[22bb005519] Afdoeningsvoorstel motie Arsieni ea over Participeren kan je definieren 21bb2481 en voortgangsbericht van een aantal moties en toezeggingen die te maken hebben met het AOW- en Jeugdtegoed.
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal Enes Yij it Van: V.J.W. Rous Telefoon: 06 28284204 E-mail: bbo@rotterdam.nl Uw kenmerk: 21bb2481 Ons kenmerk: M2206-5012 - 22b0004978 Onderwerp: Afdoeningsvoorstel motie
Aan de gemeenteraad
'Participeren kan je definiëren' 21 bb2481 en voortgangsbericht van een aantal moties en toezeggingen die te maken hebben met het AOWen Jeugdtegoed. Datum: B&W 30 augustus 2022
Onderwerp Afdoeningsvoorstel motie 'Participeren kan je definiëren' 21 bb2481 en voortgangsbericht van een aantal moties en toezeggingen die te maken hebben met het AOW- en Jeugdtegoed. Toelichting Rondom het toevoegen van producten en diensten aan het AOW- en Jeugdtegoed is op verschillende momenten een aantal moties door uw raad aangenomen en toezeggingen door wethouders gedaan. Het gaat om de volgende stukken: •
De motie 'Participeren kan je definiëren' (21 bb2481, ingediend door N. ArsieniD66) aangenomen op 18 februari 2021.
•
De motie 'Gemeentelijke dienstverleningsproducten betalen uit het jeugdtegoed' (21 bb2482, ingediend door E. Yigit- DENK) aangenomen op 18 februari 2021.
•
De motie 'De onmisbare mobiele telefoon' (21 bb3698, ingediend door D. YildirimPvDA) aangenomen op 18 maart 2021.
•
De motie 'Energiearmoede tegengaan met het AOW-tegoed' (21bb14110, ingediend door R. van der Velden- PvdD) aangenomen op 13 november 2021.
•
Op 3 november 2021 heeft wethouder Eskes tijdens een vergadering van de commissie ZOCS toegezegd haar collega Grauss te vragen naar mogelijkheden van de inzet van het Jeugdtegoed voor lidmaatschap van speeltuinverenigingen (21bb13767).
•
Op 8 juli 2020 heeft wethouder Wijbenga toegezegd de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte te informeren wanneer het kassasysteem van Het Goed is aangepast (20bb9240).
Voormalig wethouder Grauss heeft de commissie WIISA meerdere keren in voortgangsberichten geïnformeerd over de voortgang van bovenstaande moties en toezeggingen. Het gaat om de volgende brieven: 21bb10173 (20 juli 2021), 21bb14321 (5 november 2021 en 22bb2527 (11 februari 2022). In het laatste tussenbericht van 15 juni 2022 (22bb004285) is gemeld dat de literatuurstudie van de verkenning is afgerond en dat we gesprekken hebben gevoerd met zogenaamde 'sleutelinformanten' en ervaringsdeskundigen.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2 B&W 30 augustus 2022 M2206-5012
Inmiddels zijn deze gesprekken afgerond. De hoofdconclusie uit de literatuurstudie is dat een eenduidige, wetenschappelijke definitie van de begrippen 'maatschappelijke participatie' en 'participatiebevordering' niet bestaat: definiëring is sterk afhankelijk van de context die wordt gekozen. In deze brief informeren we u over de uitkomsten van het onderzoek. De uitkomsten nemen we ook mee in de uitwerking van het nieuwe beleidsplan armoede en schuldenaanpak. We verwachten u dit in het voorjaar van 2023 te kunnen aanbieden. Om die reden worden de afdoeningsvoorstellen , op de motie Participeren kun je definiëren na, meegenomen bij het vaststellen van het nieuwe beleidsplan. Met deze brief wordt dus alleen de motie 'Participeren kun je definiëren' afgedaan (21 bb2481 ).
In de motie 'Participeren kan je definiëren' is het college verzocht: • Te onderzoeken welke heldere en duidelijke definitie aan "participatiebevordering" in de zin van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2021 gegeven kan worden; • De selectie van huidige en toekomstige producten hieraan te koppelen: hoe kunnen we participatiebevordering zo goed mogelijk ondersteunen via de tegoeden; • Te onderzoeken hoe meer flexibiliteit kan worden gecreëerd voor de (online) selectie van producten die uit het AOW-en Jeugdtegoed kunnen worden bekostigd; • De huidige en toekomstige productgroepen te toetsen aan deze definitie; • Indien nodig, jaarlijks de lijst van productgroepen bij te werken; • hierover terug te koppelen aan de raad. Uitkomsten literatuurstudie en gesprekken ervaringsdeskundigen/professionals 1. Hoe kunnen we de begrippen 'm aatschappelijke participatie' en 'p articipatiebevordering' het beste definiëren?
We kunnen de definities uitzetten op een schaal van 'heel smal' (bevordering van deelname aan sportieve of culturele activiteiten) tot 'heel breed' (bevordering van gelijke kansen in de toegang tot maatschappelijke voorzieningen). De keuze voor een definitie heeft invloed op de manier waarop het AOW- en Jeugdtegoed wordt ingezet. In de meest brede opvatting is de doelstelling van het AOW- en Jeugdtegoed het voorkómen dat Rotterdamse kinderen en ouderen worden uitgesloten van deelname aan het dagelijkse leven. Gezien de inkomensgrens waarop het recht op de voorziening is gebaseerd (110 tot 130% van het wettelijk sociaal minimum) en de vorm van de voorziening (een geldbedrag dat kan worden besteed aan producten en diensten) is het uitgangspunt dat geldgebrek een belemmering is die deelname aan het maatschappelijk verkeer in de weg staat. In deze zin betreft de doelstelling van het AOW- en Jeugdtegoed alle vormen van sociaal en maatschappelijk verkeer waarvan kinderen tussen 4 en 18 jaar en Aow-gerechtigden als gevolg van geldgebrek zijn uitgesloten. Als deze brede definitie als uitgangspunt wordt genomen, zouden ook voorzieningen in het onderwijs voor kinderen moeten worden vergoed, zoals schoolexcursies of de ouderbijdrage. Voor
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3 B&W 30 augustus 2022 M2206-5012
ouderen zou het betekenen dat we ook lidmaatschappen van een club of andere netwerkactiviteiten vergoeden. De bepaling van de definitie willen we samen met de gebruikers van het tegoed maken. Deze afwegingen willen we meenemen in het opstellen van het beleidsplan armoede & schulden in 2023.
2. Wat wordt er onder deze begrippen verstaan door de betrokkenen op het terrein van participatie van kinderen en ouderen in Rotterdam, en wat betekent dit voor de behoefte aan diensten en producten die met behulp van het te goed kunnen worden vergoed? Geïnterviewden verschillen van opvatting als het gaat om de vraag hoe 'participatie' en 'participatiebevordering' moeten worden gedefinieerd. Dit is vooral afhankelijk van de doelgroep die zij bedienen of vertegenwoordigen en de positie die zij innemen in het 'veld'. In de meest brede opvatting wordt participatie gezien in de context van kansengelijkheid', 'inclusie' en 'ontplooiing'. Vooral bij kinderen wordt het belangrijk geacht dat zij in gelijke mate toegang hebben tot maatschappelijke voorzieningen als onderwijs, zorg en vrijetijdsactiviteiten. Belemmeringen tot die toegang van de lage-inkomensgroepen heeft volgens de geïnterviewden met meerdere factoren te maken. Ze zijn het erover eens dat geldgebrek maar één factor is. De keuze van de ouder(s) is bepalend voor de mate waarin en de wijze waarop kinderen participeren. Die keuze wordt bepaald door de achtergrond van de ouder(s), de eigen opvoeding, het eigen culturele repertoire, maar ook door de kortetermijnkeuzes als gevolg van financiële stress.
Vaak wordt ook het belang van participatie in sport- of andere vrijetijdsverenigingen voor het kind niet gezien, en kan of wil de ouder niet voldoen aan de eisen die een dergelijk lidmaatschap ook aan de ouders stelt. Participatie van kinderen, daar zijn de geïnterviewden het over eens, begint vaak bij de participatie van de ouders. Het bevorderen van participatie van ouderen moet volgens de sleutelinformanten vooral worden gezien in het licht van volwaardig burger blijven. In het Rotterdamse beleid voor ouderen betekent dit het bevorderen van gezondheid en vitaliteit, goede en passende huisvesting, een goed sociaal netwerk en passende zorg en ondersteuning. De belemmeringen bij participatie van ouderen moeten vooral in het licht worden gezien van de vorderende leeftijd, en het verminderen van de fysieke en geestelijke gesteldheid en, op vooral op latere leeftijd, het afnemen van het sociaal netwerk. Vervolg De niet-sluitende definities van 'maatschappelijke participatie' en 'participatiebevordering' en de verschillen in opvattingen bij geïnterviewden laten zien dat het koppelen van producten aan het AOW- en Jeugdtegoed maatwerk betreft. Voor het toevoegen van artikelen aan het AOW- en Jeugdtegoed is de inbreng vereist van ervaringsdeskundigen en Rotterdammers.
We zullen in het opstellen van het nieuwe beleidskader voor armoede & schulden ervaringsdeskundigen en Rotterdammers een plek geven in het leveren van input op (de uitvoering van) het nieuwe beleid.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4 B&W 30 augustus 2022 M2206-5012
We willen dit op een zorgvuldige manier doen en voorkomen dat we iedere keer op een onderdeel ad hoc Rotterdammers en ervaringsdeskundigen bevragen. Het verder invulling geven aan regelingen als het AOW- en Jeugdtegoed zijn hier onderdeel van. Aan deze ervaringsdeskundigen en Rotterdammers zullen we de komende periode onder andere de gevraagde artikelen in de moties en toezeggingen voorleggen. Zij leveren input of deze artikelen bijdragen aan participatiebevordering en daarmee toegevoegd kunnen worden aan de lijst met artikelen van het AOW- en Jeugdtegoed, mits de beschikbare middelen hier toereikend voor zijn. Tevens zullen wij hen ook vragen huidige en toekomstige productgroepen te toetsen aan de definitie 'participatiebevordering'. Met deze brief stellen wij u voor de motie 'Participeren kan je definiëren' (21 bb2481) als afgedaan te beschouwen. Voor de volgende moties en toezeggingen zullen we een voorstel tot afdoening aan u toesturen tegelijkertijd met het nieuwe beleidsplan in het voorjaar van 2023, naar verwachting eind maart: • 'Gemeentelijke dienstverleningsproducten betalen uit het jeugdtegoed' (21 bb2482) • 'De onmisbare mobiele telefoon' (21 bb3698) • 'Energiearmoede tegengaan met het AOW-tegoed' (21bb14110) en toezeggingen: • 'Inzet van het jeugdtegoed voor lidmaatschap van speeltuinverenigingen' (21bb13767), • 'Aanpassing kassasysteem Het Goed' (20bb9240).
Burgemeester en wethouders van Rotterda burgemeester,