CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb006629] Raadsvoorstel over vaststelling Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022 en Commissieverordening 2022

Gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel met betrekking tot de werkwijze van de raad en de commissies.21.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rotterdam, 17 oktober 2022

22bb006629

Aan: De gemeenteraad

Onderwerp: Werkwijze van de raad en de commissies

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor het ‘Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022’ en de ‘Commissieverordening 2022’ vast te stellen en het besluit ‘instelling subcommissie bestemmingsplannen 2018’ in te trekken. Waarom dit voorstel / waarom nu voorgelegd? Dit voorstel voorziet in aanpassingen van het Reglement van Orde en de Commissieverordening. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Niet van toepassing. Toelichting: Dit is een voorstel voor het ‘Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022’ en de ‘Commissieverordening 2022’ (hierna: het RvO). De wijzigingen ten opzichte van de versies uit 2018 zijn deels louter tekstueel en bijvoorbeeld een gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving. Maar een belangrijk deel van de voorgestelde wijzigingen is bedoeld om te zorgen dat het RvO maximaal kan bijdragen aan de verwezenlijking van de ambities van de raad. Daarbij geldt voor drie wijzigingsvoorstellen (verruiming regels burgerleden, verlagen frequentie actualiteitenraad en beantwoording interrupties buiten spreektijd) dat zij een integraal experiment vormen: met deze drie maatregelen experimenteren we tot aan het zomerreces 2023. We evalueren dan of deze maatregelen in onderlinge samenhang hebben bijgedragen aan meer kwaliteit en meer efficiëntie.

Uw ambities: niet meer, maar beter De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van ‘steeds meer’: door landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen, zoals decentralisaties, toegenomen complexiteit van dossiers, meer fracties en een actievere raad, maar ook bijvoorbeeld door het toegenomen belang van social media en mondiger burgers. Om grip te houden op de hoeveelheid en de complexiteit, is de gemeenteraad steeds harder gaan rennen: meer vergaderen, meer technische sessies, meer vragen, meer moties. Kortom: meer van alles, behalve de kern van het werk: raadsbesluiten en amendementen. Tijdens uw introductiedagen vroeg u zich met elkaar af of ‘steeds meer’ niet ten koste gaat van de regie, van uw gesprek met de stad, van de grote lijnen, van de goede inhoudelijke voorbereiding van dossiers, kortom: van de effectiviteit en de kwaliteit van het raadswerk. U vroeg zich af of we niet op het punt gekomen zijn dat ‘steeds meer’ geen heilzame weg blijkt te zijn, en dat het misschien beter is om zaken anders en beter te doen, in plaats van nog meer. De klankbordgroep: ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’ Met uw ambities in het achterhoofd heeft het presidium een klankbordgroep ingesteld die de werkwijze van de raad en haar commissies tegen het licht heeft gehouden en op basis daarvan wijzigingsvoorstellen voor het RvO heeft gedaan.

Die klankbordgroep is niet over één nacht ijs gegaan en heeft stevig gediscussieerd over het doel van een RvO en de gewenste stappen. 1 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Daarbij was een wijsheid van Einstein de leidraad: ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’. Naar de overtuiging van de klankbordgroep was wezenlijke verandering van de spelregels noodzakelijk om uw ambities te verwezenlijken. Daarom wordt voorgesteld om tot het zomerreces een experiment te houden: leiden de drie maatregelen ‘verruiming regels burgerleden’, ‘verlagen frequentie actualiteitenraad’ en ‘beantwoording interrupties buiten spreektijd’ in onderlinge samenhang tot meer efficiëntie en meer kwaliteit? De belangrijkste wijzigingsvoorstellen Het presidium is de klankbordgroep zeer erkentelijk en is ervan overtuigd dat het voorgestelde nieuwe RvO bijdraagt aan de verwezenlijking van uw ambitie om de effectiviteit en de kwaliteit van het raadswerk naar een hoger plan te tillen. Hieronder lichten we de belangrijkste wijzigingsvoorstellen toe. Daarbij willen we een aandachtspunt meegeven: Het RvO kan de ambities van de raad in belangrijke mate ondersteunen, maar is natuurlijk geen oplossing voor alles. Zo hangt de effectiviteit van het RvO sterk af van de mate waarin de raad de spelregels consequent toepast en bijvoorbeeld de voorzitters de ruimte krijgen om adequaat voor te zitten. Het presidium heeft de klankbordgroep daarom gevraagd om op een later moment ook over de cultuur binnen de raad aanbevelingen te doen.

Het experiment Tot het zomerreces 2023 experimenteren we met drie maatregelen die in onderlinge samenhang moeten bijdragen aan verbetering van zowel kwaliteit als efficiëntie: Vermindering frequentie actualiteitenraad met strengere debatregels (artikel 25, 30 en 31 RvO) Om bij te dragen aan de wens om minder en efficiënter te vergaderen, is het voorstel om: - De frequentie van de actualiteitenraad te verlagen naar één actualiteitenraad per raadscyclus van drie weken (in plaats van twee), zodat er ruimte ontstaat voor het gesprek met de stad. - De debatregels in de actualiteitenraad aan te scherpen met regels die te vergelijken zijn met de regels van het vragenuur in Amsterdam. Zo ontstaat ruimte om meer onderwerpen te bespreken. Onderwerpen die meer verdieping vragen, kunnen in de commissies besproken worden. De voorgestelde debatregels gaan er overigens vanuit dat er voortaan maar één indiener van een actualiteit is (zie artikel 31). - De actualiteitenraad wordt hiermee daadwerkelijk een ander instrument dan bijvoorbeeld de inhoudelijke raads- en commissiedebatten over complexe lange termijn beleidsvoornemens.

De actualiteitenraad krijgt zo meer het karakter van een vragenuur, om heikele punten die behandeling op korte termijn vragen te kunnen bespreken - Aanvragen voor de actualiteitenraad dienen voortaan uiterlijk 11.00 uur op de dag voorafgaand aan de actualiteitenraad te worden aangevraagd. Beantwoorden interruptie niet ten koste van de spreektijd (artikel 43 RvO) Voorstel is om voortaan het beantwoorden van een interruptie niet (geheel) ten koste te laten gaan van de spreektijd. Dit voorkomt dat het debat ‘doodslaat’ en draagt dus bij aan een verhoogde kwaliteit van het debat. Om te voorkomen dat dit de facto tot verruiming van de spreektijd leidt, stelt het presidium flankerende maatregelen voor: - De totale spreektijd per vergadering wordt ingeperkt. Toelichting: op voorstel van de voorzitter stelt de raad nu per vergadering de spreektijd vast, op basis van een inschatting van de zwaarte van de agenda. Voortaan wordt dat spreektijdvoorstel gemiddeld een half uur korter dan het nu is. - De beantwoording van een interruptie buiten spreektijd mag maximaal 30 seconden duren. De ervaring elders leert dat dat voldoende ruimte geeft voor een afdoende antwoord.

2 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Burgercommissieleden in meer commissies (artikel 4, lid 2 Commissieverordening) Voorstel is om de regels rond burgercommissieleden in commissies te verruimen. De zorgen van een aantal fracties dat met die verruiming de werkdruk voor de raad als geheel in potentie alleen maar toeneemt, worden ondervangen door andere voorstellen, zoals de aanpassingen aan de actualiteitenraad. De verruiming wordt vastgelegd in lid 2 van artikel 4 van de Commissieverordening. Aan het aantal burgercommissieleden dat een fractie maximaal kan voordragen, verandert in dit voorstel niets. Wel aan het aantal commissies waaraan burgerleden kunnen deelnemen. Voorts is de formulering aangescherpt omdat deze nog enige ruimte voor interpretatie liet: WAS Een fractie die naar aanleiding van de laatstgehouden verkiezingen voor de gemeenteraad: a. beschikt over één raadszetel kan in ten hoogste drie commissies een burgerlid aanwijzen; b. beschikt over twee raadszetels kan in ten hoogste twee commissies een burgerlid aanwijzen; c. beschikt over drie of meer raadszetels kan in ten hoogste één commissie een burgerlid aanwijzen. WORDT Een fractie die naar aanleiding van de laatstgehouden verkiezingen voor de gemeenteraad: a. beschikt over één raadszetel kan ten hoogste drie burgercommissieleden aanwijzen die tezamen aan ten hoogste vier commissies kunnen deelnemen; b.

beschikt over twee raadszetels kan ten hoogste twee burgercommissieleden aanwijzen die tezamen aan ten hoogste drie commissies kunnen deelnemen; c. beschikt over drie of meer raadszetels kan ten hoogste één burgercommissielid aanwijzen dat aan ten hoogste twee commissies kan deelnemen. De overige wijzigingen Beeldvorming-Oordeelsvorming-Besluitvorming als uitgangspunt (RvO: art. 1, art. 20, toelichting art. 27, art. 29 en 30. Commissieverordening: art. 1 en art. 8) Idealiter verloopt het besluitvormingsproces van de raad volgens deze fases: - Beeldvorming is de eerste brede oriëntatie op een onderwerp en vindt in de regel plaats in gesprekken met bewoners en andere belanghebbenden, of bijvoorbeeld in technisch sessies of expertmeetings. Ook technische vragen voorafgaand aan commissiebehandeling vallen hieronder. Dit is met name bij complexe onderwerpen belangrijk om tot oordeelsvorming te kunnen komen. - Op beeldvorming volgt (politieke) oordeelsvorming; in debat met het college en de andere fracties ontstaat het (politieke) oordeel dat de uiteindelijke stemming bij de besluitvorming zal bepalen. In de regel vindt deze oordeelsvorming plaats in het commissiedebat, al dan niet voortgezet in het debat in de raadsvergadering. - In de raadsvergadering vindt de besluitvorming plaats, met een meerderheid voor of tegen het (al dan niet geamendeerde) voorstel en/of de motie(s).

- Hoe consequenter de raad deze fases volgt, hoe hoger de kwaliteit van besluitvorming zal zijn. In artikel 1 ‘begripsbepalingen’ is een uitgebreide definitie opgenomen. Daarnaast wordt in alle relevante artikelen en bijbehorende toelichtingen in zowel het RvO als de commissieverordening naar het model verwezen. Ook wordt, na vaststelling van het RvO door de raad, een ‘one pager’ gemaakt waar dit model prominent in naar voren komen. Aan artikel 8 van de commissieverordening is een toelichting over dit model toegevoegd. Agenda raadsvergadering (toelichting art. 20 RvO en art. 26 t/m 28 RvO) Voorgesteld wordt om de raadsagenda zuiverder naar de fases van besluitvorming in te richten, dus met agendapunten die gericht zijn op de afronding van de oordeelsvorming en de besluitvorming. Het onderscheid tussen een debat met een korte verklaring (B-onderwerp) en 3 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

een tweeminutendebat verdwijnt. Voortaan spreken we alleen nog van tweeminutendebatten. De volgende vaste agendavolgorde wordt voorgesteld: 1. opening, in memoriam en beëdiging nieuwe leden, mededelingen; 2. vaste huishoudelijke punten (vaststelling agenda, notulen, lijst van ingekomen stukken, bekrachtiging geheimhouding; 3. hamerstukken; 4. interpellatiedebatten; 5. reguliere debatten naar aanleiding van een commissieadvies en/of reguliere debatten naar aanleiding van een verzoek van een of meer raadsleden; 6. tweeminutendebatten; debatten naar aanleiding van een commissie advies en/of naar aanleiding van een verzoek van een of meer raadsleden; 7. benoemingen; 8. indiening motie vreemd aan de orde van de dag; 9. stemvenster; 10. sluiting. Correcter en effectiever gebruik van de eerste en tweede termijn (toelichting art. 39 RvO) In het Reglement van Orde wordt het verschil tussen de eerste en tweede termijn expliciet toegelicht, zodat vergaderingen ook correcter en effectiever kunnen verlopen. Hiertoe is bij artikel 39 een toelichting toegevoegd. Duiding moties in de raad (toelichting art. 44 RvO) Voorstel is om het duiden van moties in spreektijd weer in te voeren. Dit maakt voor het publiek duidelijker waar de motie over gaat. Dit is opgenomen in lid 2 van art. 44. Moties vreemd aan de orde van de dag (toelichting art.

44 RvO) Moties vreemd aan de orde van de dag’ zijn ‘beleidsarm’ en zonder financiële consequenties: de motie is van een zodanige aard dat beeld- en oordeelsvorming vooraf niet noodzakelijk zijn. Dit wordt door de griffier getoetst en voorzien van een advies. Het uitgangspunt is dat de raad pas een besluit kan nemen als er voorafgaand zoveel mogelijk gelegenheid is geweest om aan beeld- en oordeelsvorming te doen. Dit is staande praktijk. Regeling van werkzaamheden (RvW) naar proceduredeel commissie (art. 24 en 30 RvO, art. 8 commissieverordening) Voorstel is om regelingen van werkzaamheden voortaan te bespreken in het proceduredeel van de commissievergaderingen. Immers, juist die procedurevergaderingen zijn ervoor bedoeld om afspraken te maken over de gewenste agendering van onderwerpen in de commissie. Daarbij kan de commissie afspraken maken over welke informatie of acties nodig zijn om een goed beeld te vormen van het betreffende onderwerp voorafgaand aan de politieke bespreking. Dit zorgt voor een zuiverder taakverdeling tussen commissies en raad. Ook in de commissie gelden enkele regels rond de RvW, zoals het vooraf schriftelijk indienen. Dit zodat de overige fracties zich ook op het onderwerp kunnen voorbereiden en bijvoorbeeld aanvullende vragen of informatie-wensen kunnen meegeven, wat de effectiviteit en de kwaliteit van de procedurevergadering ten goede komt.

Tijdige aanlevering stukken (toelichting art 23 RvO) De afspraak is opgenomen dat stukken die raads- of commissiebehandeling behoeven, uiterlijk twee weken voor de eerste behandeling door het college aangeboden worden. Dit om de commissies zoveel mogelijk de ruimte te bieden om aan beeld- en oordeelsvorming te doen. Dit is een bestaande afspraak, door het presidium gemaakt, maar dit leggen we nu vast in het RvO. Toets griffier op juiste inzet raadsinstrument (toelichting art 25 RvO) Voorstel is om aan de algemene criteria op basis waarvan de griffier verzoeken van raadsleden toetst, een toets op de juiste inzet van het raadsinstrument toe te voegen. Een negatief

4 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

behandeladvies wordt in het raadsinformatiesysteem bij de agenda geplaatst. Dit is staande praktijk. Voorbereidingstijd spoedeisende vergadering (art 16 RvO) Aan dit artikel wordt een nieuw lid toegevoegd waarin een minimale voorbereidingstijd voor een spoedeisende raadsvergadering wordt geregeld. Instellen vaste commissie Geloofsbrieven (art 2, 3 en 5 RvO) Nu wordt bij elke raadsvergadering waar nieuwe raadsleden, burgerleden en wethouders worden benoemd telkens een nieuwe commissie geloofsbrieven ingesteld om te beoordelen of er wettelijke beletselen voor toelating zijn. Voorgesteld wordt om een vaste commissie geloofsbrieven in te stellen, bestaande uit vijf leden (inclusief de voorzitter) en twee plaatsvervangend leden, onder voorzitterschap van de nestor. Financiële en juridische consequenties: De verruiming van de regels rond burgercommissieleden (zie artikel 4, lid 2 van de Commissieverordening) heeft financiële consequenties. Immers, in potentie zal er vaker een beroep gedaan worden op de regeling rond presentiegelden. Op dit moment is nog niet in te schatten hoe groot die financiële consequenties precies zullen zijn.

Presidium van de raad van de gemeente Rotterdam, De griffier,

De voorzitter,

Bijlage(n): Ontwerpbesluit A Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022; Ontwerpbesluit B Commissieverordening 2022; Ontwerpbesluit C Intrekkingsbesluit subcommissie bestemmingsplannen 2018.

5 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Ontwerpbesluit A

22bb00xx

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het presidium van 11 oktober 2022 met het voorstel tot instellen van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022 en commissieverordening 2022 met kenmerk 22bb006629; overwegende dat het noodzakelijk is om een nieuw Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad vast te stellen; gelet op artikel 16, 82 en 147 van de Gemeentewet; Besluit om vast te stellen: Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2022 (RVO)

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 – Begripsbepalingen In dit reglement wordt bedoeld met: - Actualiteit: maatschappelijk actueel onderwerp dat aanleiding is voor een debat met de burgemeester of een lid van het college; - Actualiteitenraad: vergadering van raadsleden met de bedoeling een kort debat te voeren met de burgemeester of het college over een actuele kwestie; - Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of een ontwerpbesluit dat naar de vorm geschikt is om direct daarin op te nemen; - Beeldvorming-Oordeelsvorming-Besluitvorming: Om de kwaliteit van het besluitvormingsproces van de raad te borgen, streeft de raad naar het doorlopen van de fases ‘beeldvorming-oordeelsvormingbesluitvorming. Met beeldvorming is de eerste brede oriëntatie op een onderwerp bedoeld. Deze fase vindt in de regel plaats in gesprekken met bewoners en andere belanghebbenden, of bijvoorbeeld in technisch sessies of expertmeetings. Ook technische vragen voorafgaand aan commissiebehandeling vallen hieronder. Op beeldvorming volgt (politieke) oordeelsvorming; in debat met het college en de andere fracties ontstaat het (politieke) oordeel dat de uiteindelijke stemming bij de besluitvorming zal bepalen. In de regel vindt deze oordeelsvorming plaats in het commissiedebat, al dan niet voortgezet in het debat in de raadsvergadering.

In de raadsvergadering vindt de besluitvorming plaats, met een meerderheid voor of tegen het (al dan niet geamendeerde) voorstel en/of de motie(s). - Burgercommissielid: een commissielid niet zijnde een raadslid die wordt aangewezen door een fractie om in een aangewezen (sub)commissie namens die fractie te kunnen optreden; - College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam; - Fractie: elke groepering in de raad die bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad is geregistreerd in overeenstemming met artikel G3 van de Kieswet of die is gevormd naar aanleiding van een mededeling van een lid van de raad in overeenstemming met het betreffende artikel in het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad; - Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - Groep: één of meer raadsleden die onder dezelfde naam zitting hebben in de gemeenteraad die niet zelfstandig hebben deelgenomen aan de gemeenteraadsverkiezingen; 6 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

- Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp die een oordeel, wens, verzoek of opdracht uitspreekt; - Motie vreemd aan de orde van de dag: beleidsarme korte en gemotiveerde verklaring over een actueel onderwerp dat niet op de agenda van de raad staat - Nestor: lid van de raad dat als zodanig door de raad is aangewezen; - Omvraag: de vraag van de voorzitter of de leden stemming wensen, het inventariseren van stemverklaringen, het uitbrengen van de stemmen op digitale wijze of het opnemen van de stemmen bij handopsteken en bij hoofdelijke stemming het noemen van de namen van de leden die de presentielijst hebben getekend; - Raad: de gemeenteraad van Rotterdam; - Raadslid: lid van de gemeenteraad; - Raadsbesluit: genomen besluit door een gemeenteraad; - Raadscommissie: commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; - Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, dat naar de vorm geschikt is om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; - Voorstel van orde: voorstel met betrekking tot de orde van de vergadering; - Voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - Wijkraad: wijkraad als bedoeld in Verordening op de wijkraden. HOOFDSTUK II ONDERZOEK VAN GELOOFSBRIEVEN EN INSTALLATIE Artikel 2 – Onderzoek geloofsbrieven door commissie 1.

Het onderzoek van de geloofsbrieven en de stukken die daarop betrekking hebben en van nieuwbenoemde leden, alsmede nieuwbenoemde burgercommissieleden niet zijnde raadsleden, vindt plaats voordat met andere werkzaamheden wordt begonnen. 2. De raad wijst bij aanvang van elke zittingsperiode vijf leden en twee plaatsvervangende leden aan die een commissie vormen en onder voorzitterschap van de nestor de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken onderzoekt. 3. De voorzitter schorst de vergadering voor de tijd die de commissie voor haar werkzaamheden nodig heeft. 4. Het onderzoek van een rechtmatig verloop van de verkiezing voor de leden van de raad, bedoeld in artikel V4 van de Kieswet, heeft plaats voordat de leden van de raad terugtreden overeenkomstig het bepaalde in artikel C4 van de Kieswet. In afwijking van het tweede en derde lid van dit artikel benoemt de voorzitter in een vergadering die voorafgaat aan die waarin het onderzoek plaatsvindt vijf leden uit het midden van de raad en een plaatsvervangend lid. Fracties waarvan geen leden zijn benoemd in de commissie kunnen een waarnemer afvaardigen naar de vergadering van de commissie. Toelichting artikel 2 Het feitelijke onderzoek vindt in de regel plaats voorafgaand aan de vergadering van de raad, zodat de voorzitter van de commissie direct verslag kan doen.

De raad stelt in het vierde jaar van zijn zittingsperiode een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet in, de commissie voor de verkiezingsaangelegenheden. De taken en bevoegdheden van deze commissie zijn geregeld in de Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden. Artikel 3 – Verslag en voorstellen commissie

7 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

1. De commissie, bedoeld in artikel 2, onderzoekt de geloofsbrieven en de stukken die daarop betrekking hebben van de te benoemen raadsleden en adviseert vervolgens advies de raad over de toelating tot de raad. De raad beslist direct of, indien de zaak uitstel vereist, op een nader te bepalen dag. 2. Indien het onderzoek betrekking heeft op het rechtmatige verloop van de verkiezingen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, dan brengt de commissie op basis van haar bevinden verslag uit aan de raad. De raad beslist direct of, indien de zaak uitstel vereist, op een nader te bepalen dag. Toelichting artikel 3 Geloofsbrieven zijn stukken waaruit moet blijken dat iemand voldoet aan de wettelijke eisen voor het lidmaatschap van een vertegenwoordigend lichaam. Met het onderzoek van deze stukken wordt een speciale commissie uit de raad belast. Artikel 4 – Installatie nieuwe leden 1. In de eerste raadsvergadering van een nieuwe raadsperiode nemen de leden plaats op de door de voorzitter toegewezen zitplaats. 2. De griffier leidt een tussentijds door de raad toegelaten lid de vergaderzaal binnen voor het afleggen van de in de Gemeentewet voorgeschreven eed of verklaring en belofte. 3. De eed of de verklaring en belofte wordt, indien mogelijk, staande afgelegd. Toelichting artikel 4 De verdeling van de zitplaatsen in de raadzaal wordt door de voorzitter bepaald na overleg met het presidium.

HOOFDSTUK III BENOEMING WETHOUDERS Artikel 5 - Onderzoek vereisten wethouderschap 1. Voordat een wethouder wordt benoemd, onderzoekt de commissie als bedoeld in artikel 2, of degenen die door één of meerdere raadsleden voor benoeming tot wethouder zijn voorgedragen, voldoen aan de wettelijke vereisten en verenigbaarheid van functies die verband houden met het wethouderschap. 2. De commissie brengt verslag uit van haar bevindingen met betrekking tot de benoembaarheid van degene die wordt voorgedragen voor benoeming tot wethouder in de vergadering waarin de benoeming van een wethouder op de agenda staat. 3. Voordat tot benoeming van een wethouder wordt besloten, besluit de raad over de adviezen en voorstellen van de commissie. 4. Het besluit wordt aan de benoemde bekend gemaakt. De benoemde kan zijn benoeming direct aanvaarden. Toelichting artikel 5 Kandidaat-wethouders worden voorgedragen door één of meer raadsleden van een fractie. Na de voordracht kan er met de voordragers/fracties een debat plaatsvinden over de voorgenomen benoeming. Nadat één of meer personen kandidaat zijn gesteld voor benoeming tot wethouder, vindt een openbare vergadering plaats waarin de raad de kandida(a)t(en) kan bevragen over motivatie, kandidatuur en competenties.

8 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Voorafgaand aan of naar aanleiding van de openbare vergadering kan de commissie van de geloofsbrieven besluiten om in een niet openbare vergadering een gesprek met de voorgedragen kandida(a)t(en) te voeren. Het is gebruikelijk dat een voorgedragen kandidaat duidelijk maakt dat hij/zij een verklaring omtrent het gedrag (vog) heeft verkregen ten behoeve van een functie in het openbaar bestuur. Verder is het gebruikelijk dat de voorgedragen kandidaat – eventueel in een niet-openbare vergadering van de commissie die de vereisten voor het wethouderschap onderzoekt – duidelijk maakt welke zakelijke belangen hij/zij heeft. Daarbij dienen ook zakelijke belangen van zijn/haar partner of minderjarige kinderen te worden vermeld. Artikel 5 heeft betrekking op de toetsing van de wettelijke vereisten die van toepassing zijn voor benoeming tot wethouder. Gelet op het bepaalde in artikel 42 van de Gemeentewet heeft de benoemde tien dagen de tijd om de raad te laten weten of hij/zij de benoeming aanvaardt. In de praktijk vinden benoeming en beëdiging in dezelfde vergadering plaats. Als één van de vaste leden van de commissie geloofsbrieven is voorgedragen voor het wethouderschap, dan zal zijn plaats in de commissie worden ingenomen door één van de plaatsvervangend leden. Dit om te voorkomen dat de kandidaat-wethouder een oordeel zou moeten vellen over zijn eigen geloofsbrieven.

Artikel 6 - Installatie wethouders De griffier leidt de door de raad benoemde wethouder(s) de vergaderzaal binnen voor het afleggen van de in de Gemeentewet voorgeschreven eed of verklaring en belofte. HOOFDSTUK IV ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 7 - Taak van de voorzitter in de vergadering De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het geven van gelegenheid aan de leden hun mening over het onderwerp dat aan de orde is kenbaar te maken; d. het formuleren van de toezeggingen die het college of de burgemeester heeft gedaan; e. het formuleren van de door de vergadering te beslissen vraagpunten en conclusies; f. het melden van de uitslag van de stemmingen; g. wat de wet of dit reglement hem/haar verder opdraagt. Artikel 8 - Benoeming plaatsvervangend voorzitter 1. De raad benoemt uit zijn midden een of meerdere plaatsvervangend voorzitters. 2. De raad kan een benoemd plaatsvervangend voorzitter uit zijn/haar functie ontheffen als hij/zij niet langer het vertrouwen van de raad heeft. 3. De benoeming vindt in principe plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij het tussentijds openvallen van een plaats. 4. De raad besluit op voorstel van het presidium over het takenpakket van de plaatsvervangend voorzitter. Toelichting artikel 8 9 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L.

van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangers wordt het voorzitterschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet waargenomen. Artikel 9 – Nestor 1. De raad wijst uit zijn midden de nestor van de raad aan. 2. De aanwijzing vindt in principe plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij het tussentijds openvallen van die functie. Toelichting artikel 9 In de regel wordt het lid dat het langst zitting heeft gehad in de raad, als nestor aangewezen omdat hij/zij het beste de geldende mores van de raad kan uitdragen. Verder voert de nestor namens de raad het woord bij bijzondere gelegenheden, zoals bij het einde van de zittingsperiode. Bij verhindering of niet-aanwezig zijn van de nestor wordt hij/zij waargenomen door het lid dat het langst zitting heeft in de gemeenteraad. Indien leden evenveel jaren zitting hebben in de raad, gaat het oudste lid in jaren voor. Artikel 10 – Presidium 1. De raad heeft een presidium. Het presidium is een commissie als bedoeld in artikel 83 juncto artikel 84 van de Gemeentewet. 2. Lid van het presidium zijn de fractievoorzitters van de groeperingen die hebben deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezingen voor de leden van de raad en als zodanig zijn geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet.

Bij afwezigheid van een lid van het presidium wijst dit lid een vervanger aan, die lid van de raad is. 3. Het presidium wordt technisch voorgezeten door de voorzitter van de raad en bijgestaan door de griffier en indien nodig een of meer door hem/haar aan te wijzen functionarissen. 4. De voorzitter kan voorstellen de plaatsvervangend voorzitters van de raad, de voorzitters van fracties die niet in het presidium zijn vertegenwoordigd, de voorzitters van raadscommissies en derden uit te nodigen voor een vergadering van het presidium. 5. Het presidium doet voorstellen voor de procedurele, organisatorische en vergadertechnische zaken met betrekking tot de raad. Verder voert het presidium alle overige werkzaamheden uit die in dit reglement of in andere door de raad vastgestelde verordeningen opgedragen worden. 6. Het presidium stelt de agenda voor vergaderingen van de raad - zo mogelijk na digitale raadpleging - voorlopig vast. 7. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. 8. Voorstellen vanuit het presidium die kunnen leiden tot besluitvorming in de raad, worden door het presidium ter kennis gebracht van het college. Toelichting artikel 10 Het presidium wordt technisch voorgezeten door de voorzitter van de raad. Bij zijn/haar afwezigheid zorgt het presidium zelf voor vervanging van de voorzitter.

Voorstellen voor de conceptraadsagenda komen tot stand in overleg tussen de griffier en de commissiegriffiers waarbij de uitkomsten van de commissievergaderingen worden betrokken. Na afloop van het presidium worden openbare besluiten of mededelingen bekend gemaakt. 10 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Indien er geen presidiumvergadering is gepland, vindt de voorlopige vaststelling van de raadsagenda plaats door digitale toezending van de concept-raadsagenda, waarbij de leden gedurende een bepaalde termijn in de gelegenheid worden gesteld hun opmerkingen kenbaar te maken. Artikel 11 – Werkgeverscommissie De raad benoemt uit zijn midden de leden van de werkgeverscommissie. Toelichting artikel 11 De taken en bevoegdheden van de werkgeverscommissie zijn nader uitgewerkt in de Verordening werkgeverscommissie Rotterdam. Artikel 12 – Griffier 1. De griffier legt, alvorens zijn/haar ambt te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af: 2. “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, die de Gemeentewet en door de raad vastgestelde of vast te stellen instructie aan het ambt van griffier hebben verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” (“Dat verklaar en beloof ik!”). 3.

De griffier is aanwezig bij raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium. 4. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. Alvorens zijn/haar functie uit te oefenen legt hij/zij de eed of verklaring en belofte af overeenkomstig het eerste lid. 5. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel 13 – Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij het begin van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een kandidatenlijst slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. Door tussenkomst van de voorzitter wordt de raad zo spoedig mogelijk schriftelijk geïnformeerd indien: a. één of meer leden van een fractie op eigen initiatief als zelfstandige groep gaan optreden; b. de meerderheid van de leden van een bestaande fractie heeft besloten dat één of meer leden van de fractie als zelfstandige groep gaan optreden.

Een mededeling als bedoeld in deze bepaling moet ondertekend zijn door alle resterende leden van de oorspronkelijke fractie; c. twee of meer fracties als één fractie of groep gaan optreden; 11 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

d. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. 4. Een groep als bedoeld in het derde lid, sub a en b, wordt aangeduid met de naam van de voorzitter van de groep. 5. Wanneer de situatie veranderd is door het derde lid, wordt dit reglement toegepast met ingang van de eenentwintigste dag die volgt op de dag waarop de mededeling is ontvangen. 6. Een fractie of groep als bedoeld in dit artikel stelt de voorzitter van de raad direct schriftelijk in kennis van degene die het voorzitterschap van die fractie of groep bekleedt. Toelichting artikel 13 Het is gewenst een bepaling op te nemen over het melden van wijzigingen die zich (kunnen) voordoen ná de fractievorming aan het begin van elke raadsperiode. Dit is onder meer gewenst met het oog op de voor de raadsfracties geldende faciliteiten. Het derde lid van dit artikel onder a en b gaat in op de situatie dat een lid zich afsplitst van een fractie (sub a), of dat een lid wordt afgesplitst (sub b, men spreekt in een dergelijke situatie ook wel van ‘uit de fractie zetten’). Een mededeling als bedoeld in het derde lid onder sub b is alleen geldig indien deze mededeling wordt ondertekend door alle overblijvende leden van de oorspronkelijke fractie, met dien verstande dat het aantal ondertekenaars in ieder geval meer dan de helft van de leden van de oorspronkelijke fractie vertegenwoordigt.

Voor fracties met twee leden is een afsplitsing op grond van artikel 3, derde lid, sub b daarom niet mogelijk. Het raadslid van een fractie die uit één persoon bestaat, dient schriftelijk te verklaren zelfstandig te gaan optreden. Fracties die ontstaan door afsplitsing worden aangeduid met de aanduiding groep gevolgd door de naam of namen van de perso(o)n(en) die de groep vormt/vormen. Indien een door afsplitsing ontstane groep uit meerdere personen gaat bestaan, kan die groep aangeven dat uitsluitend de naam van één van haar leden wordt gevoerd. In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist de voorzitter van de raad over de naamgeving. Op grond van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Rotterdam 2019 ontvangen fractievoorzitters een toeslag op de tegemoetkoming raadslidmaatschap. In verband hiermee moet onomstotelijk vast te staan wie binnen een fractie deze taak op zich heeft genomen. Indien geen datum wordt genoemd in de opgave aan de voorzitter, is de datum van ontvangst door de voorzitter bepalend. HOOFDSTUK V HET HOUDEN VAN DE VERGADERINGEN Artikel 14 - Dag en uur van de vergaderingen 1. De raadsvergaderingen worden in principe gehouden op donderdag om de drie weken en beginnen om 10.00 uur. 2. Een vergadering wordt uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, met uitzondering van bijzondere omstandigheden die door de raad worden bepaald. 3.

De voorzitter kan in bijzondere gevallen en zo mogelijk na overleg met het presidium een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere locatie aanwijzen. Toelichting artikel 14 Na een ochtendzitting wordt de vergadering in de regel voor de duur van één uur geschorst. 12 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Na een middagzitting wordt de vergadering in de regel voor de duur van anderhalf uur geschorst. De voorzitter en de leden kunnen ter vergadering een voorstel van orde doen om af te wijken van de reguliere vergadertijden. De volgende vergaderingen worden als een buitengewone raadsvergadering aangemerkt: de afscheidsraad, de installatieraad, de vergadering waarin het college in oude samenstelling afscheid neemt, de vergadering waarin het college in nieuwe samenstelling wordt benoemd, de vergadering, waarin de begroting en de voorjaarsnota voor het volgende jaar wordt behandeld en vergaderingen die voor een specifiek agendapunt worden uitgeschreven waaronder onder andere de nieuwjaarsrede van de burgemeester. Artikel 15 Geluid- en beeldregistraties, toehoorders en pers 1. 2.

3. 4.

Van de openbare vergaderingen worden beeld- en geluidregistraties gemaakt. Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, melden dit voorafgaand aan de voorzitter en volgen zijn/haar aanwijzingen. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Toelichting artikel 15 De beeld- en geluidregistraties van openbare vergaderingen worden via internet openbaar gemaakt door middel van live-uitzendingen en video on-demand. Aanwezigen bij openbare vergaderingen kunnen hierop herkenbaar in beeld zijn. Het is in principe niet toegestaan beeld- en geluidsopnamen te maken. Foto’s mogen uitsluitend zonder flits worden gemaakt. Vertegenwoordigers van de media mogen vanaf de perstribune beeld- en geluidsopnamen maken. Artikel 16 – Oproep vergadering 1. 2. 3.

4.

5.

6.

De voorzitter roept, met uitzondering van spoedeisende vergaderingen, de leden ten minste vijf dagen van tevoren schriftelijk tot de vergadering op. Voordat de schriftelijke oproep wordt gepubliceerd, stelt het presidium de agenda van de vergadering voorlopig vast. Tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering en de agenda openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproeping op elektronische wijze gepubliceerd. Indien stukken als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet aan de raad worden aangeboden of voor de raad ter inzage worden gelegd, besluit de raad over bekrachtiging van de opgelegde geheimhouding. De voorzitter kan na publicatie van de agenda, voorstellen aan de agenda toevoegen. De toegevoegde voorstellen worden uiterlijk 24 uur voor het begin van de vergadering aan de leden ter beschikking gesteld. Wanneer de raad een onderwerp voor de openbare beraadslaging onvoldoende voorbereid acht, kan de raad besluiten om het onderwerp te bespreken in een raadscommissie of de stukken terug te sturen naar het college voor nadere inlichtingen of advies. 13 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

7.

Bij een verzoek voor een spoedeisende vergadering wordt rekening gehouden met een minimale voorbereidingstijd.

Toelichting artikel 16 De oproep voor de vergadering, de agenda en de bijbehorende stukken zijn in de regel één week voorafgaand aan de raadsvergadering, digitaal te raadplegen in het raadsinformatiesysteem. Het laatste woord over de agenda is aan de raad. De door het presidium vastgestelde agenda heeft een voorlopig karakter en wordt door de raad vastgesteld. De raad kan de agenda wijzigen door het aanvaarden van een voorstel van orde. Ook de volgorde van de voorstellen op de agenda kan op die wijze worden gewijzigd. Bij een verzoek voor een spoedeisende vergadering wordt rekening gehouden met een minimale voorbereidingstijd om zich op een ordentelijke wijze voor te kunnen bereiden op de vergadering en om naar de vergaderlocatie te komen. De te hanteren minimale voorbereidingstijd is ter beoordeling aan de voorzitter. Aanvullende informatie van het college ten behoeve van de bespreking van onderwerpen in de raad – spoedeisende gevallen uitgezonderd – wordt in de regel vier dagen voor de raadsvergadering aangeboden aan de raad door tussenkomst van de griffie. In spoedeisende gevallen moet aanvullende informatie uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan de vergadering om 15.00 uur worden aangeboden aan de raad door tussenkomst van de griffie.

Indien daarna nog aanvullende informatie aan de raad wordt aangeboden met betrekking tot een onderwerp dat op de agenda staat, zal de voorzitter de raad bij de vaststelling van de agenda in overweging geven om de behandeling van het onderwerp uit te stellen tot een volgende vergadering. De raad heeft het laatste woord of het desbetreffende onderwerp wel of niet behandeld zal worden. Er wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij artikel 19 van de Gemeentewet om de agenda en de daarbij behorende voorstellen openbaar te maken. Onder ‘voorstellen’ moet worden verstaan: de concrete raadsvoorstellen en de eventueel bijbehorende openbare documentatie. De openbare documenten voor de raadsvergaderingen kunnen geraadpleegd worden via het raadsinformatiesysteem. Geheime stukken zijn voor de leden van de raad beschikbaar in de ‘digitale kluis’ en op aanvraag in de fysieke kluis. Van het inzien van de geheime documenten wordt een (elektronisch) register bijgehouden. Vertegenwoordigers van de media dienen zich vooraf aan te melden bij de griffie als zij een vergadering of activiteit van de gemeenteraad of een commissie willen bijwonen. Artikel 17 – Verhindering tot bijwoning vergadering Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de voorzitter.

Toelichting artikel 17 In de praktijk wordt de mededeling van verhindering door tussenkomst van de griffie gedaan. Artikel 18 – Presentielijst

14 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

1. 2.

3.

De leden tekenen de presentielijst in de volgorde van binnenkomst bij de fysieke vergadering. Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering verlaat, meldt dit bij het verlaten van de vergadering aan de griffier die dit vermeldt in de presentielijst. Zolang een lid zich niet op de in het tweede lid bedoelde wijze heeft afgemeld en daarvan in de presentielijst geen aantekening is gemaakt, wordt het lid geacht aanwezig te zijn.

Toelichting artikel 18 Met name wanneer de besluitvorming zonder hoofdelijke stemming plaatsvindt, is het van belang dat ondubbelzinnig vaststaat welke leden aan de besluitvorming hebben deelgenomen. Door een strikte toepassing van het tweede lid kunnen dergelijke problemen worden voorkomen. Artikel 19 – Openbare vergadering, ontbreken quorum 1.

2.

De vergadering wordt geopend door de voorzitter - of bij zijn/haar afwezigheid door een plaatsvervanger - op het tijdstip waarop deze is belegd indien het vereiste aantal leden op basis van de presentielijst aanwezig is. Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden niet aanwezig is, leest de griffier de namen van de afwezige leden op. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden.

Toelichting artikel 19 Bij afwezigheid van de voorzitter op het tijdstip dat de vergadering is belegd of op het afgesproken tijdstip waarop een vergadering na een schorsing wordt hervat, (her)opent de plaatsvervangend voorzitter de vergadering. Volgens artikel 20 van de Gemeentewet wordt de vergadering van de raad niet geopend voordat op basis van de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 20 - Vaststellen agenda 1. 2. 3.

De agenda wordt bij het begin van de raadsvergadering door de raad vastgesteld. Bij het vaststellen van de agenda kan de raad besluiten andere dringende onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Agendapunten die op grond van het tweede lid van dit artikel worden toegevoegd, worden aan het eind van de agenda geplaatst.

Toelichting artikel 20 Nadat de vergadering is geopend en de mededelingen zijn gedaan, stelt de raad zijn agenda vast. De agenda is meestal opgebouwd uit de volgende onderdelen: 1. Opening, in memoriam en beëdiging nieuwe leden, mededelingen (incl. indienen initiatieven); 2. Vaste huishoudelijke punten (vaststelling agenda, notulen, lijst van ingekomen stukken, bekrachtiging geheimhouding; 3. Hamerstukken; 15 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

4. Interpellatiedebatten; 5. Reguliere debatten naar aanleiding van een commissieadvies en/of reguliere debatten naar aanleiding van een verzoek van een of meer raadsleden; 6. Tweeminutendebatten: debatten naar aanleiding van een commissie advies en/of naar aanleiding van een verzoek van een of meer raadsleden; 7. Benoemingen; 8. Indiening motie vreemd aan de orde van de dag; 9. Stemvenster; 10. Sluiting. Hamerstukken Onderwerpen waarover in de raadscommissies is aangegeven dat geen van de fracties hierover een debat of stemming wenselijk acht. Regulier debat Een uitgebreid debat over de onderwerpen die op de agenda zijn geplaatst, in principe in ten hoogste twee termijnen. Hieronder vallen alle onderwerpen die op verzoek van een commissie of een of meer leden zijn geagendeerd. Als een raadscommissie in meerderheid van mening is dat de (politieke) oordeelsvorming in de commissie nog niet is afgerond, adviseert zij een regulier debat, zodat er tijdens de raadsvergadering nog ruimte is om de oordeelsvorming onderling en met het college voort te zetten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij complexe onderwerpen, onderwerpen met grote politieke gevoeligheid, of wanneer tussen commissie- en raadsbehandeling nog aanvullende informatie door het college wordt toegestuurd.

In deze gevallen zal er behoefte zijn om in de raadsvergadering de oordeelsvorming af te ronden alvorens tot besluitvorming over te gaan. Indien een regulier debat is aangevraagd door één of meer leden, zonder voorafgaande commissiebehandeling, dan toetst de griffier de aanvraag aan de algemeen geldende criteria als bedoeld in artikel 25, lid 4. Tweeminutendebatten Hieronder valt het geven van een korte verklaring en eventueel het indienen van een motie naar aanleiding van een verzoek van een raadslid of een onderwerp op de agenda dat eerder in de raadscommissie is behandeld Fracties worden in de gelegenheid gesteld het standpunt over eventuele moties toe te lichten. Als de commissie van oordeel is dat het onderwerp voldoende besproken is in de commissie, zal zij een tweeminutendebat adviseren. Deze debatvorm is er met name voor bedoeld om in de raadsvergadering en voorafgaand aan de stemming het oordeel van de fractie wereldkundig te maken, al dan niet uitgedrukt in de vorm van moties of amendementen. Moties vreemd aan de orde van de dag Moties ‘vreemd aan de orde van de dag’ zijn beleidsarm en zonder financiële consequenties: de motie is van een zodanige aard dat beeld- en oordeelsvorming vooraf niet noodzakelijk is. Dit wordt door de griffier getoetst en wordt voorzien van advies.

Immers, het uitgangspunt is dat de raad pas een besluit kan nemen als er voorafgaand zoveel mogelijk gelegenheid is geweest om aan beeld- en oordeelsvorming te doen. Indien er sprake is van een negatief behandeladvies wordt dit op de agenda vermeld.

16 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Bij het behandelen van de agenda wordt de numerieke volgorde van de door het presidium vastgestelde concept-agenda gevolgd tenzij de raad anders bepaalt. Indien een voorstel dat op de agenda staat wordt teruggenomen door het orgaan waarvan het afkomstig is, blijft het onderwerp op de agenda staan tenzij de raad besluit het onderwerp niet te behandelen. Als één of meer raadsleden voorstellen van orde doen over onderwerpen op de agenda, dan geeft de voorzitter de (eerste) indiener de gelegenheid het voorstel toe te lichten. Daarna volgt meteen stemming over het al dan niet honoreren van het verzoek. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel van orde geacht niet te zijn overgenomen. Artikel 21 – Notulen 1. 2. 3. 4.

De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. Zij worden digitaal aan de leden beschikbaar gesteld zoveel mogelijk gelijktijdig met de agenda en de overige voorstellen. De op de agenda geplaatste concept-notulen worden door de raad vastgesteld. De vastgestelde notulen, inclusief de daarin bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen, worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 22 – Inhoud notulen De notulen bevatten: a. de namen van de voorzitter, de griffier, aanwezige leden en wethouders, de afwezige leden, en de namen van de leden die de vergadering vroegtijdig hebben verlaten en overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een zakelijke, woordelijke weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van degenen die het woord hebben gevoerd; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de aanwezige leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich conform artikel 28 van de Gemeentewet van stemming hebben onthouden en de leden die niet in aanwezig waren; e. de tekst van de in de vergadering ingediende moties, amendementen en subamendementen en de wijzigingen hierop. f. een vermelding van ingediende initiatieven van raadsleden; g. voorstellen van orde. Artikel 23 – Ingekomen stukken 1.

2. 3. 4.

Bij de raad ingekomen stukken, voor zover deze niet als vertrouwelijk of geheim zijn aangemerkt, worden op een lijst geplaatst. De griffier adviseert ten aanzien van elk stuk op welke wijze het desbetreffende stuk procedureel wordt behandeld. De lijst wordt beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. Na de vaststelling van de notulen wordt de door de voorzitter voorgestelde procedure van afdoening van de ingekomen stukken behandeld. De behandeling van een stuk als in het vorige lid bedoeld, heeft uitsluitend betrekking op de procedurele wijze van afdoening, tenzij de raad anders beslist. De vastgestelde lijst van ingekomen stukken, inclusief de daarin bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen, wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.

17 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

5.

6.

Spoedeisende stukken met betrekking tot de eerstvolgende vergadering van de raad worden uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan die vergadering om 15.00 uur, aan de raad aangeboden. Ingekomen stukken die met toepassing van artikelen 25 of 86 van de Gemeentewet aan de raad zijn gezonden, worden uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan die vergadering om 15.00 uur aan de raad aangeboden.

Toelichting artikel 23 De lijst van ingekomen stukken wordt dagelijks aangevuld en stukken worden in het raadsinformatiesysteem openbaar gepubliceerd. De lijst van ingekomen stukken is te raadplegen via het raadsinformatiesysteem. Stukken die raads- of commissiebehandeling behoeven worden in de regel uiterlijk twee weken voor de eerste behandeling door het college aan de raad aangeboden. HOOFDSTUK VI INSTRUMENTEN VAN DE RAAD Artikel 24 – Raadsinstrumenten De raad kent de volgende instrumenten: a. interpellatie; b. regulier debat; c. tweeminutendebat; d. initiatiefvoorstellen en initiatiefnotities; e. actualiteiten; f. schriftelijke vragen; g. enquête; h. eenvoudig onderzoek. Artikel 25 – Inleidende bepalingen met betrekking tot de instrumenten van de raad 1. Een verzoek om interpellatie, een verzoek voor het houden van een (tweeminuten)debat, of een verzoek voor het instellen van een onderzoek, wordt uiterlijk de tweede werkdag voorafgaand aan de eerstvolgende vergadering om 15.00 uur schriftelijk ingediend bij de voorzitter. In spoedeisende gevallen kan van deze termijn worden afgeweken. 2. Een verzoek om een actualiteit wordt uiterlijk de werkdag voorafgaand aan de eerstvolgende actualiteitenraad om 11.00 uur schriftelijk ingediend bij de voorzitter.

In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen dat een verzoek als bedoeld in dit lid op een eerder tijdstip moet zijn ingediend. 3. Een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt in beginsel in behandeling genomen als het voorzien is van een motivering en door ten minste één lid is ondertekend, met dien verstande dat een verzoek voor een actualiteit uitsluitend door één raadslid (de indiener) kan worden ondertekend. 4. De griffier toetst een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid aan de algemeen geldende criteria. Hij/zij adviseert de voorzitter over het al dan niet in behandeling nemen ervan. 5. De griffier brengt een in behandeling genomen verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. Hij/zij zendt tevens een afschrift van het verzoek aan het college. Indien een verzoek niet in behandeling wordt genomen, dan stelt hij/zij de verzoeker daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. Toelichting artikel 25 18 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

Verzoeken van leden van de raad moeten twee werkdagen voorafgaande aan de raadsvergadering om 15.00 uur zijn ingediend. In de regel is dat op de dinsdag voorafgaand aan de vergadering. Een indieningstermijn voor verzoeken is nodig om de raadsleden en het college in de gelegenheid te stellen het debat ordentelijk voor te bereiden. Voor actualiteiten geldt een kortere voorbereidingsperiode vanwege de aard en het karakter van dit raadsinstrument. In de regel is dat de dag voorafgaand aan de actualiteitenraad om 11.00 uur. Algemeen geldende criteria zijn: of het juiste instrument wordt ingezet, de aanwezigheid van een motivering, de ondertekening voorzien van na(a)m(en) en handtekening(en), het taalgebruik, de tijdigheid van indiening, het feit of er door één of meer raadsleden al een ander instrument van de raad is ingezet voor hetzelfde onderwerp en het feit dat het onderwerp niet onlangs is besproken in de raad of een commissie dan wel op korte termijn - waarbij de raadscyclus van drie weken wordt aangehouden als richtlijn - wordt geagendeerd in de raad of commissie. Als verzoeken met toepassing van een verschillend instrument van de raad met betrekking tot een vrijwel zelfde onderwerp worden ontvangen, wordt in de regel het eerst ontvangen verzoek in behandeling genomen.

De verzoeker van het eerst ontvangen verzoek kan dit desgewenst vervangen door een aangepast gezamenlijk verzoek. Het feit dat al een ander instrument van de raad is ingezet, vormt geen belemmering indien nieuwe feiten of omstandigheden de inzet van een ander instrument rechtvaardigen. Indien de reguliere termijn voor de beantwoording van schriftelijke vragen is verstreken, vormt het feit dat deze vragen gesteld zijn geen belemmering meer om een ander instrument van de raad over het onderwerp in te zetten. De griffier adviseert de voorzitter over het al dan niet in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien de griffier negatief adviseert, dan wordt dit advies met toelichting bij de agenda geplaatst. Bij de inzet van instrumenten van de raad geldt een prioritering naar zwaarte van het instrument: interpellatie, regulier debat, kort debat, actualiteit, en schriftelijke vragen. INSTRUMENTEN TIJDENSDE RAADSVERGADERING Artikel 26 – Interpellatie 1.

2.

3.

Een raadslid kan door middel van een schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 25 een debat aanvragen met als doel om één of meerdere leden van het college verantwoording af te laten leggen. De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid zijn verzoek nader te motiveren en toe te lichten. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan.

Toelichting artikel 26 Het houden van een interpellatie, ook wel bekend als verantwoordingsdebat, is één van de mogelijkheden van de raad om het college en de burgemeester te vragen verantwoording af te leggen over het gevoerde bestuur. Het recht van interpellatie heeft 19 Portefeuillehouder: voorzitter raad Stellers: M.R.D. Binda, L. van Koppen, V.A.M. Lorijn

Raadsvergadering van 20 oktober 2022 Raadsstuk 22bb006629

betrekking op onderwerpen van een meer bestuurlijk (politiek) gewicht. De interpellatie kan uitmonden in een motie van wantrouwen waarin het vertrouwen in één of meer leden van het college wordt opgezegd of een motie van afkeuring of treurnis waarin de handelwijze van een of meer leden van het college wordt afgekeurd of betreurd. Artikel 27 – Regulier debat 1. Een raadslid kan een schriftelijk verzoek doen als bedoeld in art 25, om een onderwerp vreemd aan de orde van de dag als regulier debat in een vergadering te agenderen. 2. De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid om zijn/haar verzoek nader toe te lichten. 3. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan. Toelichting artikel 27 Het uitgangspunt is dat de raad pas een besluit kan nemen als er voorafgaand zoveel mogelijk gelegenheid is geweest om aan beeld- en oordeelsvorming te doen. Reguliere debatten zonder commissiebespreking zijn daarom alleen aan de orde als er een (politiek) urgent onderwerp speelt dat geen uitstel duldt. Artikel 28 – Tweeminutendebat 1.

2. 3.

4.

5.

Een raadslid kan naar aanleiding van de beraadslagingen in een commissie of de behandeling van een onderwerp in de actualiteitenraad als bedoeld in artikel 30 van dit reglement, verzoeken een onderwerp op de agenda te plaatsen voor het indienen van één of meer moties of amendementen op een voorliggend raadsvoorstel. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan. Andere raadsleden kunnen naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid een motie indienen die betrekking heeft op het onderwerp van het tweeminutendebat. Elke fractie voert slechts gedurende twee minuten het woord. De gebruikte spreektijd van fracties wordt in mindering gebracht op toegekende spreektijd conform artikel 43 van dit reglement. Interrupties zijn beperkt toegestaan binnen de twee minuten.

Toelichting artikel 28 Het tweeminutendebat is bedoeld om met het indienen van één of meerdere moties een raadsuitspraak te vragen over een onderwerp dat is besproken in de commissie of een actualiteit bedoeld in artikel 30 van dit reglement. Ieder raadslid kan een tweeminutendebat aanvragen. In de regel vindt bij de bespreking van het desbetreffende onderwerp in de commissie of de actualiteiten bedoeld in artikel 30 van dit reglement al een aankondiging van het voornemen tot het indienen van een verzoek voor het houden van een tweeminutendebat plaats. De griffier toetst bij indiening van het verzoek of het onderwerp aan de orde is geweest in de commissie of de actualiteiten als bedoeld in artikel 30 van dit reglement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e7ec57ac-e799-4ef2-935b-deb514b63121