[22bb006359] Burgerbrief over ontwerp bestemmingsplan Schiekadeblok en ontwikkelingen RCD en hoogbouwontwikkelzone
Tekst van het document
Aan:
Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte, Alle raadsfracties Coolsingel 40 Stadhuis kamer 4 Postbus 70012, 3000 KP Rotterdam
Rotterdam, 3 oktober 2022 Betreft: ontwerp bestemmingsplan Schiekadeblok en ontwikkelingen RCD en hoogbouwontwikkelzone
Geachte leden van de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte, Graag wil ik uw aandacht voor het volgende. In vervolg op de zienswijzen die mijn buurtgenoten, waaronder bewonersvereniging Provenierswijk, en ik hebben voorgelezen in de subcommissie Bestemmingsplannen van uw Raad met betrekking tot het concept-bestemmingsplan voor het Schiekadeblok, afgelopen dinsdag 27 september, liep ik twee dagen later een informatiemarkt binnen voor de Agniesebuurt en de Provenierswijk, in de Banier (Agniesebuurt). Op de valreep, want ik was op het nippertje getipt, via de wijkraad. Als bewoner van de Provenierswijk had ik de uitnodiging niet ontvangen, en ik bleek na enige navraag niet de enige Provenierswijker zonder uitnodiging. Informatiemarkt De Banier In het zaaltje trof ik tussen de kraampjes met uiteenlopende bouwplannen één aan over de bouwplannen van het Rotterdam Central District, met enkele globale en zeer abstracte visualisaties van het toekomstige RCD op twee panelen. Er waren geen schriftelijke toelichtingen op de visualisaties, alleen korte titels onder de beelden. Eén ambtenaar hield de wacht bij de panelen, de heer ....., projectleider van het RCD.
Ik was de enige bezoeker bij deze stand, dus ik had alle gelegenheid om mijn verbazing uit te spreken over de geringe informatie die ter plekke aangeboden werd aan de bewoners, zeker gezien de enorme impact die deze ontwikkeling op onze wijken zal hebben. Alle mogelijke informatie over de gevolgen van de ontwikkelingen in het RCD, inclusief die bij Pompenburg en Schiekade, Conradstraat, Kruiskade en Weena, ontbrak. Geen cijfers, modellen of berekeningen voor wat betreft verkeersafwikkelingen, geluid, bezonning, waterberging, of andere aspecten die raken aan de kwaliteit van leefomgeving. Het was natuurlijk een sympathieke geste dat de heer ..... in eigen persoon vragen kon beantwoorden, maar ja: waar moet je vragen over stellen zonder informatie die de raderen van het brein in werking kan zetten: de kleur van de baksteen? Bezonningsonderzoek gemeente: toename zon in Provenierswijk en RCD-gebied door hoogbouw Gelukkig was ik enigszins ingelezen, anders had ik daar met mijn mond vol tanden gestaan.
Ik maakte een opmerking over de effecten van de bezonning van het RCD op de Provenierswijk en merkte op dat in het rapport van het onderzoeksbureau Peutz, die voor de gemeente onderzoek heeft gedaan naar de beschaduwingseffecten van het RCD op (delen van) de omgeving, de conclusie getrokken werd dat onze wijk juist méér zon krijgen als gevolg van de huidige planontwikkeling van alle torens van 70 tot 250 meter hoog (zo ver ik nu heb kunnen tellen 16 of 17 torens). Peutz had niet de huidige, concrete ruimtelijke toestand als nul-situatie genomen, maar een fictieve, de maximale bouwenvelop uit 2011 of 2019, die de hele ruimte tussen Schiekade en Stationsplein volledig, als een
1
torenhoge wand uit één stuk, dichtzet. Daar worden in de huidige plannen happen uit genomen en niet gerealiseerd. En dus krijgen de Provenierswijkers méér zon, in plaats van minder. Van mijn droge constatering dat geen burger daar iets van gaat begrijpen en of hier geen sprake is van iets dat lijkt op bedrog, begreep de heer niets. Wat weten we nu eigenlijk écht over bezonning in zomer en winter? Maar er werd in de plannen rekening gehouden met de ‘Provenierswijk-norm’, zo kaatste de heer .... terug – dat is de norm dat op de meetdagen 23 september en 21 maart er ná 13:00u niet meer dan één uur zonverlies mag optreden in onze buurt, als gevolg van de RCD-ontwikkelingen. Gezien de aantallen en de ongekende hoogtes van de torens, direct op de stoep van de wijk, leek mij dat al niet geheel waarschijnlijk, maar uit berekeningen van een buurtgenoot wéét ik ook dat die informatie niet klopt. Er is méér zonverlies na 13:00 u op die dagen, bovenop het aanzienlijke zonverlies vóór 13:00 u, mede als gevolg van de massale omvang van het Schiekadeblok en het toekomstige Pompenburg.
En met die burger-contra-expertise moeten de bewoners het dan maar doen – en uw raad overigens ook – want echte integrale bezonningsstudies waar alle torens op staan die in het RCD-XL-gebied zullen gaan verrijzen in de nabije toekomst zijn er misschien wel, ergens, maar worden niet openbaar gemaakt, ook niet aan de eigen gemeenteraad. Maar los van alle afspraken en in het verleden aangenomen normen was ik ook nieuwsgierig naar informatie over het belangrijkste effect van de hoogbouw van het RCD-XL op onze wijken – met geluid op een gedeelde eerste plaats –, namelijk het wegnemen van zon in het najaar, de winter en het vroege voorjaar, zeg de periode van oktober tot maart/april. Stijgende energiekosten: impact hoogbouw op winterzon cruciale informatie Gedurende deze helft van het jaar zijn huishoudens van de Agniesebuurt en Provenierswijk die voldoende zonlicht kunnen opvangen direct afhankelijk van het binnenschijnen van de zon voor het drukken van hun energiekosten. Juist in het najaar, de winter en het voorjaar hoef ik mijn huis bijvoorbeeld overdag niet of nauwelijks te verwarmen als de zon schijnt. Niet omdat ik een keiharde bikkel ben, maar omdat de zon ook in de winter voldoende energie geeft. Bij bewolking of het wegdraaien van de zon moet ik in deze lange periode steevast de verwarming en vaak ook het licht aandoen.
Ik denk dat iedereen met een gunstige zonoriëntatie deze ervaring heeft. Hoewel het wegvallen van zonlicht in de zomerperiode natuurlijk een behoorlijke aanslag is op de kwaliteit van de leefomgeving en de woning – ook daar kan iedereen zich van alles bij voorstellen – hebben het najaar, de winter en het vroege voorjaar een veel grotere impact op licht en warmte, op straat én binnen. Dat geldt voor de singels, maar natuurlijk al helemaal voor de vele noord-zuid lopende smalle woonstraten van Provenierswijk en Agniesebuurt. De singels stelen bij ons de show, maar het overgrote deel van de bewoners in onze buurten woont in deze smalle 19e eeuwse straten, waar de woningen oost-west georiënteerd zijn en veel minder zonlicht ontvangen. De draagkracht om stijgende energiekosten op te vangen is hier in doorsnee ook aanzienlijk minder. De hoogbouw heeft zonder meer voor deze bewoners de grootste consequenties, financieel én qua woongenot. Ik maak uw raad er nog op attent dat de hoogbouw er niet voor een paar jaar staat, en ook niet voor enkele decennia, maar zeker voor de komende eeuw, en als Rotterdam niet door rampen zal worden getroffen waarschijnlijk nog langer, zo leert ons de levensduur van grote complexen.
Hoe normaal is het, om voor dergelijke complexen als hier voorzien, die zó lang hun effecten op de omgeving zullen gaan uitoefenen, geen of heel incompleet onderzoek te doen en de belangen van hén die de gevolgen voor onbepaalde tijd zullen gaan ondervinden niet mee te wegen? De vraag is natuurlijk ook, als de beschaduwing voor zó veel huishoudens financiële consequenties zal gaan hebben, hoe dat gecompenseerd zal gaan worden? Een planschaderegeling is hier natuurlijk rechtvaardig, maar wordt die niet astronomisch, als de hoogbouwwand er voor een eeuw of langer staat en meerdere generaties bewoners maand na maand een hogere energierekening hebben dan de buurwijken?
2
Bezonningsstudies over oktober t/m februari geweigerd Ik vond mijn vraag of er een bezonnings/beschaduwingsstudie was van het RCD in de winterperiode, in relatie tot de direct ten noorden gelegen woonwijken, dan ook volstrekt voor de hand liggend. Mijnheer ..... keek hier duidelijk anders tegen aan, en meldde dat er voor deze periode geen bezonnings/beschaduwingsstudies gemaakt zijn. Ik vroeg hem vervolgens of zijn dienst bereid is deze dan alsnog te maken. Zijn antwoord was kort en bondig: “nee”. Een motivatie hiervoor bleef uit. Ik heb de vraag tot twee keer toe gesteld. Delen Provenierswijk: 6 maanden per jaar de hele dag in de schaduw Net als de verwrongen bezonningsstudie van Peutz is dit natuurlijk volslagen onredelijk, maar blijft als standpunt drijven op het grote verschil in macht en middelen tussen overheid en burgers. Ik hoop dat de raad begrijpt dat ik mij tot het uiterste inspan om grover klinkende conclusies te vermijden. Hier worden twee historische woonbuurten van ca. 4500 inwoners elk, in de wintermaanden in de schaduw gezet – uit berekeningen die buurtbewoners in de Provenierswijk dan maar zelf hebben gemaakt, heb ik begrepen dat door alle torens in RCD-XL grote delen van de Provenierswijk en Agniesebuurt vrijwel geen direct zonlicht meer krijgen, gedurende zes maanden.
Uit de Peutzbezonningsonderzoeken is dit eigenlijk ook wel afleidbaar, bij een gedegen analyse van de afbeeldingen en een slimme correctie van verdraaide cijfers. Dat heeft uiteraard ook grote consequenties voor de mate waarin inwoners van beide buurten kunnen aanhaken op de opgave op hun energie duurzaam op te wekken. Voor de meeste inwoners zullen zonnepanelen daar toch de meest geschikte oplossing voor zijn. Rotterdam: ‘noorderlicht’ Rotterdam profileert zich graag als het ‘Manhattan aan de Maas’, en los van het feit dat ik dit soort look-alike aanbidding altijd wat vernederend vind voor de partij die graag een ander z’n identiteit overneemt, moet ik uw raad er op wijzen dat de relatie met de Big Apple ook qua bezonning behoorlijk misplaatst is. New York ligt ter hoogte van Madrid en de zon staat daar dan ook veel hoger in zomer en winter dan hier in Rotterdam. Onze stad ligt ter hoogte van New Foundland en Labrador in oost-Canada. Er drijven daar geregeld ijsbergen voor de kust. We delen gelukkig niet het klimaat, maar wél de lage zonnestand met New Foundland. Dat lijkt mij toch echt wel iets om bij hoogbouw rekening mee te houden. iscr 14T' w f l 1 4 ° W.L?)
«r
vr
xr
o*
w
,20
w'‘x
1S0>
*
löCr
Reykjavik Amsterdam
• N s w York
o Tokyo
30*
Dubai Mexico-stad
; • Hongkong
Jakarta
*Rio de Janeiro
30*
Sydney.
Kaapstad* 0
60“
4 000 1
8 000 km
3S0 OOO 000
60*
Plaatsbepaling Calgary en Jakarta ISO*
1>r..
90*
oer
30*
30*
60'
ISO*
180*
3
RCD-XL: één-en-ondeelbaar als planologische zone Tenslotte hebben de heer .... en ik nog een discussie gehad in hoeverre de hoogbouwzone ten zuiden én noorden (Pompenburg) van het spoor één ontwikkelzone vormt, in verband met de noodzakelijke Structuurvisie en een valide MER voor het hele gebied. De heer ... ontkende deze eenheid, maar ik wil uw raad er op wijzen dat de gemeente zélf in haar beleidsstukken of visualisaties uitgaat van deze ontwikkelzone als samenhangend geheel. In visualisaties en communicatie van de gemeente over de ontwikkelingen in deze zone spreekt zij zelf van RCD-XL (zie de bijlage van mevrouw ...., ingediende zienswijze, dinsdag 27 september). Het zou ook betekenen dat er nooit is gewerkt aan dit gebied binnen de Dienst Stadsontwikkeling als één ontwikkelingsstrook, maar zoiets lijkt mij – als planoloog – uiterst onwaarschijnlijk en misschien ook wel ongekend. Verzoek aan de raad Ik wil afronden en uw raad het volgende verzoeken: 1. Bij het College aan te dringen op een bezonnings/schaduwstudie voor de Provenierswijk en Agniesebuurt in relatie tot de gehele hoogbouwzone ten zuiden en noorden van het spoor (‘RCD-XL’), voor de periode van het najaar, de winter en het vroege voorjaar, en de resultaten in een open, wederzijdse communicatie voor te leggen aan beide wijken en aan de gemeenteraad. 2.
De RCD-XL als één hoogbouwontwikkelingzone te beschouwen en hier een herijkte Structuurvisie aan te koppelen en er een MER voor uit te voeren, waar alle milieueffecten ten aanzien van bezonning, geluid (weerkaatsing van treingeluiden), water, bodem, biodiversiteit, wind, lucht, verkeer en externe veiligheid van de hele hoogbouwzone ten zuiden en noorden van het spoor op de gehele Provenierswijk en de Agniesebuurt in worden onderzocht (herhaling van het verzoek van dinsdag 27 september). 3. Een participatietraject op te zetten voor de Agniesebuurt en Provenierswijk ten aanzien van de stedenbouwkundige ontwikkelingen in de hele hoogbouwzone ten zuiden en noorden van het spoor, waar alle beschikbare informatie in openheid met bewoners wordt besproken. M.a.w. dat onze wijken als belangrijke stakeholder een serieuze positie in de ontwikkelingen krijgt. (herhaling verzoek dinsdag 27 september) 4. Tot die tijd het bestemmingsplan Schiekadeblok af te wijzen vanwege alle onzorgvuldige en incomplete milieuonderzoeken, totdat er voor geheel RCD-XL een samenhangend plan-MER en een geactualiseerde Structuurvisie voorhanden is. 5.
Een feitengebaseerde compensatieregeling op te stellen, aan de hand van een onafhankelijk onderzoek naar de hogere energiekosten voor de inwoners van de Agniesebuurt en Provenierswijk als gevolg van de effecten van de gecombineerde hoogbouw in het RCD-XL gebied, in de periode van het najaar, de winter en het vroege voorjaar.
Hoogachtend,
4