CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb006755] Bijlage 1 behorende bij 22bb7813 - Ontwerpbestemmingsplan "Tamboerlocatie

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’.19.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Tamboerlocatie Ontwerpbestemmingsplan

Opgesteld door:

datum:

Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen

Vastgesteld d.d.:

17 mei 2022

Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam NL.IMRO.0599.BP2193Tamboer-ON01

Inhoudsopgave

Toelichting

3

2

Toelichting

3

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.

INLEIDING ................................................................................................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLAN.................................................................................................................. 3 2.1 2.2

3.

INLEIDING ............................................................................................................................................... 32 DE OPZET VAN DE PLANREGELS .................................................................................................................... 32 GEOMETRISCHE PLAATSBEPALING / VERBEELDING ........................................................................................... 33

UITVOERBAARHEID ................................................................................................................................ 34 6.1 6.2

7.

M.E.R.-BEOORDELING ............................................................................................................................... 17 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................. 17 GELUID ................................................................................................................................................... 19 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................. 21 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 24 BODEMGESCHIKTHEID................................................................................................................................ 25 WATER ................................................................................................................................................... 25 ARCHEOLOGIE ..........................................................................................................................................

28 CULTUURHISTORIE .................................................................................................................................... 29 FLORA EN FAUNA ...................................................................................................................................... 29 OVERIGE BELEMMERINGEN ......................................................................................................................... 31 DUURZAAMHEID....................................................................................................................................... 31

JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................................................................................... 32 5.1 5.2 5.3

6.

NATIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 6 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................... 7 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................ 11

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................. 17 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

5.

HISTORIE .................................................................................................................................................. 3 HUIDIGE SITUATIE ....................................................................................................................................... 3

BELEIDSKADER ......................................................................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3

4.

AANLEIDING .............................................................................................................................................. 1 LIGGING EN BEGRENZING.............................................................................................................................. 1 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ...................................................................................................................... 1 GEKOZEN PLANOPZET .................................................................................................................................. 2

FINANCIËLE UITVOERBAARHEID .................................................................................................................... 34 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID......................................................................................................... 34

PROCEDURE ........................................................................................................................................... 35 7.1 7.2

VOORBEREIDINGSFASE ............................................................................................................................... 35 ONTWERPFASE......................................................................................................................................... 35

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

DTNP (29 november 2019) Distributieve analyse dagelijks winkelaanbod Crooswijk Rotterdam Aveco de Bondt (18 maart 2022) Akoestisch onderzoek KuiperCompagnons (12 mei 2022) Akoestisch onderzoek weg- en tramverkeerslawaai PJ Milieu BV (8 oktober 2015) Verkennend bodemonderzoek Tamboerlocatie [1542101A] Vestigia (22 april 2021) Archeologisch vooronderzoek [V1974] Gemeente Rotterdam (18 juli 2019) Ecologische adviesnotitie / Bureau Stadsnatuur (2 juli 2019) Quickscan Tamboerstraat en woonblok Pijperstraat Gemeente Rotterdam (2 oktober 2020) Adviesnotitie nader onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus / Habitus (30 september 2020) Nader onderzoek beschermde soorten Omgevingsdienst Haaglanden (9 juli 2021) Beschikking Wet natuurbescherming Soortenbescherming KuiperCompagnons (15 februari 2022) Stikstofdepositie-onderzoek

1

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het project Tamboer II bevindt zich in de wijk Nieuw-Crooswijk in Rotterdam, en grenst tegen Oud-Crooswijk aan. De ontwikkeling is onderdeel van een grotere opgave om Rotterdam-Crooswijk niet alleen ruimtelijk, maar ook op sociaal vlak een kwaliteitsimpuls te geven. Dit betekent naast een aanpak voor jeugd en jongeren en het verhogen van de participatie ook een aanpak van de wijk, openbare ruimte, woningen en bedrijfsruimten op korte en lange termijn met aandacht voor beheer en onderhoud enerzijds en herinrichting en herstructurering anderzijds. Deze aanpak is beschreven in het ‘Plan van Aanpak Oud-Crooswijk 2017 - 2020’. De gemeente heeft een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld, waaronder de aanwijzing van beeldbepalende objecten, bebouwingshoogten en de entrees / expeditiestraten. Omdat het nieuwe bouwplan niet in het vigerende bestemmingsplan past dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden.

1.2

Ligging en begrenzing

Het totale bouwplan wordt omsloten door drie straten: de Crooswijkseweg, Tamboerstraat en de Pijperstraat (zie afbeelding 1.1). Het plangebied grenst aan de oostzijde aan bestaande bebouwingen.

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing van het plangebied.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan “Nieuw Crooswijk II”, dat op 15 december 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het betreft een conserverend bestemmingsplan, waarbij de bestaande functies – overeenkomstig de bestaande situatie – zijn voorzien van een gedetailleerde eindbestemming. De verschillende functies in het plangebied zijn daarbij voorzien van de bestemmingen ‘Gemengd – 2’, ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer – Erf’ en ‘Verkeer – Wegverkeer’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Het bestemmingsplangebied (hierna plangebied) is rood omkaderd.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

2

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingplan

1.4

Gekozen planopzet

Dit bestemmingsplan biedt een globale juridisch-planologische regeling, zodat flexibiliteit bestaat om de geplande herontwikkeling te realiseren. De regeling geschiedt door middel van de bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

3

2.

BESCHRIJVING VAN HET PLAN

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie, het huidige gebruik van de omgeving en de beoogde nieuwe situatie.

2.1

Historie

De bouw van de woonwijk Nieuw Crooswijk start in 1905 vanaf het Schuttersveld en duurt tot ongeveer 1925. Voor een ‘oude stadswijk’, is Nieuw Crooswijk dus betrekkelijk nieuw. Veel van de oorspronkelijke inwoners van de wijk werkten in de slachthuizen en de hieraan gerelateerde bedrijven, zoals huidlooierijen en lijmfabrieken, alsmede de vleesverwerkende bedrijven die zich aan de oostzijde van de Boezemstraat bevonden. Bij de bouw van de wijk werd aanvankelijk de oude verkaveling van de onderliggende polderstructuur gevolgd, waarvan later is afgeweken. Door de oprichting van de woningbouwverenigingen werden de woningen in grotere complexen gebouwd, waardoor er ook meer aandacht gegeven kon worden aan de stedenbouwkundige structuur. Met name de monumentale Rusthoflaan die uitkomt op de entree van de Algemene Begraafplaats is hier een goed voorbeeld van. Sinds de bouw van de wijk is slechts incidenteel sprake geweest van nieuwbouw. Wel worden in de stadsvernieuwingsperiode in de jaren tachtig de meeste woningen gerenoveerd. In het voorliggende plangebied werd in 1922-1923 de rooms-katholieke St. Barbarakerk gebouwd, op de hoek Crooswijkseweg – Pijperstraat (zie afbeelding 2.1). Voor die tijd deed een kleine noodkapel vlak bij het kerkhof dienst als parochiekerk. Door afnemend kerkbezoek werd het pand in 1974 aan de gemeente verkocht en is de kerk in 1977 gesloopt.

De in 1954 gebouwde parochiewoning op de hoek van de Pijperstraat bleef staan. Op het vrijgekomen terrein legde pastoor Van Wijk de eerste steen voor een nieuwe, kleinere, kerk voor de parochie van de Allerheiligste Verlosser en de Heilige Barbara, die in 1980 werd ingewijd. De kerk was nauwelijks zichtbaar omdat deze tussen de parochiewoning en wijkgebouw De Tamboer lag. Wederom door teruglopend kerkbezoek in de parochie van de Allerheiligste Verlosser en de Heilige Barbara besloot het Bisdom Rotterdam in 2006 om deze parochie te laten fuseren met de Hildegardis en Antoniuskerk in het Oude Noorden en de kerk aan de eredienst te onttrekken en te sluiten als gebedshuis.

Afbeelding 2.1: voormalige rooms-katholieke St. Barbarakerk

2.2

Huidige situatie

Het voorliggende plangebied is gelegen in de Tamboerbuurt, die onderdeel uitmaakt van de wijk NieuwCrooswijk. De Tamboerbuurt is gelegen in de spits toelopende ruimte tussen de (Nieuwe) Crooswijkseweg en de Boezemstraat, en bestaat uit vier afzonderlijke bouwblokken. Het voorliggende plangebied omvat een deel van het meest zuidelijk gelegen bouwblok, tussen de Tamboerstraat en Pijperstraat. Het binnen het plangebied gelegen bouwblok bestaat naast woningen deels uit niet-woonfuncties op de begane grond, waaronder horecagelegenheden. Aan de zijde van de Crooswijkseweg is een voormalig kerkgebouw en wijkcentrum gesitueerd. Het kerkgebouw is in 2006 gesloten. De bebouwing omvat hoofdzakelijk een aaneenschakeling van stedelijke bouwblokken, tot vier bouwlagen hoog. Door de slechte bouwkundige staat van de bebouwing en leegstand, bestaat de wens om het gehele plangebied te slopen. Het overige deel van het bouwblok ten oosten van het plangebied wordt door Havensteder ontwikkeld. Hiertoe wordt de bebouwing aan de Pijperstraat gesloopt en het deel aan de Tamboerstraat blijft behouden, zie

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

4

afbeelding 2.2. Omdat de sloop en nieuwbouw van dit deel past binnen het vigerende bestemmingsplan behoort deze ontwikkeling niet tot het voorliggende bestemmingsplan.

2.3

Projectbeschrijving

Tamboer II is verdeeld in twee ontwikkellocaties met twee ontwikkelende parten (zie afbeelding 2.2). Een deel wordt ontwikkeld door Jumbo supermarkten B.V. / Niersman B.V. Dit project bestaat uit een parkeerkelder, twee supermarkten op de begane grond en 84 appartementen. Direct aangrenzend wordt een plan ontwikkeld in opdracht van de woningcorporatie Havensteder voor de realisatie van 51 appartementen, die binnen het vigerende bestemmingsplan worden gerealiseerd. Voorliggend bestemmingsplan bestaat dus alleen uit het deel van Jumbo supermarkten B.V. / Niersman B.V.

Afbeelding 2.2: plattegrond twee ontwikkellocaties

Commercieel cluster Het commercieel cluster omvat de realisatie van twee supermarkten met daarboven 84 appartementen. Daarnaast wordt voorzien in een parkeerkelder ten behoeve van de voorgenoemde functies, alsmede een expeditiestraat ten behoeve van de bevoorrading van de supermarkten. De parkeerkelder wordt ontsloten via de Tamboerstraat. De expeditiestraat is aan de straatzijden met een hoge gevel afgezoomd. De supermarkten worden ontsloten via een gezamenlijke entreehal die vanaf de Crooswijkseweg toegankelijk is. De entreehal is door middel van een tweetal tapis roulants en een lift verbonden met de parkeerkelder. De beide supermarkten beschikken aan de achterzijde over gescheiden magazijnen. De bevoorrading vindt plaats via een bouwkundig afgesloten expeditiestraat met een inrit aan de zijde van de Tamboerstraat en een uitrit aan de zijde van de Pijperstraat.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

5

Afbeelding 2.4: plattegrond begane grond (impressie)

Woningen Boven de winkels worden 84 vrije sector appartementen gerealiseerd, waarvan 67 kleiner dan 85 m2 en 17 groter dan 85 m2. Er drie ingangen voor de appartementen. Ingang 1 ligt op de hoek Pijperstraat / Crooswijkseweg. Ingang 2 ligt aan de Pijperstraat en ingang 3 ligt aan de Tamboerstraat. De bebouwing loopt vanaf de Boezemstraat gezien op van vier tot zes bouwlagen aan de zijde van de Crooswijkseweg. Tussen de bebouwing is op de eerste verdieping een daktuin gelegen. Tevens is op de eerste verdieping een fietsenberging aanwezig.

Afbeelding 2.5: dwarsdoorsnede ontwerp

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

6

3.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Rotterdam en in het bijzonder die voor het onderhavige project.

3.1

Nationaal beleid

Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Wel draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de wens van het Rijk om nieuwe functies onder te brengen binnen bestaand stedelijk gebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het rijk onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ overgelaten aan de lagere overheden. Wel is er sprake van een ’ladder’ voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ’SERladder’). Deze is vastgesteld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en bestond oorspronkelijk uit 3 treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip actuele regionale behoefte vervangen door behoefte. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling.

Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in genoemd artikel van het Bro: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Deze ontwikkeling voorziet in de realisatie van 84 woningen boven twee supermarkten. Vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling wordt dus aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor een ladderonderbouwing benodigd is. De beoogde transformatie voorziet in de sloop van de huidige bebouwing in het plangebied. Naast woningen zijn in het plangebied ook enkele maatschappelijke voorzieningen, kleine ondernemingen en horecagelegenheden gevestigd. Door de slechte bouwkundige staat van de (woon)bebouwing, de eenzijdige woningvoorraad en leegstand, bestaat de wens om de bebouwing binnen het plangebied te amoveren. In de Stadsvisie is voor Nieuw Crooswijk (zie paragraaf 3.3) besloten tot een ingrijpende fysieke verbetering van de wijk, met sloop van een groot deel van de bestaande woningvoorraad.

Door de sloop van de bestaande bebouwing ontstaat ruimte voor de inpassing van twee nieuwe supermarkten (waarvan één discounter) en 84 appartementen. Gelet op de eenzijdige bebouwing in dit deel van Nieuw Crooswijk – die hoofdzakelijk bestaat uit verouderde vooroorlogse woningen – is vernieuwing van het huidige woningaanbod en het aanbrengen van meer variatie in woningtypen noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin en maakt de bouw van 67 appartementen in de vrije sector kleiner dan 85 m2 en 17 grotere appartementen in de vrije sector mogelijk. Per saldo neemt het aantal woningen in het voorliggende plangebied toe. In paragraaf 3.3 van Gebiedskoers Detailhandel 2017 – 2020 Kralingen – Crooswijk is voorliggend plangebied aangewezen als mogelijke locatie voor een supermarkt. Zo kan het supermarktaanbod en daarmee ook de aantrekkelijkheid van het winkelgebied in de wijk versterkt worden. Daarnaast is door DTNP in 2019 een distributieve analyse gemaakt van het dagelijks winkelaanbod in Crooswijk. Deze analyse is als bijlage 1 opgenomen. Op basis van deze analyse blijkt dat er een behoorlijke uitbreidingspotentie voor dagelijks winkelaanbod in Crooswijk aanwezig is, en dat er in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking behoefte is aan deze ontwikkeling. Veruit het grootste deel van de geplande toevoeging van winkelaanbod past binnen de

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

7

distributieve analyse op basis van kengetallen. Daarnaast voldoet het plan aan een grote kwalitatieve behoefte bij consumenten. In de huidige situatie hebben bewoners in Crooswijk (en straks in Nieuw Kralingen), in vergelijking met landelijke maatstaven, de beschikking over een zeer beperkt, kleinschalig en deels verouderd dagelijks winkelaanbod. Bovendien zijn ze voor de complete weekboodschappen vooral aangewezen op aanbod in andere wijken. De ontwikkeling van twee supermarkten in elkaar aanvullende segmenten zorgt voor opwaardering en completering van de noordkant van het bestaande voorzieningenniveau in het winkellint Crooswijkseweg tot een gemiddeld niveau. Daarnaast kan met de beoogde ontwikkeling in grote mate bijgedragen worden aan het (gewenste) woon- en leefklimaat in het kader van de herstructureringsoperatie. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze redenen bij aan de verbetering van de kwantitatieve en kwalitatieve woningvoorraad en het woon- en leefklimaat van zowel Oud-Crooswijk als omliggende wijken (zoals ook Nieuw Kralingen). De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van de bestaande bebouwing tussen de Crooswijkseweg, Tamboerstraat, Boezemstraat en Pijperstraat. Omdat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied is sprake van een intensivering van de bestaande ruimte.

Verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet benodigd.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.

De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

8

Ad. 1

Ruimtelijke hoofdstructuur

Ad. 2

Omgevingsbeleid: ambities en sturing

De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

9

Ad. 3

Omgevingskwaliteit

Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is plangebied aangeduid als ‘Veencomplex – veen’. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verslechtering hiervan. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • • • •

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.

De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogbouw in de omgeving legitiem. Het complex wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hiermee wordt aangesloten bij de richtpunten. Ad. 4

Beleidskeuzes

De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet: • • •

Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

10

•

Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied.

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan bovengenoemde punten. Zo worden twee supermarkten grenzend aan het bestaande winkellint Crooswijkseweg gerealiseerd, waardoor een concentratie van detailhandel ontstaat en het winkellint wordt gecompleteerd. Daarnaast is bij het opstellen van het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling getoetst aan de relevante milieuaspecten, waardoor de ontwikkeling een bijdrage levert aan een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder uiteengezet en afgewogen. Tot slot wordt binnen bestaand stedelijk gebied voorzien in de vernieuwing van verouderede woningen. Er worden 84 nieuwe woningen gebouwd. Het woningaanbod neemt hierdoor toe en daarnaast wordt de aantrekkelijkheid van de leefomgeving en de woningen zelf vergroot. Voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan de provinciale opgaven. Programma ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie.

Op basis van het programma dient voor bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 3.1 reeds aandacht besteed. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de kwantitatieve en kwalitatieve woningvoorraad en het woon- en leefklimaat van zowel OudCrooswijk als omliggende wijken (zoals ook Nieuw Kralingen). De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van de bestaande bebouwing. Omdat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied is sprake van een intensivering van de bestaande ruimte. Detailhandel De provincie hecht veel waarde aan vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en wil om dat te bereiken de detailhandelsstructuur versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en ook de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het woon-, werk- en leefklimaat in Zuid-Holland. Detailhandel is nog steeds een belangrijk bezoekmotief voor centra, ondanks dat in veel gebieden het draagvlak voor winkels afneemt door overaanbod, veranderend consumentengedrag en demografische ontwikkelingen.

Tussen detailhandelsvoorzieningen onderling en met andere (maatschappelijke) voorzieningen ontstaat synergie en combinatiebezoek. Hierdoor functioneren de voorzieningen als geheel beter dan de som der delen. De provincie wil hiermee de kracht van detailhandel benutten voor vitale, sterke en aantrekkelijke centra waardoor optimaal wordt bijgedragen aan een kwalitatief hoogwaardigere leefomgeving. De kern van het provinciaal detailhandelsbeleid ligt daarom bij de concentratie en bundeling van detailhandelsvoorzieningen in de centra. Hierdoor wordt de detailhandelsstructuur versterkt. Verspreid liggend aanbod draagt niet bij aan het clusteren en concentreren van het detailhandelsaanbod en tast de detailhandelsstructuur in ruimtelijke zin (afname ruimtelijke kwaliteit, toename leegstand) aan. Omdat voorzieningen worden geclusterd, kunnen vervoersstromen efficiënter worden ingericht en ontstaat er ook meer draagvlak voor openbaar vervoer. Door het bevorderen en faciliteren van herbestemming en transformatie kunnen slecht functionerende detailhandelslocaties, naast een versterking van de detailhandelsstructuur, een bijdrage leveren aan de woningbouwopgave of andere opgaven in het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid van de provincie Zuid-Holland en bundelt en concentreert detailhandelsvoorzieningen.

De perifere detailhandelsvestiging kan verdwijnen omdat op een betere locatie Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

11

meer ruimte biedt voor een moderne discounter. Bovendien draagt de ontwikkeling door de ligging nabij busen tramhaltes bij aan draagvlak voor openbaar vervoer.

3.3

Gemeentelijk beleid

Stadsvisie Rotterdam 2030 De Stadsvisie Rotterdam 2030 is vastgesteld op 27 november 2007 door de gemeenteraad van Rotterdam. De stadsvisie is een ontwikkelingsstrategie voor de periode tot 2030 en heeft als missie te komen tot een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad. Deze missie is uitgewerkt in een aantal kernbeslissingen op het gebied van wonen en economie. Werkgelegenheid ontwikkelt zich namelijk alleen wanneer de stad een aantrekkelijk vestigingsklimaat vormt voor werknemers, met goede woningen inclusief de bijbehorende voorzieningen en buitenruimten: complete woonmilieus die aansluiten bij de wensen van de woonconsumenten. Vandaar dat extra wordt geïnvesteerd in aantrekkelijke groenstedelijke, rustig stedelijke en centrumstedelijke woonmilieus. Bijzondere architectuur en herontwikkeling van erfgoed worden daarbij ingezet als katalysator. Uit de ‘Grote Woontest’ blijkt dat een aantal wijken in Rotterdam laag gewaardeerd wordt of in verval dreigt te raken. In die wijken is herstructurering noodzakelijk. Ook landelijk onderzoek (Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, 2007) geeft aan dat Rotterdam veel achterstandswijken kent. De stad heeft hier dan ook een grotere opgave dan andere steden. Echter, ondanks de achterstand van woning en woonmilieu in deze gebieden, zijn er voldoende mogelijkheden voor revitalisatie.

In Rotterdam zijn circa 100.000 woningen ‘kwetsbaar’ op de woningmarkt. Dit zijn (te) kleine portieketagewoningen of woningen die anderszins niet meer voldoen aan de huidige kwaliteitseisen. De woningen in het voorliggende plangebied zijn hier een voorbeeld van. Voor 19 wijken in Rotterdam – waaronder ook Nieuw-Crooswijk – zijn met de corporaties en deelgemeenten gebiedsafspraken gemaakt. Bouwen binnen de bestaande stad betekent concreet dat Rotterdam streeft naar 56.000 woningen op binnenstedelijke locaties. Om meer midden- en hoge inkomens naar de stad te trekken en hen te binden, worden sterke wijken als Kralingen en Hillegersberg uitgebreid. In de zwakkere wijken staat de herstructurering en aanpak van de bestaande woningvoorraad centraal. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet de sloop van de bestaande (woon)bebouwing aan de Crooswijkseweg, Tamboerstraat, Boezemstraat en Pijperstraat. De bestaande bebouwing wordt vervangen door nieuwe woonbebouwing in de vorm van verschillende grootte appartementen, waardoor meer differentiatie in woningtypologieën ontstaat. De begane grond wordt aangewend voor de realisatie van twee nieuwe supermarkten, teneinde het voorzieningenaanbod in Crooswijk op peil te houden. Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 De woonvisie is vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad.

De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: • de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; • te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en • woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: • een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; • ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

12

•

energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.

De basis op orde houden door: • het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; • betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; • goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; • toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en • woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. Nota Detailhandel 2017 De Nota Detailhandel 2017 is vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rotterdamse gemeenteraad. De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen, die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De visie op het plangebied wordt beschreven in de Gebiedskoers Detailhandel 2017 – 2020 Kralingen – Crooswijk.

Keuze voor concentratie en toekomstbestendigheid Rotterdam maakt ten aanzien van detailhandel de beleidskeuze voor toekomstbestendige winkelgebieden en multifunctionele stedelijke milieus. De kwaliteit van winkelcentra en haar aanbod staat daarbij centraal boven de kwantiteit. Uitgangspunt is dat winkelgebieden nu en in de toekomst een duidelijke functie hebben in de stedelijke structuur. Het is daarbij essentieel dat optimaal wordt ingespeeld op het profiel en bezoekdoel van de consument, in een compact, compleet en comfortabel gebied. Ingezet wordt daarom op toekomstbestendige en geconcentreerde winkelgebieden die kunnen beantwoorden aan de consumentenvraag. Spelregels De gemeente zal bij nieuwbouwinitiatieven de afweging maken of de toename van vierkante meters detailhandel leidt tot kwaliteitsverbetering. Rotterdam wil daarmee vernieuwing en modernisering op de juiste plekken stimuleren. Door te kiezen voor een heldere en toekomstbestendige detailhandelsstructuur is het mogelijk om nieuwe initiatieven op de beste plekken in de bestaande structuur te laten landen. Dynamiek en vernieuwing zal in eerste instantie een plek moeten kunnen krijgen in de winkelconcentratiegebieden zoals in de gebiedskoersen zijn vastgesteld.

Uitgangspunt hierbij is de dynamiek in de detailhandel alleen te faciliteren als deze nieuwe ontwikkelingen landen in of grenzen aan de bestaande winkelgebieden en themacentra (PDV-GDVconcentraties). Vestiging van supermarkten In het bijzonder is vestiging van supermarkten buiten de bestaande winkelgebieden ongewenst in het stedelijk detailhandelsbeleid. Door de belangrijke rol als trekker van consumenten voor boodschappencentra is vestiging van supermarkten in of nabij winkelcentra een belangrijk uitgangspunt. Het creëren en behouden van een compleet en aantrekkelijk pakket dagelijkse voorzieningen in de woonomgeving is uitgangspunt in het beleid, omdat daarmee aantrekkelijke en op de behoefte van de consument toegespitste winkelgebieden behouden kunnen blijven. De realisatie van twee supermarkten grenzend aan het bestaande winkellint Crooswijkseweg past binnen de keuzes die gemaakt zijn in de Nota Detailhandel. Hierdoor wordt het winkellint gecompleteerd en toekomstbestendiger.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

13

Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020 Kralingen-Crooswijk en vervolgkoers Als onderdeel van de Nota Detailhandel 2017 is voor onder andere Kralingen-Crooswijk een gebiedskoers opgesteld. De Gebiedskoers Detailhandel Kralingen-Crooswijk 2021-2024 is momenteel in voorbereiding en zal naar verwachting eind 2021 worden vastgesteld. De Crooswijkseweg is een basis-boodschappenconcentratie in de wijk Crooswijk. De winkels liggen grofweg tussen de Goudse Rijweg in het zuiden en de Hendrikstraat in het noorden. Het gebied functioneert al lange tijd benedenmaats als boodschappencentrum. Het aanbod sluit onvoldoende aan op de wensen van de consument, door het ontbreken van een supermarkt met een moderne maat en schaal. Om een toekomst te hebben als winkelgebied, dienen de ruimtelijke basiskwaliteiten op orde te zijn, maar dat is in zijn algemeenheid op de Crooswijkseweg nog onvoldoende het geval. De positie van de Crooswijkseweg staat onder druk. Met nieuwe woningbouwontwikkelingen in de omgeving ontstaan echter wel kansen ten aanzien van koopkracht en economisch functioneren. Hoewel de ruimtelijke mogelijkheden voor (her)ontwikkeling op de Crooswijkseweg beperkt lijken, is kwalitatieve versterking van de Crooswijkseweg gewenst. In Crooswijk is Nieuw-Crooswijk al grotendeels ontwikkeld, waardoor mensen in het primaire verzorgingsgebied zijn komen te wonen.

Naast de ontwikkeling van Nieuw-Crooswijk wordt ook grootschalige nieuwbouw voorbereid in de nieuwe wijk Nieuw-Kralingen. Met deze nieuwe ontwikkelingen worden veel nieuwe bewoners aangetrokken, met een behoefte aan een modern winkelaanbod inclusief supermarktaanbod met een moderne schaal en kwaliteitsniveau. Dit brengt kansen voor extra koopkrachtbinding met zich mee, wanneer in de winkelconcentratie voldoende wordt beantwoord aan de vraag van de consument. Een aantrekkelijke, geconcentreerde, goed gebrancheerde en goed bereikbare winkelconcentratie waar de basiskwaliteiten op orde zijn, kan daarvoor zorgen. Tot slot is er ook een marktconsultatie voor het Schuttersveld gestart, aan de andere zijde van de Crooswijkse weg, op de locatie van de huidige sporthal. De gemeente zet daar in op de realisatie van woningen in combinatie met een gezondheidscentrum en maatschappelijke voorzieningen. Zo wordt eraan gewerkt om van de Crooswijkseweg een bovenwijks winkel- activiteitenzone te maken. Door de lengte van Crooswijkseweg en de ruimtelijke indeling (schaal) van de panden is vestiging van een moderne supermarkt tot nog toe niet mogelijk gebleken binnen de bestaande stuctuur. Daardoor ontbreekt het deze concentratie aan een duidelijke trekker voor consumenten, met als consequentie dat koopkracht weglekt en de investeringen uitblijven.

Vanuit ruimtelijk en financieel/economisch oogpunt ontbreekt perspectief voor opschaling van het winkelgebied aan de Crooswijkseweg met een modern supermarktaanbod Wanneer binnen bestaande winkelgebieden onvoldoende mogelijkheden zijn om te komen tot een modern en toekomstbestendig winkelgebied, is het vanuit het stedelijk beleid mogelijk om te kiezen voor realisatie van een nieuwe vestiging in de directe omgeving. Daarmee ontstaat een modern en toekomstbestendig cluster, waarmee kan worden beantwoord aan de geldende consumentenvraag. Na verschillende studies in de afgelopen jaren is aansluitend aan het winkel- en activiteitengebied gebied de Tamboerlocatie (eveneens aan de Crooswijkseweg, maar verder naar het noorden) als mogelijke locatievoor twee moderne supermarkten naar voren gekomen. Hoewel het niet direct aansluit op het bestaande winkelcluster, is het onderdeel van de winkel- en activiteitenzone langs de Crooswijkseweg, en bedient het wel hetzelfde marktgebied. Gedeeld toekomstbeeld ‘Van winkelgebieden naar vitale kerngebieden 2021-2030’ Taskforce Retail Rotterdam heeft een gezamenlijke missie om winkelgebieden weer bruisend te maken. De Taskforce Retail heeft de werkzaamheden afgerond met de presentatie van Gedeeld toekomstbeeld ‘van winkelgebieden naar vitale kerngebieden 2021-2030’.

Onder regie van de taskforce zijn alle partners het eens geworden over gezamenlijke uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Rotterdamse winkelstraten. In 2030 zijn de meest levensvatbare en toekomstbestendige plekken doorontwikkeld naar wijkcentra en buurthubs met een passende mix aan functies afgestemd op de behoefte van de direct omwonenden. Uitgangspunt hierbij is de ontwikkeling van de wijk of buurt en de behoeften van haar inwoners. In veel gebieden

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

14

wordt het aandeel winkels kleiner en het gebied compacter. De centra waar retail sterk tanende is en niet levensvatbaar, worden getransformeerd. Wijkcentra zijn voorzieningenclusters met een verzorgingsfunctie op wijk- of stadsdeelniveau. Met een compleet aanbod aan dagelijks aanbod (minimaal twee supermarkten) en een breed aanbod aan winkels in vaak benodigde niet-dagelijkse artikelen, een mix van ondersteunende horeca, dienstverlening en sociaal-maatschappelijke functies. Deze centra hebben duidelijke sociale meerwaarde. Veel van deze centra bestaan nu al uit een mix van functies. Zij kunnen in de toekomst hun positie vasthouden wegens hun maatschappelijke meerwaarde. Buurthubs zijn kleinschalige voorzieningenclusters met een verzorgingsfunctie op buurtniveau. Met een mix van boodschappenaanbod (minimaal een of twee supermarkten en focus op dagelijks segment), fast-service horeca en kleinschalige daghoreca (met sociale functie), dienstverlening en sociaalmaatschappelijke functies. Buurthubs hebben duidelijke sociale meerwaarde. In buurthubs zijn winkels vaak al ondergeschikt aan andere functies. Deze plekken kunnen nog meer anticiperen op lokale wijkbehoefte en zo hun maatschappelijke meerwaarde en relevantie vergroten.

De Crooswijkseweg fungeert als wijkcentrum zal – mede gezien de ontwikkeling van Nieuw Kralingen – met de komst van twee nieuwe supermarkten en de activiteitenzone Schuttersveld zijn positie versterken. Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 – 2030+ (februari 2017) en Rotterdamse Mobiliteit Aanpak (februari 2020) De Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 – 2030+ geeft richting aan de wijze waarop de Rotterdamse mobiliteit zich op de lange termijn ontwikkelt (2030+) en welke keuzen we maken. Vanuit de Rotterdamse Mobiliteitsagenda een drietal vertrekpunten voor het Stedelijk Verkeersplan: • De groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035. • De economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie. • De stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en OV-gebruik. Rotterdam ontwikkelt zich en groeit. De Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA) is een aanpak om te werken aan een betere bereikbaarheid van de groeiende stad. De RMA is een uitwerking van bestaand beleid voor mobiliteit zoals geformuleerd in het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam (SVPR) en de OV-visie 2040. Daarnaast geeft de RMA invulling aan diverse kernopgaven van de Rotterdamse Omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling verandert de bestaande wegen niet.

Welstandsnota Rotterdam Het welstandsbeleid is op 11 oktober 2012 door de gemeenteraad vastgelegd in de ‘Welstandsnota Rotterdam’. Op de kaart Welstandsniveaus behorende bij deze nota is aangegeven welk welstandsregime van toepassing is: vrij, regulier of bijzonder. De als bijzonder aangemerkte gebieden en structuren zijn van bijzonder belang voor de stad Rotterdam. Deze gebieden worden in de Welstandsnota apart beschreven en er is een uitgebreider welstandsbeleid op van toepassing. Dan zijn er de gebieden waar geen welstandstoets zal plaatsvinden: de welstandvrije gebieden. Voor de overige gebieden geldt het welstandsniveau regulier. Naast de welstandskaart met de verschillende niveaus, zijn in een afzonderlijke kaart de verschillende gebiedstypen aangegeven. Elk gebiedstype heeft eigen karakteristieken en kenmerken. Hierdoor zijn er per gebiedstype verschillende welstandsregels (aanvullende gebiedscriteria) van toepassing. Uit afbeelding 3.1 valt op te maken dat het plangebied op de welstandskaart ‘welstandniveaus’ binnen het welstandsregime ‘regulier’ valt (lichtblauw). In de gebiedstypenkaart is het plangebied aangeduid als ‘planmatige stedelijke uitbreiding’. Gelet op het voorgaande wordt het voorliggende bouwplan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning getoetst aan de (reguliere) welstandscriteria voor het gebiedstype ‘planmatige stedelijke uitbreiding’.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

15

Afbeelding 3.1: Uitsneden welstandskaart ‘welstandniveaus’ (links; het plangebied is zwart omcirkeld) en welstandskaart ‘gebiedstypen’ (rechts; het plangebied is wit omcirkeld).

Argumentatie en conclusie gemeentelijk beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De Crooswijksweg heeft in de afgelopen jaren weliswaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar blijkt uit recent onderzoek matig te scoren in aantrekkingskracht. Dit is onder andere het gevolg van het ontbreken van de grote supermarktketens. In de gemeentelijke gebiedskoers 2017-2020 (uitwerking van de beleidsnota) werd al aangegeven dat op de Crooswijkseweg de ontwikkeling van een moderne supermarkt niet mogelijk is. De maatvoering van de panden tussen de bestaande winkels is te beperkt voor het ruimtelijk inpassen van een moderne grote supermarkt. In 2017 werd gesteld dat de Tamboerlocatie (nog) buiten de loopstromen van de Crooswijkseweg lag. Maar deze situatie verandert binnenkort omdat aan de noordzijde van de straat het Schuttersveld wordt ontwikkeld. Op de huidige zwembadlocatie worden diverse maatschappelijke voorzieningen ontwikkeld, waarvan het bezoek goed te combineren is met het winkelen aan de Crooswijkseweg. Bovendien speelt er ook nog een groter belang dan de versterking van het winkelaanbod. Binnen de gebiedsontwikkeling van Oud Crooswijk (Plan van Aanpak 2017-2020 en Programma Oud Crooswijk 2021-2030 heeft de Tamboerlocatie prioriteit gekregen.

Hier ligt een kans om zowel een gedeelte van de woningvoorraad te renoveren als vernieuwing toe te voegen, waardoor andere inkomensgroepen naar Oud Crooswijk worden getrokken. Belangrijk onderdeel van de Tamboerlocatie is het leveren van een bijdrage aan het versterken van de wijk en het kwetsbare winkelgebied aan de Crooswijkseweg door de realisatie van twee complementaire supermarkten (fullservice en discount). Hiermee wordt voorzien in een consumentenbehoefte aan moderne supermarkten, waar op de Crooswijkseweg zelf fysiek onvoldoende ruimte is. Aansluitend wordt ook de buitenruimte vernieuwd. Het primaire verzorgingsgebied van dit winkelgebied vanuit de functie voor de dagelijkse boodschappen bestaat uit Nieuw Crooswijk, Oud Crooswijk en het noordelijk deel van Rubroek. In 2021 start ook de realisatie van de wijk Nieuw-Kralingen met 800 woningen in het hogere segment, waar geen winkels zijn voorzien. De winkelruimten krijgen hun entree aan de Crooswijkseweg. Onder de winkels komt een parkeergarage die op eigen terrein voorziet in de parkeereis. Tevens komt er een inpandige laad-en losvoorziening. Boven de winkelruimte komen woningen. In de directe omgeving van winkelgebied Crooswijkseweg is aan de Linker Rottekade een Aldi gevestigd. Deze locatie is in stedelijk beleid niet als winkelgebied getypeerd en geldt als verspreide winkel.

De gemeente wil daarom inzetten op bestemmingswijziging en zal transformatie naar wonen faciliteren. Door de ontwikkeling van een grotere winkel op een betere locatie vervalt de marktpositie op deze locatie, terwijl hier woningbouw als alternatief wenkt.

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

16

Afbeelding 3.2 Bestaande en toekomstige supermarkten en ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied

Gemeentelijk beleid en uitvoeringsprogramma: concentratie en transformatie Het gemeentelijk detailhandelsbeleid heeft als ambitie een evenwichtige detailhandelsstructuur met geconcentreerde en goed op de consument aansluitende aantrekkelijke winkelgebieden. Daarmee wordt erop ingezet om toekomstbestendige winkelgebieden te versterken zodat ze aansluiten op de behoefte van consumenten in de toekomst. In de rapportage van de Taskforce Retail, die de gemeente al voor de corona-pandemie heeft opgericht om samen met ondernemers en vastgoedpartijen een visie en aanpak te ontwikkelen, is geadviseerd om alle te behouden gebieden te versterken met consumentgerichte functies buiten de retail. Hierdoor zal de transformatie een grotere omvang krijgen dan in de afgelopen jaren. Uit Locatus-cijfers blijkt dat het aantal verkooppunten binnen vijf jaar tijd met circa 600 is gedaald, waardoor bij de omvang van de totale winkelvoorraad met 80.000 m2 afnam. In het collegeprogramma heeft de gemeente sinds 2018 ingezet op de transformatie van winkels in 3 pilotprogramma’s. Niet alleen is het doel van 90 transformaties tot 2022 inmiddels ruim overtroffen (al 168 eind 2020) er zijn ook instrumenten ontwikkeld om transformatie te bevorderen. Er wordt nu een vervolgprogramma opgezet voor gebieden zoals de Crooswijkseweg, waarbij dit instrumentarium wordt ingezet.

De gemeente gaat in gesprek met eigenaren van verspreide winkels zoals de Aldi om transformatie te bespoedigen en kansen om de woningbouwproductie te vergroten. Plannen zoals de ontwikkeling van de Tamboerlocatie geven duidelijkheid aan deze richting voor zowel investeerders als ondernemers. Met dit bestemmingsplan worden de doelen zoals omschreven in het gemeentelijk beleid planologisch juridisch mogelijk gemaakt. Daarnaast is het gemeentelijk woonbeleid gericht op het op gang brengen van doorstroming in de woningmarkt en meer diversiteit van woningtypes in bepaalde gebieden. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Met de voorliggende ontwikkeling wordt aan deze vraag deels tegemoet gekomen. Daarnaast vindt een kwaliteitsverbetering plaats. Door de ontwikkeling van Nieuw-Crooswijk en toekomstige ontwikkelingen in Nieuw-Kralingen is er behoefte aan een hoogwaardiger winkel- en activiteitengebied, waar ook de locatie Schuttersveld onderdeel van gaat uitmaken. Na verschillende studies in de afgelopen jaren is in de directe omgeving van de Crooswijkseweg de Tamboerlocatie als mogelijk nieuw winkelcluster naar voren gekomen. De twee supermarkten aan de Tamboerstraat geven hier invulling aan. Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

17

4.

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN

In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuur en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen; dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefbaarheid bepalen naast bijvoorbeeld bereikbaarheid en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen. Duurzame ontwikkeling is daarin een cruciale factor.

Gestreefd wordt naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. Deze ambities zijn vastgelegd in het zogenaamde Programma Duurzaam.

4.1

M.e.r.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling betreft het vervangen van bestaande bebouwing door twee supermarkten en 84 woningen. Dit maakt het een rood-voor-rood ontwikkeling van vergelijkbare omvang, waarbij geen significante toename van nadelige milieugevolgen wordt verwacht. Hierdoor is het plan niet (vormvrij) m.e.r.beoordelingplichtig. Een m.e.r.-beoordelingsbesluit hoeft opgesteld te worden.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleidskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Rotterdam heeft de VNG-uitgave vertaald naar haar eigen situatie. Hiervoor is de gemeente Rotterdam verdeeld in vijf gebiedstypen, te weten: • ‘rustige woonwijk’; de woonvlekken zijn gescheiden van de werk-, winkel- en verkeersgebieden. In deze gebiedstypering zijn activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 2; • ‘gemengde wijk’; het gaat hier om een bepaalde mate van functiemenging. Er is geen strikte scheiding tussen woon-, werk-, winkel- en verkeersgebieden. In deze gebiedstypering zijn activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 3; • ‘industriegebied I’; dit zijn gebieden met overwegend lichte en middelzware bedrijven. In deze gebiedstypering zijn activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 4; • ‘industriegebied II’; gebieden met overwegend middelzware tot zware bedrijven.

In deze gebiedstypering zijn activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 5;

Bestemmingsplan ‘Tamboerlocatie’ Toelichting - Ontwerp

18

•

‘industriegebied III’; overwegend zware bedrijven voeren binnen deze gebieden de boventoon. In deze gebiedstypering zijn activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 6.

Naast de gebiedstypen die bepaald worden door de mate van menging van bedrijfsactiviteiten en wonen, zijn er ook gebieden waarin géén dan wel nagenoeg geen bedrijfs- en woonfuncties voorkomen. Deze gebieden worden aangeduid als overgangsgebieden en worden gelijk gesteld met ‘gemengde wijk’. Dit houdt in dat ook hier activiteiten toegestaan zijn tot en met milieucategorie 3. Onderzoek Nieuw-Crooswijk is een wijk waar diverse verspreid liggende functies voorkomen en kan daarom volgens de verdeling binnen de gemeente Rotterdam aangemerkt worden als gebiedstype ‘gemengde wijk’. Op basis van de VNG‐brochure is dit gelijk te stellen aan een ‘gemengd gebied’; een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Het projectgebied is gelegen in een gebied met verscheidene functies, waaronder detailhandel, horeca, (kleinschalige) bedrijvigheid en wonen. Daarnaast is de Boezemstraat aan te merken als een wijkontsluitingsweg en is in de Pijperstraat een tramlijn gelegen. Kenmerkend voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied.

Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur is ter plaatse van het voorliggende plangebied sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand terug kan worden gebracht met één afstandsstap. In de toekomstige situatie worden in de plint commerciële voorzieningen in de vorm van twee supermarkten gerealiseerd. Een supermarkt valt op basis van de VNG-brochure in de milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. Gezien de ligging in een gebied met diverse functies en drukke wegen is het plangebied te typeren als ‘gemengd gebied’ waardoor de richtafstand met één afstandsstap mag worden teruggebracht tot 0 meter. In de ruimtelijke procedure leidt de realisatie van de supermarkten dan ook niet tot problemen. Onder de supermarkten zal ook een parkeergarage gerealiseerd worden, bedoeld voor de woningen en voor de supermarkten. Op basis van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” geldt voor een parkeergarage voor wat betreft het aspect geluid een richtafstand van 10 meter in geval van omgevingstype “gemengd gebied”. Omdat de bestaande en toekomstige woningen (nagenoeg) binnen de richtafstand zijn gelegen, is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2 van de toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2f931c2f-e4f7-45a7-92be-c0e218ee6ff4