[22bb006568] Verslag hoorzitting subcommissie Bestemmingsplannen van 4 oktober
Tekst van het document
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
Voorzitter
:
Aanwezig
:
T. de Haan N. Akhatab (Denk), G.G. van Dijk (Christenunie), D. van Dommelen (VVD), J.G. Rozema (Partij voor de Dieren), V.A. Bruin (Leefbaar Rotterdam), P.J.H.D. Verkoelen (50Plus), H. Wempe (Volt), A. Kockelkoren (GroenLinks) tot 19.45 uur
Tevens aanwezig
-
Ambtelijke ondersteuning:
R.T.J.M. Volman, M. Zee
College van B&W:
-
Griffie
1.
:
N. Ferreira (commissiesecretaris), M.R.D. Binda (commissiegriffier), Demisec (notulist)
Opening en agenda
De voorzitter opent de openbare hoorzitting van de Subcommissie Bestemmingsplannen en heet allen welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Vlasblom van Bij1 en van de heer Verhoeven van Leefbaar Rotterdam. Van reclamanten 5, 7, 10 en 15 heeft de commissie schriftelijke reacties ontvangen. 2.
Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
Reclamant 2: Mevrouw T. van Oosten is aanwezig namens St. tot Behoud Kern en Plassen Hillegersberg en Vereniging Stedebouwkundig Wijkbehoud Hillegersberg-Schiebroek-Terbregge. Ze is verheugd dat er na drie jaar planvorming eindelijk om inspraak wordt gevraagd en start haar betoog met de cultuurhistorische kwaliteit. Het is goed dat de cultuurhistorische kwaliteit in het plan is vastgelegd. Dat was immers al toegezegd bij de vaststelling van het vorige bestemmingsplan. De vraag is echter of men een laag 'waarde' over een afgewogen bestemmingsplan kan leggen, zonder de gevolgen voor de daaronder gelegen toegelaten ontwikkelingen te toetsen. Zij denkt in het bijzonder aan de Strekkade, een smalle, kwetsbare strook waar vroeger twee molens stonden,
pagina 1
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen maar die inmiddels als tuinen in gebruik is met allerlei illegale bebouwing. Het is belangrijk dat er wordt gecontroleerd en handhavend wordt opgetreden. In het nieuwe plan wordt het aantal toegestane recreatiewoningen verdubbeld tot vijftien, maar ook de bebouwingsmogelijkheden nemen sterk toe. Per kavel mag er namelijk 80 m2 bebouwd worden. Ze vindt dat deze waarden afzonderlijk getoetst moeten worden aan de cultuurhistorische waarde van het gebied. Het gedogen van de gemeente van niet-toegestane ontwikkelingen stoort de reclamant sterk. Ze geeft enkele voorbeelden met afbeeldingen. Zowel de toegestane uitbreidingsmogelijkheden als het niet handhaven van illegale ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de cultuurhistorische waarden. Daarom verzoekt zij om de voorgestelde ontwikkelingsmogelijkheden actief en voorafgaand aan besluitvorming over het bestemmingsplan te toetsen aan de cultuurhistorische waarde, voor het hele plangebied. Vervolgens zou de gemeente handhavend moeten optreden tegen illegale bebouwing, zoals boothuizen, steigers en overkappingen. Reclamant constateert dat er een provinciale opgave ligt om de omgevingskwaliteit ten aanzien van natuur te bevorderen.
In de reactie op haar zienswijze is niet verklaard waarom het natuuraspect niet doorwerkt in het bestemmingsplan. Op de afbeeldingen wordt de Strekkade als natuur aangemerkt, maar die wordt juist helemaal volgebouwd. Reclamant verzoekt om expliciet aan te geven hoe het aspect natuur doorwerkt in de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan en wat de gevolgen zijn voor de toegestane bebouwing. Reclamant verzoekt om betrokken te worden bij de handhaving. De gemeente stelt een bestemmingsplan vast omdat ze voornemens is om het uit te voeren. In dit gebied gaat het om het tegengaan van illegale bouw. Sinds 2009 zijn er minimaal 45 illegale boothuizen gebouwd die de oevers van de plas aantasten. Ervaring leert dat niet elke ambtenaar verzoeken om informatie gelijk behandelt. Ze verzoekt daarom om één lijn te trekken als bewoners om informatie verzoeken of om handhaving vragen. Mevrouw Verkoelen vraagt of reclamant het plan zelf heeft getoetst aan de cultuurhistorische waarde. Als dat niet zo is, is zij dan niet bang dat de toetsing negatief zal uitvallen? De heer Van Dijk dacht aanvankelijk dat de cultuurhistorie in het plan was opgenomen. Hij vraagt aan mevrouw Van Oosten wat er volgens haar is misgegaan of wat er kan misgaan als er niet naar haar geluisterd wordt. Verder vraagt hij wat er volgens haar moet gebeuren met de illegale boothuizen.
De heer Van Dommelen is het met mevrouw Van Oosten eens over de handhaving, maar dat wordt niet geregeld in een bestemmingsplan. Over de bebouwing op de percelen van de Strekkade vraagt hij wat voor haar de gewenste situatie zou zijn. De heer Rozema vraagt of mevrouw Van Oosten in het verleden handhavingsverzoeken heeft gedaan bij de gemeente en welke reactie zij daarop kreeg. Ook hoort hij graag waar er sprake is van laagveenlandschap en of de Strekkade daartoe behoort.
pagina 2
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen Mevrouw Kockelkoren kan zich voorstellen dat er meerdere verzoeken om handhaving zijn gedaan en vraagt hoe die tot nu toe zijn afgehandeld. Mevrouw Van Oosten verzoekt om expliciet aan te geven hoe natuur doorwerkt in de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan. Ze vraagt of ze voorbeelden heeft dat dit elders wel gebeurt. Mevrouw Van Oosten antwoordt dat er een zorgvuldige ruimtelijke afweging is gemaakt, maar dat natuur en de cultuurhistorische waarde daar onvoldoende in zijn meegenomen, waardoor de Strekkade tot één bebouwingslint verwordt. Handhavingsverzoeken zijn in het verleden veelvuldig gedaan. Ook is de gemeente meermaals geïnformeerd over de inhoud van het bestemmingsplan. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Verkoelen vraagt of de ambtenaren een aantal criteria van cultuurhistorische waarden kunnen geven. De heer Rozema vraagt om de meest recente verbeelding, waarin de bestemming cultuurhistorie 1 is toegevoegd. Verder vraagt hij hoe natuur een rol krijgt in de bestemming cultuurhistorie. Mevrouw Kockelkoren vraagt of er expliciete toetsing heeft plaatsgevonden naar de nieuwe bestemmingsplanlaag cultuurhistorie. Ook hoort ze graag hoe de natuurwaarden goed vastgelegd kunnen worden in het bestemmingsplan.
De heer Volman antwoordt dat de kaart pas aan het eind van het traject wordt gemaakt. In dit geval geldt de aanduiding over het gehele plan, dus het hele plan krijgt de aanduiding waarde cultuurhistorie 1 toegekend. Er is gekeken hoe het beschermd stadsgezicht in andere bestemmingsplannen is geregeld. De grondslag is vaak de beschrijving van beschermd stadsgezicht, maar in dit geval geldt vooral de cultuurhistorische verkenning als onderbouwing. Daarin werden criteria gevonden, die, op aanraden van andere indieners van zienswijzen, vergeleken zijn met andere locaties. Deze criteria zijn gebundeld en in het raadsvoorstel opgenomen. Reclamant 9: De heer P. van Herk spreekt namens de eigenaar van perceel 58 en 62. Twee jaar geleden heeft hij het voorgenomen bestemmingsplan gezien en besloten om erop te reageren, omdat de locatie waar zijn ouders al 65 jaar op een woonark wonen niet als woonlocatie was ingetekend. Inmiddels heeft de gemeente toegezegd dat de ark op de huidige locatie mag blijven liggen, maar het blijft groengebied in eigendom van de gemeente, die het overigens jarenlang heeft verwaarloosd. Reclamant pleit ervoor om de percelen de bestemming 'recreatie' te geven. Zijn volgende punt heeft betrekking op Strekkade 62. Daar ligt een boot, die jarenlang diende als verblijf voor de havenmeester, maar de bewoners zijn overleden.
De ligplaats heeft echter geen bestemming 'wonen' en dat zou hij graag gewijzigd zien. De woonark van perceel 58 zou dan op termijn eventueel verplaatst kunnen worden naar perceel 62, waarmee de groenbestemming van perceel 58 recht wordt gedaan. De heer Van Dommelen vraagt de heer Van Herk om een nadere uitleg van zijn
pagina 3
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen wens over de woonboten. Mevrouw Verkoelen vraagt of ze het goed begrijpt dat er op het perceel nr. 62 niets meer gebeurt en dat de bedoeling is dat de activiteiten van perceel nr. 58 daarnaar verplaatst worden. Ze vraagt wat er dan met perceel nr. 58 gebeurt. De heer Rozema merkt op dat de schuren die op het perceel staan, illegaal zijn gebouwd. Hij vraagt waarom de schuren zonder toestemming van de gemeente zijn neergezet. Mevrouw Kockelkoren merkt op dat op nr. 62 geen ligplaats is toegestaan en deze daarom niet is opgenomen in het bestemmingsplan. Dat lijkt haar een logische redenatie en ze vraagt een reactie hierop. De heer Van Herk legt uit dat de woonark van nr. 58 bij voorkeur op de huidige plaats blijft liggen. In het bestemmingsplan is dit perceel echter als groen/plantsoen aangegeven. De grond is en blijft in eigendom van de gemeente, al wonen zijn ouders daar. Als zijn ouders overlijden, zal de ligplaats vermoedelijk worden opgeheven. Als de woonboot verwijderd moet worden, zou hij deze graag naar nr. 62 verplaatsen, waar nu een illegale woonboot ligt. Daarom verzoekt hij om van nr. 62 een toegestane ligplaats voor een woonboot te maken.
De schuren op de kade zijn altijd gedoogd, omdat permanente bewoners van een woonark een plek nodig hebben voor de stalling van spullen. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Kockelkoren vraagt een reactie op zienswijze punt 9.7, dat gegrond is verklaard. Ze vraagt hoe de afweging om de schuren te legaliseren tot stand is gekomen. De heer Van Dijk vraagt of het klopt dat de boot op perceel nr. 58 weg moet. Ook hoort hij graag of de situatie bekend is en of er door de gemeente gewerkt wordt aan een oplossing, los van de bestemmingsplanprocedure. Mevrouw Verkoelen sluit zich aan bij deze vragen en vraagt naar de status van Strekkade 62. De heer Volman antwoordt dat het bouwen van schuurtjes gemeld moet worden bij de gemeente en dat dit destijds niet gebeurd is. Over zienswijze punt 9.7 zegt hij dat dit de opstallen op de nutstuin betreft. Daar was bebouwing al toegestaan. Mede op basis van de zienswijze van reclamant 2 heeft de gemeente besloten beter aan te geven waar de schuurtjes staan. Hij sluit niet uit dat er elders ook nog kleine bouwwerken staan. Reclamant vraagt of het mogelijk is om een deal te maken met de gemeente over het verplaatsen van de woonboot van perceel 58 naar 62. Dat is goed denkbaar, maar past niet in de bestemmingsplanprocedure. Overigens is het huurcontract niet persoonsgebonden.
Mevrouw Zee veronderstelt dat het om een privaatrechtelijke overeenkomst gaat. Zolang er een ligplaatsvergunning is voor nr. 58, mag deze plek gebruikt worden, ongeacht of de bewoners nog leven of niet. Vergunningverlening gaat buiten het
pagina 4
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen bestemmingsplan om. De heer Van Dijk stelt dat er voor het bestemmingsplan geen enkele aanleiding is om te denken dat de woonark van nr. 58 op termijn verwijderd moet worden. Mevrouw Zee antwoordt dat dit de correcte interpretatie is. Mevrouw Kockelkoren stelt dat de ruilverkaveling gaat om nr. 62, waar volgens het bestemmingsplan geen woonark mag komen te liggen. Dat kan dan dus niet? Mevrouw Zee antwoordt dat het verzoek is om te zijner tijd te kijken of nr. 62 op basis van een vergunning aangewezen kan worden als ligplaats voor een woonark. De heer Volman stelt dat de inspreker bij de actualisatie van de Verordening Woonschepen zou moeten langskomen om dit te regelen. In deze verordening zijn plaatsen aangewezen waar woonschepen mogen liggen. Reclamant 11, 12, 13 en 14: De heer mr. J.G.M. Roijers spreekt in namens de heer Van Doorne, de heer Brocades Zaalberg, de heer Ciolina/mevrouw Leemreis en de heer Ouwerkerk. Hij start met zijn betoog namens de heer Van Doorne over het bouwoppervlak. Reclamant heeft voor zijn perceel aan Strekkade 32b gepleit om zijn bebouwingsmaximum te vergroten tot 68,3 m2. In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om maximaal 40 m2 toe te staan.
Ten onrechte is gekozen voor een motivering die is afgestemd op het beroep van de heer Van Doorne op de vergunning voor Strekkade 36. Reclamant heeft zichzelf niet beperkt tot deze vergunningverlening uit 2018, maar heeft zich beroepen op het feit dat de maximale 40 m2 was ontleend aan de interne bouwregels die de watersportvereniging ruim vijftien jaar geleden hanteerde voor haar leden inzake de perceeltjes op de eilanden in de Bergse Achterplas. Destijds was 40 m2 passend binnen de beperkte omvang van de perceeltjes, maar dat is daarmee geen deugdelijke planologische grondslag voor het vaststellen van een bebouwingsmaximum op de recreatieve percelen aan de Strekkade. Reclamant heeft in zijn zienswijze aangetoond dat volgens het geldende bestemmingsplan op de eilanden gemiddeld een maximaal bouwoppervlak van 54 m2 wordt toegestaan. In dat licht valt niet te rechtvaardigen dat voor zijn perceel aan de Strekkade maximaal 40 m2 bouwoppervlak wordt toestaan, te meer omdat zijn perceel ruim twee keer zo groot is als de percelen op de eilanden. Het perceel is ook groter dan het totale grondoppervlak van Strekkade 36, waarvoor in 2018 een bebouwingoppervlak van 68,3 m2 is vergund. Om die redenen is reclamant van oordeel dat er een maximum voor het bouwoppervlak zou moeten gelden van bij voorkeur 68,3 m2, of in ieder geval 54 m2.
Zo'n bebouwingsmaximum is mede gerechtvaardigd, omdat ten opzichte van het oorspronkelijke de mogelijkheid van het realiseren van boothuizen aan de Strekkade is verdwenen. In het ontwerp wordt op het perceel van reclamant een veranda toegelaten van 12 m2. Dit is volgens hem een te beperkte maatvoering, omdat hij daarmee niet uit de zon en regen kan zitten. Hij pleit voor het toestaan van een veranda van 20 m2.
pagina 5
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen Op de verbeelding is ter plaatse van het waterdeel van perceel 32b de aanduiding 'aanlegsteiger' opgenomen. Daardoor kunnen huidige aanlegsteigers behouden blijven. Reclamant meent dat dit voorschrift moet worden aangepast, zodat hij zijn aanlegsteiger in geval van verrotting gedeeltelijk of geheel nieuw kan aanleggen, volgens dezelfde afmetingen. De heer Brocades Zaalberg heeft een zienswijze ingediend over de bouwhoogte. Reclamant vraagt aandacht voor een verduidelijking van de bouwregel over de toegestane bouwhoogte. De zienswijze betreft Strekkade 52, met bestemming 'recreatie-2'. In artikel 21.1, sub a wordt bepaald dat de grond bestemd is voor recreatiewoningen, bijgebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn. In artikel 21.2, sub h/i ontbreken bouwregels voor de hoogte van bijgebouwen. Reclamant stelt voor om te vermelden dat de bouwhoogte voor recreatiewoningen ook geldt voor de bijgebouwen. Reclamant pleit ervoor dat op zijn perceel een maximumbouwhoogte wordt toegestaan van 3,5 meter. In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat met het toestaan van hogere gebouwen de mogelijkheid ontstaat dat deze in het zicht komen, wat vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst is.
Reclamant acht dit geen deugdelijke motivatie. De hoogte van de hagen wordt in het bestemmingsplan niet voorgeschreven, maar aan de Strekkade zijn de meeste hagen veel hoger dan 3,5 meter. Bovendien is er eerder al tot driemaal toe een vergunning verleend voor recreatiewoningen aan de Strekkade met een hoogte van 3,5 meter. Dat volgens het bestemmingsplan een maximale hoogte van 3 meter voor de recreatiewoning en 2,5 meter voor de bijgebouwen wordt gehanteerd, wordt niet onderbouwd. Reclamant verzoekt om bouwregel 21.2, sub h aan te passen. De zienswijze van de heer Ciolina en mevrouw Leemreis overlapt deels die van de heer Brocades Zaalberg. Anders is echter dat in de reactie op het raadsvoorstel niet is ingegaan op de bezwaren omtrent de bouwhoogte. Reclamanten verzoeken om hier alsnog naar te kijken. Zij stellen voor om bouwregel 21.2, sub h aan te passen tot een bouwhoogte van 3,5 meter. Daarnaast vragen zij bouwregel 21.2, sub i aan te passen, die stelt dat bouwwerken, niet zijnde gebouwen, niet hoger mogen zijn dan 2 meter. De luifel aan de woning van Strekkade 53 zou hieronder gelden, maar daarvoor is een bouwhoogte van 2,5 meter toegestaan. Deze uitzondering zou uitgewerkt moeten worden in bepaling 21.2, sub i. Over het bouwoppervlak heeft reclamant geconstateerd dat er een afwijkingsbevoegdheid wordt opgenomen van 10%, wat leidt tot een maximum van 70 m2.
Met deze regeling kan hij instemmen. Dat geldt ook voor de heer Ouwerkerk. Zijn betoog is qua inhoud gelijk aan dat van de heer Ciolina, met uitzondering van de luifel. De heer Rozema merkt op dat reclamanten vooral kijken wat er bij de buren mogelijk is. Hij zou graag horen wat zij van het bestemmingsplan zelf vinden: staan zij achter het stedenbouwkundige verhaal? De heer Van Dijk vraagt of het klopt dat bij één reclamant de maximale bebouwing op 40 m2 vastgesteld blijft en bij anderen een wijzigingsbevoegdheid
pagina 6
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen is afgegeven. Als dat zo is, waarom is dat dan zo geregeld? De heer Roijers antwoordt dat reclamanten Ouwerkerk en Ciolina zich kunnen vinden in de voorgestelde afwijkingsbevoegdheid voor het bouwoppervlak. De heer Brocades Zaalberg heeft geen zienswijze ingediend over het bouwoppervlak. De heer Van Doorne vindt de stedenbouwkundige invulling niet correct, op basis van een vergelijking met de eilanden in de Bergse Achterplas. De maatvoering die hij vraagt, 68,3 m2 of 54 m2 vindt hij een passender invulling. Over de bouwhoogte vinden reclamanten het niet te rijmen dat de gemeente vier jaar geleden aangaf dat 3,5 meter past bij de stedenbouwkundige invulling en nu daarop terugkomt en stelt dat 3 meter het maximum is. Daar komt bij dat er al diverse vergunningen voor 3,5 meter zijn afgegeven en dat woningen van 3,5 meter hoog volledig wegvallen in de begroeiing. Reclamanten Ciolina en Ouwerkerk hebben bovendien een alternatief voorstel gedaan. Zij pleiten voor het creëren van een ondergrondse bebouwingsmogelijkheid van maximaal 0,5 meter om de bouwhoogte te compenseren. De toegestane bebouwingsoppervlakten kennen een verschillende historische achtergrond.
Omdat het perceel van de heer Van Doorne kleiner is dan dat van andere reclamanten, geldt voor hem geen afwijkingsbevoegdheid. Echter, het perceel is vele malen groter dan het perceel op nr. 38 die wel 68,3 m2 heeft gebouwd en vele malen groter dan de eilandjes in de Bergse Achterplas. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Kockelkoren vraagt of de uitspraken kloppen dat er elders 68,3 m2 en 3,5 meter bouwhoogte is vergund. Ze ervaart een spanningsveld tussen de wens om percelen te bebouwen en het openhouden van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Blijkbaar is de motivatie niet helemaal helder in de beantwoording terechtgekomen. Hoe ziet de ambtelijke ondersteuning dat? De heer Rozema vraagt wat er gebeurt met vergunde oppervlakten en bouwhoogten die niet in overeenstemming zijn met de planregels; geldt daarvoor het overgangsrecht? De heer Van Dijk vraagt of het vergunnen van 3,5 meter bouwhoogte precedentwerking heeft. Ook hoort hij of de voorgestelde tussenoplossing al bekend was bij de gemeente en hoe die gewogen wordt in relatie tot het bestemmingsplan en de cultuurhistorische aspecten. De heer Volman antwoordt dat er diverse aanvragen zijn gedaan voor het bouwen tot 3,5 meter. De motivering wordt bij elke aanvraag meegegeven. Hij erkent dat er een spanningsveld is met wat de gemeente wil qua cultuurhistorie en natuurwaarden.
De stedenbouwkundige onderbouwing van de bouwhoogte is dat een hoogte van 3 meter voldoende is om een goed product te leveren. Gewezen wordt op het feit dat op de eilandjes afwijkende hoogtes worden toegestaan. De gemeente vindt dit geen goede vergelijking, want de eilandjes hebben een andere dynamiek dan de Strekkade. De stedenbouwkundige redenering is dat heel grote kavels die voor 10% bebouwd worden nog steeds een luchtig beeld geven. Het perceel van reclamant Van Doorne is 299 m2. Met 40 m2 heeft hij dus veel meer dan 10% bebouwing. De tussenoplossing betrof de bijgebouwen die wat hoger zijn dan nu wordt
pagina 7
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen toegestaan. Vanuit het overgangsrecht is besloten om de bouwmogelijkheden voor deze gebouwen over te nemen uit de vergunning. Omdat er nu meer bebouwing wordt toegestaan, lijken enkele getallen niet meer doelmatig en zijn ze vervallen verklaard. Ondergronds bouwen wordt niet toegestaan, vanuit cultuurhistorisch perspectief. Reclamant 16 en 17: De heer mr. R. Smit spreekt namens VvE Bergse Dorpsstraat-Kerkstraat en Slagerij Tol. Hij start met reclamant 16 van VvE Bergse Dorpsstraat-Kerkstraat. Over punt 16.1 voelt de VvE zich voldoende geïnformeerd. Naar aanleiding van punt 16.2 erkent hij dat hij de bepaling in het bestemmingsplan verkeerd heeft geïnterpreteerd. Er staat namelijk: “detailhandel, opslag en administratie, op de begane grond”. Dit werd door hem gelezen alsof de opslag en administratie zich op de begane grond moeten bevinden. De bedoeling blijkt echter te zijn dat de detailhandel zich op de begane grond bevindt en op de verdieping opslag en administratie. Hij adviseert om de formulering te verduidelijken. Volgens punt 16.4 is wonen in de plint niet mogelijk gemaakt, terwijl dat volgens het bestemmingsplan wel mogelijk was. De VvE is de gemeente hier erkentelijk voor.
Over punt 16.6 is de zienswijze van de VvE akkoord verklaard, maar er is aangegeven dat het tot Kerkstaat 8 loopt, terwijl dit Kerkstraat 8a en 8b moet zijn. Reclamant 17 is slagerij Tol. De zienswijze betreft perceel 825, een magazijn van Tol. Dit is aangepast naar detailhandel. Omdat opslag ook mogelijk is op de begane grond en de eerste verdieping, is detailhandel een goede bestemming, waarmee de reclamant uit de voeten kan. Naar aanleiding van de zienswijze is van perceel 891 de bestemming 'gemengd2' gewijzigd in 'detailhandel', terwijl Tol het liever 'verkeer, erf' als bestemming houdt, omdat dit beter aansluit bij de zienswijze en bij het gebruik van het perceel. Het perceel wordt gebruikt voor laden en lossen ten behoeve van de winkels aan de Bergse Dorpsstraat. Mevrouw Kockelkoren ziet in de beantwoording dat de zienswijze gegrond is verklaard, maar begrijpt dat de reclamant het toch liever anders had gewild, namelijk geen detailhandel, maar erf. De heer Van Dijk vraagt over punt 16.2 of het klopt dat het tekstvoorstel nadere aanpassing behoeft. De heer Smit antwoordt dat de zienswijze met betrekking tot de bestemming van het perceel inderdaad gegrond verklaard is, maar dat de reclamant liever bestemming 'erf' ziet, omdat dit beter aansluit bij het gebruik.
Over punt 16.2 stelt hij voor dat de tekst wordt aangepast, zodat duidelijk is dat de opslag en administratie op de verdieping kan plaatsvinden. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Kockelkoren vraagt waarom er gekozen is voor bestemming 'detailhandel' en of het mogelijk/wenselijk is om het om te zetten naar 'erf'. De heer Volman antwoordt dat er niet gekozen is voor bestemming 'erf', omdat in het vigerende bestemmingsplan de achterbouw ook de bestemming ‘achterbouw’
pagina 8
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen heeft. Dat betekent dat er aanbouwen en bijgebouwen achter de winkels toegestaan worden. Het weghalen van deze mogelijkheid is niet gewenst en vergt sowieso aanvullend onderzoek. Daarom is niet gekozen voor bestemming 'erf', hoewel dat op andere plekken wel is gedaan. Op meerdere locaties is er op de begane grond detailhandel en op de verdieping opslag en administratie. Op de betreffende hoek was de nummering zeer ingewikkeld. In het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de entresol van de winkels bij de begane grond hoort en voor detailhandel mogen worden gebruikt. Daarboven bevinden zich nog twee woonlagen. De heer Rozema vraagt hoe de gemeente kan garanderen dat het recht van overpad overeind blijft, zodat reclamant Tol de achterkant van zijn winkel kan bereiken. De heer Volman antwoordt dat de VvE hierover gaat, omdat er een splitsingsakte is. Het hoeft niet in het bestemmingsplan geregeld te worden. Omdat de bestemming 'achterbouw' was, doet het niet ter zake of het gemengde bebouwing is of detailhandel, want voor beide is het toegestaan om het achterliggende terrein te gebruiken voor aanbouw en bijgebouwen. De hoorzitting wordt enkele minuten geschorst.
Schorsing De voorzitter heropent de hoorzitting en meldt dat mevrouw Kockelkoren voor de verdere hoorzitting afwezig is. Reclamant 18: De heer R.P.R. von Weiler spreekt mede namens Stichting BIZ Hillegersberg (reclamant 15). Hij begint met de opmerking dat hij in 2009 reeds voor de commissie verscheen. Het toen voorliggende bestemmingsplan Kern en Plassen voorzag in een mogelijkheid die zeer schadelijk was voor winkeliers en bewoners. De detailhandel heeft het al jaren zeer zwaar. Het winkelgebied is geconfronteerd met ingrijpende veranderingen die het voortbestaan bedreigen. Desondanks heeft het winkelcentrum het overleefd door goede samenwerking tussen de BIZ, ondernemers en pandeigenaars. Belangrijk was daarbij om de politiek ervan te overtuigen dat het gebied interessant was om projecten uit te proberen. Het succes wordt inmiddels door de gemeente gebruikt als schoolvoorbeeld voor samenwerking. Het bestemmingsplan Kern en Plassen blokkeerde echter de verhuur van leegstaande panden voor andere doeleinden dan detailhandel, waardoor er geen fitness- of yogastudio of een schoolwinkel van het mbo-vakcollege gevestigd mag worden. Na veel overleg met de gemeente is het gelukt om dit te veranderen en zijn twee winkels omgebouwd tot woning. Kern en Plassen maakt het echter onmogelijk om panden met een nieuwe functie opnieuw te verhuren aan detailhandel.
Dat leidt tot een grote waardedaling, minder courante panden en een minder divers winkelaanbod. Ondernemers willen geen versmalling, maar verbreding. Op de zienswijze is echter negatief gereageerd, met als reden dat de gemeente dit aspect in de Omgevingswet gaat opnemen om het winkelareaal te kunnen verkleinen. Voor sommige gebieden is dat een goede oplossing, maar lang niet overal en zeker
pagina 9
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen niet in Hillegersberg. De heer Van Dommelen begrijpt de visie en de vraag om een deel van de Bergse Dorpsstraat open te houden voor detailhandel. Het gemeentelijk beleid is echter om detailhandel meer in elkaar te schuiven om winkelgebieden aantrekkelijk te maken. Hij vraagt welke nieuwe detailhandel erbij gekomen is om de winkelstraat weer te laten floreren. De heer Van Dijk vraagt zich af wat de kans is dat de behoefte aan detailhandel weer gaat toenemen. De heer Wempe vraagt naar het verbod op deelvervoer, dat in de zienswijze aan bod kwam. Hij hoort graag of winkeliers openstaan voor deelvervoer, als er binnen het bestemmingsplan ruimte wordt gemaakt en ervoor gezorgd wordt dat het geen overlast veroorzaakt. Hij is ook nieuwsgierig naar de ervaringen met het vakcollege. De heer Von Weiler antwoordt dat winkeliers niet zeggen dat er meer winkels komen in de toekomst. Ze willen echter niet dat het uitgesloten wordt dat de panden weer winkels worden. Nu Hillegersberg steeds aantrekkelijker wordt, kan hij zich voorstellen dat nieuwe ondernemers zich er willen vestigen. Ondernemers willen het vertrouwen van de gemeente dat ze de winkelpanden een goede nieuwe invulling geven.
Bovendien kan er gediscussieerd worden over de vraag wat een winkel tegenwoordig is. Hij is het ermee eens dat er in sommige gebieden in Rotterdam te veel winkels zijn. Daar kan de gemeente delen slopen, verbouwen of een andere functie geven. Dat beleid is op zich goed, maar kan volgens de heer Von Weiler niet over heel Rotterdam worden uitgestort. In Hillegersberg is het namelijk helemaal geen goede oplossing. Over deelvervoer zegt hij dat de trottoirs heel smal zijn, waardoor er voor deelvervoer geen plek is. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning De heer Van Dommelen vraagt wat er volgens de gemeente verstaan wordt onder detailhandel. Verder vraagt hij of het veranderen van de gebruiksfunctie een waardedalend effect kan hebben, zoals de heer Von Weiler betoogt. De heer Rozema vraagt of het zonder buitenplanse wijziging mogelijk blijft om detailhandel te realiseren als de bestemming 'gemengd-1' is. Verder vraagt hij wat het bezwaar voor de gemeente zou zijn om een binnenplanse wijziging mogelijk te maken om detailhandel mogelijk te maken, na een zorgvuldige afweging door het college. De heer Van Dijk vraagt of het gaat om het moment dat een ondernemer besluit te stoppen met zijn winkel en een nieuwe invulling gezocht moet worden voor het pand. Verder hoort hij graag wat erop tegen zou zijn om het winkelgebied als proefgebied aan te wijzen, waar wat meer mogelijk is.
Ook zou een verhuizing binnen het gebied een gelegenheid kunnen zijn om de winkel weg te bestemmen. Tot slot zou het een mogelijkheid kunnen zijn om alleen aan de uiteinden van de straat gedeelten weg te bestemmen, zodat de winkels zich concentreren.
pagina 10
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
De heer Wempe vraagt of gekeken is of het trottoir breder gemaakt kan worden, bijvoorbeeld ten koste van parkeerplaatsen. Mevrouw Zee citeert de ruime definitie van detailhandel. Kort gezegd is het de ondernemer die spullen ter verkoop aanbiedt. Het waardedalende effect is lastig te bepalen. Met de nieuwe bestemming is er veel meer mogelijk met de panden, dus het zou juist een waardeverhogend effect kunnen hebben. Het wijzigen van het gebruik van een bestaand pand gebeurt via de eenvoudige vergunningprocedure. De mogelijkheid van een binnenplanse wijziging past niet bij de uitvoering van het gemeentelijk beleid om winkelgebieden te verkleinen. In het bestemmingsplan hebben de huidige winkels de functie 'detailhandel' gekregen. Onlangs is er gekeken of er nog winkels zijn bijgekomen. Het klopt dat het trottoir smal is. Er is niet gekeken of de stoep verbreed kan worden. De heer Volman voegt eraan toe dat het inrichten van de buitenruimte niet binnen het bestemmingsplan hoort. Er kunnen wel specifieke plekken worden aangewezen voor bijvoorbeeld deelvervoer. De gemeente heeft niet overwogen om het in de huidige buitenruimte aan te geven, maar laat het voorlopig binnen het inrichtingsplan dat samen met de winkeliers en andere gebruikers wordt opgesteld. Ook de provincie hamert erop dat het aantal vierkante meters winkeloppervlak wordt verkleind.
De gemeente gunt de winkeliers een bloeiend winkelcentrum en is van mening dat het verstandig is dat bij een klein gedeelte van het winkelgebied de bestemming 'detailhandel' is gewijzigd. Het vergunnen van nieuwe aanvragen blijft altijd mogelijk, als er maar een goed onderbouwd plan ligt. De heer Van Dijk vraagt of bekend is hoeveel vierkante meter detailhandel eruit gehaald wordt. Ook vraagt hij naar zijn voorstel om alleen aan het einde van winkelstraten de bestemming te wijzigen. De heer Rozema zou graag weten wat er mogelijk is met de kruimelregeling. Is het mogelijk om het pand van het vakcollege opnieuw als winkel te bestemmen? De heer Volman antwoordt dat er slechts enkele panden zijn afgenomen. Door het zuidelijke deel van de Bergse Dorpsstraat is de gemeente al begonnen met het inkorten van de winkelstraat, zodat het winkelgebied geconcentreerd wordt. Mevrouw Zee antwoordt dat met een concreet plan opnieuw beoordeeld kan worden of de functie 'detailhandel' opnieuw vergund kan worden. Zo'n plan wordt wel getoetst aan het vigerende beleid. Reclamant 23: De heer A.L.M. van der Cammen licht zijn zienswijze toe. Hij was onaangenaam verrast dat de overkapping en de botenhuizen op zijn perceel onwettig zijn verklaard in het bestemmingsplan en dat deze verwijderd dienen te worden.
In 2001 heeft hij met toestemming van Watersportvereniging Ons Buiten een bestaande steiger vervangen en een insteekhaven laten graven. In 2007
pagina 11
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen heeft hij dit werk afgemaakt met een overkapping. Omdat botenloodsen niet zijn toegestaan op de locatie heeft hij zich beperkt tot een overkapping over zijn insteekhaven. In het Beeldkwaliteitsplan Botenhuizen worden als nieuwe criteria genoemd: doorlopend groen en zichtlijnen. Hier voldoet zijn perceel volledig aan. Voor de Straatweg en de Strekkade zijn oplossingen gevonden om de clandestiene botenhuizen te behouden. Op de eilandjes zijn botenhuizen en overkappingen verboden. Daardoor moet zijn overkapping gesloopt worden. Het stuit hem tegen de borst dat de gemeente met twee maten meet. Dat wildgroei van botenhuizen niet gewenst is, begrijpt hij, maar een lage overkapping op eigen perceel, die al ruim vijftien jaar zonder klachten bestaat, kan de gemeente niet naar de schroothoop verbannen. Op een enkel detail na, voldoet zijn bouwwerk aan de nieuwe uitvoeringseisen. Bovendien zijn er op de eilandjes twee botenhuizen gelegaliseerd, waarvan een zeer groot gebouw, dat buiten het perceel is geplaatst. De overkapping op zijn perceel ligt binnen de perceelgrens en is veel kleiner. Hij doet een beroep op de gemeente om coulance te betrachten en zijn overkapping toe te staan door artikel 20.2.1, sub k niet van toepassing te verklaren.
Tot slot leest hij de aanvullende toelichting van zijn advocaat voor. Hierin wordt gesteld dat de gemeente de zienswijze onterecht ongegrond heeft verklaard, omdat ten onrechte wordt gesteld dat het begrip 'botenloods' in de breedste zin van het woord moet worden geïnterpreteerd. Omdat het begrip in het bestemmingsplan niet gedefinieerd is, moet de betekenis van Van Dale worden gebruikt en daarin staat dat het een gebouw moet zijn voor het stallen van een boot. Daarvan is op zijn perceel geen sprake. De huidige overkapping is volgens het huidige bestemmingsplan legaal en dient volgens reclamant te worden toegestaan onder het nieuwe bestemmingsplan. Het Conceptbeeldkwaliteitsplan Botenhuizen biedt geen deugdelijke argumentatie om daarvan af te zien. Van precedentwerking hoeft geen sprake te zijn, omdat de insteekhaven de enige plek is op de eilanden waar op eigen perceel een overkapping is gebouwd voor het stallen van een boot. De heer Rozema vraagt of de heer Van der Cammen een vergunning heeft voor de overkapping. Mevrouw Verkoelen vraagt ook of de overkapping op dit moment is toegestaan. De heer Van Dijk begrijpt dat de heer Van der Cammen in 2001 een vergunning heeft gekregen van Watersportvereniging Ons Buiten. Hij vraagt waar die vergunning precies voor was: voor de haven of voor de haven met overkapping.
De heer Van der Cammen antwoordt dat hij geen vergunning heeft aangevraagd bij de gemeente en pas later heeft gehoord dat dit misschien had gemoeten. Voor perceel 442 is echter wel een vergunning afgegeven. Van Watersportvereniging Ons Buiten heeft hij toestemming gekregen om de steiger te bouwen tot zover als het kon. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Verkoelen vraagt of een dergelijke overkapping binnen het huidige bestemmingsplan vergund kan worden. Zo ja, waarom wordt dat dan veranderd in de nieuwe situatie?
pagina 12
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
De heer Rozema vraagt of de overkapping behouden kan blijven door het zelf afgraven van land voor een insteekhaven. Er wordt gewag gemaakt van een vergunning die door een particuliere organisatie is verstrekt. Hij vraagt of er afspraken bestaan tussen de gemeente en Ons Buiten. De heer Van Dijk vraagt of er buiten het bestemmingsplan mogelijkheden zijn om de overkapping alsnog toe te staan. Mevrouw Zee antwoordt dat er uitvoerig overleg is gevoerd met de afdeling Handhaving over de vraag of de overkapping past binnen het huidige bestemmingsplan. In het huidige bestemmingsplan worden alle bouwwerken waaronder of waarin een boot gestald kan worden, beschouwd als botenloods. In het nieuwe bestemmingsplan wordt dat verduidelijkt door onderscheid te maken tussen een botenhuis en een overkapping voor een boot. Er is geen omgevingsvergunning aangevraagd en verleend voor het bouwwerk. Met een insteekhaven kan de overkapping waarschijnlijk ook niet behouden blijven, omdat op de eilanden geen bootoverkappingen gerealiseerd mogen worden. Dat er toch enkele gevallen worden toegestaan, is omdat die in het verleden een vergunning hebben gekregen. Het college is niet voornemens om nieuwe vergunningen te verstrekken voor botenloodsen.
De heer Volman voegt eraan toe dat Watersportvereniging Ons Buiten wel vergunningen verstrekt, maar dat er altijd bij gezegd wordt dat dit geen omgevingsvergunning is. Soms is er toestemming nodig van meerdere partijen. Reclamant 24 en 25: De heer mr. A.G. Hendriks Advocatuur spreekt in namens Watersportvereniging 'Ons Buiten'. De eilandjes in de Achterplas zijn in eigendom van de gemeente. Ons Buiten fungeert als tussenpersoon voor de gemeente en de huurders. Aan de Straatweg heeft de vereniging enkele steigers, zodat huurders naar hun eilandje kunnen varen. Daar is echter geen eigen parkeergelegenheid, dus men parkeert aan de Straatweg. De vraag is of dat kosteloos mogelijk blijft en of de bewoners van de Straatweg dit niet als overlast ervaren. In het huidige bestemmingsplan is daarom een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om op de Molenwerf een parkeerterrein te realiseren. In de gemeenteraad is voorgesteld om zijn zienswijze over het parkeerterrein ongegrond te verklaren en de wijzigingsbevoegdheid is uit het bestemmingsplan gehaald, omdat de aanleiding gedeeltelijk achterhaald zou zijn. Er wordt verwezen naar een oplossing die gevonden is voor het knelpunt van de vuilophaaldienst, maar er is geen oplossing voor het parkeren door leden van de vereniging.
Volgens het raadsvoorstel heeft het college aangegeven niet langer een parkeerterrein te willen realiseren, maar volgens hem heeft het college slechts gesteld dat het niet langer de behoefte heeft om een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, omdat er al langer dan tien jaar geen gebruik van is gemaakt. De vereniging heeft in 2016 echter verzocht om de bevoegdheid toe te passen. Het verzoek om medewerking is in 2017 afgewezen, omdat het parkeren op de Straatweg nog niet als probleem werd gezien. Mocht dat in de toekomst wel zo zijn, dan zou het college alsnog medewerking kunnen verlenen aan de wijzigingsbevoegdheid. Een nieuw feit zou kunnen zijn dat
pagina 13
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen omwonenden het parkeren wel als probleem gaan zien of dat er betaald parkeren wordt ingevoerd. De vereniging heeft gevraagd om het terrein direct als parkeerterrein te bestemmen. Dit is afgewezen omdat het plan onvoldoende concreet is en dat het niet bekend is of het passend en financieel uitvoerbaar is. De vereniging begrijpt niet waarom het nodig is om het nu alvast als parkeerterrein te bestemmen. Ons Buiten verzoekt daarom opnieuw om dit te wijzigen. De heer Van Dommelen vraagt of omwonenden mogelijk problemen hebben met het parkeerterrein. De heer Akhatab vraagt naar het voorstel van de watersportvereniging om verlichting te plaatsen langs het water en op de eilandjes. De heer Hendriks zegt dat de vraag over de verlichting slaat op zienswijze 25, terwijl hij nu zienswijze 24 toelicht. Of omwonenden een probleem hebben met een parkeerterrein, is niet bekend. De vereniging heeft verschillende suggesties voor de vormgeving gedaan en verwacht er geen problemen mee. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Er zijn geen vragen aan de ambtelijke ondersteuning. Reclamant 26: Mevrouw mr. Terlouw spreekt in namens Pathé Theatres B.V. Pathé is verheugd dat het college heeft voorgesteld om het bestemmingsplan in lijn met de zienswijze aan te passen.
Pathé staat niet negatief tegenover het voorgestelde bestemmingsplan, maar had zorgen over de mogelijke interpretatie van de planregels en daarmee mogelijk een vestiging van een andere bioscoop in het plangebied. Mevrouw Verkoelen had verwacht dat inspreker zou opteren voor een algemene regel die het onmogelijk maakt om een nieuwe bioscoop te openen. Mevrouw Terlouw merkt op dat Pathé graag zou zien dat er een algemene regel komt, maar het leek haar te ver gaan om dat in dit verband van de gemeente te vragen. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning De heer Rozema vraagt waarom er geen filmhuis zou mogen komen in het gebied. De heer Van Dijk merkt op dat dit een politieke vraag is. De heer Rozema is het daar niet mee eens. Er wordt niet gemotiveerd waarom filmhuizen en bioscopen uit het bestemmingsplan zijn gehaald. De heer Volman antwoordt dat het een conserverend bestemmingsplan betreft. Op dit moment is de gemeente niet van plan om in een filmhuis of bioscoop in het gebied te voorzien. De gemeente maakt haar bestemmingsplannen zo algemeen mogelijk, maar in dit gebied past een bioscoop niet in de recreatieve
pagina 14
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen mogelijkheden. Reclamant 27: De heer W. Bosma geeft een toelichting op zijn zienswijze. Een aantal zaken uit zijn zienswijze zijn naar tevredenheid beantwoord, maar hij heeft nog enkele opmerkingen over de Emmaschool. Naast deze school staat een garage met een verweerd dak dat waarschijnlijk bestaat uit asbest. Hij heeft de gemeente een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan, namelijk door de garage uit het bestemmingsplan te halen en een omgevingsplanprocedure te starten. Onder de Omgevingswet is het namelijk niet langer noodzakelijk om overgangsrecht in een plan op te nemen; gemeenten mogen hier zelf keuzes in maken. Zo wordt het mogelijk om in een omgevingsplan vast te leggen dat het niet meer langer mogelijk is om asbestdaken te behouden. In de zienswijzennota is de gemeente niet ingegaan op zijn voorstel, maar werd opgemerkt dat Rotterdam geen asbestbeleid voert. Hiermee geeft de gemeente impliciet aan dat de kinderen op het schoolplein aan asbestemissie blootgesteld mogen worden. In zijn zienswijze heeft hij een voorstel gedaan en hij hoopt dat de gemeente alsnog besluit om actie te ondernemen. De heer Van Dijk vraagt of de Emmaschool de zienswijze steunt.
Mevrouw Verkoelen vindt het vreemd dat de heer Bosma de bestemmingsplanprocedure aangrijpt om een mogelijk gevaarlijke situatie aan te kaarten. Zij vraagt of hij met de Emmaschool heeft overlegd over diens verantwoordelijkheid in dezen en of hij het onderwerp al eens elders bij de gemeente heeft aangekaart. De heer Van Dommelen vraagt of de heer Bosma wil dat het garagebedrijf op de locatie verdwijnt of dat het dak vervangen moet worden. De heer Van Dijk vraagt of de heer Bosma contact heeft gehad met het garagebedrijf. De heer Rozema vraagt of het niet beter zou zijn om een thematisch omgevingsplan op te stellen waarmee alle asbestdaken uit de leefomgeving worden geweerd. De heer Bosma heeft contact gehad met leerkrachten van de Emmaschool over het onderwerp, maar dient de zienswijze niet in namens de school. Omdat hij op school geen onnodige onrust wilde creëren, heeft hij besloten om het bij deze hoorzitting in te brengen. Met het garagebedrijf heeft hij nog niet gesproken; dat vindt hij ook niet zijn taak. Het bedrijf hoeft van hem niet weg, maar hij heeft moeite met een asbestdak dat in slechte staat is, wat gevaar kan opleveren voor de omwonenden. Een thematisch omgevingsplan voor asbestdaken vindt hij een goed idee, maar zijn zienswijze is gericht op deze specifieke situatie, omdat hij een gezonde leefomgeving wenst voor zijn kinderen.
Vragen aan de ambtelijke ondersteuning Mevrouw Verkoelen biedt aan om het onderwerp verder te bespreken met de wethouder buitenruimte om te horen wat de gemeente hieraan kan doen.
pagina 15
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen De heer Van Dijk vraagt of de gemeente niet ingaat op het voorstel uit de zienswijze omdat er geen beleid is, of dat er andere beweegredenen zijn. De heer Rozema vindt de reactie op de zienswijze erg summier. De gemeente had kunnen verwijzen naar het asbestloket. Ook vanuit het Bouwbesluit zijn er regels voor gevaarlijke stoffen in en op gebouwen. Mevrouw Zee erkent dat een verwijzing naar het asbestloket verstandig was geweest. Het niet opnemen van de locatie in het bestemmingsplan had het vermeende probleem niet opgelost. Mocht de inspreker van mening zijn dat er op basis van het Bouwbesluit gehandhaafd moet worden, dan staat het hem vrij om een verzoek tot handhaving in te dienen. De voorzitter dankt de insprekers en de ambtelijke ondersteuning hartelijk. 3.
Advisering zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Kern en Plassen
De voorzitter vraagt de commissie of zij instemt met de volgende voorstellen van het college. Reclamant 1
1.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 1.6 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 1.7 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 1.8 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 1.9 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 2
2.1, 2.3, 2.5, 2.6, 2.8, 2.12, 2.16, 2.19, 2.20, 2.21 en 2.25 Collegevoorstel: gegrond. 2.2, 2.4, 2.7, 2.9, 2.10, 2.11, 2.13, 2.14, 2.17, 2.18 en 2.23 Collegevoorstel: ongegrond. 2.22 en 2.24 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. Zienswijze 2 wordt in zijn geheel geagendeerd voor de commissie BWB.
De heer Van Dommelen wil over de Strekkade (punten 2.11, 2.17, 2.18) nog van gedachten wisselen met de wethouder. Mevrouw Verkoelen is het eens met de gegrond- en ongegrondverklaringen, maar twijfelt of de kritiek van de reclamant binnen de bestemmingsplanprocedure hoort. Het is meer een principiële vraag is of de gemeente deze lijn wil volgen. De heer Van Dijk zou de zienswijze willen agenderen voor de commissie om deze verder te bespreken met de wethouder.
pagina 16
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen De heer Rozema wil ook graag met de wethouder over de Strekkade spreken, maar de gemeente houdt zich wel aan de regelgeving, dus is de zienswijze ongegrond. De heer Van Dijk vraagt of iemand op bepaalde punten iets anders wil dan het college. Zo niet, dan kan het collegevoorstel worden overgenomen, met de aanvulling dat er nog met de wethouder over het onderwerp wordt gesproken. Mevrouw Verkoelen vindt het een goede vraag hoe men wil omgaan met het omzetten van gedoogsituaties naar legale situaties. Wel zit ze met het aspect van het recht op overpad: dat moet volgens haar goed geregeld worden in het bestemmingsplan, dus op dat punt is ze het niet eens met het voorstel van de wethouder. De voorzitter vraagt of de commissie daarmee zegt dat de commissie instemt met het voorstel van het college. De heer Van Dommelen zou graag eens willen weten wat de rol van de commissie precies is. Als alleen besloten moet worden of punten gegrond of ongegrond zijn, dan vindt hij het niet nodig om ze allemaal afzonderlijk te bespreken. In de commissie Bouwen, Wonen, Buitenruimte komt hij graag terug op de Strekkade en op de transformatie.
De voorzitter concludeert dat de zienswijze op de punten 2.11, 2.17 en 2.18 wordt aangehouden, totdat een gesprek met de wethouder heeft plaatsgevonden. De heer Rozema begrijpt niet wat zijn rol nu is: hij is er altijd van uitgegaan dat hij de bestemmingsplannen moet toetsen op wet- en regelgeving, ongeacht zijn mening over de inhoud. De voorzitter stelt dat de commissie altijd toetst op wet- en regelgeving en daarbij aangeeft over welke punten ze het gesprek nog wil aangaan in de commissie. Mevrouw Verkoelen stelt dat het opstellen van een beeldkwaliteitsplan voor de Strekkade niet alleen met wet- en regelgeving te maken heeft. De commissie moet oordelen wat ze hiervan vindt. De heer Van Dijk is het hier helemaal niet mee eens. De commissie toetst op wet- en regelgeving, maar die wet- en regelgeving heeft altijd een interpretatie. Hij wil met de wethouder spreken over deze interpretatie. Tot nu toe is altijd afgesproken dat een zienswijze wordt doorgeschoven naar de commissie BWB als er vragen zijn over de interpretatie. Daarom zou hij alles wat over de Strekkade gaat, willen agenderen voor de commissie. De voorzitter concludeert dat zienswijze 2 geheel wordt geagendeerd voor de commissie BWB.
pagina 17
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
Reclamant 3
3.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 3.2 Collegevoorstel: voor kennisgeving aannemen. De commissie gaat niet akkoord. Zienswijze 3.2. wordt geagendeerd voor de commissie BWB 3.3, 3.4 en 3.5 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 3.6 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
De heer Rozema merkt op dat punt 3.2 voor een groter probleem staat, namelijk dat niet duidelijk is wat er gebeurt met gebouwen die illegaal zijn neergezet. Hij denkt dat de reclamant daar een uitspraak van het college over wenst. De voorzitter concludeert dat zienswijze 3.2 wordt geagendeerd voor de commissie BWB. Reclamant 4
4.1, 4.2, 4.3 en 4.4 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 5
5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 5.5 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 6
6.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 6.2 en 6.3 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 6.4 en 6.5 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 6.6 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat niet akkoord, omdat dit over de Strekkade gaat. Dit punt wordt geagendeerd voor de commissie BWB.
Reclamant 7
7.1 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. 7.2 Collegevoorstel: gegrond. 7.3 Collegevoorstel: ongegrond. Zienswijze 7 wordt in zijn geheel geagendeerd voor de commissie BWB.
Reclamant 8
8.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 9
9.1, 9.2, 9.3 en 9.4 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 9.5 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 9.6 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 9.7 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 10, 11, 12, 13 en 14
Deze zienswijzen worden geagendeerd voor bespreking in de commissie BWB.
pagina 18
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen
Reclamant 15
15.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat niet akkoord. Dit punt wordt geagendeerd voor de commissie BWB. 15.2 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 15.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 16
16.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 16.2 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 16.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 16.4 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 16.5 en 16.6 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 17
17.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 17.2 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat niet akkoord. Dit punt wordt geagendeerd voor de commissie BWB
Reclamant 18
18.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat niet akkoord. Dit punt wordt geagendeerd voor de commissie BWB. 18.2 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 18.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 19
19.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat niet akkoord. Dit punt wordt geagendeerd voor de commissie BWB. 19.2 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 20
Zienswijze 20 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 21
21.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 21.2 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 21.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 22
22.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat niet akkoord.
pagina 19
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen Deze zienswijze wordt geagendeerd voor de commissie BWB. Reclamant 23
23.1 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. 23.2 Collegevoorstel: ongegrond. Zienswijze 23 wordt geagendeerd voor de commissie BWB.
Reclamant 24
24.1 en 24.2 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 25
25.1 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 25.2 Collegevoorstel: voor kennisgeving aan te nemen. De commissie gaat akkoord. 25.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 26
Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 27
27.1 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 27.2 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord. 27.3 Collegevoorstel: ongegrond. De commissie gaat akkoord. 27.4 Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
Reclamant 28
Collegevoorstel: gegrond. De commissie gaat akkoord.
De voorzitter vat samen welke punten worden aangehouden: 2 (geheel), 7 (geheel), 10 (geheel), 11 (geheel), 12 (geheel), 13 (geheel), 14 (geheel), 22 (geheel), en 23 (geheel), en; 3.2 Bestemming Groen is anders in gebruik; 6.6 Strenge regels voor oevers Strekkade en oevers Van der Valk locatie; 15.1 Na transformatie nog steeds detailhandel toestaan; 17.2 Geen gemengde bestemming terrein achter winkels; 18.1 Na transformatie nog steeds detailhandel toestaan; 19.1 Na transformatie nog steeds detailhandel toestaan. De volgende toezeggingen is genoteerd: De commissie krijgt uiterlijk 7 oktober 2022 een toelichting naar aanleiding van de vraag van de heer Rozema naar aanleiding van zienswijze 17 over zekerheid dat recht van overpad blijft bestaan. De vragen over asbest door reclamant 27 worden door de commissieleden meegenomen naar de politieke bespreking. Het advies op de zienswijzen die zien op de onderwerpen “de Strekkade”, (transformatie) detailhandel en botenhuizen worden ter bespreking doorgeleid naar de commissie BWB op 12 oktober 2022. De raadsbehandeling is geagendeerd voor 20 oktober 2022, alwaar een definitief besluit wordt genomen
pagina 20
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen over het bestemmingsplan. 4.
Sluiting hoorzitting
De voorzitter sluit dit deel van de hoorzitting. 5.
Inspreker: de heer P. Tol
De voorzitter meldt dat een bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid biedt om bezwaar te maken via het indienen van een zienswijze. De subcommissie heeft besloten een uitzondering te maken voor de heer Tol. Hij heeft aangegeven dat hij benadeeld is door een wijzigingsvoorstel op zienswijze 16 en wil dat graag toelichten. De heer Tol had geen bezwaar tegen het bestemmingsplan en heeft daarom geen zienswijze ingediend. Tot hij ontdekte dat iemand in een zienswijze voorstellen heeft gedaan, die volgens hem leiden tot verkeerde beslissingen. Het blok panden met winkels en woonhuizen aan de Bergse Dorpstraat wordt omschreven als gebouw met drie bouwlagen. De plint is winkel en de eerste en tweede etage zouden magazijn en administratie worden. Het zijn echter slechts twee bouwlagen. Bovendien hebben de woonhuizen een apart adres, nl. Oude Raadhuislaan 2-22. Daardoor worden de woningen onterecht ingedeeld als detailhandel. De begane grond is winkel en de halve verdieping erboven, de entresol, wordt gebruikt als magazijn en administratie. Ook merkte hij dat het binnenterrein dat achter de winkels ligt bestemming detailhandel heeft gekregen. Dat kan volgens hem niet, omdat het binnen de splitsingsakte van de VvE valt, waarin alle bestemmingen zijn opgesomd. Er is heel duidelijk aangegeven wat de rechten zijn op het terrein, dus wie er toegang toe heeft.
Daardoor kan hij altijd bij zijn appartement komen. Er zijn maar tien eigenaren die gebruik kunnen maken van het binnenterrein, dat 's avonds wordt afgesloten. Het verbaast hem dat in de zienswijze van de slager staat dat bewoners geen gebruik kunnen maken van hun recht van overpad als erachter gebouwd zou worden, want er kan op die plek niet gebouwd worden. De voorzitter merkt op dat de bijdrage van de heer Tol wordt meegenomen bij de bespreking van zienswijze 17 in de commissie Bouwen, Wonen, Buitenruimte behandeld zal worden. Vragen vanuit de commissie De heer Van Dijk vraagt waarover de heer Tol zich zorgen maakt. De heer Rozema denkt dat het aantal bouwlagen een interpretatieverschil is en vraagt wat het bezwaar van de heer Tol is. Het bestemmingsplan maakt namelijk
pagina 21
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 4 oktober 2022 Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen meerdere functies mogelijk. Wat maakt het uit dat daar ook administratie of opslag wordt toegestaan? De heer Tol antwoordt dat het hem erom gaat dat de eerste en tweede etage woningen zijn en geen opslag/administratie. De heer Rozema begrijpt de verwarring, maar het zijn en blijven gewoon woningen, ongeacht de bestemming. Hij vraagt wat het bezwaar van de heer Tol dan nog is. De heer Tol heeft er geen bezwaar tegen, maar wil de zekerheid dat de eerste twee verdiepingen als woning gebruikt kunnen blijven worden. Het achterterrein was 'gemengd-2', wat goed was, maar wordt veranderd in' detailhandel'. Hij begreep dat het aangepast gaat worden door 'erf'. Mevrouw Verkoelen reageert dat het niet is aangepast. De indiener van de zienswijze heeft dit wel voorgesteld, maar er is nog niet over besloten. De heer Tol heeft er bezwaar tegen dat het achterterrein bestemming 'detailhandel' krijgt, terwijl in de splitsingsakte staat dat het terrein bij zijn appartementsrecht hoort. Als hij het zou willen bebouwen, gaat de VvE daarmee akkoord. De voorzitter concludeert dat de subcommissie voldoende stof tot nadenken heeft. Op 12 oktober worden het bestemmingsplan in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte verder besproken. 6.
Sluiting
De voorzitter sluit de hoorzitting om 22.21 uur.
pagina 22
Bijdrage Hoorzitting Bestemmingsplan Kern en Plassen op 4 oktober 2022 1. Inleiding Ik ben Tineke van Oosten, voorzitter van de Stichting tot behoud van Kern en Plassen Hillegersberg. Wij zijn al lange tijd betrokken bij de vormgeving van het nieuwe bestemmingsplan en het daarmee samenhangende Beeld Kwaliteitsplan. Dit in vervolg op onze activiteiten en bijdragen aan het huidige bestemmingsplan. Het is verheugend dat ik namens de stichting vanavond het woord mag voeren. Ik beperk onze bijdrage tot enkele hoofdpunten waarvoor wij uw aandacht vragen ter voorbereiding van de behandeling in uw commissie en vervolgens de gemeenteraad.
2. Cultuurhistorische kwaliteit Wij zijn buitengewoon verheugd dat de cultuurhistorische kwaliteit van het plangebied nu ook in dit plan is vastgelegd. Dat dit zou gebeuren was tenslotte al toegezegd bij de vaststelling van het vorige bestemmingplan. Maar wij vragen ons af of je zo maar een laag waarden over een afgewogen bestemmingplan kunt aanbrengen zonder te toetsen of dit gevolgen heeft voor de toegelaten ontwikkelingen die daaronder al zijn gelegen. Anders gezegd: wij vragen ons af of expliciet toetsing heeft plaatsgevonden van datgene dat is gehandhaafd en ongewijzigd is gelaten wel strookt met de nu terecht vastgelegde cultuurhistorische kwaliteit en de vereiste toetsing daaraan. Wij denken hierbij in het bijzonder aan de Strekkade. Dit is een smalle, kwetsbare strook waar in het verleden twee molens stonden en later tuinen zijn ontstaan. Tuinen waarin illegaal tuinhuisjes en recreatiewoningen zijn gebouwd. In het vorige bestemmingsplan is helaas een aantal illegale bebouwing gelegaliseerd. Daarmee is deze illegale bouw niet geëindigd. De illegale bebouwing onder andere in de vorm van expliciet verboden botenhuizen is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dat is geen goede zaak en het is dan ook belangrijk dat hier handhavend tegen wordt opgetreden.