CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005006] Bijlage 1 behorende bij 22bb5005 over ontwerpbestemmingsplan Kern en Plassen

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen40.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De drie openbare plekken aan de plas zijn bestemd als 'Groen' vanwege de waarde als onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De nutstuinen in de oostelijke hoek van de Bergse Voorplas zijn bestemd als 'Recreatie - Nutstuin'. Deze bestemming laat op ruime afstand tot de plasoever enkele kweekkassen en kleine bergingen toe. In de oostelijke hoek van de Bergse Voorplas is de kleine jachthaven bestemd. Gebouwen, waaronder ook botenhuizen, zijn daar niet toegestaan. Na inventarisatie van de huidige situatie is de maatvoering van de legale bebouwing opgenomen in de lijst behorende bij de regels. 4.2.6

Planologische reparatie Van der Valklocatie C.N.A. Looslaan

De Van der Valklocatie is de locatie van het voormalige restaurant Van der Valk met een groot parkeerterrein, aanlegsteigers en terras aan het water aan C.N.A. Looslaan 9. In het ontwerpbestemmingsplan uit 2008 had de locatie een wijzigingsbevoegdheid. De locatie kon gewijzigd worden naar deels horeca en deels woningbouw tot 17m hoog. Na beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de wijzigingsbevoegdheid vernietigd, omdat het plan onvoldoende garanties bood voor o.a. een groensingel. Bij de reparatie van het bestemmingsplan in 2012 heeft de gemeenteraad besloten dit aspect niet te repareren. De herontwikkeling van de locatie zou daarmee een eigen procedure (projectbestemmingsplan of gelijkwaardig) moeten doorlopen. In 2018 is een uitgebreide procedure gevolgd om af te mogen wijken van het bestemmingsplan voor de bouw van een grote villa, Villa Plaswijck. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat de bebouwing, beplanting, eventuele landuitbreidingen en aanlegsteigers de zichtlijnen aan weerszijden van de kavel vrij houden. Bestaande zichtlijnen worden versterkt door deze te verruimen. De nieuwe bebouwing komt meer op het oostelijk deel van het perceel. De koppen van de kavel krijgen een groen

42

karakter met lage beplanting en blijven vrij van bebouwing. De ophoging van de kavel blijft tot een minimum beperkt.

Met fundering en kademuren is begonnen, maar de bouw is gestrand. Momenteel ontwikkelt de initiatiefnemer een nieuw plan voor de realisatie van appartementen. De gemeente heeft stedenbouwkundige richtlijnen (2017) en uitgangspunten (2018) meegegeven voor de ontwikkeling van de grote villa. Deze richtlijnen en uitgangspunten gelden ook voor de ontwikkeling van het appartementengebouw. Dit betekent dat de bouw mogelijk is van een beperkt aantal appartementen, binnen het volume van het oorspronkelijke restaurant, met een gelaagde opbouw. Het gaat bij voorkeur om één gebouw met een lengte van niet meer dan 56 meter. Omdat inmiddels extra land is gemaakt door demping, dient er een minimaal 4 meter brede gracht te worden aangelegd langs de C.N.A. Looslaan. 4.2.7

Planologische reparatie botenhuizen

Rond de Bergse Plassen zijn in de loop der jaren diverse bouwwerken opgericht als overkapping van ligplaatsen van recreatieboten. Deze bouwwerken worden over het algemeen aangeduid als botenhuizen en zijn aan te duiden als illegale bouwwerken: Ze zijn zonder omgevingsvergunning gebouwd en zijn veelal in strijd met het bestemmingsplan. Hiernaast is een deel van de botenhuizen gelegen bij recreatiewoningen op eilandjes in de Bergse Achterplas die in eigendom zijn bij de gemeente Rotterdam en worden verhuurd aan de gebruikers. Deze botenhuizen zijn niet alleen in strijd met het bestemmingsplan, maar ook in strijd met de privaatrechtelijke afspraken tussen de gebruiker en de gemeente Rotterdam. De huidige bouwregels bieden aanzienlijke ruimte voor het oprichten van bouwwerken zonder omgevingsvergunning. Het feit dat de huidige botenhuizen hier niet onder vallen, zit vooral in het detail dat deze zonder uitzondering gebouwd zijn over water. De gemeente overweegt om bepaalde vormen van overkappingen en botenhuizen te legaliseren en met extra bouwregels nieuwe overkappingen en botenhuizen toe te staan. De gemeente wil met nieuwe regelgeving aansluiten op het beeldkwaliteitplan (2009), de Welstandsnota (2012) en het Afwegingskader Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek (2013). Aan een extern bureau is gevraagd om een Beeldkwaliteitplan Botenhuizen te maken.

Aan de hand daarvan kunnen regels en kwaliteitseisen gesteld worden die verankerd kunnen worden in het bestemmingsplan. Dat beeldkwaliteitplan (cpt juni 2021) geeft aan waar en onder welke condities overkappingen en botenhuizen kunnen worden gebouwd. Het belangrijkste punt daarbij is het behoud van het groene aanzicht van de plasoevers en de oevers van de eilanden. De toetsingscriteria richten zich enerzijds op de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing en anderzijds op de architectonische beeldkwaliteit. Het beeldkwaliteitplan maakt onderscheid in twee soorten oevers: landschappelijke en stedelijke. Hiervoor gelden verschillende criteria voor overkappingen en botenhuizen en de situering op de percelen. Voor de overkappingen en botenhuizen gelden de volgende uitgangspunten:

43

per perceel is maximaal één overkapping of botenhuis toegestaan; nieuwe overkappingen of botenhuizen liggen op minimaal 2 meter of minimaal 5 meter binnen de oeverlijn (afhankelijk van het type overkapping of botenhuis en/of het type oever), zodat er ruimte overblijft voor de aanleg van een natuurlijke oever en (bij halfopen of gesloten constructies) de zichtlijnen over de oevers gehandhaafd blijven; nieuwe overkappingen of botenhuizen zijn gebonden aan maximale afmetingen en een minimale onderlinge afstand. Op percelen smaller dan 9 meter zijn overkappingen of botenhuizen niet passend; bij een nieuwe overkapping of botenhuis ligt over de gehele breedte van het perceel langs het water een natuurlijke oever; de overkapping of het botenhuis dient uitsluitend voor het overdekt stallen van een boot. Combinaties met andere functies (werkkamer, berging, mantelzorgwoning, hobbyruimte etc.) zijn uitgesloten; materiaal- en kleurgebruik passen bij de natuurlijke omgeving. Dit zijn natuurlijke, niet-glimmende materialen in naturel of gedekte kleuren (bruin, groen, middel- tot donkergrijs of zwart). Witte daklijsten passen hier niet bij. Verder is er aandacht voor privaatrechtelijke handhaving waar overkappingen of botenhuizen in strijd zijn met de afspraken die de gemeente als verhuurder heeft gemaakt.

De Welstandscommissie toetst bouwactiviteiten in het gebied aan de vaste gebiedscriteria, aangevuld met de aanvullende gebiedscriteria voor de welstandsgebieden 1 'Historische linten en kernen' en 13 'Stedelijke groengebieden', en de aanvullende gebiedscriteria voor het bijzondere gebied 7 'Kern en Plassen'. Voor de botenhuizen komen daar nu dus de criteria uit het Beeldkwaliteitplan bij. Juist vanwege de hoge waarde van het gebied is besloten specifiek voor de Bergse Plassen een Beeldkwaliteitsplan op te stellen ten aanzien van het thema botenhuizen. 4.2.8

Planologische reparatie situatie Wilgenoord 7

Het perceel gelegen tussen Wilgenoord 7 en de C.N.A. Looslaan heeft de bestemming 'Tuin' gekregen, waar deze in het plan uit 2009/2012 als 'Groen' was bestemd. Het besluit om geen bebouwing op de landtong toe te staan is in lijn met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de nota "Bouwen in een Groen Hillegersberg-Schiebroek". De landtong behoort tot de zone van de groenstructuur en dient vrijgehouden te worden van bebouwing. De ligging van de grens van de groenstructuur is vastgelegd in het bestemmingsplan en is daarmee niet flexibel. Aanpassing ervan kan alleen plaatsvinden indien er een gedragen voorstel voor aanpassing is. Naast het bestemmingsplan is door de deelgemeente in 2009 het Beeldkwaliteitplan Kern en Plassen vastgesteld. Dit beeldkwaliteitplan is als onderlegger gebruikt voor de gebiedsuitwerking en de aanvullende criteria vermeld in de Welstandsnota Rotterdam. Bij de commissiebehandeling van de reparatie van het bestemmingsplan in 2012 is aangegeven dat er geen bezwaar is tegen een bestemmingswijziging van 'Groen' naar 'Tuin' bij een eerstvolgende actualisatie van het bestemmingsplan. Daar is volledigheidshalve aan toegevoegd dat het aan de gemeenteraad is om dat over te nemen. De reparatie is nu aan de orde.

4.3

Ontwikkelingen

4.3.1

Concentratie detailhandel met mogelijk transformatie

Een belangrijke opgave in het stedelijk beleid is te komen tot verdere concentratie in compacte en aantrekkelijke winkelgebieden. Verspreide bewinkeling wordt zo veel mogelijk tegengegaan. De gemeente en het kadaster zijn medio 2020 met eigenaren in overleg voor het opstellen van een visie op het winkelgebied Hillegersberg. Vooruitlopend op de eindresultaten van die visie geldt het volgende: Voor het bestemmingsplan betekent dit dat er wordt ingezet op een meer compact winkelgebied, waarbij voor delen van het (voormalige) winkelgebied ruimte moet zijn voor transformatie. Dit uitgangspunt past bij het gemeentelijk streven zoals verwoord in de gebiedskoers detailhandel.

44

Figuur uit concept Gebiedskoers Detailhandel 2021-2024, mei 2021 In het zuidelijke deel van de Bergse Dorpsstraat waren in het oude plan op de begane grond alleen winkels toegestaan. In het ontwerpbestemmingsplan is de bestemming verruimd met andere functies, zoals maatschappelijke voorzieningen, verschillende soorten praktijkruimten en ook wonen op de begane grond. Wonen op de verdiepingen was al toegestaan in gemengde bebouwing van drie lagen met een kap (bestemming 'Gemengd - 1'). Daar waar geen detailhandel meer aanwezig is, of naar weten van de gemeente geen concrete plannen zijn om nieuwe detailhandel te vestigen (ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan) is dit niet langer toegestaan. Het zuidelijk deel van de Bergse Dorpsstraat kent nog een aantal panden met op de begane grond detailhandel. De aanwezige detailhandel in panden met een gemengde bestemming is met een aanduiding aangegeven. De panden in het meer compacte winkelgebied zijn bestemd als Detailhandel.

45

Figuur uit concept verkenning gemeente, kadaster en eigenaren winkelpanden, juli 2020 4.3.2

Beperkte ontwikkeling horeca in winkelgebied

De algemene ontwikkelrichting is ‘consolideren’. Voor inrichtingen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht is geen ruimte. De belangrijkste reden om voor deze ontwikkelrichting te kiezen is om te voorkomen dat het woongenot wordt verstoord, vooral in de achterliggende straten. Dat neemt niet weg dat voor een aantal straten rond het winkelgebied ruimte is voor een beperkte ontwikkeling met (vergunde) horeca. Bergse Dorpsstraat De Bergse Dorpsstraat is een gezellige winkelstraat met een breed aanbod van luxe(re) winkels en horeca. Momenteel zijn hier vijf horeca-inrichtingen gevestigd. Het betreft cafés en restaurants. Helaas kampt de straat al enige tijd met leegstand. Om de uitstraling en de variatie in het aanbod te verbeteren, is een beperkte uitbreiding met kwalitatief hoogwaardige vergunde horeca gewenst. Het aanbod van goede kwaliteit is gewaarborgd door goede afspraken met de pandeigenaren. Hierdoor kan ook worden voorkomen dat het woon- en leefklimaat in negatieve zin wordt beïnvloed. Freericksplaats De Freericksplaats ligt in het centrum van het winkelgebied. Er bevindt zich hier voornamelijk detailhandel met daarboven woningen. Qua horeca is er een kwalitatief hoogwaardig restaurant en een pizza-afhaal gevestigd.

Met een exploitant die elders in de stad al twee succesvolle lunchrooms heeft, zijn concrete afspraken gemaakt voor de vestiging van een vergelijkbaar concept op de Freericksplaats. Dit concept, dat qua doelgroep vooral is gericht op jonge gezinnen met kinderen, wordt ondersteund. Dit vanwege het feit dat het een positieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat. (Het horecagebiedsplan noemt ontwikkelen met een inrichting. Het vergevorderde initiatief is aangeduid op nummers 29-31.)

46

Weissenbruchlaan Op de Weissenbruchlaan zijn voornamelijk kwalitatief hoogwaardige winkels gevestigd. De daarboven gelegen woningen hebben een prachtig uitzicht op de Bergse Voorplas. Hoewel het verloop beperkt is, vindt de keuze van nieuwe winkeliers uiterst zorgvuldig plaats. Dit om het hoogwaardige niveau van de winkelstraat te waarborgen. Momenteel zijn er in totaal drie horeca-inrichtingen gevestigd waarvan een direct aan de plas is gelegen. Dit aanbod kan worden uitgebreid met twee inrichtingen. Bij de bepaling van de specifieke locaties heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden. Deze zorgvuldigheid wordt door de pandeigenaar ook betracht bij de keuze van de exploitanten. Daarbij wordt ook de gemengde functie betrokken zodat aantasting van het woon- en leefklimaat wordt voorkomen. 4.3.3

Bescherming cultuurhistorischewaarden

De cultuurhistorische verkenning geeft aanbevelingen die als concrete uitgangspunten dienen ter versterking van de beeldbepalende kwaliteiten bij plannen voor herontwikkeling: Behoud het onderscheid tussen de verschillende gebiedseenheden van Hillegersberg. Koester het onderscheidende bebouwingsbeeld van de verschillende gebiedseenheden, maar ook de contrasten binnen die gebiedseenheden zoals de oude dorpskern op de donk en het gebied langs de Ringvaart. Het bestemmingsplan behoudt het onderscheid en koestert het bebouwingsbeeld door toepassing van gedetailleerde bestemmingen en maatvoering van de bestaande bebouwing zoals de oude dorpskern op de donk en het gebied langs de Ringvaart. Behoud, herstel en versterk het unieke karakter van de oude linten (Straatweg, Ringdijk, Rottekade) en de waterroutes (Rotte, Ringvaart, Vlietsloot en Molensloten) met elk een eigen ruimtelijke opbouw, bebouwingsbeeld en landschapsbeeld. Het bestemmingsplan behoudt, herstelt en versterkt het unieke karakter van de oude linten en waterroutes. De groene en recreatieve bestemmingen met zorgvuldige regelingen voor de bestemmingen, behoudt van doorzichten en bescheiden bouwregelingen dienden deze aanbeveling. Probeer vernieuwing langs de Straatweg tegen te gaan.

Er hebben al genoeg bijzondere, oude panden plaats moeten maken voor bebouwing die qua schaal en stijl geen positieve bijdrage levert aan het unieke karakter en kenmerkende bebouwingsbeeld van de Straatweg. Het bestemmingsplan biedt langs de Straatweg met een meer globale bestemming Woongebied ruimte voor vernieuwing. De gegeven bouwregels bieden een zorgvuldige maatvoering voor hoofdbebouwing, aanbouwen en bijgebouwen ter bescherming van de bestaande typologieën en ligging op de kavel. Behoud en versterk de zichtrelatie op en doorzichten over de Bergse plassen en de waterroutes de Rotte en de Ringvaart. Het bestemmingsplan behoudt de zichtrelaties en doorzichten met het bestemmen van de bestemming Groen langs de oevers. Met behulp van de open inrichting worden de structuurelementen versterkt. De open inrichting van deze elementen of het onderhoudsniveau wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Dat zijn aspecten die de uitvoering van een bestemmingsplan betreffen. Ook de nieuwe beeldkwaliteitseisen voor botenhuizen dienen deze aanbeveling. Houd de groenzone langs de Bergse plassen, de Rotte en de Ringvaart herkenbaar als een doorlopende groenstrook. Naast een functie op wijkniveau heeft de groenzone langs de plassen ook een functie op het niveau van de stad en de regio.

Het bestemmingsplan koestert de doorlopende groenstrook en biedt de ruimte voor het andere schaalniveau van de stad en de regio. Houd de onbebouwde, groene ruimte intact; met name op de plekken waar het laagveenlandschap en het polderlandschap zo manifest is; zoals het in Berg- en Broekpark, het Argonautenpark, Prinsemolenpark, maar ook op de plekken die doorzichten op de Bergse plassen bieden. Het bestemmingsplan houdt de onbebouwde groene ruimte intact. In het bijzonder op de genoemde plekken waar het laagveenlandschap en het polderlandschap zo manifest zijn.

47

Daarnaast geeft de cultuurhistorische verkenning een opsomming van de beeldbepalende panden. Deze panden worden beschermd door middel van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2. Er is een drempel opgenomen tegen sloop van cultuurhistorisch beeldbepalende panden. Die panden zijn aangewezen in de door B&W vastgestelde cultuurhistorische verkenning (3-3-2020). (Zie ook 3.4.2)

Bewerkte afbeelding met rijks- en gemeentelijk monumenten en beeldbepalende objecten rond de kern 4.3.4

Nieuwe botenhuizen en overkappingen voor boten

Om te kunnen toetsen of nieuwe botenhuizen en overkappingen passend zijn in de natuurlijke omgeving van het plassengebied is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het Beeldkwaliteitplan Botenhuizen Bergse plassen geeft genuanceerde regels waaronder (nieuwe) overkappingen of botenhuizen rond de Bergse Plassen zijn toegestaan. Het maakt onderscheid in voorwaarden voor type bouwwerken bij landschappelijke en stedelijke oevers en geeft onder meer bouwregels voor afstanden tot de zijerfgrens en tot de plasoever, bouwhoogte, kapvorm, breedte en lengtematen voor open of halfopen overkappingen en botenhuizen. In het beeldkwaliteitplan is een overgangsregeling voor bestaande overkappingen en botenhuizen opgenomen. Voor de bestaande overkappingen en botenhuizen dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Die zal worden getoetst aan het beeldkwaliteitplan. (Zie ook 4.2.7 Planologische reparatie botenhuizen paragraaf over Handhaven 8.2 Overkappingen / botenhuizen.) In de overgangsregeling zijn aan de diverse strijdigheden verschillende waarden toegekend, omdat voor de bestaande overkappingen/botenhuizen niet alle strijdigheden als even zwaar worden gezien. De overgangsregeling geldt alleen voor de nu al aanwezige overkappingen en botenhuizen. 4.3.5

Extra bouwlaag Weissenbruchlaan/Freerickshof

Het bestemmingsplan uit 2009/2012 kent een wijzigingsbevoegdheid F (bouwblok Weissenbruchlaan, gelegen tussen Freericksplaats en Bergse Dorpsstraat) voor het woongebouw aan de Weissenbruchlaan met winkels in de plint. Het gaat om de wijziging van de maximale bouwhoogte van vijf naar zes bouwlagen en in meters uitgedrukt van 17 naar 20 meter. De extra bouwlaag is toegestaan onder voorwaarde dat de voorgevel

48

van de zesde bouwlaag ten minste 1 meter terug ligt ten opzichte van die van de lagere bouwlagen. Bij realisatie van een extra bouwlaag dient te worden voldaan aan de parkeereis. Milieutechnisch zijn er geen knelpunten als gevolg van deze optopping.

4.4

Niet of onvoldoende concrete ontwikkelingen

4.4.1

Ontwikkelingen rond Rijndam Ringdijk

De locatie van Rijndam aan de Ringdijk komt mogelijk vrij en is in het bestemmingsplan (2009/2012) bestemd als maatschappelijk. Er wordt gestudeerd op nieuwe mogelijkheden, waaronder ook gebruik voor woningbouw. Alleen als de ontwikkelingen voldoende concreet zijn kunnen deze worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Dat zijn ze nu nog niet. Bepaald milieuonderzoek kan echter wel worden uitgevoerd. 4.4.2

Parkeren met ontsluiting aan Straatweg nabij Molenwerf

De 'Molenweide' is een onbebouwd terrein (weide) achter de woningen aan de Straatweg 143 t/m 155, mede begrensd door de Molenwerf en de Bergse Achterplas. In het bestemmingsplan uit 2009/2012 heeft de weide de bestemming 'Groen'. Er rust ook een bevoegdheid op van het college van B&W om deze bestemming te wijzigen en zo parkeren toe te staan. Het is een bevoegdheid en geen verplichting. De wijzigingsbevoegdheid bevat voorwaarden waaronder het college het bestemmingsplan kan wijzigen. Om gebruik te kunnen maken van de wijzigingsbevoegdheid zal er een wijzigingsplan opgesteld moeten worden en geldt de voorbereidingsprocedure van de Awb (zie ook 4.5.18). De grond is in eigendom bij de gemeente. De onzekere financiële uitvoerbaarheid was de belangrijkste reden om de realisatie van een parkeervoorziening slechts als wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan en niet direct te bestemmen. De 'Molenweide' wordt in het Afwegingskader Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek (zie 2.3.7) aangegeven voor 'Recreatieve functies in de hoofdgroenstructuur'. Binnen de hoofdgroenstructuur van Hillegersberg-Schiebroek liggen ook functies als sportvelden, nutstuinen en recreatieve jachthavens. Deze functies hebben tot op zekere hoogte een ondersteunende functie aan de groene hoofdstructuur. Ze hebben binnen de groene hoofdstructuur een duidelijk gebruikswaarde.

Recreatieve functies die gelegen zijn in de hoofdgroenstructuur maken daar een onlosmakelijk onderdeel van uit en mogen niet bebouwd worden. Het college van B&W heeft niet langer de behoefte om de wijzigingsbevoegdheid op te nemen, nu hier al meer dan 10 jaar geen gebruik van is gemaakt.

4.5

Juridische planbeschrijving

Het merendeel van de bepalingen in de regels behoeft geen nadere toelichting. Dit geldt voor de wijze van meten en de begripsomschrijvingen, en ook voorschriften voor bijvoorbeeld woningen, groen, bedrijven en dergelijke zijn vanzelfsprekend. Daarentegen zitten er in het plan een beperkt aantal juridische regelingen die in deze paragraaf kort worden toegelicht. 4.5.1

Bedrijven

In het bestemmingsplan zijn de huidige bedrijven op verschillende manieren bestemd. Een aantal heeft de bestemming 'Bedrijf' gekregen. Niet alleen het huidige bedrijf is toegestaan, maar ook andere activiteiten die voorkomen op de lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2. Afwijken van de lijst is mogelijk voor activiteiten die naar aard en invloed gelijk zijn. De lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de lijst met activiteiten van de VNG. De in de lijst opgenomen afstanden zijn indicatieve minimumafstanden voor een gemiddeld modern bedrijf tot een rustige woonwijk. Op de lijst met bedrijfsactiviteiten staan geen garagebedrijven. De twee garagebedrijven in het plangebied zijn op de huidige plek toegestaan en zijn met een aanduiding op de verbeelding

49

aangegeven. Het huidige gebruik is toegestaan en daarmee zijn de bedrijven op maat bestemd. Ook het verkooppunt voor motorbrandstoffen komt niet voor op de lijst. Het verkooppunt is op de huidige plek toegestaan en is met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. De Prinsenmolen aan het Prinsemolenpad heeft een bedrijfsbestemming op maat: 'Bedrijf - Molen'. Hoog-risico biologische laboratoria Binnen bedrijfsbestemmingen en maatschappelijke bestemmingen zijn in principe ook laboratoria toegestaan. Voorheen waren binnen deze bestemmingen dus ook hoog-risico biologische laboratoria toegestaan. Dit is vanuit het oogpunt van veiligheid niet wenselijk, daarom zijn hoog-risico biologische laboratoria nu in beginsel niet toegestaan binnen de maatschappelijke bestemmingen en bedrijfsbestemmingen (met inbegrip van de gemengde bestemmingen). Daartoe is in de regels van het bestemmingsplan een verbodsbepaling opgenomen. Het betreft hoog-risico biologische laboratoria die onder de werking van het bij dit plan gevoegde beleidskader “Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond” vallen en genoemd zijn in artikel 4.4 onder k, categorie 4, onderdeel C van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht.

In geval van het werken met genetisch gemodificeerde organismen zijn dat alle categorieën van fysische inperking op inperkingsniveaus III en IV, zoals genoemd in Bijlage 4 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013. Kort gesteld zijn het laboratoria met biologische veiligheidsklasse 3 of hoger. Na nadere afweging is het wel mogelijk om een hoog-risico laboratorium toe te staan. Burgemeester en wethouder kunnen daarvoor bij omgevingsvergunning afwijken. Ook daartoe is in de regels een bepaling opgenomen. Bij de afweging wordt een advies van de GGD/VRR betrokken. Deze instanties geven een advies op basis van het “Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond”. Aan de hand van het beleidskader kan worden beoordeeld of de risico's van een hoog-risico biologisch laboratorium voldoende beheersbaar zijn bij calamiteiten en of een hoog-risico biologisch laboratorium al dan niet wenselijk is op de voorgenomen locatie. 4.5.2

Gemengde bebouwing en detailhandel

Een aantal panden heeft een gemengde bestemming. Op de verdiepingen zijn uitsluitend woningen toegestaan, terwijl op de begane grond uiteenlopende functies kunnen voorkomen. De bestemming 'Detailhandel' staat op de begane grond detailhandel en dienstverlening toe welke passend is in het 'easyshopping' winkelgebied rondom de Bergse Dorpsstraat. Horeca is op de begane grond toegestaan ter plaatse van de aanduidingen. Op de verdiepingen zijn uitsluitend woningen toegestaan. In 2021 zal de Gebiedskoers Detailhandel worden bijgesteld. In de bijgestelde gebiedskoers zal sprake zijn van een meer compact winkelgebied, waarin delen van de Bergse Dorpsstraat niet meer als winkelgebied worden gezien. Op 20 april 2021 heeft het college besloten om vooruitlopend op de bijgestelde gebiedskoers medewerking te verlen aan de transformatie van winkelpanden. Bij aanvragen om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de functie wonen in panden aan de Bergse Dorpsstraat tussen de Kerkstraat/Freericksplaats en de Kerkdreef/Weissenbruchlaan zal die zone niet meer als winkelgebied beschouwd worden.’ In overleg met ondernemers wil de gemeente Rotterdam binnen het 'easyshopping' winkelgebied op zoek naar een nog meer compact winkelgebied. Het meer compacte winkelgebied heeft de bestemming 'Detailhandel'. Buiten het compacte gebied geldt voor de Bergse Dorpsstraat de bestemming 'Gemengd - 1'.

De winkels in dit deel hebben wel een aanduiding 'detailhandel' gekregen. Waar geen winkels aanwezig zijn ontbreekt de aanduiding. Er geldt geen uitsterfregeling voor detailhandel. Het bestemmingsplan staat transformatie toe en meerdere panden hebben inmiddels een ander gebruik, waarmee een geleidelijke transformatie van het (te grote) winkelgebied mogelijk is. Naast verschillende soorten dienstverlening is ook kleinschalige bedrijvigheid toegestaan. Wonen is niet uitsluitend op de verdiepingen toegestaan, maar tevens op de begane grond. De geluidbelasting op de gevel is stevig, maar de maximaal toelaatbare geluidbelastingen voor woningen (vervangende nieuwbouw) worden niet overschreden (zie ook paragraaf 6.4). In de bestemming 'Gemengd - 2' is op de begane grond geen detailhandel toegestaan, wel verschillende soorten dienstverlening en lichte bedrijvigheid. Wonen is op de verdiepingen én op de begane grond

50

toegestaan. De bestemming geldt voor diverse verspreid gelegen pandjes. De bestemming 'Gemengd - 3' geldt voor het recent gebouwde blok aan de Jasonweg/Grindweg met woningen en een parkeergarage. Hier is in het vorige bestemmingsplan vrij gedetailleerd aangegeven hoeveel detailhandel op de begane grond is toegestaan. Deze aantallen zijn nu overgenomen. 4.5.3

Groen en natuur

Structurele groengebieden zijn bestemd als 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn voet- en fietspaden en speeltoestellen toegestaan. Binnen deze bestemmingen is de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder herziening van het bestemmingsplan. Het Berg- en Broekpark en het Schapeneiland zijn bestemd als 'Natuur'. Het Berg- en Broekpark is een klein stukje authentieke polder midden in de stad. De kinderboerderij en het educatiefcentrum vallen buiten de bestemming 'Natuur'. Ook het niet voor publiek toegankelijke Schapeneiland is bestemd als 'Natuur'. De bouwmogelijkheden binnen de bestemming 'Natuur' zijn zeer beperkt. 4.5.4

Horeca

In de "Horecanota Rotterdam" worden de hoofdlijnen van het horecabeleid in de gemeente Rotterdam beschreven. Dit beleid is, voor zover ruimtelijk relevant, vastgelegd in dit bestemmingsplan. Horeca definitie en afbakening Het bedrijfschap Horeca en Catering deelt horeca in vier bedrijfsgroepen in, te weten de drankensector, fastfoodsector, restaurantsector en hotelsector. Voor de definitie van een horecabedrijf zoals in de horecanota bedoeld wordt, is aangesloten bij het begrip 'openbare horeca-inrichting' uit de Rotterdamse APV. Binnen een openbare horeca-inrichting kan een ondernemer verschillende activiteiten ontplooien op het gebied van etenswarenverstrekking, het schenken van (alcoholhoudende) drank en het aanbieden van amusement. Beleidsonderwerpen die wel voor de horecabranche gelden of sterke raakvlakken hebben, maar niet binnen de horecanota expliciet beschreven worden, zijn de hotelsector, de kwaliteitseisen ten aanzien van terrassen (nota kwaliteitseisen voor terrassen) en het programma gericht op het tegengaan van (overmatig) alcohol- en drugsgebruik en uitgaansgeweld. Vergunningvrij exploiteren Rotterdam biedt een groot aantal bedrijven, waarbij horeca ondergeschikt is aan de primaire detailhandelfunctie en bedrijven waar het exploiteren van horeca een minimale weerslag heeft op de omgeving, de mogelijkheid om vergunningvrije horeca te exploiteren.

Dit betreft bijvoorbeeld het koffiehoekje in de supermarkt, de bakkerij waar ook een gebakje gegeten kan worden en het restaurant in ouderenhuisvesting. Vergunningvrij betekent dat geen exploitaitevergunning hoeft te worden aangevraagd en derhalve ook geen leges verplicht zijn. De exploitatie van de volgende inrichtingen kan zonder vergunning plaatsvinden: 1. inrichtingen die geopend zijn tussen 07.00 en 22.00 uur, geen (zwak of sterk) alcoholische drank schenken, geen versterkt geluid ten gehore brengen, geen vergunningplichtig terras exploiteren (gevelzitplaats wel mogelijk) en geen speelautomaten hebben. 2. bedrijfskantines, voor zover deze uitsluitend als zodanig in gebruik zijn; 3. inrichtingen in musea, crematoria, begraafplaatsen en rouwcentra, voor zover deze worden gebruikt als ondersteuning van de bedrijfsvoering; 4. inrichtingen in ziekenhuizen, ouderenhuisvesting en verpleegtehuizen, voor zover deze uitsluitend gericht zijn op de bewoners/patiënten en hun bezoekers; 5. horeca in tuincentra en congrescentra, voor zover deze worden gebruikt als ondersteuning van de bedrijfsvoering en uitsluitend gericht zijn op hun bezoekers. Exploitatievergunning nodig Voor alle overige inrichtingen waar horeca de primaire bedrijfsfunctie betreft, is een exploitatievergunning vereist. De horeca-exploitatievergunning wordt afgegeven voor de inpandige m² alsmede voor de

51

eventuele m² terras en heeft een looptijd van vijf jaar. Voor de beoordeling van de aanvraag van de exploitatievergunning geldt dat het bestemmingsplan van de betreffende locatie leidend is. Of een vergunning wordt toegewezen, hangt daarnaast onder andere af van afwegingen die ten aanzien van het beleid worden gemaakt (horecagebiedsplannen). Daarnaast wordt beoordeeld of het pand bouwtechnisch en geluidstechnisch geschikt is voor de door de ondernemer aangevraagde activiteiten. Voor het proces en vereisten van de vergunningverlening wordt verwezen naar de Horecanota Rotterdam 2017-2021. Terrassen Binnen de bestemmingen 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Verkeer - Erf' zijn tevens ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten. 4.5.5

Ligplaatsen woonschepen

Voor het verblijf van woonschepen zijn in de Verordening Woonschepen 2013 en het Besluit aanwijzing woonschepen 2013 locaties aangewezen. Voor het bestemmingsplangebied is dat een ligplaats op de Rotte en een ligplaats op de Bergse Voorplas. Vanwege het conserverende karakter van het bestemmingsplan en de bescherming van de groenstructuur geldt een maximale hoogte van 3 meter gemeten vanaf het waterpeil. De huidige woonschepen passen hierbinnen en passen binnen de aanduiding woonschepenligplaats van 80m2. Dat oppervlak is overeenkomstig de afspraken met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en het Besluit aanwijzing ligplaatsen 2013. Het gaat om een ligplaats langs het Prinsemolenpad op huisnummer 11 en een ligplaats in de noordoosthoek ter hoogte van de Strekkade huisnummer 58. In het bestemmingsplan is in de bestemming opgenomen dat op deze locaties wonen op een woonschip is toegestaan. Deze locaties zijn aangegeven met de aanduiding 'woonschepenligplaats'. 4.5.6

Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen of kerkgebouwen niet geluidgevoelig zijn. In dit bestemmingsplan zijn in de bestemming 'Maatschappelijk - 1' zowel geluidgevoelige als niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Kinderdagverblijven en scholen zijn bijvoorbeeld geluidgevoelig. Ook revalidatiecentrum Rijndam aan de Ringdijk is bestemd als Maatschappelijk - 1. Dit betekent dat een functie die past in deze definitie zonder planwijziging vervangen kan worden door een andere functie binnen deze definitie. De locatie Rijndam is tevens meegenomen in het akoestisch onderzoek. In de bestemming 'Maatschappelijk - 2' zijn alleen de niet-geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Hillegondakerk, kinderboerderij De Wilgenhof aan de Ringdijk, huis- of tandartsenpraktijken, fysiopraktijken, maar ook buitenschoolse opvang is een niet-geluidgevoelige maatschappelijke voorziening. Ook binnen de gemengde bestemmingen zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan en aanwezig.

4.5.7

Molenbiotoop

Aan de rand van het plangebied ligt aan het Prinsemolenpad 72 de grondzeiler 'Prinsenmolen'.

52

Uitsnede uit Structuurvisie provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, met de ligging van de molenbiotoop

Rondom de molen ligt een molenbiotoop. De molenbiotoop is in het leven geroepen om de relatie tussen een molen en zijn omgeving te leggen. Bij de molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van belang. Tevens staat de zichtbaarheid van de molen centraal. Dit is historisch zo gegroeid en maakt dat een molen vaak zo sfeerbepalend is. De molenbiotoopformule is een eenvoudige manier om de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen te berekenen, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. De biotoopformule wordt dus vooral toegepast om te kunnen bepalen of een obstakel op een bepaalde afstand van de molen al dan niet 'te hoog' is. De eerste 100 meter dient in beginsel vrij te zijn van obstakels. Vanaf 100 tot 400 meter geldt een oplopende lijn. Om de vrije windvang en het zicht op traditionele molens in het Zuid-Hollands landschap te garanderen is een molenbeschermingszone ingesteld met een straal van 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen. Binnen deze zone gelden de volgende voorwaarden: A. Binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; B.

Binnen bestaand stadsgebied gelden de volgende voorwaarden binnen een straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen: de maximale hoogte van bebouwing/beplanting mag niet hoger zijn dan 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 30-regel). C. Buiten bestaand stadsgebied (zoals hier) gelden de volgende voorwaarden binnen een straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen: de maximale hoogte van bebouwing/beplanting mag niet hoger dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100-regel). In afwijking van de regel onder A, B en C is het oprichten van nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk indien: er sprake is van een ontwikkeling waarin vrije windvang en het zicht op de molen al beperkt zijn door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd. De Prinsenmolen

53

Rond de "Prinsenmolen" (Prinsemolenpad 72), die buiten bestaand stadsgebied is gelegen, mag bebouwing en beplanting in de molenzone niet hoger zijn dan 1/100 van de afstand tussen bedoelde bebouwing en de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (in dit geval 0,2 meter boven NAP).

4.5.8

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikel 51.1 een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.

Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling

54

De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392_1.html De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. 4.5.9

Planologisch relevante leidingen en straalverbinding telecommunicatie

Ter hoogte van de Ringdijk en Argonautenweg liggen enkele grote drinkwater transportleidingen ten behoeve van de watervoorziening. Deze leidingen zijn met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' inclusief een bebouwingsvrije zone van 5 meter aan weerszijden beschermd en opgenomen op de verbeelding. Hoog boven het plangebied ligt een 'straalpad' ten behoeve van de telecommunicatie tussen de mast van de Waalhaven en die van Alphen aan den Rijn. Om de onbelemmerde doorgang van de signalen te waarborgen geldt een hoogtebeperking voor bouwwerken van een aantal meter binnen het straalpad. De onbelemmerde doorgang is vanwege de gegeven maximum bouwhoogten niet in het geding. Het is niet nodig om het straalpad op de verbeelding aan te geven. 4.5.10 Seksinrichtingen en belwinkels Het schrappen van het algemene bordeelverbod uit het Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk de exploitatie van seksinrichtingen aan gemeentelijke regelgeving te onderwerpen. In de "Nota prostitutie en seksbranche, Rotterdam 2015" staat hoe dit in de gemeente Rotterdam is geregeld. Het beleid is gericht op het tegengaan van misstanden en mensenhandel in de seksbranche, op een beheersbare vergunde sector, op het versterken van de positie van de sekswerker en op het beschermen van het woon- en leefklimaat.

Het vergunningstelsel wordt als middel gebruikt om de grip op de vergunde branche te behouden en te verbeteren. Het vormt daardoor een barrière voor mensenhandel. De gestelde voorwaarden en vereisten worden streng gecontroleerd en bij nieuwe vergunningaanvragen worden exploitanten gescreend op grond van de Wet Bibob. Het nieuwe vergunningstelsel sluit beter aan bij de verschillende activiteiten die in de seksbranche worden aangeboden. Daarnaast kunnen vergunningen voor nieuwe seksbedrijven worden aangevraagd via een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. Het vergunnen van seksbedrijven dient niet ten koste te gaan van de veiligheid en aantrekkelijkheid van de stad. Overlastgevende seksbedrijven worden aangepakt en nieuwe vergunningen worden alleen verleend wanneer aan de strikte vestigingsvoorwaarden voor seksinrichtingen wordt voldaan. Binnen dit bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen bestemd. De aanwezigheid van belwinkels wordt in Rotterdam in menig gebied als problematisch ervaren. Voor belwinkels die alleen de mogelijkheid bieden om (goedkoop) te telefoneren geldt de Winkeltijdenwet niet en dat betekent dat die dienst 24 uur per dag, 7 dagen in de week, mag worden aangeboden. Dit kan leiden tot overlast door het komen en gaan van klanten op late uren in straten waar wonen en detailhandel van oudsher worden gecombineerd.

Overeenkomstig het vorige bestemmingsplan legt dit bestemmingsplan de realisatie van belwinkels aan banden. Het beleid is gericht op het beperken van het aantal belwinkels in Rotterdam. In het plangebied van dit bestemmingsplan komen dergelijke belwinkels niet voor. Belwinkels zijn doorgaans toelaatbaar in bestemmingen die de functie 'dienstverlening' mogelijk maken. In dit bestemmingsplan is in de begripsbepalingen opgenomen dat belwinkels niet onder Dienstverlening

55

worden begrepen. 4.5.11 Sport, recreatie, cultuur en ontspanning Het bestemmingsplan heeft meerdere regelingen voor sportieve en/of recreatieve bestemmingen. Deze regelingen sluiten aan op de regelingen in de vorige bestemmingsplannen. De bestemming 'Cultuur en ontspanning - Kinderboerderij' is gebruikt voor de kinderboerderij De Wilgenhof aan de Ringdijk. Hier geldt een maximum bebouwingspercentage van 3. De regeling staat ondergeschikte horeca toe. De bestemming 'Cultuur en ontspanning - Speeltuin' is gebruikt voor het Plaswijckpark. Het is een park met een recreatie- en wandelpark, een dierentuin, een buitenspeeltuin en een overdekte binnenspeeltuin. Op de verbeelding zijn drie bouwvlakken aangegeven die volledig bebouwd kunnen worden. Het in het projectbestemmingsplan opgenomen maximum oppervlak van 2500m2 is daarmee gerealiseerd. Een nadere aanduiding is niet nodig. Buiten de vlakken die volledig bebouwd kunnen worden geldt voor gebouwen een maximum bebouwingspercentage van 0% voor de strook langs de plas en 3,5% procent voor de rest. Binnen de bestemming zijn gebouwen toegestaan zoals entree- en administratiegebouwen, detailhandel, horeca, sanitaire voorzieningen, dierenverblijven, bergloodsen en andere nevenruimten, en ook bouwwerken zoals speeltoestellen, bruggen, aanlegsteigers en een uitkijktoren.

'Recreatie' is gebruikt voor verschillende scoutingterreinen en speelterreinen, gelegen op meerdere locaties aan de oevers van de plassen. Op de locaties zijn gebouwen ten behoeve van scouting en dergelijke toegestaan. Gebouwen tot een gezamelijk grondoppervlak van 200 m2 per perceel en met een maximum goothoogte van 4 meter. Onder een aantal voorwaarden is een aanlegsteiger per perceel toegestaan. 'Recreatie - 1' is gebruikt voor een groot aantal recreatieve percelen met recreatiewoningen gelegen op de eilandjes in de Bergse Achterplas. Permanente bewoning is niet toegestaan. In de regels is aangegeven dat één recreatiewoning en één bijgebouw is toegestaan. Voor recreatiewoning en bijgebouw samen geldt een maximum grondoppervlak van 40 m2, tenzij in de bijlage bij de regels anders is aangegeven. In de bijlage bij de regels is een tekening gegeven met perceelnummers en is bij perceel met meer dan 40 m2 bebouwing aangegeven hoeveel m2 aan gebouwen is toegestaan. 'Recreatie - 2' is gebruikt voor een de recreatieve percelen aan de Strekkade langs de Bergse Voorplas. Permanente bewoning is niet toegestaan. In de regels is aangegeven dat één recreatiewoning en één bijgebouw is toegestaan. Voor recreatiewoning en bijgebouw samen geldt een maximum grondoppervlak van 40m2, tenzij in de bijlage bij de regels anders is aangegeven.

In de bijlage bij de regels zijn de perceelnummers gegeven en is voor percelen met meer dan 40 m2 bebouwing aangegeven hoeveel m2 aan gebouwen is toegestaan. 'Recreatie - Jacht- en passantenhaven' is gebruikt voor de jachthavens in het plangebied. Te weten de haven aan de Emmalaan (O.W.V.), het Prinsemolenpad 2-4 (w.s.v. Aegir), Prinsemolenpad 10-12 en langs de Rotte (w.s.v. U.N.O.), de Straatweg (Jachthaven Hillegersberg) en de Weissenbruchlaan (Jachthaven Donkers). Op de verbeelding zijn binnen de bestemming bouwvlakken aangegeven waarbinnen gebouwen gerealiseerd mogen worden. Als er geen maximum bebouwingspercentage is genoemd, dan mogen deze vlakken volledig door gebouwen ingenomen worden. Voor de jachthaven aan de Emmalaan geldt een bebouwingspercentage van 5% voor gebouwen, te berekenen over het bouwperceel, zijnde het 'droge' deel van de jachthaven.) 'Recreatie - Nutstuin' is gebruikt voor een groepje nutstuintjes aan de Strekkade op de hoek met het Prinsemolenpad. Binnen de bestemming zijn enkele kleine gebouwtjes, zoals bergingen, kweekkassen of eventueel sanitaire gebouwtjes toegestaan. Er geldt een maximum bebouwingspercentage van 1,5. Dit komt overeen met de huidige situatie. 'Sport - Tennisbaan' is gebruikt voor de twee tennisparken in het plan. Hier zijn onoverdekte sport- en recreatievoorzieningen toegestaan.

Er geldt een bebouwingspercentage van 7 voor gebouwen, zoals entreeruimte, kleedruimte, kantine of clubgebouw. 'Sport - Zwembad' is gebruikt voor het openluchtzwembad. Er zijn onoverdekte sport- en

56

recreatievoorzieningen toegestaan. Er geldt een bebouwingspercentage van 7 voor gebouwen zoals entreeruimte, kleedruimte, kantine of clubgebouw. 4.5.12 Toetsingsvlakken Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) Hoogtebeperkingen door aanvliegroute Aandacht gaat uit naar het obstakelvrij houden van de aanvliegroutes. Door provincie en gemeenten wordt al gewerkt met de "obstakelvrije zones" (ook wel Runway-End Safety Areas (RESA) genoemd). Een wettelijke verplichting ontbreekt echter nog. Momenteel is echter een aanpassing van de Luchtvaartwet in voorbereiding, waardoor in de toekomst ook voor regionale en kleine luchthavens een Luchthavenindelingsbesluit zal worden opgesteld. De LVNL beheert de technische installaties en systemen ten behoeve van de luchtverkeersbeveiliging. Een belangrijk deel hiervan betreft de apparatuur voor communicatie- navigatie- en surveillanceinfrastructuur (cns). Cns apparatuur wordt gebruikt om het radiocontact tussen de verkeersleiding en de piloten te onderhouden, navigatie in het naderingsgebied en -route mogelijk te maken en de plaatsbepaling van vliegtuigen zeker te stellen. Alle cns apparatuur maakt gebruik van radiogolven die uitgezonden en/of ontvangen worden door antennesystemen.

Objecten, zowel vast (gebouwen, windmolens, bomen etc.) als mobiel (bouwkranen, heistellingen etc.) vormen in potentie een bedreiging voor de correcte werking van de apparatuur, omdat ze de uitgezonden radiosignalen kunnen verstoren. Voor het veilig afwikkelen van vliegverkeer gelden rondom de technische systemen van LVNL maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten: de zogenoemde toetsingsvlakken. De afmetingen van deze toetsingsvlakken zijn berekend op basis van internationale burgerluchtvaartcriteria. Objecten die het toetsingsvlak doorsnijden kunnen verstoring veroorzaken. In dit kader toetst en beoordeelt LVNL of de uitvoering van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen van invloed zijn op de correcte werking van cns apparatuur en brengt hierover advies uit. Hoogtebeperkingen door toetsingsvlakken luchtverkeersleiding Over het plangebied zijn (trechtervormige) toetsingsvlakken gelegen t.b.v. communicatie- en navigatieapparatuur van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Om de kwaliteit van de navigatieapparatuur te waarborgen dient de bebouwing onder het toetsingsvlak te blijven. De maximum bouwhoogte blijft in het hele plangebied onder deze toetsingsvlakken, zodat van een belemmering geen sprake is. Het aangeven van de vlakken op de verbeelding van het plan is niet nodig. De toetsingsvlakken zijn als bijlage bij de regels opgenomen.

In dit bestemmingsplan zijn geen nieuwe objecten mogelijk gemaakt die de toetsingsvlakken doorsnijden. Als in de toekomst afgeweken wordt van dit bestemmingsplan en de ontwikkeling het toetsingsvlak doorsnijdt, dan dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij LVNL omtrent de vraag of de voorgenomen bouwhoogte gevaar of hinder oplevert voor de veiligheid van het luchtverkeer. Dit is geregeld in artikel 48.6. Toetsingsvlakken communicatieapparatuur, zie Bijlage 7 Toetsingsvlakken navigatieapparatuur, zie Bijlage 8. 4.5.13 Tuin en Tuin - 1 In Artikel 27 Tuin - 1 van de regels is een aparte tuinbestemming opgenomen welke gelegd is voor de zeer grote tuinen behorende bij een gebouw met gestapelde woningen, hetzij een gebouw met de bestemming 'Bijzonder Woongebouw'. In deze bestemming is (in afwijking van de gewone bestemming tuin) geen regeling opgenomen voor aanbouwen en bijgebouwen behorende bij grondgebonden woningen. Parkeren in tuinen Parkeren in tuinen is in de regel niet toegestaan. In de begripsbepalingen is aangegeven dat tuinen benoemd zijn als terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen e.d.) en vijvers en dat terrein in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt. Bijgebouwen mogen slechts worden gebruikt als huishoudelijke berging en/of stalling van (motor)voertuigen.

Voor de gronden bestemd als tuin mag uitsluitend de oprit naar een garage/carport voor parkeren worden gebruikt.

57

4.5.14 Uitbreiding bebouwing achtererfgebied, gebruik achterbouw Op 1 november 2014 is Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invloed heeft op het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied.

Het bebouwingsgebied maakt onderdeel uit van het achtererfgebied. Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m2 aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. 4.5.15 Verkeers- en verblijfsgebied De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' gekregen, het betreft hier de Ringdijk, Jasonweg, Argonautenweg, Grindweg, Straatweg, Bergse Dorpsstraat en Weissenbruchlaan. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende trambanen, bruggen, viaducten en parkeerplaatsen. En daarnaast natuurlijk ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat gewenste veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder een herziening van het bestemmingsplan.

De bestemming 'Verkeer - Garagebox' is gebruikt voor garageboxen. De bestemming 'Verkeer - Erf' is gebruikt voor erf bij bedrijven, gemengde bebouwing, voorzieningen of woningen. 4.5.16 Waarde - Cultuurhistorie De beeldbepalende objecten (aangewezen in de cultuurhistorische verkenning) zijn cultuurhistorisch waardevol en worden beschermd met een dubbelbestemming. Deze dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie 2' werpt een drempel op tegen sloop. Sloop is in principe niet mogelijk. Alleen indien maatschappelijke, technische of economische overwegingen zwaarwegend genoeg zijn om een uitzondering te maken, kan er een sloopvergunning worden verleend. Verder leidt de dubbelbestemming ertoe dat in geval van nieuwbouw voldoende rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden van de locatie. (N.B. In de Rotterdamse standaard voor bestemmingsplannen worden de beschermde stadsgezichten bij voorkeur aangegeven met Waarde - Cultuurhistorie 1 en worden de beeldbepalende objecten bij voorkeur aangegeven met Waarde - Cultuurhistorie 2.)

58

4.5.17 Water, waterstaat en waterkeringen Het bestemmingsplan maakt een onderscheid tussen oppervlaktewater zónder verkeersdoeleinden (Water - 1) en oppervlaktewater mét verkeersdoeleinden te water (Water - 2). In beide bestemmingen zijn bruggen alleen toegestaan waar dit op de verbeelding is aangegeven. In 'Water - 2' zijn onder strikte voorwaarden aanlegsteigers toegestaan. De voorwaarden zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 2009/2012 en houden verband met de vrije doorvaart en de beheersituatie van het oppervlaktewater. De bestemming 'Water - 1' geldt voor de delen van de Schiebroekse Ringvaart, het oppervlaktewater in het Argonautenpark en de Streksingel. De bestemming 'Water - 2' geldt voor de Rotte, beide plassen en het oppervlaktewater in de wijk ten noorden van de C.N.A. Looslaan. Aanlegsteigers zijn alleen toegestaan in 'Water - 2' ter plaatse van een aanduiding 'aanlegsteiger toegestaan' en verder op locaties die grenzen aan de bestemmingen 'Recreatie', 'Recreatie - 1', 'Tuin', 'Tuin - 1', 'Verkeer - Erf', en 'Woongebied'. Per bouwperceel is één aanlegsteiger toegestaan. In de Bergse Voor- en Achterplas geldt voor aanlegsteigers dwars op de plasoever dat ze niet meer dan 5 meter uit de plasoever mogen reiken en niet meer dan 1,5 meter breed mogen zijn, mits een doorvaartbreedte van 15 meter resteert.

Aanlegsteigers parallel aan de plasoever mogen niet meer dan 1,5 meter uit de plasoever reiken, mits die vrije doorvaartbreedte resteert. Voor 'aanlegsteigers' boven land gelden de bouwregels voor vlonders en terrassen. In de watergangen in de wijk ten noorden van de C.N.A. Looslaan mogen aanlegsteigers niet dieper dan 0,5 meter uit de oever reiken. En de breedte van de aanlegsteigers mag hier niet meer bedragen dan 1 meter. De locaties met afwijkende maatvoering die in het vorige bestemmingsplan positief zijn bestemd, zijn met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Als deze aanlegsteigers functioneel en intact zijn, dan mogen deze blijven en de grootte houden die ze hebben. De aanlegsteigers liggen veelal op de grens van de bestemmingen en zijn in beide bestemmingen genoemd. Per bouwperceel is één aanlegsteiger toegestaan, zodat de toegestane maatvoering niet dubbel geteld mag worden.

Op de Rotte, op adres Prinsemolenpad 11, is een woonschip toegestaan. Het woonschip ligt in de bestemming van de jachthaven. In de noordoosthoek van de Bergse Voorplas, aan Strekkade 58, is het woonschip toegestaan binnen de aanduiding. Op de verbeelding zijn de locaties aangegeven met aanduiding 'woonschepenligplaats'. Voor woonschepen geldt een maximale hoogte van 3 meter gemeten vanaf het waterpeil. De huidige woonschepen passen binnen de aanduiding van 80m2. Dat oppervlak is overeenkomstig de afspraken met het hoogheemraadschap en het Besluit aanwijzing ligplaatsen 2013. De onderhoudstroken langs de hoofdwatergangen, waarop de Keur van het hoogheemraadschap van toepassing is, zijn met een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' op de verbeelding aangegeven. De kernzone van de waterkering is op de verbeelding aangegeven met een

59

dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De beschermingszone en eventuele zone voor versterking van de dijk is bestemd met een aanduidingsregel 'vrijwaringszone - dijk'. Op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is het in beginsel verboden te bouwen of houtgewassen te planten binnen een strook van 5 meter (gemeten vanuit de insteek van het talud) langs hoofdwatergangen. De ruimte is in beginsel nodig voor het onderhoud van de watergangen. Een belanghebbende met bouwvoornemens in een keurstrook (zoals aangegeven op de verbeelding met 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie') wordt geadviseerd om contact op te nemen met genoemd hoogheemraadschap over antwoord op de vraag of voor het bouwproject in kwestie ontheffing verleend kan worden van het bouwverbod in de Keur. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' zorgt voor een bescherming van de waterkering. Het geeft aan voor welke werkzaamheden absoluut een vergunning nodig is van het hoogheemraadschap. 4.5.18 Wijzigingsgebieden In het nieuwe bestemmingsplan Kern en Plassen is gekozen om geen gebruik meer te maken van wijzigingsgebieden, zoals in het bestemmingsplan 2009/2012 nog wel het geval was. Als ontwikkelingen nog niet geheel duidelijk zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan kan gekozen worden voor het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid.

Zo'n wijzigingsbevoegdheid mag geen structurele wijziging van het bestemmingsplan mogelijk maken. De onderliggende bestemmingen blijven gelden tot van de wijziging gebruik is gemaakt. De haalbaarheid van zo'n wijzigingsbevoegdheid moet in het bestemmingsplan aangetoond worden. Een wijzigingsbevoegdheid zelf is een compleet bestemmingsplan waarop (omgevings)vergunningen kunnen worden verleend. Daarnaast is het een bevoegdheid en niet een verplichting. Burgemeester en wethouders mogen de bevoegdheid gebruiken, maar zijn het niet verplicht. Een wijzigingsbevoegdheid wordt via het bestemmingsplan (het 'moederplan') aan burgemeester en wethouders gegeven. Voor het opstellen van een wijzigingsplan geldt de uniforme voorbereidingsprocedure van de Awb, met dien verstande dat Burgemeester en Wethouders binnen 8 weken na afloop van de terinzagelegging een besluit moeten nemen. Daarna volgt de mogelijkheid voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een wijzigingsplan gaat deel uit maken van het bestemmingsplan. Met zo'n wijziging van de bestemming vervalt de onderliggende bestemming uit het moederplan. 4.5.19 Wonen, Woongebied en werken aan huis Het bestemmingsplan staat woningen toe in de gedetailleerde bestemming 'Wonen', maar ook in de meer globale bestemming 'Woongebied'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fad3f095-b1db-4754-b6f2-b2a326c13d72