen. Bij ieder programma of visiedocument wordt advies gevraagd. Een van de geïnterviewden wijst erop dat het relatief goed geregeld is in de MRDH, zeker in vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen. “Er zijn weinig regelingen waar de raad zo goed wordt meegenomen op beslissingen en inhoud.” 104 Raadsleden hebben in de adviescommissie een andere rol dan in de gemeenteraad. In de raad stellen ze kaders en controleren ze het college.
In de adviescommissie worden raadsleden vroegtijdig betrokken bij een aanpak of programma en wordt hen om advies gevraagd. Deze positie verschilt van de rol in de gemeenteraad, omdat geen politiek debat wordt gevoerd over uitgekristalliseerde plannen, maar inhoudelijke inbreng in een eerder stadium wordt gevraagd. Dat vereist dat raadsleden goed
101 MRDH, ‘Instellingbesluit adviescommissie economische vestigingsklimaat MRDH 2015’, 20 november 2015. 102 Interview medewerker MRDH. 103 Interview ambtenaar. 104 Interview wethouder MRDH-gemeente.
85
bijdragen aan de regionale economie
inhoudelijk worden geïnformeerd en dat ze van de thema’s voldoende weten om te kunnen meedenken. Het is onduidelijk welke belangen raadsleden in de adviescommissie vertegenwoordigen. Dienen raadsleden de eigen gemeente te vertegenwoordigen met hun adviezen, kunnen ze politieke inbreng hebben vanuit hun partij, moeten zij het regionale belang vertegenwoordigen of een combinatie van belangen? In interviews wijzen meerdere betrokkenen erop dat in de adviescommissie raadsleden het regionale belang voorop moeten stellen. 105 De samenwerking heeft immers een regionaal perspectief. Zij vinden het onwenselijk dat raadsleden in de adviescommissie vanuit het belang van de eigen gemeente inbreng leveren. Deze geuite opvatting in interviews botst echter met de bedoeling van de wetgever. In de Memorie van Toelichting (zie ook onderstaand kader) is te lezen dat “de gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld voor de behartiging van de belangen van de raden van de deelnemende gemeenten bij het openbaar lichaam”. 106 De wetgever stelt dat raadsleden primair worden geacht te handelen vanuit de belangen van de eigen gemeente.
“Zij opereren zonder last of ruggespraak. Als een individuele raad van mening is dat zijn raadslid de lokale belangen onvoldoende behartigt kan hij een voordracht doen aan het bestuur van het openbaar lichaam om het betreffende raadslid te vervangen. Het ligt wel in de rede dat leden niet direct vanuit eigen politieke opvattingen inbreng leveren, maar meer oog hebben voor het belang van het bestuursorgaan gemeenteraad.” 107
Het verschil tussen de bedoeling van de wetgever en opvattingen van geïnterviewde betrokkenen is tekenend voor de ingewikkelde positie die raadsleden in de adviescommissie vervullen. Opgemerkt moet worden dat de adviescommissies van de MRDH in 2015 gevormd zijn en niet zijn gebaseerd op de genoemde tekst (die in 2020 is vastgesteld). functioneren adviescommissie economisch vestigingsklimaat De adviescommissie economisch vestigingsklimaat is in de periode 2019 - 2021 zestien keer bijeengekomen. De opkomst varieert, maar gemiddeld zijn ongeveer twintig leden aanwezig (van de 46, twee leden per deelnemende gemeente). In enkele vergaderingen lag de opkomst aanmerkelijk lager. Enkele gemeenten zijn zelden of nooit aanwezig (bijvoorbeeld Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Albrandswaard). Rotterdam is met enige regelmaat vertegenwoordigd met een raadslid. De adviescommissie is in de afgelopen jaren regelmatig om advies gevraagd. In de periode 2019 - 2021 zijn in totaal 22 adviesaanvragen gedaan. Dit aantal is exclusief advies over het eigen functioneren zoals het vaststellen van een jaaragenda en over de ontwerpbegroting. Vooral in 2019 en 2021 zijn veel adviezen gevraagd. In beide jaren ging het om negen aanvragen. Dit betekent dat gemiddeld meer dan één
105 Interviews leden adviescommissie en MRDH. 106 Tweede Kamer der Staten-Generaal, ‘Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen, Memorie van Toelichting’, 1 juli 2020. 107 Idem.
86
bijdragen aan de regionale economie
adviesaanvraag per bijeenkomst is behandeld. De adviescommissie heeft over alle uitgebrachte programma’s en visies die in deze periode zijn opgesteld advies kunnen uitbrengen. Uit de interviews met enkele leden van de adviescommissie, bestuurders en betrokken ambtenaren komt het beeld naar voren dat in de afgelopen jaren de werkwijze zich gaandeweg heeft doorontwikkeld. Een betrokken commissielid oordeelt dat de adviescommissie in eerste instantie een “roadshow” was van wethouders die hun plannen kwamen toelichten aan de hand van presentaties. De laatste jaren is aandacht besteed aan het beter invullen van de adviesrol. Onder andere is aandacht besteed aan de timing van de adviezen (voorafgaand aan de bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat), de inhoud van adviesaanvragen (minder lang en gedetailleerd) en de vorm (via een agendapost met een vast format). Ook is het de laatste jaren gangbaar dat terugkoppeling vanuit de bestuurscommissie plaatsvindt over de wijze waarop met het advies is omgegaan. Hiermee is een werkwijze ontwikkeld die voor betrokkenen redelijk voldoet: “Ik merk dat de adviescommissie serieus wordt genomen. Vrijwel elk advies wordt opgevolgd en als dat niet zo is, is het ook goed onderbouwd.” 108 Tegelijkertijd zien meerdere betrokkenen noodzaak voor verdere verbetering. Een belangrijk onderdeel is de adviesaanvraag zelf.
Veel adviesaanvragen zijn heel breed en technisch ingestoken. Dit maakt het voor raadsleden lastig een politiek oordeel te vormen. In tabel 5-2 zijn enkele voorbeelden opgenomen van adviesaanvragen uit de laatste jaren. tabel 5-2: voorbeelden adviesaanvragen aan AC EV 2019 -2021 thema
adviesvraag
Human Capital Akkoord Zuid-Holland
“Aan de adviescommissie wordt gevraagd hoe de MRDH inhoudelijk kan bijdragen aan de doelstellingen van het Human Capital Akkoord Zuid-Holland.”
Programma Vrijetijdseconomie
“Heeft u aanbevelingen aan de bestuurscommissie voor de koers van het programma Vrijetijdseconomie? Zijn er binnen uw gemeenten bedrijven of programma’s gericht op Vrijetijdseconomie die de bestuurscommissie moet
Stand van zaken innovatieprogramma’s
meenemen in de ontwikkeling van het programma?” “Welke rol kunnen gemeenten spelen om nog sterker in te
en een verdieping op het
zetten op innovatieprojecten in het sociaal domein? (Denk
innovatieprogramma Zorgtech
daarbij aan het zijn van bijv. de eerste afnemer (“launching customer”) of proeftuin en/of het beschikbaar stellen van budget voor innovatie). Kent u projecten binnen uw gemeente waar technologie als oplossing voor een ‘opgave’ in het sociaal domein heeft gewerkt of opgaven waarvoor u technologie als oplossing ziet?”
108 Interview lid adviescommissie.
87
bijdragen aan de regionale economie
Aanpak Digitalisering 2022
“Wat adviseert de AC ten aanzien van het onderbrengen van het programma onder de Digitaliseringsagenda Zuid-Holland? Op welke sporen van de Digitaliseringsagenda Zuid-Holland zou de MRDH zich in 2022 moeten focussen? Zien de AC-leden vanuit de eigen gemeente aandachtspunten bij deze sporen?”
Uit verschillende interviews blijkt dat de adviesaanvragen niet goed passen bij de rol van raadsleden in de adviescommissies. De adviesvragen zijn, zoals ook in tabel 5-2 te zien is, vaak gericht op de concrete uitwerking en op werkwijzen van de MRDH. Dit terwijl raadsleden bevraagd zouden moeten worden op “waar zij van zijn”: maatschappelijke opgaven en het ambitieniveau van de MRDH. Dat de adviesvragen veelal onvoldoende aansluiten bij de rol van raadsleden in de adviescommissies, zorgt ook voor gebrek aan enthousiasme bij de raadsleden. 109 De gemeente Rotterdam geeft dit ook aan in haar reactie op de tweede tussenevaluatie GR MRDH: “De positie van raadsleden in het MRDH governancemodel en het functioneren van de MRDH adviescommissies blijft een punt van aandacht. […] Adviesvragen kunnen scherper worden geformuleerd en standaard worden voorzien van concreet procesvoorstel.” 110 Naast de inhoud van de adviesvraag is ook de veelheid aan aanvragen en thema’s tijdens commissiebijeenkomsten een ervaren knelpunt. Hierdoor is er weinig ruimte voor inhoudelijke discussie en verdieping. Ook is de aangeleverde informatie omvangrijk en technisch van aard. Een laatste aspect waar op wordt gewezen is de timing van de ontvangen stukken.
De stukken voor de raadleden in de adviescommissie komen relatief laat, waardoor de interne voorbereiding in bijvoorbeeld een raadcommissie in de eigen gemeente niet goed lukt. Door de te krappe voorbereidingstijd is het ook lastiger voor raadsleden input aan collegeleden mee te geven. zienswijze Naast de adviescommissie is het indienen van een zienswijze een instrument waarmee raadsleden betrokken worden bij de MRDH. Binnen de GR MRDH zijn enkele besluiten vastgelegd waarover de gemeenteraad steeds vooraf haar zienswijze kenbaar moet kunnen maken. Dit was al voor de wijziging van de Wgr geregeld. In de GR MRDH zijn de in het onderstaande kader genoemde zaken als belangrijke besluiten vermeld.
109 Interviews MRDH en ambtenaar. 110 College van B en W Rotterdam, ‘Raadsvoorstel Tweede tussenevaluatie GR MRDH’, 21 december 2021.
88
bijdragen aan de regionale economie
besluiten waarvoor het verplicht is een zienswijze van de raad te vragen 111 • de Strategische Agenda; • het werkplan; • het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur; • de Strategische Bereikbaarheidsagenda; • het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan; • het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie; • het uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; • het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling en het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; • het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; • het vaststellen en wijzigen van de begroting, tenzij de wijziging van de begroting niet leidt tot wijziging van de gemeentelijke bijdrage en er niet geschoven wordt tussen begrotingsposten (programma’s); • het liquidatieplan bij uittreding en opheffing; • het besluit tot instelling van adviescommissies.
Het gaat hierbij vooral om besluiten die invloed kunnen hebben op de governance van de samenwerking binnen de MRDH. Voor het economisch vestigingsklimaat geldt dat inhoudelijk alleen invloed kan worden uitgeoefend middels een zienswijze bij het vaststellen van de Strategische Agenda aan het begin van iedere collegeperiode. Daarnaast is er jaarlijks de mogelijkheid een zienswijze in te dienen bij het vaststellen van de begroting. overige beschikbare instrumenten gemeenteraden Hoewel de gemeenteraad een rol op afstand heeft, zijn er verschillende reguliere instrumenten die de raad ook kan toepassen om sturing te geven en controle uit te oefenen. Deze instrumenten zijn zowel gebaseerd op de Wgr als op de Gemeentewet. De instrumenten zijn in drie categorieën onder te verdelen: 112 1.
informatie: het bestuur dient desgevraagd alle informatie te verstrekken die nodig is voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde of te voeren beleid. Daarnaast moet het bestuur bepaalde informatie actief verstrekken aan colleges en raden, waaronder de vierjaarlijkse Strategische Agenda, de begroting, jaarverslagen en halfjaarlijkse voortgangsrapportages.
2.
verantwoording: de informatie kan leiden tot het oordeel dat in afwijking van
3.
bijsturen: naast het indienen van een zienswijze op specifieke momenten zijn er
gemeentelijk beleid is besloten of dat een het standpunt niet goed is uitgedragen. instrumenten als een motie en de mogelijkheid tot ontslag van een wethouder. In de onderstaande tabel zijn de drie typen instrumenten nader uitgewerkt. Per instrument staat beknopt de wijze van gebruik toegelicht. 113
111 Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014, 19 december 2014. 112 Ontleend aan: Vereniging van griffiers, ‘Grip op regionale samenwerking, Handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers’, 2015. 113 Idem.
89
bijdragen aan de regionale economie
tabel 5-3: instrumenten gemeenteraad type
wijze van gebruik
informatie 1
actief verstrekken kadernota
informeren en eventueel meegeven richtlijnen aan
2
actief verstrekken jaarverslag
uitsluitend voor informeren over de financiële en
3
informatierecht ten aanzien van het
om college alle gewenste informatie te vragen over
4
6
beleidsmatige uitvoering samenwerkingsverband.
college
alles wat door of namens het college is besloten.
informatierecht ten aanzien van leden in
om rechtstreeks het eigen lid in het algemeen bestuur
het algemeen bestuur of de 5
vertegenwoordigers in het bestuur.
of de bestuurscommissie alle gewenste informatie te
bestuurscommissie
vragen.
informatierecht ten aanzien van het
om rechtstreeks aan het samenwerkingsverband alle
bestuur van het samenwerkingsverband
gewenste informatie te vragen.
onderzoekscommissie
om onderzoek in te stellen naar het handelen van het college of één van de leden binnen het samenwerkingsverband.
7
rekenkamer
om extra informatie te krijgen over het gevoerde bestuur.
verantwoording 8
ter verantwoording roepen lid algemeen
om het eigen lid in het algemeen bestuur of de
bestuur of bestuurscommissie
bestuurscommissie verantwoording te laten afleggen
ter verantwoording roepen college en
om de burgemeester en het college ter verantwoording
over wat hij zelf heeft gedaan als vertegenwoordiger van de gemeente.
9
leden van het college (gemeentewet) bijsturing 10 zienswijze begroting
te roepen over het door hen gevoerde bestuur binnen een gemeenschappelijke regeling. om een reactie te geven op wat in de begroting zou moeten worden opgenomen. Dit is niet juridisch bindend.
11 zienswijze Strategische Agenda
om een reactie te geven op wat in de Strategische Agenda zou moeten worden opgenomen. Dit is niet juridisch bindend.
12 motie
om via motie het college invloed te laten uitoefenen
13 ontslag
als er niet langer vertrouwen bestaat in het
binnen het samenwerkingsverband. functioneren van de vertegenwoordiger in het bestuur, kan deze worden ontslagen als lid van het bestuur.
De GR MRDH is een gemengde regeling, mede gesloten door de gemeenteraden. Hierdoor heeft de gemeenteraad aanvullend op het genoemde instrumentarium uit de Wgr ook een zogenaamd vetorecht bij het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. 114
114 MRDH in wederhoor.
90
bijdragen aan de regionale economie
informele instrumenten Naast de formele instrumenten die raadsleden kunnen gebruiken om invloed uit te oefenen, zijn er ook informele instrumenten die de positie van raadsleden kunnen versterken. In de afgelopen jaren zijn verschillende handreikingen verschenen die suggesties bieden aan gemeenteraden. 115 De suggesties zijn grofweg te verdelen in: • investering in de ondersteuning binnen de eigen gemeente; • aandacht voor regionale samenwerking tussen gemeenteraden onderling. Binnen een gemeente zijn verschillende mogelijkheden denkbaar: • werken met een raadslid als rapporteur of accounthouder die over een samenwerkingsverband rapporteert aan de gehele raad; • ambtelijke ondersteuning organiseren (vanuit de griffie) van dossiers met bijvoorbeeld beknopte opleggers voorafgaand aan belangrijke besluitvormingsmomenten of bijeenkomsten; • voorbereidingsmomenten organiseren waarop raadsleden met collegeleden van gedachten kunnen wisselen over de te volgen koers; • als raad een risicoprofiel per samenwerkingsverband opstellen zodat prioritering van aandacht mogelijk is. Op het niveau van de regio is invloed uitoefenen vooral mogelijk door bij belangrijke thema’s de samenwerking tussen raden van de deelnemende gemeentes op te zoeken. Door afstemming van zienswijzen en moties is het minder eenvoudig voor het bestuur er geen opvolging aan te geven.
Dit vergt overigens wel de nodige afstemming en inzicht in wensen en behoeften van verschillende gemeenteraden. Mogelijkheden die hiervoor worden genoemd zijn het inrichten van een regionaal informatiesysteem waarin alle (concept)moties en zienswijzen van alle raden die betrekking hebben op het samenwerkingsverband gelijktijdig toegankelijk zijn en periodieke bijeenkomsten tussen raadsleden. Ook kan regionale samenwerking tussen griffies hierbij helpen.
knelpunten verlengd bestuur Het verlengd bestuur blijkt in de praktijk de nodige knelpunten op te leveren. Uit diverse onderzoeken komt het beeld naar voren dat raadsleden ontevreden zijn over de mate waarin zij grip hebben op regionale samenwerking. 116 Een onderzoek onder raadsleden uit 2017 laat zien dat ruim de helft ontevreden is over de eigen mogelijkheden om besluitvorming te beïnvloeden, een derde geeft aan onvoldoende kennis en expertise te hebben om haar controlerende taak goed uit te oefenen en ruim een derde geeft aan te weinig tijd hebben om zich goed te verdiepen in de gemeenschappelijke regeling. 117 De knelpunten die gemeenteraadsleden in het bovengenoemde onderzoek uit 2017 aankaarten zijn niet nieuw. Al decennia wordt onderzoek verricht naar regionale samenwerkingsverbanden. De laatste jaren voerden onder andere diverse gemeentelijke en provinciale rekenkamers hier onderzoek naar uit en ook in opdracht van het ministerie van BZK zijn verschillende onderzoeken verschenen. Verder bracht
115 Ontleend aan: Berenschot, ‘Democratische legitimiteit bij interbestuurlijke samenwerking, Knelpunten, oplossingen en een handelingsperspectief voor het Rijk’, 21 december 2018 en Vereniging van griffiers, ‘Grip op regionale samenwerking, Handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers’, 2015. 116 Berg, M. van de, Boogaard, G., ‘Geen democratie zonder politiek, ook niet in de regio’s’, in S&D, 2021/2. 117 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, ‘Raad en Regionale Samenwerking’, 2017.
91
bijdragen aan de regionale economie
de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) adviezen uit over samenwerking tussen gemeenten. 118 Uit de verschillende onderzoeken komen enkele structurele knelpunten naar voren die de ontevredenheid van raadsleden verklaren: 119 • De politieke functie van de gemeenteraad wordt bemoeilijkt. Afwegingen over beleid worden in een samenwerkingsverband op een andere plek gemaakt dan binnen de gemeenteraad. Dit leidt tot wat bestuurskundigen aanduiden als ‘policy without politics’ in het regionale samenwerkingsverband en ‘politics without policy’ in de gemeenteraad. 120 De politieke invloed van de raad is beperkt terwijl er nog wel de volle inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid is. • Er is een veelvoud van samenwerkingen ontstaan die bovendien toenemen in financieel belang. In 2005 verliep nog 8% van de gemeentelijke uitgaven via samenwerking, in 2018 was dit meer dan 20%. 121 Dit leidt tot drukte bij collegeleden, raadsleden en de gemeentelijke organisatie om de eigen rol in de verschillende samenwerkingsverbanden te kunnen vervullen. In combinatie met de toegenomen tijdsdruk die raadsleden ervaren bij het uitoefenen van hun werk, is het volgen van de diverse samenwerkingsverbanden een grote uitdaging. • Een derde knelpunt is van fundamentele aard en gaat over de mate van democratische legitimiteit.
Het ontbreekt aan een rechtstreeks gekozen orgaan dat het regionale samenwerkingsverband direct kan controleren en daarvoor kaders kan stellen. Dit knelt met name doordat raadsleden een gebrek aan zicht en grip ervaren op wat zich afspeelt bij samenwerkingsverbanden. De bovenstaande knelpunten zorgen ervoor dat er recent op landelijk niveau (weer) veel aandacht is voor de wijze waarop in de regio wordt samengewerkt en hoe dit anders kan worden georganiseerd. Het recente advies van de ROB maakt onderdeel uit van deze landelijke herbezinning. 122 Ook de recente wijziging van de Wgr past in deze ontwikkeling. wijziging Wgr De beschreven knelpunten zijn aanleiding geweest de Wgr aan te passen. 123 Het doel van de wijzigingen is de positie van raadsleden in samenwerkingsverbanden te versterken. Per 1 juli 2022 is de wijziging van de wet van kracht. Gemeenschappelijke regelingen hebben tot twee jaar na de wetswijziging de tijd om alle wijzigingen door te voeren en een nieuwe gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Voor de MRDH geldt dat de aanpassingen voor 1 juli 2024 doorgevoerd moeten zijn en dat door alle raden, colleges en burgemeesters ingestemd is met de voorliggende wijzigingen. In de onderstaande tabel zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen.
118 ROB, ‘Droomland of Niemandsland?, uitgangspunten voor het besturen van regio’s’, juni 2021 en ROB, ‘Democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden’, 19 januari 2015. 119 Zie met name: ROB, ‘Droomland of Niemandsland?, uitgangspunten voor het besturen van regio’s’, juni 2021. 120 Berg, C.F. van den, ‘Transforming for Europe: The reshaping of national bureaucracies in a system of multi-level governance’, 2011. 121 Zie met name: ROB, ‘Droomland of Niemandsland?, uitgangspunten voor het besturen van regio’s’, juni 2021. 122 ROB, ‘Droomland of Niemandsland?, uitgangspunten voor het besturen van regio’s’, juni 2021. 123 Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen.
92
bijdragen aan de regionale economie
tabel 5-4: wijzigingen Wgr wijziging 1 2
3
toelichting
invoering zienswijze procedure bij een nieuwe
Bij het toetreden tot, wijzigen van of uittreden uit een GR heeft
gemeenschappelijke regeling
de raad het recht een zienswijze te geven.
verplichting een zienswijze voor te leggen bij belangrijke
Gemeenteraden kunnen over bepaalde aangewezen besluiten
besluiten of beleidsmatige keuzes
hun opvatting aan het bestuur geven.
mogelijkheid een regionale gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden in te stellen
De gemeenschappelijke adviescommissie kan het bestuur adviseren over besluiten, aandacht vragen voor onderwerpen en de eigen raad informeren. Er is een actieve informatieplicht ingevoerd van het bestuur van
4
actieve informatieplicht
de GR aan de raad, vergelijkbaar met de plicht van college aan de raad.
5
gemeenschappelijk recht van onderzoek via een gemeenschappelijke onderzoekscommissie
6
verduidelijking van de controlemogelijkheid van rekenkamers
7
extra vergoeding lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies
8
9
De gezamenlijke gemeenteraden kunnen onderzoek instellen naar misstanden bij een GR door een gezamenlijke enquête uit te voeren. Om onduidelijkheid over de positie van rekenkamers weg te nemen, is verduidelijkt dat zij op grond van de wet onderzoek kunnen doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Voorzien wordt in de mogelijkheid van een extra vergoeding voor lidmaatschap van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie of adviescommissie
afspraken over evaluatie van de gemeenschappelijke
Er wordt een verplichting opgenomen afspraken te maken over
regeling
evaluatie van de GR
veranderingen in de begrotingscyclus om de cyclus van gemeenschappelijke regelingen beter aan te sluiten op die van gemeenten
Aanpassing van de termijnen voor het indienen van een kadernota, de ontwerpbegroting en de begroting. De termijn voor het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting gaat van acht naar twaalf weken.
Zoals in paragraaf 5-3 was te lezen, waren de blauw gearceerde wijzigingen in tabel 54 al onderdeel van de gemeenschappelijke regeling MRDH, nog voor het een wettelijk vereiste was. Uit de wetswijziging is op te maken dat de huidige regeling van de MRDH als voorbeeld heeft gediend. Dit geldt met name voor het recht een zienswijze op te stellen bij belangrijke besluiten of beleidskeuzes en het kunnen instellen van een regionale adviescommissie. De niet-gearceerde wijzigingen in de tabel (4, 5, 7 en 9) zijn de wijzigingen die voor de MRDH invloed hebben. Het gaat om de actieve informatieplicht, het instellen van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie, de mogelijkheid voor een extra vergoeding voor raadsleden in gemeenschappelijke commissies en verlenging van de termijn voor het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting. Deze wijzigingen uit de Wgr zullen voor het versterken van de positie van raadsleden in de MRDH nauwelijks verschil gaan maken. De belangrijkste wijziging is de aanpassing van de termijnen voor het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting van acht naar twaalf weken. Daarnaast kan de actieve informatieplicht de informatiepositie van de raad iets versterken. Deze verplichting betekent dat de MRDH alle informatie moet gaan verstrekken die de raad behoort te weten om zijn taak goed
93
bijdragen aan de regionale economie
te kunnen vervullen. De MRDH moet afspraken gaan vastleggen in de GR over de wijze waarop de informatie wordt aangeleverd. 124
samenvatting Bij samenwerking tussen gemeenten is sprake van wat verlengd bestuur wordt genoemd. De democratische controle op een regionaal samenwerkingsverband vindt plaats in de eigen gemeenteraad. De controle loopt indirect en gaat via het collegelid dat in het bestuur van het samenwerkingsverband zit. Het collegelid opereert als verbindende schakel tussen gemeenteraad en het samenwerkingsverband. Omdat de MRDH een gemengde regeling is, kan ook gekozen worden voor een vertegenwoordiger uit de gemeenteraad in het bestuur van de MRDH. Dit is niet gebeurd. Voor de positie van raadsleden ten aanzien van de economische taken van de MRDH zijn twee formele vormen van betrokkenheid relevant: de aanwezigheid van de adviescommissie EV en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de Strategische Agenda. De adviescommissie EV, die bestaat uit raadsleden uit de 23 gemeenten, kan alleen adviseren. Het speelt geen rol bij kaderstelling en verantwoording. In de periode 2019 2021 zijn in totaal 22 adviesaanvragen gedaan door de bestuurscommissie EV, gemiddeld meer dan één aanvraag per bijeenkomst. Een voordeel van deze regionale commissie is dat raadsleden geïnformeerd zijn over de uitvoering van het economische programma en mee kunnen praten over uitvoeringsprogramma’s en visies voor de regio. Binnen de mogelijkheden van de Wgr is dit een relatief sterke vorm van betrokkenheid.
Tegelijkertijd hebben raadsleden in de commissie formeel geen invloed. Of adviezen worden gebruikt hangt af van de mate waarin de bestuurscommissie opvolging geeft aan de uitgebrachte adviezen. Bovendien is onduidelijk welk belang raadsleden in de adviescommissie moeten vertegenwoordigen. De wetgever geeft aan dat zij in een adviescommissie moeten handelen vanuit de belangen van de eigen gemeente. De meeste geïnterviewden zijn van mening dat raadsleden juist het regionale belang moeten vertegenwoordigen. Dit maakt de gevraagde invulling door commissieleden onduidelijk. Tevens valt op dat het relatieve belang van het programma Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van de Vervoersautoriteit klein is, maar in de gemeenschappelijke regeling wel is gekozen om voor beide organisatieonderdelen een gelijkwaardige adviescommissie in te stellen. Dit terwijl de besluiten op het thema economisch vestigingsklimaat in principe geen (financieel) risico opleveren voor de individuele gemeenten: het is altijd een plus op wat zij zelf doen. De rekenkamer constateert in de huidige werkwijze ook praktische knelpunten. Zo zijn adviesaanvragen op dit moment heel breed en technisch ingestoken waardoor het lastig is er een politiek oordeel over te vormen. Daarnaast maakt de veelheid aan adviesaanvragen en behandelde thema’s het onvoldoende mogelijk goed inhoudelijk op onderwerpen in te gaan.
Betrokkenen geven tevens aan dat de adviesaanvragen niet goed aansluiten bij de rol van raadsleden in de adviescommissie en de gemeente
124 Tweede Kamer der Staten-Generaal, ‘Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen, Memorie van Toelichting’, 1 juli 2020.
94
bijdragen aan de regionale economie
Rotterdam vindt de adviesaanvragen niet scherp genoeg. Ten slotte is de tijd tussen de ontvangst van stukken en de vergadering van de commissie te krap, waardoor goede voorbereiding binnen de eigen gemeente wordt bemoeilijkt. Hoewel in de afgelopen jaren verbeteringen zijn doorgevoerd constateert de rekenkamer dat de manier waarop de adviescommissie op het moment wordt ingevuld, onvoldoende past bij de rol en expertise van raadsleden. In de regeling MRDH zijn enkele besluiten opgenomen waarover alle gemeenteraden een zienswijze kunnen indienen. Op het gebied van het economisch vestigingsklimaat kan inhoudelijk alleen invloed worden uitgeoefend door middel van een zienswijze bij het vaststellen van de Strategische Agenda, dus één keer in de vier jaar. Daarnaast is er jaarlijks de mogelijkheid een zienswijze in te dienen bij het vaststellen van de begroting. Voor raadsleden van MRDH-gemeenten geldt dat er ondanks de aanwezigheid van een adviescommissie en de mogelijkheid een zienswijze in te dienen weinig sturingsmogelijkheden zijn. In algemene zin is weinig te doen aan het op afstand staan van de raad. De enige vorm van invloed loopt via het eigen collegelid. Daarvoor kan het verschillende wettelijke en informele instrumenten ook toepassen om sturing te geven en controle uit te oefenen op een samenwerkingsverband.
De wettelijke instrumenten zijn te verdelen in instrumenten om informatie te vergaren, leden van het college ter verantwoording te roepen en om bij te sturen. Aan de wethouder of burgemeester kan bijvoorbeeld alle gewenste informatie worden gevraagd die de raad nodig acht voor het beoordelen van het gevoerde beleid door het bestuur. De gemeenteraad heeft in het geval van de MRDH instemmingsrecht voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. Raadsleden kunnen ook informele instrumenten gebruiken om hun positie in de MRDH te versterken. Het gaat dan om investering in ondersteuning binnen de eigen gemeente en door samenwerking met andere gemeenteraden. Voorbeelden zijn het werken met een raadslid als rapporteur of accounthouder, ambtelijke ondersteuning verzorgen, voorbereidingsmomenten organiseren met collegeleden en het opzetten van een regionaal informatiesysteem. De Wgr, het juridische kader voor samenwerking tussen gemeenten, is recent aangepast. Het doel daarvan is de positie van raadsleden te versterken. Specifiek voor de MRDH heeft de wetswijziging maar beperkt gevolgen. Veel van de aangekondigde maatregelen waren al eerder in de gemeenschappelijke regeling MRDH opgenomen, nog voordat dit een wettelijk vereiste was. Twee wijzigingen hebben enige invloed op de positie van raadsleden.
De eerste is de aanpassing van de termijn voor het indienen van een zienswijze op de conceptbegroting van acht naar twaalf weken. Dit geeft meer mogelijkheden om zowel intern als binnen de regio afstemming te zoeken. Daarnaast is een actieve informatieplicht ingevoerd. Dit betekent dat de MRDH alle informatie moet gaan verstrekken die de raad behoort te weten om zijn taak goed uit te kunnen voeren. Hoe deze aanpassing vorm gaat krijgen, is nog niet bekend.
95
bijdragen aan de regionale economie
Rekenkamer
Rotterdam
96
bijdragen aan de regionale economie
6
sturing Rotterdamse gemeenteraad in de praktijk
inleiding In dit hoofdstuk staat de volgende deelvraag centraal:
Hoe heeft de Rotterdamse raad op het gebied van het economisch vestigingsklimaat de beschikbare instrumenten voor kaderstelling en controle gebruikt?
In hoofdstuk 5 werd ingegaan op de positie en het instrumentarium van gemeenteraden in de MRDH. In dit hoofdstuk wordt specifiek ingegaan op de inzet van dit instrumentarium door de Rotterdamse gemeenteraad.
samenwerking rekenkamers De Rekenkamer Rotterdam heeft gedurende dit onderzoek op meerdere momenten sessies belegd met de rekenkamers/rekenkamercommissies van de andere gemeenten in de MRDH. De inzet van deze sessies was onder andere kennisdeling en het informeren van de andere rekenkamer(commissies) over het onderzoek en het onderzoeksproces. Deze sessies hebben ertoe geleid dat de rekenkamercommissie van Zoetermeer deze deelvraag heeft onderzocht specifiek voor de gemeenteraad van Zoetermeer, parallel aan het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam.
Paragraaf 6-2 gaat in op de manier waarop informatie van de MRDH in de gemeenteraad (en raadscommissies) wordt behandeld en welk instrumentarium daarbij gebruikt wordt. Paragraaf 6-3 gaat nader op de wijze waarop de raadsleden gebruikmaken van de beschikbare instrumenten. Dit doet de rekenkamer onder andere aan de hand van enkele behandelingen in de gemeenteraad(scommissies). Ten slotte is in paragraaf 6-4 een samenvatting opgenomen.
werkwijze gemeenteraad Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, heeft de gemeenteraad enkele instrumenten om invloed uit te oefenen op de besluitvorming in de MRDH. Een van die besluiten is de Strategische Agenda, de enige zienswijzeprocedure waarin de gemeenteraad inhoudelijk invloed kan uitoefenen op het programma Economisch Vestigingsklimaat. Dit gebeurt eens in de vier jaar en dit moment valt altijd aan het begin van de nieuwe collegeperiode (in dit geval in het najaar van 2022). Verder kunnen de raadsleden die afgevaardigd zijn in de adviescommissie EV daar namens de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd adviseren op thema’s rondom het regionale economisch vestigingsklimaat. De wijze waarop het instrumentarium van de gemeenteraad ingezet kan worden, is afhankelijk van hoe de processen intern zijn vormgegeven. Er zijn verschillende gremia waarbinnen over de MRDH wordt gesproken en waar gemeenteraadsleden informatie kunnen ophalen en input kunnen leveren. 97
bijdragen aan de regionale economie
informeel klankbord Naar aanleiding van de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie van de MRDH in 2017 is in de gemeente Rotterdam in 2018 een informeel klankbord opgezet. 125 Aan dit klankbord nemen de burgemeester, wethouder Economie en de wethouder Mobiliteit deel vanuit hun positie als MRDH-bestuurders. Verder bestaat dit klankbord uit de raadsleden die in de adviescommissies van de MRDH zitten. Het klankbord wordt bijgestaan door de griffie die daarbij wordt ondersteund door de ambtelijke organisatie. Het klankbord komt ongeveer drie keer per jaar bijeen. Gewoonlijk neemt de ambtelijke ondersteuning samen met de griffie het initiatief om het informeel klankbord samen te laten komen voorafgaand aan besluitvorming in de bestuurscommissies. Doel van deze sessies is onder meer het bepalen van de prioriteiten van de gemeente Rotterdam binnen de MRDH. Vanwege de volle agenda van de bestuurders en raadsleden wordt een prioriteitenlijst samengesteld. In het tweede halfjaar van 2021 stonden bijvoorbeeld de tweede tussenevaluatie MRDH, de ov-transitieplannen en de economische groen- en herstelagenda op deze prioriteitenlijst. 126 De klankbordgroep kan ook ad hoc bijeen worden geroepen. Raadsleden en bestuurders kunnen ook zelf het initiatief nemen om een sessie met het klankbord te organiseren.
Zo zijn rondom de transitieplannen voor het ov op initiatief van de wethouder Mobiliteit en de raadsleden klankborden georganiseerd. De afgevaardigde raadsleden hebben in de klankbordgroep een positie namens de gehele raad. Zij vervullen deze rol bijvoorbeeld door informatieoverdracht aan de raad te verzorgen en zij geven ook hun inbreng op het gebied van de lokale prioriteiten in de MRDH. Het klankbord is een informeel overleg. Er vindt geen verslaglegging plaats. Wanneer raadsleden in het klankbord bepaalde zaken afstemmen met de bestuurders, dienen de raadsleden dit mondeling terug te koppelen in raadsvergaderingen. De interne evaluatie uit 2021 die als input voor de tussentijdse evaluatie van de MRDH is opgesteld, meldt dat het klankbord vooralsnog aansluit bij de behoeften van de deelnemers. 127 De wethouder en een geïnterviewd raadslid onderschrijven dat de informele klankbordgroep goed functioneert. 128 commissie- en raadsvergaderingen De MRDH was in de onderzoeksperiode een vast agendapunt op de agenda van de commissie Energietransitie, Duurzaamheid, Economie en Mobiliteit (EDEM). 129 Het agendapunt heet ‘Adviescommissies Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)’ en bood de gelegenheid aan de leden van de adviescommissies om de commissie EDEM bij te praten over de twee adviescommissies bij de MRDH.
Zij konden op dit moment tevens terugkoppeling geven vanuit het informeel klankbord. Tegelijkertijd hadden de commissieleden bij dit agendapunt de ruimte om zaken mee te geven aan de leden van de adviescommissies en om bestuurders ter verantwoording te roepen. Bij dit agendapunt zijn gewoonlijk als vergaderstuk de agenda’s van de aankomende
125 College van B en W Rotterdam, ‘Raadsvoorstel Tweede tussenevaluatie GR MRDH’, 21 december 2021, pp. 2-3. 126 Interview ambtenaar. 127 College van B en W Rotterdam, ‘Raadsvoorstel Tweede tussenevaluatie GR MRDH’, 21 december 2021, pp. 2-3. 128 Interview wethouder en interview raadslid. 129 Deze commissie heet sinds de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 de commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (MHEK). Omdat deze commissie in de gehele onderzoeksperiode commissie EDEM heette, zal in dit hoofdstuk over EDEM worden gesproken.
98
bijdragen aan de regionale economie