[22bb006236] Bijlage 2 behorende bij 22bb6233 over Midterm aanbeveling 1 “Aansprekende ambities”
Tekst van het document
Bijlage Midterm aanbeveling 1 “Aansprekende ambities” Wat zeggen Van Rijn c.s. over de ambities: Conclusies Van Rijn c.s; “De kans dat met het voortzetten van de huidige aanpak de komende tien jaar de resterende 75% wordt gerealiseerd, is klein. Tegelijkertijd is er geen reden om de ambities te verlagen. Iedereen verdient kans op een goede opleiding, een waardig bestaan, een veilige omgeving en een goed thuis. Dat kan niet worden opgegeven voor de inwoners van Rotterdam-Zuid. Wel is er aanleiding om de doelen op enkele punten te actualiseren. Zo is een woonmarkt zonder plek voor de middenklasse geen lonkend perspectief. Op terrein van ondermijning is een bindende ambitie belangrijk, bijvoorbeeld het significant verlagen van de kans dat jongeren dader of slachtoffer worden van criminaliteit. Dat kan geconcretiseerd worden met het sterk verlagen van het aantal jongeren dat (een tweede keer) met politie/justitie in aanraking komt Voor het realiseren van de gestelde ambities zijn niet alleen intensiveringen nodig, maar ook doorbraken en aanvullende strategieën. Denk bij intensiveringen aan begeleiding van de groep die nu steeds ‘uit de arbeidsmarkt’ valt. Denk bij doorbraken aan een stevige motor onder de aanpak van kwalitatief slechte (particuliere) woonvoorraad en de aanpak van het lerarentekort.
En denk bij aanvullende strategieën aan een kansrijke en gezonde context voor kinderen die opgroeien op Zuid.” Aanbevelingen Van Rijn c.s. Actualiseer de ambities, zodat ze weer tien jaar mee kunnen: ▪ Behoud betekenis van de ambities: we accepteren het niet dat je minder kansen hebt in Nederland door de plek waar je woont. ▪ Voeg aan de ambitie bij wonen toe dat er voor iedereen een plek moet zijn. ▪ Kies voor ambitie rond Thuisbasis op orde en School vanuit perspectief van het kind: op Zuid groei je van geboorte tot volwassenheid kansrijk op. ▪ Stel in de ambitie rond Veiligheid het tegengaan van ondermijning centraal: de oorzaken van criminaliteit tegengaan, de negatieve gevolgen verminderen en de aantrekkingskracht verkleinen. Geef daarbij prioriteit aan ondermijning die kinderen en jongeren raakt. Wens NPRZ bestuur bij de uitwerking van de aanbevelingen van Van Rijn c.s. rondom het ambitieniveau • • •
Van ambitieverlaging is geen sprake; bewoners van Rotterdam Zuid hebben recht op gelijke kansen. Het bestuur omarmt de conclusie van Van Rijn dat er doorbraken en aanvullende strategieën nodig zijn. Met voortzetting van de huidige aanpak zal niet op alle punten de 100% doelstelling worden gehaald. Wanneer het gaat om het actualiseren van een aantal ambities, zoals Van Rijn suggereert, wensen we de volgende onderwerpen nader uit te werken o Op het gebied van Wonen gaan we naar het Rotterdams niveau i.p.v. G4-niveau als de Rotterdam-cijfers te veel afwijken van het G4-niveau. o Rondom de pijlers School en Thuisbasis op orde worden aanvullende ambities geformuleerd. Ook voor kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. o Rondom veilig wordt een ambitie geformuleerd 1
Aanbeveling 2 “De praktijk van het bureau NPRZ en een coherente bestuurlijke basis onder de aanpak” Deze aanbeveling wordt besproken tijdens de bestuursretraite van 19 oktober 2022. Midterm aanbeveling 3 “Bewoners bondgenoten” Conclusies Van Rijn c.s. Van Rijn stelt vast dat in de discussies over betrokkenheid van bewoners, door diverse gebeurtenissen ten tijde van de midterm, een aantal grote maatschappelijke thema’s opkwamen: Vertrouwen. Erkenning. Macht. Legitimiteit. Verbinding. Van Rijn stelt: “De kunst is om van die grote thema’s weer terug te keren naar de opgave waar het programma voor staat. Dat vraagt om een (v)erkenning van het mogelijk bondgenootschap tussen bewoners en het programma. Die (v)erkenning geven zij twee vragen vorm: de eerste vraag is: wat stellen we centraal in het bondgenootschap met bewoners? Hoe sluiten de vragen van bewoners en opgaven van het NPRZ op elkaar aan? De tweede vraag is: hoe ziet dat bondgenootschap er in de praktijk uit?” In de vorm van onderstaande aanbevelingen geven Van Rijn c.s. antwoorden op de vragen over het wat en het hoe. Aanbevelingen Van Rijn c.s. 1. Wat stellen we centraal in het bondgenootschap met bewoners? Hoe sluiten de vragen van bewoners en opgaven van het NPRZ op elkaar aan? Allereerst stellen de onderzoekers vast dat het belangrijk is scherp te benoemen wat bewonersbetrokkenheid inhoudt.
Hier zijn beelden en verwachtingen over: “er worden veel verwachtingen en beelden op het meedoen van bewoners geprojecteerd en wie niet kiest, organiseert teleurstelling. Bij die keuze is richtinggevend wat voor bewoners op het spel staat. Bij alle pijlers van het NPRZ staan essentiële aspecten van het leven van inwoners centraal. Hoe doen mijn kinderen het op school? Weet ik mijn baan vast te houden? (…) Het zijn thema’s dicht op de huid van inwoners, vaak gepaard gaande met kwetsbaarheid. Het is dan niet passend om een ‘draagvlakvinkje’ op te halen voor je eigen beleid. Het is evenmin behulpzaam in te zetten op ‘u-klaagt-wij-draaien-avonden’. Dan doe je geen recht aan de opgave bewoners te helpen de kwetsbare vragen in hun leven op te pakken. Wat leidend zou moeten zijn in het bondgenootschap van het NPRZ met bewoners is het versterken van het eigenaarschap over de belangrijkste vragen waar zowel bewoners als het NPRZ voor staan. Deze keuze voor ‘eigenaarschap is richtsnoer’ sluit nauw aan bij de trits ‘eigenaarschap, zeggenschap en participatie’ die Stadsluisteren teruggeef aan het bureau van NPRZ op basis van de burgertop en de wijkgesprekken. Ook hier wordt bij eigenaarschap begonnen. Deze aanpak kenmerkt zich door: luisteren zonder plan, gelijkwaardigheid, eigen logica ter discussie, oefenen in kwetsbare kwesties.
Tot slot heeft het bondgenootschap een belangrijke lerende functie voor het programma zelf: hoe landen de projecten en programma’s bij degenen voor wie wij het uiteindelijk doen? Hoe ervaren bewoners de inzet? (…) Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?” 2. Praktisch organiseren van het bondgenootschap met bewoners Van Rijn c.s. stellen dat met het oog op de beperkte omvang van het programmabureau, het NPRZ niet moet overnemen van, maar aansluiten bij verbindingen die partners hebben met bewoners als huurders, leerlingen, ouders, studenten, werkzoekenden etc.
2
Een tweede praktische uitgangspunt is het benutten van de aansluiting tussen vragen van bewoners en de ambities van het programma. (…) Daarbij is ook aandacht nodig voor het verbinden van dit soort initiatieven met de buurt. De onderzoekers reiken hier een aantal praktische voorbeelden aan zoals: ondersteunen van initiatieven rond opvoedingsvragen met Kansrijk opgroeien, buurtinitiatieven benutten voor werk of stage en collectief particulier opdrachtgeverschap etc. Van Rijn: “Voor het bondgenootschap met bewoners ligt een alliantie met anderen in de wijken voor de hand. Denk aan de stadsmariniers, wijkmanagers, de wijkraden en Wijk aan zet. Tot slot beveelt het midtermonderzoek aan, aansturing vanuit het bestuur te organiseren met de bewonersvertegenwoordiger als primus voor deze aanpak. Tevens bevelen ze aan inhoudelijke aansluiting te organiseren met Wonen en Thuisbasis op Orde. “Wonen omdat hier in de afgelopen periode het gevoel van eigenaarschap bij groepen op het spel heeft gestaan (Tweebosbuurt). (…) Thuisbasis op orde omdat hier de vragen spelen die het meest dicht op de huid van de bewoners zitten. Reactie NPRZ-bestuur bij de uitwerking van de aanbevelingen van Van Rijn Het NPRZ-bestuur omarmt deze aanbeveling uit de Midterm.
De vaststelling van de onderzoekers dat het bondgenootschap met bewoners hand in hand gaat met eigenaarschap over essentiële aspecten in het leven van bewoners, onderstreept de bijzondere opgave in het NPRZ. Een opgave die vraagt om een andere definitie en invulling van participatie. Het bestuur wil samen met partners ruimte nemen om te experimenteren en onderzoeken wat werkt. Het bestuur ziet met de invoering van Wijk aan Zet en de daarin gekozen Wijkraden een uitgelezen kans voor het verbinden van de NPRZ opgaven aan de wijk en haar bewoners en het wijkgericht werken met alle partijen. De gemeente is als partner hierbij in de lead. De bewoners staan in het NPRZ centraal. Dit is voor ons geen loze kreet, maar is drijvende motivatie van het NPRZ. We willen weten wat bewoners nodig hebben voor grotere kansengelijkheid op het gebied van school en werk, betere schoolprestaties, hogere arbeidsparticipatie, een goede thuisbasis en meer woonkwaliteit voor inwoners van Zuid. En wat er belemmerend werkt om dit bereiken. Denk aan de fenomenen zoals: segregatie in het onderwijs, het lerarentekort en onder-advisering, het idee dat werken niet altijd loont, criminele verleidingen, beperkte mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en woonuitbuiting door huisjesmelkers.
Tot de zomer van 2023 wil het bestuur de tijd nemen om de aanpak uit te werken en het fundament te leggen voor een grotere betrokkenheid van bewoners bij het NPRZ. Hierbij willen wij ons laten inspireren door goede voorbeelden uit het buitenland. Denk bijv. aan burgerberaden over complexe maatschappelijke vraagstukken die de afgelopen jaren vorm hebben gekregen in landen als Ierland, Frankrijk en Denemarken.
Aanbeveling 4 “Een doorbraak voor Wonen” Wat zeggen Van Rijn CS met betrekking tot de aanbeveling ‘een doorbraak voor wonen’? Het goed huizen van kwetsbare groepen in de samenleving is een belangrijke taak waar gemeente, Rijk en corporaties ieder een belangrijke maatschappelijke opgave in hebben. Van Rijn cs. komt tot een voorstel met drie onderling samenhangende elementen: Reguleren, handhaven en de aanpak van particuliere voorraad naar publieke voorziening 3
Uitgangspunten Van Rijn c.s.: • Per wijk wordt ingezet op een mix en differentiatie (toevoegen koop, grotere woning en middenhuur). • Bezit woningcorporaties wordt vergroot als corporatie woningen opkopen zowel in het sociale segment als in middensegment. Corporaties zijn daarom bereid om particuliere woningen in hun portefeuille op te nemen. • Iedereen kan in zijn of haar wijk blijven wonen. Programmatische aanpak: Voor iedere wijk wordt een handelingsperspectief ontwikkeld door woningcorporaties, NPRZ, bewoners en gemeente samen. In het handelingsperspectief per wijk wordt op concreet niveau (aantallen woningen, locaties, zoekgebieden) vastgelegd wat de gewenste differentiatie is naar omvang en prijsklasse van de woningen. Op basis van de gewenste differentiatie kan worden aangegeven wat wordt toegevoegd in termen van nieuwe woningen, opgeknapte panden, vergroting en realisatie van voorzieningen. Bij de toevoeging van woningen wordt in het bijzonder ruimte gemaakt voor middenhuur en -koop, seniorenwoningen en gezinnen in het middensegment omdat in deze segmenten tekorten bestaan. Opkopen en opknappen De gemeente koopt woningen in de particuliere voorraad. Woningcorporaties nemen aanpalend bezit over vanuit hun maatschappelijke rol en betrokkenheid.
In lijn met het handelingsperspectief per wijk wordt bepaald of voor deze woningen grondig opknappen, samenvoegen of sloop-nieuwbouw geldt. Deze aanpak is nieuw. Er wordt daarom gestart met 1.000 woningen in de eerste twee jaar. Op basis van monitoring en evaluatie wordt vastgesteld hoe de aanpak uitwerkt Gewenst instrumentarium; • Misstanden in de particuliere verhuur moeten worden bestreden. In het project Goed Huren/Verhuren zet de gemeente al instrumenten in als Huurteams, Verhuurdersvergunningen en Opkoopbescherming. Dit project moet krachtig worden doorgezet. • Meer instrumentarium is nodig om misstanden in particuliere verhuur te bestrijden met name uitvoering aanbevelingen commissie Roemer, de mogelijkheid voor de gemeente om sancties op te leggen bij te hoge huren en minder mogelijkheden om tijdelijk huurcontracten af te sluiten. • Actieve handhaving die minder afhankelijk is van signalen huurders in zwakke positie is gewenst. Handhavingsmogelijkheden en gronden voor inspectie moeten worden verruimd Reactie bestuur NPRZ Wij hebben met veel belangstelling kennisgenomen van de aanpak zoals Van Rijn c.s. voorstelt voor de pijler wonen. Grondige aanpak en goed beheer van de particuliere woningvoorraad komt ondanks vele inspanningen nog onvoldoende van de grond.
Dit is een maatschappelijke opgave waarvan woningcorporaties, gemeente en rijk vinden dat zij er gezamenlijk voor staan, omdat zich in dit deel van de particuliere voorraad misstanden en schrijnende situaties voordoen zoals te hoge huren, te weinig woonzekerheid en slechte kwaliteit van de woningen. 4
De bereidheid is er om over bovenstaande met elkaar in gesprek te gaan met als doel om tot een doorbraak te komen voor komende jaren. De tot nu toe gevoerde gesprekken na het verschijnen van het rapport van Van Rijn c.s. geven vertrouwen dat betrokken partijen einde van het jaar tot een voorstel komen. Voorwaarde bij het kunnen uitvoeren van dit idee is dat er voor dekking van het onrendabele deel van deze opgave extra middelen nodig zijn. Partijen betrekken de rijksoverheid en de provincie bij de realisatie en de financiering van de gezamenlijke extra ambities.
Ook over de andere aanbevelingen voor de pijler Wonen vinden komende maanden gesprekken plaats. Wat betreft de aanbeveling van de handelingsperspectieven vinden de partners het een belangrijke randvoorwaarde dat het totaal van de opgave per wijk past bij de urgentie én het ambitieniveau om de woningvoorraad te verbeteren en differentiëren. Ook is randvoorwaardelijk voor Zuid dat de stedelijke opgave door partijen zo wordt verdeeld over de hele gemeente dat de woningvoorraad op Zuid naar het stedelijk gemiddelde kan toegroeien. Partijen maken komende maanden nadere afspraken over de aanbevelingen in het nieuwe NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2026. Midterm aanbeveling 5 “Kansrijk opgroeien op Zuid” Korte samenvatting van de aanbeveling Conclusie Van Rijn: Van Rijn c.s. stellen vast dat de pijler school onlosmakelijk verbonden is met de andere pijlers. Als voorbeeld noemen zij de relatie met de pijlers Wonen en Thuisbasis op orde en Vrije Tijd: “Voor de Children’s Zone geldt een duidelijke verbinding tussen school en wonen met betrekking tot de inzet voor het behoud voor Zuid van sociaal-stijgende gezinnen en het aantrekken van nieuwkomers met midden- en hogere inkomens. (…) Een meer diverse bewonerspopulatie heeft immers een positieve invloed op schoolresultaten. Zonder gericht beleid is de kans op segregatie op de scholen reëel.
Hier ligt de komende jaren nog een opgave.” Over de pijler ‘Thuisbasis op orde en vrije tijd’ stelt Van Rijn dat; “de zorg heeft moeite vroegtijdig en preventief bij gezinnen binnen te komen. De school vormt hierin een onmiskenbare ‘vindplaats’. In het belang van de kinderen en hun welzijn en hun leerprestaties kan de school een partnerrol vervullen. De samenwerking tussen school en zorg wordt sinds begin 2022 met Nationaal Programma Onderwijs-rijksmiddelen gestimuleerd door de inzet van School-Zorgteams. Dit kan echter nog verder worden verbeterd, bijvoorbeeld met meer zorgcapaciteit op school.” Van Rijn stelt verder dat Thuisbasis op orde inmiddels een belangrijke schakel is in de aanpak op Zuid. Ook zien zij een sterke verbinding met de pijler Werk en stellen: “Docenten en mentoren in het voortgezet- en beroepsonderwijs, het Jongerenloket, de zorg- en hulpverleners en de welzijnswerkers dienen dezelfde AanDeBak-boodschap sterker uit te dragen naar ouders en leerlingen/studenten (…).” Tot slot stellen zij dat vraagstukken rondom veiligheid en ondermijning, op verschillende manieren de school binnen komen. Vanuit bovenstaande constateringen, stelt Van Rijn een doorbraak voor gericht op Kansrijk opgroeien waarin de volgende aanpak centraal staat: 5
a. Voeg een programmatische aanpak van 0 - 4 jaar toe zodat kinderen taalvaardig, motorisch goed ontwikkeld en mentaal gezond op de basisschool komen. b. Ontzorg scholen met zorg in de scholen en zet in op doorontwikkeling van de wijkteams. c. Verminder het aanbod van kansarme opleidingen - vergroot de aantrekkingskracht van kansrijke opleidingen. Reactie en hoofdlijnenvoorstel uitwerking door bestuur Het bestuur is het eens met de conclusies en aanbevelingen van Van Rijn. Het intensiveren van de programmatische aanpak van 0 - 4 jaar ligt deels in lijn met een aantal lopende programma’s in Rotterdam waaronder: Rotterdamse coalitie stevige, Het Pact Jonge Kind en Klaar voor een kind. Naast deze lopende programma’s is het de wens van het bestuur om het kansrijk opgroeien op Zuid te bevorderen door het toevoegen van een aantal elementen. We denken hierbij aan voortbouwen op de bestaande coalities en inzetten op de dagbesteding van ouders via passende school- of werktrajecten. Toegankelijke (kosteloze) kinderopvang voor alle kinderen, 4 dagen per week hoort hier ook bij. In lijn met de aanbeveling uit de Midterm wordt verdere uitwerking van de aanbeveling Kansrijk opgroeien ondergebracht bij de bestuurders namens de partners in de Zorg (Wietske Vrijland) en School (Diane Middelkoop). Ontzorg scholen met zorg in de scholen.
Prioriteit heeft het doorzetten van de samenwerking school-zorg team inclusief voldoende capaciteit bij de wijkteams waarbij financiering na afloop van Nationaal Programma Onderwijs (NPO) einde school jaar 22/23 een belangrijke randvoorwaarde is. In dat kader onderschrijft het bestuur ook de aandacht die gevraagd wordt tav het lerarentekort en het ontzorgen van leerkrachten. Verminder het aanbod van kansarme opleidingen - vergroot de aantrekkingskracht van kansrijke Naar aanleiding van de aanbeveling om het aanbod van kansarme opleidingen te verminderen, gaat worden overlegd met ROC’s en het Rijk. Om de keuze van kansrijke opleidingen te stimuleren, wenst het bestuur onverkort door te gaan met de BRIDGE opdracht.
Aanbeveling 6 “Ontwikkeling ondermijnd?” Korte samenvatting van de aanbeveling De midterm benoemt het belang van het actualiseren van de ambitie voor veiligheid voor de komende tien jaar. In deze aanbeveling staat het tegengaan van ondermijning centraal door de oorzaken van criminaliteit tegen te gaan, de negatieve gevolgen te verminderen en de aantrekkingskracht te verkleinen. Er wordt prioriteit gegeven aan ondermijning die kinderen en jongeren raakt. Reactie en hoofdlijnenvoorstel uitwerking door bestuur Het bestuur onderschrijft het belang van veiligheid als voorwaarde voor welvaart en een leefbare samenleving. Het is de basis voor een goede toekomst voor kinderen en nodig voor de economische ontwikkeling van het gebied. De combinatie van sociaaleconomische problemen en de aanwezigheid van criminele structuren maakt jongeren kwetsbaar voor het afglijden naar criminaliteit. Een integrale, programmatische aanpak op gebied van veiligheid is daarmee inherent onderdeel van het NPRZ. Jonge mensen steunen bij het volgen van een opleiding en het vinden van werk is immers minder effectief als je niet tegelijkertijd aandacht hebt voor de verlokkingen van het snelle geld in de criminaliteit. Het bestuur wil de steeds 6
betere samenwerking met de veiligheidspartners voortzetten en gezamenlijk de ambities verwezenlijken. Het doel van de pijler Veilig binnen het NPRZ zal zijn: ‘’Het bevorderen van de goede weg en het afsluiten van de slechte weg, waarbij het risico op jonge aanwas wordt verkleind.’’ Verwezenlijking van dit doel verloopt via drie hoofdlijnen te weten: het verder opzetten van Straf met zorg, de aanpak van ondermijning en de voorkoming van jonge aanwas. De aanvraag voor het Rijksprogramma ‘Preventie met gezag’, de Justitiële inbreng in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, dient als belangrijke financieringsbron voor de activiteiten op het gebied van veiligheid in Rotterdam Zuid voor de komende jaren. De hoofdlijn van de aanvraag wordt gevormd door maatregelen die enerzijds een preventief doel hebben en anderzijds een repressief doel. Dit in combinatie met de verbetering van de sociaaleconomische positie van betrokkenen door het toeleiden naar school of werk. Een klein deel hiervan zal worden ingezet in het gebied Delfshaven. Proces uitwerking: met wie en wanneer In de laatste jaren is de samenwerking Veilig steeds beter geworden. Er lopen al veel waardevolle projecten.
Het bestuur hecht er belang aan om, mede gelet op de aanbevelingen vanuit de midterm, de gesprekken die hebben plaatsgevonden en de toekomstige input van partners, focus te gaan aanbrengen voor de komende 10 jaren. Komende periode zal de focus worden gelegd op de verbinding met de andere pijlers van het NPRZ om gezamenlijk onderwerpen te kunnen oppakken, want veilig is de basis voor een goede toekomst. De structurele middelen die in het kader van ‘Preventie met Gezag’ beschikbaar komen om de jonge aanwas tegen te gaan zijn een belangrijke incentive. Vanuit de pijler Veilig zal het NPRZ betrokken zijn bij de sturing en het realiseren van de maatregelen. Meer informatie komt beschikbaar na besluitvorming over de aanvraag die wordt ingediend bij het Rijk. Bijlage 2 G Uitwerking aanbeveling 7 “Het Nationaal Programma de wijken in” Conclusie van Rijn Van Rijn constateert dat het NPRZ “een aansprekend en mobiliserend schaalniveau” kent. Ze noemen 3 redenen om de aanpak in de wijken juist op dat niveau verder te versterken: 1. Het benutten van samenhang tussen de vraagstukken zoals opknappen van woningen en de kwaliteit van de woonomgeving; 2. Het schakelen met partijen die in de buurten en wijken aan het werk zijn, zoals Wijk aan Zet, Stadsmariniers en Wijkbeheer; 3. Het beter aansluiten op de leefwereld van bewoners. Aanbeveling Van Rijn c.s. Van Rijn c.s.
bevelen aan om te komen tot: - Een agenda per wijk: “de bedoeling van een agenda per wijk is dat deze resulteert in een samenhangende set van afspraken waar partijen elkaar ook aan kunnen houden. (…) De agenda is geen nieuw programma, maar een concretisering van de opgaven die de betrokken partijen in de wijk hebben. Voor het NPRZ betekent dit dat de agenda in de wijk volgt uit de agenda van de pijlers.” - Structuurversterking in de wijk (zie ook de uitwerking van aanbeveling 10) - Werkprincipes de wijken in. In de aanbevelingen worden ze als volgt benoemd: 1. de marathon van Rotterdam 2. niet overnemen maar aansluiten 3. verbindt partners ook in de aansturing van uitvoering 4. het wiel bestaat al 5. de doelen veranderen niet, de scoringskansen wel. 7
Hierbij stelt Van Rijn: “Analoog aan bewoners bondgenoot is het Nationaal Programma ook voor de partners in de wijken een belangrijke bondgenoot.” Reactie NPRZ-bestuur bij de uitwerking van de aanbevelingen van Van Rijn De aanbeveling om de vanuit het NPRZ aansluiting te vinden op het niveau van de wijk, wordt ook door het bestuur omarmd. Ons voorstel is daarom bij de uitwerking van deze aanbeveling, deze om te dopen tot “NPRZ op Wijkniveau”. Wij denken dat deze omschrijving goed aansluit bij de inhoud van de aanbeveling. Vanuit het NPRZ wordt de komende tijd gewerkt aan twee soorten wijkhandelingsperspectieven. Een handelingsperspectief per wijk voor de fysieke onderdelen van het programma (het wonen) en handelingsperspectieven per wijk op het niveau van school, werk, de thuisbasis op orde en veiligheid. Oftewel de meer sociaaleconomisch/inwoner gerelateerde onderdelen van het programma. In 2014 zijn de zgn. Handelingsperspectieven voor alle 17 wijken van Zuid gemaakt (zie ook www.nprz.nl). De nieuwe fysieke handelingsperspectieven bouwen voort op de vorige, maar zullen sterker dan in 2014 verweven worden met de fysieke aspecten uit de pijlers school, werk en veilig. Het opstellen van deze fysieke wijkagenda’s kost tijd. De keuze voor de volgorde van uitwerking van de wijken volgt uit de ernst van de problematiek of de kansen die er op korte termijn zijn.
Met de handelingsperspectieven voor de meer inwoner gerichte onderdelen van het programma, is het streven van NPRZ om op wijkniveau, gericht samen met de wijkraden te sturen op de afgesproken interventies. Hierbij gaat het onder meer om het komen tot hogere schoolresultaten, kansrijkere opleidingskeuzes, minder uitkeringen, écht integrale ondersteuning voor huishoudens in de wijk en om de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Aanbeveling 8: “Structurele basis voor de komende tien jaar” Korte samenvatting van de aanbeveling De midterm stelt dat de (financiële) basis voor het programma die de afgelopen jaren is gehanteerd, behouden blijft. Dat betekent concreet dat het co-financieringsprincipe tussen gemeente, Rijk en andere partners wordt voortgezet en deze partners zicht committeren voor de komende periode van tien jaar met een toets na iedere termijn van het uitvoeringsprogramma (vier jaar). Verder stelt de midterm dat er per pijler afspraken op maat moeten worden gemaakt over de betrokkenheid en inbreng van de politiek-bestuurlijke lijn (bewindspersoon - portefeuillehouder). Als voorbeeld wordt genoemd de minister voor primair en voortgezet onderwijs voor de aanpak van het lerarentekort in stedelijke vernieuwingsgebieden. Op deze manier moet de wisselwerking tussen de lijn en het programma beter tot zijn recht komen.
Reactie en hoofdlijnenvoorstel uitwerking door bestuur Het bestuur wil de goede samenwerking die de afgelopen tien jaar is ontstaan, ook de komende tien jaar voortzetten. Het commitment voor het NPRZ gaat verder dan de handtekening. Commitment betekent het houden aan de afspraken en de bereidheid nieuwe afspraken te maken om de ambities te verwezenlijken. Financiën zijn hier onlosmakelijk mee verbonden. In de periode 2018-2022 stelden Rijk en Gemeente gezamenlijk 260 mln euro voor het programma beschikbaar, met ook een bijdrage van de provincie. In de periode voor 2018 was er ook financiering van rijk, gemeenten, en oa de aftrek van de verhuurderheffing en Europese subsidies. Voor de komende 10 jaar is er nog geen structurele basis. Het risico bestaat dus dat financiering voor na 2022 niet rondkomt. Er is niet zoals in 2017 geld vrijgemaakt in het regeerakkoord voor het NPRZ. Er zijn wel verschillende middelen op de rijksbegroting die ingezet kunnen worden, en daarmee onzeker en waarschijnlijk niet tijdig, anders ingekaderd en minder stuurbaar door het NPRZ. 8
Wel kent het Rotterdamse coalitieakkoord, in combinatie met bestaande middelen op de begroting, een groot commitment om het NPRZ de komende jaren financieel voort te zetten. De matching hiervan met Rijksmiddelen is op dit moment dus nog onduidelijk, dit wordt met urgentie opgepakt om lopende programma’s niet voortijdig af te hoeven breken. De samenwerking in het NPRZ is gebaat bij een langjarige blik naar voren, en bestuurlijke en financiële zekerheid. Temeer omdat 19 andere gebieden in het land onder de noemer van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ook naar voorbeeld van het NPRZ willen gaan werken. Als onderdeel van die zekerheid stelt de midterm dat er een stap gezet kan worden op het gebied van de betrokkenheid en inbreng van de politiek-bestuurlijke positie in de programma’s van het NPRZ. Dit vergt afstemming aan de kant van het Rijk. Tegelijkertijd versterkt het de kwaliteit van programma’s als vakministeries en -bewindspersonen nauwer bij het beleid worden betrokken. De meer exacte vormgeving hiervan zullen we komende periode uitwerken en opnemen in het uitvoeringsplan 2023-2026. Opkomende structuren zoals het NPLV zullen we hierbij betrekken.
Proces uitwerking: met wie en wanneer Korte termijn Het NPRZ en het Rijk (BZK) gaan op korte termijn met elkaar in gesprek over de wijze waarop de ambities van het NPRZ de komende vier jaar, financieel gedekt kunnen worden. Lange termijn -bestuurlijke afspraken maken over financiële steun NPRZ voor de volgende uitvoeringsplanperiodes. -bestuurlijke afspraken maken over betrokkenheid vakministers bij NPRZ-programma’s. We willen dit minstens in NPLV-verband doen, maar bezien of dit ook voor NPRZ-specifiek kan. (nader uit te werken) Wie: De bestuursleden Voorzitter Ahmed Aboutaleb, Tim Versnel en Bestuurslid namens het rijk Chris Kuijpers zijn de betrokken bestuurders bij de uitwerking van deze aanbeveling. De directeur NPRZ en de adviseur bestuur zijn vanuit het programmabureau betrokken.
Aanbeveling 9: “Leer en Leid in de Stedelijke Vernieuwingsgebieden op Nationaal niveau” Korte samenvatting van de aanbeveling De midterm heeft een aantal aanbevelingen voor het NPRZ om mee aan de slag te gaan voor de komende tien jaar. Er wordt echter ook een aanbeveling gegeven die NPRZ-overstijgend is: Leer en leid in de stedelijke vernieuwingsgebieden op nationaal niveau: NPRZ is een voorbeeld voor de aanpak in de 19 overige stedelijke vernieuwingsgebieden. Investeer in dit netwerk vanuit: • Gedeeld belang: versterken agenderingskracht en behartigen belangen kwetsbare gebieden en inwoners • Gedeelde en verschillende praktijken: leren van elkaar, zowel in de overeenkomsten als in de verschillen. Reactie en hoofdlijnenvoorstel uitwerking door bestuur Het bestuur onderschrijft het bredere belang van de ervaringen van het NPRZ voor andere stedelijke vernieuwingsgebieden. De aanpak zoals op Zuid, is wat ons betreft ook de manier waarop vergelijkbare gebieden aan de slag kunnen. Het is niet voor niets dat het NPRZ model staat voor de 19 andere gebieden die met het NPRZ onderdeel zijn van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In de praktijk is het NPRZ al betrokken bij verschillende overleggen waarin werkwijzen worden besproken, ervaringen worden gedeeld en waarbij een gezamenlijke inzet in overleggen met het Rijk wordt bepaald.
En naast overlegstructuren zijn er ook veel ad-hoc momenten waarop het NPRZ kennis deelt, bijvoorbeeld bij werkbezoeken van en naar andere
9
gebieden/gemeenten. We zien de aanbeveling uit de midterm dan ook als een vraag om de inzet uit te breiden. We plaatsen wel een kanttekening. Het ‘leren en leiden’ van ontwikkelingen in andere stedelijke vernieuwingsgebieden kost tijd en vraagt veel inzet. Bij het NPRZ-programmabureau is de capaciteit beperkt. Er zal dus in nauw overleg met partners, met name de Gemeente en het Rijk bezien moeten worden op welke manier en met welke tijdsinzet deze aanbeveling kan worden opgevolgd. Deze kanttekening laat onverlet het gedeeld belang zoals Van Rijn in de midterm benoemd. Hij constateert terecht dat andere stedelijke vernieuwingsgebieden hetzelfde doel hebben als het NPRZ: kwetsbare gebieden en bewoners bedienen. Het NPRZ kan hierin een bepalende factor zijn door bewoners meer kansen te bieden en achterstanden in te lopen. Proces uitwerking: met wie en wanneer • Inrichten en inventariseren overleggen en kennisuitwisselingen: Q4 2022. Adviseur bureau NPRZ. • Uitwerken van een strategie om lessen/aanpak/leidende rol NPRZ te laten landen in andere stedelijk vernieuwingsgebieden: Q1 2023. Wie: Chris Kuijpers namens BZK, Marco Pastors directeur NPRZ, adviseur bureau NPRZ. Aanbeveling 10: “Structuurversterking Rotterdam Zuid” Conclusie Van Rijn Kwetsbaarheid van de resultaten werpt ook licht op het belang van structuurversterking.
Denk aan het aantal banen dat bereikbaar is voor de bewoners, aan differentiatie in economische activiteiten. Denk ook aan iconische projecten die, mits goed verbonden met de inwoners, kunnen bijdragen aan de aantrekkingskracht van het gebied. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn Cultuur&Campus en Feyenoord City. Aanbeveling Structuurversterking in de wijk Onder structuurversterking verstaat Van Rijn de toevoeging van elementen aan Rotterdam Zuid die de aantrekkingskracht van het gebied versterken. Het is van belang dat die structuurversterkingen aansluiten op de analyse van de wijk waar die elementen landen en in die zin niet alleen het grote gebied, maar ook het kleine gebied versterken. Van Rijn noemt hier drie voorbeelden van verbindingen tussen wijk en mogelijke structuurversterking: 1. Feyenoord City: het zou een gemiste kans zijn als dit alleen een woongebied wordt en de wijk niet wordt verrijkt met een iconische voorziening, nieuwe werkgelegenheid en aantrekkelijke mogelijkheden in de vrije tijd. 2.
Cultuur&Campus Rotterdam: hoe kan deze ontwikkeling worden benut om gewenste ontwikkelingen in omliggende gebieden te versnellen? Ligt hier met de Campus ook een kans om drie vliegen in één klap te slaan in de samenwerking tussen TU Delft, Erasmus MC en Erasmus Universiteit om gezamenlijk een dependance te openen? Denk ook aan werkgelegenheid voor de buurt, het opknappen van omliggende woningen en het aantrekkelijker maken van woonomgeving en winkel- gebied. 3. Vergroten bereikbaarheid: eenzijdig samengestelde gebieden kunnen door het vergroten van bereikbaarheid van werkgelegenheid aantrekkelijker worden voor verschillende groepen. Reactie en hoofdlijnenvoorstel uitwerking door bestuur Het bestuur herkent de aanbeveling, deze is in lijn met de aanbevelingen die Deetman en Mans in 2011 deden. Hun conclusie is nu aangevuld met concrete projecten. Het bestuur acht het van belang dat we nu langs tweelijnen tot uitwerking over gaan: o Wat is er al op/bij Zuid en moeten we beter benutten? (korte termijn) 10
o Wat moet er verbeteren/nieuw komen (lange termijn) Onder het beter benutten hoort ook een herijking van het onderzoek van Pieter Tordoir uit 2012 ‘Ik Zit op Zuid’. Hoe zit het nu 10 jaar later met het bereikbare arbeidsaanbod,, bijvoorbeeld naar de rest van Rotterdam, maar ook in omliggende gemeenten. Voor het gedeelte mobiliteit wordt er al lang gesproken over betere verbindingen naar Zuid. De oeververbinding (met metro/tramverbinding) Kralingen-IJsselmonde is het meest actueel, maar ook andere verbindingen zijn relevant. De inzet hiervoor moet terugkomen in een nieuw uitvoeringsprogramma. Het bestuur wil hierbij ook aansluiting zoeken bij de nieuwe gebiedsvisie Koers voor Zuid, die de gemeente nu aan het opstellen is. Voor wat betreft de economische structuurversterking: Van Rijn concludeert dat er op dit gebied weinig speciale inzet is gepleegd de afgelopen jaren. Dit is een impliciete oproep om hier wel werk van te gaan maken en daar zijn we het mee eens. De genoemde voorbeeldprojecten zijn degene waar we minimaal extra aandacht aan willen besteden, omdat ze onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van Zuid als gebied waar je wil komen en wonen. Daarnaast willen we ook dat het mogelijk maken van bedrijvigheid op Zuid een prioriteit wordt. De convergentie-agenda als achterliggende drijver moet in de uitwerking een prominente plaats krijgen.
Immers, de samenwerking tussen onderwijs, wetenschap, bedrijven, burgers en (culturele) instellingen kan zowel oorzaak als gevolg zijn van economische structuurversterking Proces uitwerking: met wie en wanneer Namens het bestuur zijn Carolien Gehrels, Dick van Well en Victor vd Chijs de betrokken. Vanuit het NPRZ-bureau zijn directeur Marco Pastors en de adviseur gebiedsontwikkeling toegevoegd. Deze aanbeveling is naar zijn aard voor de lange adem. Toch zijn er op korte termijn al slagen te maken, zie bijvoorbeeld de herijking van het onderzoek naar het (bereikbare) arbeidsaanbod op/bij Zuid en de doorontwikkeling van Feijenoord City. Van belang is dat NPRZ met haar partners nauw betrokken wordt of blijft bij de verschillende ontwikkelingen op dit gebied. De wijze van betrokkenheid en invloed vanuit NPRZ moet worden ingevuld. Doel is om eind 2022 de inzet en opgave duidelijk te hebben.
11