CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb006457] Bijlage behorende bij 22bb6456 - Rekenkamer rapport inzake jongerenwerk

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 7 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Rekenkamerrapport Meer waarde voor jongeren - onderzoek naar effecten van jongerenwerk35.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

voortijdig schoolverlaten en schoolverzuim De gemeente stelt in het NRW onder ‘kansrijk’ onder meer dat jongeren hun school met succes afronden en er dus minder jongeren de school (vroegtijdig) verlaten zonder diploma (zie ook paragraaf 2-3). De meest gangbare kwalificatie die de overheid hanteert, is de zogenoemde ‘startkwalificatie’: een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Dit is volgens de Nederlandse overheid het minimale onderwijsniveau dat nodig is om serieus kans te maken op duurzaam geschoold werk. De gemeente Rotterdam legt de focus voor jongeren op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, dus de school verlaten zonder startkwalificatie. In tabel 3-6 zijn ontwikkelingen in dezen weergegeven. tabel 3-6: voortijdig schoolverlaten (vsv) en startkwalificatie 2017

2018

2019

2020

3,1%

3,4%

3,2%

2,6%

aandeel van de 18- t/m 22-jarigen dat een 59,4%

61,3%

60,1%

61,9%

voortijdig schoolverlaters als aandeel van 12-22 jarigen startkwalificatie heeft

bron: Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2020, oktober 2020; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2021, april 2022.

Het percentage voortijdig schoolverlaters (12-22 jarigen) daalde tussen 2018 en 2020 naar 2,6%. Het percentage van de 18-22 jarige met een startkwalificatie is licht gestegen van 61,3% in 2018 naar 61,9% in 2020. Al met al duiden de cijfers op een lichte verbetering op het gebied van het verminderen van voortijdig schoolverlaten. financiële zelfredzaamheid De onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van het aantal jongeren met financiële problemen.

62 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, ‘De druk op de zorg en de Jeugdhulp in de regio Rotterdam’, mei 2021.

74

meer waarde voor jongeren

tabel 3-7: jongeren met financiële problemen 2018

2019

2020

525

579

1018

aantal jongeren (18 t/m 26 jaar) dat zich bij de gemeente (trajectbegeleider of KBR) meldt met een hulpvraag 63 op het financiële domein aandeel Rotterdamse jongeren (16 tot 25 jaar) met geregistreerde problematische schulden 64

4,3%

4,4% 65

bron: Gemeente Rotterdam, ‘De monitor Schuldenaanpak 2020’, april 2021; CBS, verkregen op 3 januari 2022 van https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/ .

Uit de tabel blijkt dat het aantal jongeren dat zich bij de gemeente meldt met een financiële hulpvraag, tussen 2018 en 2020 bijna verdubbeld is. Hieruit kan niet worden geconcludeerd dat het aantal Rotterdamse jongeren met problematische schulden is gestegen; het is mogelijk dat jongeren het gemeentelijke aanbod beter konden vinden of dat de gemeente meer capaciteit had om de jongeren te helpen. In de onderste rij is zichtbaar dat zowel in 2018 als in 2020 ruim 4% van de jongeren problematische schulden had. In absolute getallen gaat het dan om zo’n 2.210 jongeren in 2018 en 2.230 jongeren in 2020. De verschillen tussen beide aantallen zijn te klein om daaruit te concluderen dat sprake is van een stijgende trend in 2018-2020. Een belangrijke kanttekening is dat het bij ‘geregistreerde problematische schulden’ om een beperkt deel van de jongeren met financiële problemen gaat; jongeren die geen geregistreerde problematische schulden hebben, kunnen alsnog schulden of andere financiële problemen hebben. Zo bleek uit interviews met jongerenwerkers en jongeren dat schuldenproblematiek een veelvoorkomend probleem is onder de groep. De rekenkamer heeft echter geen bruikbare kwantitatieve gegevens gevonden die meer inzicht bieden in de omvang van financiële problematiek onder Rotterdamse jongeren.

jeugdwerkloosheid Onderstaande tabel laat de ontwikkeling zien van het aandeel Rotterdamse jongeren dat een uitkering ontvangt.

63 Dit kan een aanmelding zijn bij de trajectbegeleider van het Expertise Team Financiën (ETF) of een rechtstreekse aanmelding bij de KBR (bijvoorbeeld via het Jongerenloket of een andere samenwerkingspartner). Bron: Gemeente Rotterdam, ‘De monitor Schuldenaanpak 2020’, april 2021. 64 Dit betreft registraties over betalingsachterstanden bij de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), bij BKR geregistreerde betalingsachterstanden en minnelijke trajecten, wanbetalers van de zorgverzekering, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en het Centraal Curatele en Bewind Register (CCBR). Bron: CBS, https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/, verkregen op 25 mei 2022. 65 In de periode oktober 2020 bedroeg het percentage 4,4%. In de periode januari 2020 bedroeg het percentage 4,5%. Omwille van de leesbaarheid en omdat de financiële impact van de coronapandemie in Nederland pas na maart 2020 groot was, wordt alleen het percentage van oktober 2020 hier getoond.

75

meer waarde voor jongeren

tabel 3-8: jongeren met een uitkering 2015

2016

% van de 18- tot 26-jarigen met een

2017

2018

2019

2020

1,5%

1,2%

1,2%

1,1%

3,7%

3,4%

2,8%

2,2%

WW uitkering % van de 18- tot 26-jarigen met een 3,5%

3,5%

uitkering op grond van de participatiewet

bron: Onderzoek010, verkregen op 16 november 2021 van https://onderzoek010.nl/jive?workspace_guid=79873037-196c-4920-b5f9-8cbde7e8f285 ; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2021, april 2022.

De tabel laat zien dat het aandeel jongeren met een WW-uitkering in de periode 20172020 is gedaald van 1,5% naar 1,1%. Het aandeel jongeren met een uitkering op grond van de participatiewet is gedaald van 3,5% in 2015 naar 2,2% in 2020. Uit CBS-cijfers blijkt dat Rotterdam in 2020 relatief meer jongeren met een uitkering (6,3%) telde dan het landelijk gemiddelde (4,7%) én in andere grote steden (6,1% in

Amsterdam, 6% in Den Haag en 3,8% in Utrecht). 66 Bij deze percentages gaat het om

alle uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid die te maken hebben met arbeidsongeschiktheid, ziekte en werkloosheid. Hieronder vallen o.a. uitkeringen in het kader van de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen Jonggehandicapten (Wajong), de Werkloosheidswet (WW) en de Wet Werk en Bijstand (WWB), talentontwikkeling via sport en cultuur Onderstaande tabel laat de beschikbare indicatoren zien met betrekking tot sport- en cultuurparticipatie.

66 bron: CBS Statline, verkregen via https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20317NED/table?dl=62B33 op 16-02-2022.

76

meer waarde voor jongeren

tabel 3-9 sport- en cultuurparticipatie jongeren 2015 % jongeren (15-22 jarigen) dat

2016

56,8%

2017

2018

58,6%

2019

2020

2021

60,9%

maandelijks culturele voorzieningen bezoekt 67 aantal (minderjarige) jongeren dat een

1.314

1.640

1.850

1.810

2.519

2.451

aanvraag doet voor cultuur bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam % jongeren (15-22 jarigen) dat

58,3%

53,2%

61%

62%

wekelijks sport aantal (minderjarige) jongeren dat een

4.448

4.863

4.951

5.249

6.056

5.720

aanvraag doet voor sport bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam

bron: Wijkonderzoek 2015-2017-2019, bewerking OBI (selectie 15-22 jarigen); Jeugdfonds Sport & Cultuur, ‘Jaarverslag 2019’, 2020 en e-mail medewerker Jeugdfonds Sport en Cultuur, 17 november 2021.

Het aantal jongeren dat aangeeft minstens maandelijks culturele voorzieningen te bezoeken, zoals een film, theatervoorstelling, concert, cultureel festival of museum, is gestegen van 56,8% in 2015 tot bijna 61% in 2019. Ook is een stijging zichtbaar in de aanvragen bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur in Rotterdam. Dit fonds vergoedt het lidmaatschap voor kinderen en jongeren van 0 t/m 17 jaar in regio Rotterdam wiens ouders of verzorgers de kosten voor deelname aan sport of cultuur niet kunnen betalen. 68 Het aantal aanvragen voor een culturele

activiteit bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam is bijna verdubbeld: van 1.314 aanvragen in 2015 naar 2.519 aanvragen in 2020. In 2020 is er sprake van een daling in de aanvragen. Dit had volgens de gemeente te maken met de toen geldende coronamaatregelen. 69

Daarnaast is het aantal jongeren dat minimaal wekelijks zegt te sporten iets gegroeid, van ruim 58% naar 62%. In het aantal aanvragen voor sportactiviteiten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam is er ook een stijgende lijn te zien: van 4.448 aanvragen in 2015 naar 6.056 aanvragen in 2019. In het jaar 2020 was er een lichte daling (336 aanvragen minder). Ook dit was volgens de gemeente het gevolg van de toen geldende corona-maatregelen. 70 gezondheid en veilige buurt sociaal-emotionele gezondheid Onderstaande tabel bevat gegevens over de sociaal-emotionele gezondheid van jongeren in Rotterdam.

67 De vraag naar het bezoek van culturele voorzieningen in 2021 is in de laatste meting van het Wijkonderzoek niet uitgevraagd, omdat ten tijde van het veldwerk door coronamaatregelen cultuurbezoek vrijwel niet mogelijk was. Bron: correspondentie ambtenaar 10-03-2022. 68 bron: Jeugdfonds Sport en Cultuur. Jeugdfonds Sport & Cultuur Rotterdam. Verkregen op 8 december 2021 van https://jeugdfondssportencultuur.nl/fondsen/rotterdam/ . 69 bron: E-mail medewerker Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam, 17 november 2021. 70 bron: E-mail medewerker Jeugdfonds Sport en Cultuur Rotterdam, 17 november 2021.

77

meer waarde voor jongeren

tabel 3-10: sociaal-emotionele gezondheid Rotterdamse jongeren 2015

2016

% van de jeugdigen (in het eerste leerjaar van

2017

2018

2019

27,1%

27,8%

28,1%

2020

het voortgezet onderwijs) heeft een verhoogd risico op psychosociale problemen % met hoog risico op psychosociale

9,0%

14,0%

7,1%

9,9%

problemen, 13 t/m 16 jaar % met moeilijkheden met emoties, concentratie, gedrag, omgang met anderen, 13 t/m 16 jaar % hoog risico op depressie of angststoornis,

6,6%

11,4%

43%

57%

9%

12%

18 t/m 23 jaar % matig tot zeer ernstig eenzaam, 18 t/m 23 jaar % overspannen (al dan niet vastgesteld door arts), 18 t/m 23 jaar % jongeren dat zegt tevreden te zijn met de

82,1%

83,5%

79,6%

72%

kwaliteit van hun leven, 15 t/m 22 jaar % (helemaal) niet gelukkig, 18 t/m 23 jaar

9%

12%

bron: Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2019, oktober 2019; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2020, oktober 2020; Gezondheid in kaart, verkregen op 18 mei 2022 van https://gezondheidinkaart.nl/jive?workspace_guid=f00ca306-0654-4246-af19-9a305544532e ; Wijkonderzoek 2015-2017-2019, bewerking OBI (selectie 15-22 jarigen).

Het aandeel jeugdigen dat in de brugklas een verhoogd risico heeft op psychosociale problemen, is in de periode 2017-2019 licht gestegen van 27,1% naar 28,1%. 71 Het aandeel 13-16 jarigen met een hoog risico op psychosociale problemen of moeilijkheden met emoties, concentratie, gedrag of omgang met anderen, is in de periode 2015-2019 gestegen van 9,0% naar 14,0%. 72 Uit diverse landelijk onderzoeken blijkt dat de mentale gezondheid van jongeren onder invloed van corona is verslechterd. Zo blijkt uit onderzoek van het CBS dat in de eerste helft van 2021 een kwart van de Nederlandse jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) psychisch ongezond was. Dat is 10 procentpunten hoger dan het gemiddelde van 2020. Deze jongeren geven vaker dan andere leeftijdsgroepen aan dat zij onrustig, somber en niet gelukkig zijn. 73 Uit tabel 3-10 blijkt verder dat steeds meer Rotterdamse jongeren in de leeftijdscategorie 18 t/m 23 jaar een toenemend risico hebben om een depressie of angststoornis te krijgen: in 2016 ging het om 6,6% en in 2020 steeg dit tot 11,4%. Als het gaat om gevoelens van eenzaamheid zien we bij deze leeftijdscategorie ook een stijging: in 2016 was 43% van deze jongeren matig tot zeer ernstig eenzaam en in 2020

71 Voor deze indicator zijn er over 2020 geen cijfers bekend. 72 Voor deze indicator zijn er over 2020 geen cijfers bekend. De GGD geeft aan dat deze indicator niet meer wordt meegenomen in vervolgonderzoeken. 73 CBS, verkregen op 1 december 2021 van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/35/mentale-gezondheid-in-eerste-helft-2021-op-dieptepunt .

78

meer waarde voor jongeren

steeg dit tot 57%. Ook het aantal overspannen jong volwassenen steeg in deze leeftijdscategorie: van 9% in 2016 tot 12% in 2020. Het aandeel 15- t/m 22 jarigen dat zegt tevreden te zijn met de kwaliteit van zijn of haar leven is in de periode 2017-2020 gedaald van 84% naar 72%. Onder de 18-t/m 23-jarigen zien we dat het aandeel jongeren dat zich ongelukkig voelt, toeneemt: in 2016 gaf 9% aan (helemaal) niet gelukkig te zijn en dat liep op tot 12% in 2020. Dit gegeven is in lijn met de bevindingen uit een onderzoek van het Erasmus MC-Sophia en de Erasmus Universiteit in Rotterdam onder tweeduizend jongeren. 74 Uit dat onderzoek blijkt dat het welzijn van deze jongeren gedurende de tweede coronagolf met veertig procent gedaald is ten opzichte van de eerste golf. Tijdens de eerste golf voelde zestig procent van de deelnemers zich ‘helemaal tevreden’ en tijdens de tweede golf voelde slechts twintig procent van de deelnemers zich ‘helemaal tevreden’. 75 Alle hiervoor genoemde indicatoren over de sociaal-emotionele gezondheid van jongeren wijzen in dezelfde richting, namelijk dat die gezondheid zowel in de periode 2015-2019 als in de periode 2016-2020 gemiddeld minder is geworden. ongezond gedrag Onderstaande tabel geeft het alcohol- en drugsgebruik en ander potentieel verslavend gedrag van Rotterdamse jongeren weer.

tabel 3-11: alcohol- en drugsgebruik door Rotterdamse jongeren 2012 % jongeren met een risico op problematisch

2015

2016

2019

8,8%

11%

3,9%

5%

2020

gebruik van social media, 13 t/m 16 jaar % jongeren met een risico op problematisch gamen, 13 t/m 16 jaar % jongeren dat lachgas heeft gebruikt

12%

9%

6%

5%

7%

10,4%

12,6%

14,0%

3,9%

4,1%

(afgelopen jaar), 18 t/m 23 jaar % jongeren dat overmatige drinkt, 18 t/m 23 jaar % jongeren dat cannabis heeft gebruikt (afgelopen 4 weken), 18 t/m 23 jaar % jongeren dat harddrugs heeft gebruikt (afgelopen 4 weken), 18 t/m 23 jaar

bron: Onderzoek010, verkregen op 16 maart 2022 van https://onderzoek010.nl/jive?workspace_guid=fa8c4c9c-df05-4daa-b461-d075c83b2b0e ; Onderzoek010, verkregen op 16 maart 2022 van https://onderzoek010.nl/jive?workspace_guid=0e0d65a9-9a4a-4a6dbf37-fa4f9a946648 ; Gezondheid in kaart, verkregen op 5 januari 2022 van https://gezondheidinkaart.nl/jive?workspace_guid=e4feb3e8-7f72-41df-8dba-924463ee828b .

74 Zie ook: https://www.growitapp.nl/corona/index.html. Geraadpleegd op 15-12-2021. 75 Het onderzoek bestond uit twee verschillende steekproeven; het is geen herhaalde meting. De jongeren konden zich tijdens twee momenten (meijuni 2020 en december 2020 t/m mei 2021) aanmelden voor het onderzoek. Bron: Correspondentie onderzoeker Erasmus MC.

79

meer waarde voor jongeren

Het percentage jongeren dat risico heeft op problematisch gebruik van social media en gamen is tussen 2015 en 2019 gestegen. Ook steeg tussen 2016 en 2020 het percentage

jongeren met overmatig drankgebruik. 76 Verder is het cannabisgebruik onder jongeren gestegen van 12,6% in 2016 naar 14,0% in 2020. Ook het percentage jongeren dat harddrugs gebruikt is in de periode 2016- 2020 gestegen. Van alle indicatoren in de tabel is alleen het percentage jongeren dan lachgas gebruikt gedaald in de periode 2016-2020. De ontwikkelingen zijn grotendeels in lijn met het landelijke onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam in samenwerking met het landelijke expertisenetwerk Verslavingskunde Nederland. Dit onderzoek richt zich specifiek op kwetsbare jongeren (bijvoorbeeld vanwege gezinsproblemen, werkloosheid etc.) tussen de 16 en 28 jaar. Naast het recreatieve gebruik vóór de coronapandemie, geeft een groot deel van de jongeren aan dat de motieven voor middelgebruik grotendeels veranderd zijn. Zo grijpen ze naar de alcohol en drugs vanwege gevoelens van eenzaamheid, stress, angst en verdriet die door corona zijn ontstaan. Ook wordt het middelengebruik door

jongeren verklaard als een vorm van verzet tegen de opgelegde coronamaatregelen. 77 Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het gebruik van alcohol, drugs en ander verslavend gedrag in de periode 2016-2020 is toegenomen. veilige buurt jeugdoverlast Onderstaande tabel presenteert de beschikbare gegevens over jeugdoverlast in Rotterdam.

76 Bij mannen gaat het meer dan 21 glazen alcoholische drank per week en bij vrouwen om meer dan 14 glazen per week. Bron: GGD Rotterdam Rijnmond. Factsheet Alcoholgebruik van ouderen in de regio Rotterdam-Rijnmond. Juni 2011. 77 Nabben T, Boekholt M & Benschop A., ‘Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2020-2021’, Hogeschool van Amsterdam, 2021.

80

meer waarde voor jongeren

tabel 3-13-2: jeugdoverlast 2015

2016

aantal meldingen van jeugdoverlast,

2017

2018

2019

2020

5.191

5.081

5.910

8.613

2021

vernieling van objecten, vandalisme/baldadigheid en brandstichting % bewoners dat heeft aangegeven veel

12%

12%

11%

14%

12%

12%

12%

13%

3,7%

3,7%

3,4%

3,9%

overlast te ervaren in de eigen buurt van groepen jongeren % bewoners dat heeft aangegeven veel overlast te ervaren in de eigen buurt van ruziemakende en/of schreeuwende jongeren op straat % bewoners dat heeft aangegeven veel overlast te ervaren in de eigen buurt van jongeren die buurtbewoners pesten of intimideren

bron: Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2019, oktober 2019; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2020, oktober 2020; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2021, april 2022 ; Wijkprofiel dataset, OBI (op basis van de vragenlijst wijkonderzoek Rotterdam 2015, 2017, 2019)

Het aantal meldingen van jeugdoverlast, vernieling van objecten en vandalisme/baldadigheid en brandstichting, liet in 2020 een opvallende stijging zien. Verder is in de periode 2017-2021 een lichte stijging (van 12% naar 14%, van 12% naar 13% en van 3,4% naar 3,9%) zichtbaar op drie indicatoren over de ervaren overlast van jongeren (in groepen, schreeuwend of buurtbewoners lastig vallen) in 2021. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat inwoners in Rotterdam in de periode 2017-2021 meer overlast van jongeren zijn gaan ervaren. De rekenkamer heeft hierbij niet onderzocht of er ook daadwerkelijk meer overlast was of dat het meer is opgemerkt door buurtbewoners, bijvoorbeeld omdat ze vaker thuis waren in verband met de lockdowns gedurende de covid-pandemie. jeugdcriminaliteit Onderstaande tabel omvat de beschikbare gegevens met betrekking tot jeugdcriminaliteit.

tabel 3-13: jongeren verdacht van strafbaar feit 2017

2018

2019

2020

% 12- tot 18-jarigen verdacht van een strafbaar feit

3,1%

3,3%

4,1%

4,1%

% 18 tot 23-jarigen verdacht van een strafbaar feit

3,6%

4,2%

5,1%

6,0%

bron: Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2020, oktober 2020 ; Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2021, april 2022.

81

meer waarde voor jongeren

In de tabel is zichtbaar dat het aandeel jongeren dat verdacht is van een strafbaar feit is gestegen in de periode 2017-2020, zowel in de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar (van 3,1% naar 4,1%) als in de leeftijdsgroep 18 tot 22 jaar (van 3,6% naar 6%).

samenvatting opgroeien in kwetsbare gezinssituatie Een belangrijke risicofactor die de kans vergroot dat jongeren problemen krijgen met hun welzijn is het opgroeien van jongeren in een kwetsbare gezinssituatie. Rotterdamse jongeren in kwetsbare situaties zijn in de praktijk een belangrijke doelgroep voor het jongerenwerk. Een kwetsbare gezinssituatie voor een jongere definieert de rekenkamer op basis van de geraadpleegde literatuur als een gezin waarvoor één of meer van de volgende indicatoren geldt: • een laag gezinsinkomen (maximaal 110% van sociaal minimum); • een laag opleidingsniveau van beide ouders (maximaal LBO/VBO, praktijkonderwijs of VMBO niveau 1 of 2); • problemen in onderlinge gezinsrelaties, zoals een slechte relatie met ouders. Voor elk van die indicatoren afzonderlijk zijn relevante percentages onder meer het aandeel kinderen in een gezin met armoederisico (16,6% in 2020), kinderen in een gezin met laag opgeleide ouders (9,8% in 2020) en jongeren die zeggen slachtoffer re zijn geweest van huiselijk geweld (9,1% in 2020). Aangezien één indicator al voldoende is om te spreken van een kwetsbare gezinssituatie, kan alleen al afgaande op indicator ‘laag gezinsinkomen’ worden aangenomen dat minimaal 16,6% van de Rotterdamse jongeren opgroeit in een kwetsbare gezinssituatie.

Op grond van de geraadpleegde cijfers en rekening houdend met de beperkingen daarvan, acht de rekenkamer het aannemelijk dat het aandeel jongeren in Rotterdam dat in kwetsbare gezinssituaties opgroeit mogelijk hoger is. Aangezien Rotterdam zo’n 83.000 jongeren telt, betekent dit dat minimaal 13.800 jongeren opgroeien in kwetsbare gezinssituaties. samenredzaamheid In dit hoofdstuk heeft de rekenkamer samenredzaamheid van jongeren breed beschouwd als verschillende manieren waarop jongeren betrokken zijn bij hun buurt. De samenredzaamheid van jongeren schommelt de afgelopen jaren. Er is geen duidelijke eenduidige trend zichtbaar. Zo schommelt het aantal jongeren dat betrokken is geweest bij een bewonersinitiatief in de periode 2015-2021 tussen de 14% en 17%. Op sommige aspecten is de samenredzaamheid van jongeren toegenomen. Zo steeg het aantal jongeren dat zegt zich verantwoordelijk te voelen voor de buurt van 70,5% in 2015 naar 73,2% in 2021. Op andere aspecten is de samenredzaamheid juist afgenomen. Zo daalde het percentage jongeren dat zegt wekelijks contact te hebben met buren van 50% in 2015 tot 38% in 2021.

82

meer waarde voor jongeren

zelfredzaam en kansrijk Op het gebied van zelfredzaam en kansrijkheid van jongeren zijn er zowel positieve als zorgelijke ontwikkelingen aan te wijzen. wachttijden wijkteams en gespecialiseerde jeugdhulp Eerder in 2018 heeft de rekenkamer vastgesteld dat er wachttijden bestaan voor jongeren die hulp nodig hebben van een wijkteam of van gespecialiseerde jeugdhulp. De druk op de wijkteams en gespecialiseerde jeugdhulp is in de periode 2018-2020 groot gebleven en ook in 2021 en 2022. Zowel wijkteams als gespecialiseerde jeugdhulp hebben te maken met wachttijden voor jongeren die de treeknorm overschrijden. De gemeente erkent dat dit een probleem is voor jongeren. financiële zelfredzaamheid Het aantal jongeren dat zich bij de gemeente meldt met een financiële hulpvraag is tussen 2018 en 2020 bijna verdubbeld tot meer dan 1.000 jongeren. Dit kan betekenen dat het aantal jongeren met een hulpvraag is toegenomen, maar het is ook mogelijk dat jongeren het gemeentelijke aanbod beter konden vinden of dat de gemeente meer capaciteit had om de jongeren te helpen. Het aantal Rotterdamse jongeren met geregistreerde problematische schulden was in de periode 2018-2020 redelijk stabiel, namelijk tussen de 2.200 en 2.300 jongeren.

Een belangrijke kanttekening is dat het bij hierbij om een beperkt deel van de jongeren met financiële problemen gaat; jongeren die geen geregistreerde problematische schulden hebben, kunnen alsnog schulden of andere financiële problemen hebben. Zo bleek uit interviews met jongerenwerkers en jongeren dat schuldenproblematiek een veelvoorkomend probleem is onder jongeren. school en werk Een positieve ontwikkeling is dat het aandeel jongeren dat de school zonder diploma verlaat (voortijdig schoolverlaten) in Rotterdam is verminderd van 3,4% in 2018 naar 2,6% in 2020. Een andere positieve ontwikkeling is dat het aantal jongeren in Rotterdam met een uitkering (WW of Participatiewet) in de periode 2018 – 2020 is gedaald. Hierbij moet wel worden aangetekend dat Rotterdam in 2020 nog altijd een groter aandeel jongeren met een uitkering in het kader van sociale zekerheid (6,3%) telde dan het landelijk gemiddelde (4,7%) én dan in de andere grote steden. sport en cultuur Ten slotte is een gunstige ontwikkeling dat het aantal jongeren in Rotterdam dat zegt aan sport te doen al sinds 2015 stijgt, tot inmiddels 62% in 2021. Ook het bezoek van jongeren aan culturele voorzieningen is toegenomen, al ontbreken gegevens over 2021.

gezondheid en veilige buurt sociaal-emotionele gezondheid De ontwikkeling van de gemiddelde sociaal-emotionele gezondheid van Rotterdamse jongeren is zonder meer zorgelijk te noemen. Zo is in de periode 2016-2020 het aantal jongeren met een hoog risico op depressie of angststoornis toegenomen (van 6,6% naar 11,4%), is het aantal eenzame jongeren toegenomen (van 43% naar 57%) en is het percentage jongeren toegenomen dat aangeeft ‘niet gelukkig’ te zijn gestegen (van 9% naar 12%).

83

meer waarde voor jongeren

Rekenkamer

Rotterdam ongezond gedrag Ook de ontwikkeling van het aantal jongeren met ongezond gedrag in Rotterdam is zorgelijk. Zo nam onder jongeren in leeftijdsgroep van 18 tot en met 23 jaar in de periode 2016-2020 het gebruik van cannabis toe (van 12,6% naar 14%) en ook het aandeel jongeren dat overmatig alcohol drinkt (van 5% naar 7%). Uit landelijk onderzoek blijkt bovendien dat sinds de corona-uitbraak de motieven voor middelengebruik onder jongeren zijn veranderd. Naast het alledaagse recreatieve gebruik, werden deze middelen namelijk ook gebruikt als een ‘coping mechanisme’ tegen gevoelens van eenzaamheid, stress, angst en verdriet die door de coronapandemie zijn ontstaan. Tevens gebruikten jongeren verdovende middelen als een vorm van verzet tegen de opgelegde coronamaatregelen. jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit Inwoners van Rotterdam zijn in de periode 2017-2020 meer overlast van jongeren gaan ervaren. Zo steeg het aantal meldingen van ‘jeugdoverlast, vernieling van objecten, vandalisme/baldadigheid en brandstichting’ in die periode van bijna 5.200 per jaar naar ruim 8.600 per jaar. Ook de jeugdcriminaliteit nam toe. In de periode 2017-2020 steeg het aantal jongeren dat verdacht is van een strafbaar feit, zowel in de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar (van 3,1% naar 4,1%) als in de leeftijdsgroep 18 tot 22 jaar (van 3,6% naar 6%).

tot slot Uit de gegevens die in dit hoofdstuk zijn gepresenteerd komt naar voren dat het welzijn van jongeren in de onderzochte periode in veel opzichten onder druk heeft gestaan.

84

meer waarde voor jongeren

4

activiteiten en bereik jongerenwerk

inleiding In dit hoofdstuk wordt onderzoeksvraag 3 behandeld: Welke activiteiten heeft het jongerenwerk uitgevoerd en hoeveel jongeren bereikten zij daar mee? In dit hoofdstuk wordt op mesoniveau inzicht gegeven in de activiteiten die het jongerenwerk heeft uitgevoerd en hoeveel jongeren zij daarmee hebben bereikt. Dat gebeurt op basis van onder meer de jaarrapportages 2018-2020 van de welzijnsinstellingen in alle veertien gebieden. In pararaaf 4-2 wordt een korte toelichting gegeven op de aanpak van de uitgevoerde analyse van het bereik en de beperkingen in die analyse. De analyse en die beperkingen worden nader toegelicht in de onderzoeksverantwoording (bijlage 1). Hoeveel jongeren in totaal bereikt zijn in Rotterdam wordt beschreven in paragraaf 43. Vervolgens is in paragraaf 4-4 beschreven welk type activiteiten in het Rotterdamse jongerenwerk kunnen worden onderscheiden. Bij deze analyse heeft de rekenkamer vakliteratuur over methodieken van jongerenwerk geraadpleegd, waarbij vooral de indeling van het NJI houvast bood. In paragraaf 4-5 wordt vervolgens het bereik van het jongerenwerk in Rotterdam beschreven per type activiteit. In paragraaf 4-6 wordt beschreven op welk doel en op welke doelgroep(en) de activiteiten waren gericht en met welke organisaties werd samengewerkt.

Daarbij heeft de rekenkamer voor elk type activiteit beoordeeld in hoeverre het doelen ervan logisch aansluiten bij de doelen die de gemeente nastreeft in het Nieuw Rotterdams Welzijn (zie hoofdstuk 2). De samenvatting van het hoofdstuk staat in paragraaf 4-7.

aanpak analyse bereik Om inzicht te krijgen in het aantal jongeren dat door de welzijnsorganisaties is bereikt heeft de rekenkamer de jaarrapportages van de welzijnsaanbieders geanalyseerd. Dit is gedaan voor het startjaar van de aanbesteding, 2018, voor 2019 en voor 2020. Daarnaast heeft de rekenkamer bij de casestudies een inschatting gemaakt van het aantal jongeren dat in die casus werd bereikt. beperkingen analyse De analyse geeft een globaal inzicht in het aantal bereikte jongeren per type activiteit van het jongerenwerk. De reden dat niet meer dan een globaal inzicht wordt geboden, is grotendeels gelegen in het feit dat de jaarrapportages van de welzijnsorganisaties niet voldoende informatie bevatten om een exact inzicht te gegeven. Zo is er onvoldoende informatie beschikbaar over het aantal ‘unieke’ jongeren dat is bereikt Dit betekent bijvoorbeeld dat denkbaar is dat jongeren soms twee keer zijn geteld als

85

meer waarde voor jongeren

‘bereikt’ als zij meerdere malen aan een activiteit hebben deelgenomen. Dit wordt nader toegelicht in de onderzoeksverantwoording (bijlage 1)

totaal bereik Rotterdam In tabel 4-1 staat het totale bereik van de jongerenwerkactiviteiten in Rotterdam tabel 4-1: totaal bereikte jongeren met activiteiten jongerenwerk*

totaal

2018

2019

2020

21.880

24.900

17.800

*Dit betreft niet het unieke bereik. Zie paragraaf 4-2 en de onderzoeksverantwoording (bijlage 1).

Het totaal aantal gerapporteerde bereikte jongeren ligt in de jaren voor de coronapandemie tussen 22.000 en 25.000. Het bereik in 2020 ligt lager, maar dat kan als gevolg van de coronacrisis niet als representatief worden beschouwd voor het ‘normale’ jaarlijkse bereik van het jongerenwerk. Het is niet met zekerheid vast te stellen in hoeverre de getallen in de tabel het exacte uniek bereik betreffen. Het is slechts een globale schatting ervan. Enerzijds kan het unieke bereik in werkelijkheid lager zijn dan in de tabel staat. Welzijnsaanbieders registreren namelijk met name aantallen deelnemers aan activiteiten en het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat een jongere aan meerdere activiteiten deelneemt en dan twee keer is geteld. Anderzijds kan het bereik in werkelijkheid ook hoger zijn dan in de tabel, doordat welzijnsorganisaties niet altijd alle deelnemers aan activiteiten registreren. Zo is in de tabel het bereik van het vindplaatsgerichte jongerenwerk, waaronder ambulante rondes, niet meegenomen in het totaal, omdat van het merendeel van deze activiteiten het bereik niet bekend is en de cijfers dermate uiteenlopen dat de rekenkamer geen inschatting kan maken van het bereik van deze activiteiten. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4-5 en bijlage 2. Het bereik van jongerenwerkactiviteiten per gebied is ook opgenomen in bijlage 2.

Gelet op deze onzekerheden benadrukt de rekenkamer dat het gaat om een schatting van het totale bereik. bereik kwetsbare jongeren De welzijnsorganisaties richtten zich met name op kwetsbare jongeren, dat wil zeggen jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie. Het aandeel jongeren in kwetsbare situatie in Rotterdam was in 2020 minimaal 16,6% (zie paragraaf 3-2-5), wat betekent dat minimaal 13.800 jongeren kwetsbaar waren.. Hoeveel van deze kwetsbare jongeren bereikt werden door de welzijnsorganisaties is moeilijk vast te stellen. De rekenkamer heeft vastgesteld dat vooral recreatieve activiteiten, zoals sportactiviteiten, een groot bereik hebben en dat daarmee ook jongeren werden bereikt die niet in deze doelgroep vallen (zie paragraaf 4-6).

86

meer waarde voor jongeren

type activiteiten methodieken van jongerenwerk Bij het indelen van de activiteiten van het Rotterdamse jongerenwerk in typen activiteiten heeft de rekenkamer gebruik gemaakt van de indeling van het jongerenwerk in verschillende erkende methodieken van jongerenwerk. Deze methodieken zijn (beschrijvingen van) bepaalde vormen van het contact van jongerenwerkers met jongeren, met de daarbij behorende doelgroepen, doelen en aanpak. De methodieken zijn beschreven en onderbouwd door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), met medewerking van de Hogeschool Amsterdam en Sociaal Werk Nederland (de landelijke beroepsvereniging voor sociaal werk). 78 Het NJI onderscheidt negen methodieken. De beschrijving van het NJI staat in het onderstaande kader.

methodieken jongerenwerk volgens het NJI 79 “groepswerk – Gericht op het beïnvloeden van interacties en processen binnen een groep, met als doel om bij te dragen aan de ontwikkeling van de groep als geheel én op individueel niveau. individuele begeleiding – Motiveert jongeren tot positieve gedragsveranderingen en het versterken van hun talenten en kwaliteiten. ambulant jongerenwerk – Jongerenwerkers zijn aanwezig op plaatsen waar jongeren (samen)komen. Dit kan zijn op straat, scholen, pleintjes, sociale media en winkelcentra. Vanuit de leefwereld van de jongeren onderzoeken zij welke mogelijkheden er zijn om jongeren te ‘activeren’ of waar ondersteuning nodig is om obstakels in persoonlijke omstandigheden te overwinnen. de inloop – Een laagdrempelige omgeving waar jongeren (nieuwe) vrienden ontmoeten en vaardigheden opdoen. Jongerenwerkers bouwen hier een betekenisrelatie op met jongeren en sporen aan tot empowerment en participatie. informatie en advies – Als integraal onderdeel van het dagelijks contact tussen jongeren en jongerenwerkers, is deze methodiek erop gericht dat jongeren toegang krijgen tot de informatie die voor hen van belang is. Zo ontwikkelen zij het vermogen om informatie te analyseren en te gebruiken. talentgericht werken – Focus van de jongerenwerker ligt hierbij op het ontwikkelen van interesses, talenten en competenties van jongeren.

Jongerenwerkers bieden jongeren de ruimte om kwaliteiten in te zetten binnen de samenleving en zich persoonlijk te ontwikkelen. meidenwerk – Gericht op identiteitsontwikkeling van meisjes en jonge vrouwen bij wie die ontwikkelvraag voortvloeit uit het ‘vrouw zijn’. peer-to-peer – Jongerenwerk stimuleert en faciliteert interacties tussen jongeren die eigenschappen, ervaringen of vriendengroepen delen, om zo een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van jongeren.

78 Said Awad et. al., ‘Methodiekbeschrijving Youth Organizing’, Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Youth Spot, 1 april 2018, p. 42; Judith Metz & Jolanda Sonneveld, Methodisch werken in het jongerenwerk, Hogeschool van Amsterdam, 1 januari 2018, p. 20. 79 Nederlands Jeugdinstituut, Sociaal Werk Nederland en Youth Spot, Infographic Jongerenwerk, 15 april 2019.

87

meer waarde voor jongeren

youth organizing – Jongerenwerkers stimuleren, motiveren en ondersteunen jongeren om zelfstandig initiatieven te nemen, deze vorm te geven, uit te voeren en te onderhouden. Hierbij gaat het erom dat jongeren de aanzet doen, regie hebben en de verantwoordelijkheid dragen voor de praktische realisatie van het initiatief.”

Bij een activiteit kan gebruik gemaakt worden van meerdere methodieken. Een voorbeeld daarvan is de interventie ‘Join us’ voor eenzame jongeren waarin de methodieken ‘groepswerk’, ‘peer-to-peer’ en ‘informatie en advies’ worden toegepast. 80 indeling activiteiten De Rotterdamse welzijnsorganisaties organiseerden uiteenlopende activiteiten. Op basis van de door het NJI erkende methodieken van het jongerenwerk heeft de rekenkamer de activiteiten van de Rotterdamse welzijnsorganisaties ingedeeld in zeven typen activiteiten. Deze zijn weergegeven en toegelicht in tabel 4-2. tabel 4-2: indeling type activiteiten door rekenkamer type activiteiten

belangrijkste methodieken

omschrijving

recreatieve activiteiten 81

de inloop

Activiteiten met een recreatief karakter, zoals bijvoorbeeld zaalvoetbal. Deze categorie onderscheidt zich van de categorie ‘groepsactiviteiten’ doordat activiteiten een ontspannend karakter hebben.

groepsactiviteiten

groepswerk/informatie en

Groepsactiviteiten die meer inhoudelijk zijn

advies/talentgericht werken 82

gericht, met name op preventie. Voorbeelden zijn huiswerkbegeleiding, voorlichtingen en trainingen.

meidenwerk

meidenwerk

Activiteiten gericht op identiteitsontwikkeling van meisjes en jonge vrouwen in kwetsbare situaties.

individuele begeleiding

individuele begeleiding/informatie en

Één-op-één-begeleiding van jongeren door

advies

jongerenwerkers, zoals jongerencoaching en spreekuren.

vindplaatsgericht jongerenwerk

ambulant jongerenwerk

De aanwezigheid van jongerenwerkers op plekken waar jongeren hun (vrije) tijd doorbrengen. Voorbeelden zijn ambulante rondes op straat, online aanwezigheid en aanwezigheid op scholen.

80 Jolanda van Gerwe & Anne Weijs, 'Join us, Interventie beschrijving Eenzaamheidsaanpak voor jongeren', 29 oktober 2020. 81 De categorie ‘recreatieve activiteiten’ betreft weliswaar activiteiten die vaak in groepsverband plaats vinden, maar worden in deze analyse toch onderscheiden van de categorie ‘groepsactiviteiten’. Met ‘groepsactiviteiten’ van het jongerenwerk wordt namelijk juist gedoeld op activiteiten die geen recreatief karakter hebben 82 Omdat de methodieken ‘informatie en advies’ en ‘talentgericht werken’ nooit losse activiteiten zijn, maar altijd onderdeel zijn van een bepaald type activiteit gebruikt de rekenkamer deze niet als aparte categorie

88

meer waarde voor jongeren

youth organizing

youth organizing

Initiatieven van jongeren die door jongerenwerkers worden begeleid.

peer-to-peer

peer-to-peer

Activiteiten waarbij jongerenwerkers jongeren koppelen aan andere jongeren die een ondersteuningsvraag hebben. De jongeren stimuleren de ontwikkeling van andere jongeren.

Uit het onderzoek komt naar voren dat bijna alle activiteiten van het Rotterdamse jongerenwerk duidelijk gerelateerd waren aan een of meerdere erkende methodieken van jongerenwerk. Voor een nadere toelichting hierop per activiteit, zie bijlage 2. De meeste typen activiteiten werden in vrijwel alle gebieden georganiseerd. Uitzondering daarop waren de peer-to-peer activiteiten (jongeren die andere jongeren helpen bij hun ontwikkeling) die slechts in drie gebieden plaatsvonden. Wel verschilde het per gebied hoe er invulling werd gegeven aan een bepaald type activiteit. Zo werden er in ieder gebied groepsactiviteiten aangeboden, maar waren dat in een aantal gebieden voorlichtingen en in andere gebied trainingen. In bijlage 2 is per type activiteit weergeven wat het bereik was en welke activiteiten zijn georganiseerd.

bereikte jongeren bereik per type activiteit De analyse van de jaarrapportages biedt geen exact inzicht in het aantal jongeren dat met de activiteiten bereikt werd, maar ze bieden wel inzicht in de globale omvang van het aantal bereikte jongeren per type activiteit. In tabel 4-3 is per type activiteit een schatting gegeven van het jaarlijkse bereik . tabel 4-3: bereikte jongeren per type activiteit type activiteit

schatting aantal bereikte jongeren per jaar*

recreatieve activiteiten

10.000 tot 15.000

groepsactiviteiten

3.800 tot 7.500

individuele begeleiding

1.500 tot 2.800

meidenwerk

300 tot 600

youth organizing

200 tot 500

peer-to-peer

< 100

vindplaatsgericht jongerenwerk

onbekend

*In bijlage 2 wordt de schatting verder toegelicht.

Uit dit globale overzicht blijkt dat met recreatieve activiteiten naar schatting 10.000 tot 15.000 jongeren werden bereikt. Verschillende welzijnsorganisaties gaven aan dat de

89

meer waarde voor jongeren

meeste jongeren bereikt werden met sport- en spelactiviteiten. 83 “Als je vraagt aan jongeren “wat wil je?”, dan is het potje voetballen of basketballen.” 84 Het is niet duidelijk hoeveel van de met recreatieve activiteiten bereikte jongeren kunnen worden beschouwd als kwetsbare jongeren. Het is goed denkbaar dat aan recreatieve activiteiten ook jongeren deelnemen die zich niet in een kwetsbare situatie bevinden. Het bereik van groepsactiviteiten was met jaarlijks gemiddeld 5.000 jongeren ook relatief groot, onder meer door voorlichtingen op scholen waarmee veel jongeren bereikt werden. In gebieden waar werd samengewerkt met scholen voor voorlichtingen en trainingen was het bereik relatief hoog. Het bereik van individuele begeleiding is 1.500 tot 2.800. Het bereik van deze activiteit daalde vanaf 2019 doordat er vanaf dat jaar minder jongeren werden bereikt met de aanpak voor voortijdig schoolverlaters. In 2018 kregen de welzijnsorganisaties een lijst met voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) aangeleverd die zij moesten bezoeken. Door problemen met de lijsten werd de aanpak vanaf 2019 aangepast en werd de verantwoordelijkheid van het bezoeken van deze jongeren bij de Regionale Meld- en Coördinatieconsulenten (RMC-consulenten) belegd (zie kader in bijlage 2). In 2018 bereikten de welzijnsorganisaties nog ruim 1.400 jongeren met de vsv-aanpak.

In 2019 daalde dit naar ruim 300 en in 2020 zelf naar minder dan 200. 85 Het bereik van meidenwerk is 300 tot 600 meiden. Alleen in Hoek van Holland zijn geen meidenwerkactiviteiten georganiseerd. Bij twee derde van de meidenwerk activiteiten is het aantal deelnemers onbekend. Daarom is ook van deze activiteit het exacte bereik niet aan te geven. Meidenwerkactiviteiten die werden aangeboden waren onder meer meidenavonden, meidenvoetbal of trainingen aan meiden. Hoewel in bijna alle gebieden meidenwerk werd aangeboden was het aantal activiteiten per gebied beperkt en het bereik in de meeste gebieden laag, namelijk slecht enkele tientallen. Tijdens interviews van de rekenkamer met welzijnsorganisaties, wijkteams en scholen kwam de noodzaak van meer aandacht voor meiden naar voren, omdat deze doelgroep relatief onzichtbaar is en minder goed bereikt wordt. Het bereik van youth organizing activiteiten was beperkt tot 200 á 500 jongeren die zelf initiatief namen. De welzijnsorganisaties gaven aan dat dit meestal jongeren waren die niet in een kwetsbare situatie zaten. Volgens de organisaties waren jongeren in een kwetsbare situatie namelijk niet goed in staat iets te organiseren (zie ook de paragrafen 5-3-3 en 6-4-6). Als er activiteiten georganiseerd werden dan was er over het algemeen wel een veelvoud aan deelnemers ten opzichte van de initiatiefnemers.

Ook het bereik van peer-to-peer activiteiten was met minimaal 10 jongeren in 2020 tot maximaal 70 in 2019 jongeren beperkt. Er was maar één activiteit waarbij de methodiek peer-to-peer duidelijk werd ingezet, namelijk My Schoolcoach. Bij My Schoolcoach worden jongeren ingezet om andere jongeren te begeleiden om zo hun

83 Interviews welzijnsorganisaties. 84 Interview welzijnsorganisaties. 85 Jaarrapportages welzijnsorganisaties, analyse rekenkamer.

90

meer waarde voor jongeren

schoolprestaties te verbeteren en schoolverzuim en -uitval te verminderen. 86 De rekenkamer heeft niet onderzocht waarom de welzijnsorganisaties maar beperkt peer-to-peer activiteiten organiseerden. Jongerenwerkers waren ook actief op plekken waar jongeren te vinden zijn, dus op straat, op school en online. Het bereik van dit ‘vindplaatsgericht’ jongerenwerk is niet goed vast te stellen, doordat de gerapporteerde aantallen ontbreken of sterk uiteenlopend zijn. In twaalf gebieden zijn bijvoorbeeld ambulante rondes gelopen, maar slechts in vijf gebieden is er iets bekend over het bereik. Wel is duidelijk dat de verschillende vormen van het vindplaatsgerichte werken in veel gebieden plaatsvinden en dat in bepaalde gebieden het aantal bereikte jongeren aanzienlijk is (zie bijlage 2). De cijfers lopen echter dermate uiteen dat de rekenkamer geen inschatting kan maken van het totale bereik van vindplaatsgericht jongerenwerk. impact corona De coronamaatregelen zorgden er voor dat in 2020 veel activiteiten niet door konden gaan, vanwege beperkingen aan de groepsgrootte en afstandsmaatregelen. Het contact met jongeren spitste zich tijdens de eerste lockdown vooral toe op naleving van de 1,5-meterregels en online voorlichting. 87 De gemeente vroeg de welzijnsorganisaties namelijk om na het uitbreken van de coronapandemie zeven dagen per week ambulante rondes te lopen in de buitenruimte.

Door de sluiting van de scholen waren er meer jongeren op straat. 88 De welzijnswerkers moesten daarin onder meer toezien op de coronamaatregelen over groepsgrootte. Ook moest er dagelijks een sfeerbeeld worden gegeven en wekelijks gerapporteerd worden over de rondes. 89 Vanuit de welzijnsorganisaties was er kritiek op deze aanpak, onder meer omdat het aanspreken op coronaregels volgens de welzijnsorganisaties meer afstand tot jongeren creëerde (zie ook paragraaf 6-4-2) en omdat de gemeente geen rekening leek te houden met de veiligheid en gezondheid van de jongerenwerkers. 90 Met name tijdens de zomerperiode, waarin minder strenge coronamaatregelen golden, werden activiteiten in de buitenruimte georganiseerd. 91 Gedurende de coronamaatregelen organiseerden de welzijnsorganisaties meer online activiteiten zoals online FIFA-toernooien en sportsessies via Instagram. 92 Ook werden activiteiten online gecontinueerd, maar in een aantal gevallen was dat niet succesvol. Bij bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding bleek het lastig om jongeren online te motiveren en sommige jongeren waren onbereikbaar. 93 Er is ook geprobeerd om de training Manage Your Money online te geven, maar het werken in groepen online bleek volgens een workshopleider “met jongeren niet te doen”. 94

86 DOCK, ‘Jaarverslag 2019 Gebied Kralingen-Crooswijk’, april 2020, p. 32; DOCK, ‘Jaarverslag 2018 Samen sterk in Charlois’, ongedateerd, p. 33. 87 Zie bijvoorbeeld: DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Charlois’, ongedateerd, p. 44. 88 Interview welzijnsorganisatie. 89 Zie o.a.: DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Charlois’, ongedateerd, p. 57; DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Hillegersberg Schiebroek’, maart 2021, p. 17. 90 Interviews welzijnsorganisaties. 91 DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Charlois’, ongedateerd, p. 42. 92 DIA Rozenburg, ‘Jaarrapportage 2020’, maart 2021, p.17; DOCK, ‘Jaarverantwoording 2020 Gebied Kralingen-Crooswijk’, maart 2021, p. 14; DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Charlois’, ongedateerd, p. 39. 93 DOCK, ‘Jaarverantwoording 2020 Gebied Kralingen-Crooswijk’, april 2020, p. 42. 94 Interview welzijnsorganisatie.

91

meer waarde voor jongeren

Een ander gevolg van corona was dat het eenzaamheidsprogramma Join Us juist veel belangstelling kende onder jongeren: “De groepen zitten vol en blijken een antwoord voor jongeren die zich eenzaam voelen: ook door corona.” 95 In bijlage 2 wordt de impact van corona nader toegelicht.

doelen, doelgroepen en samenwerking doelen activiteiten Bij de activiteiten noemden de welzijnsorganisaties in de jaarrapportages en in interviews met de rekenkamer uiteenlopende doelen, zoals informeren, het signaleren van problemen, voorkomen van overlast en het helpen bij hulpvragen. Uit de rapportages en uit het casusonderzoek blijkt dat de meeste doelen van de activiteiten aansluiten bij de doelen zelfredzaam en kansrijk en gezondheid en veilige buurt uit het NRW. Zo waren recreatieve activiteiten rondom kunst en dans bijvoorbeeld gericht op talentontwikkeling. Sportactiviteiten konden bijvoorbeeld bijdragen aan de mentale en fysieke gezondheid van jongeren en konden ook de veiligheid vergroten door overlast door jongeren te voorkomen. Een derde voorbeeld is jongerencoaching waarbij aan jongeren kennis en vaardigheden werd aangereikt waardoor ze hun eigen situatie konden veranderen. Deze vorm van individuele begeleiding was dus gericht op zelfredzaamheid. In bijlage 2 worden de doelen voor elk type activiteit afzonderlijk weergeven. De doelen die de gemeente in het NRW had op het gebied van samenredzaamheid, namelijk vrijwillige inzet, bewonersinitiatief en sociale cohesie, komen slechts beperkt terug in de doelen die welzijnsorganisaties noemen bij de activiteiten die ze organiseren.

De activiteiten van youth organizing waren wel gericht op vrijwillige inzet en bewonersinitiatief, maar ook bij deze activiteiten benadrukten de welzijnsorganisaties vooral doelen als vaardigheden versterken en talentontwikkeling van jongeren. Ook gaven de welzijnsorganisaties aan dat jongeren weinig bezig waren met zich inzetten voor de buurt en buurtinitiatieven.

medewerker welzijnsorganisatie over doel youth organizing “De doelstelling samenredzaamheid werkt niet altijd voor jongeren. Jongeren van 12 en 13 jaar zijn met hele andere dingen bezig dan met de buurt helpen. Ik vind het geen doelstelling die je op het jongerenwerk moet plakken. Als je wel wilt dat ze zich in zetten voor de buurt, dan moet je de jongeren een structuur bieden. Je bent dan niet bezig met hoe je de buurt gaat helpen. De doelstelling talentontwikkeling is veel belangrijker. Vooral in een wijk waar soms niet veel goede voorbeelden zijn.” 96

doelgroepen activiteiten Uit literatuur over jongerenwerk blijkt dat het jongerenwerk er is voor alle jongeren, maar zich primair richt op jongeren die opgroeien in kwetsbare situaties, zoals

95 Stichting Radar Wmo diensten, ‘Jaarrapportage Overschie 2020’, maart 2021, p. 3. 96 Interview welzijnsorganisatie.

92

meer waarde voor jongeren

armoede, een laag opleidingsniveau of problemen thuis. 97 Zoals beschreven in hoofdstuk 3 groeit minimaal 16,6% van de ruim 83.000 jongeren in Rotterdam op in een kwetsbare gezinssituatie. Hoeveel jongeren in kwetsbare situaties bereikt werden is niet goed vast te stellen, maar de meeste activiteiten ríchtten zich wel op deze jongeren. Veel voorlichtingen en trainingen waren bijvoorbeeld gericht op risico’s voor of problemen van jongeren. Problemen van jongeren waren onder meer gedragsproblemen, pesten of gepest worden en psychische klachten. 98 Activiteiten als trainingen en individuele begeleiding waren vaak ook gericht op specifieke problemen van jongeren, waardoor het aannemelijk is dat vooral jongeren deelnamen die problemen hadden. De Powerklas richtte zich bijvoorbeeld op kinderen die niet goed mee kunnen komen in de klas en op kinderen die sociaal-emotionele problemen hebben. 99 Ook bij individuele begeleiding vormden jongeren in kwetsbare situaties de belangrijkste doelgroep. Volgens de welzijnsorganisaties waren veel hulpvragen van jongeren gericht op school, stage en werk. 100 Twee andere veel genoemde onderwerpen van begeleiding waren financiën en huisvesting. 101 Met twee type activiteiten werd duidelijk een bredere doelgroep bereikt dan jongeren in kwetsbare situaties.

Bij de recreatieve activiteiten werd een brede doelgroep bereikt, maar uit interviews blijkt dat de activiteiten wel hoofdzakelijk gericht waren op kwetsbare jongeren. 102 Met de youth organizing activiteiten werden vooral jongeren bereikt waarmee het goed ging (zie kader).

medewerkers welzijnsorganisaties over doelgroep youth organizing “Het economische stukje, ‘hoe krijg je mensen vanuit een achterstandssituatie werkelijk bij de maatschappij?’, is teveel ondergesneeuwd. Als je het zelf goed voor elkaar hebt, dan doe je vaak ook niet veel meer voor je buurt. En dat verwachtten we wel van mensen in een achterstandssituatie?” 103 “Er is een bepaalde groep die meedenken leuk vindt, maar dat zijn niet altijd de jongeren in de achterstandswijken. Juist van die groep vindt de gemeente dat meedenken belangrijk.” 104

Tijdens interviews van de rekenkamer kwam de noodzaak van expliciete aandacht voor meiden naar voren omdat deze doelgroep relatief onzichtbaar is en minder goed bereikt wordt. 105 Dat blijkt ook uit de beschrijving van meidenwerk in de literatuur over jongerenwerk: “Ervaring leert echter dat als er geen expliciete aandacht is voor

97 Judith Metz & Jolanda Sonneveld, Methodisch werken in het jongerenwerk, Hogeschool van Amsterdam, 1 januari 2018, p. 35. 98 DOCK, ‘Jaarverslag 2018 Samen sterk in Charlois’, ongedateerd, p.29. 99 Interview welzijnsorganisatie. 100 Stichting Radar Wmo diensten, ‘Jaarrapportage Centrum 2018’, maart 2019, p. 39; Stichting Radar Wmo diensten, ‘Jaarrapportage Overschie 2018’, maart 2019, p. 34; Stichting Radar Wmo diensten, ‘Jaarrapportage Centrum 2018’, maart 2019, p. 39; interview welzijnsorganisatie. 101 DOCK, ‘Jaarverslag 2020 Gebied Charlois’, ongedateerd, p. 41; DOCK, ‘Jaarverantwoording Pernis 2018’, ongedateerd, p. 17; DOCK, ‘Jaarverantwoording 2020 Gebied Kralingen-Crooswijk’, maart 2021, p. 44. 102 Interviews welzijnsorganisaties. 103 Interview welzijnsorganisatie. 104 Interview welzijnsorganisatie. 105 SOL, ‘Jaarverslag 2019 SOL’, april 2020, p. 11.

93

meer waarde voor jongeren

meisjes, jongens met hun stemgeluid en gedrag het jongerenwerk domineren en meisjes het onderspit delven en wegblijven.” 106

jongerenwerkers over doelgroep meidenwerk “Er is veel aandacht voor jongens, maar net zo belangrijk is jongerenwerk voor meiden. Meiden die bij jongerenwerk zitten zijn minder weerbaar. Het is de taak van welzijn om de weerbaarheid te vergroten. Meiden krijgen dat niet altijd mee van thuis. Het is geen vanzelfsprekendheid dat zij, in ieder geval in hun hoofd, evenveel mogen als hun broer.” 107 “Meiden zijn vaak minder in beeld terwijl ze wel ondersteuning kunnen gebruiken. Ze zijn minder zichtbaar doordat ze minder op straat zijn en misschien minder over hun hulpvragen praten. Misschien is maar twintig procent van de jongeren bij welzijn meiden. Daar zou ik nog wel extra aandacht voor willen.” 108

Er werden soms minder activiteiten georganiseerd dan waar vraag naar was. Dat kwam door een beperkt aantal jongerenwerkers en/of een beperkt budget. Voorbeelden waren de beperkte promotie van spreekuren omdat daar niet voldoende jongerenwerkers voor waren 109 en de casus voorlichtingsprogramma voor scholen waarbij het programma slechts op één school in de wijk uitgebreid gegeven kon worden doordat er niet meer budget was. 110 De gemeente heeft gedurende de opdracht middels addenda met de welzijnsorganisaties afgesproken om extra formatie aan jongerenwerk in te zetten. Daarnaast heeft de gemeente voor de gebieden IJsselmonde, Charlois, Delfshaven en Noord een apart addendum toegevoegd om meer op straat en scholen aanwezig te zijn (vindplaatsgericht werken). Aanleidingen waren onder meer steekincidenten door jongeren en de coronamaatregelen. Volgens de addenda wilde de gemeente zich met het vindplaatsgericht werken vooral richten op jongeren met ‘grensoverschrijdend gedrag’.

De jongerenwerkers moesten deze jongeren “blijven volgen en ondersteunen, totdat het problematische gedrag afneemt óf er andere partners binnen het stelsel van zorg en veiligheid de desbetreffende jongere overgedragen kunnen krijgen.” 111 Waar de gemeente via het addendum voor de vier hiervoor genoemde gebieden jongeren met grensoverschrijdend gedrag als doelgroep zag, blijkt uit het onderzoek van de rekenkamer dat het jongerenwerk zich in de praktijk richt op de bredere groep kwetsbare jongeren. 112 In bijlage 2 wordt voor elk type activiteit afzonderlijk de doelgroep ervan weergeven.

106 Todorović, D., Manders, W., Sonneveld, J., & Metz, J., Methodiekbeschrijving groepswerk in het jongerenwerk. Hogeschool van Amsterdam, Lectoraat Youth Spot, 2017, p. 6. 107 Interview welzijnsorganisatie. 108 Interview welzijnsorganisatie. 109 Interview ambtenaar. 110 Focusgroep voorlichtingsprogramma. 111 Zesde Addendum met ingang van 1 januari 2021 op de overeenkomst Nieuw Rotterdams Welzijn (voor perceel IJsselmonde) van 1 september 2017. 112 Interviews welzijnsorganisaties.

94

meer waarde voor jongeren

samenwerking andere organisaties Uit de analyse van de activiteiten door de rekenkamer blijkt dat de welzijnsorganisaties samenwerkten bij alle type activiteiten. De samenwerkingspartners waren onder meer wijkteams, ondernemers, sportclubs, politie en scholen. In bijlage 2 is de samenwerking per type activiteit weergeven. Een aantal voorbeelden van samenwerkingen zijn de volgende: • met sportclubs als Feyenoord voor sportactiviteiten; 113 • met scholen voor voorlichtingen op school (bijvoorbeeld casus voorlichtingsprogramma); 114 • met organisaties als Brijder verslavingszorg voor voorlichtingen over alcohol en drugs; 115 • met een sportschool voor het aanbieden van het programma tegen agressie voor meiden; 116 • met vrijwilligers of vrijwilligersorganisaties zoals de Stichting Huiswerkklas Oude Westen voor huiswerkbegeleiding; 117 • met de Richard Krajicek Foundation voor begeleiding van jongeren die een Krajicek Scholarships volgen. 118 In interviews gaven welzijnswerkers aan dat door samenwerking het bereik van de activiteiten groter was en de activiteiten meer uitstraling hadden. Ook waren samenwerkingspartners volgens hen beter in het organiseren van bepaalde activiteiten en hadden de jongerenwerkers daardoor meer tijd om met de jongeren in gesprek te gaan (zie kader).

medewerker welzijnsorganisatie over samenwerking met Feyenoord “De kunst is om als jongerenwerkers om het samen met partners te organiseren, zodat je een veel groter bereik hebt. Er is bijvoorbeeld een samenwerkingsafspraak gemaakt met Feyenoord. De afspraak is dat zij sportactiviteiten organiseren, omdat zij dat veel beter kunnen en veel meer uitstraling hebben. Welzijn is daarbij aanwezig, kent de jongeren en gaat het gesprek aan over problemen die zij ervaren. Zo signaleer je vroegtijdig en kun je er mee aan de slag. Samen met partners heb je een veel groter bereik.” 119

Bij de individuele begeleiding werd er samengewerkt met wijkteams en het Jongerenloket voor het aan elkaar overdragen van jongeren voor begeleiding (ook wel ‘op- en afschalen’ genoemd). Deze samenwerking wordt verder beschreven in paragraaf 6-3-4. Voor het verminderen van straatoverlast werd er samengewerkt met de directie Veiligheid van de gemeente en met veiligheidspartners. In de samenwerking met veiligheidspartners deden zich de nodige problemen voor. Die problemen worden behandeld in de paragrafen 6-3-5 en 6-4-2.

113 Interview welzijnsorganisatie. 114 DOCK, ‘jaarverslag 2018 gebied Charlois’, p.29. 115 Vitis Welzijn, ‘Gebied Hoek van Holland, rapportage tot en met 31 december 2018’, ongedateerd, p. 13. 116 Stichting Buurtwerk.nl, ‘Jaarrapportage 2019 Prins Alexander’, ongedateerd, p. 46. 117 Stichting Radar Wmo diensten, ‘Jaarrapportage Centrum 2018’, maart 2019, p. 36. 118 DOCK, ‘Jaarverslag 2019 Gebied Kralingen-Crooswijk’, april 2020, p. 42; DOCK, ‘Jaarverantwoording 2020 Hoogvliet’, maart 2021, p. 40. 119 Interview welzijnsorganisatie.

95

meer waarde voor jongeren

samenvatting De veertien welzijnsorganisaties bereikten jaarlijks naar schatting waarschijnlijk tussen de tussen 22.000 en 25.000 jongeren. Dit is een globale schatting. De welzijnsorganisaties richtten zich met name op kwetsbare jongeren. Het aandeel jongeren in kwetsbare situaties in Rotterdam was minimaal 16,6%, wat betekent dat minstens 13.800 jongeren kwetsbaar waren. Hoeveel van deze jongeren in kwetsbare situaties bereikt werden door de welzijnsorganisaties is moeilijk vast te stellen. De rekenkamer heeft vastgesteld dat vooral met recreatieve activiteiten, zoals sportactiviteiten, ook jongeren werden bereikt die niet in deze doelgroep vallen. Met youth organizing activiteiten werden zelfs hoofdzakelijk jongeren bereikt die niet kwetsbaar waren. type activiteiten Bijna alle activiteiten van het Rotterdamse jongerenwerk waren duidelijk gerelateerd aan een of meerdere door het NJI erkende methodieken van jongerenwerk. De meeste typen activiteiten werden in vrijwel alle gebieden georganiseerd. Uitzondering daarop waren de peer-to-peer activiteiten (jongeren die andere jongeren helpen bij hun ontwikkeling) die slechts in drie gebieden plaatsvonden. Wel verschilde het per gebied hoe vaak een bepaald type activiteit werd georganiseerd en in welke vorm.

bereikte jongeren per type activiteit De analyse van de jaarrapportages biedt geen exact inzicht in het aantal jongeren dat met de activiteiten bereikt werd, maar de schatting in tabel 4-4 biedt wel inzicht in de globale omvang van het aantal bereikte jongeren per type activiteit. tabel 4-4: bereikte jongeren per type activiteit type activiteit

schatting aantal bereikte jongeren per jaar

recreatieve activiteiten

10.000 tot 15.000

groepsactiviteiten

3.800 tot 7.500

individuele begeleiding

1.500 tot 2.800

meidenwerk

300 tot 600

youth organizing

200 tot 500

peer-to-peer

< 100

vindplaatsgericht jongerenwerk

onbekend

Uit dit globale beeld blijkt dat met recreatieve activiteiten (bijvoorbeeld sport) veel jongeren werden bereikt. Het bereik van groepsactiviteiten was ook relatief groot, onder meer door voorlichtingen op scholen waarmee veel jongeren bereikt werden. Het bereik van ‘vindplaatsgericht’ jongerenwerk op straat, op school en online is niet goed vast te stellen, doordat de gerapporteerde aantallen ontbreken of sterk uiteenlopend zijn. Meidenwerk activiteiten die werden aangeboden waren onder meer meidenavonden, meidenvoetbal of trainingen aan meiden. Tijdens interviews van de rekenkamer met welzijnsorganisaties, wijkteams en scholen kwam de noodzaak van expliciete aandacht voor meiden naar voren omdat deze doelgroep relatief onzichtbaar is en minder goed bereikt wordt.

96

meer waarde voor jongeren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b73f05d5-73e7-446a-9921-7b2d2a1599e4