CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005977] Collegebrief over onderzoeksrapport "Het is een probleem, maar niet voor mij "

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 6 oktober 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid3.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurs- en Concernondersteuning Burgemeester Ahmed Aboutaleb Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Van: Bart Hartog Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl Ons kenmerk: M2209-3953 - 22bo005342 Onderwerp: Onderzoeksrapport ‘”Het is een probleem, maar niet voor mij” Datum: B&W 20 september 2022

Onderwerp: Aanbieding onderzoeksrapport “Het is een probleem, maar niet voor mij”. Een onderzoek naar de achtergronden van wapens en wapengeweld onder jongeren in Rotterdam. Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Het college geeft prioriteit aan het tegengaan van wapenbezit- en geweld onder met name jongeren. In de afgelopen jaren hebben we hier maatregelen voor getroffen en ook de komende jaren krijgt dit fenomeen onze nadrukkelijke aandacht. Het is daarbij van belang om een gedegen beeld te hebben over de omvang en motieven van wapenbezit- en gebruik. Om die reden is de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) eind 2020 gevraagd om een verdiepend onderzoek te doen naar wapenbezit- en gebruik onder Rotterdamse jongeren. Hierbij bieden wij u het onderzoeksrapport aan en geven wij een reactie op de conclusies en aanbevelingen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Programma Veilig@Rotterdam 2018-2023. - Beleidsplan ‘Heel de Stad’ 2021-2026. - Collegebief voortgang aanpak steekincidenten (21bb4005). Toelichting Eerder onderzoek naar de relatie tussen drillrap en messengeweld in Rotterdam liet vragen open over welke motieven er bestaan voor wapenbezit, het dragen van wapens op straat en het daadwerkelijk gebruik van wapens tegen anderen.

Met dit aanvullende onderzoek hebben we beter zicht op de betekenis van wapens, de mate van aanwezigheid en het gebruik ervan onder Rotterdamse jongeren. Het college ziet vooralsnog meerdere factoren, zoals de rol van sociale media binnen de jeugdcultuur, die van invloed zijn op dit fenomeen en op de ontwikkeling van jeugdcriminaliteit in zijn totaliteit. Dit betekent dat de aanpak van de messenproblematiek niet uit één oplossing bestaat. De aanpak dient uit maatregelen te bestaan op zowel lokaal, regionaal als nationaal niveau en vergt een lange adem.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

1.

Samenvatting belangrijkste conclusies onderzoek

Het onderzoeksteam heeft gebruik gemaakt van een zogeheten mixed-method onderzoeksdesign. Er zijn twee vragenlijsten onder een groot aantal jongeren (zelfrapportage met betrekking tot wapenbezit, dragen, en het gebruik) uitgezet. Er hebben ook groepsgesprekken met kleine groepen jongeren plaatsgevonden voor verdere verdieping. Daarnaast zijn politieregistraties over steekincidenten uitgebreid geanalyseerd. Hiermee kunnen de conclusies worden onderbouwd met generaliseerbare kwantitatieve data in combinatie met gedetailleerde, rijke inzichten van kwalitatieve data. Omvang bezit, dragen en gebruik van wapens onder jongeren • De onderzoekers concluderen op basis van een steekproef onder 542 schoolgaande jongeren (voortgezet onderwijs en MBO) dat de overgrote meerderheid geen wapens in bezit heeft gehad, heeft gedragen of heeft gebruikt in de onderzoeksperiode (8 maanden). Een minderheid, 1 op de 5 jongeren, heeft dat wel. • De onderzoekers concluderen dat bezit, dragen en gebruiken van wapens niet altijd samengaan. Er is een kleine groep jongeren die wel wapens bezit (2,4%), maar die nooit met zich meedraagt op straat of naar school, en al helemaal niet gebruikt om anderen te verwonden. Deze groep voert vaker redenen aan die te maken hebben met de esthetische waarde van wapens en ze bijvoorbeeld te verzamelen.

• Een wat grotere groep jongeren heeft aangegeven een wapen te hebben gedragen in de onderzoeksperiode (11,3%), meestal zonder dit daadwerkelijk te gebruiken. Wapens worden meestal gedragen op straat en tijdens de vrije tijd, in mindere mate op school. Opmerkelijk genoeg zijn er meer jongeren die een wapen hebben gedragen dan in bezit hadden, dat geeft aan dat wapens soms ook worden verkregen via anderen, worden uitgeleend of uit huis worden meegenomen. • Een kleine groep jongeren draagt niet alleen wapens (5,5%), maar gebruikt die ook. Dat kan zijn om zichzelf te verdedigen in een gevecht, mee te dreigen of daadwerkelijk te gebruiken om iemand anders te verwonden, aldus de onderzoekers. • De onderzoekers concluderen dat er een grote variëteit bestaat in het type wapens, messen zijn het meest voorkomend. Binnen die categorie is het gewone zakmes het meest populair. In het geval van steekwapens gaat het om zowel makkelijk op te bergen messen maar ook om grotere en meer indrukwekkendere soorten zoals zwaarden en rambomessen. Er zijn ook jongeren die andere wapens dragen en enkelen vuurwapens. De verkrijgbaarheid van (verboden) messen lijkt geen uitdaging te zijn en wordt ook nauwelijks genoemd als reden om geen wapen te dragen. Het blijkt dat veel jongeren wapens gemakkelijk via-via verkrijgen van een ander of meenemen uit het ouderlijk huis.

Sociale media en de onlinewereld dragen verder bij aan de verkrijgbaarheid. Motieven voor het bezitten, dragen en gebruik van wapens onder jongeren • De onderzoekers concluderen dat onveiligheidsgevoelens het meest samenhangen met het dragen van wapens onder jongeren. Ze geven aan wapens bij zich te hebben om zich te kunnen verdedigen, zich onveilig voelen of het gevoel hebben te worden bedreigd. Hierbij onderscheiden de onderzoekers twee categorieën: jongeren die zich in het algemeen onveilig voelen op bepaalde plekken in de stad of in hun eigen omgeving en jongeren die concreet worden bedreigd door anderen of in een conflict zijn verzeild. • De onderzoekers concluderen dat stoer doen, opscheppen of uitvoeren van misdrijven door weinig jongeren werden aangegeven als motieven. Wel zien jongeren dat andere jongeren wapens laten zien in groepscontext: ze spelen ermee in het openbaar of tonen het op sociale media om een bepaald imago uit te dragen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

• •

Jongeren die een wapen daadwerkelijk gebruiken, zeggen vaker een wapen bij zich te hebben omdat ze concreet worden bedreigd of om een ander te bedreigen. De onderzoekers concluderen ook dat messen en andere wapens niet als normaal worden beschouwd onder het merendeel van de jongeren in Rotterdam. De meerderheid van de ondervraagde jongeren wil niks van wapens weten, vindt dat niet nodig en is zich ook bewust van de negatieve consequenties van wapens. Weliswaar denken de ondervraagde jongeren dat wapens veel voorkomen bij andere jongeren, met name onder bepaalde groepen, maar zij vinden het zelf niet normaal of acceptabel. Jongeren keuren het meestal af en kijken neer op het bezit en gebruik van wapens.

Demografische kenmerken in relatie tot bezit, dragen of gebruik van wapens • De onderzoekers concluderen dat meisjes bijna twee keer zo weinig wapens bij zich dragen dan jongens. Bezit en gebruik onder meisjes komen relatief nog minder vaak voor dan bij jongens. Toch vormen meisjes een substantieel aandeel van alle jongeren met wapens en is de wapenproblematiek zeker niet alleen een jongenskwestie. • De betrokkenheid bij wapens komt relatief vaker voor bij jongere tieners (14 tot 16 jaar). • Wapens zijn niet exclusief te vinden binnen groepen met bepaalde immigratieachtergrond en de verschillen tussen deze groepen zijn klein. De jongeren zijn bevraagd in hoeverre ze zich Nederlands, deels Nederlands of geheel niet-Nederlands voelen. • Het dragen en gebruik van wapens komt relatief vaker voor op het vmbo/mavo, dan op de havo/vwo en het mbo. Persoonlijke kenmerken in relatie tot bezit, dragen of gebruik van wapens • De onderzoekers concluderen dat er duidelijke samenhang bestaat tussen betrokkenheid bij wapens en impulsiviteit, persoonlijke opvattingen over geweld en regelovertreding, middelengebruik (zowel alcohol en wiet, als overige drugs en lachgas), de thuissituatie en opvoedingskenmerken, omgang met leeftijdsgenoten en groepen, offline en online blootstelling aan wapens, en achterstanden in buurt en vooral thuis.

Er is niet een enkele oorzaak aan te wijzen, maar meer een patroon van persoonlijke en omgevingskenmerken. • Jongeren die alleen een wapen bezitten, lijken meer op de jongeren zonder wapens dan op de jongeren die wapens hebben gedragen of gebruikt. Wel lijken ze op een aantal aspecten minder conventioneel te zijn, wat betreft hun opvattingen over regels, hun band met ouders en school, alcohol en wiet gebruik en eerdere ervaring met geweld. • Jongeren die wapens dragen zijn vaker recent slachtoffer van geweld, zijn impulsiever, hebben een grotere vriendengroep op straat en online, zien en horen vaker over wapens van hun vrienden dan jongeren zonder wapens of jongeren die alleen wapens bezitten. Zij vinden het gebruik van wapens en geweld acceptabeler. Ze hebben ouders die moeilijk de eindjes aan elkaar vast kunnen knopen.  Jongeren die wapens gebruiken zijn het meest afwijkend in hun kenmerken. Zij ervaren meer financiële achterstand thuis en lijken ook vaker een problematische opvoedingssituatie te hebben. Ze zijn veel meer gericht op de wereld buiten school, zien meer wapens online, horen vaker bij een problematische jeugdgroep en gebruiken relatief vaak lachgas en andere drugs. Daarnaast hebben ze een veel sterkere acceptatie van wapens en geweld, staan ze vijandiger tegenover de politie en hebben ze relatief vaak recent geweld ervaren.

Al met al lijkt dit een categorie waar veel aan de hand is en die meer buiten de traditionele samenleving lijkt te staan. Omgevingsfactoren in relatie tot bezit, dragen of gebruik van wapens  De onderzoekers concluderen dat het omarmen van ‘straatwaarden’ de kans vergroot op het dragen of gebruiken van wapens onder jongeren. Uit de vragenlijsten komt een

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

duidelijk verband naar voren tussen het dragen en gebruiken van een wapen en het hebben van opvattingen die kunnen worden geschaard onder de brede noemer van ‘de straat’ of straatcultuur. Jongeren die wapens hebben gedragen of met name jongeren die wapens hebben gebruikt scoren relatief hoog op de schalen voor ‘straatwaarden’ (waarbij het onder meer gaat over autonomie, loyaliteit en lef), de ‘code of the street’ (hard reageren op beledigingen) en meer algemeen op acceptatie van wapens en geweld. De onderzoekers concluderen dat sociale media en online interactie een grote rol spelen bij wapengeweld. Dit kwam volgens de onderzoekers nadrukkelijk naar voren tijdens focusgroepen. De jongeren gaven allereerst aan online veelvuldig geconfronteerd te worden met online (bewegende) beelden van wapenbezit en -gebruik. Daarnaast gaven zij rijke beschrijvingen van conflicten tussen jongeren die ofwel op sociale media of in real life begonnen en zich vervolgens online verder ontwikkelden. Ook in de geanalyseerde politieregistraties blijkt de rol van sociale media in de gevallen van steekwapengebruik relevant te zijn. Opvallend in de registraties is dat, net zoals naar voren kwam in de focusgroepen, conflicten soms online lijken te beginnen en offline hun beslag krijgen.

Net als door de jongeren in de groepsgesprekken werd geïllustreerd, zien we in de registraties dat fysieke confrontaties tussen jongeren gefilmd en online verspreid worden. De onderzoekers concluderen tevens dat groepsdynamiek en buurtrivaliteit van belang zijn bij een deel van het wapengebruik. In de politieregistraties vonden de onderzoekers, net als in het eerdere onderzoek in Rotterdam op basis van politieregistraties (Roks & Van den Broek, 2020), zaken waarin steekincidenten zijn te linken aan conflicten tussen rivaliserende groepen uit Rotterdamse buurten. Dit aantal was volgens de onderzoekers echter aanmerkelijk lager dan in de analyse van de politieregistraties over 2018-2019. In de focusgroepen kwam de rol van rivaliserende groepen bij steekincidenten ook duidelijk naar voren. Zij legden de link vooral met spanningen en conflicten tussen verschillende buurten in Rotterdam, die zij vergelijken met het rivaliserende groepsgedrag van voetbalsupporters. Gesignaleerd wordt dat sommige jongeren veel waarde toekennen aan de buurt waar iemand woont, en dat zij hun wijk verdedigen tegen anderen.

2. Collegereactie op conclusies en aanbevelingen Het college heeft met grote interesse de bevindingen van de EUR tot zich genomen en de uitkomsten bevestigen onze zorgen omtrent wapenbezit- en geweld onder jongeren. Dit onderzoek geeft een rijk beeld over de wijze waarop jongeren aankijken tegen wapens en geweld, in hoeverre ze hierbij betrokken zijn en welke motieven hieraan ten grondslag liggen. Met de uitkomsten kunnen wij ons beleid en aanpak ten aanzien van wapen(s)(geweld) verder aanscherpen, zowel preventief als repressief. Een aantal conclusies sprong er voor ons uit en daar geven wij onze reactie op. De onderzoekers hebben een helder onderscheid gemaakt tussen het bezit, dragen en gebruiken van wapens onder jongeren. Dit geeft beter inzicht op welke wijze wapens een rol spelen in het leven van Rotterdamse jongeren. Immers, een overgrote meerderheid is zich bewust van de gevaren van wapens, de strafbaarstelling van wapenbezit en moet niets van wapens hebben. Een ander relevant inzicht is de conclusie dat het dragen van wapens samenhangt met eerdere ervaringen met geweld. Het motief onder jongeren dat voor een grote mate meespeelt bij het dragen van wapens zijn onveiligheidsgevoelens in het algemeen en specifiek ten aanzien van bedreigingen of conflicten met anderen.

Dit betekent meer aandacht voor geweld en bedreigingen onder jongeren, met het oog op het voorkomen van toekomstig wapenbezit en geweld. We signaleren een gevaarlijke misvatting onder

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

jongeren: jongeren bewapenen zich uit gevoel van onveiligheid, maar juist het dragen van dat wapen leidt tot onveiligheid. Een ander belangrijk inzicht is het feit dat sociale media en de onlinewereld als katalysator kunnen werken voor wapengeweld onder jongeren. Dit inzicht is niet nieuw, eerder was dit al een van de conclusies uit het onderzoek ‘Cappen voor Clout’ (Roks & van den Broek, 2020). In het huidige onderzoek bevestigen jongeren ook zelf dat met enige regelmaat conflicten die online beginnen, escaleren naar bedreiging of wapengeweld op straat. Dit benadrukt de noodzaak om kennis te hebben over wat er speelt onder jongeren en de straatcultuur in Rotterdam. Niet alleen door veel en nauw in contact te staan met jongeren, maar wat ons betreft ook door structureel aandacht te hebben voor bewust gebruik van sociale media onder kinderen en jongeren in algemene zin. Collegereactie op aanbevelingen De onderzoekers hebben een flink aantal aanbevelingen opgenomen, hieronder volgen onze reacties: Aanbeveling 1: Richt campagnes op de meest risicovolle groep die wapens gebruikt Uit het onderzoek komt naar voren dat het merendeel van de bevraagde jongeren geen wapens heeft en daar ook niks van moet hebben. De onderzoekers geven aan dat een brede campagne gericht op alle jongeren in Rotterdam nu niet nodig is en zelfs averechts kan werken.

Deze aanbeveling is voor het college een bevestiging van de strategie die wordt gevolgd bij de campagne ‘Geweldig Rotterdam’. Met deze communicatiestrategie beogen we jongeren te bereiken die vatbaar zijn voor geweld en wapens en/of eerder met geweld zijn geconfronteerd. Op dit moment bereiden we een nieuw campagnejaar voor, in samenwerking met jongerenwerk en het onderwijs. We nemen deze aanbeveling ter harte in de uitwerking van de activiteiten. Aanbeveling 2: Verwacht niet te veel van maatregelen gericht op de beschikbaarheid van wapens Het college heeft niet de illusie dat een verkoopverbod of wapeninleveractie het wapengeweld in de stad significant doet dalen. Deze maatregelen zijn volgens ons wel nodig om in brede zin de norm uit te dragen dat wapens en jongeren niet normaal en levensgevaarlijk kunnen zijn. Daarom zien we dus wel het nut van wapeninleveracties en een verkoopverbod. Bij elke inleveractie worden er immers wapens ingeleverd. In oktober organiseren we samen met veel andere gemeenten in de regio, de politie, het OM en het jongerenwerk een messeninleveractie. Bij deze inleveractie leggen we de nadruk om zorgen over wapenbezit bespreekbaar te maken in de eigen omgeving of met bijvoorbeeld jongerenwerk of politie. Hiermee wordt tevens toezegging 22bb887 (De bgm verzoekt het OM nog dit jaar een wapeninleveractie te organiseren) afgedaan.

Vooruitlopend op wetgeving die de verkoop van messen aan minderjarigen aan banden legt, hebben diverse winkelketens en winkeliers nu al besloten geen messen meer te verkopen aan minderjarigen. Vanuit de gemeente ondersteunen we winkeliers met campagnemiddelen om duidelijk te maken dat minderjarigen niet hoeven te rekenen op het kunnen kopen van een mes.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

Aanbeveling 3: Zorg voor plekken waar jongeren terecht kunnen met zorgen over veiligheid Aanbeveling 4: Versterk het vermogen van jongeren om conflicten op een vreedzame manier op te lossen Aanbeveling 5: Praat met jongeren zelf over trends in wapens en geweld Het college ziet in deze aanbevelingen een rode draad die we vertalen naar: kom in contact met de jongeren in de stad en begeleid en ondersteun hen waar nodig. Deze aanbevelingen onderschrijven we ten volste. De huidige generatie jongeren is de toekomst van de stad en daar moeten we zuinig op zijn. Door de coronacrisis hebben we meer dan ooit ervaren dat jongeren niet per definitie bij (hulp)vragen op zoek gaan naar ondersteuning. In de afgelopen tijd hebben we daarom geïnvesteerd om jongerenwerkers nog beter in staat te stellen om contact met de doelgroep te maken en te onderhouden. Naast meer jongerenwerkers, nu 114 FTE in totaal werkzaam in de stad, werken ze ook steeds vaker in scholen en in jongerenhubs. Op basis van het coalitieakkoord komen we volgend jaar met een nieuwe investering om het aantal jongerenwerkers verder uit te breiden, om te voorkomen dat jongeren het verkeerde pad kiezen. Deze jongerenwerkers zijn de ogen en oren van de straat en op sociale media. Zij signaleren en kunnen snel anticiperen op fenomenen zoals wapens door met jongeren hierover in gesprek te gaan.

Soms zonder voorgenomen plan, soms in een themasessie in de school of in de buurt. Zij doen dit op basis van theoretische kennis waarin veerkracht en zelfredzaamheid centraal staan. Deze inzet komt samen in diverse programma’s, beleidskaders en visies zoals het actieplan Kwetsbare jongeren, visie op jeugdwerk en het beleidsprogramma Heel de Stad. Niet alleen het jongerenwerk, maar ook medewerkers van stichting Halt en wijk- en jeugdagenten hebben een belangrijke rol om zoveel mogelijk in contact te staan met de doelgroep en over dit soort thema’s het gesprek te voeren. Aanbeveling 6: Richt de aandacht op een intensieve aanpak van de meest problematische groep De onderzoekers concluderen dat er bij jongeren die wapens dragen en gebruiken, veelal sprake is van complexe problematiek en bevelen een adequate aanpak op deze groep aan. De driehoek heeft vorig jaar opdracht gegeven om te starten met de implementatie van de Group Violence Intervention (22bb499). Deze werkwijze is gericht op het stoppen van excessief geweld onder jongeren tot 23 jaar waarbij sprake kan zijn van een groepscomponent. Hierbij hebben we de hulp ingeschakeld van National Network for Safe Communities (NNSC), onderdeel van de City University of New York. Zij hebben jarenlange ervaring met het ondersteunen en opzetten van deze intensieve aanpak in meerdere steden in de wereld zoals Malmö en Glasgow.

Recentelijk is de formele start gemaakt met deze aanpak. Ook is er extra aandacht voor jongeren die met een wapen op straat worden aangetroffen door de politie. Vanaf 2020 is een aanpak in het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond (ZVHRR) actief, waar alle jongeren voor messenbezit worden doorgeleid voor gezamenlijke bespreking. Op deze manier kunnen we in gezamenlijkheid bekijken wat er, naast strafrechtelijke afdoening, nodig is om dit zorgwekkende gedrag te stoppen. In overleg met het ZVHRR is afgesproken om deze werkwijze te herijken, binnen de brede ontwikkeling die in gang is gezet inzake het verbeterplan casus en procesregie. Concrete aanpassingen in de werkwijze moeten zorgen voor betere afschaling van casussen tussen ZVHRR en de lokale inzet vanuit de wijk.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7 20 september 2022 M2209-3953-22bo005342

Aanbeveling 7: Blijf op de hoogte van wat er onder jongeren op sociale media gebeurt Aanbeveling 8: Monitor wapens, geweld en conflicten onder jongeren Door te weten wat er onder jongeren speelt, snappen we beter op welke wijze zij zich tot elkaar verhouden en welke mogelijke risico’s spelen binnen de jongeren- en straatcultuur. In dit onderzoek is andermaal de katalyserende kracht van sociale media met betrekking tot wapenbezit en -geweld aangetoond. Het college is zich bewust van de impact van de onlinewereld op jongeren, een wereld die significant aanwezig is, iedere dag weer en ook met vele gezichten. In het kader van het feit dat we willen weten wat er zich in de stad afspeelt, hebben we in het coalitieakkoord de ambitie opgenomen om de (online) leefwereld van jongeren die problemen veroorzaken in kaart te brengen. We zijn dit aan het uitwerken en informeren uw raad op een later moment over de uitwerking hiervan. Tot slot Het college gaat actief aan de slag met de kennis en aanbevelingen die uit dit onderzoek zijn gekomen. Dit doen we zowel via een gerichte fenomeenaanpak waarin we specifieke maatregelen nemen tegen wapengeweld en -bezit, als het toepassen van deze kennis en aanbevelingen binnen het jeugdbeleid en de uitvoering. We informeren uw raad twee keer per jaar over de fenomeenaanpak wapengeweld en jeugd. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Geen.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

R.A.C.J. Simons, l.b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=36f135b3-1c0f-43de-8935-6e354b78d614