CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb006123] Bijlage 1 behorende bij 22bb6122 - Het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 -2030.

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 oktober 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen10.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Lokale programmateams studentenhuisvesting

3.1

Stuurgroep Landelijk platform studentenhuisvesting

Een goede bestuurlijke samenwerking op landelijk niveau is essentieel om de doelstelling van dit actieplan te behalen. Deze bestuurlijke samenwerking wordt geborgd in de stuurgroep studentenhuisvesting. Zij stuurt dit actieplan bij wanneer nodig. De stuurgroep heeft de volgende taken en verantwoordelijkheden. De stuurgroep: • Bespreekt de voortgang van dit actieplan op basis van de monitoring van dit actieplan. • Neemt beslissingen over grote koerswijzigingen in dit actieplan. Deze besluitvorming vindt plaats op basis van de voorbereiding door het Landelijk platform studentenhuisvesting (LPS). • Lost knelpunten op die buiten de beslissingsbevoegdheid van het LPS liggen. • Partijen binnen de stuurgroep spreken elkaar aan op het nakomen van afspraken uit dit actieplan indien nodig. • De stuurgroep studentenhuisvesting komt jaarlijks bij elkaar in aanloop naar de voortgangsbrief over het actieplan die door de minister voor VRO en de minister van OCW wordt verstuurd. Indien daar aanleiding toe is, kan het stuurgroep vaker bij elkaar worden geroepen. Binnen de stuurgroep is een effectieve en efficiënte besluitvorming nodig. Een te grote stuurgroep kan dit verhinderen. Om dit te bereiken worden de belangen van een groep ondertekenaars in de stuurgroep vertegenwoordigd door één vertegenwoordiger.

De stuurgroep zal bestaan uit vertegenwoordigers namens studenten, gemeenten, sociale studentenhuisvesters, commerciële studentenhuisvesters en hoger onderwijsinstellingen. Daarnaast zullen de ministeries van BZK en OCW deelnemen aan de stuurgroep als vertegenwoordigers van de Rijksoverheid.

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 25

3.2

Landelijk platform studentenhuisvesting

De samenwerking op landelijk niveau wordt georganiseerd door het Landelijk platform studenten­huisvesting (LPS). Deze is samengesteld uit de (ambtelijk) vertegenwoordigers van de ondertekenaars van dit actieplan. De leden van het Landelijk Platform Studentenhuisvesting hebben een goed beeld van wat er in de studentenhuisvestingsmarkt speelt en vervullen daarbij een belangrijke rol in het behalen van de doelstelling van dit actieplan. Het Landelijk Platform Studentenhuisvesting: 1. Monitort en bespreekt de voortgang van dit actieplan en rapporteert hierover aan de stuurgroep. 2. Signaleert nieuwe kansen of knelpunten voor het behalen van de doelstelling van dit actieplan en zorgt dat hierop actie wordt ondernomen. 3. Wisselt kennis en ervaringen op het gebied van studentenhuisvesting uit. Het Landelijk platform studentenhuisvesting komt minstens vier keer per jaar bijeen.

3.3 Versterking lokale programmateams studentenhuisvesting Studentenwoningen worden op lokaal niveau gerealiseerd. De grote (bouw)opgave voor studenten­ woningen vraagt om een goede lokale samenwerking tussen alle bij studentenhuisvesting betrokken partijen om zorg te dragen voor voldoende studentenhuisvesting die aansluit bij de behoefte van de studenten en de lokale situatie en werkwijze. Een goede samenwerking van de betrokken partijen op lokaal niveau is van groot belang. Op lokaal niveau is er altijd ruimte voor lokale afwegingen en interpretatie. In veel kennissteden overleggen de betrokken partijen over de uitdagingen op het gebied van studentenhuisvesting. Op lokaal niveau wordt dit overleg verder versterkt en ingevuld passend bij de lokale situatie. Deze lokale programmateams bestaan in ieder geval uit de gemeente(n), de onderwijsinstelling(en), studentenvertegenwoordiger(s) en studentenhuisvester(s). De gemeente initieert als centrale partij de overleggen van het lokale programmateam. De lokale programmateams studentenhuisvesting vervullen de volgende rol binnen dit actieplan: 1. De lokale programmateams vertalen de afspraken in dit actieplan naar concrete lokale acties en vullen deze aan met acties die voorvloeien uit lokale thema’s. Deze afspraken worden vastgelegd in een meerjarig convenant.

Deze convenanten bevatten bijvoorbeeld afspraken over het verminderen van het tekort aan studentenhuisvesting, de voorwaarden waar studentenhuisvesting aan moet voldoen (zoals huurprijs, woningtype), het opvangen van de piekbelasting, de informatievoorziening aan internationale studenten over de Nederlandse woningmarkt en het bevorderen van goed verhuurderschap. 2. De lokale programmateams monitoren en bespreken de voortgang van het convenant en rapporteren jaarlijks met een gezamenlijk en door alle partijen gedragen reactie over de voorgang op lokaal niveau aan het Landelijk Platform Studentenhuisvesting. 3. De partijen binnen de programmateams spreken elkaar aan op de uitvoering van het convenant. 4. De lokale programmateams signaleren knelpunten en kansen, delen kennis en successen. De lokale en landelijke context opereren niet los van elkaar. Voor een succesvolle lokale invulling van dit actieplan is het van belang dat op landelijk niveau de juiste randvoorwaarden worden geschapen. Hiervoor is het van belang dat het Landelijk Platform Studentenhuisvesting weet welke knelpunten op lokaal niveau worden ervaren en welke successen op lokaal niveau worden bereikt. Anderzijds is het van belang dat de programmateams goed op de hoogte zijn van de landelijke ontwikkelingen zodat zijn hiermee rekening kunnen houden bij de uitvoering van de convenanten.

Daarnaast kan het voor de verschillende programmateams nuttig zijn om

26 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

ervaringen uit te wisselen over de gekozen aanpak en wat werkt en wat niet. Eén of twee keer per jaar wordt door het Landelijk Platform Studentenhuisvesting een bijeenkomst georganiseerd om deze uitwisseling tussen het Landelijk Platform Studentenhuisvesting en de lokale programmateams enerzijds, en tussen de lokale programmateams anderzijds te faciliteren.

3.4

Monitoring & actualisatie actieplan

Goede monitoring is essentieel om dit Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting succesvol te maken. Door monitoring wordt inzichtelijk in hoeverre de doelstelling van dit actieplan wordt behaald en de afspraken zijn uitgevoerd. Door jaarlijks de voortgang van het actieplan te monitoren blijft er aandacht voor de voortgang en kunnen afspraken worden bijgesteld wanneer nodig. Om de voortgang van dit actieplan te monitoren is behoefte aan betrouwbare cijfers over studenten­ huisvesting. De jaarlijkse Landelijke monitor studentenhuisvesting (LMS) geeft inzicht in het huidige aanbod en tekort aan studentenwoningen en de toekomstige vraag naar studentenhuisvesting. Hiermee is het een essentieel instrument om de voortgang van dit actieplan te kunnen monitoren. De jaarlijkse Vraag Indicator Survey biedt inzicht in de verwachte piekbelasting. De jaarlijkse European Student Living en Well-being Monitor geeft inzicht in het welzijn en de woonbeleving van internationale en nationale studenten verdeeld naar diverse woningtypen. Voor het slagen van het actieplan is de lokale vertaling en uitvoering hiervan een belangrijke succesfactor. Hiervoor is het van belang dat de lokale partijen de handen ineensteken om het tekort aan studentenwoningen terug te dringen.

De lokale programmateams studentenhuisvesting rapporteren minstens één keer per jaar aan het Landelijk Platform Studentenhuisvesting over de voortgang en de doelstellingen. Ieder lokaal programmateam studentenhuisvesting komt met een gezamenlijk en door alle partijen gedragen rapportage over de voorgang. Voor de bouw (van de planvorming tot aan de oplevering) van een studentenwoning is al snel drie à vier jaar nodig. Dit is ook de termijn waarop de eerste effecten van het actieplan goed zichtbaar worden. Voor het bereiken van het doel van dit actieplan is acht jaar uitgetrokken.

Afspraken: 43. De partijen verzoeken de minister van VRO om regie te nemen om zo meer grip te krijgen op de voortgang van de woningbouw voor studenten. Dit kan door de minister zelf of door het aanstellen van een aparte woningbouwregisseur. Deze regisseur volgt de voortgang van bouwprojecten, neemt belemmeringen weg waar mogelijk en spreekt verantwoordelijken aan op de voortgang. 44. BZK en Kences continueren en financieren de Landelijke monitor studentenhuisvesting (LMS) en bekijken jaarlijks in hoeverre verbeteringen nodig zijn. Hierbij wordt ook de mogelijkheid onderzocht om de huisvestingsvraag van promovendi mee te nemen in deze monitor. 45. De LMS maakt gebruik van verschillende databronnen waaronder een enquête onder studenten en de referentieramingen van het ministerie van OCW. Om een goed beeld te geven van het tekort aan en de (toekomstige) vraag en aanbod naar studentenhuisvesting is het van groot belang dat voldoende studenten de vragenlijst invullen. De hoger onderwijsinstellingen benaderen hun studenten jaarlijks met het verzoek om deel te nemen aan de enquête voor de LMS. OCW onderzoekt de mogelijkheden om het embargo van de referentieramingen vóór Prinsjesdag van het desbetreffende jaar op te heffen. 46.

Het Landelijk Platform Studentenhuisvesting vraagt jaarlijks de voortgang en de streefaantallen op lokaal niveau uit aan de lokale programmateams studentenhuisvesting. De LPS ontwikkelt hiervoor een standaard om de vergelijkbaarheid van de voortgangsdata tussen de verschillende steden te vergroten. Wanneer gemeenten al op andere wijze monitoren, dan

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 27

kunnen zij deze manier aanhouden. Ieder lokaal programmateam komt met een gezamenlijk en door alle partijen gedragen reactie over de voorgang op lokaal niveau. 47. Het Landelijk Platform Studentenhuisvesting evalueert ieder jaar de voortgang van dit actieplan. 48. Nadat de voortgang in het Landelijk Platform Studentenhuisvesting is besproken stelt het Bestuurlijk Platform Studentenhuisvesting de voortgangsrapportage vast. Deze voortgangs­ rapportage dient als basis voor de voortgangsbrief over het Actieplan die door de minister voor VRO en de minister van OCW wordt verstuurd. 49. Na vier jaar evalueren, of zoveel eerder als nodig, de partijen van dit Actieplan de voortgang van dit actieplan en actualiseren het actieplan waar nodig. Indien nodig kan het actieplan op een eerder moment worden geactualiseerd.

28 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

Ondertekening Het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030 wordt gedragen door onderstaande partijen, vertegenwoordigd door de genoemde personen. Namens de universiteiten Margot van der Starre, Vicevoorzitter Universiteit Utrecht namens Universiteiten van Nederland

Namens de gemeenten Marja van Bijsterveldt, voorzitter Netwerk Kennissteden Nederland

Namens de sociale studentenhuisvesters Kees Stunnenberg, voorzitter Kences

Namens de commerciële studentenhuisvesters Jack de Vries, voorzitter Vastgoed Belang

Frank Uffen, oprichter The Class Foundation

Namens de studenten Midas Bosman, algemeen bestuurslid Landelijke Studentenvakbond

Daan Rovers, voorzitter Landelijk Overleg Studentenhuurders

Namens het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hugo de Jonge, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Heidi Boussen, Directeur directie Hoger Onderwijs en studiefinanciering Namens Nuffic Annelies van Eenennaam, manager pijler Nederland, Nuffic Namens G6 steden Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Eindhoven, M. Verhees, Wethouder Eindhoven

Den haag, 8 september 2022 Het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022-2030 wordt ondersteund door de Vereniging Hogescholen.

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 29

Doel van dit actieplan is te komen tot een uitbreiding van 60.000 betaalbare studentenwoningen in de periode 2022-2030

30 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

Bijlage 1: Inzet per partij Nr. UNL NKN Kences

Vastgoed Belang

The Class LSVb Foundation

LOS

BZK

OCW

Nuffic

LPS

Meer grip op de instroom 1 2

X X

X

X

X

X

3

X

4

X

5

X

X

6

X

X

X

X

X X

Vergroten aanbod door nieuwbouw en beter benutten bestaande bouw 7 8

X

X

9

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

10

X

11 12

X X

X

X

13

X

14

X

15

X

16

X

X

17 18

X

X

X

X

X

X

X

X

X

19

X

X

X

20 21

X

X X

X

X

X X

X

X

X

X X

X

X

X X

X

Een betaalbare studentenwoning 22

X

23

X

24

X

25

X

X

X

X X

X

X

26

X

27

X

X

X

X

X

28

X

29

X

30 31 32

X X

X

X

X

X

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 31

Nr. UNL NKN Kences 33

X

Vastgoed Belang

X

The Class LSVb Foundation

LOS

X

X

X

X

X

X

X

X

BZK

OCW

Nuffic

LPS

Opvangen van de piekbelasting 34

X

X

X

X

(Tijdelijke) huisvesting voor internationale studenten 35

X

36

X

X

X

37

X

X

X

X

38

X

X

X

X

39

X

40

X

X

X

X

X

X

41

X

X

X

X

X

X

Innovatieve ideeën 42

X

X

Slagvaardige organisatie 43

X

44 45

X

X

X

X

X

46

X

47

X

48

X

49

X

X

X

32 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

X

X

X

X

X

X

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 33

Van de studenten die niet-uitwonend zijn geeft 43% aan niet op kamers te zijn gegaan vanwege de te hoge woonlasten

34 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

Bijlage 2: Planning per 2 jaren De planning wordt toegevoegd na ondertekening van dit actieplan en wordt iedere twee jaar bijgewerkt. De afspraken worden geprioriteerd op basis van de volgende criteria: 1. (Unaniem) draagvlak 2. Urgentie is groot 3. Op korte termijn uitvoerbaar 4. Belangrijkheid 5. Uitvoerbaarheid.

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 35

Internationale studenten lopen vaker risico op woningmarktdiscriminatie. Door short stay-huurcontracten hebben zij minder rechtsbescherming.

36 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

Bijlage 4: Ontwikkeling behoefte studentenhuisvesting per gemeente De tabel beschrijft de stand van het aantal huidige uitwonende studenten in de betreffende studentenstad en de inschatting van de toename tot en met 2028/29 op basis van de Landelijke monitor studentenhuisvesting. Het huidige tekort is niet in de tabel opgenomen. De ambities worden op lokaal niveau vastgesteld. Onderstaande tabel dient als basis om de streefaantallen per gemeente vast te stellen.

Stand

Ontwikkeling tot ‘28-’29

Stad

‘20-’21

Ondergrens

Bovengrens

Amsterdam

51.710

13.840

16.450

Delft

16.450

5.260

6.110

Den Haag

19.060

3.230

3.850

Eindhoven

13.610

1.880

2.380

Enschede

12.390

3.720

4.260

Groningen

37.860

2.660

4.480

Leiden

15.000

3.410

4.250

Maastricht

15.840

2.800

3.250

Nijmegen

17.730

1.370

2.500

Rotterdam

28.940

2.560

4.050

Tilburg

13.070

2.420

3.130

Utrecht

27.830

4.210

5.850

Wageningen

8.050

2.310

2.670

Overig

46.060

1.310

3.280

Totalen

323.600

50.980

66.510

Bron: Kences & ABF Research, Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2021

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 37

38 | Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030

Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2022 tot 2030 | 39

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening www.minbzk.nl September 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7097df2c-b316-4599-ba9e-a43ee4b3fa2f