[22bb005962] Inspreekbijdrage Harold Schorren (voorzitter Convent van Kerken en city pastor 010 ) tijdens agendapunt 2.05 WIOSSAN 21092022
Tekst van het document
Inspreken: opvang vluchtelingen
ds. drs. Harold Schorren
Geachte commissieleden, Mijn naam is Harold Schorren, ik ben predikant in de Laurenskerk en voorzitter van het Convent van Kerken in Rotterdam. Ook wij maken ons grote zorgen over de opvang van asielzoekers en hebben daarom vol overtuiging het manifest van het platform Rotterdam verwelkomt vluchtelingen ondertekend. En het doet ons goed dat dit manifest door zoveel organisaties en instellingen wordt gesteund. Wij hopen dat we samen met hen en met u kunnen werken aan een ruimhartiger en liefdevoller opvang van vluchtelingen, ook in onze stad. In 2015, midden in een grote vluchtelingencrisis, sprak de toenmalige Bondskanselier Angela Merkel de legendarische woorden: “Wir schaffen das”, “het zal ons lukken”. Die woorden hebben me toen diep geraakt en geroerd. Ze gaven mij ook hoop. Ik weet niet of we achteraf kunnen zeggen dat het ook daadwerkelijk gelukt is. Haar woorden klonken dan ook niet als een zelfingenomen ‘dat zullen we wel even fiksen’. Het waren woorden van werkelijke betrokkenheid en menselijkheid. Dat heeft me zoals gezegd geroerd en dat heeft me hoop gegeven; dat er mensen zijn die ondanks alle weerstand en onmogelijkheden zich laten raken door de nood van de ander. Wij, kerken, hebben geen schoon blazoen waar het gaat om barmhartigheid en gerechtigheid. Juist daarom oefenen we voortdurend te leven in dankbaarheid en afhankelijkheid.
Ik denk dat we dat met alle religies en levensbeschouwingen delen, en met ieder mens die zich wil verstaan met de eigen rol in deze wereld. Van wie is deze wereld? Van wie is dit land? Van wie is alle rijkdom en voorspoed? Wie heeft ons vrijheid gegeven? Alles wat wij hebben, hebben wij slechts te leen en de rijkdom die wij kennen, daar hebben we wellicht hard voor gewerkt maar is ook grotendeels te danken aan de dubieuze rol die wij gespeeld hebben op het wereldtoneel. En nog steeds spelen. Dat besef roept op tot een nieuw verstaan van onszelf. Het vraagt om een radicale omkeer in ons denken, in ons ervaren, in ons voelen. Niet het recht hebben op maar het dankbaar zijn voor. Wij ontkennen niet dat we in ons land grote problemen hebben en voor ingrijpende keuzes staan. We weten ook uit onze eigen achterbannen en door onze oren te openen in de samenleving dat veel mensen het moeilijk hebben. Wanneer je verdrinkt in je eigen zorgen, je schulden en je honger, is het vanzelfsprekend lastig ruimte te creëren voor de nood van een ander. Maar waar het ongenoegen groeit, het gevoel van onmacht en onthechting, is het zaak daar geen politiek spel van te maken voor electoraal gewin. Dan wordt er leiding gevraagd. Om een oudtestamentisch beeld te gebruiken: bestuurders zijn aangesteld als herders om het volk te weiden en te leiden.
Herder is een eerlijk vak; onze problemen zijn niet de schuld van vluchtelingen. De schrale akkers zijn ons eigen werk. Wanneer wij spreken over vluchtelingen, spreken we over mensen. We spreken over oorlog en vervolging, honger en dood. Hoe zou u ontvangen willen worden? Buiten slapen op het gras? Belaagd worden met vuurwerk? We spreken over mensen in nood, ontredderd, in rouw, in hope. Dan passen er geen cijfers, geen maximum aantallen. Hoe we het oplossen? Laten we beginnen met een volmondig ‘wir schaffen das’. Van daaruit kijken we verder, in het volle besef dat wij op aarde elkaar gegeven zijn. Wat wij hebben, hebben wij te leen en mogen we delen. En daarvan misschien wel het belangrijkste: veiligheid, vrede, gerechtigheid, hoop en liefde. Ik wil u het volgende vragen: Is de gemeente bereid om met alle ondertekenaars van het manifest in gesprek te gaan en samen te zoeken naar menswaardige oplossingen?